Technische Vragen D66 8.14 Nieuwe havenverordening haven- en industrieterrein Moerdijk
Tekst van het document
Technische vragen D66 De heer G. Wiers
Vergadering Datum
Commissievergadering van 29 november 2023 27 november 2023
Onderwerp
Agendapunt 8.14 Nieuwe havenverordening haven- en industrieterrein Moerdijk
Geacht college, De Nieuwe havenverordening haven- en industrieterrein Moerdijk roept de volgende vragen op: De definitie van “schadelijke stoffen” verwijst naar “de wet voorkoming verontreiniging door schepen”. Deze wet verwijst echter weer naar het Internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973. Daar ben ik het spoor bijster geraakt. 1. Graag ontvang ik van het college de “Bijlage I, II, III, IV of V van het Verdrag”, zoals benoemd in de door de verordening aangehaalde wet. De verordening benoemt de volgende definitie: brandbare vloeistof: vloeistof waarvan brandbaarheid de enige gevaarlijke eigenschap is; Artikel 5.4 lid 2 a gebruikt vervolgens de term “gevaarlijke vloeistoffen met een uitsluitend brandbare eigenschap” 2. Schept het verschillend, in samenhang, gebruik van de termen vloeistof en brandbaar geen onduidelijkheid die eventueel benodigde handhaving bemoeilijkt of onmogelijk maakt? 3. In de verordening wordt een paar keer de veiligheidsgrens 10-6 benoemd. Graag een voor de raad en het publiek begrijpelijke uitleg van wat deze grens inhoudt; 4. Kan het college het verschil tussen bepalingen van artikel 6.2 a en b uitleggen. 5. Art 6.2 c: Op basis van welke instructie/ regeling/ wet mag een exploitant aangeven dat een stof overgeslagen of behandeld worden in weerwil van het verbod van artikel 6.1? 6.
Wat is het verschil tussen de bepalingen betreffende het (de-)bunkeren en het van of aan boord brengen van “hulpstoffen”. 7. Wat is de juridische basis van artikel 9.2? Met vriendelijke groet, de griffie