CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Commissievergadering 25 november 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening2.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ge mefnfe

Moerdük

RAADSVOORSTEL Ondenrverp : Algemene Plaatsel ij ke Verorden i n g

Verantwoordel ijke portefeu illehouder(s) Datum commissiebehandeling Datu m raadsbehandel ing Agendering en agendanummer Fase raadsbehandeling Zaaknummer

A.J. Moerkerke 25 november 2021 16 december 2021 BM 0804 Meningvormend 328855

Bijlagen

APV met "wijzigingen bijhouden" Definitieve APV met wijzigingen verwerkt

Gevraagd raadsbesluit 1. De Algemene Plaatselijke Verordening vast te stellen; 2. De Algemene Plaatselijke Verordening, vastgesteld d.d. 7 februari 2019, in te trekken (Publ ieks)Samenvatting

ln de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) worden diverse onderuerpen geregeld op het gebied van openbare orde, bescherming van het milieu en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Dit alles voor zover dit nog niet geregeld is in andere (hogere) regelgeving. Juist het feit dat het nog niet elders geregeld is, maakt het vaststellen van de APV met deze regels noodzakelijk. Periodiek wordt de APV tegen het licht gehouden en wordt bekeken of aanpassingen noodzakelijk zijn als gevolg van jurisprudentie, wetswijzigingen, gewijzigde inzichten of ervaringen in de praktijk. De APV van de gemeente Moerdijk is gebaseerd op het model van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG kijkt ook periodiek of aanpassing van dit model noodzakelijk is. De door de VNG voorgestelde wijzigingen worden door ons meestal gevolgd. Tevens zijn er met gemeenten en politie in de regio afspraken gemaakt over afstemming van de APV. Ook de in dit regio-verband naar voren gebrachte wijzigingen zijn grotendeels overgenomen in deze APV. Belangrijke wijzigingen in deze APV zijn o.a. het toevoegen van een lachgasverbod en een verbod op uitingen van verboden organisaties. Daarnaast is een verbod op magneetvissen toegevoegd en is een verplichting opgenomen om opruimmiddelen voor hondenpoep bijzich te hebben.

semeeii;

oerdÜk

lnleiding: reden van het voorstel Aanleidinq Als gevolg van díverse wetswijzigingen, jurisprudentie, gewijzigde inzichten of ervaringen in de praktijk is het weer noodzakelijk en gewenst enige aanpassingen door te voeren in de APV. ln de bijlage bij dit voorstel treft u een APV aan met daarin aangegeven wat gewijzigd is en tevens is toegelicht waarom dit gewijzigd is. Belano ln de APV worden regels gesteld in het belang van de openbare orde, bescherming van het milieu en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Om deze belangen op een juiste manier te kunnen behartigen is het noodzakelíjk dat de hieraan ten grondslag liggende lokale wetgeving juist en up to

date is Centrale vraao Zijn de voorgestelde aanpassingen in de APV gewenst en noodzakelijk in het belang van de openbare orde, bescherming van het milieu en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Beoogd maatschappelijk resultaat Na aanpassing is de APV weer opgesteld conform de geldende wet- en regelgeving en aangepast aan de plaatselijke problematiek.

Kaders Diverse wet- en regelgeving jurisprudentie

Argumenten Pro

ln dit voorstel worden een aantal wijzigingen voorgesteld waaronder redactionele aanpassingen die geen ingrijpende inhoudelijke wijziging van het artikel beogen. Er zijn echter ook een aantal wijzigingen die wel van invloed zijn op de dagelijkse praktijk. ln de bijlage is een concept-APV toegevoegd waarin per wijzíging wordt aangegeven waarom dit veranderd wordt. De belangrijkste wijzigingen in de nu voorliggende APV hebben betrekking op de volgende ondenrverpen: Lach gasverbod (art. 2:48a1 ln de APV is een nieuw artikel opgenomen met betrekking tot het verbod op het gebruik van lachgas op

een openbare plaats.

Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheíd meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast. Dit kan lastig zijn.

2

qemeenfe 9M

oerdÜk

Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring leidt. ln het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan - als dat afdoende lijkt te zijn - in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). Als op termijn het lachgas wordt opgenomen in de Opiumwet dan zal dil artikel niet meer nodig zijn. Deze wijziging laat naar alle waarschijnlijkheid echter nog wel even op zich wachten.

Verbod op uitingen van OMG (2:50a) Dit artikel is opgenomen mede op verzoek van de VNG. Hierin wordt, kort gezegd, een verbod in het leven geroepen om uitingen van verboden organisaties bij zich te hebben. Het artikel ziet o.a. op de zogenaamde "outlaw-motor-gangs" (OMG). De VNG geeft het volgende aan voor het opnemen van dit artikel (en artikel 2:26lid 2):

Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal gemeenten is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van

verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en

voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlíjke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de

intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van niet-betrokken burgers. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan.

Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden . Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden. Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bijvoorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Deze bepaling houdt in dat het verboden is om zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan

bijvoorbeeld gaan om de naam, logo's, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (derde lid). Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruime tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is.

ln de literatuur is wel gediscussieerd over de handhaafbaarheid van dit artikel. De meningen zijn hierover verdeeld. Vanuit bestuurlijke ovenvegingen adviseert de VNG toch aan alle gemeenten om dit artikel in de APV op te nemen. Ook de meeste gemeenten in onze regio nemen dit verbod op in de APV of hebben het al opgenomen.

3

ge rneenff

Moerdijk

Overige: Nieuw in deze APV is ook het verbod op magneetvissen. Het magneetvissen vindt veel plaats in de centra van de woonplaatsen vanaf bruggen en kades. Hierbij kunnen ook veel omstanders aanwezig zijn. Alle stalen voorwerpen die in de loop der jaren in het water terecht gekomen zijn, worden boven gehaald en op de kant gezet. Onder de opgeviste spullen bevinden zich ook een flink aantal oorlogsartikelen als kogels, bommen en granaten, die veelal nog geheel werkingsgereed zijn en dus gevaarlijk voor de vissers, omstanders en omwonenden. De laatste 3 jaar zijn 10 bommen en granaten uit WOll opgevist in Willemstad en Klundert. Na een melding van deze vondst aan de politie komt dan de EOD ter plaatse (met spoed) om deze veilig af te voeren. Uit veiligheidsoveruveging is een verbod op magneetvissen te rechtvaardigen. Het huidige artikel over de opruimplicht van hondenpoep vereist een betrapping "op heterdaad" om hiertegen op te kunnen treden. Door een toevoeging van de verplichting om opruimmiddelen bijzich te hebben kan de overlast van hondenpoep meer preventief worden bestreden.

Omgevingswet: ln het kader van de implementatie van de Omgevingswet is een analyse gemaakt van de diverse verordeningen binnen de gemeente en welke artikelen in deze verordeningen op termijn over moeten of kunnen naar het Omgevingsplan. Ook de APV bevat een aantal artikelen die straks in het Omgevingsplan zullen komen (b.v. artt. 2:11, 2:12 en 4:11). Deze artikelen hebben namelijk betrekking op (wijziging van) de fysieke leefomgeving en alle artikelen die hier betrekking op hebben moeten opgenomen worden in het omgevingsplan. Deze overplaatsing vindt echter nog niet meteen plaats. We hebben na inwerkingtreding van de wet in de transitieperiode een aantaljaren de tijd om deze overgang te laten plaatsvinden. De overgang van de artikelen is gekoppeld aan het (plan van aanpak van het) gebiedsdekkend omgevingsplan. Er is nu al wel nagedacht over hoe we deze artikelen eventueel kunnen dereguleren of vereenvoudigen. Dit heeft voor deze APV nog niet tot wijzigingen geleid maar het denkproces over vereenvoudiging is wel in gang gezet. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar venrvachting I juli 2022) zullen een aantal begrippen

en veruvijzingen in de APV juridisch aangepast moeten worden. Deze wijzigingen worden in een afzonderlijk voorstel aan de raad voorgelegd aangezien ze op een ander moment (1 juli 2022)in werking moeten treden dan de overige wijzigingen van de APV die in dit concept opgenomen zijn.

Contra

Bij het opstellen van verordeningen wordt altijd het dereguleringsoogpunt in acht genomen. Telkens dient afgewogen te worden of een bepaald onderwerp gereguleerd moet worden of niet. ln sommige gevallen kunnen bepaalde problemen zich niet of minder voordoen in onze gemeente maar wordt toch voor regulering gekozen, in overleg met de regio. Als de problemen zich immers al wel voordoen in onze buurgemeente dan is er een grote kans dat de problemen zich richting onze gemeente verschuiven indien we hieromtrent niets regelen en kunnen we dus niet of minder effectief optreden. Daarnaast blijkt handhaving van sommige artikelen in de praktíjk niet altijd even makkelijk. Het bestuurlijk belang om het artikel toch op te nemen weegt dan echter zwaarder. Alternatieven

lndien besloten wordt om regels op te stellen voor een bepaald ondenrverp, zijn er zijn verschillende manieren waarop dit gedaan kan worden. Men kan gebruik maken van algemene regels of van vergunningen of ontheffingen. Waar mogelijk wordt telkens gekozen voor de wijze van regulering die het minst bezwarend is voor onze burgers en bedrijven (vaak zijn dat algemene regels).

Maatschappel ijk d raagvlak Zowel de OMWB als de politie worden gevraagd te reageren op de voorgestelde wijzigingen van de APV. Daarnaast worden alle collega's betrokken die zowel beleidsmatig als in de uitvoering betrokken zijn bij de APV. Op deze manier proberen we de APV zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de specifieke problematiek die in onze gemeente speelt.

4

ge meente

al

Moerd U k Financiële consequenties Dekkinq Niet van toepassing. Subsidieveruvervinq Niet van toepassing.

Gommunicatie De APV wordt gepubliceerd in ons digitale Gemeenteblad. Tevens zalvia de website en de Moerdijkse Bode gecommuniceerd worden over de vaststelling van de APV.

Realisatie: risico's, planning, evaluatie, duurzaamheid en inkoop, Tegen de vaststelling van de APV kan geen bezwaar worden gemaakt. Wel is het mogelijk bezwaar te maken tegen een besluit dat genomen wordt op basis van de APV. De APV kan dan, als onderliggende basis, wel in een gerechtelijke procedure getoetst worden.

Mocht u vragen hebben over dit voorstel, dan kunt u contact opnemen van de griffier via telefoonnu mmer 0 1 68-37341 4 o'Í via e-mail : oriffie@moerdiik. nl. Zevenbergen, 2 november 2021 Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, de de burgemeester,

ir. J

5

semeeiiñ

oerdÜk

RAADSBESLUIT Raadsvergadering van 16 december 2021

De raad van de gemeente Moerdijk,

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 november 2021; overuvegende dat:

-

Het voor een goede handhaving van de openbare orde noodzakelijk is om een Algemene Plaatselijke Verordening te hebben die voldoet aan de laatste wet- en regelgeving en jurisprudentie en waarbij rekening gehouden wordt met de plaatselijke problematiek.

gelet op: i - de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a en174 van de Gemeentewet, i - de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, I - de artikelen 4,25a,25b,25c en 25d van de Alcoholwet, i - artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, i - de artikelen 2.18, eerste lid onder f en g, en vijfde lid, van de Wet op de kansspelen, i - artikel 3 van de Winkeltijdenwet, i - artikel 2avan de Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT

1. De Algemene Plaatselijke Verordening vast te stellen; 2. De Algemene Plaatselijke Verordening, vastgesteld d.d. 7 februari 2019, in te trekken Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. 16 december 2021, de griffier, de voorzitter,

A. Goslings

A.J. Moerkerke

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=b3bfd5c7-c729-4bfe-96b6-7ceb366cd54f