toelichting uitkomsten klimaatreis
Tekst van het document
Toelichting Klimaatonderlegger Waterkring West en Waterpoort
i.s.m.
1
Inhoud Samenvatting........................................................................................................................................... 3 1
2
Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1
De urgentie van adaptatie ....................................................................................................... 6
1.2
Waarom een klimaatonderlegger voor Waterkring West en Waterpoort?............................ 6
1.3
De aanpak: verkennen, verlangen en verrijken ...................................................................... 8
Verkennen: De regio en het klimaat ............................................................................................... 9 2.1
Droogte ................................................................................................................................... 9
2.1
Hittestress ............................................................................................................................. 10
2.2
Wateroverlast en waterveiligheid ......................................................................................... 12
3. De regionale klimaatopgaven ............................................................................................................ 14 4. Regionale klimaatdialoog .................................................................................................................. 16 4.1
De doelen .............................................................................................................................. 16
4.2
Deelnemerslijst regionale klimaatdialoog............................................................................. 17
4.3
Op weg naar een gewenste situatie ...................................................................................... 19
5. Verrijken: kansenkaarten .................................................................................................................. 20
2
Samenvatting Deze notitie is een nadere toelichting op de uitkomsten van de regionale klimaatreis voor de werkgebieden van Waterkring West en Waterpoort (de regio). De regio betreft het grondgebied van de West Brabantse gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Steenbergen en Woensdrecht en de Zuid-Hollandse gemeente GoereeOverflakkee en de Zeeuwse gemeente Tholen. De klimaatreis heeft geresulteerd in een klimaatonderlegger die tot stand is gekomen op basis van een regionale klimaatadaptatieverkenning in de periode van september 2019 tot november 2020 en een regionale klimaatdialoog op 22 september 2020. De klimaatonderlegger geeft inzicht in de klimaatbestendigheid (droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen) van de regio, op basis van een integrale analyse van bodem, water, groen en atmosfeer in relatie tot menselijke invloeden. De onderlegger is opgebouwd uit een klimaatruimtelijke feitenkaart, een klimaatoptiekaart waarin kansrijke klimaatstructuren in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen in kaart zijn gebracht. En tot slot zijn koppelkansen en doorvertalingen naar concrete voorbeelden vastgelegd in de vorm van kanskaarten. Het drieluik klimaatruimtelijke feitenkaart optiekaart en kanskaarten is ingezet in de digitale klimaatdialoog.
Deelnemers kregen inzicht en bewustzijn voor de diversiteit aan microklimaat en de effecten daarvan binnen de regio. Op meer lokaal niveau zijn de gemeenten al bezig met het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen. Zij het vanuit diverse sectorale sporen. De regionale klimaatonderlegger en de dialoog bieden de mogelijkheid om vanuit een breder bewustzijn en inzicht in de verbanden kansen te ontdekken om de regio nog klimaatrobuuster te maken. Met de regionale klimaatreis is een vorm van bewustzijn gecreëerd dat er nog werk aan de winkel is maar ook kansen zijn. In beginsel is klimaatadaptatie een sociale en maatschappelijke opgave; immers vanuit verlangen ontstaat beweging. Niet alles kan op gemeentelijke schaal opgelost worden maar vergt een regionale aanpak. De opgaven in de regio kunnen geduid worden in een zestal van elkaar te onderscheiden ruimtelijk-klimatologische deelgebieden die elk zijn opgebouwd uit de karakteristieke klimaateenheden Deze eenheden zijn bepaald aan de hand van de analyse van de vier centrale klimaatthema’s: droogte; hittestress; wateroverlast en waterveiligheid. 1. Productieve bedrijventerreinen en werklocaties (Productiviteit); De regio kent grootschalige bedrijventerreinen, kantoor- en andere werklocaties. Deze zijn functioneel ingericht gekenmerkt door verharde buitenruimte en grootschalig vastgoed.
Enerzijds zorgt dit voor hittestress op zonnige dagen. Hittestress beïnvloedt de bedrijfsvoering en is nadelig voor de productiviteit van werknemers. Hittestress en droogte gaan hand in hand met potentieel gevaar voor grondverzakkingen en kabel- en leidingbreuken. Het watersysteem is gericht op afvoer uit het gebied. Anderzijds kan bij forse buien de neerslag moeilijk verwerkt worden met wateroverlast met schade tot gevolg. Klimaatadaptieve maatregelen door slim opvangen van hemelwater en vergroening van de
3
werklocaties biedt kansen om de hittestress, droogte en wateroverlast tegen te gaan en te zorgen voor een prettiger werkklimaat. Dit komt de productiviteit van de bedrijven ten goede en kan schade voorkomen. Klimaatadaptatie biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodelen. Denk aan voedselproductie en opwekken van duurzame energie. Daarnaast bieden groene en waterrijke bedrijventerreinen ook kansen om de uitstoot van bedrijven te zuiveren en de lucht in de regio schoner te maken en de stedelijke biodiversiteit te vergroten. 2. Aangename kernen/koele dorpen en steden (Leefbaarheid); Klimaatverandering `beïnvloedt’ het woon- en leefklimaat. Klimaatadaptatie biedt kansen om de dorpen en steden leefbaar en aantrekkelijk te houden voor de inwoners en bezoekers. Met name de stads- en dorpscentra zijn functioneel ingericht met relatief weinig groen en een watersysteem dat bedoeld is voor snelle afvoer van hemelwater. Door vergroening en meer waterberging wordt hittestress, droogte en wateroverlast voorkomen. Omdat de ruimte in deze gebieden schaars is, moet men zoeken naar compacte en multifunctionele oplossingen die bijvoorbeeld ook een bijdrage leveren aan het verbeteren van de verblijfs- en woonkwaliteit 3. Robuuste Bossen (groen); De regio is bekend om haar polders maar het evenwicht met de bossen en heide op de zandgronden is belangrijk voor een goed ecosysteem.
Door de droogte van afgelopen jaren is de kwaliteit van de bossen achteruitgegaan. Terwijl bossen een belangrijk rol vervullen als het gaat om het vasthouden van hemelwater en het bieden van verkoeling. Niet alleen voor de flora en fauna is gebaat bij robuuste bossen en natuurgebieden, ook de samenleving in de vorm van recreatie en ontspanning. 4. Wateropnemende en -vasthoudende bodems (waterbergend vermogen); Droogte is voor natuur en landbouw een steeds groter probleem. De flora en fauna en dus ook de gewassen en veeteelt lijden hieronder. Er is behoefte om het waterbergend vermogen van de bodem te verbeteren. In droge perioden is zodoende langer vocht beschikbaar voor planten en bodemleven. In natte perioden kan een onverzadigde bodem meer water opnemen, wat overstromingen en wateroverlast tegengaat. Door ruimtelijke functies af te stemmen op het waterbergend vermogen van de bodem is wateroverlast te beperken, het natuurlijk (bodem)leven te bevorderen en verdroging van natuur tegen te gaan. Naast een opgave voor de landbouw, liggen er ook kansen. Bijvoorbeeld een andere manier van grondbewerking en kiezen voor gewassen die beter omgaan met het veranderende klimaat en daarbij een bijdrage leveren aan het beter water opnemende en vasthoudende bodems. 5.
Waterrijke beken en bronnen (oppervlaktewater bovenstrooms); In de strijd tegen droogte spelen beken, sloten en bronnen op de bovenstroomse zandgronden een belangrijke rol. De opgave in deze bovenstroomse gebieden is om het waterbergend vermogen van deze watergangen te vergroten. Niet alleen belangrijk in de buitengebieden, maar ook in het stedelijk gebied. Dit betekent o.a. meer ruimte geven voor het meanderen van beken zodat water langer wordt vastgehouden, zonder dat dit leidt tot wateroverlast. Integendeel, beken kunnen een rol gaan spelen in het voorkomen en oplossen van wateroverlast in het stedelijk gebied door middel van opvang en afvoer naar gebieden buiten de steden en dorpen waar een water te kort is. Waterrijke beken, sloten en bronnen bieden kansen voor natuurontwikkeling en verbetering van de biodiversiteit, het verbeteren van het woon- en leefklimaat, verbetering van de landbouw en stimulering van ontspanning en recreatie.
4
6. Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren, kreken en sloten (oppervlaktewater benedenstrooms); Naast het goed gevuld houden van de waterstromen is de opgave benedenstrooms dat de verdeling van het water evenwichtig is. Het veranderende klimaat verstoort dit evenwicht. Door hierop in te spelen wordt droogte aan de ene kant voorkomen en wateroverlast tegengegaan (dynamisch waterbeheer). Uiteraard spelen rivieren hierin een belangrijke rol.. Rivieren zijn dusdanig gekanaliseerd dat waterafvoer de belangrijkste functie is geworden terwijl er kansen zijn om in en langs de rivieren water te bergen. Dit biedt ook kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Niet alleen belangrijk voor natuurontwikkeling en landbouw maar ook voor recreatie en ontspanning. Kortom het verbeteren van de kwaliteit van wonen en verblijven in de regio. Meekoppelkansen door middel van multifunctionaliteit; De uiteenzetting van klimaateigenschappen in deelgebieden en kansrijke maatregelen vormt een solide basis voor de verdere uitwerking van een regionale klimaatstrategie. Bij het verder uitwerken van de deelgebieden ’is het van belang om integraal te denken en vanuit het klimaatadaptatief denken aan te laten sluiten bij andere maatschappelijke opgaven. Op die manier kom je tot multifunctionele maatregelen waarmee je het draagvlak en de realisatiemogelijkheden vergroot.
Ter inspiratie zijn hiervoor de zogenaamde kanskaarten voor opgesteld. Denk hierbij aan: 1. het nemen van maatregelen in kader van klimaatadaptatie en de combinatie met het verkleinen van de CO2-footprint van bedrijven en het vergroten van de arbeidsproductiviteit door een aantrekkelijk werkmilieu (productieve bedrijventerreinenen werklocaties) 2. de transformatie van leegkomend vastgoed in dorpen en steden (aangename kernen/koele dorpen en steden) 3. het bestrijden van invasieve planten- en diersoorten (Robuuste bossen). 4. een nieuwe manier van landbouw bedrijven en het telen van nieuwe gewassen (Wateropnemende en -vasthoudende bodems) 5. het aantrekken van meer bezoekers in de regio (Waterrijke beken en bronnen) 6. natuurontwikkeling (Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren, kreken en sloten)
5
1
Inleiding
1.1 De urgentie van adaptatie De effecten van een veranderend klimaat komen in een sneller en heviger tempo op ons af dan vooraf gedacht. Deze veranderingen zorgen voor veel nieuwe uitdagingen, wereldwijd als ook in het werkgebied van Waterkring West en Waterpoort. De gevolgen van deze klimaatverandering voor de leefomgeving, natuur en economie zijn op zijn minst zorgwekkend. Hittestress, droogte en wateroverlast hebben een negatief effect op de gezondheid, concentratie en vitaliteit van mens en dier. En tevens op de conditie van het groen, oogsten, leefbaarheid, zorg en veiligheid. De beperking van de gevolgen van klimaatverandering kent twee strategieën. Respectievelijk zijn dit klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. In het geval van klimaatmitigatie, ook wel de energietransitie genoemd, wordt getracht het probleem bij de wortels aan te pakken. Zo worden er maatregelen getroffen die de omvang en of de snelheid van de verandering van het klimaat te beperken door vermindering van de emissie van broeikasgassen. Bij klimaatadaptatie worden er maatregelen getroffen om de ruimtelijke indeling zo aan te passen dat, mocht de mitigatiestrategie niet afdoende zijn, de gevolgen van klimaatverandering het hoofd geboden kunnen worden.
Bij de klimaatonderlegger ligt de focus dan ook op de (verwachte) risico’s van klimaatverandering en de kansen die er liggen om hier passende maatregelen tegen te treffen. De risico’s en kansen zijn vertaald vanuit een kader bestaande uit 4 centrale klimaatthema’s. Deze thema’s zijn conform het Deltaprogramma 2020 en zijn als volgt: droogte, hittestress, wateroverlast en waterveiligheid.
1.2 Waarom een klimaatonderlegger voor Waterkring West en Waterpoort? In het Deltaprogramma 2020 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt de ambitie uitgesproken voor een Nederland dat in 2050 geheel klimaatbestendig en water robuust is. Van lagere overheden wordt verwacht dat zij gezamenlijk met het Rijk werken aan het beperken van de schade van hittestress, droogte, wateroverlast en waterveiligheid. Naast van hogerhand opgelegde taak willen gemeenten inwoners en bedrijvigheid een klimaatbestendige leef- en werkomgeving bieden. Niets doen is geen optie, hittestress in het centrum, opbrengstderving in de agrarische sector en schade aan (vitale) infrastructuur zijn enkele voorbeelden van mogelijke gevolgen. De risico’s van non-interventie overschaduwen de kosten van interveniëren. Klimaatadaptatiemaatregelen zijn daarmee te beschouwen als een investering. Ze leveren een duurzaam veiligere, gezondere en bovenal een aangenamere en gelukkigere regio op. Om een klimaatstrategie te kunnen bepalen is, op initiatief van Waterpoort, gestart met een klimaatreis in deze regio. Met deze klimaatreis zijn de klimaatcondities van de regio verkent
6
en in relatie gebracht met regionale trends en ontwikkelingen. De klimaatcondities zijn bepaald aan de hand van data-analyses volgens de lagenbenadering en hebben zowel op gemeentelijke als regionale schaalniveau plaatsgevonden. De uitkomst van de analyse is vervolgens gevisualiseerd in lokale en regionale klimaatonderleggers. De klimaatonderleggers zijn de basis geweest voor de discussies met de verschillende stakeholders door middel van klimaatdialogen. De eerste regionale klimaatdialoog vond plaats op 22 september 2020. De uitkomsten van de dialogen zijn meegenomen in de aanpassingen van de klimaatonderleggers. Zoals eerder aangegeven kunnen klimaatadaptieve oplossingen niet uitsluitend op lokaal niveau plaatsvinden. Regionale klimaatkeuzes kunnen mede richting geven aan gemeentelijke beslissingen. De uitkomsten uit deze klimaatreis vormen het vertrekpunt voor verdere gesprekken met betrokken partijen over de klimaatcondities in de gemeenten en regio en de keuzes die daarbij horen. De primaire organisatie hiervan vindt plaats vanuit de Waterkring West. Daarbij wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht met andere (aangrenzende) samenwerkingsverbanden zoals de Baronie aan de Oostzijde en Waterpoort die een belangrijke kan leggen met de gemeenten Tholen en Goeree-Overflakkee.
7
1.3 De aanpak: verkennen, verlangen en verrijken Klimaatadaptief handelen houdt in dat ontwikkelgebieden (nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, herstructurering, herbestemming) direct klimaatadaptief worden opgepakt. De eerste stap die genomen is om tot een klimaatonderlegger te komen is het verkennen van de maatschappelijke milieu- ruimtelijke systemen en met welke opgaven rekening gehouden moet worden. Hiermee kunnen deelgebieden worden onderscheiden. Met behulp van de verkenning kunnen mogelijke oplossingsrichtingen geanalyseerd worden. Oplossingsrichtingen in het ontwikkelgebied zelf maar ook daarbuiten. Mogelijk wateroverlast kan opgelost worden in de wijk maar wellicht effectiever, goedkoper, meer passend bovenstrooms. Kortom vanuit de meerwaarde van een integrale gebiedsaanpak. In kleinere gebiedsprocessen zal vervolgens samen met betrokken partijen worden gekeken hoe het klimaatadaptief maken van dat gebied vormgegeven kan worden. Om in 2050 klimaatadaptief te zijn, zal er meer moeten gebeuren dan alleen in de ontwikkelgebieden. De klimaatonderlegger geeft inzicht daarin. Inzichten die betrokken kunnen worden in komende visies en uitvoeringsplannen van de gemeenten. Doordat de inzichten gedeeld zijn met partners kunnen ook zij in hun ontwikkelingen rekening houden met de effecten van klimaatverandering.
Klimaatadaptatie en bijbehorende kansen kunnen overheden niet alleen maar moeten samen met partners worden opgepakt. Hiermee wordt het verlangen van de stakeholders inzichtelijk gemaakt en kan er toegewerkt worden naar een gezamenlijke klimaatambitie en bijbehorende strategie. Door het in beeld brengen van mogelijke oplossingsrichting en koppelkansen is het verlangen verrijkt met inspirerende voorbeelden om te laten zien dat verlangen ook realiteit kan worden en de gezamenlijke ambitie niet het resultaat wordt van compromissen maar wordt vergroot door een gezamenlijke inspanning.
8
2 Verkennen: De regio en het klimaat De vier centrale klimaatthema’s, droogte; hittestress; wateroverlast en waterveiligheid, worden in deze paragraaf toegelicht, zowel in het algemeen als vanuit de specifieke context van de regio.. De gebruikte kaarten zijn opgebouwd met informatie uit vrij toegankelijke geodata zoals hoogte, bodem, water, groen, infra en bebouwing.
2.1 Droogte De laatste 3 jaren op rij zijn extreem droog (2018, 2019 en 2020). Het grondwaterpeil kan zich onvoldoende herstellen en de schadelijke gevolgen voor landbouw, natuur en infrastructuur nemen toe. Verdroging vormt voor de regio een grote uitdaging. Zowel op de hogere zandgronden (gelere gebieden op de klimaatonderlegger) als in het stedelijk gebied. En ook in het agrarische gebied, dat blauw kleurt vanwege de kans op wateroverlast, komt ook droogte voor. Op de hogere zandgronden en ook in stedelijk gebied is een van de uitdagingen het behouden van de biodiversiteit die in het geding komt vanwege toenemende verdroging. Dit vormt een risico voor de natuur in de zin dat bepaalde natuurtypen slecht gedijen onder hitte en droogte. Hitte- en droogtegevoelige flora en fauna zullen onder toenemende verdroging plaats maken voor flora en fauna die minder gevoelig zijn voor deze omstandigheden. Parken, bomenlanen en grasvelden verdrogen en verliezen hun verkoelend effect in de stad. De afname van de conditie van groen uit zich in takbreuk, vervroegd bladverlies, afname wortelstelsel,
9
vatbaarheid voor insecten en schimmels. Kortom een gestage ineenstorting van met name volwassen groenstructuren (eiken, beuken, essen, populieren, kastanjes, dennen, etc.). Voor de landbouw betekent verdroging een derving van de opbrengst. De effecten van droogtestress worden getoond aan de hand van de procentuele opbrengstderving van gras. Des te groter het verlies, des te groter het effect van droogte in dit gebied. Zo functioneert de opbrengstderving van gras als indicatie voor waar de verdroging het grootste effect zal hebben op de landbouw. Tot slot kan verdroging in bepaalde gebieden leiden tot bodemdaling. Doordat vocht uit de grond onttrokken wordt, zakt de grond ineen en daalt de bodem. Met name in de vochtige klei- en veengebieden vormt verdroging een significant risico op bodemdaling. Bodemdaling leidt tot schade aan bestaande infrastructuur en gebouwen (in de vorm van scheurvorming in gevels en wegen, oneffenheden in bestrating, funderingsproblemen, leidingbreuken). Tevens kan bodemdaling leiden tot meer wateroverlast. Dit lijkt tegenstrijdig met het feit dat verdroging de oorzaak is van deze daling, echter kan de neerslag per seizoen verschillen. Bijvoorbeeld: de bodem onder een wegdek daalt in de zomer. In het najaar valt er echter veel regen, dan zal dit wegdek blank komen te staan.
Dit gebeurde in de droogteperiode in Californië in 2015 waarbij wegen zakten tot onder het grondwaterpeil in het nattere seizoen (Rijkswaterstaat, 2018). Vooral in de overgangszone tussen hoger- en lagergelegen gedeelten en de daarbinnen liggende beekdalen zien we bodemdaling. Dit zijn van oudsher natte, leemachtige en humusrijke bodems. Door de droogte verteert humus en klinkt klei in. Verwacht wordt dat het verwachte verwarmende effect van klimaatverandering de bodemdaling met tien tot vijftien centimeter extra zal toenemen.
2.1 Hittestress De toenemende temperaturen leiden tot hittestress, een fenomeen dat zich voordoet bij uitzonderlijk warme perioden en lichamelijke klachten veroorzaakt bij mensen of dieren. Hittestress bij mensen leidt tot uitdrogingsverschijnselen als gevolg van overmatig transpireren en onvoldoende vochtinname. Naast een gevoel van onbehagen, slaapproblemen en verminderde arbeidsproductiviteit kan hittestress leiden tot extra sterfgevallen onder kwetsbare groepen. Hittestress binnenshuis of in bedrijfspanden wordt veelal bestreden door airco’s. Het toenemend aantal airco’s geeft ook weer warmte af aan de omgeving en vraagt veel elektriciteit. Onder invloed van de hitte wordt de luchtkwaliteit slechter door de vorming van meer ozon, stikstofoxide en fijnstof. (https://www.knmi.nl/overhet-knmi/nieuws/luchtkwaliteit-in-een-warmer-klimaat) Hittestress doet zich logischerwijs voor op plaatsen waar het erg warm kan worden. De gehele temperatuurstijging wordt versterkt door een warmtevasthoudende, versteende omgeving en gebrek aan ventilatie (luchtdoorstroming) in het bebouwde gebied. De verkoeling in de nacht wordt tenietgedaan doordat de versteende omgeving ’s-nachts de warmte afgeeft. Dit geldt ook voor het werkgebied van Waterkring West en Waterpoort, waarbij de verschillende dorpskernen en de steden in het bijzonder, aanzienlijk warmer zijn dan gebieden buiten de bebouwde kom
10
De verwachting is dat versnellende/ toenemende klimaatverandering de mate van hittestress zal doen toenemen. Stadscentra en op het bedrijventerrein worden lange periode van hittestress verwacht. Ook de kleine kernen gelegen op steeds droger wordende zandgronden laten een toename aan hittestress zien. De factoren op basis waarvan hittestressverwachtingen worden gemeten zijn de mate van groen en de mate van verstening in het gebied, de gemiddelde hoogte van gebouwen en de mate van luchtverontreiniging. Deze mate van verharding en verstening is bepalend voor de opname van warmte in het gebied. Gesteente houdt warmte vast, waardoor het overdag warmer wordt en het ’s-avonds minder hard afkoelt en zo de kans op, en de intensiteit van, hittestress doet toenemen. Andere factoren, tot slot, zijn de windsnelheid en de hoeveelheid blauw, of water, in een bepaald gebied. Zowel wind als water hebben een verkoelende werking en zijn in staat de intensiteit van hittestress ten dele te verlichten. De aanwezigheid van groen is van belang voor de verkoeling in het stedelijk gebied. Naast de schaduwwerking zorgt verdamping van water door planten ervoor dat de lucht koelt. Verticaal groen langs gevels en groen op daken zorgen ervoor dat bebouwing minder opwarmt, dus ook weer minder warmte afgeeft in de nacht.
Naast de mate van groen is de mate van verstening een belangrijke factor voor het bepalen van de mate van hittestress. Afhankelijk van grootte van de boom, de boomsoort en de locatie kan een boom een koelend effect hebben van 10 airco’s. Gezien deze indicatoren zijn de kans op hittestress en de intensiteit hiervan aanzienlijk groter in stedelijke gebieden in vergelijking met omliggende landelijke gebieden. Steden beschikken over het algemeen immers over relatief weinig groen, weinig blauw en lage windsnelheden. Daartegenover staat het, relatief hoge, gebouwhoogte gemiddelde en de hoge gebouwdichtheid. Steden worden gezien hun verhittende werking ook wel hitte-eilanden genoemd. Hittestress is nadelig voor de arbeidsproductiviteit, het gevoel van welbehagen en de gezondheid van mensen. Het feit dat hittestress in steden het meest voorkomt en intens is, is een ongelukkig gegeven. Hier is namelijk ook de impact van die hittestress het grootst. In steden werken en wonen dan ook veel mensen, mensen die allemaal worden gehinderd in hun werk en woongenot als gevolg van hittestress. Met name kwetsbare groepen, zoals ouderen, zijn gevoelig voor de nadelige effecten van hittestress. Nemen we het percentage 65-plussers in bepaalde gebieden in ogenschouw en leggen we die naast de hittekaarten, dan doet zich een zorgelijke constatering voor.
Stedelijke gebieden hebben een verhittende werking, het kan in warme perioden tot zo’n 1,5 graden warmer worden dan in niet-stedelijke gebieden. Hierdoor neemt de kans op hittestress en de intensiteit hiervan aanzienlijk toe. De steden kennen bovendien een relatief hoog aandeel oudere inwoners juist in die gebieden die een sterk verhittende werking kennen. Het hoge aandeel ouderen in gebieden met een hoog stedelijk hitte-eiland-effect is zorgelijk en het is verstandig om dit aspect op te nemen in de klimaatadaptatiestrategie. Er kunnen zo maatregelen worden getroffen die het verhittende effect doen afnemen.
11
2.2 Wateroverlast en waterveiligheid In de voorgaande paragrafen is gesproken over verdroging en hittestress. Thema’s waarbij het gebrek aan water een kenmerkend aspect is. Het lijkt dan wellicht tegenstrijdig dat het laatste type risico juist wordt gekenmerkt door een overschot hieraan. Hoe tegenstrijdig het op het eerste gezicht lijkt, met betrekking tot klimaatverandering zijn verdroging en hittestress enerzijds en wateroverlast en waterveiligheid anderzijds, sterk met elkaar verweven. Wateroverlast kent drie vormen (Deltaprogramma 2020): wateroverlast door kortdurende hevige neerslag; wateroverlast door langdurige neerslag en grondwateroverlast. De voor de regio specifieke situaties aangaande wateroverlast worden toegelicht aan de hand van deze drie vormen, alvorens in te gaan op de waterveiligheidsrisico’s. Wateroverlast door kortdurende hevige neerslag doet zich met name voor in de zomermaanden. De warmte van de zomer is destabiliserend voor de atmosfeer (KNMI, 2020) waardoor hevige (onweers-)buien kunnen ontstaan; oftewel veel neerslag in korte tijd. Door de intense neerslag ontstaat een overschot aan water. Afhankelijk van het infiltratie en afvoervermogen van de plaats waar de neerslag valt kan wateroverlast ontstaan. In de regio doet zich een risico voor in de verharde straten van stadscentra, bepaalde wijken daaromheen en de bedrijventerreinen.
(Hemel-)water op deze locaties wordt grotendeels afgevoerd via het riool. Wateroverlast ontstaat wanneer het riool niet langer in staat is om alle neerslag af te voeren. De afvoercapaciteit van het riool alleen voor de piekbuien verhogen, is relatief duur. Andere opties om water op te vangen en de afvoer te vertragen kunnen helpen. Wateroverlast door langdurige neerslag, in tegenstelling tot de kortdurende intense neerslag, doet zich veelal voor in de herfst- en wintermaanden en heeft de grootste impact op het buitengebied. (Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie, 2020). Het ene gebied loopt meer risico op wateroverlast dan het andere. Dit heeft wederom te maken met het infiltratievermogen van de bodem waar de neerslag zich voordoet. Het buitengebied wordt voor een aanzienlijk deel toegepast voor agrarische productie. Het gebruik van zware landbouwmachines vormt een risico op ondergrondverdichting. Dit speelt met name in beekdalen met een leemhoudende zandgrond. Door een hoge leemfractie is de bodem daar gevoeliger voor verdichting. Het gewicht van de machines drukt de bodem, van daarvoor gevoelige gronden, samen wat het infiltratievermogen schaadt. Tevens is de mate waarin wateroverlast leidt tot schade afhankelijk van de toepassing van het gebied. Weilanden zijn minder kwetsbaar voor de gevolgen van (langdurige) wateroverlast dan hoogwaardige teelt.
Grondwateroverlast is een gevolg van uittredend grondwater, oftewel kwel. Dit kan door korte of lange kwelstromen worden veroorzaakt. De korte kwelstromen leiden vaak tot de grootste overlast. Lange kwelstromen zijn continu van aard en zijn voorspelbaar. Daardoor zijn ze ook wat gemakkelijker om op te anticiperen. Er kan op hoofdlijnen gesteld worden dat de afname
12
van lange kwelstromen tot verdroging en de daaraan gerelateerde problemen leidt. Korte kwelstromen leiden vaak tot onverwachte overlast, omdat dit vaak ineens ergens ‘opborrelt’, bijvoorbeeld in lagergelegen gebieden. Hoogteverschillen en de bodemopbouw zorgen voor een wisselwerking tussen kwel en infiltratie. Het water van de hoger gelegen gebieden ten oosten en westen van het dal stroomt neerwaarts en komt zodoende terecht in het dal, bestaande uit een matig doorlatende bodem. De uittreding van het kwelwater trekt bepaalde mineralen vanuit de bodem met zich mee, wat de biodiversiteit kan bevorderen, afhankelijk van de kwelkwaliteit. Deze grondwateroverlast tezamen met de overlast van langdurige neerslag vormen een aanzienlijk risico voor zowel wonen, werken als voor de landbouw in de matig doorlatende delen in de regio. De belangrijkste waterveiligheidsaspecten zijn meegenomen in de beschrijving van de vormen van wateroverlast.
13
3. De regionale klimaatopgaven Verschillende gemeenten in de regio werken al jaren actief aan klimaatadaptatie. Denk aan de aanleg van tiny forests, de realisatie van stadoevers, waterdoorlatende verhardingen in woonwijken, de verduurzaming van bedrijventerreinen, meer vergroening van de binnensteden. Echter kan de doelstelling om in 2050 klimaatadaptief te zijn niet behaald worden door klimaatadaptieve maatregelen alleen op gemeentelijke schaal op te pakken. Met de klimaatonderlegger geven we focus aan de lange termijnopgave en verbinden we (bestaande) initiatieven met de grotere thema’s zoals die er voor de regio liggen. Met name het opsporen van koppelkansen en te vertalen naar integraal concrete opgaven vergt inspanning. Een inspanning die zichzelf terugverdient en uiteindelijk tot besparing in tijd, geld en andere middelen kan leiden. De opgaven in de regio kunnen geduid worden in een zestal van elkaar te onderscheiden ruimtelijk-klimatologische deelgebieden die elk zijn opgebouwd uit de karakteristieke klimaateenheden Deze eenheden zijn bepaald aan de hand van de analyse van de vier centrale klimaatthema’s: droogte; hittestress; wateroverlast en waterveiligheid. 1. Productieve bedrijventerreinen en werklocaties (Productiviteit); De regio kent grootschalige bedrijventerreinen, kantoor- en andere werklocaties.
Deze zijn functioneel ingericht gekenmerkt door verharde buitenruimte en grootschalig vastgoed. Enerzijds zorgt dit voor hittestress op zonnige dagen. Hittestress beïnvloedt de bedrijfsvoering en is nadelig voor de productiviteit van werknemers. Hittestress en droogte gaan hand in hand met potentieel gevaar voor grondverzakkingen en kabel- en leidingbreuken. Het watersysteem is gericht op afvoer uit het gebied. Anderzijds kan bij forse buien de neerslag moeilijk verwerkt worden met wateroverlast met schade tot gevolg. Klimaatadaptieve maatregelen door slim opvangen van hemelwater en vergroening van de werklocaties biedt kansen om de hittestress, droogte en wateroverlast tegen te gaan en te zorgen voor een prettiger werkklimaat. Dit komt de productiviteit van de bedrijven ten goede en kan schade voorkomen. Klimaatadaptatie biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodelen. Denk aan voedselproductie en opwekken van duurzame energie. Daarnaast bieden groene en waterrijke bedrijventerreinen ook kansen om de uitstoot van bedrijven te zuiveren en de lucht in de regio schoner te maken en de stedelijke biodiversiteit te vergroten. 2. Aangename kernen/koele dorpen en steden (Leefbaarheid); Klimaatverandering `beïnvloedt’ het woon- en leefklimaat. Klimaatadaptatie biedt kansen om de dorpen en steden leefbaar en aantrekkelijk te houden voor de inwoners en bezoekers.
Met name de stads- en dorpscentra zijn functioneel ingericht met relatief weinig groen en een watersysteem dat bedoeld is voor snelle afvoer van hemelwater. Door vergroening en meer waterberging wordt hittestress, droogte en wateroverlast voorkomen. Omdat de ruimte in deze gebieden schaars is, moet men zoeken naar compacte en multifunctionele oplossingen die bijvoorbeeld ook een bijdrage leveren aan het verbeteren van de verblijfs- en woonkwaliteit
14
3. Robuuste Bossen (groen); De regio is bekend om haar polders maar het evenwicht met de bossen en heide op de zandgronden is belangrijk voor een goed ecosysteem. Door de droogte van afgelopen jaren is de kwaliteit van de bossen achteruitgegaan. Terwijl bossen een belangrijk rol vervullen als het gaat om het vasthouden van hemelwater en het bieden van verkoeling. Niet alleen voor de flora en fauna is gebaat bij robuuste bossen en natuurgebieden, ook de samenleving in de vorm van recreatie en ontspanning. 4. Wateropnemende en -vasthoudende bodems (waterbergend vermogen); Droogte is voor natuur en landbouw een steeds groter probleem. De flora en fauna en dus ook de gewassen en veeteelt lijden hieronder. Er is behoefte om het waterbergend vermogen van de bodem te verbeteren. In droge perioden is zodoende langer vocht beschikbaar voor planten en bodemleven. In natte perioden kan een onverzadigde bodem meer water opnemen, wat overstromingen en wateroverlast tegengaat. Door ruimtelijke functies af te stemmen op het waterbergend vermogen van de bodem is wateroverlast te beperken, het natuurlijk (bodem)leven te bevorderen en verdroging van natuur tegen te gaan. Naast een opgave voor de landbouw, liggen er ook kansen.
Bijvoorbeeld een andere manier van grondbewerking en kiezen voor gewassen die beter omgaan met het veranderende klimaat en daarbij een bijdrage leveren aan het beter water opnemende en vasthoudende bodems. 5. Waterrijke beken en bronnen (oppervlaktewater bovenstrooms); In de strijd tegen droogte spelen beken, sloten en bronnen op de bovenstroomse zandgronden een belangrijke rol. De opgave in deze bovenstroomse gebieden is om het waterbergend vermogen van deze watergangen te vergroten. Niet alleen belangrijk in de buitengebieden, maar ook in het stedelijk gebied. Dit betekent o.a. meer ruimte geven voor het meanderen van beken zodat water langer wordt vastgehouden, zonder dat dit leidt tot wateroverlast. Integendeel, beken kunnen een rol gaan spelen in het voorkomen en oplossen van wateroverlast in het stedelijk gebied door middel van opvang en afvoer naar gebieden buiten de steden en dorpen waar een water te kort is. Waterrijke beken, sloten en bronnen bieden kansen voor natuurontwikkeling en verbetering van de biodiversiteit, het verbeteren van het woon- en leefklimaat, verbetering van de landbouw en stimulering van ontspanning en recreatie. 6.
Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren, kreken en sloten (oppervlaktewater benedenstrooms); Naast het goed gevuld houden van de waterstromen is de opgave benedenstrooms dat de verdeling van het water evenwichtig is. Het veranderende klimaat verstoort dit evenwicht. Door hierop in te spelen wordt droogte aan de ene kant voorkomen en wateroverlast tegengegaan (dynamisch waterbeheer). Uiteraard spelen rivieren hierin een belangrijke rol.. Rivieren zijn dusdanig gekanaliseerd dat waterafvoer de belangrijkste functie is geworden terwijl er kansen zijn om in en langs de rivieren water te bergen. Dit biedt ook kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Niet alleen belangrijk voor natuurontwikkeling en landbouw maar ook voor recreatie en ontspanning. Kortom het verbeteren van de kwaliteit van wonen en verblijven in de regio.
15
4. Regionale klimaatdialoog Om klimaatadaptatieve maatregelen te laten slagen is draagvlak van belang. Deze klimaatopgaven zijn besproken met diverse partijen in de regio. Vertegenwoordigers van bedrijven(terreinen), gezondheidszorg, waterschap Brabantse Delta, agrariërs, woningbouwverenigingen, duurzaamheidsorganisaties, omgevingsdienst, bewonersplatforms en van de veiligheidsregio waren aanwezig bij een regionale klimaatdialoog op 22 september 2020. Deze dialoog vond online plaats in verband met de maatregelen in kader van de Covid19 pandemie.
4.1 De doelen van de regionale klimaatdialoog De doelen van de regionale klimaatdialoog waren: 1. Bewustwording bij de regionale stakeholders dat de opgaven en oplossingsrichtingen van het vraagstuk van klimaatadaptie bovengemeentelijk en multidisciplinair zijn. Je hebt elkaar nodig, dit is niet uitsluitend een opgave van gemeenten en waterschappen. 2. Zoeken naar gemeenschappelijk belang (koppelkansen) in de top 6 aan gebiedsopgaven en oplossingsrichtingen; Waar liggen de prioriteiten? Wat kunnen we voor elkaar betekenen? 3. Gemotiveerd voelen om met andere stakeholders afspraken te maken voor vervolgaanpak van het vraagstuk als opmaat naar regionale klimaatstrategie en uitvoeringsprogramma: Na een plenaire presentatie zijn de deelnemers in thematafels uiteengegaan en de klimaatopgaven doorgesproken. Vragen zoals waar liggen koppelkansen? Wat kunnen we voor elkaar betekenen? Welke maatregelen zijn kansrijk? Zijn aanbod gekomen. De thematafels waren dus gebaseerd op de 6 hoofdopgaven. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Productieve bedrijventerreinen en werklocaties (productiviteit) Aangename kernen/koele dorpen en steden (Leefbaarheid); Robuuste Bossen (groen); Wateropnemende en -vasthoudende bodems (waterbergendvermogen); Waterrijke beken en bronnen (oppervlaktewater bovenstrooms); Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren en kreken (waterkwantiteit en kwaliteit);
Op basis van de uitkomsten uit deze eerste dialoog en de gebleken energie die bij partners zit om kansen te benutten gaan de gemeenten verder in gesprek.
16
4.2 Deelnemerslijst regionale klimaatdialoog Naam
Organisatie
Functie
Agtmaal
Gemeente Woensdrecht
Nicole
Alewijn
Gemeente Rucphen
wethouder Beleidsmedewerker Duurzaamheid & Klimaatadaptatie
Sjoerd
Altorf
Woonkwartier
stagiar
Wilma
Baartmans
Gemeente Steenbergen
Wethouder
Michel
Bakermans
Woonkwartier
adviseur duurzaamheid
Silvia
Bal
Waterpoort
bestuurder
Jeffrey
van
Wessel
de
Beer
Waterschap Brabantse Delta
Gebiedsadviseur
Ruud
van den
Boom
Woonkwartier
directeur-bestuurder
Adrie
Bossers
ZLTO
Bestuurslid Regio West Br.
Marty
Braat
Gemeente Moerdijk
Senior adviseur water en groen
Brenk
Waterschap Brabantse Delta
Aziz
Danjaoui
Gemeente Steenbergen
Gebiedsadviseur Beleidsmedewerker Riolering en Stedelijk Water
Annemieke
Doomen
Lsned / Bijenlandschap West-Brabant
projectleider
Joost
Eijkman
Evides Waterbedrijf
Hoofd Strategie
Joost
Frijters
Gemeente Moerdijk
Domeinregisseur
Albert
Goorden
Staatsbosbeheer
Maurits
van
Tim
den
Hartog
Provincie Noord-Brabant
Provinciaal Adviseur Beleidsmedewerker Waterkwaliteit (& beschikbaarheid)
Maarten
van der
Heide
Provincie Noord-Brabant
beleidsmedewerker klimaatadaptatie
Jochiem
Hendriksen
Waterkring West
programmasecretaris
Bas
Hoefeijzers
Gemeente Breda
adviseur klimaatadaptatie
Wout
Huijgens
Stichting Brabantse Wal
Secretaris
Wout
Huijgens
Stichting Brabantse Wal
Secretaris
Frederique
Jansen
Gemeente Moerdijk
Jasper
Maaskant
Gemeente Halderberge
Beleidsadviseur sr beleidsmedewerker water, riolering en klimaat
Ralph
Maes
Gemeente Woensdrecht
beleidsmedewerker water en riolering
Willeke
Michel
Ggd West-Brabant
Beleidsadviseur
Carla
Michielsen
ZLTO
Sjef
Oerlemans
Gemeente Roosendaal
Regionaal belangenbehartiger Beleidsadviseur Ruimtelijke Ontwikkelingen
Irene
Poortinga
Zelfstandige
adviseur klimaatadaptatie
Yvonne
Postma-Cornelissen
Veiligheidsregio Midden- En West-Brabant
Strategisch adviseur
Inge
Raaijmakers
Gemeente Roosendaal
wethouder
Natasja
Rijsdijk
Waterschap Brabantse Delta
Gebiedsadviseur
Sande
Gemeente Bergen Op Zoom
adviseur water
Hans
Schep
Brabants Landschap
districtsbeheerder
Corina
Segeren
Gemeente Moerdijk
projectleider
Huub
Sens
Gemeente Moerdijk
projectleider
Luc
Sijstermans
Gijs
Spruijt
Gemeente Bergen Op Zoom
Manager Proces&Milieu beleidmedewerker stedelijk water en riolering
Frans
Swinkels
BMF
beleidsmedewerker n+l
Rene
van de
17
Naam
Organisatie
Functie
Velden
Gemeente Bergen Op Zoom
Wethouder
Hans Peter
Verroen
Waterschap Brabantse Delta
Bestuurder
Frank
Verwijmeren
Brabant Water
Accountmanager Overheid
Pieter
Wierckx
Parkmanagment Majoppeveld
Thijs
Witjes
Provincie Noord-Brabant
Parkmanager Creatieve Verbinder Waterpoort & Klimaatadaptatie
Mirella
Zuidgeest
Waterschap Brabantse Delta
Community Manager Klimaatadaptatie
Patrick
van der
18
4.3 Op weg naar een gewenste situatie
De klimaatonderlegger geeft inzicht in de klimaatopgaven, -kansen en -uitdagingen. Deze kunnen betrokken worden in komende visies en uitvoeringsplannen van de gemeenten. Doordat de klimaatonderlegger gedeeld wordt met partners kunnen ook zij in hun ontwikkelingen rekening houden met de effecten van klimaatverandering. Uit de gemeentelijke en regionale dialogen blijkt dat partners zeer welwillend zijn om verder mee te werken. Het liefst in de vorm van een kleinere gebiedstafel op het moment dat herinrichting aan de orde is of in het oplossen van de concrete knelpunten. Tevens hebben diverse partners aangegeven dat zij, als zij met herinrichten van hun gebied aan de slag gaan, de koppeling met klimaatadaptatie willen maken en tijdig de gemeente gaan opzoeken. Het verlangen is aangewakkerd.
19
5. Verrijken: kansenkaarten Gekozen is om bij de klimaatonderlegger kanskaarten te voegen. Op een kanskaart staan mogelijke oplossingsrichtingen en koppelkansen met andere opgave. Deze de verbeeldingsslag is een eerste stap naar operationalisering van klimaatadaptieve maatregelen. Een kanskaart is gebaseerd op bewezen kennis, ervaring en techniek. Elke Kanskaart is dus kansrijk. Elke kanskaart kan in potentie helpen om ambities te realiseren. Een Kanskaart kan helpen om de lat qua ambitie te verhogen of tenminste aanleiding zijn om een heroverweging te maken. Zo helpen kanskaarten draagvlak ontwikkelen om standaardbenaderingen stap voor stap los te laten en om te zetten in mogelijke duurzame en zelf innovatieve alternatieven. Maar niet elke Kanskaart zal op dit moment zondermeer wenselijk of haalbaar zijn. Daarvoor is transdisciplinaire/interdisciplinaire samenwerking nodig. Dat begint met verleiden en verbeelden.
20
Kanskaarten
Klimaat is een sociale opgave
Gelaagde klimaat-sociale benadering Klimaat is een sociale opgave opgebouwd uit de volgende lagen: • Maatschappelijk • Bestuurlijk en beleidsmatig • Ruimtelijk : • • • • •
Bodem Water Groen Infra en bebouwing Atmosfeer
Bodem
Water
Groen
Infra en bebouwing
Atmosfeer
Productieve bedrijventerreinen en werklocaties
Bergen op Zoom
Dinteloord
Klundert, Moerdijk, LPM
Majoppeveld-Boschwerf
Steenbergen
Woensdrecht
Putte
Productieve bedrijventerreinen en werklocaties
Productieve bedrijven terreinen binnen buiten klimaat
Productieve bedrijven terreinen nieuwe teelten
Montreal rooftop farming
Aangename kernen
Dinteloord- Stampersgat
Fijnaart
Steenbergen
Klundert
Oudgastel en Ouden Bosch
Zevenbergen
Roosendaal Bergen op Zoom
Woensdrecht
Putte
Aangename kernen groene hoven en straten
Aangename kernen robuust veilig en groen
Aangename kernen robuust veilig en groen
Robuuste bossen
Brabantse Wal
De Heiberg
Robuuste bossen
Wateropnemende en vasthoudende kleigronden
Wateropnemende en vasthoudende kleigronden
Water opnemende en vasthoudende zandgronden
Wateropnemende en vasthoudende zandgronden
Waterrijke beken en bronnen
Water opnemende en vasthoudende zandgronden
Waterrijke beken en bronnen
Waterrijke beken en bronnen
Waterrijke beken en bronnen
Water
Wateropvang, verdeling en zuivering langs rivieren en kreken
Wateropvang, verdeling en zuivering langs rivieren en kreken
Water