CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV gewijzigde VO maatschappelijke ondersteuning

Commissievergadering 13 januari 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Gewijzigde verordening maatschappelijke ondersteuning17.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Wijzigingen Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk naar aanleiding van de gewijzigde Uitvoeringsregeling Wmo 2015 Verantwoordelijke portefeuillehouder(s) Datum commissiebehandeling Datum raadsbehandeling Agendering en agendanummer Fase raadsbehandeling Zaaknummer

: : : : : :

E. Schoneveld 13 januari 2021 4 februari 2021 SI 0702 Meningvormend 183988

Gevraagd raadsbesluit De verordening maatschappelijke ondersteuning vaststellen. (Publieks)Samenvatting Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 12 december 2019 door de raad vastgesteld. De aanleiding was toen de op 1 januari 2020 gewijzigde Wmo 2015 inzake de bijdrage voor de maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening (ook wel de wetwijziging abonnementstarief). De voorgestelde wijzigingen hebben nu met name betrekking op de gewijzigde landelijke Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en een juiste vertaling daarvan in de lokale verordening. Vanwege deze technische wijzigingen en een juiste vertaling daarvan in de lokale verordening heeft het college op 15 december jl. tot de volgende wijzigingen besloten: de hoogte van het persoonsgebonden budget (PGB) sociaal netwerk bij huishoudelijke ondersteuning op het minimum loon te stellen en als er geen sprake is van een arbeidsrelatie te werken met een vaste vergoeding bij de inzet van het sociaal netwerk vanuit het PGB.

Daarnaast is de uitwerking van de vrijstelling van de betaling van de eigen bijdrage aangepast; deze geldt niet voor een meerpersoonshuishoudens, maar alleen voor de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, waarvan ten minste een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. Deze besluiten zijn in de aangeboden verordening verwerkt.

1

ge meente lnleiding: reden van het voorstel

aa

Moerd U k

Aanleidinq Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is de raad verplicht een Wmo verordening vast te stellen. De huidige verordening is op 12 december 20lg door de raad vastgesteld. Door wijzigingen in de landelijke Uitvoeringsregeling Wmo 2015, welke niet eerder zijn venverkt, en de lokale keuze om het sociaal netwerk bij inzet in de huishoudelijke ondersteuning zonder arbeidsrelatie binnen het PGB een vast bedrag toe te kennen, dienen er een aantal technische wíjzigingen plaats te vinden in de verordening en worden artikel 4.5 lid 4b met betrekking tot het PGB sociaal netwerk bij huishoudelijke ondersteuning en de toelichting op artikel 5.2lid 2inzake de eigen bijdrage aangepast. Belanq De landelijke wetswijziging en de lokale beleidskeuzes op een juiste manier venverken in onze gemeentel ijke regelgeving. Centrale vraaq Stelt uw raad de gewijzigde Wmo verordening vast waarin de landelijke wíjzigingen uit de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en het lokale besluit om bij de inzet van het sociaal netwerk in de huishoudelijke ondersteuning binnen het PGB, waarbij geen sprake is van een arbeidsrelatie, een vast bedrag toe te kennen zijn venverkt?

Beoogd maatschappelijk resultaat Het bieden van duidelijkheid en kaders aan inwoners over de uitvoering van de Wmo Kaders Wet maatschappelijke ondersteuning 201 5 Uitvoeringsbesluit Wmo 201 5 Uitvoeringsregeling Wmo 201 5 Paraplu nota Maatschappij 201 4-2030 Kadernota 2020-2023

Argumenten Pro

Wijziging U itvoeringsregeling Wmo 201 5 Ten gevolgen van de per I januari 2O2O gewijzigde Wmo 2015 zijn er ook wijzigingen gekomen in de Uitvoeringsregeling. Deze wijzigingen waren niet meegenomen in de verordening die was aangeboden in december 2019. Vaste vergoeding voor inzet sociaal netwerk bij huishoudelijke ondersteuning zonder arbeidsretatie binnen een PGB De huidige verordening regelt alleen wat de vergoeding is als er sprake ís van een arbeidsrelatie. Deze vaste vergoeding geeft meer mogelijkheden om het sociaal netwerk bij de huishoudelijke ondersteuning in te zetten zonder dat er sprake is van een arbeidsrelatie. Contra Niet van toepassing

Alternatieven Niet aan de orde

2

g cmeente

Moerdük

Maatschappelijk draagvlak Op 10 november 2020 heeft de Wmo-Raad een advies uitgebracht met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning. De Wmo-raad heeft schriftelijk aangegeven geen overwegende bezwaren te hebben tegen de aangebrachte technische wijzigingen.

Financiële consequenties Niet aan de orde. Juridísche zaken De voorgestelde wijzigingen zijn getoetst door een juridisch adviseur Subsidieveruvervinq Niet van toepassing.

Communicatie De gewijzigde verordèning maatschappel ijke ondersteuning zal gepu bl iceerd worden. Realisatie: risico's, planning en evaluatie Venruerking in het besluit maatschappelijke ondersteuning en de beleidsregels

Mocht u vragen hebben over dít voorstel, dan kunt u contact opnemen van de griffier via telefoonnummer I 4 01 68.

Zevenbergen, 1 5 december 2020 Burgemeester en wethouders van de gemeente

de bu

d

J

/,,

3

gemeenfe

Moerdük

RAADSBESLUIT Raadsvergadering van 4 februari 2021 De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 4 februari 2021

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 december 2020 gelet op: - de artikelen 2.1.3,2.1.4, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, 2.1.4.b , tweede lid 12.1.5, eersfe lid, 2.1.6,2.1.7,2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning20lS (hierna te noemen Wet), - artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, - artikel 156 van de Gemeentewet, gezien het advies van de Commissie Sociale lnfrastructuur, het advies van de Wmo Raad; ovenrvegende dat:

-

-

burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; dat van burgers venrvacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zijzolang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven; dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot de ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en opvang;

BESLUIT vast te stellen de VERORDEN I NG MAATSCHAPPELIJ KE ONDERSTEU N NG MOERD IJK I

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1

ln deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is en die niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten; b. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiksdan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend; c. Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

d. Besluit: het door het college vastgestelde vigerende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk, waar op grond van deze verordening nadere regels zijn gesteld;

e. Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1 .4 en 2.1.4a, van de wet; f. Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;

g Budgetperiode: de periode waar een pgb betrekking op heeft; 4

I

gem eentf

aa

Moerd U k

h. PGB-plan: een plan opgesteld door (of namens) de cliënt waaruit blijkt dat de besteding van het pgb naar oordeel van het college voldoet aan de voon¡vaarden van de wet en/of bij of krachtens deze verordening; i. Collectieve maatwerkvoorziening: een maatwerkvoorziening die door meerdere personen tegelijk kan worden gebruikt; j. Huishoudelijke ondersteuning: het -al dan niet samen met de cliënt of mensen uit diens netwerk- verrichten van activiteiten op het gebied van verzorging van het huishouden, zoals het schoonhouden van de voor de kwaliteit van leven van de cliënt relevante woon- en verblijfsruimtes. Daaronder begrepen het doen van de was dan wel het beschikken over goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften. k. Goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften: het kunnen beschikken over boodschappen voor het dagelijks leven valt binnen het bereik van huishoudelijke ondersteuning. Daarnaast vallen de maaltijden onder de primaire levensbehoeften. l. Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; m. Logeeropvang: kortdurend verblijf als bedoeld in artikel 1.1.1van de wet; n. Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; o. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de wet; p.

Vervoersvoorziening: een voorziening, al dan niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen; q. Voorliggende voorziening: een andere wettelijke regeling op grond waarvan de cliënt een beroep kan doen met het oog op zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Onder omstandigheden van het individuele geval kan daar ook een privaatrechtelijke regeling onder worden verstaan; r. Waakvlambegeleiding; begeleiding die is gericht op het stabiliseren dan wel voorkomen van terugval in de zelfredzaamheid; s. Woning: een woonruimte welke volgens algemeen maatschappelijk aanvaarde maatstaven bestemd en geschikt is voor permanente bewoning en waarbij geen wezenlijke woonfuncties, zoals woon- en slaapruimte, was en kookgelegenheid en toilet met andere woningen worden gedeeld. Hieronder begrepen een woonschip en een woonwagen, mits bestemd én nog tenminste vijf jaar geschikt voor permanente bewoning; t. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de daarop gebaseerde lagere regelgeving en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 1.2 Reikwijdte verordening 1.

2. 3.

Deze verordening heeft betrekking op maatschappelijke ondersteuning, ten behoeve van ingezetenen van de gemeente Moerdijk. Als ingezetene wordt aangemerkt degene die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Moerdijk. Voor ingezetenen van Nederland met een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning in de vorm van beschermd wonen of (maatschappelijke) opvang geldt dat zij zich melden en de daarmee verband houdende aanvraag indienen in de centrumgemeente Breda. Het college draagt zonodig zorg voor een zorgvuldige overdracht.

HOOFDSTUK2 PROCEDUREREGELS

Artikel 2.1 Melding hulpvraag

1. 2. 3.

Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. ln spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afrryachting van de uitkomst van het onderzoek.

5

gfmfenfe

Moerdijk

Artikel 2.2 Cliëntondersteuning

1.

2.

Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op gratis cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. Het college wijst de cliënt, zijn vertegenwoordiger enlof zijn mantelzorger voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid voor de cliënt gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.

Artikel 2.3 Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan

1.

2. 3. 4.

Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkeruvijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.

Artikel2.4 Gesprek

1.

2. 3. 4.

Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers. a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning; c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren; d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie; e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals opgenomen in het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening; g.

de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, ondenvijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken; i. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1 .4 van de wet verschuldigd zal zijn, en j. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3, vierde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliönt schriftelijk toestemming om zijn persoonsgegevens te veruverken. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2van de wet, alleen in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.

6

ge meente

MoerdUk Artikel 2.5 Schriftelijke weergave van het onderzoek

1. 2. 3.

Het college zorgt voor een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek. Binnen 6 weken na de melding van de hulpvraag verstrekt het college aan de cliënt de in het eerste lid bedoelde schriftelijke weergave. Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt kunnen aan de schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek worden toegevoegd.

Artikel 2.6 Aanvraag 1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Het college kan een ondertekende schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek aanmerken als aanvraag.

Artikel 2.7 Advisering bij melding of aanvraag 1. Het college kan om deskundigenadvies vragen voor zover dit van belang is voor het onderzoek na de melding van de hulpvraag of de beoordeling van de aanvraag waaronder inbegrepen het in staat zijn van het bieden van gebruikelijke hulp. 2. Het college is bevoegd om de cliënt of in geval van gebruikelijke hulp zijn huisgenoten uit te nodigen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip voor een onderzoek door een of meer daartoe aangewezen deskundigen. 3. De cliënt dan wel zijn huisgenoot verleent zijn medewerking aan het onderzoek als bedoeld in het eerste lid voor zover die redelijkerwijs kan worden gevergd. Artikel 2.8 lnhoud beschikking 1. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder

2.

3.

geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; hoe de voorziening wordt verstrekt, en c. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. d. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd : a. voor welk resultaat het pgb dient te worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en e. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliönt daarover in de beschikking geïnformeerd.

HOOFDSTUK 3 BEOORDELING VAN DE AANSPRAAK

Artikel 3.1 Criteria voor een maatwerkvoorziening

1.

2.

3.

Het college neemt de schriftelijke weergave van het onderzoek als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Moerdijk kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van diens beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, d. kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het voríge lid levert, rekening houdend met de schriftelijke weergave van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.5 van de verordening en voor zover aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het realiseren van een

7

(remeente sM

4.

5.

6

7

oerdUk

situatie waarin de cliënt voldoende en op aanvaardbare wijze in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in de eigen leefomgeving kan blijven. Een (forfaitaire) financiële tegemoetkoming kan als een tot de maatwerkvoorziening behorende maatregel worden beschouwd. Het college kan maatschappelijke ondersteuning verlenen als collectieve - en/of individuele maatwerkvoorziening. Daarbij ligt het primaat bij de collectieve maatwerkvoorziening zoals collectief vraagafhankelijk vervoer, tenzij dat niet als passende bijdrage kan worden aangemerkt. Een cliënt die ingezetene is van Nederland met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorzieníng ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemene voorzieningen, kan verminderen of wegnemen.

De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vorige lid levert, rekening houdend met de schriftelijke weergave van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.5 van de verordening en voor zover aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt voldoende en op aanvaardbare wijze in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht op verantwoorde wijze te handhaven in de samenleving. Het college kan de cliënt in aanmerking brengen voor beschermd wonen indien de cliënt: is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe a. problematiek; en b. 24-uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) al dan niet gecombineerd met kortdurend verblijf in een instelling niet als passende bijdrage kunnen worden aangemerkt; en c. deze (mede) gericht zijn op het in staat stellen van de cliént om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

Artikel 3.2 Specifieke criteria maatwerkvoorzieningen

1.

2. 3. 4.

Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: deze noodzakelijk is om de cliënt in aanvaardbare mate in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk op verantwoorde wijze in de eigen leefomgeving kunnen blijven; b. deze als goedkoopst adequate (maatwerk)voorziening is aan te merken; c. deze in ovenrvegende mate op de cliënt is gericht. Het college kan een maatwerkvoorziening verlenen gericht op ondersteuning bijdeelname aan het maatschappelijk verkeer in de vorm van vervoersvoorzieningen en/of een gebruikerspas voor het collectief vraagafhankelijk vervoer, waarvoor de cliënt een ritbijdrage is verschuldigd. Onder de leefomgeving als bedoeld in het vorige lid wordt 10 tot l5 kilometer rondom de woning verstaan waarbij deelname aan het maatschappelijk verkeer mogelijk ís met een omvang van 1500-2000 kilometer per jaar. Het college kan in indivíduele gevallen añrvijken van het gestelde in dit lid. Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat indien: a. de beperkingen van de cliënt met een voor hem als algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen worden opgelost dan wel verminderd; b.

een maatwerkvoorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds in het kader van eníge wettelijke bepaling of regeling is verleend en deze voorziening technisch nog niet is afgeschreven tenzij de eerder vergoede of verleende voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;

a.

I

ge mfenff

Moerdijk

c.

d

de cliënt in redelijkheid van hem te vergen mogelijkheden heeft om zelf of met hulp van anderen voor een passende oplossing te zorgen voor de beperkingen in diens zelf r edzaamheid en partici patie ; de cliënt, gelet op de noodzaak tot maatschappelijke ondersteuning, aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening.

Artikel 3.3 Specifieke criteria woonvooÍzieningen

1.

2. 3.

lndien de cliënt die is aangewezen op een woningaanpassing of een hulpmiddel in de vorm van een traplift kan verhuizen naar een passende of een goedkoper aanpasbare woning in Moerdijk beoordeelt het college eerst deze mogelijkheid. De cliënt kan voor een maatwerkvoorziening als bedoeld in vorige volzin in aanmerking komen indien en voor zover blijkt dat verhuizen als bedoeld in het vorige lid niet binnen een medisch aanvaardbare termijn mogelijk is. Een woningaanpassing of hulpmiddel in de vorm van een traplift wordt slechts verleend indien de cf iënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woning waataan de maatwerkvoorziening wordt getroffen. De aanvraag voor een maatwerkvoorzíening als bedoeld in het eerste lid kan in ieder geval worden geweigerd indien: a. de noodzaak tot het treffen van de maatwerkvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen in het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen geen aanleiding bestond en er geen andere dringende reden aanwezig was; b. de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkíngen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; c. verhuisd naar een woonruimte die niet bestemd en/of geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden; d.

de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeíen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; e. de noodzaak tot het treffen van een woningaanpassing het gevolg is van achterstallig onderhoud dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkenvijs aan de woning mogen worden gesteld.

HOOFDSTUK 4 PERSOONSGEBONDEN BUDGET

Artikel4.l Algemeen

1. 2.

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. Het college weigert een pgb voor de kosten van een maatwerkvoorziening, welke betrekking hebben op een periode voorafgaande aan de melding dan wel de aanvraag weigeren, tenzij: a. het college vaststelt dat de melding dan wel de aanvraag niet eerder gedaan kon worden; en b. de cliënt aantoont verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn; en c.

het college tot het oordeel komt dat de betreffende maatwerkvoorziening noodzakelijk is.

Artikel 4.2 Regels persoonsgebonden budget

1.

2. 3. 4.

Het pgb mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de cliënt als algemeen gebru ikel ijk wordt aangemerkt.

Tussenpersonen of belangbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald. Het pgb mag niet aan een persoon worden besteed die tot de leefeenheid van de cliënt behoort die feitelijk gebruikelijke hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting. De cliënt draagt zorg voor een afdoende verzekering tegen schade indien de met het pgb aangeschafte maatwerkvoorzieníng wordt meegenomen naar het buitenland.

I

gt rnfenff

Moerdük

5

6

7

8.

lndien de afschrijvingstermijn van het geïndiceerde hulpmiddel, al dan niet aangeschaft met een pgb, is verstreken kan deze door het verlenen van instandhoudingskosten nog steeds als goedkoopst adequate (maatwerk)voorziening worden aangemerkt. Het college verstrekt geen pgb als het bieden van een keuze voor het pgb negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende maatwerkvoorziening in natura. Het pgb wordt binnen zes maanden na toekenning aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Voor woningaanpassingen kan het college een langere termijn hanteren. Het college stelt in het Besluit nadere regels over de eisen voor de met het pgb aan te schaffen hulpmiddel of te realiseren woningaanpassing. Deze eisen kunnen ook van toepassing zijn indien een maatwerkvoorziening in natura wordt verleend.

Artikel 4.3 Verplichtingen persoonsgebonden budget diensten

1.

2.

Voor de cliënt die in aanmerking wenst te komen voor een pgb geldt de verplichting om een PGB-plan op te stellen. Het college kan een format voor dit PGB-plan vaststellen. De budgethouder is verplicht om gebruik te maken van de op zijn situatie van toepassing zijnde modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank.

Artikel 4.4 Hoogte persoonsgebonden budget diensten

1.

2.

3.

De hoogte van een pgb, niet zijnde huishoudelijke ondersteuning of beschermd wonen, wordt vastgesteld op basis van de indicatie, het bijbehorende maximaal geldende periodetarief in natura en het door het college goedgekeurde PGB-plan, tenzij het college vaststelt dat het pgb niet toereikend is om de geÏndiceerde maatwerkvoorziening in te kunnen kopen. Voor de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening hanteert het college gedifferentieerde tarieven: a. 100 Yo van het tarief waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht voor ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of die werkzaam zijn als zelfstandig werkend ondernemer; b. voor personen die behoren tot het sociaal netwerk en personen die niet als ondersteuners als bedoeld in onderdeel a worden aangemerkt bedraagt de hoogte van het pgb niet meer dan het op grond van de Wet langdurige zorg geldende tarief voor zorg van niet-professionele zorgverleners. Het college stelt de tarieven (kostprijs) die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aanbieders vast in het Besluit.

Artikel 4.5 Hoogte persoonsgebonden budget huishoudelijke ondersteuning

1. De hoogte van een pgb voor huishoudelijke ondersteuning, exclusief het 'beschikken over

2.

3. 4.

goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften en zorg voor inwonende kinderen', wordt voor ondersteuners die werkzaam zijn bij een professionele organisatie of als zelfstandig werkend ondernemer vastgesteld op basis van de indicatie, het bijbehorende maximaal geldende periodetarief in natura en het door het colfege goedgekeurde PGB-plan, tenzij het college vaststelt dat het pgb niet toereikend is om de geïndiceerde maatwerkvoorziening in te kunnen kopen. De hoogte van een pgb voor huishoudelijke ondersteuning exclusief het 'beschikken over goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften en zorg voor inwonende kinderen' wordt voor personen die behoren tot het sociaal netwerk en personen die niet als ondersteuners als bedoeld in het vorige lid worden aangemerkt vastgesteld op basis van het door het college goedgekeurde PGB-plan en een onderzoek naar de leefsituatie van de cliënt waarbij de indicatie wordt gebaseerd op een objectieve maatstaf. De hoogte van een pgb voor het'beschikken over goederen die behoren tot de primaire levensbehoeften en zorg voor inwonende kinderen', wordt vastgesteld op het aantal geÏndiceerde uren dan wel een tijdseenheid naar rato daarvan gebaseerd op een objectieve maatstaf. Voor de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid hanteert het college:

10

ge meente

Moerdijk

a.

5.

voor ondersteuners die werkzaam zijn bij een professionele organisatie of als zelfstandig werkend ondernemer het maximaal geldende periodetarief in natura; b. voor personen die behoren tot het sociaal netwerk en personen die niet als ondersteuners als bedoeld in onderdeel a worden aangemerkt bedraagt de hoogte van het PGB maximaal het vastgestelde periodebedrag voor sociaal netwerk. c. De onder b genoemde personen ontvangen het wettelijke minimumloon inclusief bijbehorende vakantietoeslag, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor de ondersteuning door personen in het sociaal netwerk die geen geadministreerde overeenkomst bij de SVB hebben. Zij ontvangen een lage symbolische vergoeding van maximaal € 141 euro per maand. Het college stelt de tarieven (kostprijs) die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aanbieders vast in het Besluit.

Artikel 4.6 Hoogte persoonsgebonden budget overig

1.

2. 3. 4.

De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs (huurtarieven in natura) van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten tenzij het college vaststelt dat het pgb niet toereikend is om de geindiceerde maatwerkvoorziening in te kunnen kopen. Het college kan de hoogte van het pgb vaststellen op basis van marktprijzen of een offerte indien de geindiceerde maatwerkvoorziening waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten niet valt binnen het assortiment van gecontracteerde aanbieders. Het college stelt het pgb voor een woningaanpassing vast op basis van een programma van eisen. Daarbij kan het college bijkomende noodzakelijke kosten in aanmerking nemen. De hoogte van het pgb voor woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de naar oordeel van het college goedkoopst adequate maatwerkvoorziening. Het college stelt de tarieven (kostprijs) vast in het Besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit.

Artikel 4.7 Controle persoonsgebonden budget Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit en effectiviteit van de geleverde ondersteuning, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb's. HOOFDSTUK 5 BIJDRAGE ¡N KOSTEN EN KOSTPR¡JS

Artikel 5.1 Algemene voorzieningen

1. De cliënt is geen bíjdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een algemene voorziening.

Artikel 5.2 Maatwerkvoorzieningen en pgb's 1. De cliënt is een bijdrage voor een maatwerkvoorziening verschuldigd, zolang de cliönt van de maatwerkvoorziening in natura gebruik maakt, en/of een financiële tegemoetkoming ontvangt of gedurende de budgetperiode van het pgb. De bijdrage is verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en volgen telkens de periodieke aanpassingen door de Minister van 2

3

Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,-- per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. lndien een maatwerkvoorziening dan wel pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen; en

11

uemeente gM

oerdÜk

b.

4.

5. 6. 7.

I

degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. De persoon als bedoeld in het vorige lid is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening van technische aard die wordt aangebracht ten behoeve van de minderjarige cliënt. De cliënt aan wie de maatwerkvoorziening waakvlambegeleiding is toegekend is in het jaar 2021 geen eigen bijdrage verschuldigd. De cliënt is voor de collectieve maatwerkvoorziening 'Waspunt Hart van West Brabant'geen bijdrage in de kosten verschuldigd. De cliënt is voor de collectieve maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer een ritbijdrage verschuldigd op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, waarbijde betaling van deze bijdrage in ontvangst wordt genomen door de vervoerder, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang biedt.

9. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de periode en de omvang waarover de cliënt de bijdrage in de kosten is verschuldigd.

Artikel 5.3 Kostprijs

1.

2.

De kostprijs van de maatwerkvoorziening is: de huurprijs van die het college verschuldigd is aan de aanbieder inclusief de eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten; b. de koopprijs die het college verschuldigd is aan de aanbieder (al dan niet naar rato in verband met de economische afschrijftermijn), inclusief de eventueel bijkomende kosten zoals instandhoud ingskosten; c. voor diensten, niet zijnde beschermd wonen of opvang, geldt het tarief welke het college verschuldigd is aan de aanbieder; d. de aan de maatwerkvoorziening gekoppelde (forfaitaire) financiële tegemoetkoming. De kostprijs van een pgb is gelijk aan het bedrag van het pgb in de betreffende budgetperiode.

a.

HOOFDSTUK 6 TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN

Artikel 6.1 Aanspraak

1.

2. 3.

De persoon met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probfeem kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming meerkosten voor de aanschaf van een sportvoorziening indien de met die beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem aantoonbare of aannemelijke meerkosten meebrengen en de tegemoetkoming bíjdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie. De tegemoetkoming wordt slechts eens per drie jaar verleend. De persoon als bedoeld in het eerste lid kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien deze persoon geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de (meer)kosten op grond van een voorlíggende voorziening.

Artikel 6.2 Hoogte tegemoetkoming meerkosten en uitbetaling Het college stelt de hoogte van de tegemoetkoming meerkosten vast in het Besluit. HOOFDSTUK 7 NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, HERZIENING, INTREKKING EN TERUGVORDERING

Artikel 7.1 Opschorting en beëindiging Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening dan wel pgb geheel of gedeeltelijk beëindigen, dan wel de inzet (levering) daarvan tijdelijk geheel of gedeeltelijk (laten) opschorten indien: a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld op grond van de wet of bij of krachtens de verorden ing; b. de cliënt wordt opgenomen of gaat wonen in een instelling, tenzij dat gebeurt in het kader van de te bieden maatschappelijke ondersteuning;

12

gernffnfe

Moerdijk

c

d

de cliënt zich niet houdt aan de verplichtíngen verbonden aan het gebruik van de maatwerkvoorziening of de verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit het toegekende pgb; de cliënt vanwege een verhuizing geen woonplaats meer heeft in de gemeente Moerdijk.

Artikel 7.2 Herziening of intrekking

1.

2.

3.

Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college desgevraagd of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkenvijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot een herziening of intrekking van de beslissing als bedoeld in de artikelen 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Het college kan een besluit als bedoeld in het eerste lid herzien of intrekken indien blijkt dat de cliënt niet of onvoldoende heeft voldaan aan de verplichtingen genoemd in de wet of die bij of krachtens deze verordening van toepassing zijn waaronder inbegrepen het niet nakomen van de verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst. Het college kan overeenkomstig het eerste lid een besluit tot toekenning tegemoetkoming meerkosten als bedoeld in hoofdstuk 6 van de verordening herzien of intrekken indien achteraf blijkt dat de persoon bedoeld in dat hoofdstuk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid.

Artikel 7.3 Terugvordering en verrekenen 1. Onverminderd artikel 2.4.1 van de wet kan het college nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening (waaronder een (forfaitaire) financiële tegemoetkoming) dan wel pgb of tegemoetkoming meerkosten als bedoeld in hoofdstuk 6 van de verordening, is herzien

2.

of ingetrokken: a. het ten onrechte of tot een te hoog bedrag betaald pgb terugvorderen; b. de ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen tegemoetkoming meerkosten terugvorderen; geheel of gedeeltelijk de geldswaarde van een maatwerkvoorziening in natura en de c. eventuele (forfaitaire) financiële tegemoetkoming terugvorderen. De wijze waarop de terugvordering geïnd wordt, kan verrekening zijn. De hoogte van het na verrekening resterende (periodieke) bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de te compenseren beperkingen.

HOOFDSTUK 8 OVERIGE BEPALINGEN Paragraaf 1 Ondersteuning mantelzorgers en Jaarlijkse blijk van waarderÍng

Artikel 8.1 Jaarlijkse waardering mantelzorgers

1.

2. 3.

Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het College voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht. De jaarlijkse blijk van waardering bestaat uit het waarderingsmenu voor mantelzorgers en het aanbieden van de week van de mantelzorg met diverse ontspannende activiteiten voor mantelzorgers. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers in de gemeente.

Artikel 8.2 Dienstencheques

1. Een mantelzorger kan in 2021 als vorm van mantelzorgondersteuning gebruik maken van 52 dienstencheques huishoudelijke ondersteuning.

2. Een mantelzorger is voor mantelzorgondersteuning in de vorm van een dienstencheques huishoudelijke ondersteuning een bijdrage in de kosten verschuldigd van € 7,50 per uur.

3. Het college kan voonvaarden stellen waaronder gebruik gemaakt kan worden van dienstencheques als vorm van mantelzorgondersteuning.

13

gtrneenff Moerd U k aa

Parag raaf 2 KI achtafhandel i ng en medezeggenschap

Artikel 8.2 Klachtregeling

1.

2. 3.

Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Artikel 8.3 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning

1.

2.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn in ieder geval ten aanzien van maatwerkvoorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarl ijks cliëntervaringsonderzoek.

Paragraaf 3 Betrekken van ingezetenen

ArtikelS.4 Betrekken van ingezetenen bij het beleid

1.

2. 3. 4.

Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelíjke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij ondenverpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Het college kan in het Besluit nadere regels vaststellen ter uitvoering van het tweede en derde tid.

Paragraaf 4 Kwaliteit

Artikel 8.5 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; a. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zotg en ondersteuning; b. c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van de beroepskrachten tenminste voldoet aan de voon¡vaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de eisen genoemd in het eerste lid. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

d.

2. 3.

14

qerneen fe gM

oerdijk

Artikel 8.6 Prijs kwaliteitsverhouding

1.

2.

3.

Het college stelt voor het leveren van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet, vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reöle prijs die geldt als ondergrens voor: 1". een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2". de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. De vaste prijs of de reële prijs voor een dienst is ten minste gebaseerd op de volgende kostprijselementen: a. de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet; b. rekening houdend met de continuiteit in de ondersteuning, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken ondersteuners; c. redelijke overheadkosten; d. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; e. reis- en opleidingskosten; f. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en g. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Het college kan bij het verlenen van de opdracht voor te leveren diensten rekening houden met:

a. b. c. d.

4.

de aard en omvang van de te verrichten taken; de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; een redelijke toeslag voor overheadkosten; een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel. Het college houdt bij het verlenen van de opdracht voor te leveren overige voorzieningen door een derde (niet zijnde diensten) rekening met: a. de marktprijs van de voorziening; b. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier aanbieder worden gevraagd, zoals: 1" aanmeten, levering en plaatsing van de voorziening; 2" instructie over het gebruik van de voorziening; 3o onderhoud van de voorziening.

Paragraaf 5 Meldingsregeling

Artikel 8.7 Meldingsregeling calamiteiten en geweld

1.

2. 3.

Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorzíening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onveruvijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Paragraaf 6 Bestrijding misbruik of oneigenlÍjk gebruik

Artikel 8.8 Fraudepreventie en controle

1.

Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening (in natura of in de

15

semtente JM 2

oerdijk

vorm van een pgb) zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Het college beoordeelt, al dan niet steekproefsgewijs, de besteding van de pgb's. Tevens beoordeelt het college of de cliënt nog voldoet aan de criteria om voor een pgb in aanmerking te komen.

Artikel 8.9 Opschorting betaling uit het pgb Het college kan de Sociale Verzekeringsbank verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van een betaling uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen van handelen of nalaten als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a. d. of e. van de wet.

HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN

Artikel 9.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afirijken van hetgeen bij deze verordening is bepaald, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van overuvegende aard leidt

Artikel 9.2 lnwerkingtreding en citeertitel

1.

2. 3.

4. 5.

Deze verordening treedt in werking op de 1 maart 2021 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk vastgesteld op 12 december 2019. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Moerdijk die is vastgesteld op 12 december 2019 respectievelijk 14 maart 2019, respectievelijk 31 mei 2018, respectievelijk 16 februari2017 respectievelijk 30 oktober 2014, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk die is vastgesteld op 12 december 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk die is vastgesteld op 12 december 2019, wordt beslist met inachtneming van die verordening.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 4februari 2021, De griffier,

A. Goslings

De voorzitter,

J.P.M. Klijs

16

gemeente gM

oerdijk

Toelichting verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk Algemeen De Wmo 2015 draagt gemeenten onder meer op zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuileit van voorzieningen. Onder maatschappelijke ondersteuning @rt.. 1.1.1, eerste lid, van de wet) wordt verstaan: 1. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3. bieden van beschermd wonen en opvang. Artikel 2.1.3 van de wet geeft de gemeenteraad de opdracht om een verordening vast te stellen met de regels die noodzakelijk zijn ter uitvoering van het beleidsplan en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen. Deze verordening is dan ook een essentieel document voor de concrete uitwerking van het beleid van gemeente Moerdijk over ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie, beschermd wonen en opvang.

Voor de inwoners van Moerdijk biedt deze verordening duidelijkheid over wat zijvan de gemeente mogen verwachten maar ook wat bij de beoordeling van de aanspraak van hen (redelijkeruvijs) veruvacht.

Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Artikel 1.1 lid 1 onder a en b (alqemeen qebruikeliike voorzieninq en alqemeen oebruikeliik) De begripsbepalingen zijn enerzijds van belang om te kunnen beoordelen of de cliënt zijn beperkingen met een dergelijke voorziening kan oplossen dan wel verminderen. Anderzijds is van belang dat het aannemelijk is dat de cliënt over een (gevraagde) voorziening zou hebben kunnen beschikken omdat die naar geldende maatschappelijke opvattingen tot diens gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de cliënt behoort. Zie verdere uitwerking bij artikel 3.2, vierde lid onder a, van de verordening. Artikel 1.1 lid I onder c (andere voorzieninq) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 1.1 lid 1 onder d (Besluit) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Artikel 1.1 lid 1 onder e (biidraqe) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting Artikel 1.1 lid l onderf (qesprekl Het gesprek is het mondeling contact na een melding waarin het college met degene die maatschappelijke ondersteuning vraagt zijn gehele situatie inventariseert ten aanzien van zijn mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk dan wel met gebruikmaking van voorliggende voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningef maatwerkvoorzieningen zijn beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op te lossen dan wel te verminderen. Artikel 1.1 lid 1 onder q (budqetperiode) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Artikel 1.1 lid 1 onder h (PGB-plan) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting Artikel 1.1 lid 1 onder i(collectieve maatwerkvoorzienino) Dit is een maatwerkvoorziening die individueel wordt verstrekt maar wel door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt. Een voorbeeld is het collectief vraagafhankelijk vervoer.

17

semeente sM

oerd[jk

Artíkel 1.1 lid 1 onder i(huíshoudeliike ondersteunino) Met de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (o.a. CRVB:2016:1402) is duidelijk geworden dat huishoudelijke hulp, net als huishoudelijke verzorging op grond van de Wmo 2007, binnen het bereik van de Wmo 2015 valt. De wet geeft echter geen definitie van huishoudelijke hulp. Deze definitie sf uit daarom zoveel mogelijk aan bij de wettelijke definitie en de strekking in de Wmo2015 .

Artikel 1.1 lid 1 onder k (qoederen die behoren tot de primaire levensbehoefte) Onder goederen die behoren tot de primaire levensbehoefte vallen: het bereiden van broodmaaltijden en warme maaltijden, koffie of thee zetten en boodschappen doen. Denk in dit geval aan levensmiddelen en schoonmaakmiddelen en dergelijke die dagelijks/wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. Het spreekt voor zich dat een maatwerkvoorziening alleen dan binnen het bereik ligt als voorliggende oplossingen niet beschikbaar en/of geschikt zijn of financieel haalbaar zijn voor de cliënt Artikel 1.1 lid 1 onder l(hulpvraaq) Onder de hulpvraag wordt feitelijk de melding bedoeld als bedoeld in de wet. De cliënt doet een verzoek om maatschappelijke ondersteuning waarbij het college een onderzoek doet naar de hulpvraag (zie artikel 2.3 en 2.4 van de verordening). Artikel 1.1 lid I onder m (loqeeroovanq) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting Artikel 1.1 lid 1 onder n (meldino) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting. Zie ook toelichting bij de hulpvraag onder

I

Artikel 1.1 lid 1 onder o (Pqbl Spreekt voor zich, behoeft geen toelichtíng Artikel 1.1 lid 1 onder p (vervoersvoorzieninq) Spreekt voor zich. Voorbeelden zijn een scootmobiel of een driewielfiets

Artikel 1.1 lid 1 onder q (voorlioqende voorzienino) Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van degene die een melding doet of een aanvraagt indient een beroep te doen op andere wettelijke regelingen voor zover daar aanspraak op bestaat en die aanspraak bijdraagt aan het oplossen dan wel verminderen van de beperkingen. Artikel 1.1 lid 1 onder r (waakvlambeqeleidino) De vorm van begeleiding kan het college toekennen als het noodzakelijk is om kwetsbare cliënten in beeld te houden. Op deze wijze wordt voorkomen dat escalatie plaatsvindt gelet op de (aard van de) beperkingen. Het gaat bij waakvlambegeleiding om ondersteuning die af en toe wordt geboden, al dan niet op afroep. Hiermee wordt 'de vinger aan de pols' gehouden om zelfredzaamheid te verbeteren, te stabiliseren dan welterugval in de zelfredzaamheid te voorkomen. Voor de cliënt en het sociaal netwerk is duidelijk is waar men terecht kan bij risico op terugval. Artikel 1.1 lid 1 onder s (woninql Onder een woning wordt een zelfstandige woonruimte verstaan bestemd én geschikt voor permanente bewoning. Kamerhuur valt, gelet op de begripsomschrijving niet onder het begrip woning. Een woonschip en een woonwagen kunnen ook als woning worden aangemerkt. Verder geldt voor een woning vanzelfsprekend wat daar naar algemeen maatschappelijke aanvaarde maatstaven onder wordt verstaan.

Een woning voldoet (minimaal) aan het niveau van sociale woningbouw, hetgeen betekent dat de woning moet zijn voorzien van een woonkamer, een keuken, inpandige sanitaire ruimten (badkamer en toilet) en voldoende slaapkamers voor alle gezinsleden. Artikel 1.1 lid l ondert(Wet) Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting Artikel 1.1 lid 2

18

ge meente

Moerdljk

Spreekt voor zich, behoeft geen toelichting.

Artikel 1.2 (reikwiidte van de verordeninq) Het bieden van maatschappelijke ondersteuning heeft betrekking op ingezetenen van de gemeente Moerdijk. Het tweede lid bepaalt wie als ingezetene worden aangemerkt. Voor beschermd en opvang geldt dat iedere ingezetene van Nederland die zich voor deze ondersteuning tot het college. Hoewel in de Wmo 2015, in tegenstelling tot de Wmo 2007, geen centrumgemeenten zijn aangewezen zijn het wel deze gemeenten die de hiervoor genoemde maatwerkvoorzieningen bieden. Daarvoor ontvangen zij ook de middelen van het Rijk. Voor de gemeente Moerdijk treedt de gemeente Breda op als 'centrumgemeente'voor beschermd wonen en opvang. Middels een mandaatbesluit heeft de gemeente Breda de bevoegdheid om de meldingen en bijbehorende aanvragen om beschermd wonen en opvang namens de gemeente Moerdijk af te handelen. Hoofdstu k 2 Procedureregels ln dit hoofdstuk van de verordening zijn de procedureregels opgenomen. Een aantal van de bepalingen zijn bijwet verplicht. De niet-verplichte bepalingen zijn opgenomen om een zo volledig mogelijk overzicht te bieden van de rechten en plichten van de cliënt. Artikel 2.1 (meldino hulpvraaq) Een ieder kan zich bij het college melden. ln de meeste gevallen zal dal door de cliënt zelf al dan niet samen met zijn mantelzorger of een andere persoon uit zijn sociaal netwerk gebeuren.

Ook kan sprake zijn van een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 1.1.1, tweede lid, van de wet. De melding kan op verschillende manieren worden gedaan: mondeling, telefonisch of per email. Een melding moet te kwalificeren zijn als een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Een verzoek om informatie en advies (in brede zin) is geen melding. Dit is van belang omdat een melding als bedoeld in de wet leidt tot een gesprek. Zoals bij wet is voorgeschreven bevestigt het college de ontvangst van de melding aan de cliënt. De verordening bepaalt dat het college dat schriftelijk doet. Na de melding start het college het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2van de wet: er vindt een gesprek plaats (zie artikel 2.4 van de verordening). Mogelijk gaat daar een vooronderzoek aan vooraf (zie artikel 2.3 van de verordening). De hoofdregel is aldus dat het college na de melding eerst een gesprek voert met de cliënt. Een uitzondering geldt voor spoedeisende situaties. Het ligt op de weg van degene die zich meldt het spoedeisende karakter van de situatie aannemelijk te maken. Het college zet in voorkomende gevallen (zo spoedig als mogelijk en nodig blijkt) een maatwerkvoorziening in, dit in afirvachting van de uitkomsten van het gesprek. Ditzal zich in de praktijk echter niet snelvoordoen.

Artikel 2.2 (cliëntondersteuninql Artikel 2.2.4 van de wet draagt het college op in ieder te geval te zorgen voor cliëntondersteuning. Hoewel het niet verplicht is hierover regels in de verordening op te nemen, is dit toch opgenomen vanwege het belang om in de verordening een compleet overzicht van rechten en plichten van cliënten te geven. Hierbij is benadrukt dat de cliëntondersteuning op grond van de wet voor de cliënt kosteloos is. Het gaat in alle gevallen om onafhankelijke ondersteuning ten behoeve de cliënt waarbij zijn belang het uitgangspunt moet zijn. Cliëntondersteuning is overigens domeinoverstijgend en hoeft niet alleen betrekking te hebben op de Wmo 2015. Dit maakt integrale dienstverlening aan cliënten en/of burgers nog beter mogelijk. Na de melding informeert het college de cliënt en/of diens mantelzorger over deze mogelijkheid. Het college kan deze cliënt-ondersteuning aanbieden, maar cliënten kunnen zich ook laten bijstaan door andere (externe) ondersteuners. Denk aan een bestaande cliënten- of belangenorganisatie. Artikel 2.3 (vooronderzoek: indienen persoonliik olan) Het vanzelfsprekend nodig dat de cliënt over zichzelf en zijn situatie zo volledig mogelijke informatie en/of gegevens aan het college verstrekt. Analoog aan artikel 4:2 van de Awb is wettelijk bepaald dat de cliënt daartoe ook in de onderzoeksfase gehouden is (art.

2.3.2, zevende lid, van de wet). Van de cliënt die zich heeft gemeld, wordt veruvacht dat hij meewerkt aan de uitvoering van het noodzakefijke onderzoek en daarvoor ook de noodzakelijke informatie verstrekt. Bijwet is geregeld dat de cliënt gehouden is zich desgevraagd te legitimeren (art. 2.3.4, tweede lid, van de wet). Er zijn situaties denkbaar dat de ondersteuningsbehoefte bekend is bij het college en dat een vooronderonderzoek daar niets aan toevoegt. Toch mag het college daar alleen met toestemming van de cliënt van afzien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=2a69ca1b-b4f6-4fbd-a725-d75cf283fe36