CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 2 Quickscan flora & fauna

Raadsvergadering 14 maart 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Ongewijzigde vaststelling bestemmingsplan Schansdijk 3A Zevenbergen5.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Schansdijk 3a te Zevenbergen (2010/267/JOW-02, versie 0)

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Quickscan flora en fauna

in opdracht van Burgland Real Estate B.V. T.a.v. de heer IJ. Alberts ’t Vaartland 10 2821 LH STOLWIJK betreffende locatie Schansdijk 3a Zevenbergen (gemeente Moerdijk) documentkenmerk 2010/267/JOW-02 versie 0 vestiging Nuenen datum 13 januari 2021

opgesteld door: ing. L. Bouwmans

gecontroleerd door: ir. R.A.C. van de Voort

Projectleider ecologie

Senior projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Bronnenonderzoek

3

2.1

Gebieden

3

2.2

Soorten

5

3

Veldbezoek

7

4

Resultaten

8

4.1

Flora

8

4.2

Vogels

8

4.3

Grondgebonden zoogdieren

9

4.4

Vleermuizen

10

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

11

4.6

Ongewervelden/ overige soorten

11

5

Conclusies

12

5.1

Beschermde gebieden

12

5.2

Soorten

12

5.3

Zorgplicht

13

5.4

Eindconclusie

14

5.5

Advies

14

6

Literatuurlijst

15

Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.

situatietekening plangebied

2

2.

fotobijlage veldbezoek van 11 december 2020

20

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

1 Inleiding In opdracht van Burgland Real Estate B.V. is een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie Schansdijk 3a te Zevenbergen. Het voornemen bestaat om circa 36 nieuwbouwappartementen verdeeld over een tweetal gebouwen te realiseren. Hierbij worden het ter plaatse aanwezige horeca-gebouw en de bijbehorende woning geamoveerd. Het plangebied betreft de kadastrale percelen van de gemeente Zevenbergen, sectie L, nummers 1259, 3942, 6828 en 6831en heeft een oppervlakte van circa 3842 m2. Het onderzoeksgebied is in de huidige situatie in gebruik als restaurant en woonhuis.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: www.perceelloep.nl)

Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen.

pagina 1 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied net buiten de bebouwde kom van Zevenbergen is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)

pagina 2 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. Het Natura 2000-gebied is met de rood gestreepte kleuren aangeduid. Naast de Natura 2000-gebieden is tevens het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) onderdeel van de Nederlandse natuur, in de provincie Noord-Brabant ook wel Natuurnetwerk Brabant (verder: NNB) genoemd. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.

Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)

pagina 3 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 5,1 kilometer ten noorden van het plangebied gelegen en betreft het “Hollands Diep”. Het Hollands Diep is een voormalig estuarium dat deel uitmaakt van de delta van Rijn en Maas, die respectievelijk via de Boven-Merwede en de Amer hun water afvoeren naar het Hollands Diep. Het laatste traject naar de zee wordt gevormd door het Haringvliet, dat in november 1970 zijn open verbinding met de zee verloor door sluiting van de Haringvlietdam. Het peil op het Hollands Diep wordt beïnvloed door de Haringvlietsluizen en de bovenstroomse stuwen. Na afsluiting van het Haringvliet is het Hollands Diep snel zoet geworden. Midden in het Hollands Diep ligt een baggerspeciedepot met bosschages. Het gedeelte van het gebied dat onder de Habitatrichtlijn is aangewezen, betreft een aantal platen en gorzen op de noordoever van het Hollands Diep. De Esscheplaat, Zeehondenplaat en Sasseplaat bestaan voor het grootste deel uit getijdengrienden en vloedbossen (doorgeschoten grienden), die in het verleden onder invloed stonden van het getij. De Oosterse slobbengorzen zijn voormalige slikken en platen, riet- en grasgorzen en grienden. De Hoogezandsche Gorzen zijn buitendijkse grasgorzen.

De doelsoorten in het Natura 2000-gebied het “Hollands Diep” betreffen onder andere broedvogels zoals de lepelaar en kluut. Ook andere soorten, zoals de zeeprik, rivierprik, bever en smient zijn opgenomen als doelsoort. Daarnaast zijn de habitattypen die in het gebied voorkomen zoals slikkige rivieroevers en vochtige alluviale bossen onderdeel van de instandhoudingsdoelstellingen. In figuur 4, op de volgende pagina, overgenomen uit de kaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNB is op een afstand van circa 115 meter ten oosten van het plangebied gelegen.

pagina 4 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Figuur 4:

kaart NNB. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op relatief korte afstand van het dichtstbijzijnde NNB-gebied gelegen. Tussen het plangebied en het NNB-gebied is echter een volkstuinencomplex en een industriële kade gelegen. Tevens betreft het een beperkte ingreep (sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van circa 36 nieuwbouwappartementen). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is op circa 5,1 kilometer gelegen (bij Natura 2000gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Gezien deze relatief korte afstand kan een negatief effect met betrekking tot stikstofdepositie niet op voorhand worden uitgesloten. Hierdoor is een stikstofdepositieberekening noodzakelijk.

2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas. In werkatlassen wordt het voorkomen van soorten doorgaans per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer.

pagina 5 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:100 / Y:407. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2021 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, woelrat, ree, bever, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, veldmuis, bunzing, rosse woelmuis, meervleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, gewone zeehond, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, bruine rat, mol en vos. Uit de gegevens van de NDFF en Ravon blijkt dat in de periode 2000-2021 de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, kleine watersalamander, bastaardkikker en bruine kikker.

pagina 6 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

3 Veldbezoek Het plangebied is op 11 december 2020 in de ochtend bezocht. Er was sprake van bewolkt, regenachtig weer met windkracht 2 Bft en een temperatuur van circa 3 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zichten geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een restaurant met woonhuis.

De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.

pagina 7 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden en het stedelijke karakter waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig waardoor het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels niet op voorhand kan worden uitgesloten. De aanwezige bomen en struiken kunnen bovendien dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk gebied” en “waterrijk gebied” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide-, bos- en struweelvogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn drie koolmezen (Parus major), vier zilvermeeuwen (Larus argentatus), twee merels (Turdus merula), twee eksters (Pica pica), twee zwarte kraaien (Corvus corone), twee gaaien (Garrulus glandarius) en een grote bonte specht (Dendrocopos major) waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen nesten waargenomen. De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een restaurant met aanbouw en een woonhuis. Het uit baksteen opgetrokken restaurant met aanbouw beschikt over een dakpannen dak.

Tussen dit dak en de daklijst en gevels zijn geen geschikte openingen aanwezig die gebouwbewonende vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste verblijfplaats, zoals de huismus (Passer domesticus) of gierzwaluw (Apus apus) toegang kunnen bieden tot de ruimtes onder het dak. De onderste rij dakpannen boven de dakgoot biedt echter wel voldoende ruimte aan huismussen om onder het dak te komen. De ruimte onder het dak kan dienen als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats van deze soort. Daarnaast zijn de dakpannen op enkele plekken niet dicht genoeg aangesloten. Het uit baksteen opgetrokken woonhuis beschikt eveneens over een dakpannen dak. Ook hier biedt de onderste rij dakpannen voldoende ruimte aan huismussen om onder het dak te komen. Daarnaast zijn ook hier de aanwezige dakpannen niet overal dicht genoeg aangesloten. Om voornoemde redenen dient er nader onderzoek naar de huismus plaats te vinden. De hagen en vegetatie die aanwezig zijn rondom het woonhuis kunnen tevens dienen als essentieel leefgebied voor de huismus. De functie van deze vegetatie dient eveneens nader onderzocht te worden. Ook is er ruimte aanwezig tussen de overhellende dakpannen van de westelijke kopgevel van het woonhuis.

pagina 8 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Deze ruimte is groot genoeg om gierzwaluwen toegang te bieden tot de ruimtes onder het dak. Vanwege voornoemde redenen dient er aanvullend onderzoek plaats te vinden naar gierzwaluwen en huismussen om vast te stellen of uit te sluiten dat deze soorten verblijfplaatsen hebben binnen het plangebied. Conclusie: het aanwezige restaurant en woonhuis zijn beide geschikt bevonden als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor de huismus en gierzwaluw. Tevens zijn de hagen rondom de woning geschikt bevonden als essentieel leefgebied voor de huismus. Zowel naar voornoemde vaste verblijfplaatsen als essentieel leefgebied dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Een aantal algemene vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.

4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de omgeving van het plangebied komt de steenmarter (Martes foina) voor. De steenmarter komt voornamelijk voor in parklandschap en heeft een voorkeur voor steenachtige biotopen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. In de aanwezige bebouwing zijn geen geschikte openingen aanwezig die toegang kunnen bieden aan deze soort. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen in de vorm van prooiresten, pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen (in de vorm van latrines). Naast de steenmarter komt ook de bunzing (Mustela putorius) voor in de directe omgeving van het plangebied. De bunzing geeft de voorkeur aan gebieden met oppervlaktewater en voldoende schuilmogelijkheden, zoals heggen, houtwallen, bosranden en natuurlijke oevers. Het plangebied is ongeschikt voor deze soort vanwege het ontbreken van voldoende natuurlijke schuilmogelijkheden en de vele bestrating en bebouwing die aanwezig is op het terrein. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen, zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. Tevens is er geschikter leefgebied voor deze soort aanwezig rondom de vijvers ten noordoosten van het plangebied.

Naast eerdergenoemde soorten komt ook de bever (Castor fiber) voor in de omgeving van het plangebied. Bevers leven voornamelijk in overgangsgebieden tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen zoals wilgen en es. Aangezien het plangebied voornamelijk bestaat uit bestrating en bebouwing en er slechts beperkt geschikte begroeiing aanwezig is, is het terrein ongeschikt als leefgebied voor deze soort. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van bos om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Ook zal het plangebied beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

pagina 9 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

4.4 Vleermuizen Er is bebouwing aanwezig binnen het plangebied zodat de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen niet op voorhand valt uit te sluiten. De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een restaurant met aanbouw en een woonhuis. Het uit baksteen opgetrokken restaurant met aanbouw beschikt over een dakpannen dak. Tussen dit dak en de daklijst en gevels zijn geen geschikte ruimtes aanwezig die gebouwbewonende vleermuizen, zoals de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de laatvlieger (Eptesicus serotinus), toegang kunnen bieden tot de ruimtes onder het dak. Wel zijn er openingen in het dak aanwezig in de vorm van scheefliggende dakpannen. Deze openingen kunnen toegang bieden tot de ruimtes onder het dak. Deze ruimtes kunnen dienen als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats van vleermuizen. Het afdak dat aanwezig is aan de westelijke zijde van het restaurant beschikt over enkele overhellende dakpannen. Tussen deze dakpannen en de daklijst is voldoende ruimte aanwezig om gebouwbewonende vleermuizen toegang te bieden tot de ruimte onder het dak. Het uit baksteen opgetrokken woonhuis beschikt eveneens over een dakpannen dak. De aanwezige dakpannen zijn niet overal dicht genoeg op elkaar aangesloten, waardoor er openingen aanwezig zijn.

Daarnaast is er ruimte aanwezig tussen de overhellende dakpannen van de westelijke en oostelijke kopgevel van het woonhuis. Deze ruimte is groot genoeg om vleermuizen toegang te bieden tot de ruimtes onder het dak. Vanwege voornoemde redenen dient er aanvullend onderzoek plaats te vinden naar gebouwbewonende vleermuizen om aan te tonen of uit te sluiten dat deze soorten c.q. soortgroep verblijfplaatsen hebben binnen het plangebied. In een boom, aanwezig in de tuin van het aanwezige woonhuis, zijn enkele geschikte holtes aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Deze holtes dienen onderzocht te worden om de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen vast te stellen of uit te sluiten. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals de akkers ten noorden en oosten van het plangebied en de vijvers ten noordoosten van het plangebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt.

De aanwezige haag en bomen in het oosten van het plangebied kunnen dienst doen als vliegroute, deze bomen sluiten aan op het volkstuinencomplex en de akkerlanden ten noorden van het plangebied. Echter vormen ze geen essentiële vliegroute, aangezien de bomenrij aan de Schansdijk en het kanaal de Roode Vaart, ten oosten van het plangebied eveneens kan worden gebruikt. Daarnaast zal een groot deel van deze vegetatie volgens het planvoornemen behouden blijven. De bomenrij aan de Schansdijk en het kanaal zullen eveneens behouden blijven en kunnen daardoor dienst blijven doen als vliegroute. Conclusie: de bebouwing binnen het plangebied is geschikt bevonden als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Daarnaast is er in de tuin van het woonhuis een boom aanwezig met geschikte holtes. Deze holtes kunnen dienen als vaste verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Nader onderzoek naar zowel gebouwbewonende vleermuizen als boombewonende vleermuizen is noodzakelijk. Mogelijk wordt er door vleermuizen tevens gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

pagina 10 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.

4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid van (beschermde) vissen binnen het plangebied kan derhalve worden uitgesloten. Direct ten westen en zuiden van het plangebied is echter een watergang aanwezig. Deze watergang beschikt over vrijwel stilstaand water en is voedselrijk. Beschermde vissoorten vinden zich voornamelijk in schoon, snelstromend, niet al te voedselrijk water. Een negatief effect op beschermde vissoorten valt hierdoor niet te verwachten. De eerdergenoemde watergang beschikt tevens over steile oeverranden, wat de migratie van en naar voortplantingswater of landhabitat bemoeilijkt voor amfibieën. Daarnaast is er beperkt oevervegetatie aanwezig. Eveneens is het plangebied ongeschikt als landhabitat voor beschermde amfibieën vanwege het ontbreken van voldoende natuurlijke schuilmogelijkheden en de aanwezige bebouwing en bestrating. Vanwege het stedelijke karakter van het terrein en het ontbreken van voldoende natuurlijke schuilmogelijkheden valt een negatief effect op beschermde reptielsoorten derhalve niet te verwachten. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied.

De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige bebouwing en bestrating is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 11 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.

5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op relatief korte afstand van het dichtstbijzijnde NNB-gebied gelegen. Tussen het plangebied en het NNB-gebied is echter een volkstuinencomplex en een industriële kade gelegen. Tevens betreft het een beperkte ingreep (sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van circa 36 nieuwbouwappartementen). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is op circa 5,1 kilometer gelegen (bij Natura 2000gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Gezien deze relatief korte afstand kan een negatief effect met betrekking tot stikstofdepositie niet op voorhand worden uitgesloten. Hierdoor is een stikstofdepositieberekening noodzakelijk.

5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Het aanwezige restaurant en woonhuis zijn geschikt bevonden als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor de huismus en gierzwaluw. Om deze reden dient er nader onderzoek naar deze soorten plaats te vinden. Het aanvullend huismusonderzoek bestaat uit twee veldbezoeken in de periode van 1 april tot en met 15 mei of vier veldbezoeken in de periode van 10 maart tot en met 20 juni om uit te sluiten dan wel aan te tonen of en waar huismussen vaste verblijfplaatsen hebben binnen het plangebied.

Het aanvullend gierzwaluwonderzoek bestaat uit drie veldbezoeken in de periode van 1 juni tot en met 15 juli. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken.

pagina 12 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Het aanwezige restaurant en woning zijn geschikt bevonden als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor vleermuizen.

Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden in de vorm van minimaal vijf veldbezoeken, waarvan drie in de periode 15 mei – 15 juli en twee in de periode 15 augustus – 1 oktober. Deze onderzoeken worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureaus van de Zoogdiervereniging. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van de akkers ten noorden en oosten van het plangebied en de vijvers ten noordoosten van het plangebied. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft.

Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.

pagina 13 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Bij het inrichten van het bouwterrein dient te worden gezorgd dat het gebied niet aantrekkelijk wordt voor de vestiging van de rugstreeppad. Het ontstaan van poeltjes of plassen op het bouwterrein in het zomerhalfjaar (vanaf april) dient derhalve te wordt voorkomen, zodat er geen geschikt voortplantingswater voor de rugstreeppad aanwezig is. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd;

•

nader onderzoek naar huismussen, gierzwaluwen, gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen is noodzakelijk;

•

voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft;

•

om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten dient een stikstofberekening te worden gemaakt.

5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de nieuw te bouwen appartementen wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.

pagina 14 van 15

documentkenmerk: 2010/267/JOW-02, versie 0

6 Literatuurlijst BIJ12 (2017) Kennisdocument Huismus, Passer domesticus BIJ12 (2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrelllus pipistrellus BIJ12 (2017) Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus BIJ12 (2017) Kennisdocument Rosse vleermuis, Nyctalus noctula Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij NDFF (2020) Geraadpleegd op 30 december 2020 via https://www.verspreidingsatlas.nl/ Ravon (2020) Geraadpleegd op 30 december 2020 via http://www.ravon.nl/ Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020) Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020 Zoogdiervereniging (2020) Geraadpleegd op 30 december 2020 via http://www.zoogdiervereniging.nl/

pagina 15 van 15

Situatietekening : 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Geplande situatie

pagina 1

Situatietekening : 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Geplande situatie

pagina 2

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 13

Foto 14

Foto 15

pagina 5

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 16

Foto 17

Foto 18

pagina 6

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 19

Foto 20

Foto 21

pagina 7

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 22

Foto 23

Foto 24

pagina 8

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 25

Foto 26

Foto 27

pagina 9

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 28

Foto 29

Foto 30

pagina 10

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 31

Foto 32

Foto 33

pagina 11

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 34

Foto 35

Foto 36

pagina 12

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 37

Foto 38

Foto 39

pagina 13

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 40

Foto 41

Foto 42

pagina 14

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 43

Foto 44

Foto 45

pagina 15

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 46

Foto 47

Foto 48

pagina 16

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 49

Foto 50

Foto 51

pagina 17

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 52

Foto 53

Foto 54

pagina 18

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 55

Foto 56

Foto 57

pagina 19

Fotobijlage: 2010/267/JOW-02, Schansdijk 3a te Zevenbergen

Foto 58

Foto 59

Foto 60

pagina 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=7a819b57-8cac-4fb0-8cf0-ccffdc411a4b