CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV getekend - wijziging verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2024

Raadsvergadering 12 september 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 20244.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Mr

Ca MOERDIJK Raadsvoorstel Portefeuillehouders) Datum commissiebehandeling Datum raadsbehandeling Zaaknummer

burgemeester Moerkerke 22 augustus 2024 12 september 2024 1130991

Onderwerp

Wijziging Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2024

Voorgesteld besluit 1. De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2024 vast te stellen. 2. De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 vastgesteld op 6 juni 2019 in te trekken.

Publiekssamenvatting Het rijk past jaarlijks het landelijk geldende Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aan. Dat leidt in dit geval tot een aantal aanpassingen in onze eigen rechtspositieverordening. Daarom wordt hierbij een nieuwe verordening voorgelegd waarin de wijzigingen voor raads- en commissieleden zijn doorgevoerd. Naast een aantal technische aanpassingen is de belangrijkste wijziging om vast te leggen dat raads- en burgerleden bij beëindiging van het raads- of burgerlidmaatschap de beschikbaar gestelde device kunnen overnemen. In de modelverordening wordt de mogelijkheid gegeven om tegen kosten en na het opschonen van de device deze aan te bieden voor overname.

AL

Inleiding Uitganqspunt actualisatie Aan de hand van de modelverordening van de VNG zijn de wijzigingen per 1 januari 2024 artikelsgewijs getoetst. In de modelverordening is een aantal keuzemogelijkheden opgenomen. Over een aantal van die keuzemogelijkheden heeft de raad eerder nl. 6 juni 2019 een besluit genomen. Uitgangspunt is dat dit besluit gehandhaafd blijft. Bij deze actualisatie richten we ons specifiek op de wijzigingen die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2024. Keuzemogelijkheden uit 2019 Bij raadsbesluit van 6 juni 2019 heeft onze gemeente ervoor gekozen om geen voorzieningen of vergoedingen op te nemen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden, evenals individuele vergoedingen voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing. Dit besluit blijft gehandhaafd. Dit heeft betrekking op de volgende punten: • In 2019 is besloten geen gebruik te maken van de mogelijkheid om maximaal 20% van de raadsvergoeding in te zetten als `presentiegeld'. Gelet op de ervaringen uit het Moerdijks verleden is er geen enkele aanleiding om te verwachten dat we met `spookraadsleden' te maken krijgen. • Gezien het karakter van het politieke ambt, is geen verplichte pensioenvoorziening of invaliditeitsuitkering opgenomen voor raadsleden.

In het rechtspositiebesluit is de mogelijkheid opgenomen om bij verordening voor raadsleden een voorziening te treffen voor het verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Raadsleden kunnen de kosten hiervan vergoed krijgen tot een maximum van de vergoeding voor werkzaamheden van één maand. Er kan ook gekozen worden voor het afsluiten van een collectieve verzekering. Uit navraag bij meerdere verzekeraars van personeelsleningen is gebleken dat een dergelijke collectieve verzekering momenteel niet bestaat. Het alternatief om op individuele basis geld beschikbaar te stellen is erg duur, of voor een individueel raadslid niet interessant. Het is een voorziening die eigenlijk alleen interessant is voor gemeenten waar sprake is van een substantiële raadsvergoeding en waar de werkzaamheden veel tijd vergen. Omdat deze raadsleden vaak minder gaan werken, ondervinden zij daardoor nadeel in de sociale zekerheid van hun baan. Rekening houdend met fiscale aspecten komt dit voor 25 raadsleden neer op een kostenpost van tenminste € 37.500. Waarbij nog komt dat raadsleden deze tegemoetkoming naar eigen inzicht kunnen besteden. Gelet op de hoge kosten en het bij het verstrekken van de verzekering niet zeker is dat de middelen worden aangewend waarvoor zij zijn bedoeld, wordt voorgesteld deze bepaling niet op te nemen.

• In het rechtspositiebesluit wordt de mogelijkheid geboden ten aanzien van niet-partijpolitiek georiënteerde scholing een bedrag per jaar voor raads- en commissieleden op te nemen. Vooralsnog wordt afgezien van het opnemen van bedragen per individu. In het verleden hebben maar weinig raads- en commissieleden op individuele basis om een vergoeding van kosten van niet partijpolitiek georiënteerde scholing verzocht. Voorgesteld wordt dergelijke verzoeken door het presidium te laten accorderen. Keuzemogelijkheid 2024 Voor de uitoefening van de functie wordt aan raads- en commissieleden vanuit de organisatie een ICT-middel (Chromebook) ter beschikking gesteld. Met ingang van 2024 heeft de gemeente bij vertrek van een raads- of commissielid de volgende keuzemogelijkheden met betrekking tot het ICT-middel: • Inleveren: De huidige praktijk waarbij het ICT-middel wordt ingeleverd bij vertrek. b. Overname: Het raads- of commissielid kan ervoor kiezen om het ICT-middel over te nemen. In dit geval wordt de laptop grondig schoongemaakt met speciale software en wordt een vergoeding in rekening gebracht die gelijk is aan de restwaarde van het apparaat in het economisch verkeer.

In artikel 3 lid 1 is de hoogte van de vergoeding voor de onderzoekscommissie als genoemd in artikel 155a derde lid, van de Gemeentewet, vastgesteld op € 153,33 per maand voor de duur van de activiteiten. Voor de hoogte van deze vergoeding is aansluiting gezocht bij de maximumvergoeding voor'zware commissies' zoals genoemd in de modelverordening van de VNG. Technische wijzigingen Hieronder volgt een opsomming van de wijzigingen in de nieuwe verordening voor raads- en commissieleden: • in artikel 3 wordt het bedrag dat de leden van de Onderzoekscommissie en de leden van de Auditcommissie en Werkgeverscommissie extra ontvangen aangepast op het prijspeil 2024; • in artikel 4 worden de bepalingen voor reizen binnen en buiten de gemeentegrens gelijkgetrokken. De vergoeding voor reizen met eigen vervoersmiddel is vastgesteld op het maximumbedrag dat fiscaal onbelast kan worden verstrekt. Voor het jaar 2024 bedraagt de vergoeding € 0,23 per km.; • in artikel 11 en 12 is de titel met het nieuwe jaartal aangepast en is de nieuwe datum van inwerkingtreding opgenomen. Beoogd effect Met de actualisering van de Verordening rechtspositie raads- en burgerleden zijn de landelijk ingevoerde wijzigingen verwerkt. Kanttekeningen en risico's 1.1 Actueel en integraal De verordening sluit aan bij de actuele landelijke rechtspositie voor politieke ambtsdragers.

1.2 Keuzevrijheid Met het uitbreiden van de optie om bij vertrek de Chromebook over te nemen heeft het raadscommissielid optimale keuzevrijheid. 1.3 Verbetering rechtspositie politieke ambtsdragers De voorgestelde regeling betekent een verbetering van de rechtspositie van raadsleden en commissieleden. Hiermee wordt ertoe bijgedragen dat deze politieke functie naast dagelijkse functies in de samenleving vervuld kan worden. Middelen Personele middelen In het kader van uniformering en harmonisering is zo veel als mogelijk aangesloten bij de modelregeling, waarmee onnodige administratieve lasten zo veel als mogelijk worden voorkomen. Het schonen van het ICT-middel valt binnen de dienstverlening van de gemeente. Financiële middelen Er zijn geen extra financiële middelen nodig om dit besluit te kunnen uitvoeren. Communicatie Na vaststelling van de verordening wordt deze gepubliceerd op Overheid.nl en aankondiging in het Gemeenteblad.

Vervolg Niet van toepassing

Bijlagen 1. Was-wordt tabel VNG ledenbrief U202400019 Wijziging modelverordening rechtspositie raads- en commissieleden en modelregeling rechtspositie burgemeester en wethouder d.d. 6 februari 2024 Mocht u vragen hebben over dit voorstel, dan kunt u contact opnemen met de griffier via email griffie@moerdiik.nl.

Zevenbergen, 2 juli 2024 Burgemeester en wethouders van Moerdijk, de burgemeester, de gemeentesecretaris,

C drs. M.E. De Groot

A.J. Moerkerke

RAADSBESLUIT Raadsvergadering van 12 september 2024

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2024 De raad van de gemeente Moerdijk overwegende dat: de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden dient te worden herzien;

i

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 juli i 2024, gelet op: - de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet, - de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; gezien het advies van de commissie Sociaal en Bestuurlijk domein van 22 augustus 2024; BESLUIT vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN 2024 Artikel 1 Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. b. griffier: de griffier, als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. c. raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt niet op basis van presentie uitgekeerd. Artikel 3 Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

1. Een raadslid dat lid is van de Onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 153,33 per maand (prijspeil 1 juli 2024). De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.3, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Een raadslid dat lid is van de Auditcommissie en/of van de Werkgeverscommissie is lid van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 3. Voor de duur van de activiteiten van de commissie als bedoeld in lid 2 wordt een toelage toegekend van € 32,07 per maand (prijspeil 2024). De toelage is gebaseerd op de hoogte van de presentiegelden voor burgerleden van de Rekeningcommissie op basis van vier vergaderingen per jaar en wordt conform aangepast. Artikel 4 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b.

bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten; 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel 5 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3. Het presidium beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

Artikel 6 Informatie- en communicatiemiddelen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatiemiddelen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatiemiddelen in bij de gemeente. 3. In afwijking van lid 2 is overname van informatie- en communicatiemiddelen mogelijk onder de volgende voorwaarden: a. het ICT-middel is door of namens de gemeente geschoond met speciale software conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO); b. een raads- of commissielid betaalt de gemeente de resterende waarde in het economische verkeer van het ICT-middel. Artikel 7 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2.

Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 8 Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers per kwartaal plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 9 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratie via het personeelsinformatiesysteem en bewijsstukken dan wel een declaratieformulier en bewijsstukken.

3. De declaratie wordt binnen drie maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen twee maanden na het indienen van de declaratie wordt overgemaakt. Artikel 1O Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019, vastgesteld op 6 juni 2019, wordt ingetrokken.

Artikel 11 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 september 2024. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2024.

vergadering d.d. 12 september 2 de voorzitter,

Maérkerke

,

Toelichting Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2024

ALGEMEEN DEEL Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nader regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. Hoofdlijnen gemeentelijke verordening In deze verordening zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018), betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd.

De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal bij verordening van wettelijke regelingen af te wijken. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke verordening. Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat 'buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend', ontvangen de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen.

De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Raadsleden en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raads- en commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden opteren voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschip, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een opting-in verklaring bij de Belastingdienst. Als de raads- en commissieleden en gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschip, dan geldt dat de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten moeten worden verantwoord en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid moeten verantwoorden in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden.

De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst doorgeven middels een formulier IB-47. Omdat raads- en commissieleden op persoonlijke titel worden gekozen, zijn zij niet aan te merken als (fiscaal) ondernemer. Er hoeft dan ook geen VAR-verklaring / Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is niet van toepassing op raads- en commissieleden. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De hoogte van de raadsvergoeding is verplichtend bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse. Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die verbonden zijn aan hun functie. Wat betreft de vergoeding voor de werkzaamheden is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De gemeenteraad kan op grond van het vierde lid van artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdrager bij verordening bepalen dat een deel van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitbetaald als presentiegeld. Het gaat om maximaal 20% van de vergoeding. Er is geen aanleiding om van deze mogelijkheid gebruik te maken.

Het raadslid kan de vergoeding niet weigeren en de gemeente is verplicht de raadsvergoeding aan het raadslid over te maken op zijn of haar bankrekeningnummer. Het raadslid mag zelf (een deel) van de raadsvergoeding afdragen aan de politieke partij, maar is in beginsel juridisch niet verplicht mee te werken aan een overdracht van (een deel) van zijn of haar raadsvergoeding. Een

akte van cessie waarbij de raadsvergoeding direct aan een politieke groepering wordt overgemaakt is juridisch niet toegestaan. De reden hiervoor is dat het raadslid een onafhankelijke positie heeft en niet financieel afhankelijk mag zijn van de politieke groepering. Artikel 3 Toelage lid onderzoekscommissie en bijzondere commissie van raadsleden Deze artikelen betreffen de toelagen voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde 'zware commissies'. Hiermee wordt gedoeld op de vertrouwenscommissie, de rekenkamerfunctie en de onderzoekscommissie, zoals deze in de Gemeentewet specifiek zijn omschreven. Voor de hoogte van de toelage voor het werk in de eerdergenoemde drie zware commissies wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de vertrouwenscommissie en de rekenkamerfunctie, en anderzijds de onderzoekscommissie. De hoogte van de toelage voor een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie wordt vastgesteld op € 153,33 per maand (prijspeil 1 juli 2024) voor de duur van de activiteiten. Voor de hoogte van deze vergoeding is aansluiting gezocht bij de maximumvergoeding voor'zware commissies' zoals genoemd in de modelverordening. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Het lidmaatschap van de Auditcommissie en de Werkgeverscommissie is duidelijk meerwerk naast het reguliere lidmaatschap van de gemeenteraad. Voor de duur van de activiteiten van deze commissies wordt een toelage toegekend van € 32,07 per maand (prijspeil 2024). De toelage is gebaseerd op de hoogte van de presentiegelden voor burgerleden van de Rekeningcommissie op basis van vier vergaderingen per jaar en wordt conform aangepast. Het bedrag van de toelage wordt naar rato van de duur van de activiteiten toegepast. Zolang een commissie «slapend» is, althans niet actief, ontvangen de leden geen toelage: niet de duur van het lidmaatschap is van belang, maar de duur van de activiteiten. Artikel 4 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden In deze bepaling is bij verordening geregeld dat raads- en commissieleden een vergoeding van de reis- en verblijfkosten kunnen krijgen. Daaronder kunnen ook de buitenlandse dienstreizen worden geschaard. De naar redelijkheid gemaakte reisen verblijfkosten voor dienstreizen in het buitenland, die door of vanwege de gemeente zijn georganiseerd komen ook voor vergoeding in aanmerking. Voor de vergoeding van reiskosten en noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is aansluiting gezocht bij de vergoedingsregelingen voor wethouders.

Artikel 5 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor rietpartijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke

scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij. Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente.

Het presidium beslist vooraf over scholingsverzoeken van individuele raadsleden. Vooralsnog zijn de regels omtrent niet-partijpolitiek georiënteerde scholing niet nader uitgewerkt in een scholingsplan. Artikel 6 Informatie- en communicatievoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Er wordt slechts één ICT-middel (Chromebook) verstrekt. Hiertoe wordt een bruikleenovereenkomst opgesteld. De kosten van een internetabonnement vallen niet onder de ter beschikkingstelling. Bij aftreden of ontslag hebben raads- en commissieleden de keuze om het ICT-middel in te leveren of over te nemen. De gemeente zorgt ervoor dat het ICT-middel door of namens de gemeente is geschoond met speciale software (conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)). Bij overname dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het ICT-middel een vergoeding te betalen. Deze vergoeding is gelijk aan de resterende waarde van het ICT-middel in het economisch verkeer.

Artikel 7 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.

Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte onderbrengen zonder fiscale consequenties. Per 2024 bedraagt de vrije ruimte in de WKR 1,92% tot een loonsom van € 400.000 en 1,18% voor het loon boven € 400.000. Indien de vrije ruimte wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen. Artikel 8 Betaling vaste vergoedingen Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald moeten worden aan raads- en commissieleden. Artikel 9 Betaling en declaratie van onkosten De betaling van onkosten kan worden voorgeschoten uit eigen middelen en later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Het college heeft een declaratieformulier vastgesteld waarmee raads- en commissieleden gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Raads- en commissieleden declareren in beginsel hun kosten via het persononeelsinformatiesysteem met bewijsstukken dan wel een declaratie met bewijsstukken bij de griffier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=0388618b-79b0-4e6c-8b99-98d866c17f04