RV Vaststelling wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk
Tekst van het document
ge meente
Moerdük
RAADSVOORSTEL Onderurerp: Wijzigingen verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk Verantwoordel ijke portefeu illehouder(s) Datum commissiebehandeling Datum raadsbehandel ing
wethouder P.M. Joosten - Wesselius 1 december 2022
Zaaknummer
5821 98
I december 2022
Bijlagen: Advies Wmo raad verordening maatschappelijke ondersteuning 2023 Was-wordt tabel verordening maatschappelijke ondersteuning
Gevraagd raadsbesluit De verordening maatschappelijke ondersteuning vast te stellen (Pu bl ieks)Samenvatti n g
Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 3 februari 2O22 door de raad vastgesteld. Op 1 januari2023 treden de nieuwe overeenkomsten voor de maatwerkvoorziening Begeleiding Wmo in werking. Dit is aanleiding om de Verordening maatschappelijke ondersteuning te actualiseren. De voorgegtelde wijzigingen hebben betrekking op de eigen bijdragen voor begeleiding. Op arbeidsmatige dagbesteding en dagbesteding ontwikkelingsgericht wordt vanaf 2023 geen eigen bijdrage gevraagd omdat deze producten zijn ter vervanging van werU school voor inwoners met een beperking die niet beschikken over arbeidsproductiviteit. Voor alle andere vormen van begeleiding geldt wel een eigen bijdrage. De vrijstelling op de huidige waakvlamproducten had alleen betrekking op het jaar 2022. Vanaf 2023 kennen we nieuwe producten voor de maatwerkvoorziening Wmo begeleiding waaronder ook twee nieuwe waakvlamproducten: waakvlam ontwikkeling en waakvlam stabilisatie.
1
ge meente
Moerdük
lnleiding: reden van het voorstel Aanleidinq Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 3 februari 2022 door de raad vastgesteld. Op I januari 2023 treden de nieuwe overeenkomsten voor de maatwerkvoorziening Begeleiding Wmo in werking. Dit is aanleiding om de Verordening maatschappelijke ondersteuning te actualiseren. Belanq Lokale beleidskeuzes op een juiste manier venruerken in onze gemeentelijke regelgeving. Centrale vraao Stelt uw raad de gewijzigde Wmo verordening vast waarin voor alle maatwerkvoorzieningen Wmo begeleiding een eigen bijdrage wordt gevraagd, met uitzondering van de maatwerkvoorzieningen arbeidsmatige dagbesteding en dagbesteding ontwikkelingsgericht?
Beoogd maatschappelijk resultaat Het bieden van duidelijkheid en kaders aan inwoners over de uitvoering van de Wmo Kaders Wet maatschappelijke ondersteuning 201 5 Uitvoeringsbesluit Wmo 201 5 Uitvoeringsregeling Wmo 201 5 Paraplu nota Maatschappij 201 4-2030
Argumenten Pro Een eigen bijdrage op Begeleiding die gerichf is op arbeidsmatige participatie is tegenstrijdig met de aard van deze Begeleiding. Dagbesteding ontwikkelingsgericht en arbeidsmatige dagbesteding zijn gericht op arbeidsmatige participatie. Cliënten hebben het gevoel naar hun 'werk'te gaan. Het is tegenstrijdig als zij daarvoor een eigen bijdrage betalen. Ook vergroot het de tegenstelling tussen Wmo en Participatiewet. Vooral bij cliënten die ontwikkeling kunnen doormaken richting beschut werk of een garantiebaan, kan de eigen bijdrage op arbeidsmatige dagbesteding Wmo of dagbesteding ontwikkelingsgericht Wmo een blokkade zijn. ln artikel 5.2 lid 5 van de verordening is dit vastgelegd. Waakvlam verschilt in het nieuwe contract inhoudelijk niet van andere producten Begeleiding ln het oude contract voor begeleiding had de waakvlambegeleiding een zeer geringe omvang en werd daarom geen eigen bijdrage gevraagd. Later is daar via een pilot het product de waakvlam plus aan toegevoegd (waarbinnen wat meer ondersteuning kon worden gegeven). Omdat voor de gewone waakvlam geen eigen bijdrage werd gevraagd heeft de Raad besloten in het laatste contractjaar, 2022, ook voor de waakvlam plus geen eigen bijdrage te vragen. Deze vrijstelling komt per 1 januari 2023 te vervallen. ln het nieuwe contract voor begeleiding kennen we een nieuw waakvlamproduct.
Het doel van waakvlam is het monitoren van de zelfredzaamheid van de client. Waakvlam is een minder intensief product met een laag tarief. Het is lichte ondersteuning door de zorgaanbieder of alleen een kort contactmoment. Cliënten met waakvlam als ondersteuning, krijgen in principe lichte Begeleiding die inhoudelijk niet verschiltvan zutaardere Begeleiding. Alleen de intensiteit is minder. Omdat dit inhoudelijke verschil er niet is, willen we geen onderscheid maken bijde individuele begeleidingsproducten waar het de eigen bijdrage betreft. lndien er later zwaardere ondersteuning nodig is, is de eigen bijdrage dan ook geen discussie meer.
2
semeeiiñ
oerdljk
Contra De gemeente loopt inkomsten uit eigen bijdrage mis Door het uitsluiten van enkele producten Begeleiding loopt de gemeente inkomsten mis. ln de financiële paragraaf wordt duidelijk dat het voor Moerdijk om kleine aantallen en een zeer klein bedrag gaat wat de gemeente Moerdijk maximaal mis kan lopen. Het is niet duidelijk in hoeveel gevallen cliënten alleen deze begeleidingsindicatie hebben, of dat zij ook nog gebruik maken van een andere Wmo voorziening waar wel een eigen bijdrage voor geldt en we een nog kleiner bedrag mislopen. ln de ovenveging om geen eigen bijdrage te heffen prevaleert daarom de inhoudelijke kant ten opzichte van de financiële kant. Regionaal betreft het zo'n 275 indicaties waarvoor wordt voorgesteld om geen eigen bijdrage te heffen Alternatieven Niet instemmen met het voorstel over het wel of niet heffen van eigen bijdrage
De raad heeft de mogelijkheid om anders te besluiten over de eigen bijdrage op de maatwerkvoorzieningen Wmo begeleiding. Bijvoorbeeld het niet heffen van eigen bijdrage op het product waakvlam en/of het wel heffen van eigen bijdrage op arbeidsmatige dagbesteding en dagbesteding ontwikkelgericht.
Partici patie/Maatschappelij k d raagvlak De Wmo-Raad is gevraagd om advies uit te brengen over de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2023. De Wmo-raad heeft op 7 september 2022 de gewijzigde concept-Verordening Maatschappelijk ondersteuning Moerdijk 2023 en de zogenaamde'was-wordt lijst'ontvangen en kennisgenomen van de inhoud. Op 19 september 2022heeftde Wmo-raad haar advies uitgebracht waarin zij aangeven dat er geen bezwaren zijn tegen de voorgestelde wijziging. Het advies van de Wmo raad Moerdijk is als bijlage bijdit raadsvoorstel gevoegd.
Financiële consequenties ln Moerdijk zijn op dit moment 23 cliënten die dagbesteding hebben en nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Het is niet zeker of al deze cliënten in het nieuw contract arbeidsmatige dagbesteding of dagbesteding ontwikkelingsgericht gaan ontvangen, er zijn ook mensen die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben maar dagbesteding Wmo niet hebben als vervanging van werk maar als creatieve, belevingsgerichte invulling van hun dag. Op die dagbesteding geldt wel een eigen bijdrage. Ook kan het zijn dat deze cliënten naast dagbesteding nog een andere Wmo voorziening ontvangen waardoor zijwel een eigen bijdrage betalen. Maximaal loopt de gemeente Moerdijk door de vrijstelling van eigen bijdrage op de producten arbeidsmatige dagbesteding en dagbesteding ontwikkelingsgericht €.5.244,- per jaar mis. De verwachting is dat dit bedrag kleiner is door de hierboven genoemde redenen. Daarnaast is het zo dat er ook extra inkomsten te veruachten zijn vanwege de eigen bijdrage op de waakvlamproducten. Dit geldt dan alleen voor de cliënten die op dit moment een waakvlam indicatie hebben envanaf 2023 een eigen bijdrage gaan betalen. Voor cliënten die vanaf 2023 worden afgeschaald van reguliere begeleiding naar waakvlambegeleiding is dit niet van toepassing want voor hen is de eigen bijdrage nu alvan toepassing. Dekkino Niet van toepassing.
Subsidievenvervinq Niet van toepassing
3
ge meente
Moerdük
Communicatie Omdat we per 1 januari 2023 een nieuwe overeenkomst voor Wmo begeleiding kennen, krijgt iedere cliënt een nieuwe beschikking waarin het product benoemd staat wat in het nieuwe contract geleverd gaat worden. ln deze communicatie wordt ook meegenomen of er al dan niet een eigen bijdrage van toepassing is. De gewijzigde verorden ing Maatschappel ij ke ondersteu ni ng zal gepu bl iceerd worden. De De6 gemeenten hebben afgesproken dit besluit niet op de openbare besluitenlijst te publiceren tot dat in elke gemeente door college en raden een besluit is genomen over de gewijzigde verordening. Op deze manier treden we als De6 gemeenten op hetzelfde moment naar buiten met de beleidswijzigingen. Dit voorkomt venrarring voor cliënten, betrokken inwoners en media. Echter, als besluitvorming in 1 of meerdere gemeenten van de De6 niet in december 2022 plaatsvindt dan zal Moerdijk de gewijzigde verordening wel publiceren in december 2O22, teneinde de voorgestelde wijzigingen op 1 januari 2O23in te laten gaan.
Realisatie: risico's, planning, evaluatie, duurzaamheid en inkoop De wijzigingen in de verordening zullen veniverkt worden in het besluit maatschappelijke ondersteuning en de beleidsregels. Het is belangrijk om te monitoren of het heffen van een eigen bijdrage op de waakvlambegeleiding geen zorgmijding tot gevolg heeft. Als dit tot ongewenste effecten leidt kan in individuele situaties een uitzondering worden getroffen en de eigen bijdrage niet worden opgelegd. Duurzaamheid en inkoop zijn op dit raadsvoorstel niet van toepassing.
Mocht u vragen hebben over dit voorstel, dan kunt u contact opnemen met de griffier via e-mail qriffie@moerdiik.nl.
Zevenbergen, I november 2022 Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, de de burgemeester,
J.C.
4
gem fenfe
Moerdük
RAADSBESLUIT Raadsvergadering van I december 2022
VERORDEN I NG MAATSCHAPPELU KE
ONDERSTEUNINC MOERDUK De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 8 december 2022
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2022
gelet op: de artikelen 2.1.3,2.1.4, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 2.1.4.b , tweede lid [2.] .5, eerste lid,2.l .6,2.1 .7,2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 201 5 (hierna te noemen Wet), 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 201 5, alsmede gelet op artikel 156 van de Gemeentewet,
gezien het advies van de Commissie, gezien het advies van de Wmo Raad; ovenvegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat z|n tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning doorde gemeente, zodat zijzolang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven; dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter u¡tvoer¡ng van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2"1.2van dewet met betrekking totde ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en opvang; BESLUIT
vast te stellen de: VERORDENINC MAATSCHAPPELUKE ONDERSTEUNING MOERDUK
Hoofdstuk t Algemene bepalingen Artikel I .l Begripsbepalingen
l.
ln deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
l. a.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die daadwerkelijk beschikbaar is, die een passende bijdrage levert
5
gernfenre
aa
Moerd U k
aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat
is en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.
b. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruikspatroon van een persoon als de aanvrager behorend; c.
Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke onder-
steuning 2015;
d. Besluit: het door het college vastgestelde vigerende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk, waar op grond van deze verordening nadere regels zijn gesteld; e. f.
Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a, van de wet; Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de
wet;
S. h.
Budgetperiode: de periode waar een pgb betrekking op heeft; PGB-plan: een plan opgesteld door (of namens) de cliënt waaruit blijkt dat de besteding van
het pgb naar oordeel van het college voldoet aan de voonvaarden van de wet en/of bij of krachtens deze verordening;
i.
Collectieve maatwerkvoorziening: een maatwerkvoorziening die door meerdere personen tegelijk kan worden gebruikt;
j.
Huishoudelijke ondersteuning: het -al dan niet samen met de cliënt of mensen uit diens netwerk- verrichten van activite¡ten op het gebied van verzorging van het huishouden, zoals het schoonhouden van de voor de kwaliteit van leven van de cliënt relevante woon- en verblijfsru¡mtes. Daaronder begrepen het doen van de was dan wel het beschikken over goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften.
k.
Goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften: het kunnen beschikken over bood-
schappen voor het dagelijks leven valt binnen het bereik van huishoudelijke ondersteuning. Daarnaast vallen de maaltijden onder de primaire levensbehoeften.
l.
Hulpvraag: behoefte aan maatschappelUke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
m. n. o. p.
Logeeropvang: kortdurend verblijf als bedoeld in artikel l.l.l van de wet; Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel
l.l.l, eerste lid, van de wet;
Vervoersvoorziening: een voorziening, al dan niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen;
q.
Voorliggende voorziening: een andere wettelijke regeling op grond waarvan de cliënt een beroep kan doen met het oog op zUn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Onder omstandigheden van het individuele geval kan daar ook een privaatrechtelijke regeling onder worden verstaan;
r.
Waakvlambegeleiding (plus): begeleiding die is gericht op het stabiliseren dan wel voorkomen van terugval in de zelfredzaamheid;
s.
Woning: een woonruimte welke volgens algemeen maatschappelijk aanvaarde maatstaven bestemd en geschikt is voor permanente bewoning en waarbij geen wezenlijke woonfuncties, zoals
6
ge meenfe
aa
Moerd U k
woon- en slaapruimte, was en kookgelegenheid en toilet met andere won¡ngen worden gedeeld. H¡eronder begrepen een woonschip en een woonwagen, mits bestemd én nog tenminste vijf jaar geschikt voor permanente bewoning;
t. 2.
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 201 5.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de daarop gebaseerde lagere regelgeving en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel I .2 Reikwijdte verordening I
.
Deze verordening heeft betrekking op maatschappelijke ondersteuning, ten behoeve van inge-
zetenen van de gemeente Moerdijk.
2.
Als ingezetene wordt aangemerkt degene die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Moerdijk.
3. Voor ingezetenen van Nederland met een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning in de vorm van beschermd wonen of (maatschappelUke) opvang geldt dat zij zich melden en de daarmee verband houdende aanvraag indienen in de centrumgemeente Breda. Het college draagt zo nodig zorg voor een zorgvuldige overdracht.
Hoofdstuk 2 Procedureregels Artikel 2.1 Melding hulpvraag
L 2. 3.
Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld.
Het college bevestigt de onwangst van een melding schriftelijk.
ln spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afiryachting van de uitkomst van het onderzoek.
Artikel 2.2 Cliëntondersteu n¡ng
l. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op gratis cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2.
Het college wijst de cliënt, zijn vertegenwoordiger enlof zijn mantelzorger voor het onderzoek,
bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid voor de cliënt gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
Artikel 2.3 Vooronderzoek; indienen persoonlfk plan
l. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogeluk met hem een afspraak voor een gesprek.
7
semf.erfiñ 2.
oerdijk
Voor of tiidens het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelUkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel I van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
3.
Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.
4.
Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als be-
doeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
Artikel 2.4 Gesprek
l. Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers.
a. b. c.
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren;
d.
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie;
e. f.
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen totverbetering van zijnzelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening;
g. de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere part¡en op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; h. i.
de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel
2.1 .4 van de wet verschuldigd zal zijn, en
j.
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekk¡ng van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.
2. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3, vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3.
Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en
plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt schriftelijk toestemming om zijn persoonsgegevens te venverken.
8
semeeiiñ 4.
oerdÜk
Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, alleen in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.
Artikel 2.5 Schriftelijke weergave van het onderzoek
l. 2.
Het college zorgt voor een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek. Binnen 6 weken na de melding van de hulpvraag verstrekt het college aan de cliënt de in het
eerste lid bedoelde schriftelijke weergave.
3.
Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt kunnen aan de schriftelijke weergave van de
uitkomsten van het onderzoek worden toegevoegd.
Artikel 2.6 Aanvraag I. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college.
2.
Het college kan een ondertekende schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek
aanmerken als aanvraag.
Artikel 2.7 Advisering bij melding of aanvraag
l.
Het college kan om deskundigenadvies vragen voor zover dit van belang is voor het onderzoek
na de melding van de hulpvraag of de beoordeling van de aanvraag waaronder inbegrepen het in staat zijn van het bieden van gebruikelUke hulp.
2.
Het college is bevoegd om de cliënt of in geval van gebruikelijke hulp zijn huisgenoten uit te
nodigen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tUdstip voor een onderzoek door een of meer daartoe aangewezen deskundigen.
3.
De cliënt dan wel zijn huisgenoot verleent zijn medewerking aan het onderzoek als bedoeld in
het eerste lid voor zover die redelijkerwijs kan worden gevergd.
Artikel 2.8 lnhoud beschikking I
.
BU het verstrekken van een maatwerkvoorziening
in natura wordt in de beschikking in ieder
geval vastgelegd:
a. b. c. d. 2.
welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; hoe de voorziening wordt verstrekt, en
indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. BU het verstrekken van een maatwerkvoorziening
in de vorm van een pgb wordt in de beschik-
king in ieder geval vastgelegd:
a.
voor welk resultaat het pgb dient te worden aangewend;
I
gemeente
M oerdijk b.
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
c.
wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
d.
wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en
e.
de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
3.
Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geTnfor-
meerd
Hoofdstuk 3 Beoordeling van de aanspraak Artikel 3.1 Criteria voor een maatwerkvoorziening I. Het college neemt de schriftelijke weergave van het onderzoek als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
2.
Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Moerdijk kan in aanmer-
king komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van diens beperkingen in de zelfredzaamheid of part¡cipatle, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet:
a. b. c. d.
op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen,
kan verminderen of wegnemen.
3. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert, rekening houdend met de schriftelijke weergave van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.5 van de verordening en voor zover aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt voldoende en op aanvaardbare wijze in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in de eigen leefomgeving kan blijven. Een (forfaitaire) financiële tegemoetkoming kan als een tot de maatwerkvoorziening behorende maatregel worden beschouwd.
4.
Het college kan maatschappelijke ondersteuning verlenen als collectieve - en/of individuele maatwerkvoorziening. Daarbij ligt het primaat bij de collectieve maatwerkvoorziening zoals collectief vraagafhankelijk vervoer, tenzij dat niet als passende bijdrage kan worden aangemerkt.
5.
Een cliëntdie ingezetene isvan Nederland met psychische of psychosociale problemen en de
cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met r¡s¡co's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet:
a. b. c' d.
op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen,
l0
semeeiiñ
oerdük
kan verminderen of wegnemen.
6.
De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert, rekening houdend met de schriftelijke weergave van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.5 van de verordening en voor zover aanwe-
zig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt voldoende en op aanvaardbare wijze in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht op verantwoorde wijze te handhaven in de samenleving.
7. a. b.
Het college kan de cliënt in aanmerking brengen voor beschermd wonen indien de cliënt: is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; en
24-uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) al dan niet gecombineerd met kortdurend verblijf in een instelling niet als passende bijdrage kunnen worden aangemerkt; en
c.
deze (mede) gericht zijn op het in staat stellen van de cliënt om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Artikel 3.2 Specifieke criteria maatwerkvoorzieningen
L a.
Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover:
b. c. 2.
deze als goedkoopst adequate (maatwerk)voorziening is aan te merken;
deze noodzakelijk is om de cliënt in aanvaardbare mate in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in de eigen leefomgeving kunnen blijven;
deze in overwegende mate op de cliënt is gericht. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op ondersteuning bij deelname aan
het maatschappelijk verkeer in de vorm van vervoersvoorzieningen en/ofeen gebruikerspas voor het collectief vraagafhankelijk vervoer, waarvoor de cliënt een ritbijdrage is verschuldigd.
3.
Onder de leefomgeving als bedoeld in het vorige lid wordt l0 tot l5 kilometer rondom de woning verstaan waarbij deelname aan het maatschappelijk verkeer mogelijk is met een omvang van
1500-2000 kilometer perjaar. Hetcollege kan in individuele gevallen añruijken van hetgestelde in dit tid.
4. a.
Ceen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat indien:
de beperkingen van de cliënt met een voor hem als algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen worden opgelost dan wel verminderd;
b.
een maatwerkvoorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds in het kader van wettelijke enige bepaling of regeling is verleend en deze voorziening technisch nog niet is afgeschreven tenzu de eerder vergoede of verleende voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zUn toe te rekenen;
c.
de cliënt in redelijkheid van hem te vergen mogelijkheden heeft om zelf of met hulp van ande-
ren voor een passende oplossing te zorgen voor de beperkingen in diens zelfredzaamheid en partic¡patie;
11
ge meente d.
al
Moerd U k
de cliënt, gelet op de noodzaak tot maatschappelijke ondersteuning, aanspraak kan maken op
een voorliggende voorziening.
Artikel 3.3 Specifieke criteria woonvoorzieningen
l.
lndien de cliënt die is aangewezen op een woningaanpassing of een hulpmiddel in de vorm van een traplift kan verhuizen naar een passende of een goedkoper aanpasbare woning in Moerdijk beoor-
deelt het college eerst deze mogelijkheid. De cliënt kan voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in vorige volzin in aanmerking komen indien en voor zover blijkt dat verhuizen als bedoeld in het vorige lid niet binnen een medisch aanvaardbare termijn mogelijk is.
2.
Een woningaanpassing of hulpmiddel in de vorm van een traplift wordt slechts verleend indien
de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waaraan de maatwerkvoorziening wordt
getroffen.
3.
De aanvraag voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid kan in ieder geval
worden geweigerd indien:
a. de noodzaak tot het treffen van de maatwerkvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere dringende reden aanwezig was; b.
de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemm¡ng is verleend door het college;
c. verhuisd naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; d.
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van
de in de woning gebruikte materialen;
e.
de noodzaak tot het treffen van een woningaanpassing het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld.
Hoofdstuk 4 Persoonsgebonden budget Artikel 4.1 Algemeen
. 2.
Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
a. b. c.
het college vaststelt dat de melding dan wel de aanvraag niet eerder gedaan kon worden; en
I
Het college weigert een pgb voor de kosten van een maatwerkvoorziening, welke betrekking hebben op een periode voorafgaande aan de melding dan wel de aanvraag weigeren, tenzij:
de cliënt aantoont verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn; en
het college tot het oordeel komt dat de betreffende maatwerkvoorziening noodzakelijk is.
Artikel 4.2 Regels persoonsgebonden budget
12
ge meente .
Moerdijk
Het pgb mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de cliënt als algemeen gebruikelijk wordt aangemerkt. I
2. 3.
Tussenpersonen of belangbehartigers mogen n¡et uit het pgb worden betaald.
Het pgb mag niet aan een persoon worden besteed die tot de leefeenheid van de cliënt behoort die feitelijk gebruikelijke hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasti ng.
4-
De cliënt draagt zorg voor een afdoende verzekering tegen schade indien de met het pgb aangeschafte maatwerkvoorzien i n g wordt meegenomen naar het bu iten land.
5. lndien de afschrijvingsterm|n van het geindiceerde hulpmiddel, al dan niet aangeschaft met een pgb, is verstreken kan deze door het verlenen van instandhoudingskosten nog steeds als goedkoopst adeq uate (maatwe rk)voorzie n i ng worden aangemerkt. 6. Het college verstrekt geen pgb als het bieden van een keuze voor het pgb negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende maatwerkvoorziening ¡n natura.
7. Het pgb wordt binnen zes maanden na toekenning aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Voor woningaanpassingen kan het college een langere term ijn hanteren. 8.
Het college stelt in het Besluit nadere regels over de eisen voor de met het pgb aan te schaffen hulpmiddel of te realiseren woningaanpassing. Deze eisen kunnen ook van toepassing zijn indien een maatwerkvoorzie ni ng i n natu ra wordt verleend.
Artikel 4.3 Verplicht¡ngen persoonsgebonden budget diensten
l.
Voor de cliënt die in aanmerking wenst te komen voor een pgb geldt de verplichting om een PGB-plan op te stellen. Het college kan een format voor dit PGB-plan vaststellen.
2. De budgethouder is verplicht om gebruik te maken van de op zijn situatie van toepassing zijnde modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank. Artikel 4.4 Hoogte persoonsgebonden budget diensten
l. De hoogte van een pgb, niet zijnde huishoudelijke ondersteuning of beschermd wonen, wordt vastgesteld op basis van de indicatie, het bijbehorende maximaal geldende periodetarief in natura en het door het college goedgekeurde PGB-plan, tenzU het college vaststelt dat het pgb niet toereikend is om de geïndiceerde maatwerkvoorziening in te kunnen kopen. 2'
Voor de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening hanteert het college gedifferentieerde ta-
rieven:
a.
een professioneel tarief: 100 % van het tarief waarvoor het college de geTndiceerde diensten heeft ingekocht voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of die werkzaam zijn als zelfstandig werkend ondernemer;
b. een niet-professioneel tarief: voor personen die niet als ondersteuners als bedoeld in onderdeel a worden aangemerkt bedraagt de hoogte van het pgb niet meer dan het op grond van de Wet langdurige zorg geldende tarief voor zorg van niet-professionele zorgverleners. 13
qemeente VM 3.
oerdÜk
Het college stelt de tarieven (kostprUs) die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aan-
bieders vast in het Besluit.
Artike | 4. 5 Hoogte persoonsgebonden budget hu ishoudel ij ke ondersteu n ¡n g
l.
De hoogte van een pgb voor huishoudelijke ondersteuning, exclusief het 'beschikken over
goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften en zorg voor inwonende kinderen', wordt voor ondersteuners die werkzaam zijn bij een professionele organisatie of als zelfstandig werkend ondernemer vastgesteld op basis van de indicatie, het bijbehorende maximaal geldende periodetarief in natura en het door het college goedgekeurde PGB-plan, tenzij het college vaststelt dat het pgb niet toereikend is om de geïndiceerde maatwerkvoorziening in te kunnen kopen.
2. De hoogte van een pgb voor huishoudelijke ondersteuning exclusief het 'beschikken over goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften en zorg voor inwonende kinderen' wordt voor personen die niet als ondersteuners als bedoeld in het vorige lid worden aangemerkt (niet-professionals) vastgesteld op basis van het door het college goedgekeurde PGB-plan en een onderzoek naar de leefsituatie van de cliênt waarbij de indicatie wordt gebaseerd op een objectieve maatstaf. 3.
De hoogte van een pgb voor het 'beschikken over goederen die behoren tot de primaire le-
vensbehoeften en zorg voor inwonende kinderen', wordt vastgesteld op het aantal gelndiceerde uren dan wel een tUdseenheid naar rato daarvan gebaseerd op een objectieve maatstaf.
4.
Voor de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid hanteert het college:
a.
voor ondersteuners die werkzaam zijn bij een professionele organisatie of als zelfstandig werkend ondernemer het maximaal geldende periodetarief in natura;
b.
voor niet-professionals ofrruel personen die niet als ondersteuners als bedoeld in onderdeel a worden aangemerkt bedraagt de hoogte van het PGB maximaal het vastgestelde periodebedrag voor niet-professionals.
c. De onder b genoemde personen ontvangen het wettelijke minimumloon inclusief bijbehorende vakantietoeslag, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor de ondersteuning door personen in het sociaal netwerk die geen geadministreerde overeenkomst bij de SVB hebben. Zij ontvangen een lage symbolische vergoeding van maximaal € l4l euro per maand. 5.
Het college stelt de tarieven (kostprUs) die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aan-
bieders vast in het Besluit.
Artikel 4.6 Hoogte persoonsgebonden budget overig
l. De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs (huurtarieven in natura) van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten tenzij het college vaststelt dat het pgb niet toereikend is om de geindiceerde maatwerkvoorziening in te kunnen kopen. 2.
Het college kan de hoogte van het pgb vaststellen op basis van marktprijzen of een offerte in-
dien de geïndiceerde maatwerkvoorziening waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere
bijkomende noodzakelijke kosten niet valt binnen het assortiment van gecontracteerde aanbieders.
14
ge meente 3.
Moerdijk
Het college stelt het pgb voor een woningaanpassing vast op basis van een programma van ei-
sen. Daarbij kan het college bijkomende noodzakelijke kosten in aanmerking nemen. De hoogte van het pgb voor woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de naar oordeel van het college goed koopst adeq uate maatwerkvoorzieni n g.
4.
Het college stelt de tarieven (kostprijs) vast in het Besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit.
Artikel 4.7 Controle persoonsgebonden budget Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit en effectivite¡t van de geleverde ondersteuning, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb's.
Hoofdstuk 5 Bijdrage in kosten en kostprijs Artikel 5.1 Algemene voorzieningen De cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening
Artikel 5.2 Maatwerkvoorzieningen en pgb's
l. De cliënt is een bijdrage voor een maatwerkvoorziening verschuldigd, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening in natura gebruik maakt, en/of een financiële tegemoetkoming ontvangt of gedurende de budgetperiode van het pgb. De bijdrage is verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in het Uitvoeringsbesluit Wmo 201 5 en is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en volgen telkens de periodieke aanpassingen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2.
De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,-- per maand voor de ongehuwde cliëntof de gehuwde cliënten tezamen tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 201 5 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
3. lndien een maatwerkvoorziening dan wel pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: a.
de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van
Boek I van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen; en
b. 4.
degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. De persoon als bedoeld in het vorige lid is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een
maatwerkvoorziening van technische aard die wordt aangebracht ten behoeve van de minderjarige client.
5. De cliënt aan wie de maatwerkvoorziening arbeidsmatige dagbesteding of de maatwerkvoorziening dagbesteding ontwikkelingsgericht is toegekend is geen eigen bijdrage verschuldigd. 6.
De cliënt is voor de collectieve maatwerkvoorziening 'Waspunt Hart van West Brabant' geen bijdrage in de kosten verschuldigd.
15
ge meente 7.
Moerdijk
De cliënt is voor de collectieve maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer een rit-
bijdrage verschuldigd op basis van het in de regio gangbare toepasselUke tar¡ef, waarbij de betaling van deze bijdrage in ontvangst wordt genomen door de vervoerder, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt.
8.
De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang
biedt.
9. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de periode en de omvang waarover de cliënt de bijdrage in de kosten is verschuldigd.
Artikel 5.3 Kostprijs
. a. I
De kostprijs van de maatwerkvoorziening is:
de huurprijs van die het college verschuldigd is aan de aanbieder inclusief de eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten;
b.
de koopprijs die het college verschuldigd is aan de aanbieder (al dan niet naar rato in verband met de economische afschrijftermijn), inclusief de eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten;
c.
voor diensten, niet zijnde beschermd wonen of opvang, geldt het tarief welke het college verschuldigd is aan de aanbieder;
d. 2.
de aan de maatwerkvoorziening gekoppelde (forfaitaire) financiële tegemoetkoming. De kostprijs van een pgb is gelijk aan het bedrag van het pgb in de betreffende budgetperiode
Hoofdstu k 6 Tegemoetkoming meerkosten Artikel 6.1 Aanspraak
ì. De persoon met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming meerkosten voor de aanschaf van een sportvoorziening indien de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem aantoonbare of aannemelijke meerkosten meebrengen en de tegemoetkoming bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie. 2. 3.
De tegemoetkoming wordt slechts eens per drie jaar verleend.
De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien deze persoon geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de (meer)kosten op
grond van een voorliggende voorziening.
Artikel 6.2 Hoogte tegemoetkoming meerkosten en u¡tbetaling Het college stelt de hoogte van de tegemoetkoming meerkosten vast in het Besluit.
l6
gremee nte
M oerdük Hoofdstuk 7 Nieuwe feiten en om standigheden, herziening, ¡ntrekking en terugvordering Artikel 7.1 Opschorting en beëindiging Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening dan wel pgb geheel of gedeeltelijk beëindigen, dan wel de inzet (levering) daarvan tUdelUk geheel of gedeeltelijk (laten) opschorren indien:
a.
niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld op grond van de wet of bij of krachtens de verordening;
b.
de cliënt wordt opgenomen of gaat wonen in een instelling, tenzij dat gebeurt in het kader van
de te bieden maatschappelijke ondersteuning;
c. de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen verbonden aan het gebruik van de maatwerkvoorziening of de verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit het toegekende pgb; d.
de cliënt vanwege een verhuizing geen woonplaats meer heeft in de gemeente Moerdijk.
Artikel 7.2 Herziening of intrekking I. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college desgevraagd of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet z|n dat deze aanleiding kunnen z|n tot een herziening of intrekking van de beslissing als bedoeld in de artikelen 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.
2'
Het college kan een besluit als bedoeld in het eerste lid herzien of intrekken indien bl¡kt dat
de cliënt niet of onvoldoende heeft voldaan aan de verplichtingen genoemd in de wet of die bij of
krachtens deze verordening van toepassing zijn waaronder inbegrepen het niet nakomen van de verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstve rle n i ng sove reen kom st.
3. Het college kan overeenkomstig het eerste lid een besluit tot toekenning tegemoetkoming meerkosten als bedoeld in hoofdstuk 6 van de verordening herzien of intrekken indien achteraf blijkt dat de persoon bedoeld in dat hoofdstuk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid.
Artikel 7.3 Terugvorder¡ng en verrekenen
l.
Onverminderd artikel 2.4.1 van de wet kan het college nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening (waaronder een (forfaitaire) financiële tegemoetkoming) dan wel pgb of tegemoetkoming meerkosten als bedoeld in hoofdstuk 6 van de verordening, is herzien of ingetrokken:
a. b.
het ten onrechte of tot een te hoog bedrag betaald pgb terugvorderen; de ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen tegemoetkoming meerkosten terugvor-
deren;
c.
geheel of gedeeltelijk de geldswaarde van een maatwerkvoorziening in natura en de eventuele (forfaitai re) fi nancië le tegemoetkom i ng te rugvorderen.
17
qemeente 9M
oerdÜ k
2. De wijze waarop de terugvordering geTnd wordt, kan verreken ing zijn. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen.
Hoofdstuk 8 Overige bepalingen Paragraaf I Ondersteuning mantelzorgers enJaarlijkse blijk van waardering
Artikel 8.1 Jaarlijkse waardering mantelzorgers
.
Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het College voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waarderíng in aanmerking worden gebracht. I
2.
De jaarlijkse blijk van waardering bestaat uit het waarderingsmenu
voor mantelzorgers en het aanbieden van de week van de mantelzorg met diverse ontspannende activiteiten voor mantelzorgers.
3. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers in de gemeente. Artikel 8.2 Veruallen
Paragraaf 2 Klachtafhandeling en medezeggenschap
Artikel 8.3 Klachtregel¡ng I
.
Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking
hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening.
2. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. 3.
Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliënte rvari ng sonde rzoe k.
Artikel 8.4 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteun¡ng
l. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. 2.
Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Paragraaf 3 Betrekken van ingezetenen
Artikel 8.5 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 18
qemeente gM I
'
oerdÜk
Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun
vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel I 50 van de Cemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
2. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij ondenverpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 4'
Het college kan in het Besluit nadere regels vaststellen ter uitvoering van het tweede en derde
tid.
Paragraaf 4 Kwaliteit
Artikel 8.6 Kwaliteitseisen maatschappel U ke ondersteu n i n g
l.
Aanbieders zotgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, e¡sen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:
a. b. c'
het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning,
erop toe te zien dat beroepskrachten tUdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;
d"
voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van de beroepskrachten tenminste voldoet aan de voonvaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken.
2. 3.
Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de eisen genoemd in het eerste lid.
Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.
Artikel 8.7 Prijs kwaliteitsverhouding I
.
Het college stelt voor het leveren van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van
de wet, vast:
a.
een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of
b. l'. 2".
een reële prijs die geldt als ondergrens voor:
een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.
19
gemeente
M oerdÜk
2'
De vaste pr|s of de reële prijs voor een dienst is ten minste gebaseerd op de volgende kostprijselementen:
a. de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet; b. rekening houdend met de continuTteit in de ondersteuning, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken ondersteuners; c. d.
redelijke overheadkosten;
e. f. S.
reis- en opleidingskosten; indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en
3'
Het college kan bij het verlenen van de opdracht voor te leveren diensten rekening houden
kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg;
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronde r rapportageverpl ichti n gen en ad m i n i stratieve ve rpl ichti n gen. met:
a. b. c. d.
de aard en omvang van de te verrichten taken; de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;
een redelijke toeslag voor overheadkosten;
een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;
e. 4.
kosten voor bijscholing van het personeel.
a. b.
de marktprijs van de voorziening;
Het college houdt bij het verlenen van de opdracht voor te leveren overige voorzieningen door een derde (niet zunde diensten) rekening met:
de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier aanbieder wor-
den gevraagd, zoals:
l' 2" 3'
aanmeten, levering en plaatsing van de voorziening;
instructie over het gebruik van de voorziening; onderhoud van de voorziening.
Paragraaf 5 Meldings regeling
Artikel 8.8 Meldingsrege¡¡ng calam¡te¡ten en geweld I. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wust een toezichthoudend ambtenaar aan.
2' Aanbieders melden iedere calamite¡t en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.
20
sfmfeiiñ 3.
oerdÜk
De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6..l, van de wet, doet onderzoek naar de ca-
lamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
Paragraaf 6 Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik
Artikel 8.9 Fraudepreventie en controle
l. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening (in natura of in de vorm van een pgb) zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. 2. Het college beoordeelt, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van de pgb's.Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen Artikel 8.10 Opschorting betaling uit het pgb Het college kan de Sociale Verzekeringsbank verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van een betaling uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernst¡g vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a. d. of e. van de wet.
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Artikel 9.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afirvijken van hetgeen bij deze verorde-
ning is bepaald, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van ovenruegende aard leidt.
Artikel 9.2 lnwerkingtreding en citeert¡tel I. Deze verordening treedt in werking op I januari 2023 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk vastgesteld op 3 februari 2022 .
2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Moer-
dijk.
3. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Moerdijk die is vastgesteld op 3 februari 2022 respectievelijk 4 februari2O2lrespectievelijk l2 december 2019,14 maart 2019, respect¡evelijk 3l mei 2018, respectievelijk l6 februari 20.l 7 respectievelijk 30 oktober 20ì 4, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.
4.
Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk die is vastgesteld op 3 februari 2O22 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordeni ng, worden afge handeld krachten s deze verorden in g.
21
gemee nte
Moerdük
5.
Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk die is vastgesteld op 3 februari 2022 , wordt beslist met inachtneming van die verordening.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 8 december 2022,
De griffier,
H.M. Vonk-Schenkel
De voorzitter,
A.J. Moerkerke
22
ge meente
Moerdijk
Toelichting verordening maatschappelijke ondersteun¡ng Moerdijk Algemeen De Wmo 2015 draagt gemeenten onder meer op zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuïteit van voorzieningen. Onder maatschappelijke ondersteuning (art. l.l.l, eerste lid, van de wet) wordt verstaan:
l. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2.
ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving,
3.
bieden van beschermd wonen en opvang.
Artikel 2.1.3 van de wet geeft de gemeenteraad de opdracht om een verordening vast te stellen met de regels die noodzakelijk zijn ter uitvoering van het beleidsplan en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen. Deze verordening is dan ook een essentieel document voor de concrete uitwerking van het beleid van gemeente Moerdijk over ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie, beschermd wonen en opvang. Voor de inwoners van Moerdijk biedt deze verordening duidelijkheid overwat zijvan de gemeente mogen verwachten maar ook wat bij de beoordeling van de aanspraak van hen (redelijkerwUs) verwacht.
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel I .l Begripsbepalingen Artikel l.l l¡d I onder a en b (algemeen gebruikelijke voorzien¡ng en algemeen gebruikelük) De begripsbepalingen zijn enerzijds van belang om te kunnen beoordelen of de cliënt zijn beperkingen met een dergelijke voorziening kan oplossen dan wel verminderen. Anderzijds is van belang dat het
aannemelijk is dat de cliënt over een (gevraagde) voorziening zou hebben kunnen beschikken omdat díe naar geldende maatschappelijke opvattingen tot diens gangbare gebruikspatroon van een persoon als de cliënt behoort. Zie verdere uitwerking bij artikel 3.2, vierde lid onder a, van de verordening.
Artikel l.l l¡d I onder c (andere voorz¡en¡ng) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Artikel l.l l¡d I onder d (Besluit)
23
qemeente gM
oerdijk
Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting
Artikel l.l lid I onder e (bUdrage) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Artikel l.l l¡d I onderf (gesprek) Het gesprek is het mondeling contact na een melding waarin het college met degene die maatschappe-
lijke ondersteuning vraagt zijn gehele situatie inventariseert ten aanz¡en van zijn mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk dan wel met gebruikmaking van voorliggende voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen maatwerkvoorzieningen zijn beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op te lossen dan wel te verminderen.
Artikel l.l l¡d I onder g (budgetper¡ode) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Artikel l.l l¡d I onder h (PGB-plan) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting
Artikel l.l l¡d I onder i (collectieve maatwerkvoorziening) Dit is een maatwerkvoorziening die individueel wordt verstrekt maar wel door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt. Een voorbeeld is het collectief vraagafhankelijk vervoer.
Artikel l.l l¡d I onder j (huishoudelijke ondersteuning) Met de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (o.a. CRVB:2O16:1402) is duidelijk geworden dat huishoudelijke hulp, net als huishoudelijke verzorging op grond van de Wmo 2007, binnen het bereik van de Wmo 2015 valt. De wet geeft echter geen definitie van huishoudelijke hulp. Deze definitie sluit daarom zoveel mogelijk aan bij de wettelijke definitie en de strekking in de Wmo20l5 .
Artikel l.l lid I onder k (goederen die behoren tot de primaire levensbehoefte) Onder goederen die behoren tot de primaire levensbehoefte vallen: het bereiden van broodmaaltijden en warme maaltijden, koffie of thee zetten en boodschappen doen. Denk in dit geval aan levensmiddelen en schoonmaakmiddelen en dergelijke die dagelijks/wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. Het spreekt voor zich dat een maatwerkvoorziening alleen dan binnen het bereik ligt als voorliggende oplossingen niet beschikbaar en/of geschikt zijn of financieel haalbaar zijn voor de cliënt.
24
gemeente Artikel l.l l¡d I onder I (hulpvraag)
M oerduk
Onder de hulpvraag wordt feitelijk de melding bedoeld als bedoeld in de wet. De cliënt doet een verzoek om maatschappelijke ondersteuning waarbij het college een onderzoek doet naar de hulpvraag (zie artikel 2.3 en 2.4van de verordening).
Artikel l.l l¡d I onder m (logeeropvang) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.
Artikel l.l lid I onder n (melding) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Zie ook toelichting bij de hulpvraag onder.
Artikel l.l l¡d I onder o (Pgb) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting
Artikel l.l l¡d I onder p (vervoersvoorziening) Spreekt voor zich. Voorbeelden zijn een scootmobiel of een driewielfiets
Artikel l.l l¡d I onder q (voorliggende voorziening) Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van degene die een melding doet of een aanvraagt in-
dient een beroep te doen op andere wettelijke regelingen voor zover daar aanspraak op bestaat en die aanspraak bijdraagt aan het oplossen dan wel verminderen van de beperkingen.
Artikel l.l l¡d I onder r (waakvlambegeleiding) De vorm van begeleiding kan het college toekennen als het noodzakelijk is om kwetsbare cliënten in
beeld te houden. Op deze wijze wordt voorkomen dat escalatíe plaatsvindt gelet op de (aard van de) beperkingen. Het gaat bij waakvlambegeleiding om ondersteuning die af en toe wordt geboden, al dan niet op afroep. Hiermee wordt 'de vinger aan de pols' gehouden om zelfredzaamheid te verbeteren, te stabiliseren dan wel terugval in de zelfredzaamheid te voorkomen. Voor de cliënt en het sociaal netwerk is duidelijk is waar men terecht kan bij risico op terugval.
Artikel l.l l¡d I onder s (woning) Onder een woning wordt een zelfstandige woonruimte verstaan bestemd én geschikt voor permanente bewoning. Kamerhuur valt, gelet op de begripsomschrijving niet onder het begrip woning. Een woonschip en een woonwagen kunnen ook als woning worden aangemerkt. Verder geldt voor een woning vanzelfsprekend wat daar naar algemeen maatschappelijke aanvaarde maatstaven onder wordt verstaan. Een woning voldoet (minimaal) aan het niveau van sociale woningbouw, hetgeen betekent dat de
25
gem eenff
Moerdijk
woning moet zUn voorzien van een woonkamer, een keuken, inpandige sanitaire ruimten (badkamer en toilet) en voldoende slaapkamers voor alle gezinsleden.