Regionale Onderlegger Klimaatadaptatie_Waterkring West
Tekst van het document
Toelich ng Klimaatonderlegger Waterkring West en Waterpoort
01 februari 2021
Klimaat-feitenkaart voor Waterkring West
Klimaateenheden
Klimaateigenschappen per ruimtelijke eenheid
Hoogst gelegen zandgronden: Extreme droogte, hi estress en een dalende grondwaterspiegel. Gevoelig voor weersextremen.
A.
B.
A.
Bebouwd en verharde gebieden: Droogte, hi estress en een dalende grondwaterspiegel. Gevoelig voor weersextremen.
Eigenschappen: • Na e komvormige laagte afgewisseld door hogere drogere delen • Jonge zeeklei met zandige hoger gelegen delen (oeverwallen) • Restanten van boch ge ouden kreken • Zeeklei: open, grootschalig, rechtlijnig verkavelde polders • Rivierklei: hogere delen meer wegbegeleidende boombeplan ng A) Zee- en rivierkleipolders
Eigenschappen: • Droge hooggelegen, hi e gevoelig bedrijventerrein • Zeehaven • Zware industrie, logis ek
B) Zeehavens en industrieterrein
Eigenschappen: • Na e komvormige laagte • Oude zeeklei en pleksgewijs veen • Deels aan de oppervlakte komende diepe kwelstromen
Hogere zandgronden: Toenemende droogte en een dalende grondwaterspiegel. Gevoelig voor weersextremen.
G. C.
E. M.
G.
F. D.
G.
G.
Hogergelegen lichte kleigronden: Goede afwatering, klimaat robuuste gronden. Langere droogteperiode zorgen voor minder aanvoer van schoonwater. Hierdoor neemt de waterkwaliteit af.
H. G.
J.
H.
Brongebieden en flanken: - Toenemende droogte, afnemende aanvoer van bronwater door dalende grondwaterspiegels in het bovenland. - Toenemende weersextremen zorgen voor meer fluctua es met meer droogte en wateroverlast als gevolg.
C) Naad van Brabant
Eigenschappen: • Reliëfrijk afwisselend nat en droog • Overgang van hoog droog naar laag nat • Overgang van beken naar kreken • Beken liggen in dalen. • Kreken op hoger gelegen zandige linten
D) Overgangsgebieden
Eigenschappen: • Hoger gelegen zandige en bedijkte linten • Veelal begeleidende beplan ng en rietach ge waterplanten • Bredere zacht glooiende watergangen
E) Klimaatrivieren
Eigenschappen: • Grillig krekenpatroon • Afwisselend zandig klei
F) Klimaatkreken
Eigenschappen: • Grootschalige hallen • Sterk verhard, grote zwarte dakleer oppervlakten • Warmt extreem op • Water kan moeilijk weg • Weinig groen
G) Industrieterrein
Lagergelegen zware kleigronden: Toenemend risico op overstromingen door verhoogde afvoeren, een s jgende zeespiegel. Bodemdaling zorgt voor onstabiele dijken.
Eigenschappen: • Met huizen bebouwd gebied • Veelal verhard en stenige dakoppervlakten • Beperkt hoeveelheid groen • Water kan beperkt weg • Droog en warm
H) Bebouwde kernen
Eigenschappen: • Besloten gemengd bos op zandgrond • Steeds dieper liggend grondwater • Wortels steeds vaker buiten bereik van grondwater
Eigenschappen: • Dalvormige voch ge laagten • Idealiter wordt de beek begeleid door groen • Wisselende waterstanden, steeds vaker droogvallende beken
L. I.
P. G. K.
Naad van Brabant: Afname van de lange kwelstromen, meer inlaat gebiedsvreemd water. Dit hee gevolgen voor de waterkwaliteit. Grote binnenwateren: Vaker extreme lage en hoge waterstanden waardoor het risico op overstromingen toeneemt. Door droogte en opwarming van oppervlaktewater neemt ook de water-kwaliteit af.
I) Beekdalen
J) Oostelijk bosgebied
Eigenschappen: • Halfopen bos-heide en vennenlandschap • Grootschalig grensoverschreinend natuurgebied • Heuvelach g • Zandgrond met leemlagen die water vasthouden • Droogte daardoor enigzins beperkt K) Brabantsewal zuid
L) Brabantsewal noord Eigenschappen: • Reliefrijk zandig landschap • Compacte kernen • Dicht bebouwd, veel verhard oppervlak • Weinig groen • Warmt snel op
Eigenschappen: • Watervoerend kanaal • Gestuurd peil • Bedijkt met ‘uiterwaarden’ ach ge oevers • Klei
O. M) Indunda ekanaal
N) Heuvelkernen
Eigenschappen: • Reliëfrijk zandig landschap • Scherpe overgang van glooiend heuvellandschap in vlakke zeekleipolders • Kwelwater zone aan de voet van de heuvel • Vruchtbaar akkerbouwgebied
01 februari 2021
Eigenschappen: • Halfopen bos-weide en geulenlandschap • Heuvelach g met cultuurhistorische structuren zoals de Zoom en de Zuiderhollandse waterlinie • Zandgrond zonder leemlagen • Water zakt diep weg en daardoor grote droogteproblemen
O) Zeeklei Kwelgebied
Eigenschappen: • Reliefrijk zandig landschap • Compacte kernen • Dicht bebouwd, veel verhard oppervlak • Weinig groen • Warmt snel op
P) Markizaatsmeer- Binnenschelde
Klimaat-opgaven en op ekaart voor Waterkring West
Klimaateenheden
Opgaven, kansen en uitdagingen per deelgebied
Hoogst gelegen zandgronden: Extreme droogte, hi estress en een dalende grondwaterspiegel. Gevoelig voor weersextremen.
Overstromingsgevoelige laagte Op e voor berging Op e, kreekverruiming voor meer berging Zeeklei
A.
B.
A.
Bebouwd en verharde gebieden: Droogte, hi estress en een dalende grondwaterspiegel. Gevoelig voor weersextremen.
A) Zee- en rivierkleipolders
Woonkern / hi eiland
Hogere zandgronden: Toenemende droogte en een dalende grondwaterspiegel. Gevoelig voor weersextremen.
G.
Ves ng/ fort Zuider Waterlinie
Hoger gelegen zandige rivierkleiruggen / oeverwallen Rivierkleilaagtes, wateroverlast Op e verbinden Roode vaart met de Mark
M.
Op e uitbreidingsloca es op hogere delen
C) Naad van Brabant
C.
E.
Op e groen en waterrijke bedrijventerrein, wateroverlast
G.
D) Overgangsgebieden
Opgave: • Ontwikkelen zuiverend, waterverdelend zone aan en langs de rivieren, (Klimaatlinten). Kansen: • Zuiverend en klimaat regulerend watersysteem met significante waarde voor klimaatrecrea e, natuur en verbindende omgevingskwaliteit. • Waterberg en verdeelsleutel. Uitdagingen: • Peilbeheer afstemmen op de groeiende watervraag en nieuwe vormen van grondgebruik.
Brongebieden: Toenemende droogte, afnemende aanvoer van bronwater door dalende grondwaterspiegels in het bovenland.
F.
E) Klimaatrivieren Hoge droge zandgronden, verdoging
D.
Op e verna en door water vasthouden en aanleg fijnmazige watergangen en wadi’s Beekdal, wateroverlast en verdroging. Op e verruiming van het beekdal om watervast te houden. Dynamische gebiedsregeling Hoge droge zandgronden, sterke verdroging. Oost- west watergangen / turfvaarten
G.
H.
Op e inze en als waterverdeler en evt. buffer
Extreme droogte en hi estress, hoge zandgronden Extreme droogte en hi estress, woonkernen Op e water bufferen in komvormige laagtes
Flanken: Toenemende weersextremen zorgen voor meer fluctua es met meer droogte en wateroverlast als gevolg.
G.
G.
Op e wadi voor opvang, verdeling en infiltra e van water
Hogergelegen lichte kleigronden: Goede afwatering, klimaat robuuste gronden.
Verdogingsgevoelig bos
L.
Op e laagten benu en en creeëren voor opvang, verdeling en infiltra e van water
Lagergelegen zware kleigronden: Langere droogteperiode zorgen voor minder aanvoer van schoonwater. Hierdoor neemt de waterkwaliteit af.
I.
P. Kassen / bedrijventerrein, wateroverlast
Naad van Brabant: Afname van de lange kwelstromen, meer inlaat gebiedsvreemd water. Dit hee gevolgen voor de waterkwaliteit.
Hoger gelegen rivierknooppunten gemengd bedrijven en woongebied
G.
Op e energie uit watergangen Op e uitbreidingsloca e water- en natuurinclusief kassen gebied
K.
Op e schoon kwel water vasthouden en bufferen op de overgangen Op e, agrarisch water zoveel mogelijk hergebruiken
Zware kleikommen: Toenemend risico op overstromingen door verhoogde afvoeren, een s jgende zeespiegel. Bodemdaling zorgt voor onstabiele dijken.
O.
Windmolen dispersiezone, mogelijk van invloed op luchtkwaliteit
Industrieterrein, water overlast en hi estress, Op e vergroenen en waterberging in en rond industrieterrein Op e restruimten mul func oneel inze en (water, energie, ecologie) Woonkern hi estress en droogte Op e, hoven, pleinen, tuinen klimaat adap ef vergroenen (bevorderen ver cale ven la e van dorp en stad) Wegen, hi estress Op e,taluds mul func oneel inze en (energie, ecologie)
Op e, Boezemwaterbekkens langs langs rivieren Op e, uitbreiden ritemoerassen kans voor CO2 binding en producte biobased grondstoffen en mul fuc onele energie en recrea e landschappen Rietmoerassen
Laag gelegen kom en kwel gebied (Naad van Brabant), wateroverlast
Overgangszone hoog naa rlaag wateroverlast en droogte
Grote binnenwateren: Vaker extreme lage en hoge waterstanden waardoor het risico op overstromingen toeneemt. Door droogte en opwarming van oppervlaktewater neemt ook de waterkwaliteit af.
Opgave: • Klimaatrobuust maken van hi estress gevoelige kernen Kansen: • Inpuls voor herinrich ng op basis van een klimaat ruimtelijk aangenaam kernmilieu. • ‘Vergeten’ hoven, tuinen en overhoeken herankeren in ruimte structuur van de stad (stedelijke landschapsbouw) Uitdagingen: • Veelheid aan stakeholders en disciplines verbinden en samenwerken. • Waar en hoe piekbuien op te vangen.
H) Bebouwde kernen Opgave: • Robuuste beekdalen creeëren (meer water en klimaat groen). Kansen: • Krimpende en of omschakelende agrarische sector. • Voedselbos produc es (bessen, noten, wortelen en knollen). • Koppeling met schoonwater en groen func es als zorg, onderwijs, recrea e, extensief wonen en werken. • Watergangen op maler als verdeelsleutel en berging benu en. Turfvaart en oost west georienteerde watergangen als kans voor water verdeling. Uitdagingen: • De waterketen in de juiste ‘dosering’ omvormen. • Dynamisch waterbeheer en flexibele gebiedsregelingen realiseren. • Over de gemeente en landsgrenzen heen samenwerken om samenhangende resultaten te realiseren. Opgave: • Waterverdeling en bestrijden van hi estress. Kansen: • Grens overschrijden netwerk vennen benu en. • N289 inze en als waterverdeel structuur. • Koppelingen lee limaat, natuur, recrea e, klimaatrobuuste bosbouw. • Vergroening- en wateropgave versnellen. Uitdagingen: • Verbindingen tussen diverse stakeholders leggen.
K) Brabantsewal zuid Lager gelegen zeekleigebied, water overlast Kwel zone op overgnag hoog naar laag, wateroverlast
Opgave: • Droogtebestrijding en klimaatrobuust omvormen van bosgebied. • Infiltra e hoeveelheden vergroten. Kansen: • Bio- en produc ediversiteit verhogen door omvorming naar klimaatrobuust bos. Uitdagingen: • Garanderen van voldoende aanvoer van water. • Over de gemeentegrenzen heen samenwerken aan impactgerichte waterverdeling, buffering en infiltra e in de voedingsgebieden.
J) Oostelijk bosgebied
Opgave: • Tegengaan van droogte (dalende grondwaterspiegel en hi estress. Kansen: • Inzet van verbindende structuren als kanaal de Zoom , evt. leidingenstraat als water berg en verdeelmachine met alle func onele koppelkansen dat dit creeërt. • Water opvoeren en infiltreren op hogere delen. Uitdagingen: • Stakeholders ac veren.
L) Brabantsewal noord Opgave: • Systeem Zuider Hollandse Waterlinie actualiseren en inze en bij de waterverdeel en bergingsopgave. • Zone inunda ekanaal mogelijk inzetbaar voor berging? Kansen: • Func onele koppelingen met na e natuur, recrea e, landbouw Uitdagingen: • Afweging belangen en func onaliteiten.
M) Inunda ekanaal
N) Heuvelkernen
Opgave: • Grondwater ui reding vertragen door klimaatvoet creeëren door kwelvasthouden en verdelen. Kansen: • Kwelwaterlandbouw (veldkers, drijvende bladgroeten etc.). • Kwelgerelateerde func es als natuur, recrea e, SPA, zorg. Uitdagingen: • Omvorming naar kwelwater gerelateerde func es.
Op e, nieuwe bossen en waterberging in komvormige laagtes O) Zeeklei Kwelgebied
Opgave: • Kwelwater vasthouden en klimaat reuglerend overgangen creeëren. Kansen: • Dynamisch waterbeheer en flexibele gebiedsregelingen realiseren. • Klimaatruimtelijk netwerk voor func ecombina es ten behoeven van een gezond, aangenaam en biodivers leefmilieu. • Koolstof / CO2 binden, temperatuur reguleren, zuurstof produceren. Uitdagingen: • Systeembenadering integreren in de diverse disciplines en werksporen.
F) Klimaatkreken
G) Industrieterrein
I) Beekdalen, voedinge- en brongebieden
Opgave: • Hii estress verminderen, watervergroenen en luchtkwaliteit verbeteren Kansen: • Proe ossen/ velden voor voedselbossen en biobased gewassen t.b.v. omschakeling petro naar biochemische industrie. • Vergroenen van spoor- en andere wegen • Oppervlakte water inze en als koel elementen en warmtewinning. • Wateropvang rond industrieterrein. Groen blauwe gordel Uitdagingen: • Hi estress tegengaan en luchtkwaliteit verbeteren
Opgave: • Kreekverruiming voor waterberging. Kansen: • Waterberging, natuur, recrea e, verkoeling. Uitdagingen: • Ruimtewerving in rela e tot grondprijzen en grondgebruik.
Opgave: • Klimaat ruimtelijk inbedden van het industrieterreinen. Kansen: • Koppelingen met waterberging, natuur, produc e van duurzame energie. Rond en waar mogelijk op industrieterreinen door systeemintegra e. Bijvoorbeeld: zonne- en groendaken, waterbergende gevels, etc.) • Meervoudig ruimtegebruik. Uitdagingen: • Ruimte reservering
J.
H.
B) Zeehavens
Opgave: • Omschakeling naar waterminnende func es. • Waterberging. Kansen: • Biobased landbouw en innova e. • Koolstof / CO2 vastleggende teelt van natuurlijk/ produc e gewassen. • Natuur, landbouw, recrea e, klimaatruimtelijke diversiteit en lee waliteit. Uitdagingen: • Vinden / creeëren van nieuwe klimaa nclusieve businescases.
Industrieterrein / hi eiland
Op e bos en waterberging
Opgave: • Waterberging creeëren • Klimaatneutraal bouwen en ruimte voor waterberging creeëren. Kansen: • Wateroverlast voorkomen, wateroverschot vasthouden en benu en. • Ruimte voor natuur, recrea e, ruimtelijke kwaliteit Zuider Hollandse Waterlinie. • Robuuste verweving natuur, landschap, landbouw en woningbouw en bedrijventerreinen. Uitdagingen: • Ruimtelijke ontwikkelingen afstemmen op onderliggend landschap en bij behorende eigenschappen. • Grondprijzen en agrarische verdienmodellen in rela e tot klimaatopgaven.
Opgave: • Voorkomen wateroverlast, droogte en hi estress door bijvoorbeeld ringparken tussen de kernen aan te leggen en dalvormige laagten te benu en om water vast te houden. Kansen: • Creeëren ruimtelijke diversiteit, microklimaat en een nieu we ordening met ruimte voor klimaatrobuuste groei. • Zone tussen snelweg en klimaatstraat inze en als zone voor produc e / opwek van duurzame energie in combina e met waterberging en na e natuur. Uitdagingen: • Afstemmen belangen en verdeelsteultels (hoe om te gaan met reeds gereserveerde ruimteclaims?).
Opgave: • Verkoelend effect door verdamping te vergroten middels ontwikkeling van rietmoerassen / drijvende teelten. Kansen: • Na e natuur, rietmoeras recrea e • Opvang Koolstof / CO2. • Produc e van biobased grondstoffen, Co2 vastleggen, humusproduc e om bodemvruchtbaarheid te bevorderen. Uitdagingen: • Vinden van ini a efnemers en investeerders.
P) Markizaatsmeer- Binnenschelde
Bouwstenen vanuit de volgende lagen:
Inspira es
Wateropnemende en vasthoudende klei bodems
Robuuste bossen
Wateropnemende en vasthoudende zandgronden
Water
Produc eve produc e- en werkterreinen
Bodem
Waterrijke beken en bronnen
Groen
Aangename kernen/koele dorpen en steden
Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren,kreken en sloten
Infra en bebouwing
Atmosfeer
Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren,kreken en sloten
Samenva ng Deze no e is een nadere toelich ng op de uitkomsten van de regionale klimaatreis voor de werkgebieden van Waterkring West en Waterpoort (de regio). De regio betre het grondgebied van de West Brabantse gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Steenbergen en Woensdrecht en de Zuid-Hollandse gemeente Goeree-Overflakkee en de Zeeuwse gemeente Tholen. De klimaatreis hee geresulteerd in een klimaatonderlegger die tot stand is gekomen op basis van een regionale klimaatadapta everkenning in de periode van september 2019 tot november 2020 en een regionale klimaatdialoog op 22 september 2020. De klimaatonderlegger gee inzicht in de klimaatbestendigheid (droogte, hi e, wateroverlast en overstromingen) van de regio, op basis van een integrale analyse van bodem, water, groen en atmosfeer in rela e tot menselijke invloeden. De onderlegger is opgebouwd uit een klimaatruimtelijke feitenkaart waarin kansrijke klimaatstructuren in rela e tot ruimtelijke ontwikkelingen in kaart zijn gebracht. Tot slot zijn koppelkansen en doorvertalingen naar concrete voorbeelden vastgelegd in de vorm van kanskaarten. De kanskaarten zijn samengevoegd met de klimaatonderlegger. De klimaatruimtelijke feitenkaart en kanskaarten zijn ingezet in de digitale klimaatdialoog. Deelnemers kregen inzicht en bewustzijn voor de diversiteit aan microklimaat en de effecten daarvan binnen de regio.
Op meer lokaal niveau zijn de gemeenten al bezig met het toepassen van klimaatadap eve maatregelen. Zij het vanuit diverse sectorale sporen. De regionale klimaatonderlegger en de dialoog bieden de mogelijkheid om vanuit een breder bewustzijn en inzicht in de verbanden kansen te ontdekken om de regio nog klimaatrobuuster te maken. Met de regionale klimaatreis is een vorm van bewustzijn gecreëerd dat er nog werk aan de winkel is maar ook kansen zijn. In beginsel is klimaatadapta e een sociale en maatschappelijke opgave; immers vanuit verlangen ontstaat beweging. Niet alles kan op gemeentelijke schaal opgelost worden maar vergt een regionale aanpak. De opgaven in de regio kunnen geduid worden in een zestal van elkaar te onderscheiden ruimtelijk-klimatologische opgaven. Deze opgaven zijn bepaald aan de hand van de analyse van de vier centrale klimaa hema’s: droogte; hi estress; wateroverlast en waterveiligheid.
1. Produc eve bedrijventerreinen en werkloca es (produc viteit); De regio kent grootschalige bedrijventerreinen, kantoor- en andere werkloca es. Deze zijn func oneel ingericht en kenmerken zich door verharde buitenruimte en grootschalig vastgoed. Enerzijds zorgt dit voor hi estress op zonnige dagen. Hi estress beïnvloedt de bedrijfsvoering en is nadelig voor de produc viteit van werknemers. Hi estress en droogte gaan hand in hand met poten eel gevaar voor grondverzakkingen en kabel- en leidingbreuken. Anderzijds kan bij forse buien de neerslag moeilijk verwerkt worden met wateroverlast en schade tot gevolg. Klimaatadap eve maatregelen door slim opvangen van hemelwater en vergroening van de werkloca es biedt kansen om de hi estress, droogte en wateroverlast tegen te gaan en te zorgen voor een pre ger werkklimaat. Dit komt de produc viteit van de bedrijven ten goede en kan schade voorkomen. Klimaatadapta e biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen. Denk aan voedselproduc e en opwekken van duurzame energie. Daarnaast bieden groene en waterrijke bedrijventerreinen ook kansen om de uitstoot van bedrijven te zuiveren en de lucht in de regio schoner te maken en de stedelijke biodiversiteit te vergroten.
2. Aangename kernen/koele dorpen en steden (lee aarheid); Klimaatverandering `beïnvloedt’ het woon- en lee limaat. Klimaatadapta e biedt kansen om de dorpen en steden lee aar en aantrekkelijk te houden voor de inwoners en bezoekers. Met name de stads- en dorpscentra zijn func oneel ingericht met rela ef weinig groen en een watersysteem dat bedoeld is voor snelle afvoer van hemelwater. Door vergroening en meer waterberging wordt hi estress, droogte en wateroverlast voorkomen. Omdat de ruimte in deze gebieden schaars is, moet men zoeken naar compacte en mul func onele oplossingen die bijvoorbeeld ook een bijdrage leveren aan het verbeteren van de verblijfs- en woonkwaliteit
3. Robuuste Bossen (groen); De regio is bekend om haar polders maar het evenwicht met de bossen en heide op de zandgronden is belangrijk voor een goed ecosysteem. Door de droogte van afgelopen jaren is de kwaliteit van de bossen achteruitgegaan, terwijl bossen juist een belangrijk rol vervullen als het gaat om het vasthouden van hemelwater en het bieden van verkoeling. Niet alleen de flora en fauna is gebaat bij robuuste bossen en natuurgebieden, ook de samenleving is hierbij gebaat in de vorm van recrea e en ontspanning. 4. Wateropnemende en -vasthoudende bodems (waterbergend vermogen); Droogte is voor natuur en landbouw een steeds groter probleem. De flora en fauna en dus ook de gewassen en veeteelt lijden hieronder. Er is behoe e om het waterbergend vermogen van de bodem te verbeteren. In droge perioden is zodoende langer vocht beschikbaar voor planten en bodemleven. In na e perioden kan een onverzadigde bodem meer water opnemen, wat overstromingen en wateroverlast tegengaat. Door ruimtelijke func es af te stemmen op het waterbergend vermogen van de bodem is wateroverlast te beperken, het natuurlijk (bodem)leven te bevorderen en verdroging van natuur tegen te gaan. Naast een opgave voor de landbouw liggen er ook kansen.
Bijvoorbeeld een andere manier van grondbewerking en een keuze voor gewassen die beter kunnen omgaan met het veranderende klimaat en daarbij de wateropname en het watervasthoudend vermogen van de bodem verbeteren. 5. Waterrijke bronnen en beken (oppervlaktewater bovenstrooms); In de strijd tegen droogte spelen bronnen, beken en sloten op de bovenstroomse zandgronden een belangrijke rol. De opgave in deze bovenstroomse gebieden is om het waterbergend vermogen van deze watergangen te vergroten. Dit is niet enkel van meerwaarde voor de buitengebieden, maar ook voor het stedelijk gebied. Dit betekent onder andere meer ruimte geven voor het meanderen van beken zodat water langer wordt vastgehouden zonder dat dit leidt tot wateroverlast. Integendeel, beken kunnen een rol gaan spelen in het voorkomen en oplossen van wateroverlast in het stedelijk gebied door middel van opvang en afvoer naar gebieden buiten de steden en dorpen waar een water te kort is. Waterrijke bronnen en beken bieden kansen voor natuurontwikkeling en verbetering van de biodiversiteit, de mogelijkheden voor recrea e, het verbeteren van het woon- en lee limaat, en meer waterzekerheid voor de landbouw. 6.
Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren, kreken en sloten (oppervlaktewater benedenstrooms); Naast het goed gevuld houden van de waterstromen is de opgave benedenstrooms dat de verdeling van het water evenwich g is. Het veranderende klimaat verstoort dit evenwicht. Door hierop in te spelen wordt droogte aan de ene kant voorkomen en wateroverlast tegengegaan (dynamisch waterbeheer). Uiteraard spelen rivieren hierin een belangrijke rol. Rivieren zijn dusdanig gekanaliseerd dat waterafvoer de belangrijkste func e is geworden terwijl er kansen zijn om in en langs de rivieren water te bergen. Dit biedt ook kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Niet alleen belangrijk voor natuurontwikkeling en landbouw maar ook voor recrea e en ontspanning. Meekoppelkansen door middel van mul func onaliteit; De uiteenze ng van klimaateigenschappen in deelgebieden en kansrijke maatregelen vormt een solide basis voor de verdere uitwerking van een regionale klimaatstrategie. Bij het verder uitwerken van de deelgebieden is het van belang om integraal te denken en vanuit het klimaatadapta ef denken aan te laten sluiten bij andere maatschappelijke opgaven. Op die manier kom je tot mul func onele maatregelen waarmee je het draagvlak en de realisa emogelijkheden vergroot. Ter inspira e zijn hiervoor de zogenaamde kanskaarten voor opgesteld. Denk hierbij aan: 1.
het nemen van maatregelen in kader van klimaatadapta e en de combina e met het verkleinen van de CO2-footprint van bedrijven en het vergroten van de arbeidsproduc viteit door een aantrekkelijk werkmilieu (produc eve bedrijventerreinen- en werkloca es) 2. de transforma e van leegkomend vastgoed in dorpen en steden (aangename kernen/koele dorpen en steden) 3. het bestrijden van invasieve planten- en diersoorten (robuuste bossen). 4. een nieuwe manier van landbouw bedrijven en het telen van nieuwe gewassen (wateropnemende en -vasthoudende bodems) 5. het aantrekken van meer bezoekers in de regio (waterrijke bronnen en beken) 6. natuurontwikkeling (wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren, kreken en sloten)
1 Inleiding 1.1 De urgen e van adapta e De effecten van een veranderend klimaat komen in een sneller en heviger tempo op ons af dan vooraf gedacht. Deze veranderingen zorgen voor veel nieuwe uitdagingen, wereldwijd alsook in het werkgebied van Waterkring West en Waterpoort. De gevolgen van deze klimaatverandering voor de leefomgeving, natuur en economie zijn op zijn minst zorgwekkend; het wordt warmer, droger maar óók na er. Denk aan de extreem warme en droge zomers van afgelopen jaren. In de agrarische sector ontstonden watertekorten, de natuur verdroogde en mensen in de binnenstad ervaarden hi estress. In de toekomst krijgen we steeds vaker te maken met dergelijke extremen en dat hee effect op het dagelijks leven. De aanpak van klimaatverandering kent twee strategieën. Respec evelijk zijn dit klimaatmi ga e en klimaatadapta e. In het geval van klimaatmi ga e, ook wel de energietransi e genoemd, wordt getracht het probleem bij de wortels aan te pakken. Zo worden er maatregelen getroffen die de omvang en of de snelheid van de verandering van het klimaat te beperken door vermindering van de emissie van broeikasgassen. Bij klimaatadapta e worden er maatregelen getroffen om de ruimtelijke indeling zo aan te passen dat, mocht de mi ga estrategie niet afdoende zijn, de gevolgen van klimaatverandering het hoofd geboden kunnen worden.
Bij de klimaatonderlegger ligt de focus dan ook op de (verwachte) risico’s van klimaatverandering en de kansen die er liggen om hier passende maatregelen tegen te treffen. De risico’s en kansen zijn vertaald vanuit een kader bestaande uit 4 centrale klimaa hema’s (droogte, hi estress, wateroverlast en waterveiligheid) conform de Deltabeslissing Ruimtelijke Adapta e 1.2 Waarom een klimaatonderlegger voor Waterkring West en Waterpoort? Met de Deltabeslissing Ruimtelijke Adapta e hee Nederland in 2015 besloten dat het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen samen de ambi e vastleggen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Decentrale overheden werken daarvoor in gezamenlijk met het Rijk aan het beperken van de schade van hi estress, droogte, wateroverlast en waterveiligheid. Niets doen is namelijk geen op e. Hittestress in het centrum, opbrengstderving in de agrarische sector en schade aan (vitale) infrastructuur zijn enkele voorbeelden van mogelijke gevolgen van de klimaatverandering. De risico’s van non-interven e overschaduwen de kosten van interveniëren. Klimaatadapta emaatregelen zijn daarmee te beschouwen als een investering. Ze leveren een duurzaam veiligere, gezondere en bovenal een aangenamere en gelukkigere regio op. Om een klimaatstrategie te kunnen bepalen is, op ini a ef van Waterpoort, gestart met een klimaatreis in deze regio.
Met deze klimaatreis zijn de klimaatcondi es van de regio verkent en in rela e gebracht met regionale trends en ontwikkelingen. De klimaatcondi es zijn bepaald aan de hand van data-analyses volgens de lagenbenadering en hebben zowel op gemeentelijke als regionale schaalniveau plaatsgevonden. De uitkomst van de analyse is vervolgens gevisualiseerd in lokale en regionale klimaatonderleggers. De klimaatonderleggers zijn de basis geweest voor de discussies met de verschillende stakeholders door middel van klimaatdialogen. De eerste regionale klimaatdialoog vond plaats op 22 september 2020. De uitkomsten van de dialogen zijn meegenomen in de aanpassingen van de klimaatonderleggers. Zoals eerder aangegeven kunnen klimaatadap eve oplossingen niet uitsluitend op lokaal niveau plaatsvinden. Regionale klimaatkeuzes kunnen mede rich ng geven aan gemeentelijke beslissingen. De uitkomsten uit deze klimaatreis vormen het vertrekpunt voor verdere gesprekken met betrokken par jen over de klimaatcondi es in de gemeenten en regio en de keuzes die daarbij horen. De primaire organisa e hiervan vindt plaats vanuit de Waterkring West. Daarbij wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht met andere (aangrenzende) samenwerkingsverbanden zoals de Baronie aan de oostzijde en Waterpoort die een belangrijke kan leggen met de gemeenten Tholen en Goeree-Overflakkee.
1.3 De aanpak: verkennen, verlangen en verrijken Klimaatadap ef handelen houdt in dat ontwikkelgebieden (nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, herstructurering, herbestemming) direct klimaatadapef worden opgepakt. De eerste stap die genomen is om tot een klimaatonderlegger te komen, is het verkennen van de maatschappelijke milieuruimtelijke systemen en met welke opgaven rekening gehouden moet worden. Hiermee kunnen deelgebieden worden onderscheiden. Met behulp van de verkenning kunnen mogelijke oplossingsrich ngen geanalyseerd worden. Oplossingsrich ngen in het ontwikkelgebied zelf maar ook daarbuiten. Een voorbeeld is de wateroverlast die kan optreden in een woonwijk. Er kan op lokaal niveau worden gekeken naar oplossingen om deze wateroverlast tegen te gaan, maar wellicht is een oplossing bovenstrooms veel effec ever en goedkoper. Kortom; vanuit de meerwaarde van een integrale gebiedsaanpak. In kleinere gebiedsprocessen zal vervolgens samen met betrokken par jen worden gekeken hoe het klimaatadapef maken van dat gebied vormgegeven kan worden. Om in 2050 klimaatadap ef te zijn, zal er meer moeten gebeuren dan alleen in de ontwikkelgebieden. De klimaatonderlegger gee inzicht daarin. Inzichten die betrokken kunnen worden in komende visies en uitvoeringsplannen van de gemeenten.
Doordat de inzichten gedeeld zijn met partners kunnen ook zij in hun ontwikkelingen rekening houden met de effecten van klimaatverandering. Overheden kunnen dit niet alleen, maar
zullen dit samen met partners moeten oppakken. Hiermee wordt het de belangen en wensen van stakeholders inzichtelijk en kan er worden toegewerkt naar een gezamenlijke klimaatambi e en bijbehorende strategie. In de klimaatonderlegger zijn mogelijke oplossingsrich ngen en koppelkansen in beeld gebracht en verrijkt met inspirerende voorbeelden. Deze laten zien dat verlangen ook realiteit kan worden en dat gezamenlijke ambi e niet het resultaat hoe te zijn van compromissen maar kan worden vergroot door een gezamenlijke inspanning.
2 Verkennen: De regio en het klimaat De vier centrale klimaa hema’s, droogte; hi estress; wateroverlast en waterveiligheid, worden in deze paragraaf toegelicht, zowel in het algemeen als vanuit de specifieke context van de regio. De gebruikte kaarten zijn opgebouwd met informa e uit vrij toegankelijke geodata zoals hoogte, bodem, water, groen, infra en bebouwing.
2.1 Droogte De laatste 3 jaren op rij zijn extreem droog (2018, 2019 en 2020). Het grondwaterpeil kan zich onvoldoende herstellen en de schadelijke gevolgen voor landbouw, natuur en infrastructuur nemen toe. Verdroging vormt voor de regio een grote uitdaging. Zowel op de hogere zandgronden (gelere gebieden op de klimaatonderlegger) als in het stedelijk gebied. En ook in het agrarische gebied, dat blauw kleurt vanwege de kans op wateroverlast, komt ook droogte voor. Op de hogere zandgronden en ook in stedelijk gebied is een van de uitdagingen het behouden van de biodiversiteit die in het geding komt vanwege toenemende verdroging. Dit vormt een risico voor de natuur in de zin dat bepaalde natuurtypen slecht gedijen onder hi e en droogte. Hi e- en droogtegevoelige flora en fauna zullen onder toenemende verdroging plaats maken voor flora en fauna die minder gevoelig zijn voor deze omstandigheden. Parken, bomenlanen en grasvelden verdrogen en verliezen hun verkoelend effect in de stad. De afname van de condi e van groen uit zich in takbreuk, vervroegd bladverlies, afname wortelstelsel, vatbaarheid voor insecten en schimmels. Kortom een gestage ineenstor ng van met name volwassen groenstructuren (eiken, beuken, essen, populieren, kastanjes, dennen, etc.). Voor de landbouw betekent verdroging een derving van de opbrengst.
Tot slot kan verdroging in bepaalde gebieden leiden tot bodemdaling. Doordat vocht uit de grond on rokken wordt, zakt de grond ineen en daalt de bodem. Met name in de voch ge klei- en veengebieden vormt verdroging een significant risico op bodemdaling. Bodemdaling leidt tot schade aan bestaande infrastructuur en gebouwen (in de vorm van scheurvorming in gevels en wegen, oneffenheden in bestra ng, funderingsproblemen, leidingbreuken). Tevens kan bodemdaling leiden tot meer wateroverlast. Dit lijkt tegenstrijdig met het feit dat verdroging de oorzaak is van deze daling, echter kan de neerslag per seizoen verschillen. Bijvoorbeeld: de bodem onder een wegdek daalt in de zomer. In het najaar valt er echter veel regen, dan zal dit wegdek blank komen te staan. Dit gebeurde in de droogteperiode in Californië in 2015 waarbij wegen zakten tot onder het grondwaterpeil in het na ere seizoen (Rijkswaterstaat, 2018). Vooral in de overgangszone tussen hoger- en lagergelegen gedeelten en de daarbinnen liggende beekdalen zien we bodemdaling. Dit zijn van oudsher na e, leemach ge en humusrijke bodems. Door de droogte verteert humus en klinkt klei in. Verwacht wordt dat het verwachte verwarmende effect van klimaatverandering de bodemdaling met en tot vij ien cen meter extra zal toenemen. 2.2.
Hi estress De toenemende temperaturen leiden tot hi estress, een fenomeen dat zich voordoet bij uitzonderlijk warme perioden en lichamelijke klachten veroorzaakt bij mensen of dieren. Hi estress bij mensen leidt tot uitdrogingsverschijnselen als gevolg van overma g transpireren en onvoldoende voch nname. Naast een gevoel van onbehagen, slaapproblemen en verminderde arbeidsproduc viteit kan hi estress leiden tot extra sterfgevallen onder kwetsbare groepen. Hi estress binnenshuis of in bedrijfspanden wordt veelal bestreden door airco’s. Het toenemend aantal airco’s gee ook weer warmte af aan de omgeving en vraagt veel elektriciteit. Onder invloed van de hi e wordt de luchtkwaliteit slechter door de vorming van meer ozon, s kstofoxide en fijnstof . Hi estress doet zich logischerwijs voor op plaatsen waar het erg warm kan worden. De gehele temperatuurs jging wordt versterkt door een warmtevasthoudende, versteende omgeving en gebrek aan ven la e (luchtdoorstroming) in het bebouwde gebied. De verkoeling in de nacht wordt tenietgedaan doordat de versteende omgeving ’s-nachts de warmte afgee . Dit geldt ook voor het werkgebied van Waterkring West en Waterpoort, waarbij de verschillende dorpskernen en de steden in het bijzonder, aanzienlijk warmer zijn dan gebieden buiten de bebouwde kom. De verwach ng is dat als gevolgd van klimaatverandering de mate van hi estress zal toenemen.
In stadscentra en op bedrijventerreinen worden lange periode van hi estress verwacht. Ook de kleine kernen die zijn gelegen op steeds droger wordende zandgronden laten een toename aan hi estress zien.
De factoren op basis waarvan hi estressverwach ngen worden gemeten zijn de mate van groen en de mate van verstening in het gebied, de gemiddelde hoogte van gebouwen en de mate van luchtverontreiniging. Deze mate van verharding en verstening is bepalend voor de opname van warmte in het gebied. Gesteente houdt warmte vast, waardoor het overdag warmer wordt en het ’s-avonds minder hard a oelt en zo de kans op, en de intensiteit van, hi estress doet toenemen. Andere factoren, tot slot, zijn de windsnelheid en de hoeveelheid blauw, of water, in een bepaald gebied. Zowel wind als water hebben een verkoelende werking en zijn in staat de intensiteit van hi estress ten dele te verlichten. De aanwezigheid van groen is van belang voor de verkoeling in het stedelijk gebied. Naast de schaduwwerking zorgt verdamping van water door planten ervoor dat de lucht koelt. Ver caal groen langs gevels en groen op daken zorgen ervoor dat bebouwing minder opwarmt, dus ook weer minder warmte afgee in de nacht. Naast de mate van groen is de mate van verstening een belangrijke factor voor het bepalen van de mate van hi estress. A ankelijk van groo e van de boom, de boomsoort en de loca e kan een boom een koelend effect hebben van 10 airco’s.
Gezien deze indicatoren zijn de kans op hi estress en de intensiteit hiervan aanzienlijk groter in stedelijke gebieden in vergelijking met omliggende landelijke gebieden. Steden beschikken over het algemeen immers over rela ef weinig groen, weinig blauw en lage windsnelheden. Daartegenover staat het, rela ef hoge, gebouwhoogte gemiddelde en de hoge gebouwdichtheid. Steden worden gezien hun verhi ende werking ook wel hi eeilanden genoemd. Hi estress is nadelig voor de arbeidsproduc viteit, het gevoel van welbehagen en de gezondheid van mensen. Het feit dat hi estress in steden het meest voorkomt en intens is, is een ongelukkig gegeven. Hier is namelijk ook de impact van die hi estress het grootst. Met name kwetsbare groepen, zoals ouderen, zijn gevoelig voor de nadelige effecten van hi estress. Nemen we het percentage 65-plussers in bepaalde gebieden in ogenschouw en leggen we die naast de hi ekaarten, dan doet zich een zorgelijke constatering voor. Stedelijke gebieden hebben een verhi ende werking, het kan in warme perioden tot zo’n 1,5 graden warmer worden dan in niet-stedelijke gebieden. Hierdoor neemt de kans op hi estress en de intensiteit hiervan aanzienlijk toe. De steden kennen bovendien een rela ef hoog aandeel oudere inwoners juist in die gebieden die een sterk verhi ende werking kennen.
Het hoge aandeel ouderen in gebieden met een hoog stedelijk hi e-eiland-effect is zorgelijk en het is verstandig om dit aspect op te nemen in de klimaatadapta estrategie. Er kunnen zo maatregelen worden getroffen die het verhi ende effect doen afnemen. 2.3 Wateroverlast en waterveiligheid In de voorgaande paragrafen is gesproken over verdroging en hi estress. Thema’s waarbij het gebrek aan water een kenmerkend aspect is. Het lijkt dan wellicht tegenstrijdig dat het laatste type risico juist wordt gekenmerkt door een overschot hieraan. Hoe tegenstrijdig het op het eerste gezicht lijkt, met betrekking tot klimaatverandering zijn verdroging en hi estress enerzijds en wateroverlast en waterveiligheid anderzijds, sterk met elkaar verweven. Wateroverlast kent drie vormen (Deltaprogramma 2020): wateroverlast door kortdurende hevige neerslag; wateroverlast door langdurige neerslag en grondwateroverlast. De voor de regio specifieke situa es aangaande wateroverlast worden toegelicht aan de hand van deze drie vormen, alvorens in te gaan op de waterveiligheidsrisico’s. Wateroverlast door kortdurende hevige neerslag doet zich met name voor in de zomermaanden. De warmte van de zomer is destabiliserend voor de atmosfeer (KNMI, 2020) waardoor hevige (onweers-)buien kunnen ontstaan; o ewel veel neerslag in korte jd. Door de intense neerslag ontstaat een overschot aan water.
A ankelijk van het infiltra e en afvoervermogen van de plaats waar de neerslag valt kan wateroverlast ontstaan. In de regio doet zich een risico voor in de verharde straten van stadscentra, bepaalde wijken daaromheen en de bedrijventerreinen. (Hemel-)water op deze loca es wordt grotendeels afgevoerd via het riool. Wateroverlast ontstaat wanneer het riool niet langer in staat is om alle neerslag af te voeren. De afvoercapaciteit van het riool alleen voor de piekbuien verhogen, is rela ef duur. Andere op es om water op te vangen en de afvoer te vertragen kunnen helpen. Wateroverlast door langdurige neerslag, in tegenstelling tot de kortdurende intense neerslag, doet zich veelal voor in de herfst- en wintermaanden en hee de grootste impact op het buitengebied. (Kennisportaal Ruimtelijke Adapta e, 2020). Het ene gebied loopt meer risico op wateroverlast dan het andere. Dit hee wederom te maken met het infiltra evermogen van de bodem waar de neerslag zich voordoet. Het buitengebied wordt voor een aanzienlijk deel toegepast voor agrarische produc e. Het gebruik van zware landbouwmachines vormt een risico op ondergrondverdichting. Dit speelt met name in beekdalen met een leemhoudende zandgrond. Door een hoge leemfrac e is de bodem daar gevoeliger voor verdichting. Het gewicht van de machines drukt de bodem, van daarvoor gevoelige gronden, samen wat het infiltra evermogen schaadt.
Tevens is de mate waarin wateroverlast leidt tot schade a ankelijk van de toepassing van het gebied. Weilanden zijn minder kwetsbaar voor de gevolgen van (langdurige) wateroverlast dan hoogwaardige teelt. Grondwateroverlast is een gevolg van ui redend grondwater, o ewel kwel. Dit kan door korte of lange kwelstromen worden veroorzaakt. De korte kwelstromen leiden vaak tot de grootste overlast. Lange kwelstromen zijn con nu van aard en zijn voorspelbaar. Daardoor zijn ze ook wat gemakkelijker om op te an ciperen. Er kan op hoofdlijnen gesteld worden dat de afname van lange kwelstromen tot verdroging en de daaraan gerelateerde problemen leidt. Korte kwelstromen leiden vaak tot onverwachte overlast, omdat dit vaak ineens ergens ‘opborrelt’, bijvoorbeeld in lagergelegen gebieden. Hoogteverschillen en de bodemopbouw zorgen voor een wisselwerking tussen kwel en infiltra e. Het water van de hoger gelegen gebieden ten oosten en westen van het dal stroomt neerwaarts en komt zodoende terecht in het dal, bestaande uit een ma g doorlatende bodem. De ui reding van het kwelwater trekt bepaalde mineralen vanuit de bodem met zich mee, wat de biodiversiteit kan bevorderen, a ankelijk van de kwelkwaliteit. Deze grondwateroverlast tezamen met de overlast van langdurige neerslag vormen een aanzienlijk risico voor zowel wonen, werken als voor de landbouw in de ma g doorlatende delen in de regio.
Naast de drie vormen van wateroverlast neemt ook het risico op overstromingen toe als gevolg van de klimaatverandering. Door de klimaatverandering s jgt de afvoer van rivieren, waardoor rivieren kunnen overstromen. Overstromingen kunnen leiden tot schade aan gebouwen en infrastructuur. Slachtoffers (doden en gewonden) en maatschappelijke ontwrich ng zijn ook mogelijke gevolgen van overstromingen (Kennisportaal ruimtelijke adapta e, 2020). Ruimtelijke ontwikkelingen hebben invloed op de gevolgen van overstromingen, door bijvoorbeeld dijken en terpen te plaatsen en inwonersaantallen laag te houden in overstromingsgevoelige gebieden. ----------------------------------1 h ps://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/luchtkwaliteit-in-een-warmer-klimaat 3. De regionale klimaatopgaven Verschillende gemeenten in de regio werken al jaren ac ef aan klimaatadapta e. Denk aan de aanleg van ny forests, de realisa e van stadoevers, waterdoorlatende verhardingen in woonwijken, de verduurzaming van bedrijventerreinen, meer vergroening van de binnensteden. Echter kan de doelstelling om in 2050 klimaatadap ef te zijn niet behaald worden door klimaatadap eve maatregelen alleen op gemeentelijke schaal op te pakken. Met de klimaatonderlegger geven we focus aan de lange termijnopgave en verbinden we (bestaande) ini a even met de grotere thema’s zoals die er voor de regio liggen.
Met name het opsporen van koppelkansen en deze vertalen naar integraal concrete opgaven vergt inspanning. Een inspanning die zichzelf terugverdient en uiteindelijk tot besparing in jd, geld en andere middelen kan leiden. De opgaven in de regio kunnen geduid worden in een zestal van elkaar te onderscheiden ruimtelijk-klimatologische deelgebieden die elk zijn opgebouwd uit de karakteris eke klimaateenheden Deze eenheden zijn bepaald aan de hand van de analyse van de vier centrale klimaa hema’s: droogte; hi estress; wateroverlast en waterveiligheid. 1. Produc eve bedrijventerreinen en werkloca es (produc viteit); De regio kent grootschalige bedrijventerreinen, kantoor- en andere werkloca es. Deze zijn func oneel ingericht en kenmerken zich door verharde buitenruimte en grootschalig vastgoed. Enerzijds zorgt dit voor hi estress op zonnige dagen. Hi estress beïnvloedt de bedrijfsvoering en is nadelig voor de produc viteit van werknemers. Hi estress en droogte gaan hand in hand met poten eel gevaar voor grondverzakkingen en kabel- en leidingbreuken. Anderzijds kan bij forse buien de neerslag moeilijk verwerkt worden met wateroverlast en schade tot gevolg. Klimaatadap eve maatregelen door slim opvangen van hemelwater en vergroening van de werkloca es biedt kansen om de hi estress, droogte en wateroverlast tegen te gaan en te zorgen voor een pre ger werkklimaat.
Dit komt de produc viteit van de bedrijven ten goede en kan schade voorkomen. Klimaatadapta e biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen. Denk aan voedselproduc e en opwekken van duurzame energie. Daarnaast bieden groene en waterrijke bedrijventerreinen ook kansen om de uitstoot van bedrijven te zuiveren en de lucht in de regio schoner te maken en de stedelijke biodiversiteit te vergroten.
2. Aangename kernen/koele dorpen en steden (lee aarheid); Klimaatverandering `beïnvloedt’ het woon- en lee limaat. Klimaatadapta e biedt kansen om de dorpen en steden lee aar en aantrekkelijk te houden voor de inwoners en bezoekers. Met name de stads- en dorpscentra zijn func oneel ingericht met rela ef weinig groen en een watersysteem dat bedoeld is voor snelle afvoer van hemelwater. Door vergroening en meer waterberging wordt hi estress, droogte en wateroverlast voorkomen. Omdat de ruimte in deze gebieden schaars is, moet men zoeken naar compacte en mul func onele oplossingen die bijvoorbeeld ook een bijdrage leveren aan het verbeteren van de verblijfs- en woonkwaliteit
4. Regionale klimaatdialoog Om klimaatadap eve maatregelen te laten slagen is draagvlak van belang. Deze klimaatopgaven zijn besproken met diverse par jen in de regio. Vertegenwoordigers van bedrijven(terreinen), gezondheidszorg, waterschap Brabantse Delta, agrariërs, woningbouwverenigingen, duurzaamheidsorganisa es, omgevingsdienst, bewonerspla orms en van de veiligheidsregio waren aanwezig bij een regionale klimaatdialoog op 22 september 2020. Deze dialoog vond online plaats in verband met de maatregelen in kader van de Covid-19 pandemie.
3. Robuuste Bossen (groen); De regio is bekend om haar polders maar het evenwicht met de bossen en heide op de zandgronden is belangrijk voor een goed ecosysteem. Door de droogte van afgelopen jaren is de kwaliteit van de bossen achteruitgegaan, terwijl bossen juist een belangrijk rol vervullen als het gaat om het vasthouden van hemelwater en het bieden van verkoeling. Niet alleen de flora en fauna is gebaat bij robuuste bossen en natuurgebieden, ook de samenleving is hierbij gebaat in de vorm van recrea e en ontspanning.
4.1 De doelen De doelen van de regionale klimaatdialoog waren: 1. Bewustwording bij de regionale stakeholders dat de opgaven en oplossingsrich ngen van het vraagstuk van klimaatadap e bovengemeentelijk en mul disciplinair zijn. Je hebt elkaar nodig, dit is niet uitsluitend een opgave van gemeenten en het waterschap. 2. Zoeken naar gemeenschappelijk belang (koppelkansen) in de top 6 aan gebiedsopgaven en oplossingsrich ngen; waar liggen de prioriteiten? Wat kunnen we voor elkaar betekenen? 3. Gemo veerd voelen om met andere stakeholders afspraken te maken voor vervolgaanpak van het vraagstuk als opmaat naar regionale klimaatstrategie en uitvoeringsprogramma. Na een plenaire presenta e zijn de deelnemers in thematafels uiteengegaan en zijn de klimaatopgaven doorgesproken. Daarin zijn vragen aan bod gekomen zoals: waar liggen koppelkansen? Wat kunnen we voor elkaar betekenen? Welke maatregelen zijn kansrijk? De thematafels waren dus gebaseerd op de 6 hoofdopgaven. 1. Produc eve bedrijventerreinen en werkloca es (produc viteit) 2. Aangename kernen/koele dorpen en steden (lee aarheid); 3. Robuuste Bossen (groen); 4. Wateropnemende en -vasthoudende bodems (waterbergend vermogen); 5. Waterrijke bronnen en beken (oppervlaktewater bovenstrooms); 6. Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren en kreken (oppervlaktewater benedenstrooms).
4. Wateropnemende en -vasthoudende bodems (waterbergend vermogen); Droogte is voor natuur en landbouw een steeds groter probleem. De flora en fauna en dus ook de gewassen en veeteelt lijden hieronder. Er is behoe e om het waterbergend vermogen van de bodem te verbeteren. In droge perioden is zodoende langer vocht beschikbaar voor planten en bodemleven. In na e perioden kan een onverzadigde bodem meer water opnemen, wat overstromingen en wateroverlast tegengaat. Door ruimtelijke func es af te stemmen op het waterbergend vermogen van de bodem is wateroverlast te beperken, het natuurlijk (bodem)leven te bevorderen en verdroging van natuur tegen te gaan. Naast een opgave voor de landbouw liggen er ook kansen. Bijvoorbeeld een andere manier van grondbewerking en een keuze voor gewassen die beter kunnen omgaan met het veranderende klimaat en daarbij de wateropname en het watervasthoudend vermogen van de bodem verbeteren. 5. Waterrijke bronnen en beken (oppervlaktewater bovenstrooms); In de strijd tegen droogte spelen bronnen, beken en sloten op de bovenstroomse zandgronden een belangrijke rol. De opgave in deze bovenstroomse gebieden is om het waterbergend vermogen van deze watergangen te vergroten. Dit is niet enkel van meerwaarde voor voor de buitengebieden, maar ook voor het stedelijk gebied.
Dit betekent onder andere meer ruimte geven voor het meanderen van beken zodat water langer wordt vastgehouden zonder dat dit leidt tot wateroverlast. Integendeel, beken kunnen een rol gaan spelen in het voorkomen en oplossen van wateroverlast in het stedelijk gebied door middel van opvang en afvoer naar gebieden buiten de steden en dorpen waar een water te kort is. Waterrijke bronnen en beken bieden kansen voor natuurontwikkeling en verbetering van de biodiversiteit, de mogelijkheden voor recrea e, het verbeteren van het woon- en lee limaat, en meer waterzekerheid voor de landbouw.
Op basis van de uitkomsten uit deze eerste dialoog en de gebleken energie die bij partners zit om kansen te benu en, gaan de gemeenten en het waterschap verder in gesprek. 4.2 Deelnemerslijst regionale klimaatdialoog
6. Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren, kreken en sloten (oppervlaktewater benedenstrooms); Naast het goed gevuld houden van de waterstromen is de opgave benedenstrooms dat de verdeling van het water evenwich g is. Het veranderende klimaat verstoort dit evenwicht. Door hierop in te spelen wordt droogte aan de ene kant voorkomen en wateroverlast tegengegaan (dynamisch waterbeheer). Uiteraard spelen rivieren hierin een belangrijke rol. Rivieren zijn dusdanig gekanaliseerd dat waterafvoer de belangrijkste func e is geworden terwijl er kansen zijn om in en langs de rivieren water te bergen. Dit biedt ook kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Niet alleen belangrijk voor natuurontwikkeling en landbouw maar ook voor recrea e en ontspanning.
4.3 Op weg naar een gewenste situa e
De klimaatonderlegger gee inzicht in de klimaatopgaven, -kansen en -uitdagingen. Deze kunnen betrokken worden in komende visies en uitvoeringsplannen van de gemeenten. Doordat de klimaatonderlegger gedeeld wordt met partners kunnen ook zij in hun ontwikkelingen rekening houden met de effecten van klimaatverandering. Uit de gemeentelijke en regionale dialogen blijkt dat partners zeer welwillend zijn om verder mee te werken. Het liefst in de vorm van een kleinere gebiedstafel op het moment dat herinrich ng aan de orde is of in het oplossen van de concrete knelpunten. Tevens hebben diverse partners aangegeven dat zij, als zij met herinrichten van hun gebied aan de slag gaan, de koppeling met klimaatadapta e willen maken en jdig de gemeente gaan opzoeken. Het verlangen is aangewakkerd.
5. Verrijken: kansenkaarten Gekozen is om bij de klimaatonderlegger kanskaarten te voegen. Op een kanskaart staan mogelijke oplossingsrich ngen en koppelkansen met andere opgave. Deze de verbeeldingsslag is een eerste stap naar opera onalisering van klimaatadap eve maatregelen. Een kanskaart is gebaseerd op bewezen kennis, ervaring en techniek. Elke Kanskaart is dus kansrijk en kan in poten e helpen om ambi es te realiseren. Een Kanskaart kan helpen om de lat qua ambi e te verhogen of tenminste aanleiding zijn om een heroverweging te maken. Zo helpen kanskaarten draagvlak ontwikkelen om standaardbenaderingen stap voor stap los te laten en om te ze en in mogelijke duurzame en zelf innova eve alterna even. Maar niet elke Kanskaart zal op dit moment zondermeer wenselijk of haalbaar zijn. Daarvoor is transdisciplinaire/interdisciplinaire samenwerking nodig. Dat begint met verleiden en verbeelden.