Routekaart gemeentelijk maatschappelijk vastgoed
Tekst van het document
I
l
Gemeente Moerdijk
I
Routekaart Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed
l l
t
':
Datum 26 januan2022
Kenmerk 2t.0206.GMD
)
l
Auteur D.H.M. (Dirk) Maas
M 06 53 460564 E dirk.maas@moerdijk.nl
Behoort bij uesluit van de raad van de
semeenreMoerdijkd.d. mijbekend, de
Collegiale toets
]
l
W. fWouter) Schots Ing. D.A.F. (DionJ de Been
Versie 3.0
stå.tos-.
Defil¡itief
)
t
b
lD fnæf+ âCIR
Pa$na2van28
Inhoudsopgave I
2
Inleiding...... L.L L.2
Aanleiding.......
1.3
Procesaanpak
Doelstelling..
Doelen
2.2 2.3 2.4 3.1 3.2
3 3 ?
5
Vastgoed.......
Duurzaamheidenvastgoed......................
Wettelijke kaders
7 7
Organisatie... Samenstellingvastgoedportefeuille..,.....
a
10
3.5
tl Duurzaamheidsdashboard
3.6
4
Route 4.L 4.2 4.3
Programmering en prioritering................
4.4
Uitgangspunten......................
13 13
t4 14
l4 18 21
22
5.1 5.2 5.3 5.6 ó
Verduurzamingsopgave Baten-enlastensysteem.....................
Dekkingsvormen
Vermeden Coz-emissie en energievoordeel
Uitvoeringsplan
24 25 ............................ 25
z6 26 26
7
Begrippenliist...........
8
Biilagen
8.1
Bijlagel:OverzichtVPS/VPI............
Pagina 3 van 28
L Inleiding tl
Aanleiding
We willen in 2050 energieneutraal zijn in overeenstemming met het Akkoord van Parijs en het nationaal
Klimaatakkoord. Daarin is de nationale opgave opgenomen om in 2030 49o/o en in 2050 95% Coz-reductie
bereiktte hebben ten opzichte van 1990. Om energieneutraal te worden kijken we naar alìe facetten van een samenleving, zoals wonen, werken en mobiliteit. Ook kijken we naar de verschillende stappen in duurzaamheid, zoals energiebesparing duurzame elektriciteit en duurzame warmte. Daarnaast vervullen we zelf een rol in het
verduurzamen van onze eigen bedrijfsvoering en vastgoed. Dit kan het gemeentehuis zijn, maar dit kunnen ook andere gebouwen in bezit en beheer van de gemeente zijn die de beleidsdoelen dienen, het maatschappelijk vastgoed.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor de Sectorale Routekaart Gemeentelijk
Maatschappelijk Vastgoed (Routekaart gemeenten 2020) opgesteld. Alle gemeenten in Nederland moeten beschikken over een strategie voor het verduurzamen van hun vastgoed in de vorm van een eigen gemeentelijke Routekaart. Dit is niet vrijblijvend. Daarnaast hebben 12 andere sectoren een eigen Routekaart opgesteld. Dit zijn onder andere de politie, de zorgen scholen in het beroepsonderwijs. Een Routekaart bestaat uit een beschrijving van wat er nodig is om tot 95o/o CO2-reductie te komen in 2050 en hoe men daar kan komen.
Ook de gemeente Moerdijk heeft een opgave voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. We stellen
hiervoor een eigen strategie op in de vorm van een Routekaart. In deze Routekaart komen de lokale kenmerken, ontwikkelingen, doelstellingen en processen centraal te staan. Met deze Routekaart zijnwe in staat het vastgoed op een systematische manier te verduurzamen. Een goede vertaling van strategisch beleid naar operationele
uitvoering zorgtvoor een uitvoerbare en realistische Routekaart. Deze Routekaart sluitverder aan op het overkoepelende Energieprogramma Moerdijk.
1.2 Doelstelling Het doel van de Routekaart is het uiteenzetten van de strategie en de uitgangspunten bij het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. De Routekaart focust op het einddoel, maar brengt ook in beeld hoe we als gemeente 2050 stap voor stap en langs welke route bereiken. De Routekaart formuleert ook de tussendoelen. Met de
Routekaart krijgen we meer inzicht in en grip op de verduurzaming van het eigen vastgoed. Het biedt concrete handvatten bij het formuleren van doelen voor de komende jaren, Deze Routekaart is een van de eerste stappen voor de gemeente Moerdijk in de transitie naar een klimaatneutrale gemeente.
Pagina 4 van 28
1.3 Procesaanpak Deze Routekaaft is tot stand gekomen in overleg en dialoog met medewerkers van de gemeentelijke organisatie. Er zijn interviews gehouden om een goed beeld te krijgen van de doelstellingen, de ambities, het gemeentelijk
beleid en de financiën.
Om draagvlak te creëren en richting te bepalen is de beoogde procesaanpak eerst op hoofdlijnen gepresenteerd aan de verantwoordelijke wethouders en later tijdens een van de strategietafels aan het complete college en de
domeinregisseurs. Vervolgens is een projecþlan opgesteld waarin het proces om te komen tot een generiek
duurzaamheidsbeleid is beschreven. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst op 3 juni 2021 zijn de hoofdlijnen van het projectplan aan de gemeenteraad gepresenteerd. Dit projectplan is vervolgens in de collegevergadering van 15 juni2027 aangenomen door het college. Aan de hand van het projectplan is deze Routekaart opgesteld.
De financiële effecten van de verduurzamingsopgave zijn begin 202L inzichtelijk gemaakt ten behoeve yan de
kadernota en eind 2021 opgenomen in de meerjarenbegroting 2022-2025.
Pagina 5 van 28
2 Doelen 2.L Duurzaamheidalgemeen In het 'Coalitieakkoord Moerdijk 2018-2022' staat dat we ons inzetten om de toekomst van onder andere het
energieverbruik en milieu te verbeteren. Hiervoor is een breed gedragen en toekomstbestendige aanpak het streven, Daarnaast zetten we een plan op voor de overgang van gas naar duurzame warmte, de Transitievisie Warmte (TVW) en bijbehorende Wijkuitvoeringspìannen (WUP). Als onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) werken we mee aan de duurzaamheidsdoelen van de regio en werken we samen met omliggende gemeenten.
Gedreven door het Klimaatakkoord van Parijs, gecombineerd met onder andere het nationale Energieakkoord en de Energieagenda van het Rijk staat Nederland voor de opgave energieverbruik en gebruik van fossiele
energiebronnen sterk te verminderen. Een belangrijke doelstelling die hieraan gekoppeld is, is het energieneutraal maken van de Gebouwde omgeving (energietransitie). Ter ondersteuning van deze doelstellingen wordt ook de landelijke wet- en regelgeving regelmatig aangescherpt.
In het Klimaatakkoord staat dat Nederlandse C02-emissie in 2030 met 49o/o en in 2050 met 95% verminderd moet zijn ten opzichte van 1990. Het kabinet heeft in het Regeerakkoord20tT-2021
voor de verduurzaming van
de Gebouwde omgeving ook een aantal andere maatregelen aangekondigd die bijdragen aan bovengenoemde
doelstelling, maar geen onderdeel zijn van het Klimaatakkoord. Een van die maatregelen is we dat Nederland langzaamaan aardgasvrij moeten maken. Dit betekent onder andere dat we de warmte-infrastructuur vervangen en dat heeft grote invloed op de verduurzamingsplannen van gemeentelijk vastgoed. Aardgasvrij en
energieneutraliteit zijn dus twee verschillende uitgangspunten. Tot slot verplicht de Aanbestedingswet gemeenten om circulair te gaan aanbesteden. Deze doelstellingen sijpelen door in wetten, normen en
vergunningenstelsels. Het overzicht in Figuur 1 schetst de situatie van dit moment.
îûruon¡h ¡ûrb¡th
¡¡996CCf r*drrtio
l5t$CSrducth
lov l9ç0
rw tt90
Tr¡n¡itia¡lsie W¡rmtc
go*oor
fmrgl.- lnfûrtÌuctuuJ ßrgþnaþ Encryi*tranrlic
Cl¡rr.d¡lr ¡¡nÞc¡¿rdnr
cttulalr, !rndt,.
Figuur 1 | Tijdslijn duurzaamheidsopgaven gemeentelijke vastgoedeigenaar
ctauhh
Pagina 6 van 28
De gemeente Moerdijk heeft duurzaamheidsambities. Deze zijn op hoofdlijnen vastgelegd in het'Coalitieakkoord
Moerdijk 20L8-2022' , de 'Kadernota Moerdijk 2022-2025' en het 'Energieprogramma Moerdijk'. De vraag is dus niet óf we gaan verduurzamen maar hoe en in welk tempo.
De landelijke ontwikkelingen en de gemeentelijke duurzaamheidsambities hebben gevoìgen voor de vijf sectoren
die ook in het Klimaatakkoord zijn benoemd: Elektriciteit, Gebouwde omgeving, Industrie, Landbouw en
landgebruik en Mobiliteit. Elke sector kent zijn eigen opgave. Vanuit de sector Gebouwde omgeving kijken we naar de gevolgen voor het (onderhoud van het) gemeentelijkvastgoed. Investeren in hetverduurzamen van
gemeentelijk vastgoed helpt de gemeente om de speerpunten van het gemeentelijke beleid te realiseren. Hiermee geven we het goede voorbeeld aan inwoners en bedrijven.
In deze Routekaart formuleren wij de uitgangspunten voor het beleid en de uitvoering op hoofdlijnen. Na
vaststelling van deze Routekaart vervatten we de verdere aanpak in een uitvoeringsprogramma. De daadwerkelijke uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen volgt in de fase daarna.
2.2 Vastgoed Het gemeentelijk vastgoed staat uiteindelijk ten dienste aan de doelstellingen van die gemeente. Zo kan het vastgoed bepaalde activiteiten huisvesten die een bepaalde maatschappelijk functie vervullen en die op hun
beurt weer bijdragen aan de doelstellingen van het beleid. Onze kerndoelstelling voor het eigen vastgoed is:
'We zetten vastgoed op een efficiënte, effectieve en transparqnte wijze in ten behoeve van het verwezenlijken van
gemeentelijke (of regionale) doelstellingen, waarbij we streven naar een optimale balans tussen het ma atschop p elíj ke en h et ft na nci äl e rend em ent'.
Dit betekent dat we zoeken naar de meest geschikte vorm voor het type gebruik. Transparantie gaat hierbij om de financiën en om beschikbare informatie. Aan de andere kant willen we de exploitatie ten minste
kostenneutraal laten verlopen en bijdragen aan de algemene gemeentelijke middelen.
Omdat we een aantrekkelijke gemeente willen zijn gaan we leegstand en degeneratie tegen. Onze gebouwen moeten toekomstbestendig zijn. Dit past ook bij het thema duurzaamheid.
2.3 Duurzaamheid en vastgoed Een onderdeel van het verduurzamen van bestaande bouw is het eigen vastgoed. Hiervoor bestaat nog geen
generiek duurzaamheidsbeleid. In hetverleden zijn reeds verschillende maatregelen uitgevoerd bij het eigen vastgoed. Hierbij is vaak gebruik gemaakt van natuurlijke vervangingsmomenten en nieuw- en
verbouwmomenten. Met deze Routekaart richten we dat proces efficiënter in.
Pagina 7 van 28
2.4 Wetteliike kaders Er zijn een aantal wettelijke kaders waaraan het bestaand gemeentelijk vastgoed moet voldoen in termen van
verduurzaming, te weten:
o Klimaatwet ¡ Klimaatakkoord ¡ Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED) o WetMilieubeheer(Activiteitenbesluit) ¡ Energielabel C-verplichtingvoorkantoren in2023 o Energielabel A-verplichting in 2030 fonnverpJ De EED en de 'Energielabel C-verplichting voor kantorenin2023'is voor ons gemeentelijk vastgoed niet aan de
orde. Het gemeentehuis beschikt al over energielabel A en door de verbouwing in2022 zal dit nog verder
verbeteren. Het overig gemeentelijk vastgoed heeft te maken met diverse uitzonderingen waardoor het niet onder de'Energielabel C-plicht'valt. De EED is niet van toepassing omdat er minder dan 250 Fte werkzaam is binnen onze gemeentelijke organisatie. Het grootste deel hiervan is tevens werkzaam voor niet BTW plichtige zaken. Bovendien is onze totale omzet ruim onder de € 50 miljoen voor btw plichtige zaken.
2.5 Gemeenteliikebeleidskaders We beschikken over verschillende beleidskaders die relevant zijn voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Dit betreffen:
o Coalitieakkoord201^S-2022 r Kadernota2022-2025 o Energieprogramma ¡ Zonnepanelenbeleid ¡ Accommodatiebeleid . Onderhoudsbeleidgemeentelijkvastgoed
Pagina I van 28
3 Vastgoedportefeuille 3.1 Organisatie We maken momenteel gebruik van Axxerion voor het contractbeheer van de maatschappelijke accommodaties. De wens bestaat om dit systeem uit te breiden met een vastgoedbeheermodule
zodat we de processen asset-,
onderhoud- en property management efficiënter kunnen borgen. Met die keuze richten we ons op eenduidig en professioneel vastgoedbeheer. De vastgoeddata in dit hoofdstuk is gebaseerd op een XLSX export, dat onder andere gegevens bevat over het energieverbruik in de periode 20t6-2020. Deze data, met name de data rondom
energieverbruik, is voortdurend aan onrwikkeling onderhevig. In de toekomst automatiseren we dit in het voorgenoemde vastgoedbeheersysteem, al dan niet in combinatie met een duurzaamheidsdashboard.
3.2 Samenstellingvastgoedportefeuille Vastgoedportefeuilles van gemeentelijke organisaties zijn in het algemeen omvangrijk en divers, onder andere in bouwjaar, functie, omvang en locatie. Dit geldt ook voor onze vastgoedportefeuille. Het is belangrijk dat we ons dat goed realiseren. Hierdoor is een uniforme aanpak voor de vastgoedportefeuille een uitdaging. Omdat er sprake is van allerlei verschillende parameters, pakken we nagenoeg ieder gebouw in de portefeuille solistisch aan. Per gebouw leveren we maatwerk.
Vastgoedportefeuille Deze paragraaf verschaft inzicht in de huidige vastgoedportefeuille. ln202I 'bezitten' we 97.44L m2 bruto
vloeroppervlak (BVO) in onze vastgoedportefeuille. Dit is verdeeld over 118 gebouwen en objecten. Tabel 1 biedt een overzicht van de complete vastgoedportefeuille met het aantal m2 BVO per sector. De sectoren komen
overeen met de gemeentelijke beleidsvelden en volgen tevens de lijn van de Sectorale Routekaart Gemeentelijk
Maatschappelijk Vastgoed (Routekaart gemeenten 2020) van VNG. Gebouwen met woonbestemming zijn
inzichtelijk gemaakt, maar zijn overeenkomstig de Sectorale Routekaart van VNG niet verder gecategoriseerd. Deze vallen immers niet onder de afspraken voor Utiliteitsbouw in het Klimaatakkoord. Het cirkeldiagram in
Figuur 2 geeft onderstaande verdeling in percentages weer.
Ambtelijke huisvesting
10
16.828
Cultuur
28
t2.430
Moerdijkregeling
5
2.L56
Onderwijs (POIVO)
24
32.902
Overig
L4
2.366
Sport
20
L3.341
Welzijn
11
t6.758
Wonen
6
660
Totaal
118
97.44'-
Tabel 1 | Overzicht complete vastgoedportefeuillq aantal en BVO
Pagina 9 van 28
I7"/,
r Ambtelijke huisvesting
1 "1,
l7ty,
l4o/o
l'.Jt/t
')O¿.
20/r¡
¡ Cultuur r Moerdijkregeling r Onderwijs (POlVOl r Overig r Sport
'
rWelzijn .1401,
IWonen
Figuur 2 | Samenstelling complete vastgoedportefeuille o.b.v. m BVO
Overzicht van energielabels Tabel 1 ìaat zien dat onze vastgoedportefeuille divers is. Er zijn alleen energielabels bekend van gebouwen die we verkocht hebben. Dit houdt in dat er geen energielabels beschikbaar zijn van gebouwen binnen de huidige
vastgoedportefeuille. Het is dus onbekend hoe de gebouwen er energetisch voor staan. Daarom kiezen we ervoor in dit stadium een overzicht van energielabels te genereren op basis van bouwjaren. Tabel 2 geeft. de toekenning van energielabels op basis van bouwjaar weer. Tabel 3 laat het percentage gebouwen zien dat binnen elk energielabel valt op basis van het bouwjaar. Dit is ook uitgedrukt in m2 BVO.
Energielabel
Bouwiaar minimaal
Bouwiaar maximaal
A
2002
Heden
B
2000
200t
c
t992
L999
D
1984
L99L
E
t979
1983
F
t977
L978
G
0
L976
Tabel 2 | Toekenning energielabels o.b.v. bouwiaar
D
E
F
G
Totaal
percentage faantal)
73,60/o
1,70/o
5,90/o
4,2o/o
L2,70/o
5,ro/o
56,80/o
100,00/o
percentage [m'z BVO)
29,5o/o
0,2o/o
L2,00/o
T,SO/O
L3,7o/o
2,Lo/o
4L,0o/o
100,00/o
Tabel 3 | Procentuele verdeling energielabels complete vastgoedportefeuille o.b.v. bouwiaar (indicatiefJ
Pagina 10 van 28
3.3 Scope Routekaart We verduurzamen niet al het vastgoed. Een deel van de vastgoedportefeuille valt buiten de scope. Met het
opstellen van het projectplan begin 2021 hebben we een overzicht gemaakt van de complete gemeentelijke vastgoedportefeuille om de verduurzamingsscope vast te stellen. Dat overzicht noemen we de vastgoedportefeuillestrategie [VPS) en ziet er als volgt uit:
. Kernportefeuille . Strategisch bezit o Bijzonder bezit o Dispositie/afstoot In bijlage 1 bij deze Routekaart is een overzicht van de complete gemeentelijke vastgoedportefeuille gevoegd, getiteld 'Overzicht VPS/VPI'. Het cirkeldiagram in Figuur 3 geeft de verdeling van onze vastgoedportefeuille binnen en buiten de scope weer op basis van m2 BVO. Ì I
I : ¡
: l
:
l
39o/o
38.337 m2 BVO
I Vastgoed buiten scope 6fo/o 59.104 m2 BVO
r Vastgoed binnen scope : !
i
I
l l
I
Figuur 3 | Verdeling vastgoedportefeuille binnen / buiten scope o.b.v. m2 BVO
.l
De focus van de verduurzamingsopgave ligt in eerste instantie op onze kernportefeuiÌle. De scope van de
Routekaart beperkt zich dus tot de kernportefeuille en heeft de volgende kenmerken:
¡ Het gebouw is 100% gemeentelijk eigendom. o Het gebouw is nog minimaal 5 jaar in gebruik. ¡ Het gebouw wordt niet gesloopt ofverkocht. ¡ Het gebouw gebruikt gedurende het hele jaar energie om het binnenklimaat te regelen.
Pagina 11 van 28
Onderwijs (PO/VO) valt buiten de scope van deze Routekaart en binnen de scope van de scholenroutekaart waarvoor de schoolbesturen verantwoordelijk zijn. Daarom beschouwen we onze schoolgebouwen als strategisch bezit. Het overgrote deel van de buitensportaccommodaties is geen gemeentelijk bezit (meer).
Hiervoor is overigens een aparte sectorale routekaart ontwikkeld. Woningen vallen eveneens buiten de scope van deze Routekaart om de reden die is aangegeven in paragraaf3.2. Een aanzienlijk deel van onze monumenten
valt buiten de scope van deze Routekaart omdat deze gezien bovengenoemde kenmerken niet in de
kernportefeuille passen. Daarom beschouwen we die monumenten als bijzonder bezit. Het gaat dan vooral om de monumenten in onze vestingwerken zoals de bunkers, bastions, schuilplaatsen, kruithuizen, forten, etc. Gebouwen waaryan we verwachten dat we deze binnen 5 jaar slopen of verkopen (geen vervanging door
nieuwbouw) beschouwen we als dispositie/afstoot en vallen daardoor buiten de scope van deze Routekaart.
Í I
I
ì
I
Afutoten
I
I
Doorexploiteren Reno¿eren Sloopliliaswbouw
r
I I
L,--
Kern portefeuílle Figuur 4 | Dispositie/afstoot vs. Kernportefeuille
3.4 Kernportefeuille Na het vaststellen van de verduurzamingsscope zoals beschreven in de vorige paragraaf ziet de cirkeldiagram in
Figuur 5 er wezenlijk anders uit dan in Figuur 2. Tabel 4 geeft een overzicht van het vastgoed waarop deze Routekaart van toepassing is.
Sector
Aantal
m2 Bvo
Ambtelijke huisvesting
10
16.828
Cultuur
6
4.702
Overig
4
465
Sport
10
10.206
Welzijn
5
6.L36
Totaal
35
34337
Tabel 4 | Overzicht kernportefeuille, aantal en BVO
Pagina 12 van 28
160/¡
r Ambtelijke huisvesting
I Cultuur '14.t\t
r Overig r Sport
'lattt
rWelzijn l0l¡
1 ') tt/
Figuur 5 | Samenstelling kernportefeuille o.b.v.
BVO
Ten behoeve van dit overzicht is eveneens een verdeling gemaakt in energielabels op basis van bouwjaren. Tabel 5 geeft dit overzicht weer. De verdeling is gebaseerd op de verdeling van Tabel 2.
Ð
percentage (aantal)
L4,30/o
2,go/o
1I,40/o
2,9o/o
8,60/o
5,70/o
54,30/o
700,00/o
percentage (mz BVO)
44,60/o
0,Lo/o
8,90/o
0,3o/o
3,60/o
r,70/o
40,80/o
L00,0o/o
Tabel 5 | Procentuele verdeling energielabels kernportefeuille o.b.v. bouwiaar (indicatiefJ
Op basis van het bouwjaar trekken we de conclusie dat een groot deel van gebouwen (in aantallen) vermoedelijk
energielabel G heeft. Dit komt omdat 19 van de 35 gebouwen uit de kernportefeuille vóór L977 zijn gebouwd. Een energielabelverdeling op basis van bouwjaar zorgt slechts voor een indicatie. Om een exact overzicht van de
energielabels te krijgen onderwerpen we elk gebouw afzonderlijk aan een energieonderzoek. Hierbij bepalen we
onder andere het energielabel. Dit laten we gefaseerd uitvoeren.
Sloop/afstoot en nieuwbouw Naar verwachting slopen of verkopen we 15 gebouwen (circa 4.150 m2 BVO) uit de kernportefeuille. Deze gebouwen zijn niet opgenomen in deze Routekaart.
Een aantal gebouwen uit de kernportefeuille vervangen we door nieuwbouw. Deze gebouwen zijn wel
opgenomen in de Routekaart om zo ook de impact daarvan in beeld te brengen. De planvorming zal plaatsvinden
in de komende jaren. Deze ontwikkelingen hebben impact op de verduurzamingsopgave.
Pagina 13 van 28
3.5 Duurzaamheidsdashboard De scope van de Routekaart (35 gebouwen) brengt veel informatie met zich mee. Deze informatie verzamelen,
bewerken, analyseren en verwerken we continue, Momenteeì is de vastgoeddata nog niet opgenomen in een (duurzaamheids)dashboard.
Een dergelijk dashboard is een functioneel instrument die het mogelijk maakt relevante vastgoeddata zoals
gebouwfuncties, bouwjaren, BVO, energielabels, energiebesparing, C02-reductie, terugverdientijden, etc. overzichtelijk, real-time en dynamisch te presenteren. Dit hebben we nodig om doorlopend inzicht te hebben in de verduurzamingsopgave, de -strategie en -aanpak. Bovendien biedt het dashboard de mogelijkheid op elk
gewenst moment de effecten van de uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen in beeld te brengen. Dit kan op
verschillende abstractieniveaus, zowel op portefeuille- als op gebouwniveau. Met het duurzaamheidsdashboard zijn we in staat vastgoeddata ten behoeve van de verduurzamingsopgave effectief te monitoren en bij te sturen. Hierdoor hebben we grip op de verduurzamingsopgave.
Een dergelijk duurzaamheidsdashboard hebben we nog niet ontwikkeld. We onderzoeken in de toekomst of een
koppeling met het nog eveneens in te richten vastgoedbeheersysteem fvia Axxerion) mogelijk is.
3.6 Disclaimer De vastgoedgegevens in dit hoofdstuk, zoals aantal gebouwen en bvo, zijn gebaseerd op de gegevens zoals deze
bekend waren op 3I-12-2021. Onze vastgoedportefeuille is dynamisch en is verandert continue. Daarom is
ervoor gekozen de gegevens in deze Routekaart vanaft-7-2022 niet meer te wijzigen.
Pagina 14 van 28
4 Route Om onze vastgoedportefeuille te verduurzamen is het van belang dat we een duidelijke strategie hebben. Een
strategie die gebaseerd is op de unieke kenmerken van Moerdijk, aansluit op de doelstellingen vanuit het Energieprogramma en tegelijkertijd praktisch uiwoerbaar is voor Cluster Vastgoed. Deze elementen samen zorgen voor de route om het vastgestelde doel te bereiken. We spreken daarom van een Routekaart. Met de
Routekaart stellen we de beoogde strategie en kaders vast. Hiermee brengen we de concrete opgave en de afiøeging voor fasering en prioritering in beeld.
4.1 Aanpak Om te komen tot een heldere strategie is afgelopen periode een vast omlijnd proces doorlopen. Dit proces is
beschreven in het projecçlan dat in de collegevergadering van 15 juni 2021 door het college is aangenomen. In
hoofdlijnen is die aanpak als volgt:
o Inzichtelijkmakenfinanciëleimpactverschillendeambitieniveaus. o Vaststellen gemeentelijkeduurzaamheidsambitie. ¡ Bepalen gemeentelijke vastgoedportefeuille-indeling (VPI). o Bepalenslimmegebouwenselectie. ¡ Inventariserenenanalyserengebouwgegevens. ¡ Uitvoerennulmetingen. o Onderzoeken mogelijke verduurzamingsmaatregelen. ¡ Uitwerken business case scenario's. De vastgestelde strategie is een bepalend onderdeel voor een realistische Routekaart.
4.2 Strategie De strategie is gericht op integrale en efficiënte realisatie van de verduurzamingsopgave. Daarom integreren we
het proces van verduurzamen van de kernportefeuille zoveel mogelijk in het bestaande proces van regulier beheer en onderhoud. Hiervoor letten we op de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen en -ambities. De focus van de duurzaamheidsambitie voor onze maatschappelijke vastgoedportefeuille is energieneutraliteit. Dat houdt in
dat we ons richten op de volgende stappen:
.
Stap 1. Terugdringen van onnodig energieverbruik om zo de emissie van broeikasgassen te
verminderen.
. .
Stap 2.Yoor resterende energiebehoefte zoveel mogelijk duurzame energie opwekken/inzetten. Stap 3. Zuinig en efficiënt gebruik maken van fossiele brandstoffen.
Voorgaande strategie is gebaseerd op de Trias Energetica, een bekende en veelgebruikte wijze van
verduurzamen (zie ook Figuur 6).Deze strategie geldt zowel voor nieuwbouw als voor bestaande bouw binnen de kernportefeuille.
Pagina 15 van 28
1.
fud¡¡c.lr(rl'-g þn¡t¡¡rçond t.fl*n¡krilbbþnnd. &trn !o ¡*oon mog.lük
3. Zrt duur¡rnr
Trf,gt þrcffr.nh
gnerginyrsäg Figuur 6 | Trias Energetica
Verder focussen we ons op andere duurzame thema's en aspecten als veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid:
o We wapenen ons beter tegen weersextremen die vaker voorkomen als gevolg van klimaatverandering. ¡ We maken onze gebouwen asbestvrij en brandveilig. ¡ We brengen het binnenklimaat in onze gebouwen in balans. ¡ We delen onze gebouwen flexibel en daarmee toekomstbestendig in. Dit sluit aan op de behoefte van de samenleving.
¡
We dragen bij aan (het behoud van) leefbaarheid in de gemeente. Dit doen we door onder andere de
toegankelijkheid van onze gebouwen te vergroten.
¡
We maken gebruik van duurzame (circulaire) en onderhoudsvriendelijke materialen en
materiaaltoepassingen volgens de Trias Ecologica.
Verduurzaming vastgoedportefeuille De duurzaamheidsambitie wordt bepaald in termen van te behalen energiebesparing en CO2-reductie. Hierbij
houden we rekening met de beschikbare middelen. Hieruit volgt de uiteindelijke doelstelling voor het
verduurzamen van het eigen vastgoed. Dit bepalen we ook in wisselwerking met de wijkgerichte aanpak vanuit het Energieprogramma Moerdijk en de RES. Het voorgaande hoofdstuk gaat dieper in op de huidige vastgoedportefeuille.
Het goede voorbeeld geven We willen met onze duurzaamheidsdoelstellingen het goede voorbeeld geven. Dit betekent dat we pro-actiever aan de slag gaan met het verduurzamen van het eigen vastgoed met als doel daarmee bedrijven en inwoners te
enthousiasmeren. Dit heeft niet alleen betrekking op het gebouwgebonden deel, maar zeker ook op het gebruiksgebonden deel. Het gedrag van gebruikers zal namelijk ook moeten meebewegen om de duurzaamheidsdoelstellingen te bewerkstelligen.
Samenwerking met markt Onze rol verschuift steeds meer naar een regisseursrol. Deze rol kunnen we ook voor het verduurzamen van de
kernportefeuille toepassen.Zokanverduurzaming een van de kwaliteitscriteria zijn waarop we een te contracteren marktpartij beoordelen. Hiermee betrekken we de innovatieve kracht van het bedrijfsleven bij de gemeentelijke onderhouds- en duurzaamheidsambities.
Pagina 16 van 28
Het is mogelijk om het verduurzamen van gebouwen en het uitbesteden van onderhoud te combineren. Dit kan
door Energie Prestatie Contracten (EPC) te sluiten met beheer- en onderhoudsbedrijven, ook wel Energy Service Companies (ESCo) genoemd. In een EPC zijn de afspraken vastgelegd tussen een opdrachtgever en een
uitvoerende partij rondom het leveren van energiediensten. De kern van een energieprestatiecontract is de afspraak over de te behalen energiebesparing. De uitvoerende partij geeft hier garanties op. In het contract
wordt een bonus-malus systeem beschreven over deze garantie. Uit de markt blijkt dat de duur van de EPC's kan verschillen van 3 tot en met 20 jaar. Zowel de opdrachtgever als de uitvoerende paftij kan de financiering van de te nemen verduurzamingsmaatregelen organiseren. Dit is
situatie-afhankelijk en beoordelen we op gebouwniveau.
Uiteraard kan het uitvoeren van de verduurzamingsmaatregelen ook verlopen via de raamovereenkomsten die we reeds hebben gesloten met diverse marktpartijen of via traditionele of geïntegreerde bouwcontractvormen die we projectmatig aanbesteden. Dit is aftrankelijk van het gemeentelijk inkoopbeleid en de reeds gemaakte
contractafspraken met raamcontractanten. Dit beoordeìen we op gebouwniveau.
Daarnaast zien we een kans om omwonenden van gemeentelijk vastgoed te betrekken, door ze - indien de
huurder en eigenaar van het gebouw dit wenst - de mogelijkheid te geven om aandelen te kopen in zonnepanelen via coöperaties [o.a. PostCodeRoos regelingJ. Dit beoordelen we op gebouwniveau.
Betrekken van huurders Het is verstandig een gebouw bij een wijziging van de huursituatie (mutatie) eerst te verduurzamen, mits dit
financieel en organisatorisch haalbaar is. Indien de huursituatie niet wijzigt gaan we in overleg met de huurder om samen tot een praktisch en uitvoerbaar voorstel te komen. Samen maken we keuzes over de te nemen
verduurzamingsmaatregelen die het gebruik van het gebouw positief beïnvloeden en de verdeling van de kosten en baten. Het betrekken van de huurder beïnvloedt mogelijkerwijs ook het gedrag van de gebruiker, een niet te
onderschatten factor als het gaat om verminderen van energieverbruik. Om te stimuleren dat we het energieverbruik verlagen, ontvangt de huurder een deel van het voordeel van de rendabele besparing van de energierekening (split incentive). Deze verdeelsleutel kan per gebouw verschillen.
Beleidsdoelen en vertaling naar vastgoedopgave Om integraal te werken is het belangrijk dat we kijken naar de verschillende gemeentelijke beleidsdoelen en de
eisen die we daardoor aan het vastgoed stellen. Het gaat hierbij om doelen op het gebied van sport, onderwijs,
cultuur en welzijn, maar uiteraard ook duurzaamheid en energietransitie. Door het inventariseren van deze doelen ontstaat een integraal beeld van de gewenste staat van het gemeentelijk vastgoed.
PagnalT van28
Inventarisatie en analyse vastgoed t.b.v. strategische vastgoedsturing Het is belangrijk een goed beeld te hebben van de huidige technische staat van het gemeentelijk vastgoed. De
kenmerken en eigenschappen van de verschillende te verduurzamen of wellicht te renoveren gebouwen moeten voldoende inzichtelijk zijn. Dit hebben we geborgd in het onderhoudsbeleid. We onderwerpen het gemeentelijk vastgoed elke 3 jaar aan een inspectie volgens de (uniforme) NEN 2767 methodiek zodat we een goed beeld hebben van de huidige technische staat van het gemeentelijk vastgoed. Daarnaast brengen we ook de functies en de wijze waarop onze huurders onze gebouwen gebruiken in beeld.
Duurzaam Meeriaren Onderhoudsplan IDMOP) We beschikkenvanaf 2022 over een Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMOP). Hierin verwerken we naast de gebruikelijke (traditionele) onderhoudsactiviteiten
- in ieder geval de wettelijke
verduurzamingsmaatregelen fvanuit Erkende Maatregelen Lijst, kortweg EML). Daarnaast voegen we de duurzaamheidsmaatregelen toe die voortkomen uit de maatwerk duurzaamheidsadviezen. De ambitie schalen we langzaam op van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) naar Energieneutrale Gebouwen (ENG). Hierbij
geldt een langetermijnvisie zodat we keuzes maken die leiden tot het einddoel van 95% energieneutraal in 2050
Nieuwbouw en bestaand vastgoed Als vastgoedeigenaar merken we de gevolgen van verduurzaming op twee manieren: bij het realiseren van
nieuwbouw door het moeten voldoen aan steeds strengere eisen en normen bij bestaand vastgoed. De tijdslijn in Figuur 7 geeft inzicht in de gestelde eisen tot 2050.
Elccn ¡¡n nl¡uwbor¡¡l
ílÍ lltì {llr.rnetrill¡*ht: rr u
8Ë¡¡fi
LIÏU
F.åttl('lûr I nl'rpl l:
Ërrerqiel; hel
Eise¡ ¡¡n bestaand vastgoed
liilviler¡rrrl F¡ lc¡rrdp Mnatrrr¡*ler-rl iirt
kririlrld{¡*Ël1rht linr:;çir: Årrlit l[{:ül
Figuur 7 | Tijdslijn eisen aan nieuwbouw / bestäand vastgoed
GEÍI¡IEENTETIJIG ROR'f EFET,II¡
X.¡nt¡¡nr l;:hpl A Ël¡G Streefnorm
fP{ E¡nr'trlçrü
tk!rhim¡/ir)
lk}'l\iTi'lti()
Pagina 18 van 28
4.3 Programmering en prioritering Tot 2050 verduurzamen we 35 gebouwen. Er is behoefte aan een programmering voor de verduurzaming van deze gebouwen aangezien de verduurzamingsopgave gevolgen heeft voor de uitvoering en financiën. De
programmering is flexibel omdat er tussentijds mutaties kunnen plaatsvinden en zich ontwikkelingen en kansen kunnen voordoen zoals extra investeringsruimte, noodzakelijke kwaliteitsverbeteringen, subsidieregelingen, etc. We selecteren daarom per coalitieperiode een serie gebouwen die kansrijk zijn voor verduurzaming. We noemen
dit de slimme gebouwenselectie. We laten deze gebouwen door een expert onderzoeken en maatwerk duurzaamheidsadviezen opstellen. Gelijktijdig laten we het huidige energielabel door de expert vaststellen en afrnelden. De gegevens uit de maatwerk duurzaamheidsadviezen verwerken we in ons DMOP.
Bij het selecteren van de gebouwen en het bepalen van de volgorde houden we rekening met een aantal
uitgangspunten om de verduurzaming zo efficiënt mogelijk in te richten:
¡ We controleren of we beleidsmatig tevreden zijn over het gebouw o We houden rekening met het beleidsdoel van het gebouw en ofdit past bij onze kerntaken. ¡ We houden rekening met de gebruikstevredenheid van het gebouw. ¡ We houden rekening met de technische staat en de leeftijd van het gebouw. o We houden rekening met de energieprestatie van het gebouw. ¡ We houden rekening met de financiële prestatie van het gebouw. o We houden rekening met bijzondere gebiedsontwikkelingen zoals de TVW en de wijkgerichte aanpak voor duurzaam verwarmen.
Verduurzamingsplan voor gebouwen uit kernportefeuille In hoofdstuk 3 hebben we aangegeven hoe onze VPI er uit ziet. We gaan aan de slag met onze kernportefeuille. Welke verduurzaming is verstandig? Daarvoor kijken we naar het duurzaamheidsperspectief van de gebouwen. We letten achtereenvolgens op de volgende vier meest bepalende aspecten voor verduurzaming:
¡
Top-10 verbruik: we maken grote stappen met het aanpakken van de gebouwen die de meeste energie verbruiken.
¡
Technische potentie: we pakken eerst gebouwen aan die zich technisch gezien beter lenen voor
verduurzaming, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een dakoppervlak voor zonnepanelen of door de geschiktheid om na-isolatie toe te passen.
¡
Natuurlijk moment: we kijken of er grootschalige vastgoedingrepen of onderhoudswerkzaamheden op de planning staan. Door te verduurzamen op natuurlijke momenten - in lijn met het [D)MOP - zijn de
kosten al gedeeltelijk financieel gedekt en maken we geen desinvesteringen.
¡
Wijk: we kijken in welke wijk het gebouw staat en houden rekening met de eventuele aanleg van een warmtenet op die locatie.
Op basis van de bovenstaande vier verduurzamingsaspecten kunnen we duurzaamheidsplannen op
gebouwniveau maken (zie ook Figuur 8).
Pagina 19 van 28
tr
Frioriteren
Monurnent Nieuwbouw {EI,}Gl
1. Top lOveÈrulk
l. Technlsche pötêntie
3. Natuudljk momënt 4. WlJk
Figuur 8 | Vier verduurzamingsaspecten
Het opstellen van het duurzaamheidsperspectiefvoor gebouwen vereist een technisch oordeel. Cluster Vastgoed
vervult daarom de kartrekkersrol. Zij zorgenvoor de benodigde duurzaamheidsdeskundigheid. Voor alle gebouwen gelijktijdig plannen maken vraagt inspanning en kennis. Het in één keer uitvoeren van de
plannen is vaak (te) kostbaar. Er is veel overleg en tijdig nodig om een passende oplossing te vinden voor de uiWoering van het plan. We lopen dan alti¡d het risico dat het uiteindelijke plan na enkele jaren achterhaaìd is door nieuwe politieke keuzes of door nieuwe technische mogelijkheden. Door rekening te houden met de uitvoeringscapaciteit richten we dit efficiënter in.
Verduurzamingsplan afstemmen op uitvoeringscapaciteit Door rekening te houden met de uitvoeringscapaciteit zorgen we ervoor dat we alleen analyses en plannen maken die we daadwerkelijk kunnen uitvoeren. De uitvoeringscapaciteit wordt bepaald door de beschikbare
middelen [budget en formatieJ. De verduurzamingsactiviteiten
verdelen we over de korte, middellange en lange termijn. Voor elke termijn
vullen we een'projectmandje'. De beschikbare capaciteit en hoeveelheid geld bepaalt de omvang van de projectmandjes. Zodra de projectmand voor de korte termijn is gevuld met plannen die het hoogst scoren op de vier verduurzamingsaspecten, kan de uiWoering van start. Deze plannen krijgen de status van'project' zodat we deze binnen het bestaande proces van regulier beheer en onderhoud kunnen uitvoeren.
Gebouwen die lager scoren op de vier verduurzamingsaspecten, bijvoorbeeld omdat er meer uitzoekwerk nodig is of doordat de verduurzamingspotentie lager is, vloeien over naar de middellange termijn. Over een of enkele jaren, wanneer er weer geld en capaciteit beschikbaar is, komen deze gebouwen aan de beurt. Deze plannen
krijgen de status van'initiatief . Dit houdt in dat we onderzoeksvragen moeten beantwoorden of simpelweg omdat de plannen op hun beurt moeten wachten.
Bij de laagst scorende gebouwen spelen doorgaans meerdere vraagstukken: een laag verbruik, technisch lastig te
verduurzamen (bijvoorbeeld monumenten), recent vernieuwd of gelegen op een ongunstige locatie. Het oplossen van deze vraagstukken kost relatiefveel tijd. Deze gebouwen negeren we niet, maar hiervoor volstaat
in deze fase een verduurzamingsidee.
Pagina 20 van 28
Deze aanpak zorgt ervoor dat we snel van start gaan, geen tijd verliezen en duidelijke resultaten boeken. Door de
aanpak jaarlijks te actualiseren en eenmaal per vier jaar te herijken, blijft de korte termijn projectmand gevuld met duurzaamheidsprojecten die we op dat moment het beste kunnen oppakken. Het overzicht in Figuur 9
verschaft inzicht in de verdeling van de verduurzamingsactiviteiten op korte, middellange en lange termijn.
.CO2-reductie I 200lo
l(rrrte l'elmi¡tr
.Status I Project
Middella ngc'l'ernr i¡t
.CO2-reducti e | 50o/o
.Status I Initiatieven
l,arrge 'l'ernriin
.CO2- reductie lg\o/o
.Status I Ideeën
Figuur 9 | Verdeling verduurzamingsactiviteiten op korte, middellange en lange termiin
Op de korte termijn komen de onderstaande gebouwen in aanmerking voor verduurzaming:
Coalitieperio de 2A22 -2O25 1. Milieustraat
Klundert
2. Gemeentewerf
Klundert
Coalitieperio ie 2A26 -2O29 1. Brandweerkazerne Standdaarbuiten 2. Kinderboerderij De Dierenploeg Zevenbergen
3. Brandweerkazerne Fijnaart
3. Gymzaal Klundert
4. Brandweerkazerne Moerdijk-Haven
4.Gymzaal De Waai
5. Havenkantoor Ponton fachthaven
5. MFC De Parel Fiinaart
6. Sportzaal Bloemendaal Zevenbergschen-Hoek
6. Gemeenschapshuis Pestalozzihuis Heijningen
Tabel 6 | Overzicht verduurzaming gebouwen op korte termijn
Pagina 21 van 28
4.4 Uitgangspunten Met deze Routekaart stellen we de beoogde strategie en kaders vast. Deze bepalen de uitgangspunten voor de
wijze waarop we onze kernportefeuille verduurzamen:
¡ We hebben de ambitie in 2050 energieneutraal te zijn. e We hebben de ambitie om nieuwbouw direct energieneutraaì (ENG) op te leveren. ¡ We bieden gebouwen die gelegen zijn in het warmteleveringsgebied zoveel mogelijk aan voor aansluiting op het warmtenet.
¡
We houden rekening met beheer en onderhoud van het vastgoed. Verduurzamingsmaatregelen vinden zo veel mogelijk plaats op natuurlijke vervangingsmomenten. Als deze er niet zijn werken we toe naar een vervangingsmoment. We sluiten aan op het bestaande (D)MOP.
¡
We verduurzamen de gebouwen op basis van maatwerk. Per gebouw onderzoeken we wat de technische
mogelijkheden zijn. Dit geldt vooral voor monumenten en andere specials.
o We nemen in ieder geval no-regret-maatregelen. Dit zijn maatregelen die naast directe voordelen ook indirecte voordelen opleveren, bijvoorbeeld comfort, sociaal of financieel.
¡
We nemen energiemaatregelen met een terugverdientijd van L5-L7 jaar of korter voor de eigen organisatie, gelieerde instellingen en opdrachtnemers.
r
We beginnen met het verduurzamen van een aantal zichtbare gebouwen waardoor de verduurzaming
politieke waarde heeft.
o We maken waar mogelijk gebruik van innovatieve ontwikkelingen. ¡ We beschouwen circulariteit als toegevoegde waarde als dat praktisch mogelijk is. ¡ We hanteren in principe de 50/50 split incentive regel wanneer er sprake is van een verhuursituatie. Per gebouw maken we maatwerkafspraken met de huurder.
Pagna22van28
5 Financiën 5.1 Verduurzamingsopgave Het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed brengt kosten met zich mee. De kosten van de
verduurzamingsopgave conform deze Routekaart, die uitsluitend toe te rekenen zijn aan hetverduurzamen van de kernportefeuille, zijn aftrankelijk van het gekozen ambitieniveau. Het college heeft met het aannemen van het
projectplan voorgesorteerd op de ambitie in 2050 95% CO2-neutraal te zijn. Deze ambitie sluit aan op het overkoepelende Energieprogramma Moerdijk.
5.2 Baten- en lastensysteem Vooruitlopend op de kosten van de verduurzamingsopgave die we gaan maken is nagedacht over de wijze van financieren. We hanteren het baten- en lastensysteem. Dit houdt in dat we een begroting opstellen waarbij we kosten (en opbrengsten) over meerdere jaren uitsmeren. De kosten van de verduurzamingsopgave moeten we dan ook'vertalen' naarjaarlijkse (structurele) lasten. Daar staan uiteraard jaarlijkse baten [incidenteel en
structureelJ tegenover.
Voor de verduurzamingsopgave houdt dit in dat we extra middelen moeten reserveren. Dit doen we via een extra/hogere storting in de onderhoudsvoorziening. In deze situatie organiseren we de kosten van de verduurzamingsopgave dus rechtstreeks via het [D)MOP. Een extra/hogere storting in de onderhoudsvoorziening betekent dat we de verduurzamingsmaatregelen
verwerken in het MOP van de gebouwen. Deze komen in de plaats van de één-op-één vervanging van de
traditionele elementen. Bijvoorbeeld: de warmtepomp vervangt de cv-ketel, led-verlichting vervangt de conventionele verlichting etc. Er kan ook sprake zijn van toevoegingen van elementen die momenteel nog niet in het MOP zijn opgenomen. Bijvoorbeeld: zonnepanelen.
De vrijval van onderhoudsbudgetten voor de cv-ketel respectievelijk conventionele verlichting zetten we direct
in voor de aanschaf van de warmtepomp en led-verlichting. Dit betekent een verhoging van het MOP en daarmee een verhoging van de dotatie in de onderhoudsvoorziening. De kosten van de verduurzamingsmaatregelen
vallen immers hoger uit dan de kosten van het vervangen van traditionele elementen uit het MOP.
5.3 Dekkingsvormen Tegenover de kosten van de verduurzamingsopgave staan ook dekkingsbronnen. Die zetten we in om de kosten
gedeeltelijk fìnancieel te dekken. Hierdoor vallen de kosten lager uit. De dekkingsbronnen kennen een incidenteel en structureel karakter. Na aftrek van deze dekkingsbronnen blijven er resterende kosten waarvoor geen financiële dekking aanwezig is. Dit noemen we de onrendabele top. Deze onrendabele top dienen we wel
financieel te dekken. De volgende dekkingsbronnen zijn gangbaar om de onrendabele top te verlagen:
o ¡ ¡
Meerjaren Onderhoudsplan (MOP)
EnergieÌasten(splitincentives) Subsidies
Pagina 23 van 28
Meeriaren Onderhoudsptan (MOP) Ieder gebouw binnen de kernportefeuille beschikt over een Meerjaren Onderhoudsplan (MOP). Dit MOP bevat onder andere de één-op-één vervanging van de bestaande (traditionele) elementen van het gebouw. Met het in kaart brengen van de verduurzamingsmogelijkheden (het maatwerk duurzaamheidsadvies) maken we
inzichtelijk welke verduurzamingsmaatregelen we mogelijk kunnen treffen. Hierbij kan de situatie ontstaan dat we een bestaande één-op-één vervanging uit het MOP koppelen aan een duurzamer alternatiefconform het maatwerk duurzaamheidsadvies. Na het uitvoeren van de betreffende verduurzamingsmaatregel besparen we energie, wat bijdraagt aan het reduceren van de COz-emissie. Dit heeft financiële effecten. Met deze koppeling zetten we het gereserveerde onderhoudsbudget uit het MOP niet meer in voor de traditionele vervanging, maar
gebruiken we deze voor de dekking van het duurzamer alternatief. Hierdoor zullen de kosten voor verduurzaming lager uitvallen.
Subsidies Op landelijk niveau bestaan verschillende subsidiemogelijkheden. De meeste bekenden zijn de SDE+ en de ISDE.
In het geval van de SDE+ fbeschikbaar gesteld door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, kortweg RVO) is er sprake van een exploitatiesubsidie. Dit houdt in dat we jaarlijks een subsidie ontvangen. De ISDE [beschikbaar gesteld door RVO) is een investeringssubsidie en wordt eenmalig uitgekeerd. De hoogte van de subsidie is
afhankelijk van de duurzame maatregel en type.
De SDE+ vergoedt het verschil tussen de kostprijs en de marktwaarde van de geleverde energie. De maximale SDE+ bijdrage is dus gelijk aan het maximum basisbedrag minus het correctiebedrag. De hoogte van de SDE+
bijdrage is daarmee afhankelijk van de ontwikkeling van de energieprijs. De kostprijs voor de productie van hernieuwbare energie is vastgelegd in het basisbedrag voor de technologie. De marktwaarde van de geleverde energie is vastgelegd in het correctiebedrag. De indicatieve subsidiebedragen zijn als dekkingsbron verwerkt in
het overzicht in paragraaf 5.5.
Energielasten (split incentives) Het inwisselen van de traditionele elementen uit het MOP voor een duurzamer alternatief heeft positieve gevolgen voor de exploitatie van het gebouw. Door het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen besparen we COz. Dat zien we terug in de lagere energieverbruiken
(elektra en/ofgas en/ofwarmte) en dus de energielasten.
Deze besparing komt ten goede van de huurder, maar zullen we middels een split incentive (gedeeltelijk)
inzetten ter dekking van de kosten. Per gebouw is maatwerk vereist. Er is inzicht in het energieverbruik van de huurders zodat we op gebouwniveau goede afspraken kunnen maken. Het verschil in het energieverbruik na het nemen van de verduurzamingsmaatregelen monitoren we middels een nog te ontwikkelen
duurzaamheidsdashboard. Het energievoordeel komt ten goede van de exploitatie en niet van de onderhoudsvoorziening. Daarom is het energievoordeel niet opgenomen in het kostenoverzicht in paragraaf 5.4. Een indicatie hiervan is separaat inzichtelijk gemaakt in paragraaf 5.6.
Pagna24van28
5.4 Kosten Tot 2050 kost de verduurzamingsopgave van de kernportefeuille ons 12,7 miljoen euro. Een overzicht van de geschatte kosten van de verduurzamingsopgave voor de komende 10 jaren is weergegeven in Tabel 7.
Milieustraat en Gemeentewerf Klundert
€.262.000*
Brandweerkazerne Fij naart
€ 193.000*
Brandweerkazerne Moerdij k-Haven
€ 486.000*
Havenkantoor Ponton f achthaven Willemstad
€ 3.000*
Sportzaal Bloemendaal Zevenbergschen-Hoek
€ 314.000*
Brandweerkazerne Standdaarbuiten
€ 121.000**
Kinderboerderij De Dierenploeg Zevenbergen
€ 54.000**
Gymzaal Klundert
€ 300.000**
Gymzaal De Waai Langeweg
€ 181.000**
MFC De Parel Fijnaart
€ 1.120.000**
Gemeenschapshuis Pestalozzihuis Heijningen
€ 174.000**
Sanitair Ponton fachthaven Willemstad
€ 26.000**
Scouting Den Biggelaar Zevenbergen
€ 100.000**
Waterscouting Matthijs Heldt Groep Zevenbergen
€ 66.000**
Totaal
€ 3.400.000
10-iaars gemiddelde
€ 340.000
Tabel 7 | Overzicht financiële effecten verduurzamingsopgave
De totale kosten de komende 10 jaren zijn geraamd op € 3.400.000. De dotatie aan de onderhoudsvoorziening
gebouwen verhogen we daarom jaarlijks met een bedrag van € 340.000 om voldoende middelen in de
voorziening te hebben voor de uitvoering van de verduurzaming van de kernportefeuille.
De bovenstaande kosten zijn gebaseerd op:
o
De maatwerk duurzaamheidsadviezen die zijn opgesteld door de extern expert. De betreffende bedragen
zijn aangeduid met " * ".
o
De raming die is gehanteerd bij de kadernota 2021".De bedragen zijn niet één-op-één overgenomen
uit
de raming, maar aangepast op basis van de verhouding tussen de raming en de maatwerk
duurzaamheidsadviezen. De betreffende bedragen zijn aangeduid met " ** ".
In deze verduurzamingopgave zijn geen kosten opgenomen voor verduurzaming van Sportcentrum De Niervaert en het gemeentehuis omdat dit twee projecten zijn waarvoor separaat middelen ter beschikking worden/zijn
gesteld.
Pagina 25 van 28
5.5 Subsidieverwerying Tegenover de bovengenoemde kosten genereren we inkomsten uit subsidies voor bepaalde categorieën gebouwen. In paragraaf 5.3 is aangegeven welke subsidievormen mogelijk zijn. De hoogte van de mogelijke subsidies voor de komende coalitieperiode is conseryatief ingeschat op € 312.750. Dit is gemiddeld € 78.000 per jaar. ln Tabel I is de geschatte subsidie per gebouw weergeven. De gegevens zijn slechts indicatiefen zijn sterk
afhankelijk van de beschikbare subsidie en de ontwikkeling van de energieprijzen.
2B22
2025
Gebouw
Subsidie excl, btw
Milieustraat en Gemeentewerf Klundert
€ 65.000
Brandweerkazerne Fij naart
€ 48.000
Brandweerkazerne Moerdijk-Haven
€ 121.000
Havenkantoor Ponton Jachthaven Willemstad
€750
Sportzaal Bloemendaal Zevenbergschen-Hoek
€ 78.000
Totaal
€,312.750
Gemiddeld
€ 78.000
Tabel I | Overzichtsubsidies
5.6 Vermeden C0z-emissie en energievoordeel Door de komende coalitieperiode bovengenoemde gebouwen te verduurzamen vermijden we circa L7o/o CO2-emissie en verlagen we de energielasten. In Tabel 9 is per gebouw de te verwachten C0z-besparing en het
energievoordeel inzichtelijk gemaakt. In het energievoordeel is al rekening gehouden met de split incentive. De gegevens zijn slechts indicatief en zijn sterk afhankelijk van het gebruik van de gebouwen en de ontwikkeling
van de energieprijzen.
Gebouw
Vermeden C0z-emissie Energievoordeel
Milieustraat en Gemeentewerf Klundert
60.945 ke
€ 11.000
Brandweerkazerne Fijnaart
8.223kg
€ L.L50
Brandweerkazerne Moerdij k-Haven
103.332 ke
€ 10.800
Havenkantoor Ponton f achthaven Willemstad
9.838 ke
€ 600
Sportzaal Bloemendaal Zevenbergschen-Hoek
32.L47 kg
€ 10.000
Totaal
2L4.485kg
€ 33.550
Aantal bomen dat een iaar lang moet groeien
10.727
om deze C0z-emissie in hun biomassa op te
nemen Aantal uren dat een 2,3 Megawatt windmolen moet draaien om deze COz-emissie te
voorkomen Tabel 9 | Overzicht indicatieve besparing
858
Pagna26van28
6 Uitvoeringsplan 6.L Aanpak Met het bepalen van de verduurzamingsroute is een strategisch kader opgesteld. Om vervolgens tot uitvoering over te gaan maken we in 2022 een eerste aanzet van het uiWoeringsprogramma, oftewel het DMOP. Hierin leggen we op programmatische wijze vast hoe we de kernportefeuille gefaseerd verduurzamen.
6.2 Proces Zoals beschreven in deze Routekaart integreren we het proces van verduurzamen van de kernportefeuille zoveel
mogelijk in het bestaande proces van regulier beheer en onderhoud. Per gebouw bekijken we hoe we verschilìende maatregelen binnen één tactisch geclusterde verduurzamingsslag kunnen uitvoeren. Zo verspreiden we het niet over verschillende onderhoudsmomenten. Zo zullen we wellicht ook moeten schuiven in de onderhoudsplanning. Bijvoorbeeld: het naar voren halen van een natuurlijk vervangingsmoment. Uiteindelijk
moet het proces van verduurzamen werkbaar blijven en dienen begrotingsproces, onderhoudsproces, uitvoering en bestuurlijke besluitvorming goed op elkaar aan te sluiten.
We monitoren de verduurzamingsmaatregelen en de -resultaten. Dit doen we onder andere met het
duurzaamheidsdashboard dat is beschreven in paragraaf 3.5. Met deze tool controleren we of de voorspelde CO2besparing overeenkomt met de daadwerkelijk behaalde besparing. Op basis hiervan stellen we het
duurzaamheidsdashboard eventueel bij. De behaalde resultaten koppelen we vervolgens weer terug in de planning & control cyclus. Zodoende houden we het bestuur van de voortgang op de hoogte.
Deze Routekaart herijken we eenmaal per coalitieperiode. De eerste herijking is gepland in2025.
Pag¡na27 van28
7 Begrippenliist Aflrorting
Betekenis
BENG
Bij na Energieneutrale Gebouwen
BVO
Bruto vloeroppervlak
DMOP
Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan
EED
Europese Energie-Effi ciency Richtlii n
EML
Erkende Maatregelenliisten voor energiebesparing
ENG
Energieneutrale Gebouwen
EPC
Energie Prestatie Contract
ESCo
Energy Service Companies
Fte
Fulltime-equivalent
MOP
Meerjaren 0nderhoudsplan
RES
Regionale Energie Strategie
RVO
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
TVW
Transitievisie Warmte
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VPI
Vastgoedportefeuille-indeling
VPS
Vastgoedpo rtefeuillestrategie
WUP
WijkuiWoeringsplan
Tabel 10 | Overzichtbegrippen
Pagina 28 van 28
B Biilagen
Pagina I van I
8.1 Biilage 1¡ Overzicht VPS/VPI