Uitgangspunten Kadernota 2022-2025
Tekst van het document
Uitgangspunten Kadernota 2022-2025 Belangrijk is om de uitgangspunten (kaders) met elkaar vast te leggen die dienen als basis voor het opstellen van de Kadernota 2022-2025 en dus ook in het verder verloop naar de op te stellen meerjarenbegroting 2022-2025. Gelet op de uitkomsten van de jaarrekening over de afgelopen jaren (positieve resultaten) en de soms meer dan fors gepresenteerde tekorten bij de toekomst verwachtingen, is ingezet op het scherper budgetteren waar dat mogelijk is. Onderstaande uitgangspunten zijn vanuit dit perspectief geformuleerd: 1. Inzet op een sluitende begroting 2022 en niet op een totaal sluitende meerjarenbegroting. Toelichting: Het opstellen van een begroting gebeurt op basis van reële verwachting van de ontwikkelingen van bestaand beleid, aangevuld met nieuwe ontwikkelingen in het kader van b.v. het realiseren van ambities. Met betrekking tot de grootste begrotingspost (omvang algemene uitkering uit het gemeentefonds; inkomstenpost ca. € 55 mln.) bestaat de meeste onduidelijkheid. Naast de herverdeling die vanaf 2023 financiële effecten met zich brengt, is mogelijk nog belangrijker de discussie of en zo ja, in welke mate er extra middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Zo ligt er een rapport waaruit blijkt dat voor de uitvoering van de jeugdwet gemeenten ca. € 1,5-€ 1,7 miljard meer budget zouden moeten ontvangen.
Voor de uitvoering van het klimaatbeleid gaat het om een gelijk bedrag. Al met al dus erg ongewis en het is zeker niet te verwachten dat in de komende meicirculaire hier al iets meer over bekend is. 2. Algemene uitkering gemeentefonds a. basisberekening Inkomsten algemene uitkering wordt gebaseerd op de septembercirculaire 2020, aangevuld met ontwikkelingen maatstaven basisjaar en herberekening WOZ-waarden. Toelichting: De septembercirculaire 2020 is de laatste circulaire waarin structurele effecten zijn verwerkt. Wel wordt voor de jaren 2022-2025 rekening gehouden met de ontwikkelingen voor diverse maatstaven, zoals het aantal verwachte inwoners, woningen. Verder vindt een bijstelling plaats van de totale WOZ-waarden voor niet-woningen op grond van een lagere toename aan nieuw- en verbouw voor deze categorie, dan waarmee in de meerjarenbegroting 2021-2024 rekening is gehouden. Ten opzichte van de raming in de jaarschijf 2022 in de meerjarenbegroting 2021-2024 betekent dit een toename van ca. € 1,5 mln. b. herverdeling gemeentefonds Rekening houden met de positieve prognose van de uitkomst van de herverdeling gemeentefonds Toelichting: Al enige tijd wordt gesproken over de herverdeling van het gemeentefonds. In februari heeft de minister van BZK een voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds ter advisering voorgelegd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur.
Het voorstel geeft voor Moerdijk als prognose een plus te zien van € 49 per inwoner. De uiteindelijke effecten van de herverdeling worden in stappen van € 15 per jaar per inwoner verwerkt. De herverdeling heeft voor het eerst
effect voor het begrotingsjaar 2023. In de cijfers van de kadernota wordt voor de jaren 2023-2025 met de volgende extra inkomsten rekening gehouden: • 2023 € 550.000 • 2024 € 1.100.000 • 2025 € 1.650.000. c. extra rijksbijdrage taken jeugdwet De lijn die in de meerjarenbegroting 2021-2024 is ingezet ook doortrekken voor 2025 Toelichting: In de huidige meerjarenbegroting 2021-2024 is rekening gehouden met een rijksbijdrage van € 511.000 voor uitvoering van taken op het gebied van de jeugdwet. Deze middelen zijn voor de jaren 2019 tot en met 2021 als incidenteel budget toegekend als voorloper op een eventuele structurele verhoging van de rijksbijdrage. Voor de jaren vanaf 2022 is niet bekend hoe hier vanuit Den Haag mee wordt omgegaan. In het kader van het provinciaal toezicht is voor de meerjarenbegroting 2021-2024 aangegeven dat de inkomst structureel mocht worden opgenomen. Tot nu hebben we geen aanvullende informatie hierover gekregen. Voor 2025 wordt de lijn uit de meerjarenbegroting doorgetrokken. 3. Ontwikkelingen bijdrage Werkplein en BUIG-gelden zijn aan elkaar gelijk en hebben geen effect voor uitkomsten Kadernota. Toelichting: De toename van de kosten voor het werkplein hebben deels betrekking op de verstrekking van uitkeringen. Gemeenten ontvangen hiervoor middelen, de zgn. BUIG-gelden.
In de cijfers van de kadernota wordt uitgegaan dat beide ontwikkelingen aan elkaar gelijk zijn en dus geen mutatie opleveren voor kadernota. 4. Uitvoeringskosten nieuwe taken m.b.t. meewerken aan rijksbeleid worden gecompenseerd door een bijdrage van het rijk. Toelichting: Voor nieuwe taken die wij als gemeente uitvoeren op grond van het meewerken aan rijksbeleid hanteerden we in de begroting 2022 het uitgangspunt dat naast een bedrag voor de uitvoeringskosten ook een bedrag als bijdrage van het rijk wordt ontvangen. Per saldo werken deze nieuwe taken dan budgettair neutraal voor de kadernota. Voorbeeld klimaatbeleid/ energietransitie. 5. OZB-opbrengsten vanuit LPM-terrein incl. effect voor gemeentefondsuitkering Toelichting: Het realiseren van gebouwen op het LPM-terrein geeft extra OZB-opbrengst. In de gepresenteerde cijfers was hier nog geen rekening mee gehouden. Het is reëel hiermee in het meerjarenperspectief wel rekening te houden. € 100 mln. aan WOZ-waarden geeft een OZBopbrengst van € 546.000. Nu is dit niet allemaal ‘winst’ voor de gemeente, omdat binnen de gemeentefondsuitkering gemeenten gekort worden voor opbrengsten die vanuit eigen belastingheffing gerealiseerd kunnen worden. De korting voor een toename van de WOZ-waarden voor niet-woningen met € 100 mln. komt neer op een bedrag van € 174.000. Uitgaande van een toename van de WOZ-waarden in 2023 met € 50 mln.
en de jaren 2024 en 2025 van € 100 mln. per jaar geeft de volgende extra inkomsten: jaar begrotingsruimte 2022 € 0 2023 - 186.000 2024 - 558.000 2025 - 930.000
6. Inzet algemene reserve voor tekort aan dekking incidentele uitgaven. Toelichting: Voor het surplus aan éénmalige lasten boven éénmalige baten wordt een beroep gedaan op de algemene reserve. Een geactualiseerd overzicht is bijgevoegd. In dit overzicht van de vermoedelijke vrije ruimte van de algemene reserve is rekening gehouden met o.a.de actualisering van het weerstandsvermogen als gevolg van de duidelijkheid over het LPM en de uitkomst van de jaarrekening 2020. 7. Loonkostenontwikkeling 2021 en 2022 van 1,5% per jaar. Toelichting: De cao-onderhandeling voor een nieuwe cao voor gemeenteambtenaren die in moet gaan op 1 januari 2021 loopt nog. Het aanbod vanuit de werkgevers en de vraag vanuit de vakbonden liggen behoorlijk uit elkaar. Inschatting is echter dat het percentage van 2,6% waarmee voor 2021 rekening is gehouden aan de hoge kant is. Voor het meerjarenperspectief is de ontwikkeling voor 2021 teruggebracht naar 1,5%. Dit heeft natuurlijk een structurele doorwerking. Hiermee is in de uitkomsten van de kadernota 2022-2025 rekening gehouden. Voor 2022 wordt ook rekening gehouden met een loonkostenontwikkeling van 1,5%. 8. Prijsontwikkeling 2022 algemeen 0% Toelichting: Het toepassen van een algemene prijsontwikkeling op alle budgetten in de begroting wordt de afgelopen jaren niet toegepast. Voor 2022 wordt deze werkwijze gecontinueerd.
Wel wordt in de begroting rekening gehouden met afgesproken bijstelling voor de prijsontwikkeling in afgesloten contracten. 9. Prijsontwikkeling beheerplannen 1,12% Toelichting: Sinds 2012 wordt voor de prijsontwikkeling met betrekking tot beheerplannen de zgn. CROWindex gehanteerd over het laatste volledige jaar. Dit betekent voor 2022 een verhoging van de budgetten voor beheerplannen van 1,12%. 10. Tariefontwikkeling OZB en toeristenbelasting 1,2% Toelichting: De tariefontwikkeling voor OZB en toeristenbelasting wordt gebaseerd op de prognose voor de prijsontwikkeling uit het Centraal Economisch Plan van het C.P.B. Voor 2022 is de prognose 1,4%. Gebruikelijk is dit percentage bij te stellen met de werkelijke uitkomsten voor het lopende begrotingsjaar. Voor 2021 is uitgegaan van 1,6%, terwijl dit nu bijgesteld is naar 1,9%. Dit jaar doet zich echter nog een belangrijke ontwikkeling voor. Mede door de effecten van de coronacrisis blijkt het percentage voor 2020 0,5% lager uit te vallen dan waarmee toe nu toe rekening is gehouden. Voor 2022 corrigeren wij daarom de prognose met -0,2%. De toe te passing indexering voor de tarieven OZB en toeristenbelasting komt hierdoor uit op een toename van 1,2%. In onderstaande tabel is dit nogmaals weergegeven: Publicatie CEP 2020 CEP 2021
2020 1,6 1,1
2021 1,6 1,9
-0,5
0,3
2022 totaal 0 1,4 1,4
1,2
11. Tariefontwikkeling rioolrechten 1,2% Toelichting: In het in september 2020 vastgestelde vGRP is uitgegaan van een jaarlijkse stijging van het tarief met het percentage van de prijsontwikkeling voor het betreffende jaar. Voor 2022 komt dit uit op 1,2% (zie berekening onder 10). 12. Tarieven afvalstoffenheffing 100% kostendekkend Toelichting: De toe te rekenen kosten aan het product Afval worden volledig verdisconteerd in het tarief dat aan de afnemers van de dienst in rekening wordt gebracht. Belangrijke ontwikkeling voor 2022 is de afvalstroom papier. Waar in 2020 papier nog een opbrengst genereerde van meer dan € 50.000 wordt ingeschat dat in 2022 dit een kostenpost wordt van € 175.000. Daarnaast nemen de verwerkingskosten van bijna alle overige afvalstromen toe, met name op de milieustraat. Tevens zullen vanaf 2022 de kosten voor de bijdrage aan de GR nazorg gesloten stortplaatsen meegenomen worden in de afvalstoffenheffing. Hiermee rekening houdend zal het tarief 2022 vermoedelijk tussen de 10% en 12,5% hoger uitvallen ten opzichte van 2021. 13. Tarieven lijkbezorgingsrechten 40% kostendekkend Toelichting: Op basis van de discussie over de hoogte van de lijkbezorgingsrechten is vorig jaar afgesproken de tarieven te baseren een kostendekkingspercentage van 40%. Dit uitgangspunt is ook voor de komende jaren gehanteerd. 14.
Aantal inwoners en woningen hanteren op grond van onderstaand overzicht. Jaar 2022 2023 2024 2025
Aantal inwoners 37.229 37.598 37.811 38.253
Aantal woningen 16.664 17.033 17.246 17.688
Toelichting: De verwachte ontwikkeling van het aantal woonruimten is gebaseerd op een planning van op te leveren woningen en te slopen woningen. Voor de stijging van het aantal inwoners wordt er van uitgegaan dat deze toenemen met 1 persoon voor elke nieuwe woning.