CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV - Meerjarenbegroting 2026-2029

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Meerjarenbegroting 2026-20295.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Portefeuillehouder(s) Datum commissiebehandeling Datum raadsbehandeling Zaaknummer

wethouder E. Schoneveld n.v.t. 6 november 2025 1755648

Onderwerp

Meerjarenbegroting 2026-2029

Voorgesteld besluit 1. De begroting voor het jaar 2026 vast te stellen. 2. Kennis te nemen van de meerjarenramingen voor de jaren 2027, 2028 en 2029. 3. De benodigde vervangingsinvesteringen t.b.v. de voortzetting van het bestaande beleid, voor het jaar 2026 vast te stellen, t.w.: Omschrijving Bedrag a Tractie 232.000 b Afvalinzameling 55.000 c Sportaccommodaties 384.000 d Beheerplannen (o.a. wegen, 7.999.000 openbare verlichting, bruggen etc.) e Riolering 3.088.000 f IT-investeringen 324.000 g Telefoons 120.000 4. De onderstaande budgetten beschikbaar te stellen vanuit de stelpost ‘nieuw beleid’ en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten. Dit betreffen incidentele budgetten die in de stelpost nieuw beleid waren begroot. Omschrijving (-/- = dekking) 2026 2027 2028 2029 a Powerport Moerdijk 300.000 0 0 0 b Stedelijke regio’s Breda-Tilburg, West367.500 0 0 0 Brabant en Baronie samenwerking c Coördinatie Brede School 55.000 55.000 0 0 d Samenwerking op de 130.000 130.000 70.000 0 informatievoorziening e Kadervoorstel 2 – Gezondheidsonderzoek 120.000 0 0 0 5. De onderstaande budgetten beschikbaar te stellen vanuit de stelpost ‘nieuw beleid’ en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten.

Dit betreffen personele budgetten die in de stelpost nieuw beleid zijn begroot en waar de gemeenteraad reeds bij de kadernota positief tegenover stond. Omschrijving (-/- = dekking) 2026 2027 2028 2029 a Capaciteit adviseur verkeer (1 fte) 103.000 103.000 103.000 103.000 b Capaciteit adviseur verkeer (1 fte) -103.000 (dekking stelpost nieuw beleid 103.000 103.000 103.000 mobiliteit) c Capaciteit Schuldhulpverlening (1 fte) 93.000 93.000 93.000 93.000

Omschrijving (-/- = dekking) 2026 2027 2028 2029 d Capaciteit Wmo (1,89 fte uitbreiding en 142.000 198.000 198.000 198.000 extra loonruimte) e Capaciteit backoffice Wmo en 87.600 87.600 0 0 Schuldhulpverlening (1,2 fte) f Capaciteit programmamanager 22.000 131.000 0 0 nieuwkomers (1 fte) g Capaciteit adviseur Leren en Ontwikkelen 34.000 34.000 34.000 34.000 (0,33 fte) h Capaciteit strategisch financieel adviseur 117.000 117.000 117.000 117.000 (1 fte) i Implementatie WOO (0,66 fte) 68.000 68.000 68.000 68.000 j Implementatie WOO (dekking middelen -68.000 - -68.000 -68.000 Rijk) 68.000 k Capaciteit ISO (Information Security 103.000 103.000 103.000 103.000 Officer) (1 fte) 6. De reserve nieuwkomers aan te wenden voor de tijdelijke capaciteit programmamanager nieuwkomers (zie besluitpunt 5f) voor een bedrag van € 22.000 in 2026 en € 131.000 in 2027, en deze dekking via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen. 7. De onderstaande budgetten beschikbaar te stellen vanuit de stelpost ‘nieuw beleid’ en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten. Dit betreffen personele budgetten die in de stelpost nieuw beleid zijn begroot en waar de gemeenteraad bij de kadernota nog niet positief tegenover stond.

Omschrijving 2026 2027 2028 2029 a Capaciteit medewerker servicepunt (1 fte) 73.000 73.000 73.000 73.000 b Capaciteit KCC cluster publiekszaken (met 219.000 middagopenstelling) (3 fte) 219.000 219.000 219.000 c Capaciteit coördinator KCC cluster 73.000 73.000 73.000 73.000 publiekszaken (0,88 fte) d Capaciteit Projectleider Interne 103.000 Dienstverlening (1 fte) 103.000 103.000 103.000 e Capaciteit administratief ondersteuner (0,66 50.000 50.000 50.000 50.000 fte) f Capaciteit processpecialist (1 fte) 117.000 117.000 117.000 117.000 g Capaciteit adviseur digitale dienstverlening 77.500 (1 fte) 103.000 103.000 103.000 h Capaciteit functioneel beheer digitale 93.000 93.000 93.000 93.000 werkplek (1 fte) i Capaciteit fysieke leefomgeving (1fte) 117.000 117.000 117.000 117.000 8. Onderstaande investeringskrediet en budgetten beschikbaar te stellen vanuit de stelpost ‘nieuw beleid’ en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten. Dit betreffen budgetten t.b.v. het programma fysieke leefomgeving die noodzakelijk zijn voor het onderhoud van het bestaande groenareaal. InvesteringsOmschrijving 2026 2027 2028 2029 krediet a Vervangingsbudget bomen 2026 150.000 0 11.500 11.300 11.100 b Openbaar groen en 90.000 90.000 90.000 90.000 faunavoorzieningen

9. De onderstaande budgetten beschikbaar te stellen en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten. Dit betreffen nagekomen ontwikkelingen zoals die in hoofdstuk 3 van de aanbiedingsnota zijn toegelicht. Omschrijving 2026 2027 2028 2029 a Organisatieontwikkeling 500.000 500.000 400.000 400.000 b Ondersteuning woningeigenaren bij 130.000 0 0 0 isolatie c Aanvullende effecten vanaf 2027 van 0 40.000 40.000 39.000 raadsbesluit gymzaal Zevenbergen (sept. 2025) 10. a) Met ingang van 2026 te stoppen met de jaarlijkse toevoeging en onttrekking aan de reserve onderwijshuisvesting en deze wijziging te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026. b) € 1,5 miljoen van de reserve onderwijshuisvesting af te romen en over te hevelen naar de algemene reserve, en deze wijziging te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026. c) Bij de jaarrekening 2025 het eventuele resterende saldo wat gedurende 2025 nog is ontstaan aanvullend over te hevelen naar de algemene reserve en de reserve vervolgens op te heffen. 11. a) Met ingang van 2026 te stoppen met het storten in de reserve nieuwkomers van het jaarlijkse surplus aan ontvangen rijksbijdrage ten opzichte van de werkelijk gemaakte kosten t.b.v. de opvang van Oekraïense vluchtelingen, en deze wijziging te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026.

b) € 6,7 miljoen van de reserve nieuwkomers af te romen en over te hevelen naar de algemene reserve, en deze wijziging te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026. c) Bij de jaarrekening 2025 het eventuele ontstane surplus over 2025 aanvullend over te hevelen naar de algemene reserve. 12. De 1e begrotingswijziging 2026 een onlosmakelijk onderdeel te laten uitmaken van de begroting 2026. 13. Subsidiebedragen te verstrekken aan een aantal subsidieontvangers (vermeld in de paragraaf subsidies) waarvoor geen afzonderlijke subsidieregeling is vastgesteld. 14. Het subsidieplafond voor de Nadere regels Subsidie Onderwijsachterstanden gemeente Moerdijk in 2026 vast te stellen op € 345.000. 15. De vanuit het rijk te ontvangen CDOKE-middelen (Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat en Energie) in te zetten voor personele inzet en externe expertise. Per saldo is dit budgettair neutraal. Publiekssamenvatting Jaarlijks stelt de gemeenteraad voor 15 november de begroting voor het komende jaar vast. In de begroting wordt inzicht gegeven in de strategische doelen, de prestaties en de beleidsontwikkelingen voor de periode 2026-2029. Daarnaast worden in de begroting alle lasten en baten in beeld gebracht voor de diverse gemeentelijke activiteiten.

De meerjarenbegroting is opgesteld op basis van de uitgangspunten die door de gemeenteraad zijn vastgesteld bij de behandeling van de kadernota 2026-2029 op 3 juli 2025. De begroting is voor 2026 structureel in evenwicht. We verwachten in dat jaar een overschot van circa € 0,8 miljoen aan structurele baten. Dit is bereikt zonder bezuinigingen op bestaand beleid of lastenverzwaring voor inwoners en ondernemers. De lokale lasten stijgen met circa 3,3%, wat neerkomt op een inflatiecorrectie. Op basis van de uitkomst dat de begroting 2026 structureel in evenwicht is, verwachten wij in aanmerking te komen voor repressief toezicht vanuit de provincie.

Op de langere termijn is de financiële situatie onzekerder. Vanaf 2027 worden structurele tekorten verwacht van ca. € 0,4 miljoen (2027), € 1,3 miljoen (2028) en € 0,8 miljoen (2029). De terugval in 2028 en 2029 kan deels verklaard worden door lagere inkomsten uit het gemeentefonds. Het Rijk heeft inmiddels extra middelen beschikbaar gesteld ter compensatie van het verwachte tekort in 2026 – het zogenoemde 'ravijnjaar'. Daarnaast is er tot en met 2027 gedeeltelijk voorzien in een oplossing voor de landelijke tekorten in de Jeugdzorg. Met name vanaf 2028, blijft de situatie onzeker en zijn de extra middelen beperkt. Desalniettemin staat gemeente Moerdijk er financieel gezond voor: de kengetallen zijn positief, het weerstandsvermogen is toereikend en de schuldenlast laag. De algemene reserve is goed gevuld en het college stelt voor deze verder aan te vullen. Ook de middelen die in de stelpost nieuw beleid zijn gereserveerd biedt ruimte voor toekomstige keuzes van de raad. Het financiële meerjarenperspectief biedt samen met deze ruimte de nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college voldoende mogelijkheden om een verantwoorde en toekomstbestendige koers te bepalen. Inleiding Jaarlijks moet een begroting worden opgesteld voor het komende jaar en de aansluitende 3 jaren. Dit is een wettelijke verplichting op grond van de Gemeentewet.

De begroting moet vóór 15 november door de gemeenteraad zijn vastgesteld. In de begroting wordt per programma ingegaan op de strategische doelen en de prestaties. Verder worden, waar mogelijk, effectindicatoren benoemd en wordt ingegaan op nieuwe ontwikkelingen, randvoorwaarden en risico’s. Aan het eind van ieder programma is een overzicht opgenomen van de lasten en baten per taakveld, het totaal van de lasten en baten en een analyse van de verschillen ten opzichte van de begroting 2025. Daarnaast bevat de begroting een aantal paragrafen en diverse (verplicht voorgeschreven) bijlagen. In de aanbiedingsnota wordt de gemeenteraad stap voor stap meegenomen in de totstandkoming van de begroting, waarbij ook nader wordt ingegaan op de belangrijkste financiële aspecten. Beoogd effect Het budgetrecht komt toe aan de gemeenteraad. Met het vaststellen van de aangeboden begroting kan het college uitvoering gaan geven aan het realiseren van de geformuleerde strategische doelen en prestaties. Argumenten Beslispunt 3:Autorisatie vervangingskredieten Conform de financiële verordening (artikel 5 lid 3) worden vervangingsinvesteringen bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting door de gemeenteraad geautoriseerd. De lasten gemoeid met deze vervangingsinvesteringen zijn in de begroting verwerkt op het bij het onderwerp behorende programma.

Beslispunt 4 t/m 8: beschikbaar stellen budgetten vanuit stelpost nieuw beleid De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Dit kan gaan om nieuwe wetgeving of nieuwe plannen en ambities van de gemeente zelf. Conform artikel 5 van de financiële verordening worden de lasten van voorziene nieuwe investeringen in de begroting opgenomen in de stelpost nieuw beleid. De gemeenteraad ontvangt voor deze investeringen op een later moment nog een apart raadsvoorstel, waarbij autorisatie plaatsvindt van de benodigde middelen.

In dit raadsvoorstel vragen wij uw raad voor een aantal zaken direct budget beschikbaar te stellen. Zoals in de financiële verordening (art. 5, lid 4) is afgesproken, gaat het over het algemeen om budgetten voor formatie (zowel éénmalige uitbreidingen, als structurele uitbreidingen), om éénmalige aangelegenheden en om budgetten < € 50.000. Nadat uw raad besluit met deze zaken akkoord te gaan, worden de budgetten in de 1e begrotingswijziging 2026 overgeheveld naar het betreffende product zodat hier vanaf 2026 uitvoering aan gegeven kan worden door het college. In bijlage 1 van de aanbiedingsnota zijn de posten waarvoor dit wordt voorgesteld groen gearceerd. Voor de inzichtelijkheid is hierbij in de beslispunten onderscheid gemaakt in diverse categorieën: -

-

-

-

Beslispunt 4: incidentele budgetten Dit betreffen diverse incidentele budgetten die in de kadernota 2026-2029 nader zijn toegelicht. Beslispunt 5: personele budgetten waar de gemeenteraad reeds bij de kadernota positief tegenover stond. Dit betreffen diverse personele budgetten die in de kadernota 2026-2029 nader zijn toegelicht en waarvan de gemeenteraad reeds bij de kadernota heeft aangegeven hier positief tegenover te staan. Beslispunt 6: dekking reserve Voor de tijdelijke capaciteit programmamanager nieuwkomers (beslispunt 5f) wordt voorgesteld om deze incidentele middelen (€ 22.000 in 2026 en € 131.000 in 2027) te dekken uit de reserve nieuwkomers. Beslispunt 7: personele budgetten waar de gemeenteraad bij de kadernota nog niet positief tegenover stond. Dit betreffen diverse personele budgetten die in de kadernota 2026-2029 nader zijn toegelicht en waarvan de gemeenteraad bij de kadernota heeft aangegeven hier nog niet positief tegenover te staan. Op basis van het gesprek (d.d. 16 september 2025) tussen het college en de gemeenteraad, stelt het college voor om deze budgetten beschikbaar te stellen uit de stelpost nieuw beleid. Dit zodat hier vanaf 2026 uitvoering aan gegeven kan worden. Beslispunt 8: budgetten t.b.v. het programma fysieke leefomgeving die noodzakelijk zijn voor het onderhoud van het bestaande groenareaal.

Hierbij is aangesloten bij het aangenomen initiatiefvoorstel in de raadsvergadering van 11 september 2025, waarin is aangegeven dat de raad bij de begrotingsbehandeling een besluit wil kunnen nemen over de inzet van de middelen die noodzakelijk zijn voor het onderhoud van het bestaande groenareaal. Vanuit dit oogpunt wordt voorgesteld om de middelen t.b.v. het openbaar groen en faunavoorziening en het vervangingsbudget bomen 2026 beschikbaar te stellen. Dit zodat het college hier vanaf 2026 uitvoering aan kan geven. De resterende middelen blijven in de stelpost nieuw beleid zitten. Dit in afwachting van een afzonderlijk voorstel wat aan de raad gaat worden aangeboden voor de vergroeningsplannen per kern waarin aandacht is voor fasering en kern specifieke keuzes.

Beslispunt 9: nagekomen ontwikkelingen via 1e begrotingswijziging 2026 In de aanbiedingsnota zijn in hoofdstuk 3 diverse nagekomen ontwikkelingen toegelicht die nog niet zijn verwerkt in de primitieve begroting. Voor deze nagekomen ontwikkelingen wordt voorgesteld de financiële effecten te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026.

Daarnaast is in de raadsvergaderingen van september en oktober 2025 een aantal raadsbesluiten genomen die een financieel effect hebben voor de jaren 2026 e.v. Conform de besluitvorming hierover worden deze effecten ook nog verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2026. Beslispunt 10: Stopzetten jaarlijkse toevoeging en onttrekking aan de reserve onderwijshuisvesting en afromen reserve Zoals in hoofdstuk 6 van de aanbiedingsnota nader is toegelicht wordt voorgesteld om m.i.v. 2026 te stoppen met de jaarlijkse toevoeging en onttrekking aan de reserve onderwijshuisvesting. Daarnaast wordt voorgesteld om van de reserve onderwijshuisvesting € 1,5 miljoen af te romen en over te hevelen naar de algemene reserve. Dit betreft de stand van de reserve per 1-1-2025. Tenslotte wordt voorgesteld bij de jaarrekening 2025 een eventueel resterend saldo wat gedurende 2025 nog is ontstaan aanvullend over te hevelen naar de algemene reserve en de reserve vervolgens op te heffen. Het gevolg hiervan is dat de jaarlijkse storting en onttrekking vervallen, wat tot een positief structureel effect leidt van: € 0,4 miljoen (2026), € 0,3 miljoen (2027 en 2028) en € 0,4 miljoen (2029). Beslispunt 11: Stopzetten storting in reserve nieuwkomers en afromen reserve Zoals in hoofdstuk 6 van de aanbiedingsnota nader is toegelicht wordt voorgesteld om m.i.v.

2026 te stoppen met het storten van het jaarlijkse surplus in de reserve nieuwkomers. Daarnaast wordt voorgesteld om van de reserve nieuwkomers € 6,7 miljoen af te romen en over te hevelen naar de algemene reserve. Dit betreft de stand van de reserve per 1-1-2025 (€ 8,1 miljoen) min de middelen (ca. € 1,4 miljoen) die in de reserve nodig zijn ter dekking van diverse uitgaven (o.a. personele capaciteit) waarvan de gemeenteraad reeds besloten heeft om deze zaken te dekken uit deze reserve. Tenslotte wordt voorgesteld bij de jaarrekening 2025 een eventueel ontstaan surplus over 2025 aanvullend over te hevelen naar de algemene reserve. Het gevolg hiervan is dat de jaarlijkse storting van het surplus vervalt, wat tot een positief effect leidt van € 1,6 miljoen. Conform (BBV) voorschriften wordt dit effect als incidenteel aangemerkt, waardoor dit geen effect heeft op het structurele begrotingsresultaat. Beslispunt 12: 1e begrotingswijziging 2026 onlosmakelijk onderdeel van de begroting 2026 Met dit beslispunt maken we duidelijk dat de zaken die verwerkt zijn in de 1e begrotingswijziging 2026 weliswaar niet verwerkt zijn in de primitieve begroting (het begrotingsboekwerk), maar conform voorgaande jaren wel een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de begroting 2026 die door de raad wordt vastgesteld en die het startpunt is van de P&C cyclus 2026.

Beslispunt 13: Verstrekking subsidiebedragen Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mag de gemeente Moerdijk slechts subsidie verstrekken op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Het gaat hier om de Algemene Subsidie Verordening en de nadere regels die daaruit volgen. Indien er activiteiten zijn die niet vallen binnen een wettelijk voorschrift regelt de Awb dat subsidieverstrekking ook is toegestaan als in de gemeentebegroting de subsidieontvanger en het bedrag worden vermeld waarop de subsidie maximaal kan worden vastgesteld. Voorgesteld wordt om subsidiebedragen te verstrekken aan een aantal subsidieontvangers waarvoor geen afzonderlijke subsidieregeling is vastgesteld. In de paragraaf subsidies is een overzicht opgenomen, waarbij per ontvanger is aangegeven wat het maximale beschikbare bedrag is.

Het vaststellen door de gemeenteraad van de begroting betekent niet dat deze subsidieontvangers recht hebben op deze subsidiebedragen zonder verdere voorwaarden. De gemeenteraad reserveert de bedragen slechts voor deze subsidieontvangers. Het college kan bij subsidieverlening altijd voorwaarden opnemen. Beslispunt 14: Subsidieplafond vaststellen Om invulling te geven aan de gestelde doelen in de nota Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2028 heeft het college de Nadere regels Subsidie Onderwijsachterstanden gemeente Moerdijk vastgesteld. Voor het uitvoeren van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid ontvangt de gemeente Moerdijk een geoormerkt rijksbudget. In de begroting 2026 is dit budget € 1.151.000. Deze middelen worden grotendeels ingezet voor voorschoolse- en vroegschoolse educatie (VVE), met andere woorden voor kinderen op de peuteropvang en de kinderopvang. Hiervoor worden met de aanbieders van VVE inkoopcontracten afgesloten. 70% van het budget, ofwel € 806.000, wil het college in 2026 bestemmen voor de aanbieders van VVE. De resterende 30%, ofwel € 345.000, wil het college bestemmen voor te verstrekken subsidies op basis van de Nadere regels Subsidie Onderwijsachterstanden gemeente Moerdijk. Het college wil dit bedrag van € 345.000 als subsidieplafond laten vaststellen.

De bevoegdheid tot het vaststellen van subsidieplafonds ligt bij de gemeenteraad (artikel 5, lid 1, Algemene subsidieverordening gemeente Moerdijk). Beslispunt 15 Inzet CDOKE-middelen Met de tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat en Energie (CDOKE) ondersteunt het Rijk gemeenten en provincies bij het versterken van hun interne organisatie voor de uitvoering van klimaat- en energietaken. De middelen kunnen worden ingezet voor extra personele inzet en het inschakelen van externe expertise. Mede op basis van de eerder door de gemeenteraad beschikbaar gestelde formatie zijn in de begroting onderstaande lasten begroot, met daartegenover de corresponderende rijksbijdragen. Per saldo is dit voor de gemeente dus budgettair neutraal en de middelen kunnen niet aan andere zaken worden besteed. Echter wordt vanuit het budgetrecht van de gemeenteraad hierbij formeel voorgesteld om deze rijksbijdrage in te zetten voor personele inzet en externe expertise. (bedragen x € 1.000) (-/- is nadeel) Salarissen en sociale lasten Overige lasten Rijksbijdragen Saldo

2026 2027 2028 2029 -771 -771 -767 -767 -316 -87 0 0 1.087 858 767 767 0 0 0 0

Kanttekeningen en risico’s Het is een wettelijke verplichting om vóór 15 november in het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar een door de gemeenteraad vastgestelde (meerjaren)begroting in te dienen bij de provincie. Bij de toets door de provincie is het belangrijk dat sprake is van een reëel en structureel sluitende begroting. Dit betekent dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten en dat de geraamde baten en lasten volledig en realistisch zijn. De raad is bevoegd om aanpassingen te doen in de lasten en baten zoals deze in de aangeboden begroting zijn opgenomen. Belangrijk is hierbij wel dat bij dergelijke aanpassingen de structurele lasten en baten met elkaar in evenwicht blijven en volledig en realistisch zijn.

Voor de jaren 2027, 2028 en 2029 is de begroting op dit moment niet structureel sluitend. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de onzekerheid rondom het gemeentefonds vanaf 2028. Landelijk blijft de VNG hier aandacht voor vragen bij het rijk. Daarnaast geeft hoofdstuk 6 van de aanbiedingsnota bij de begroting inzicht in mogelijkheden die in de toekomst ingezet kunnen worden om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting. De meerjarenbegroting en de daarin opgenomen lasten en baten zijn gebaseerd op inschattingen en momentopnames. Mochten hier wijzigingen in optreden dan betekent dit dat dit ook effect kan hebben op de uitkomsten van de meerjarenbegroting zoals nu gepresenteerd. In 2026 zal de gemeenteraad op de gebruikelijke wijze via de bestuursrapportages worden geïnformeerd over de ontwikkelingen. Bij het interpreteren van de cijfers van de meerjarenbegroting moet worden bedacht dat deze, naarmate het jaar verder af komt te liggen van het begrotingsjaar, steeds ‘zachter’ worden. Het is daarom niet goed om aan deze cijfers absolute waarde toe te kennen. Middelen Financiële middelen Na vaststelling van de kadernota 2026-2029 is, zoals gemeld, verder invulling gegeven aan het opstellen van de begroting op productniveau. Verder zijn ook mutaties verwerkt die bij het opstellen van de kadernota nog niet bekend waren.

In de aanbiedingsnota en in het onderdeel ‘financiële positie 2026-2029’ van de begroting wordt ingegaan op de belangrijkste mutaties na het op- en vaststellen van de kadernota. Ook worden in de aanbiedingsnota nog enkele ontwikkelingen belicht waarvan wij van mening zijn dat de lasten en baten onderdeel moeten uitmaken van de meerjarenbegroting 2026-2029. De financiële effecten van deze zaken zijn verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2026. Deze wijziging is onlosmakelijk verbonden met de meerjarenbegroting. Het begrotingsbeeld voor de jaren 2026-2029 is daarmee als volgt: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel) 2026 2027 Verwacht begrotingsresultaat Primitieve -2.023 420 begroting + 1e begrotingswijziging 2026 Waarvan structureel 780 -391 Waarvan incidenteel -2.803 811

2028 504

2029 929

-1.254 1.757

-846 1.775

Wanneer bovenstaande cijfers grafisch weergegeven worden ziet dit er als volgt uit: Verwacht begrotingsresultaat (x € 1.000)

3.000 2.000 1.000 -1.000

2026

2027

2028

2029

-2.000 -3.000 -4.000

Waarvan structureel

Waarvan incidenteel

Totaal resultaat

Structurele budgetten Op basis van de huidige begroting wordt voor 2026 een structureel begrotingsresultaat verwacht van ca. € 0,8 miljoen. In dat jaar worden meer structurele baten dan lasten verwacht, wat betekent dat de begroting voor dat jaar reëel en structureel sluitend is. Vanaf 2027 worden tekorten verwacht van ca. € 0,4 miljoen (2027), € 1,3 miljoen (2028) en € 0,8 miljoen (2029). De terugval in 2028 en 2029 kan deels verklaard worden door lagere inkomsten uit het gemeentefonds. Zoals in de aanbiedingsnota nader is toegelicht heeft het Rijk in de Meicirculaire extra middelen beschikbaar gesteld als compensatie voor het verwachte tekort in 2026 (het zogeheten 'ravijnjaar') en daarnaast is er tot en met 2027 deels voorzien in een oplossing voor de landelijke tekorten in de Jeugdzorg. Met name vanaf 2028, blijft de situatie onzeker en zijn de extra middelen beperkt. Incidentele budgetten Uit bovenstaande tabel blijkt tevens dat voor 2026 de incidentele lasten de incidentele baten overstijgen. In de begroting is (in het overzicht ‘incidentele lasten en baten’) een specificatie en nadere toelichting van deze lasten en baten opgenomen. Om deze incidentele zaken doorgang te kunnen laten vinden zal (zoals het er nu naar uitziet) aanspraak gedaan moeten worden op de algemene reserve.

Zoals in de aanbiedingsnota nader is toegelicht wordt na afloop van 2026 (bij de vaststelling van de jaarrekening 2026), op basis van het uiteindelijke werkelijke jaarrekeningresultaat op dat moment aan de gemeenteraad voorgesteld om een eventueel negatief jaarrekeningresultaat te dekken uit de algemene reserve. Op basis van deze cijfers verwachten wij dat de provincie zal besluiten voor de begroting 2026 het repressieve toezicht van toepassing te verklaren. In de aanbiedingsnota wordt de gemeenteraad stap voor stap meegenomen in de totstandkoming van de begroting, waarbij ook nader wordt ingegaan op de belangrijkste financiële aspecten. Personele middelen In de (meerjaren)begroting is rekening gehouden met de uitbreiding van de formatie conform de toelichting in de kadernota 2026-2029 en de aangenomen amendementen bij vaststelling van de kadernota. Communicatie Bij de aanbieding van de begroting aan de gemeenteraad zal via diverse kanalen informatie worden verstrekt over de meerjarenbegroting 2026-2029. Vervolg Na vaststelling van de begroting door de gemeenteraad wordt deze aangeboden aan Gedeputeerde Staten (GS) van Noord-Brabant. GS zullen de begroting toetsen en het toezichtsregime (repressief of preventief) bepalen. Zij berichten de gemeente hierover voor 1 januari 2026.

In 2026 wordt aan de gemeenteraad via de 1e en 2e bestuursrapportage gerapporteerd over de voortgang van de uitvoering van de begroting. Bijlagen 1. Aanbiedingsnota begroting 2026-2029 2. Begroting 2026-2029 Mocht u vragen hebben over dit voorstel, dan kunt u contact opnemen met de griffier via email griffie@moerdiik.nl. Zevenbergen, 30-09-2025 Burgemeester en wethouders van Moerdijk,

S. Elseman Gemeentesecretaris

A.J. Moerkerke Burgemeester

RAADSBESLUIT Raadsvergadering van 6 november 2025 De raad van de gemeente Moerdijk, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 september 2025; gelet op: - Artikel 191 van de Gemeentewet; - De bepalingen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV); - De financiële verordening gemeente Moerdijk;

BESLUIT 1. De begroting voor het jaar 2026 vast te stellen. 2. Kennis te nemen van de meerjarenramingen voor de jaren 2027, 2028 en 2029. 3. De benodigde vervangingsinvesteringen t.b.v. de voortzetting van het bestaande beleid, voor het jaar 2026 vast te stellen, t.w.: Omschrijving Bedrag a Tractie 232.000 b Afvalinzameling 55.000 c Sportaccommodaties 384.000 d Beheerplannen (o.a. wegen, 7.999.000 openbare verlichting, bruggen etc.) e Riolering 3.088.000 f IT-investeringen 324.000 g Telefoons 120.000 4. De onderstaande budgetten beschikbaar te stellen vanuit de stelpost ‘nieuw beleid’ en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten. Dit betreffen incidentele budgetten die in de stelpost nieuw beleid waren begroot. Omschrijving (-/- = dekking) 2026 2027 2028 2029 a Powerport Moerdijk 300.000 0 0 0 b Stedelijke regio’s Breda-Tilburg, West367.500 0 0 0 Brabant en Baronie samenwerking c Coördinatie Brede School 55.000 55.000 0 0 d Samenwerking op de 130.000 130.000 70.000 0 informatievoorziening e Kadervoorstel 2 – Gezondheidsonderzoek 120.000 0 0 0 5. De onderstaande budgetten beschikbaar te stellen vanuit de stelpost ‘nieuw beleid’ en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten.

Dit betreffen personele budgetten die in de stelpost nieuw beleid zijn begroot en waar de gemeenteraad reeds bij de kadernota positief tegenover stond.

Omschrijving (-/- = dekking) a Capaciteit adviseur verkeer (1 fte) b Capaciteit adviseur verkeer (1 fte) (dekking stelpost nieuw beleid - mobiliteit) c Capaciteit Schuldhulpverlening (1 fte) d Capaciteit Wmo (1,89 fte uitbreiding en extra loonruimte) e Capaciteit backoffice Wmo en Schuldhulpverlening (1,2 fte) f Capaciteit programmamanager nieuwkomers (1 fte) g Capaciteit adviseur Leren en Ontwikkelen (0,33 fte) h Capaciteit strategisch financieel adviseur (1 fte) i Implementatie WOO (0,66 fte) j Implementatie WOO (dekking middelen Rijk) k Capaciteit ISO (Information Security Officer) (1 fte)

2026 103.000 -103.000 93.000 142.000

2027 2028 2029 103.000 103.000 103.000 -103.000 103.000 103.000 93.000 93.000 93.000 198.000 198.000 198.000

87.600

87.600

0

0

22.000

131.000

0

0

34.000

34.000

34.000

34.000

117.000

117.000 117.000 117.000

68.000 -68.000 103.000

68.000 68.000 68.000 -68.000 -68.000 -68.000 103.000 103.000 103.000

6. De reserve nieuwkomers aan te wenden voor de tijdelijke capaciteit programmamanager nieuwkomers (zie besluitpunt 5f) voor een bedrag van € 22.000 in 2026 en € 131.000 in 2027, en deze dekking via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen. 7. De onderstaande budgetten beschikbaar te stellen vanuit de stelpost ‘nieuw beleid’ en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten. Dit betreffen personele budgetten die in de stelpost nieuw beleid zijn begroot en waar de gemeenteraad bij de kadernota nog niet positief tegenover stond. Omschrijving 2026 2027 2028 2029 a Capaciteit medewerker servicepunt (1 73.000 73.000 73.000 73.000 fte) b Capaciteit KCC cluster publiekszaken 219.000 (met middagopenstelling) (3 fte) 219.000 219.000 219.000 c Capaciteit coördinator KCC cluster 73.000 73.000 73.000 73.000 publiekszaken (0,88 fte) d Capaciteit Projectleider Interne 103.000 Dienstverlening (1 fte) 103.000 103.000 103.000 e Capaciteit administratief ondersteuner 50.000 50.000 50.000 50.000 (0,66 fte) f Capaciteit processpecialist (1 fte) 117.000 117.000 117.000 117.000 g Capaciteit adviseur digitale 77.500 dienstverlening (1 fte) 103.000 103.000 103.000 h Capaciteit functioneel beheer digitale 93.000 93.000 93.000 93.000 werkplek (1 fte) i Capaciteit fysieke leefomgeving (1fte) 117.000 117.000 117.000 117.000

8. Onderstaande investeringskrediet en budgetten beschikbaar te stellen vanuit de stelpost ‘nieuw beleid’ en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten. Dit betreffen budgetten t.b.v. het programma fysieke leefomgeving die noodzakelijk zijn voor het onderhoud van het bestaande groenareaal. InvesteringsOmschrijving 2026 2027 2028 2029 krediet a Vervangingsbudget bomen 2026 150.000 0 11.500 11.300 11.100 b Openbaar groen en faunavoorzieningen

90.000 90.000 90.000

90.000

9. De onderstaande budgetten beschikbaar te stellen en deze via de 1e begrotingswijziging 2026 op te nemen in de lasten van de betreffende producten. Dit betreffen nagekomen ontwikkelingen zoals die in hoofdstuk 3 van de aanbiedingsnota zijn toegelicht. Omschrijving 2026 2027 2028 2029 a Organisatieontwikkeling 500.000 500.000 400.000 400.000 b Ondersteuning woningeigenaren bij 130.000 0 0 0 isolatie c Aanvullende effecten vanaf 2027 van 0 40.000 40.000 39.000 raadsbesluit gymzaal Zevenbergen (sept. 2025) 10. a) Met ingang van 2026 te stoppen met de jaarlijkse toevoeging en onttrekking aan de reserve onderwijshuisvesting en deze wijziging te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026. b) € 1,5 miljoen van de reserve onderwijshuisvesting af te romen en over te hevelen naar de algemene reserve, en deze wijziging te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026. c) Bij de jaarrekening 2025 het eventuele resterende saldo wat gedurende 2025 nog is ontstaan aanvullend over te hevelen naar de algemene reserve en de reserve vervolgens op te heffen. 11. a) Met ingang van 2026 te stoppen met het storten in de reserve nieuwkomers van het jaarlijkse surplus aan ontvangen rijksbijdrage ten opzichte van de werkelijk gemaakte kosten t.b.v. de opvang van Oekraïense vluchtelingen, en deze wijziging te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026.

b) € 6,7 miljoen van de reserve nieuwkomers af te romen en over te hevelen naar de algemene reserve, en deze wijziging te verwerken in de 1e begrotingswijziging 2026. c) Bij de jaarrekening 2025 het eventuele ontstane surplus over 2025 aanvullend over te hevelen naar de algemene reserve. 12. De 1e begrotingswijziging 2026 een onlosmakelijk onderdeel te laten uitmaken van de begroting 2026. 13. Subsidiebedragen te verstrekken aan een aantal subsidieontvangers (vermeld in de paragraaf subsidies) waarvoor geen afzonderlijke subsidieregeling is vastgesteld. 14. Het subsidieplafond voor de Nadere regels Subsidie Onderwijsachterstanden gemeente Moerdijk in 2026 vast te stellen op € 345.000. 15. De vanuit het rijk te ontvangen CDOKE-middelen (Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat en Energie) in te zetten voor personele inzet en externe expertise. Per saldo is dit budgettair neutraal.

Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 6 november 2025, de griffier, de voorzitter,

H.M. Vonk-Schenkel

A.J. Moerkerke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=c9e5347a-7864-44cd-874b-904b0bebced4