CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Moerdijk

Commissievergadering 23 november 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Verordening adviescommissie Omgevingskwaliteit Moerdijk1.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING gemeentelijke adviescommissie

omgevingskwaliteit Moerdijk

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 16 december 2021: gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021. gelet op de artikelen 108 lid 1, 147 lid 1, 149 en 156 van de Gemeentewet, artikel 10:3 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 17.2 van de Omgevingswet, BESLUIT vast te stellen de : VERORDENING GEMEENTELIJKE ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT MOERDIJK

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -

commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd:

-

goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet;

-

wet: de Omgevingswet;

-

leverancier: het bedrijf waar gemeente Moerdijk een contract mee is aangegaan voor het leveren van

gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Moerdijk;

deskundigen voor de samenstelling van de adviescommissie omgevingskwaliteit.

Hoofdstuk 2 Adviestaak Artikel 2 Taak en werkzaamheden 1.

De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

2.

Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor:

1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument;

3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen;

4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit;

b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument

ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functieaanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet.

Hoofdstuk 3 Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd

Artikel 3 Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b.

Hoofdstuk 4 Samenstelling en inrichting Artikel 4 Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal drie leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.

4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur.

5. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.

Artikel 5 Benoeming 1. De leden kunnen voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste drie jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers.

3. Afgetreden leden zijn zes jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

5. De leden van de commissie worden benoemd door het college van burgemeester en wethouders op

grond van artikel 156 eerste lid van de Gemeentewet en nadat leverancier gevraagd is om een selectie en voordracht van kandidaat-leden. Het college informeer de raad over de benoemingen.

Artikel 6 Ondersteuning van de commissie 1. Het secretariaat van de commissie berust bij de leverancier. 2. Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de voorzitter.

Hoofdstuk 5 Advisering en standpuntbepaling Artikel 7 Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken.

Artikel 8 Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de

commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet

openbaarheid van bestuur, of zijn opvolger, ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.

2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht.

3. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden.

Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg.

4. Leden die op enige manier, als opdrachtgever, ontwerper of anderszins, betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van

medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies, niet in de vergadering aanwezig.

5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.

Artikel 9 Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden.

Artikel 10 Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

2. De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.

Artikel 11 Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een

gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte.

2. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.

Hoofdstuk 6 Werkwijze Artikel 12 Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde.

2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, b. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; c. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de

beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; d. de notulering en dossiervorming; e. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; f. de instelling van subcommissies; g. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; h. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad.

Artikel 13 Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie.

Artikel 14 Vergoeding De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding via de leverancier op grond van de regeling “Raamovereenkomst inzake commissieleden Welstandscommissie en Monumentencommissie” of een opvolger daarvan.

Hoofdstuk 7 Jaarverslag Artikel 15 Jaarverslag 1. De commissie brengt samen met het college van burgemeester en wethouders jaarlijks voor 1 mei

verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.

Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16 Hardheidsclausule Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van deze verordening naar het oordeel

van het college zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening.

Artikel 17 Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht,

met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien

verstande dat de adviescommissie omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.

Artikel 18 Intrekking oude regelingen De Bouwverordening 2018 en Erfgoedverordening 2017 worden ingetrokken met inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet), in werking.

2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Moerdijk.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 16 december 2021.

De griffier,

A. Goslings

De voorzitter,

A.J. Moerkerke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=5f6a68c4-b8ed-4d92-bea8-395b7ab8c521