Reactie college op kadervoorstel Moerdijk Lokaal, onderzoek duurzaamheidsprogramma
Tekst van het document
KV1: Kadervoorstel “Extern integraal onderzoek naar onze duurzaamheidsambities/ programma” De fractie van Moerdijk Lokaal stelt de gemeenteraad voor, het volgende kader te stellen ten behoeve van de begroting 2024: Extern integraal onderzoek naar onze duurzaamheidsambities/programma
Toelichting: Centraal staan de vragen: -
Waar staan we als gemeente Moerdijk met de duurzaamheidsopgaves van 2030/ 2050? Welke ambities heeft de gemeenteraad van Moerdijk t.a.v. de duurzaamheidsopgaves 2030/ 2050? Kunnen we nog leren van andere gemeentes in Nederland? Welke instrumenten hebben we allemaal en hoe worden deze gebruikt? Zijn er verbeteringen van deze instrumenten denkbaar en/of missen we nog instrumenten?
Reactie college: Duurzaamheid is een breed begrip. Onder duurzaamheid vallen onder meer de thema’s klimaatadaptatie, circulariteit, energie- en warmtetransitie. Maar ook dossiers als stikstof en biodiversiteit worden hieronder gerekend. Er is dan ook niet één document waarin alle duurzaamheidsambities van de gemeente staan. Duurzaamheid is een paraplubegrip waaruit vooral een andere manier van denken en handelen volgt. Duurzaamheid werkt door in al ons dagelijks werk. Denk aan het inkoopbeleid, de inrichting van de buitenruimte, het personeelsbeleid, afvalinzameling, isoleren en gasloos maken van woningen, etc. Door uw raad zijn de afgelopen periode o.a. de Klimaatstrategie, het Energieprogramma Moerdijk en de Transitievisie Warmte vastgesteld. Deze geven inzicht in de ambities op onderdelen van het thema duurzaamheid. We volgen hierbij veelal de ambities uit het landelijke klimaat(adaptatie)beleid. Bijvoorbeeld op het gebied van circulariteit hebben we dergelijke beleidsdocumenten nog niet. Het ene beleidsterrein is als gevolg daarvan dan ook verder in het duurzaamheidsdenken dat het andere. Uiteraard kunnen we leren van andere gemeenten. En dat doen we ook! Niet voor niets nemen we actief deel aan onder andere regionale samenwerking met andere gemeenten en delen we wederzijds actief ideeën.
Een extern integraal onderzoek naar onze duurzaamheidsambities/programma lijkt een wat te brede vraagstelling. Maar een externe spiegel op hoe we nu het duurzaamheidsdenken hebben verankerd binnen de gemeentelijk organisatie- en handelen kan bruikbaar zijn. En het doen van aanbevelingen
bij het nemen van volgende stappen. Hiervoor is overigens nu geen capaciteit en het budget beschikbaar.