CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Resultaten initiatieffase Wethouder Trompersstraat incl. bijlagen

Commissievergadering 14 januari 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Start ontwerpfase Project 190, woningbouw Wethouder Trompersstraat Langeweg25.931 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

woningen in gemengd gebied van 10 meter. De feitelijke afstand tot het plangebied bedraagt circa 49 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Wethouder Trompersstraat 52 Deze gronden hebben de bestemming ‘Wonen’ met een functieaanduiding ‘horeca’. Deze functieaanduiding staat horecabedrijven in milieucategorie 1 toe. Hiervoor geldt een richtafstand t.o.v. woningen in gemengd gebied van 0 meter. De feitelijke afstand tot het plangebied bedraagt circa 135 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Zuiddijk 19/19a Deze gronden hebben de bestemming ‘Bedrijf’. Binnen deze bestemming zijn ter plaatse bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand t.o.v. woningen in gemengd gebied van 10 meter. De feitelijke afstand tot het plangebied bedraagt circa 68 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Hamseweg 7 Deze gronden hebben de bestemming ‘Bedrijf’. Binnen deze bestemming zijn ter plaatse bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand t.o.v. woningen in gemengd gebied van 30 meter. De feitelijke afstand tot het plangebied bedraagt circa 149 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Hamseweg 11 Deze gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch’ met functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Deze bestemming omvat agrarische bedrijven t/m milieucategorie 4.1.

Hiervoor geldt een richtafstand t.o.v. woningen in gemengd gebied van 100 meter. De feitelijke afstand tot het plangebied bedraagt circa 540 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand.

1

Advies geluid geluidbelasting N285 op plangebied Wethouder Trompersstraat in Langeweg, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant d.d. 15 januari 2020

4

De Langeweg 13a Deze gronden hebben de bestemming ‘Agrarische doeleinden, glastuinbouw’. Binnen deze bestemming zijn agrarische bedrijven (glastuinbouw) in milieucategorie 2 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand t.o.v. woningen in gemengd gebied van 10 meter. De feitelijke afstand tot het plangebied bedraagt circa 550 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. De Langeweg 22/22a Deze gronden hebben de bestemming ‘Kantoordoeleinden’. Kantoren behoren tot milieucategorie 1. Hiervoor geldt een richtafstand t.o.v. woningen in gemengd gebied van 0 meter. De feitelijke afstand tot het plangebied bedraagt circa 580 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Spuitzones Het plangebied grenst aan de westzijde direct aan agrarische gronden. De agrarisch gronden aan de noordzijde, aan de overzijde van de provinciale weg, liggen op een afstand van circa 50 meter. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd voor akker- en vollegrondstuinbouw, fruitteelt, sierteelt en boomkwekerij. Deze bestemmingen sluiten het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet uit. Door het van gewasbeschermingsmiddelen kan afhankelijk van de weersomstandigheden drift, het verwaaien van spuitvloeistof tot buiten het perceel, optreden.

Bij bouw van nieuwe woningen moet daarom rekening worden gehouden met voldoende afstand tussen de agrarische activiteiten en de omliggende (nieuwe) woonbestemmingen. Hiervoor geldt geen wettelijk aan te houden afstand. Op basis van jurisprudentie wordt in het algemeen een indicatieve veiligheidsafstand van 50 meter aangehouden vanaf de grens van het agrarische perceel tot de omliggende woonbestemmingen. Deze afstand kan worden verkleind door enerzijds driftreducerende spuitdoppen te gebruiken en anderzijds afschermende maatregelen zoals de aanplant van een (dubbele) windhaag of een houtwal. Indien nieuwe woningen binnen 50 meter van het agrarische perceel worden geprojecteerd moet met een onderzoek worden onderbouwd dat aan te houden afstand (spuitzone) in dit geval kan worden gereduceerd bijvoorbeeld door het treffen van bepaalde maatregelen. Veehouderijen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) beschermt geurgevoelige objecten tegen geurhinder uit dierverblijven van veehouderijen. De Wgv vormt dan ook het toetsingskader voor dit aspect bij aanvragen van veehouderijen om een omgevingsvergunning (activiteit milieu). Deze aanvragen worden getoetst aan geurbelastings- en/of afstandsnormen. De Wgv maakt daarbij onderscheid tussen dieren met geuremissiefactoren en dieren zonder geuremissiefactoren.

Voor dieren met geuremissiefactoren gelden normen voor geurbelasting en minimumafstanden voor (voormalige) bedrijfswoningen bij andere veehouderijen. Voor dieren zonder geuremissiefactoren gelden alleen minimumafstanden. Het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat vergelijkbare bepalingen voor veehouderijen die geen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu nodig hebben. Daarnaast is de Wgv van belang bij de beoordeling van ruimtelijke plannen (de zogenaamde omgekeerde werking). Bij deze beoordeling moeten twee aspecten bekeken worden. Ten eerste moet gemotiveerd worden dat er niemand onevenredig in zijn belangen geschaad wordt (belang omliggende veehouderijen). Ten tweede is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (belang geurgevoelig object). De dichtstbijzijnde veehouderijen zijn gelegen op circa 600 meter van het plangebied. Het betreft enerzijds een veehouderij met dieren zonder geuremissiefactoren (De Langeweg 15). Hiervoor geldt een vaste afstand van 100 meter. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. De andere veehouderij is gelegen aan de Hamseweg 11 en heeft een vergunde geuremissie van 28.836 oU/s. Voor deze veehouderij is in een quickscan bepaald wat de globale voorgrondbelasting is op de rand van het plangebied. Dit betreft 1,5 OU/m3 waar de geurnorm op 2 OU/m3 ligt.

Daarmee wordt voldaan aan de geurnorm op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. De bedrijfsvoering van het bedrijf wordt niet beperkt omdat er bovendien aan de Hamseweg 9 en de Langeweg 19 reeds woonbestemmingen liggen tussen de veehouderij en de woning in. Om aan te tonen dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is, wordt een achtergrondgeurbelasting berekening uitgevoerd.

5

2.3

Conclusie

Het mogelijke gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan belemmeringen opleveren voor nieuwe woonbestemmingen binnen 50 meter van de agrarische gronden aan de westzijde van het plangebied (spuitzone). Geadviseerd wordt bij de landschappelijke inpassing van het plangebied te onderzoeken welke maatregelen getroffen kunnen worden om spuitzone zoveel mogelijk terug te brengen. Om aan te tonen dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is, wordt een achtergrondgeurbelasting berekening uitgevoerd. Afgezien van de spuitzone gelden er vanuit bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen voor de haalbaarheid van het plan. Het woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en omliggende bedrijven of voorzieningen worden niet onevenredig beperkt.

6

3 Externe veiligheid 3.1

Toetsingskader

3.1.1 Inleiding Externe veiligheid gaat over de risico’s voor de omgeving door opslag, productie en transport van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden bij ruimtelijke ontwikkelingen beoordeeld aan de hand van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is een (berekende) afstand vanaf een risicobron, waarbinnen de kans om te overlijden vanwege een ongeval met de aanwezig gevaarlijke stoffen meer dan 1 op een miljoen jaar is. Binnen deze afstand (de plaatsgebonden risicocontour) mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden opgericht binnen het bestemmingsplan. Het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar (PR 10-6) is bij woningen en andere kwetsbare objecten een wettelijke grenswaarde die niet mag worden overschreden. Groepsrisico Het groepsrisico is een berekende waarde die aangeeft of er mogelijk sprake is van veel slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om het groepsrisico te berekenen is er inzicht noodzakelijk in de aanwezige populatie binnen het bestemmingsplan en de omgeving ervan. Als het plangebied in het invloedsgebied van een risicobron ligt is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Afhankelijk van de afstand tot de risicobron en de hoogte van het groepsrisico kan dit een beperkte of uitgebreide verantwoording zijn.

Bij een beperkte verantwoording hoeft het bevoegd gezag alleen in te gaan op de aspecten rampenbestrijding en zelfredzaamheid van de bevolking. Bij een uitgebreide verantwoording moet ook de hoogte van het groepsrisico worden berekend en worden onderzocht welke (ruimtelijke) maatregelen genomen kunnen worden om het groepsrisico te beperken.

3.1.2

Wettelijk kader

Binnen externe veiligheid wordt er onderscheid gemaakt in drie soorten risicobronnen, namelijk: inrichtingen, transportroutes (weg, water en spoor) en buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Hiervoor geldt de volgende regelgeving. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht het bevoegde gezag vanwege het plaatsgebonden risico bepaalde afstanden aan te houden tussen (beperk) kwetsbare objecten en risicovolle bedrijven. In het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven en kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Voor het groepsrisico geeft het Bevi een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht Besluit externe veiligheid transportroutes In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en binnenwater opgenomen. Er is een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: snelwegen, hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). In de Regeling basisnet staan per trajectdeel vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico. Binnen deze afstanden zijn kwetsbare objecten niet toegestaan.

Ook is per trajectdeel aangegeven of er sprake is van een plasbrandaandachtsgebied: een zone van 30 m naast de infrastructuur, waarin aanvullende bouweisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Bij ruimtelijke plannen binnen het invloedsgebied van een transportroute, is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Deze verantwoording heeft in elk geval betrekking op de mogelijkheden voor rampenbestrijding en de zelfredzaamheid van de bevolking.

7

Indien het plan binnen 200 meter van een transportroute ligt, moeten ook andere elementen in de verantwoording worden meegenomen. Het gaat daarbij om een berekening van de hoogte van het groepsrisico en het betrekken van mogelijke ruimtelijke maatregelen in het besluit. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen opgenomen. De normstelling ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarnaast hebben buisleidingen waarop het Bevb van toepassing is een belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. De belemmeringenstrook bedraagt 4 of 5 meter van 4 of 5 meter aan weerzijden van de buisleiding, afhankelijk van de druk in de leiding. 3.1.3 Gemeentelijke kaders De gemeente Moerdijk beschikt over een standaard verantwoording als hulpmiddel voor het opstellen van de paragraaf ‘externe veiligheid’ in ruimtelijke plannen. De standaard verantwoording geeft een beschrijving van de scenario’s en de aspecten rampenbestrijding en zelfredzaamheid van de bevolking en gaat op globale wijze in op het groepsrisico.

3.2

Toetsing

Het plan voorziet in de ontwikkeling woningen. Woningen zijn kwetsbare objecten. Met behulp van de risicokaart en EV-signaleringskaart is daarom nagegaan welke risicobronnen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn.

Afbeelding: Risicobronnen en plangebied (bron: EV-signaleringskaart) 3.2.1 Inrichtingen Het plangebied binnen het invloedsgebied van twee risicovolle inrichtingen op het industrieterrein Moerdijk: Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V. en Shell Nederland Chemie B.V. Om die reden moet het groepsrisico worden verantwoord voor de aspecten rampenbestrijding en zelfredzaamheid van

8

de bevolking. Van geen enkele risicovolle inrichting strekt de plaatsgebonden risicocontour (PR 10 6 ) zich uit tot het plangebied. 3.2.2 Transport In de omgeving van het plangebied liggen de volgende relevante transportroutes, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd: Transportroute Afstand tot plangebied Invloedsgebied* Rijksweg A16 (Basisnet weg) > 1700 meter 880 meter Rijksweg A17 (Basisnet weg) > 4000 meter > 4000 meter Provinciale weg N285 ca. 15 meter 355 meter Spoortraject Roosendaal > 1500 meter > 4000 meter Dordrecht (Basisnet spoor) Spoortraject Breda - Dordrecht > 1800 meter > 4000 meter (Basisnet spoor) * Invloedsgebied op grond van categorieën gevaarlijke stoffen die worden vervoerd. Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van een transportroute. De provinciale weg N285 heeft geen contour voor het plaatsgebonden risico. Alle basisnetroutes zijn gelegen op een afstand van meer dan 200 meter van het plangebied. Vanwege toxische scenario’s ligt het plangebied wel in het invloedsgebied van Rijksweg A17, het spoortraject Roosendaal – Dordrecht en het spoortraject Breda - Dordrecht. Om die reden moet het groepsrisico worden verantwoord voor de aspecten rampenbestrijding en zelfredzaamheid van de bevolking. Het plangebied ligt binnen 200 meter in het invloedsgebied van provinciale weg N285.

Voor de hoogte van het groepsrisico is de hoeveelheid brandbare gassen (GF3) bepalend. Op basis van een inventarisatie van de OMWB gaan naar schatting 25 transporten per jaar aan GF3 op dit traject van de N285. Uitgaande van een afstand van minimaal 20 meter tot de woonbebouwing, mag bij deze intensiteit een bebouwingsdichtheid tot circa 450 personen per hectare voorkomen, wil sprake zijn van een groepsrisico van 0,1 x OW of lager. Dit kan worden opgemaakt uit de vuistregels van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART), uitgaande van eenzijdige bebouwing en een weg buiten de bebouwde kom er jaar. Voor de dichtheid van een woning wordt 2,4 personen in de avond/nachtperiode gerekend. Een dichtheid van 450 personen per hectare is passend bij hoogstedelijk gebied en zal hier met zekerheid niet gehaald worden. Om die reden kan volstaan worden met een beperkte verantwoording, waarin de aspecten rampenbestrijding en zelfredzaamheid aan bod komen. 3.2.3 Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen een belemmeringenstrook, plaatsgebonden risicocontour (PR 10 -6) of invloedsgebied van een planologisch relevante leiding voor gevaarlijke stoffen. Er wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en een verantwoording van het groepsrisico is niet nodig.

3.3

Conclusie

Vanuit externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan. In het plangebied wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van een aantal risicobronnen (inrichtingen en transportroutes) ligt, moet het groepsrisico beperkt worden verantwoord. Hiervoor wordt verwezen naar de standaard verantwoording groepsrisico van de gemeente Moerdijk.

9

4 Lucht 4.1

Toetsingskader

Het wettelijke kader voor de luchtkwaliteit is gegeven in de volgende documenten: • de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen), hierna te noemen de Wm; • het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’, hierna te noemen het Besluit nibm; • de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’, hierna te noemen de Regeling nibm; • de ‘Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007’; • de ‘Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007’; • het ‘Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)’. Een vaststelling van een bestemmingsplan betreft de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 5.16, tweede lid, van de Wet milieubeheer (Wm) die gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit.

Op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm is vaststelling van het bestemmingsplan mogelijk, indien aannemelijk is gemaakt dat: • als gevolg van het plan, al dan niet nadat maatregelen zijn getroffen, de grenswaarden niet worden overschreden (artikel 5.16, eerste lid, sub a, van de Wm); • als gevolg van het plan de concentratie van stoffen in de buitenlucht per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (artikel 5.16, eerste lid, sub b1 van de Wm); • als gevolg van het plan bij een beperkte toename van de concentratie van stoffen in de buitenlucht, door een met de activiteiten samenhangende maatregel of optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (artikel 5.16, eerste lid, sub b2 van de Wm); • als gevolg van het plan, al dan niet nadat maatregelen zijn getroffen, de toename van stoffen waarvoor grenswaarden zijn gesteld ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de concentratie in de buitenlucht (artikel 5.16, eerste lid, sub c van de Wm); of • het te nemen besluit een besluit is dat genoemd of beschreven is in of betrekking heeft op een ontwikkeling of voorgenomen besluit welke is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met een door de Minister of andere bestuursorganen vastgesteld programma dat is gericht op het bereiken van de grenswaarden (artikel 5.16, eerste lid, sub d van de Wm).

Voor de kwaliteit van de buitenlucht gelden de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10 en PM2.5), lood, koolmonoxide en benzeen. Voor de toegestane hoeveelheid PM10, PM2,5 en NO2 in de lucht zijn in de Wm de volgende grenswaarden gesteld die in acht genomen moeten worden: • voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie en maximaal 18 dagen per jaar mag het uurgemiddelde concentratie van NO2 groter zijn dan 200 microgram per kubieke meter lucht; • voor fijn stof (PM10) geldt een grenswaarde van 40 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie en maximaal 35 keer per jaar mag de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter zijn dan 50 microgram per kubieke meter lucht; • voor ultra fijn stof (PM2.5) geldt een grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie. In het Besluit gevoelige bestemmingen is bepaald dat bepaalde bestemmingen niet mogen worden gerealiseerd binnen een zone van 300 meter langs rijkswegen en binnen een zone van 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg, indien in een dergelijke zone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden.

Het gaat om gebouwen die geheel of gedeeltelijk zijn bestemd of in gebruik zijn ten behoeve van basisonderwijs, voortgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen, kinderopvang, verzorgingstehuis, verpleegtehuis of bejaardentehuis. 4.2

Situatie ter plaatse

Met het bestemmingsplan worden 20 woningen mogelijk gemaakt. Deze functies behoren rechtstreeks tot de categorieën die genoemd zijn in de Regeling ‘Niet in betekenende mate’. Om die reden staat vast dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met 10

behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ter plaatse van het plangebied zowel in de huidige situatie als voor 2020 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM 2,5 wordt eveneens niet overschreden. Woningbouw wordt niet gerekend tot de gevoelige bestemmingen als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen. Om die reden gelden vanuit dit besluit geen nadere aandachtspunten. 4.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

11

Verkennend bodemonderzoek Wethouder Trompersstraat te Langeweg

samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.

AGEL adviseurs 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

Projectdossier Titel

:

Verkennend bodemonderzoek

:

Wethouder Trompersstraat te Langeweg

Opdrachtgever

:

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Projectnummer

:

20160338-082

Versie / status

:

D01

Datum

:

05 oktober 2020

Opgesteld door

:

M.K. Westerman MSc.

Gecontroleerd door

:

Ing. C. van den Broek

Akkoord Projectcoördinator

:

M.K. Westerman Msc.

Paraaf: . . . . . .

AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

SAMENVATTING Algemeen Opdrachtgever Adres onderzoekslocatie Kadastrale registratie Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik Type onderzoek Aanleiding onderzoek

: : : : : : :

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Wethouder Trompersstraat te Langeweg Zevenbergen, H, 1579, 1537 Ca. 8.993 m2 “Terrein” (Nieuwbouw, bedrijvigheid) Verkennend bodemonderzoek Ruimtelijke ontwikkeling

Resultaten vooronderzoek en hypothese Hypothese conform NEN 5740 : Verdacht op basis van eerder onderzoek en gebruik. Uitvoering veld- en laboratoriumonderzoek Datum:  Grond : 16 en 23 september 2020  Grondwater : 23 september 2020 Veldmedewerkers en protocol : K. van Laarhoven en A. Jongbloed conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001 en 2002) Laboratorium : Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam Samenvatting resultaten Grond:  Zintuiglijke waarnemingen  Bovengrond (0,0-0,5 m-mv)  Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)  Indicatieve toetsing Bbk Grondwater Veiligheidsklasse CROW 400

: : : : : :

Baksteen, puin, aardewerk. Hooguit licht verontreinigd Minerale olie boven achtergrondwaarde Zeer lokaal klasse Industrie Indicatief barium en xylenen Basishygiëne van toepassing

Toetsing hypothese en conclusie  Zintuiglijk zijn bijmengingen met puin, baksteen en aardewerk geconstateerd in zowel de bovenals ondergrond.  De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met PAK.  In een van de vier monsters van de bovengrond is PFAS aangetoond boven de regionale grenswaarde voor toepassing binnen klasse landbouw/natuur.  In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetoond.  In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium en xylenen aangetoond.  De verharde delen van de onderzoekslocatie zijn in beperkte mate onderzocht.  De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor het voorgenomen gebruik van de locatie en de voorgenomen bouwactiviteiten. Aanbevelingen en opmerkingen De waargenomen bodemvreemde bijmengingen ter plaatse van het voormalige puinpad geven aanleiding tot het verrichten van een onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707. Indien bij de voorgenomen bouwactiviteiten grond van de locatie vrijkomt, dient er rekening te worden gehouden met beperkingen ten aanzien van hergebruik en afzet van de grond. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit voor toepassing van grond elders.

Voor de definitieve kwaliteitsbepaling van grond die vrijkomt van de onderzoekslocatie kan afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond een partijkeuring noodzakelijk zijn (AP04). De gemeente is bevoegd gezag inzake grondverzet en toepassing van grond binnen de restricties en voorwaarden van de bodemkwaliteitskaart. Hiervoor geldt een meldingsprocedure.

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 1 1

2

3

4

INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding en doel ...................................................................................................... 1

1.2

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid ......................................................................... 1

1.3

Leeswijzer .................................................................................................................. 1

VOORONDERZOEK ....................................................................................................... 2 2.1

Inleiding ..................................................................................................................... 2

2.2

Aanleiding vooronderzoek ........................................................................................... 2

2.3

Bronvermelding .......................................................................................................... 2

2.4

Locatiegegevens ......................................................................................................... 3

2.5

Gebruik en beïnvloeding van de locatie ........................................................................ 4

2.6

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ........................................................... 5

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................. 5

2.8

Conclusie vooronderzoek en hypothese(n).................................................................... 6

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK ...................................................................... 7 3.1

Onderzoeksopzet ........................................................................................................ 7

3.2

Veldonderzoek ............................................................................................................ 7

3.3

Laboratoriumonderzoek ............................................................................................... 8

3.4

Toetsingskader en toetsing analyseresultaten ............................................................... 9

RESULTATEN EN INTERPRETATIE ............................................................................. 11 4.1

Resultaten grondonderzoek ....................................................................................... 11

4.2

Resultaten PFAS-onderzoek ....................................................................................... 12

4.3

Resultaten grondwateronderzoek ............................................................................... 12

4.4

Toetsing van de hypothese ........................................................................................ 12

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................ 13

6

NORMERING EN BETROUWBAARHEID ...................................................................... 15

A G E L

adviseurs Bijlagen BIJLAGE 1

LOCATIEKAART

BIJLAGE 2

SITUATIETEKENING MET MONSTERNEMINGSPUNTEN

BIJLAGE 3

BOORBESCHRIJVINGEN

BIJLAGE 4

ANALYSECERTIFICATEN

BIJLAGE 5

TOETSING ANALYSECERTIFICATEN

BIJLAGE 6

TOELICHTING EN ACHTERGROND TOETSINGSKADER

BIJLAGE 7

RELEVANTE INFORMATIE VOORONDERZOEK

BIJLAGE 8

FOTOREPORTAGE

BIJLAGE 9

KWALITEITSBORGING EN ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING

ruimte infra bouw milieu

A G E L

adviseurs 1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

ruimte infra bouw milieu

In opdracht van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant heeft AGEL adviseurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Wethouder Trompersstraat te Langeweg. De locatie is in gebruik als openbaar groen en heeft een oppervlakte van circa 9.000 m2. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie. In het kader hiervan is inzicht gewenst in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee vast te stellen of er op de locatie verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek dient te worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de locatie. 1.2

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitssysteem van AGEL adviseurs. AGEL adviseurs is gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20258). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001 en 2002), waarvoor AGEL adviseurs erkend is door Rijkswaterstaat Leefomgeving. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door het milieulaboratorium van Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam. In bijlage 9 is de kwaliteitsborging en onafhankelijkheidsverklaring opgenomen.

1.3

Leeswijzer Voorliggend rapport is als volgt opgebouwd:  Vooronderzoek en onderzoekshypothese (hoofdstuk 2);  Veld- en laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 3);  Resultaten en interpretatie (hoofdstuk 4);  Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 1 van 15

A G E L

adviseurs 2

Vooronderzoek

2.1

Inleiding

ruimte infra bouw milieu

Onderdeel van het verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 is het verrichten van een vooronderzoek conform de NEN 5725. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Om dit doel te bereiken is relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend bodemonderzoek opgesteld. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. 2.2

Aanleiding vooronderzoek De aanleiding voor het vooronderzoek conform de NEN 5725 is: A) Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.

2.3

Bronvermelding In het kader van het vooronderzoek zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd. Tevens is aangegeven of voor de onderzoekslocatie relevante informatie aangetroffen is. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Instantie Aspect Opdrachtgever

Afbakening onderzoeksgebied Informatie huidig en voormalig gebruik Toekomstig gebruik Eerder bodemonderzoek Bodemloket Informatie Landsdekkend beeld/Globis Gemeente / Omgevingsdienst Bodemkwaliteitskaart BodemInformatiesysteem (BIS) en/of eerder onderzoek Archief BOOT/tankenbestand Vervallen Hinderwetvergunningen (statisch) Actuele milieuvergunningen (dynamisch) Bouwvergunningen Bevoegd gezag Wbb Beschikkingen Wet bodembescherming Regionaal archief Historische informatie Literatuur en eigen archief Topografische kaart en luchtfoto google earth Historische atlas Topotijdreis DINOloket Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwateronttrekkingen Provinciale milieuverordening (PMV) Kadaster Kadastrale situatie Kabels en leidingen informatie (KLIC) Terreinverkenning Bodembedreigende activiteiten Verwachting t.a.v. asbest Locatie interviews + : Informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie; : Geen voor het onderzoek relevante informatie aanwezig m.b.t. onderzoekslocatie.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

Relevante informatie aanwezig + + + + + + + -

| 2 van 15

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Ten behoeve van het vooronderzoek is, op verzoek van AGEL adviseurs, door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant informatie beschikbaar gesteld over de bij de gemeente bekende relevante gegevens. Deze omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 7. 2.4

Locatiegegevens Onderstaand zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.2: Locatiegegevens Aspect Adres Kadastraal Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Gebruiker Oppervlakte kadastraal perceel(-en)

Gegevens Wethouder Trompersstraat te Langeweg Gemeente: Zevenbergen Sectie: H Nummer(s): 1579, 1537 x: 104.715 y: 406.852 Openbaar groen Ca. 6891 en 2102 m² Onderzoekslocatie: circa 8.993 m²

In figuur 2.1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Een situatietekening met begrenzing van de onderzoekslocatie is tevens opgenomen in bijlage 2.

Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood aangegeven)

Voor de afbakening van de onderzoekslocatie is gekozen voor een perceelsgewijze afbakening. Het geografisch gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft richt zich op de onderzoekslocatie waarbinnen het geografisch besluitvormingsgebied valt en de aangrenzende percelen tot een maximale afstand van 25 meter.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 3 van 15

A G E L

adviseurs 2.5

ruimte infra bouw milieu

Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik In figuur 2.2 zijn een aantal historische topografische kaarten opgenomen.

De onderzoekslocatie is ten westen van het dorp gelegen en maakte deel uit van het landelijke gebied grenzend aan de N285 ‘De Langeweg’. Er zijn geen activiteiten in de omgeving bekend, anders dan landbouw, die tot bodembelasting hebben kunnen leiden. Huidig gebruik en terreinverkenning De onderzoekslocatie bevindt zich aan de grens van een woonwijk in een agrarisch gebied. In de directe omgeving van de locatie zijn geen factoren bekend die van invloed zijn op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als openbaar groen en is onbebouwd. In bijlage 8 zijn locatiefoto’s opgenomen. Tijdens de terreinverkenning is een oud (puin)pad aangetroffen. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Wel is een mengmonster samengesteld van de verdachte laag.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 4 van 15

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Asbest De kans op het aantreffen van asbesthoudende materialen ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt als gevolg van het huidige gebruik openbaar groen klein geacht. Niet gesprongen explosieven Ten aanzien van de verwachting van niet gesprongen explosieven is bij de opdrachtgever geen informatie bekend. 2.6

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart Voor de gemeente Moerdijk is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar. Op basis van deze bodemkwaliteitskaart wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende bodemkwaliteit verwacht:  Bovengrond (0,0-0,5 m-mv) : klasse ‘Schoon’ (<2*SW1, P95<T);  Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) : klasse ‘Schoon’ (<2*SW1, P95<T). Beschikbaar bodemonderzoek Door de OMWB is informatie aangeleverd waaruit blijkt dat er op de locatie eerder onderzoeken zijn uitgevoerd, deze onderzoeken zijn echter niet beschikbaar. Voor zover bekend zijn in de bovengrond enkel EOX aangetoond boven de achtergrondwaarde. Uit de beschikbare bodeminformatie blijkt niet dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Relevante historische informatie is opgenomen in bijlage 7.

2.7

Bodemopbouw en geohydrologie Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 0,0 m+NAP. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw bekend. Tabel 2.4: Bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m -mv) Formatie 0,0-2,5 Holocene deklaag 2,5-9,0 Formatie van Boxtel 9,0-15,0 Formatie van Stramproy 15,0-18,6 Formatie van Stramproy 18,6-20,3 Formatie van Waalre 20,3-61,5 Formatie van Peize en Waalre 61,5-65,0 Formatie van Maassluis >65 Formatie van Maassluis

Samenstelling Complexe eenheid Zand Klei Zand Klei Zand Zand Klei

Geohydrologische eenheid Deklaag Watervoerende laag Scheidende laag Watervoerende laag Scheidende laag Watervoerende laag Watervoerende laag Scheidende laag

Voor zover bekend op basis van de beschikbare gegevens hebben in het verleden geen ophogingen, dempingen of calamiteiten plaatsgevonden. De freatische grondwaterstroming is niet bekend. Opgemerkt wordt dat de freatische grondwaterstromingsrichting lokaal kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van oppervlaktewater, kabels en leidingen, cunetten, funderingen en dergelijke. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. De locatie is niet gelegen in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Op basis van de atlas van het natuurlijk kapitaal zijn nabij de locatie enkele oeverfiltratie-onttrekkingen gelegen, deze worden gebruikt ten behoeve van wateronttrekking (mogelijk drinkwater voor vee).

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 5 van 15

A G E L

adviseurs 2.8

ruimte infra bouw milieu

Conclusie vooronderzoek en hypothese(n) Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek zijn in onderstaande tabel de antwoorden op de onderzoeksvragen geformuleerd. Tabel 2.5: Beantwoording onderzoeksvragen Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Wat is de bodemopbouw en geohydrologie? Is er binnen de onderzoekslocatie sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Wat is de kwaliteitsklasse op basis van de bodemkwaliteitskaart? Zijn binnen de onderzoekslocatie potentiele bronnen van bodemverontreiniging aanwezig? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de onderzoekslocatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Is de bodem asbestverdacht?

Antwoord Perceelsgewijs, ja. Holocene deklaag, opbouw is mogelijk divers. Bodemvreemde lagen worden niet verwacht. AW2000 Voormalig agrarisch gebruik Niet bekend Nee Nee

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem niet afdoende bekend is. Er zijn geen actuele gegevens over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bekend. Er dient een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd. De onderzoekslocatie wordt aangemerkt als een, voor bodemverontreiniging, verdachte locatie. Op basis van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken in de directe omgeving van de onderzoekslocatie kunnen plaatselijk licht verhoogde gehalten aan OCB’s worden verwacht in de grond. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740, strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). De onderzoekslocatie wordt als onverdacht aangemerkt ten aanzien van het voorkomen van asbest in de bodem. Op basis van de beschikbare bodeminformatie en de indicatieve maaiveldinspectie zijn geen concrete aanwijzingen geconstateerd voor potentieel bodembelastende activiteiten en/of waaruit blijkt dat op of in de bodem substantiële hoeveelheden verdacht puin en/of asbestverdacht materiaal aanwezig is. Het uitvoeren van een onderzoek naar asbest in de bodem heeft op verzoek van de opdrachtgever geen onderdeel uitgemaakt van dit onderzoek.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 6 van 15

A G E L

adviseurs 3

Veld- en laboratoriumonderzoek

3.1

Onderzoeksopzet

ruimte infra bouw milieu

In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en analyses. De locatietekening met situering van de monsternemingspunten is opgenomen in bijlage 2. Tabel 3.1: Opzet veld- en laboratoriumonderzoek Locatie Veldonderzoek (en boornummers)

Geheel Ca. 9000 m2

3.2

A pakket

:

A*-pakket PFAS B pakket

: : :

Laboratoriumonderzoek

Boring tot 0,5 m-mv

Boring tot 2,0 m-mv

Boring met peilbuis

17

4

2

Grond

Grondwater

4 x A*-pakket 2 x B-pakket 4 x PFAS 2 x A-pakket Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie; Zoals A-pakket, maar aangevuld met OCB’s; Poly- en perfluor-alkylstoffen op conform het Tijdelijk Handelingskader PFAS; Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 10 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink).

Veldonderzoek Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op:  Protocol 2001 (plaatsen boringen en peilbuizen): op 16 en 23 september 2020;  Protocol 2002 (grondwaterbemonstering): op 23 september 2020. Het veldonderzoek heeft uit de volgende werkzaamheden bestaan:  Het uitvoeren van een terreinverkenning en visuele inspectie van het maaiveld;  Het plaatsen van de boringen en peilbuizen zoals opgenomen in tabel 3.1. De peilbuizen zijn voorzien van een filter met een lengte van 1,0 meter en afgewerkt met filtergrind en een bentonietafsluiting;  Het classificeren van de vrijgekomen grond uit de boringen (vaststellen bodemopbouw) en het beoordelen op de aanwezigheid van verontreinigingen;  Het bemonsteren van de grond. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 0,5 meter. Afwijkende bodemlagen (zoals de aanwezigheid van bodemvreemde materialen als bijvoorbeeld puin, verkleuringen van de grond en geurwaarnemingen) zijn apart bemonsterd. Indien bij een boring meerdere grondmonsters zijn genomen, is met een toenemende diepte de codering -1, -2, -3 enz. aan het monsternummer toegevoegd;  Wegens molest van de peilbuizen heeft in afwijking op de voorschriften het bemonsteren van het grondwater uit de peilbuizen niet na een wachttijd van minimaal één week plaatsgevonden.

Bij de codering van een grondwatermonster is het nummer van de peilbuis aangehouden met toegevoegd - nummer filter - nummer watermonster (bijvoorbeeld: 1-1-1). In verband met het spoedeisende karakter van het onderzoek is in overleg met de opdrachtgever besloten om het grondwater uit de peilbuizen binnen een dag na plaatsing te bemonsteren; Door de verstoring van de bodemmatrix bij het plaatsen van de peilbuizen worden soms hogere gehalten van de onderzoeksparameters (met name metalen) gemeten bij directe bemonstering. Dit heeft mogelijk een overschatting van deze parameters als gevolg. 20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 7 van 15

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Resultaten veldonderzoek In bijlage 3 zijn de resultaten van de boorbeschrijvingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. In tabel 3.2 is een overzicht gegeven van de zintuiglijke waargenomen bijzonderheden aan de opgeboorde grond. Tabel 3.2: Zintuiglijk aangetroffen bijzonderheden Boring Einddiepte Traject Textuur (m -mv) (m -mv) 05 4,20 1,50 - 2,00 Klei 06 1,20 0,00 - 0,70 Zand 12 0,50 0,00 - 0,50 Zand 15 0,90 0,00 - 0,40 Zand 19 2,00 0,00 - 0,50 Zand G01 0,50 0,00 - 0,50 Zand G02 0,50 0,00 - 0,50 Zand G03 0,50 0,00 - 0,50 Zand

Zintuiglijke waarneming resten baksteen zwak puinhoudend, zwak aardewerkhoudend zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend, zwak aardewerkhoudend zwak puinhoudend, zwak aardewerkhoudend zwak puinhoudend, zwak aardewerkhoudend

Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie behoudens puin geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. In tabel 3.3 staan de veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater. Tabel 3.3: Veldwaarnemingen met betrekking tot het grondwater Peilbuis Filtertraject Stijghoogte Temp. pH* (m -mv) (m -mv) ( 0C) 05-1-1 3,20 - 4,20 1,95 16,0 6,9

Ec (µS/cm) ** 839

Troebelheid (NTU) 40,28

20-1-1

530

7,43

*) **)

2,70 - 3,70

1,80

15,0

7,1

Zintuiglijke waarneming Niet belucht, goede opbrengst Niet belucht, goede opbrengst

: Normale waarden voor de pH liggen tussen 4,0 en 8,0; : Normale waarden voor de Ec liggen onder 1.500 µS/cm.

Grondwater bezit normaliter een geleidbaarheid van 200 tot 1.500 µS/cm. Aan het opgepompte grondwater zijn zintuiglijk geen afwijkingen waargenomen. De troebelheid (NTU) van het grondwatermonster 05-1-1 ligt boven de natuurlijke troebelheid van grondwater (<10 NTU). De verhoogde troebelheid van het grondwater kan mogelijk veroorzaakt zijn door verstoring van de bodem bij het plaatsen van de peilbuizen. Een verhoogde troebelheid van een grondwatermonster heeft pas consequenties als bepaalde analyseresultaten boven gestelde grenswaarden uitkomen. De beoordeling van de troebelheid vindt mede plaats in samenhang met de analyseresultaten. 3.3

Laboratoriumonderzoek Een overzicht van de uitgevoerde grond- en grondwateranalyses is weergegeven in de tabellen 3.4 en 3.5. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is een selectie gemaakt in de te analyseren grondmonsters waarbij een aantal grondmonsters is samengesteld tot mengmonsters.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 8 van 15

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Tabel 3.4: Uitgevoerde analyses grond MonsterSamenstelling Traject Omschrijving en bijzonderheden Analysepakket code deelmonsters (m -mv) (boring-monster) Bovengrond MM01 06 (0,00 - 0,50) 0,00 - 0,50 zwak puinhoudend, zwak aardewerkhoudend A*-pakket MM02 12 (0,00 - 0,50) 0,00 - 0,50 zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend A*-pakket, PFAS (28) 15 (0,00 - 0,40) 19 (0,00 - 0,50) MM03 01 (0,00 - 0,50) 0,00 - 0,50 A*-pakket, PFAS (28) 02 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) MM04 13 (0,00 - 0,50) 0,00 - 0,50 A*-pakket, PFAS (28) 14 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) MM05 10 (0,15 - 0,50) 0,00 - 0,50 A*-pakket, PFAS (28) 21 (0,08 - 0,40) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,08 - 0,30) Ondergrond MM06 05 (0,50 - 1,00) 0,50 - 2,00 A-pakket 06 (0,70 - 1,20) 07 (0,50 - 1,00) 14 (1,50 - 2,00) 19 (0,80 - 1,30) 20 (0,50 - 0,80) MM07 06 (0,50 - 0,70) 0,50 - 2,00 A-pakket 10 (0,50 - 1,00) 19 (1,70 - 2,00) 20 (0,80 - 1,30) MM08 05 (1,50 - 2,00) 1,50 - 2,00 Resten baksteen A*-pakket A pakket : Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters som-PCB’s, som-PAK’s en minerale olie; A*-pakket : Zoals A-pakket, maar aangevuld met OCB’s; PFAS : Poly- en perfluor-alkylstoffen op conform het Tijdelijk Handelingskader PFAS; Tabel 3.5: Uitgevoerde analyses

grondwater Monstercode Peilbuis Filtertraject (m -mv) Analysepakket 05-1-1 05 3,20 - 4,20 B-pakket 20-1-1 20 2,70 - 3,70 B-pakket B pakket : Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 17 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink).

3.4

Toetsingskader en toetsing analyseresultaten De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 4 Door het laboratorium zijn afwijkingen van de AS3000 gerapporteerd bij monster MM02, MM03 en MM04. Voor MM02 is aangegeven dat de gaschromatografische PCB 138 samenvalt met PCB 163. Voor dit monster zal geen sprake zijn van een matig of sterk verhoogd gehalten aan PCB, omdat bij een gelijkwaardige verhoging van de PCB 138 als ook bij de PCB 163 de som aan PCB niet boven de tussenwaarden uitkomt. Voor de andere twee monsters geldt een verhoogde rapportagegrens van PFBA wegens storingen in de monstermatrix.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 9 van 15

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

De volledige toetsing van de analyseresultaten is opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de analyseresultaten, het geanalyseerde c.q. gehanteerde lutum- en humusgehalte, het toetsingskader en de overschrijdingen ten opzichte van het toetsingskader opgenomen. Daarnaast zijn de resultaten indicatief getoetst aan de waarden van het Besluit bodemkwaliteit bij toepassing op of in de bodem. Een toelichting op de toetsingscriteria en het wettelijk kader is opgenomen in bijlage 6. De resultaten van het laboratoriumonderzoek worden in volgend hoofdstuk weergegeven en geïnterpreteerd.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 10 van 15

A G E L

adviseurs 4

Resultaten en interpretatie

4.1

Resultaten grondonderzoek

ruimte infra bouw milieu

In tabel 4.1 zijn de resultaten van het grondonderzoek weergegeven. Tabel 4.1: Toetsingsresultaten grond MonsterSamenstelling Traject code deelmonsters (m -mv) (boring-monster) Bovengrond MM01 06 (0,00 - 0,50) 0,00 - 0,50 MM02 MM03

MM04

MM05

12 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,40) 19 (0,00 - 0,50) 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 10 (0,15 - 0,50) 21 (0,08 - 0,40) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,08 - 0,30)

Omschrijving en bijzonderheden

Toetsing Wbb

Indicatieve toets Bbk

Zand, zwak puin- en aardewerkhoudend Zand, zwak puin-en baksteenhoudend

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

0,00 - 0,50

Zand

PAK>AW

Altijd toepasbaar

0,00 - 0,50

Zand

-

Altijd toepasbaar

0,00 - 0,50

Zand

-

Altijd toepasbaar

0,00 - 0,50

Ondergrond MM06 05 (0,50 - 1,00) 0,50 - 2,00 Klei Altijd toepasbaar 06 (0,70 - 1,20) 07 (0,50 - 1,00) 14 (1,50 - 2,00) 19 (0,80 - 1,30) 20 (0,50 - 0,80) MM07 06 (0,50 - 0,70) 0,50 - 2,00 Zand Altijd toepasbaar 10 (0,50 - 1,00) 19 (1,70 - 2,00) 20 (0,80 - 1,30) MM08 05 (1,50 - 2,00) 1,50 - 2,00 Klei, resten baksteen Minerale olie >AW Klasse industrie De gehalten die de betreffende achtergrondwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: < AW : Het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde. > AW : Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde. >T : Het gehalte is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde. >I : Het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In mengmonster MM03 van de zintuiglijke schone zandige bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan PAK gemeten. In de zintuiglijke belaste bovengrond zijn geen van de onderzochte parameters in gehalten boven de achtergrondwaarden aangetoond. In monster MM08 van de kleiige ondergrond met resten baksteen (1,5-2,0 m-mv) is een gehalte minerale olie aangetoond dat de achtergrondwaarde overschrijdt. Een bron voor de aangetoonde licht verhoogde gehalten PAK en minerale olie is niet bekend. Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit is mengmonster MM08 beoordeeld als klasse industrie. De overige monsters zijn beoordeeld als altijd toepasbaar.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 11 van 15

A G E L

adviseurs 4.2

ruimte infra bouw milieu

Resultaten PFAS-onderzoek In tabel 4.2 zijn de resultaten van het onderzoek naar PFAS in de landbodem samengevat. Tabel 4.2: Toetsing PFAS landbodem Monster

Resultaat PFAS (ug/kg.ds) Bovengrond (zand) MM02 PFOS 0,5 PFOA 1,1 Overige <0,1 MM03 PFOS 0,3 PFOA 0,7 Overige <0,1 MM04 PFOS 0,4 PFOA 1,8 Overige <0,1 MM05 PFOS 0,2 PFOA 0,1 Overige <0,1

PFAS beoordeling

Eindoordeel: Toepassings-beperkingen

Elders toepasbaar o.b.v. toepassingsbeperking

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar* Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Verhoogd PFOA Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

Altijd toepasbaar, m.u.v. grondwaterbeschermings-gebied

Zone landbouw/natuur

Altijd toepasbaar

Zone landbouw/natuur

Toepasbaar op W of I tenzij LMV verhoogd is en GBT boven GWniveau Altijd toepasbaar

Zone wonen/industrie Zone landbouw/natuur

In MM04 is een verhoogd gehalte PFOA aangetoond wat leidt tot gebruiksbeperkingen voor grond afkomstig van dit terreindeel. Het monster is samengesteld uit deelmonsters van boringen 13, 14, 16 en 17 van het centraal gelegen noordelijke terreindeel van de onderzoekslocatie. De aangetoonde gehalten PFAS in de overige monsters leveren getoetst aan het regionale beleid geen aanvullende gebruiksbeperkingen op, behoudens toepassing in grondwaterbeschermingsgebied. 4.3

Resultaten grondwateronderzoek In tabel 4.3 zijn de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. Tabel 4.3: Toetsingsresultaten grondwater Monstercode Peilbuis Filtertraject Toetsing Wbb (m -mv) 05-1-1 05 3,2-4,2 Overschrijding streefwaarde barium en xylenen 20-1-1 20 2,7-3,7 Voldoet aan streefwaarde De concentraties die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: <S : De concentratie is kleiner dan de streefwaarde. >S : De concentratie is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde. >T : De concentratie is groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde. >I : De concentratie is groter dan de interventiewaarde.

In het grondwater uit peilbuis 05 zijn licht verhoogde concentraties barium en xylenen gemeten. Een bron voor de licht verhoogde concentraties barium en xylenen is niet bekend. Beide parameters worden regionaal vaker zonder aanwijsbare bron in het grondwater aangetoond. Mogelijk betreft het een licht verhoogde achtergrondwaarde. Peilbuizen 05 en 20 zijn wegens molest herplaatst en direct bemonsterd. Dit betekent dat het resultaat formeel als ‘indicatief’ dient te worden beschouwd. De resultaten geven echter geen reden om (sterke) verontreinigingen te verwachten. 4.4

Toetsing van de hypothese De op basis van het vooronderzoek gestelde hypothese ‘verdacht’ is op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek juist gebleken en de resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot het herzien van de onderzoekshypothese. De hypothese dat het terrein niet verdacht is op het voorkomen van asbest dient op basis van de zintuiglijke waarnemingen (met name ter plaatse van het puinpad) te worden verworpen. 20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 12 van 15

A G E L

adviseurs 5

ruimte infra bouw milieu

Conclusies en aanbevelingen Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd: 

De bodemopbouw is heterogeen te noemen. De bovengrond bestaat uit zand. In de ondergrond zijn zowel klei, zand als veenlagen aangetoond.

Zintuiglijk zijn bijmengingen met puin, baksteen en aardewerk geconstateerd in zowel de boven- als ondergrond.

De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met PAK. De oorzaak van het licht verhoogde gehalte aan PAK is niet eenduidig te verklaren. De gemeten gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn kleiner dan de achtergrondwaarden.

In een van de vier monsters van de bovengrond is PFAS aangetoond boven de regionale grenswaarde voor toepassing binnen klasse landbouw/natuur.

In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetoond.

De verharde delen van de onderzoekslocatie zijn in beperkte mate onderzocht.

In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium en xylenen aangetoond.

Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek.

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor het voorgenomen gebruik van de locatie en de voorgenomen bouwactiviteiten.

Gezien de resultaten van het milieuhygiënische onderzoek is op basis van de CROW 400 op het werk geen veiligheidsklasse van toepassing.

Aanbevelingen en opmerkingen De bij het veldonderzoek waargenomen bodemvreemde bijmengingen ter plaatse van het voormalige puinpad geven aanleiding tot het verrichten van een onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707. Indien bij de voorgenomen bouwactiviteiten grond van de locatie vrijkomt, dient er rekening te worden gehouden met beperkingen ten aanzien van hergebruik en afzet van de grond. De bovengrond afkomstig van de onderzoekslocatie heeft een kwaliteit die indicatief voldoet aan de Achtergrondwaarde 2000 en daarmee in principe (milieuhygiënisch gezien) geschikt is voor de functie moes-/volkstuinen, landbouw & natuur. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit voor toepassing van grond elders. Voor de definitieve kwaliteitsbepaling van grond die vrijkomt van de onderzoekslocatie kan afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond een partijkeuring noodzakelijk zijn (AP04). De gemeente is bevoegd gezag inzake grondverzet en toepassing van grond binnen de restricties en voorwaarden van de bodemkwaliteitskaart. Hiervoor geldt een meldingsprocedure. Arbo en veiligheid Aan de hand van de berekeningssystematiek vanuit de CROW publicatie 400 en de ingevoerde resultaten van het bodemonderzoek is de voorlopige veiligheidsklasse bepaald.

Indien zintuiglijke 20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 13 van 15

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

waarneming, meetgegevens, of andere informatie daartoe aanleiding geven, dient de veiligheidsklasse te worden aangepast en dienen passende veiligheidsmaatregelen te worden getroffen, eveneens conform CROW publicatie 400. Wanneer onbekende verontreinigingen worden aangetroffen moeten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de betrokken werknemers en eventuele derden niet worden blootgesteld aan die verontreiniging.

20160338-082 | Wethouder Trompersstraat te Langeweg Verkennend Bodemonderzoek

| 14 van 15

A G E L

adviseurs 6

ruimte infra bouw milieu

Normering en betrouwbaarheid De volgende documenten hangen samen met het verrichte bodemonderzoek:  NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (oktober 2017);  NEN 5740+A1 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (april 2016). Het bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de geldende normen en in het kader van de BRL SIKB 2000 van toepassing zijnde protocollen. Het uitgevoerde bodemonderzoek is gebaseerd op de thans beschikbare informatie en de hieruit afgeleide onderzoeksstrategie. Ondanks het streven naar een zo groot mogelijke representativiteit en reproduceerbaarheid van het onderzoek kunnen ten gevolge van heterogeniteit in de bodem en onvolledige informatie buiten de schuld van AGEL adviseurs afwijkingen in de verkregen resultaten voorkomen. Er blijft altijd een kans aanwezig dat een op de locatie aanwezige verontreiniging niet wordt vastgesteld ten gevolge van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng)monsters. Er dient tevens op te worden gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=34f56475-7081-49ad-9518-033e81bad24d