CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 3 Nader onderzoek gierzwaluw, huismus en vleermuis

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Ongewijzigde vaststelling bestemmingsplan Schansdijk 3A Zevenbergen3.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek huismus, gierzwaluw en vleermuizen Schansdijk 3a te Zevenbergen (2101/197/LB-01, versie 1)

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

Aanvullend onderzoek huismus, gierzwaluw en vleermuizen

in opdracht van Burgland Real Estate B.V. T.a.v. de heer IJ. Alberts ’t Vaartland 2821 LH STOLWIJK betreffende locatie Schansdijk 3a Zevenbergen (gemeente Moerdijk) documentkenmerk 2101/197/LB-01 versie 1 vestiging Nuenen datum 22 oktober 2021

opgesteld door: B. Bergkamp MSc

gecontroleerd door: N. Hermans BSc

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

Inhoudsopgave pagina 1 Inleiding

1

2 Onderzoeksgebied

2

3 Huismussen

3

3.1 Onderzoeksinspanning

3

3.2 Resultaten

3

3.3 Conclusie

4

4 Gierzwaluwen

5

4.1 Onderzoeksinspanning

5

4.2 Resultaten

5

4.3 Conclusie

6

5 Vleermuizen

7

5.1 Onderzoeksinspanning

7

5.2 Resultaten

8

5.3 Conclusie

9

6 Conclusies

11

6.1 Zorgplicht

11

6.2 Eindconclusie

12

7 Literatuurlijst

13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

1 Inleiding Uit de eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna (documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0 d.d. 13 januari 2021) is gebleken dat de bebouwing op locatie aan de Schansdijk 3a te Zevenbergen geschikt is als vaste verblijfplaats voor de vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Omdat het plan is om de ter plaatse aanwezige bebouwing te amoveren, worden mogelijk vaste rust- en of verblijfplaatsen aangetast of tijdelijk ongeschikt. Om deze reden is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar bovengenoemde soortgroepen in de daarvoor geschikte onderzoeksperiodes en conform vleermuisprotocol 2021, soortinventarisatieprotocollen 2017 en de beschikbare kennisdocumenten van BIJ12. Door het hanteren van het vleermuizenprotocol, soortinventarisatieprotocollen, kennisdocumenten en overig goedgekeurde inventarisatiemethodes kan bij een eventuele zienswijze worden aangetoond dat de noodzakelijke onderzoeksinspanning is verricht. Desondanks kan het voorkomen dat verblijfplaatsen van exemplaren niet zijn waargenomen tijdens de verschillende onderzoeken. Er blijft simpelweg sprake van momentopnamen.

pagina 1 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

2 Onderzoeksgebied In opdracht van Burgland Real Estate B.V. is een aanvullend onderzoek naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen uitgevoerd voor de locatie Schansdijk 3a te Zevenbergen. Het voornemen bestaat om circa 36 nieuwbouwappartementen verdeeld over een tweetal gebouwen te realiseren. Hierbij worden het ter plaatse aanwezige horeca-gebouw en de bijbehorende woning geamoveerd. Het plangebied betreft de kadastrale percelen van de gemeente Zevenbergen, sectie L, nummers 1259, 3942, 6828 en 6831 en heeft een oppervlakte van circa 3842 m2. Het onderzoeksgebied is in de huidige situatie in gebruik als restaurant en woonhuis. In figuur 1 is een situatietekening van het plan- en onderzoeksgebied opgenomen.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (rood omlijnd) en onderzoeksgebied (blauw omlijnd) (bron: PDOK OpenTopo achtergrondkaart, 2016).

pagina 2 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

3 Huismussen Huismussen (Passer domesticus) zijn vogels met een vaste verblijfplaats en worden jaarrond beschermd conform de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. De leefomgeving van de huismus bestaat uit een vaste verblijfplaats/voortplantingsplaats, foerageergebied met voldoende voedsel en veiligheid. De te slopen bebouwing binnen het onderzoeksgebied is geschikt als vaste verblijfplaats voor huismussen. Om deze reden dient de mogelijke functie van het onderzoeksgebied voor deze soort nader onderzocht te worden. Het aanvullende onderzoek naar de huismus is uitgevoerd conform het kennisdocument van de huismus van BIJ12 (2017) en het soortinventarisatieprotocol van Netwerk Groene Bureaus (2017).

3.1 Onderzoeksinspanning Het aanvullend huismusonderzoek is uitgevoerd met drie veldbezoeken in de periode van 1 april tot en met 15 mei. De veldbezoeken dienen te worden uitgevoerd met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. De huismusinventarisaties zijn uitgevoerd op de dagen 30 april 7 mei en 14 mei 2021. Hierbij is gelet op nestindicatief gedrag (nestbouw, transport van voedsel, bedelende jongen), zingende mannetjes, baltsgedrag en aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats. Dit onderzoek is overdag op een geschikt moment door één ecoloog uitgevoerd in de periode van twee uur na zonsopkomst tot twee uur voor zonsondergang. In tabel 1 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. Tabel 1: gegevens veldbezoeken huismussenonderzoek. datum

temperatuur

windkracht

starttijd

eindtijd

(°C)

(Bft)

(uur)

(uur)

Aantal uren

30-04-2021**

12

1-2

10:30

11:50

1 uur en 20 min

07-05-2021*

8

2

10:00

11:45

1 uur 45 min

14-05-2021*

7,5

1

08:00

10:00

2 uur

*tijdens de veldbezoeken was het droog **tijdens het veldbezoek viel regen

3.2 Resultaten Tijdens de veldbezoeken zijn geen huismussen waargenomen binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Tevens zijn er ook geen verblijfplaatsen van de huismus aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Tijdens het eerste veldbezoek op 30 april 2021 zijn geen huismussen gehoord of gezien in en nabij het plangebied. Gedurende een groot deel van het veldbezoek heeft het geregend, hierdoor is er maar 20 min geobserveerd en is later een extra veldbezoek toegevoegd. Wel zijn gedurende het bezoek een tjifjtaf, een houtduif, een merel, twee grauwe ganzen, een lepelaar, vier mantelmeeuwen, twee kauwen, een ekster, vier huiszwaluwen en een scholekster gezien. Ook tijdens het tweede veldbezoek zijn geen huismussen in en nabij het plangebied gehoord of gezien. Wel vlogen er 14 gierzwaluwen ten westen van het plangebied aan de andere kant van de N285 en zijn er drie kauwen, een koolmees, een roodborst, een zwartkop, een tjiftjaf, een ekster en twee turkse tortelduiven in het plangebied gezien.

pagina 3 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

Tijdens het derde veldbezoek zijn wederom geen huismussen in en nabij het plangebied waargenomen. Wel zijn in de wijk (Torenveld) ten westen van het plangebied, aan de andere kant van de N285, verschillende nest indicatieve waarnemingen van huismus gedaan (Nassauplein 1, rode kruisstraat 25 en 29, zeestraat 52 en 54, Willem III straat 3, rode kruisstraat 25). Daarnaast zijn in deze wijk daar ook invliegende huiszwaluwen en laagvliegende gierzwaluwen waargenomen. In het plangebied zijn verder waargenomen: een tjiftjaf, twee winterkoninkjes, een gaai, een pimpelmees, twee vinken, een roodborst, vijf kauwen, drie houtduiven, een ekster, een merel en een koolmees.

3.3 Conclusie Binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van huismussen aangetroffen. Wel zijn vaste verblijfplaatsen van huismussen in de wijk, Torenveld, ten westen van het plangebied aanwezig. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen vanwege de tussenliggende N-weg en het ontbreken van functioneel leefgebied voor de huismus binnen het plangebied. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 6 omschreven werkwijze.

pagina 4 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

4 Gierzwaluwen Gierzwaluwen (Apus apus) zijn net als huismussen vogels met een vaste verblijfplaats en ook jaarrond beschermd conform de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. De leefomgeving van de gierzwaluw bestaat vooral uit een vaste verblijf- c.q. voortplantingsplaats. Deze vogelsoort brengt namelijk het overgrote deel van zijn leven door in de lucht. Enkel voor het broeden komt deze vogel naar het aardoppervlak. De bebouwing binnen het plangebied is geschikt bevonden als gierzwaluw verblijfplaats. Om deze reden dient de mogelijke functie van het onderzoeksgebied voor deze soort nader onderzocht te worden.

4.1 Onderzoeksinspanning Voor het aanvullend gierzwaluwonderzoek zijn drie veldbezoeken uitgevoerd in de periode van 15 mei tot en met 15 juli, waarvan minimaal één inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli. De gierzwaluwinventarisaties zijn uitgevoerd op 1 juni, 2 juli en 15 juli 2021. Hierbij is gelet op laagvliegende, luidruchtige dieren, die vluchten maken op dakgoot-, nok- c.q. huishoogte en op het bezoek aan een waarschijnlijke nestplaats door invliegende gierzwaluwen. Dit onderzoek is uitgevoerd door één ecoloog tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang. In tabel 2 op de volgende pagina is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. Tabel 2: gegevens veldbezoeken gierzwaluwonderzoek. datum

temperatuur

windkracht

starttijd

eindtijd

(°C)

(Bft)

(uur)

(uur)

Aantal uren

01-06-2021*

23

1-2

19:45

21:50

2

02-07-2021*

18

2

20:00

22:00

2

15-07-2021*

15

2-3

19:55

21:55

2

* tijdens de veldbezoeken was het droog

4.2 Resultaten Tijdens de veldbezoeken zijn meerdere gierzwaluwen overvliegend en foeragerend boven het onderzoeksgebied waargenomen. Echter zijn geen verblijfplaatsen van gierzwaluwen in de bebouwing binnen het onderzoeksgebied aangetroffen. Tijdens het eerste veldbezoek op 1 juni 2021 zijn geen invliegende gierzwaluwen in het plangebied waargenomen. Wel zijn er hoogvliegende, foeragerende gierzwaluwen boven het plangebied waargenomen. Ten westen van het plangebied zijn wel laagvliegende gierzwaluwen aanwezig. Er zijn ook een overvliegende boerenzwaluw en enkele overvliegende huiszwaluwen gezien. Tevens zijn twee Turkse tortels, drie merels, twaalf mantelmeeuwen, een roodborst, drie houtduiven, drie kauwen en twee zilvermeeuwen het plangebied gedurende het bezoek waargenomen. Ook tijdens het veldbezoek op 2 juli 2021 zijn geen invliegende gierzwaluwen binnen het plangebied waargenomen. Er was weinig activiteit van gierzwaluwen binnen het plangebied. Wel waren er grotere aantallen, van maximaal 10 dieren tegelijk, aanwezig hoog boven de woonwijk ten westen van het plangebied. Deze vlogen ook af en toe in kleine groepjes van 4 laag en gierend door de wijk. Daarnaast zijn tijdens het veldbezoek twee Turkse tortelduiven, drie eksters, twee

pagina 5 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

houtduiven, negen mantelmeeuwen, vier merels, drie zilvermeeuwen, een holenduif negen kolganzen, een aalscholver en een scholekster gezien. Gedurende het laatste veldbezoek op 15 juli 2021 zijn wederom geen invliegende gierzwaluwen gezien. Een enkele keer is een laagvliegende gierzwaluw bij het plangebied waargenomen, maar deze leek geen binding met het gebouw binnen het plangebied te hebben. Regelmatig waren er foeragerende en hoog overvliegende gierzwaluwen nabij het plangebied aanwezig. Weer zijn er met name boven de woonwijk ten westen van het plangebied grotere groepen, van ongeveer 7 gierzwaluwen, gierend waargenomen. Daarnaast zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten in en nabij het plangebied gezien: drie houtduiven, één roodborst, één visdief, drie zilvermeeuwen, één lepelaar, tien mantelmeeuwen, één ekster, één tjiftjaf, twee merels en één zwartkop.

4.3 Conclusie Binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van gierzwaluwen aangetroffen. Wel zijn mogelijke vaste verblijfplaatsen van gierzwaluwen in de aanliggende woonwijk, Torenveld, aanwezig. Dit vormt gezien de afstand en de tussenliggende N-weg echter geen belemmering voor het planvoornemen. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 6 omschreven werkwijze.

pagina 6 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

5 Vleermuizen Vleermuizen maken op verschillende manieren gebruik van hun leefgebied. In verschillende periodes maken ze gebruik van kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, winterverblijfplaatsen en foerageergebied. Tevens maken ze gebruik van vliegroutes. Uit de quickscan is gebleken dat de in het plangebied aanwezige bebouwing en bomen geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. De functie van de bebouwing en boomholten voor vleermuizen is aan de hand van het aanvullend onderzoek onderzocht. Het aanvullend onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd op basis van het Vleermuizenprotocol 2021, dat is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus (NGB), de Zoogdiervereniging, Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Tevens zijn de onderzoeksmethodes zoals beschreven in de kennisdocumenten van BIJ12 gehanteerd.

5.1 Onderzoeksinspanning Het aanvullend vleermuisonderzoek is uitgevoerd in het onderzoeksgebied met vijf veldbezoeken, waarvan drie bezoeken in de periode 15 mei tot en met 15 juli en twee bezoeken in de periode 15 augustus tot en met 1 oktober zijn uitgevoerd (zie figuur 2). De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd op de dagen 1 juni, 16 juni, 2 juli, 23 augustus en 13 september 2021. Hierbij is in de avond, nacht en/of ochtend door drie ecologen gepost bij de te rooien beplanting en te slopen bebouwing. Tijdens de bezoeken werd gelet op uit- of invliegende vleermuizen, zwermende vleermuizen en individuen die sociale geluiden maken. Met behulp van batdetectoren en batloggers zijn de verschillende soorten waargenomen vleermuizen gedetermineerd. De avondbezoeken zijn uitgevoerd tussen zonsondergang tot 2,5 uur hierna. Het ochtendbezoek is uitgevoerd tussen 3 uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst.

Figuur 2: huidige situatie plangebied (rood omlijnd), onderzoeksgebied (blauw omlijnd) en boom met geschikte holte (groene stip) (bron: PDOK OpenTopo achtergrondkaart, 2016).

pagina 7 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

In onderstaande tabel 3 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de starten eindtijden per veldbezoek. Tabel 3: gegevens veldbezoeken vleermuizenonderzoek. datum

temperatuur

windkracht

starttijd

eindtijd

(°C)

(Bft)

(uur)

(uur)

Aantal uren

Type onderzoek

01-06-2021*

21

2

21:55

00:20

2 uur 25 min

zomer/kraam

16-06-2021*

16

1

02:15

05:20

3 uur 5 min

zomer/kraam

02-07-2021*

18

1-2

22:00

00:30

2 uur 30 min

zomer/kraam

23-08-2021*

16

2

21:10

23:10

2 uur

paar

13-09-2021*

20

1

20:00

22:30

2 uur 30 min

paar

*tijdens de veldbezoeken was het droog

5.2 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde aanvullende onderzoek. Kraam- en zomerverblijfplaatsen Tijdens het eerste veldbezoek op 1 juni 2021 is activiteit van twee gewone dwergvleermuizen rondom de schoorsteen van de bebouwing binnen het plangebied waargenomen. Regelmatig zijn foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen aan de zuidkant van het plangebied. Ook is een ruige dwergvleermuis gehoord. Er zijn tijdens dit veldbezoek geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Tijdens het veldbezoek op 16 juni 2021 zijn geen invliegende vleermuizen waargenomen. Sporadisch zijn overvliegende en foeragerende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers gehoord. Met name rond de bomen aan de zuidoostkant wordt gefoerageerd. De bebouwing lijkt als geleiding te worden gebruikt. Twee keer is een ruige dwergvleermuis gehoord. Tijdens het derde veldbezoek op 2 juli 2021 zijn geen uitvliegende vleermuizen waargenomen. Het was deze avond zeer rustig met weinig actieve vleermuizen in en rondom het plangebied. Er zijn slechts enkele gewone dwergvleermuizen gedurende de avond gehoord. Deze vlogen veelal langs aan de zuid- en oostzijde van het plangebied. Een enkele keer is er een foeragerend individu waargenomen. Paarverblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek op 23 augustus 2021 zijn geen paarverblijven aangetroffen.

Er zijn gedurende de avond verschillende gewone dwergvleermuizen rondom het gebouw langsvliegend waargenomen. Één gewone dwergvleermuis was langere tijd (21:10 - 21:36) foeragerend door de gehele tuin aan de zuidkant van het plangebied aanwezig. Éénmalig zijn twee dicht achter elkaar vliegende vleermuizen waargenomen om 21:28, ook aan de zuidzijde langs het gebouw af. Er zijn gedurende de hele avond geen sociale geluiden gehoord. Tijdens het veldbezoek op 13 september 2021 zijn geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen. Ook is er geen duidelijk baltsgedrag waargenomen. Er zijn wel geregeld overvliegende en foeragerende gewone dwergvleermuizen met sociale geluiden waargenomen. Vaak waren de gewone dwergvleermuizen aan het foerageren in de tuin ten zuiden van de bebouwing. De vleermuizen vlogen vaak via de tuin en bomen ten zuiden van het plangebied richting de volkstuinen in het noordoosten buiten het plangebied.

pagina 8 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

Tabel 2: overzicht van waargenomen verblijfplaatsen en vleermuizen binnen het onderzoekgebied. datum 01-06-2021

soorten en aantallen

verblijfplaatsen

gewone dwergvleermuizen en

gedrag van vleermuizen geen

één ruige dwergvleermuis

foeragerend, overvliegend nabij gevel vliegend en aantikkend

16-06-2021

gewone dwergvleermuizen,

geen

foeragerend en overvliegend

geen

overvliegend, een enkele

geen

foeragerend en overvliegend

geen

foeragerend en overvliegend

laatvliegers en twee ruige dwergvleermuizen 02-07-2021

enkele gewone dwergvleermuizen

23-08-2021

enkele gewone

13-09-2021

gewone dwergvleermuizen

foeragerend

dwergvleermuizen

Foerageergebied Gedurende de veldbezoeken zijn maximaal 2 gewone dwergvleermuizen tegelijkertijd foeragerend waargenomen. De vleermuizen foerageerde met name aan de zuid- en oostkant van het plangebied rond de bomen en de aangrenzende groenstructuur (zie figuur 3). Ook zuidwestelijk van het plangebied was af en toe een foeragerende vleermuis aanwezig. Vliegroutes Binnen het onderzoeksgebied zijn geen significante vliegroutes waargenomen. Tijdens de onderzoeken zijn meerdere vleermuizen voorbij gevlogen. De dieren vlogen echter in verschillende richtingen door het plangebied. Geregeld vlogen ze in beide richtingen (oost-west) over het parkeerterrein en zuidelijk parallel aan de schansdijk langs de bomen en boven de tuin (zie figuur 3).

Figuur 3: het plangebied (rood omlijnd) met daarin de te onderzoeken bebouwing (donkerblauw omlijnd) en boom (groene stip). daarbij aangegeven de locaties van aantikkende vleermuizen (lichtblauw), foeragerende vleermuizen (geel) en vliegactiviteit (paars).

pagina 9 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

5.3 Conclusie Binnen het onderzoeksgebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Het plangebied wordt geregeld gebruikt als foerageergebied. Echter, gezien de aanwezige groenstructuren ten zuiden en oosten in de nabije omgeving van het plangebied wordt er verwacht dat het plangebied geen essentieel foerageergebied betreft. Tevens zijn er geen significante vliegroutes aangetroffen binnen het onderzoeks- en plangebied. Er zijn daarom geen verdere verplichtingen omtrent de Wnb ten aanzien van vleermuizen. Bij de voorgenomen werkzaamheden wordt verwezen naar de in hoofdstuk 6 omschreven werkwijze.

pagina 10 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

6 Conclusies Binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen of vleermuizen aangetroffen. Wel zijn vaste verblijfplaatsen van huismussen en gierzwaluwen in de wijk (Torenveld) ten westen van het plangebied aanwezig. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het onderzoeksgebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten c.q. soortgroepen. Binnen het onderzoeksgebied wordt wel gefoerageerd door de gewone dwergvleermuis en sporadisch door de laatvlieger en gierzwaluw. Het betreft echter geen essentieel foerageergebied, omdat er verschillende groenstructuren zuidelijk en oostelijk, nabij het plangebied aanwezig (bijvoorbeeld de volkstuinen). Gezien het voorstaande zullen de voorgenomen plannen geen nadelige effecten hebben op de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Anders dan de algemene zorgplicht bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen verplichtingen ten aanzien van deze soorten en soortgroepen.

6.1 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van betreffende niet-beschermde soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

Indien broedende vogels in de directe omgeving van het onderzoeksgebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.

pagina 11 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken, dit onder begeleiding van een bevoegd ecoloog.

6.2 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen en/of essentieel foerageergebied van huismussen aangetroffen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort;

•

binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van gierzwaluwen aangetroffen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort;

•

binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en/of essentiële vliegroutes van vleermuizen aangetroffen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep;

•

de omschreven werkwijzen met betrekking tot de zorgplicht dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk;

•

de aanbevelingen in de quickscan flora en fauna dienen nageleefd te worden.

pagina 12 van 13

documentkenmerk: 2101/197/LB-01, versie 1

7 Literatuurlijst BIJ12 (2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) BIJ12 (2017) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) BIJ12 (2017) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020) Vleermuisprotocol 2020, maart 2021.

pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=aa666e04-c2ec-4877-b917-7df1073fa62a