RIB - Meicirculaire gemeentefonds 2025
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Aan Portefeuillehouder(s) Zaaknummer Datum
de leden van de gemeenteraad E. Schoneveld 1743934 24 juni 2025
Onderwerp
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Inleiding De uitkering uit het gemeentefonds is met een omvang van ruim € 80 miljoen veruit de grootste inkomstenbron van onze gemeente. De Rijksoverheid informeert gemeenten via circulaires in mei, september en december over de omvang en de verdeling van het gemeentefonds. De raming van de uitkering gemeentefonds wordt in de begroting 2026-2029 – volgens een bestendige richtlijn – gebaseerd op de meicirculaire waarmee we voldoen aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Op 28 mei 2025 is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de meicirculaire gemeentefonds 2025 gepubliceerd. Op 13 juni 2025 zijn nog een aantal correcties doorgevoerd die in de eerste versie onjuist door het ministerie waren verwerkt. In deze informatiebrief wordt u geïnformeerd over het resultaat van de meicirculaire zowel voor het lopende begrotingsjaar 2025 als voor de ramingen zoals die in de kadernota 20262029 zijn opgenomen. Dit zodat u de informatie uit deze raadsinformatiebrief kunt betrekken bij de behandeling van de kadernota 2026-2029 (raadsvergadering 3 juli 2025). De financiële effecten van de meicirculaire voor wat betreft 2025 worden verwerkt in de 2e bestuursrapportage 2025. Voor wat betreft de jaren 2026 en verder zullen de effecten worden verwerkt in de begroting 2026-2029. 1.
Uitkomsten meicirculaire gemeentefonds 2025 De raming meicirculaire 2025 geeft - ten opzichte van de raming die in de kadernota 2026-2029 is opgenomen - het volgende beeld. Uitkering gemeentefonds (bedragen x € 1.000, -/- is nadelig) Meicirculaire 2025 Kadernota 2026-2029 Verschillen
2025
2026
2027
2028
2029
80.951 82.426 82.545 80.921 82.240 78.456 77.028 77.905 78.960 80.391 2.495 5.399 4.641 1.961 1.849 -560
-661
-220
325
337
1.935 4.738 Netto effect op begrotingsresultaat 2,5% 6,2% Relatieve afwijking Tabel 1 Vergelijking meicirculaire t.o.v. kadernota 2026-2029
4.421 5,7%
2.286 2,9%
2.185 2,7%
Oormerking / stelposten
1
Hieronder wordt op hoofdlijnen ingegaan op de netto effecten die de doorrekening van de meicirculaire heeft op de verwachte begrotingsresultaten. Onderwerp 2025 (bedragen x € 1.000, -/- is nadelig) Bijstelling accres 696 Ontwikkeling uitkeringsbasis (landelijk en lokaal) 687 Compensatie ravijnjaar en middelen Jeugd 775 BTW compensatiefonds -224 Overig 0 Netto effect op begrotingsresultaat 1.935 Tabel 2 Specificatie netto effecten op begrotingsresultaat
2026
2027
2028
2029
1.131 857 2.440 277 33 4.738
1.108 643 2.384 277 9 4.421
927 375 697 277 10 2.286
985 160 752 277 11 2.185
1.1 Bijstelling accres De omvang van het gemeentefonds dient mee te bewegen met verwachte volume- en prijsontwikkelingen. Dit vanuit de gedachte dat gemeenten gecompenseerd moeten worden voor een toenemend aantal inwoners, woningen, wegen etc. (volumeontwikkelingen) en hogere prijzen (prijsontwikkelingen). De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. Het gemeentefonds wordt vanaf 2024 geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De prijsontwikkeling wordt gebaseerd op de prijs bbp van het lopende jaar. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8 jaars (historisch) gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Het accres is geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB). Het acres valt voornamelijk hoger uit doordat het CPB een hogere inflatie verwacht dan eerder was ingeschat. Dit resulteert in een verhoging van het prijsdeel van het accres voor 2025 die structureel doorwerkt. 1.2 Ontwikkeling uitkeringsbasis (landelijk en lokaal) Het gemeentefonds wordt op basis van tientallen verdeelmaatstaven over gemeenten verdeeld. Voorbeelden hiervan zijn het aantal inwoners, woonruimten, jongeren, huishoudens met een laag inkomen etc. Bij elke circulaire worden de aantallen van de verdeelmaatstaven geactualiseerd.
Niet alleen in Moerdijk voor de eigen aantallen, maar ook bij het ministerie van BZK voor de landelijke aantallen. Dit zorgt ook altijd voor een effect op de hoogte van de algemene uitkering die wij als gemeente ontvangen. Nu in de meicirculaire leidt dit tot een hogere algemene uitkering voor onze gemeente. Hoewel dit absoluut gezien tot forse bijstellingen leidt, zijn deze bijstellingen (rekening houdend met de totale omvang van het gemeentefonds) met ca. 1% beperkt. 1.3 Compensatie ravijnjaar en middelen Jeugd In de Voorjaarsnota zijn door het Rijk extra middelen toegezegd ter compensatie van de terugval in 2026 in het gemeentefonds (ook wel het ‘ravijnjaar 2026’ genoemd) en de landelijke tekorten binnen de Jeugdzorg. Dit onder andere naar aanleiding van het rapport ‘Groeipijn’ van de Commissie van Ark. Het ingroeipad van de verwachte besparingen uit de Hervormingsagenda Jeugd is opgeschoven naar 2028. 2
Daarnaast neemt het Rijk 50% van de geconstateerde tekorten voor haar rekening, wat voor de jaren vanaf 2025 is verwerkt in de meicirculaire 2025. De compensatie over de jaren 2023 en 2024 is nog niet verwerkt in de meicirculaire. Het demissionaire kabinet heeft toegezegd om de komende maanden te zoeken naar middelen om gemeenten ook voor de tekorten over 2023 en 2024 te compenseren. Vanaf 2028 heerst er nog steeds onduidelijkheid en blijven de extra middelen beperkt. Het Rijk verwacht dan namelijk dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd gerealiseerd gaan worden. Doordat de maatregelen in 2028 pas tot verwachte besparingen leiden, gaat het Rijk uit van een groter besparingspotentieel, aangezien zowel de volumes als het prijspeil ten opzichte van de inschattingen ten tijde van de Hervormingsagenda Jeugd zijn toegenomen. Daarnaast wil het Rijk aanvullende maatregelen invoeren. Dit betreft de invoering van een eigen bijdrage voor Jeugdzorg vanaf 1 januari 2028 en nadere afspraken over hoe beter gestuurd kan worden op de trajectduur binnen de Jeugdzorg, wat vanaf 2028 tot lagere lasten moet leiden. In bovenstaande cijfers is er vanuit gegaan dat deze maatregelen voor de gemeente budgettair neutraal zullen zijn. Dit vanuit de gedachte dat tegenover deze lagere ontvangsten vanuit het Rijk op termijn lastenbesparingen moeten ontstaan voor gemeenten.
In de meicirculaire is dus een gedeeltelijke oplossing gekomen tot en met 2027. In haar vervroegde tweede advies zal de commissie Van Ark begin 2027 onder andere haar oordeel vellen over de verhouding tussen kosten en budget voor jeugd over de jaren 2025, 2026 en een inschatting maken voor 2027. Maar ook over de jaren daarna: 2028 en verder. 1.4 Btw compensatiefonds Gemeenten kunnen (een groot deel van) de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk (het zogenoemde Btw-compensatiefonds). Dit fonds kent echter een plafond. Als de gezamenlijke btw-declaraties van gemeenten onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Bij het opmaken van de definitieve afrekening 2024 blijkt de (landelijke) ruimte onder het plafond lager dan was ingeschat. Dit resulteert voor de gemeente Moerdijk in 2025 tot een nadeel van € 224.000. Vanaf 2026 is juist sprake van een voordeel van € 277.000. Dit komt doordat in de huidige begrotingscijfers nog uit was gegaan van een voorzichtige inschatting wat betreft de verwachte afrekening van het Btw-compensatiefonds. Zoals in paragraaf 6.1 van de Kadernota 2026-2029 is geformuleerd hanteren we in de begroting 2026-2029 een minder voorzichtige inschatting wat betreft de verwachte afrekening van het btwcompensatiefonds.
Concreet wordt wat betreft de verwachte toekomstige afrekening uitgegaan van 100% van de meest recente afrekening over 2024. Dit is conform de richtlijn die de provincie als toezichthouder hieraan stelt en resulteert in een voordelig effect vanaf 2026. 1.5 Overig Tot slot leveren een aantal kleinere mutaties een – per saldo – voordelig effect op de algemene uitkering. 2 Oormerking / stelposten Voor een deel van de extra gelden die nu in de meicirculaire gemeentefonds zijn toegekend stellen we voor stelposten aan te houden. 3
Deze zogenaamde taakmutaties zijn wijzigingen in de algemene uitkering waaraan een bepaalde taak is gekoppeld. Voorbeeld en hiervan zijn de middelen die zijn toegekend t.b.v. de uitvoeringskosten die gepaard gaan met de omgevingswet en de integratie-uitkering Participatie die nodig is t.b.v. de kosten die door het Werkplein en de WVS worden gemaakt. 3 Wat betekent dit voor de begroting 2026-2029? De raming van de uitkering gemeentefonds wordt in de begroting 2026-2029 – volgens een bestendige richtlijn – gebaseerd op de meicirculaire waarmee we voldoen aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Doordat de meicirculaire 2025 pas zeer recent is uitgekomen, kon in de cijfers van de kadernota 20262029 nog geen rekening worden gehouden met de effecten hiervan. In de kadernota (zie paragraaf 5.3 en 6.1) zijn wel grove indicaties gegeven van de effecten die op basis van de Voorjaarsnota 2025 werden verwacht. Deze indicaties zijn daarbij als volgt weergegeven:
Figuur 1 Indicatie structureel begrotingsresultaat kadernota 2026-2029 Wanneer we de hierboven benoemde effecten van de meicirculaire verwerken in de afgegeven indicatie voor het structurele begrotingsresultaat levert dit onderstaande beeld op:
Figuur 2 Indicatie structureel begrotingsresultaat (incl. meicirculaire 2025)
4
In 2026 en 2027 valt de uitkering uit het gemeentefonds hoger uit dan op basis van de Voorjaarsnota werd verwacht. Dit komt voornamelijk door de hierboven beschreven ontwikkeling van de uitkeringsbasis (landelijk en lokaal), waarvan de effecten pas in de meicirculaire bekend zijn geworden. In de jaren 2028 en 2029 vallen de effecten net binnen de afgegeven bandbreedte. Vooral de aanblijvende onzekerheid over de compensatie vanuit het Rijk vanaf 2028, zorgt ervoor dat de effecten in die jaren zich aan de onderkant van de eerder afgegeven bandbreedte bevinden. Tegenover dit voordeel op de uitkering uit het gemeentefonds staat dat de ontwikkelingen binnen de jeugdzorgbudgetten een nadelig effect gaan hebben op het structurele begrotingsresultaat. Per raadsinformatiebrief d.d. 4 juni 2025 is de gemeenteraad geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen. Zoals daarin is toegelicht is in de Kadernota 2026-2029 nog uitgegaan van een benodigde bijstelling van € 1 miljoen vanaf 2026, terwijl dit met de nieuwe inzichten uitkomt op € 2,05 miljoen. Concreet betekent dit ten opzichte van de voorliggende cijfers een nadeel van € 1,05 miljoen. Wanneer we ook deze inzichten verwerken in de indicatie voor het verwachte begrotingsresultaat, levert dit onderstaand beeld op:
Figuur 3 Indicatie structureel begrotingsresultaat (incl. meicirculaire 2025 en kostenontwikkelingen Jeugd) Dit is op dit moment het meest actuele beeld omtrent het verwachte structurele begrotingsresultaat. Hierbij moet worden opgemerkt dat de cijfers in bovenstaande figuur nog steeds een indicatie zijn, waarbij de komende periode richting het opstellen van de begroting 2026-2029 duidelijk wordt waar het structurele begrotingsresultaat daadwerkelijk op gaat uitkomen. Naast ontwikkelingen binnen de Jeugdzorgbudgetten, kunnen zich eventuele andere ontwikkelingen voordoen tussen het moment van het opstellen van de kadernota en de uiteindelijke begroting 2026-2029. Verder zijn in paragraaf 5.2 van de kadernota diverse ontwikkelingen benoemd en die op dit moment nog niet in cijfers zijn uit te drukken, waaronder projecten die zich in de intake/initiatieffase bevinden, het integraal huisvestingsplan scholen, de verduurzaming zwembaden, organisatieontwikkeling en accommodatiebeleid.
5
Tot slot zijn de financiële effecten van de door de gemeenteraad nog aan te nemen kadervoorstellen logischerwijs ook niet verwerkt in de cijfers. Deze zullen, afhankelijk van de besluitvorming in de raadsvergadering van 3 juli 2025, meegenomen worden in de op te stellen meerjarenbegroting 2026-2029. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Moerdijk,
S. Elseman gemeentesecretaris
A.J. Moerkerke burgemeester
6