CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage rekenkameronderzoek kostenontwikkeling jeugdhulp Moerdijk

Informatiebijeenkomst 15 januari 2026, gemeente Moerdijk10.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kostenontwikkeling jeugdhulp Moerdijk Definitieve versie, 29 oktober 2025

Nawoord van de Rekenkamer gemeente Moerdijk De gemeenteraad heeft ons via een aangenomen motie op 4 december 2024 verzocht om onderzoek te doen naar de kosten, doelmatigheid en effectiviteit van het jeugdzorgbeleid. Wat gestart is met een aangenomen motie, wordt nu afgerond met een rapportage van het rekenkameronderzoek naar de kostenontwikkeling van de jeugdzorg. De rekenkamer kijkt terug op een onderzoeksproces, waarbij we frequent hebben afgestemd met een kernteam bestaande uit ambtelijk betrokkenen en de portefeuillehouder Jeugd. Deze manier van werken heeft ons geholpen snel de gevraagde onderzoeksgegevens te verkrijgen en te kunnen duiden. Wij zijn hen erkentelijk voor hun betrokkenheid en bijdrage aan het onderzoek.

De rekenkamer dankt het college van Burgemeester en Wethouders voor de reactie op het concept onderzoeksrapport ‘Kostenontwikkeling jeugdhulp Moerdijk’. We zijn uiteraard verheugd te lezen dat alle aanbevelingen aan het adres van het college (aanbevelingen zes tot en met negen) door het college positief worden ontvangen. De bestuurlijke reactie is integraal bij deze rapportage gevoegd. Op basis van deze bestuurlijke reactie hebben er geen aanpassingen meer plaatsgevonden in de rapportage. Net als het college zijn wij ervan overtuigd dat datagedreven sturing kan ondersteunen bij het sturen op resultaten, doelmatigheid en uitgaven. Hierbij is het wel belangrijk de juiste data te verzamelen, die ook daadwerkelijk inzicht geeft in de eigen effectiviteit van de gemeente Moerdijk (in het rapport spreken we van ‘sturingsgerichte data’). Daarom adviseren wij de gemeenteraad om met het college een duidelijk normenkader af te spreken op basis waarvan de

data dan wordt verzameld. We benoemen in het rapport enkele concrete handvatten van elementen die in dit kader kunnen terugkomen (zie de tweede aanbeveling aan de gemeenteraad). We hopen dat de gemeenteraad de aanbevelingen overneemt om met het college scherpere afspraken te maken over de informatievoorziening rond de ontwikkeling van de jeugdhulp. Aanbeveling één tot en met vijf zijn processtappen die hierbij kunnen ondersteunen. Het gaat erom dat een gezamenlijk normenkader wordt afgesproken, waarop zal worden gestuurd, gevolgd en verantwoord. Op die wijze kan de gemeenteraad sturen op de aspecten, die van belang zijn voor de gemeentelijke beleidsdoelen, en op die thema’s, die ook daadwerkelijk binnen de invloedssfeer van de gemeente Moerdijk liggen. Verder hopen we dat de raad ons advies ter harte neemt om eens per jaar een leersessie te organiseren, waarin raad en college gezamenlijk spreken over de voortgang van de uitvoering van jeugdhulp, eventueel met ketenpartners. We wensen de raad en het college veel succes toe in de verdere ontwikkeling van de jeugdhulp en hopen dat dit rekenkameronderzoek hieraan een bijdrage levert. Rekenkamer Moerdijk, Iroy Konings, José van der Tak en Renee Linck

Samenvatting Sinds de invoering van de Jeugdwet is de gemeente Moerdijk verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Ondanks inzet op preventie en lokale voorzieningen stijgen de kosten structureel. De gemeenteraad ervaart beperkt grip op deze ontwikkeling. De Rekenkamer heeft daarom een onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de kostenontwikkeling, de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente en de sturingsrol van raad en college. Het onderzoek combineert documentanalyse, interviews en een trendanalyse van kosten en cliëntstromen. De centrale vraag is of de jeugdhulp doelmatig wordt uitgevoerd en hoe de raad hierop effectief toezicht kan houden. De kosten per cliënt zijn fors gestegen, vooral door duurdere zorgvormen en maatwerk. De verwijsstroom naar lichtere hulp blijft achter bij de beleidsdoelen. De gemeentelijke toegang heeft invloed op de verwijsstroom, maar regie op verwijzingen via met name de jeugdbescherming is beperkt. De raad ervaart weinig grip door een beperkte gezamenlijke focus op de lokale factoren die verschil kunnen maken; het ontbreken van sturingsgerichte informatie; de naar zijn aard beperkte invloed van de raad op de regionale inkoop en regionale beleidsvorming; en het ontbreken van natuurlijke besluitmomenten.

Aanbevolen wordt om samen met het college een normenkader op te stellen, gericht op beïnvloedbare factoren, en afspraken te maken over gerichte informatievoorziening. Jaarlijkse leersessies en versterking van lokaal contractbeheer en samenwerking met verwijzers kunnen bijdragen aan betere sturing en kostenbeheersing. 4

Inhoud

5

1.

Introductie

6

2.

Organisatie van de jeugdhulp

17

3.

Kostenontwikkeling

23

4.

Jeugdhulp in zicht voor de gemeenteraad

33

5.

Conclusies en aanbevelingen

39

6.

Bijlagen

43

Introductie

Waarom dit onderzoek? Aanleiding en context

Vraagstelling

Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp. Deze decentralisatie had als doel de zorg dichter bij het kind en het gezin te organiseren en efficiënter en effectiever uit te voeren. In de gemeente Moerdijk is sindsdien sprake van een structurele stijging van de kosten voor jeugdhulp. Tegelijkertijd ontbreekt het de gemeenteraad aan voldoende zicht op de doelmatige inzet van de beschikbare middelen. Hoewel er binnen de gemeente en regio monitoring plaatsvindt, is er geen sprake van onafhankelijk onderzoek naar de jeugdhulp.

Het onderzoek richt zich op de vraag of de jeugdhulp in de gemeente Moerdijk doelmatig wordt uitgevoerd en hoe de gemeenteraad hierop effectief toezicht kan houden. Daarbij wordt gekeken naar kostenontwikkeling, organisatie en sturing, met als doel de raad beter in positie te brengen voor zijn kaderstellende rol.

Doel van het onderzoek De Rekenkamer van de gemeente Moerdijk heeft daarom behoefte aan een onafhankelijk onderzoek naar de uitvoering en kostenontwikkeling en beheersing van de jeugdhulp. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de kostenontwikkeling van de jeugdhulp in Moerdijk. Daarnaast beoogt het onderzoek de gemeenteraad concrete handvatten te bieden om zijn kaderstellende en controlerende rol beter te kunnen vervullen.

7

De centrale onderzoeksvraag is opgedeeld in tien deelvragen, deels over de uitvoering en kosten van de jeugdhulp en deels over de rol van de gemeenteraad. Afbakening Het onderzoek richt zich op de jeugdhulp die onder de Jeugdwet valt en waarvoor de gemeente financieel verantwoordelijk is. Dit omvat zowel vrij toegankelijke zorg (zoals opvoedondersteuning via het Centrum voor Jeugd en Gezin) als niet vrij toegankelijke, specialistische jeugdhulp. Ook jeugdbescherming en jeugdreclassering vallen binnen de scope. De jeugdhulp wordt deels lokaal en deels regionaal georganiseerd en ingekocht, onder andere via het samenwerkingsverband West-Brabant West. In dit rapport is gekozen voor de term jeugdhulp, omdat deze term aansluit bij de Jeugdwet.

Deelvragen 1. Welke vormen van hulp kunnen er binnen de jeugdhulp worden onderscheiden? 2. Welke kosten zijn hiermee gemoeid (uitgesplist naar de verschillende vormen van hulp)? 3. In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraad inzicht in de ontwikkeling van deze kosten? Welke (aanvullende) informatiebehoefte leeft er bij de gemeenteraad ten aanzien van de kosten? 4. Welke vormen van jeugdhulp laten in de jaren 2021-2024 een significante toename zien in de kosten? 5. Hoe wordt deze zorg op hoofdlijnen uitgevoerd? Wie zijn daarbij betrokken? 6. Hoe wordt deze jeugdhulp ingekocht? Bijvoorbeeld aanbesteding van zorgarrangementen: is dat adequaat georganiseerd? 7. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van deze kosten? Zijn deze kosten wel of niet te beïnvloeden door de gemeente? 8. Wat zijn hierbij de rol en verantwoordelijkheid van het college in de sturing op deze kosten? Hoe wordt hieraan invulling gegeven?

9. Wat zijn hierbij de rol en verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en hoe worden die momenteel ingevuld? 10.Op welke wijze wordt het jeugdhulpbeleid geëvalueerd (worden hier bijvoorbeeld ervaringen van jeugdigen en ouders bij betrokken) en hoe wordt hierover gerapporteerd aan de raad? In hoeverre kan de gemeenteraad sturing geven aan deze rapportages?

8

Hoe is het onderzoek uitgevoerd? (1) Start met documentstudie en verkenning

Trendanalyse als richtinggevend instrument

Het onderzoek is gestart met een uitgebreide document- en bronstudie. Hierbij zijn beleidsdocumenten, verantwoordingsinformatie, regionale rapportages en landelijke analyses over jeugdhulp geanalyseerd. Deze fase bood een eerste beeld van de organisatie van de jeugdhulp, de beschikbare informatie en de ontwikkeling van de kosten. Aansluitend zijn enkele verkennende interviews gehouden met betrokkenen binnen de gemeente en in de regionale samenwerking.

Op basis van openbare en gemeentelijke data is een trendanalyse uitgevoerd van de kostenontwikkeling in de jeugdhulp. Hiervoor is gebruikgemaakt van het gemeentelijk dashboard en geanonimiseerde declaratiegegevens. De analyse geeft inzicht in de ontwikkeling van kosten per type jeugdhulp over de periode van 2021 tot en met 2024. Deze inzichten vormden een belangrijk uitgangspunt voor de verdere verdieping van het onderzoek.

Normenkader als basis voor het onderzoek In de eerste fase is samen met de Rekenkamer een normenkader opgesteld. Dit kader was leidend voor de vraagstelling in het onderzoek en vormde de basis voor het analyseren van de verzamelde informatie. Het normenkader bevat concrete normen per deelvraag en biedt houvast bij het beoordelen van de doelmatigheid van de jeugdhulp. Daarnaast is het kader helpend voor de gemeenteraad om ook in de toekomst beter zicht te organiseren op de kostenontwikkeling en de sturing daarop.

9

Hoe is het onderzoek uitgevoerd? (2) Verdieping op geselecteerde thema’s

Op basis van de uitkomsten van de trendanalyse is besloten om op enkele thema’s dieper in te gaan. • Feitelijke en ervaren invloed van de gemeenteraad op dossier jeugdhulp – Wat was de feitelijke invloed van de raad in de afgelopen jaren en welke invloed ervaart de raad zelf? • Kostenontwikkeling bij een categorie aanbieders die de duurdere zorg leveren – Wat is de trend in kostenontwikkeling voor goedkopere en duurdere segmenten, en welke factoren dragen bij aan deze ontwikkeling? • Toegang tot niet vrij toegankelijke zorg (NVTZ) – Hoe stuurt het toegangsbeleid op verwijzing naar NVTZ, en wat draagt bij aan toename of afname van maatwerk en duurdere vormen van zorg?

• Interactie tussen voorveld, toegang en NVTZ – Hoe zien klantstromen tussen toegang/ voorveld en specialistische hulp eruit, hoe slaagt Moerdijk erin om vragen in het voorveld op te lossen, en welke effecten zijn zichtbaar? 10

Hiervoor zijn aanvullende interviews gehouden met beleidsmedewerkers, uitvoeringsorganisaties, raadsleden en aanbieders. Analyse en rapportage De verzamelde informatie is geanalyseerd aan de hand van het normenkader. De bevindingen zijn vastgelegd in een conceptrapport, dat is besproken met de ambtelijke organisatie in het kader van ambtelijke wederhoor. Vervolgens is het rapport voorgelegd voor bestuurlijk wederhoor. Na verwerking van deze input is de definitieve rapportage opgesteld en deze wordt gepresenteerd aan de gemeenteraad.

Totstandkoming van het normenkader In dit onderzoek hanteren we een normenkader als uitgangspunt. Een normenkader draagt in onze ervaring bij aan de kwaliteit van het onderzoek doordat het richting geeft aan de analyse en helpt om bevindingen systematisch te duiden. Daarnaast biedt het houvast voor het vervolg: het maakt inzichtelijk waar verbeterkansen liggen en waarop gestuurd kan worden. Het normenkader dat we hier gebruiken, geeft een overzicht van relevante elementen om de kwaliteit en financiële houdbaarheid van de jeugdhulp te versterken. Het is opgesteld en vastgesteld op basis van de eerste gesprekken in de gemeente Moerdijk en aangevuld met deskresearch. Daarbij is gebruikgemaakt van landelijke kennisbronnen en onze ervaringen in andere gemeenten met effectieve werkzame mechanismen. In het onderzoek fungeert het normenkader als de bril waardoor we naar de jeugdhulp kijken. Tegelijkertijd biedt een normenkader zoals dit een blijvend bruikbare manier van kijken voor de gemeente en gemeenteraad. Het helpt om te bepalen of men op koers ligt, en maakt onderscheid tussen landelijke ontwikkelingen waarop de gemeente weinig invloed heeft, en lokale elementen waarop wél gestuurd kan worden.

Normenkader – uitvoering

12

Thema

Deelvraag

Normen

Uitvoering

1. Welke vormen van hulp kunnen er binnen de jeugdhulp worden onderscheiden?

1a. De gemeente draagt zorg voor een zorgaanbod dat kwantitatief en kwalitatief past bij de vraag. 1b. De gemeente draagt zorg voor een zorgaanbod dat kwantitatief en kwalitatief past bij de wettelijke taken. 1c. Het noodzakelijke aanbod is toegankelijk voor jeugdigen en gezinnen. 1d. Het zorgaanbod sluit aan bij de zorgvraag.

5. Hoe wordt deze zorg op hoofdlijnen uitgevoerd? Wie zijn daarbij betrokken?

5a. De zorg wordt doeltreffend, doelmatig en rechtmatig uitgevoerd. 5b. De raad heeft zicht op de uitvoering van de zorg en de partijen die daarbij betrokken zijn. 5c. De gemeente heeft de vraag naar jeugdhulp en de uitvoering van jeugdhulp uitgewerkt in concreet beleid.

6. Hoe wordt deze jeugdhulp ingekocht? Bijvoorbeeld aanbesteding van zorgarrangementen: is dat adequaat georganiseerd?

6a. De raad heeft zicht op de wijze waarop de diverse vormen van jeugdhulp zijn ingekocht. 6b. De wijze waarop de jeugdhulp is ingekocht, draagt bij aan een doelmatige inzet van middelen. 6c. De wijze waarop de jeugdhulp is ingekocht, sluit aan bij de behoefte van de gemeente zoals verwoord in het eigen beleid. 6d. De wijze waarop de jeugdhulp is ingekocht, is uitgewerkt in een heldere inkoopstrategie, inkoopmethodiek en opdrachten.

Normenkader – kostenontwikkeling Thema

Deelvraag

Normen

Kostenontwikkeling

2. Welke kosten zijn hiermee gemoeid (uitgesplitst naar de verschillende vormen van hulp)?

2a. De raad heeft zicht op de kosten voor de verschillende vormen van hulp. 2b. De ontwikkeling van de kosten over de verschillende vormen van hulp past bij de beleidsdoelstellingen. 2c. De kostenontwikkeling is in P&C-documenten van de gemeente inzichtelijk en adequaat toegelicht.

4. Welke vormen van jeugdhulp laten in de 4a. De raad heeft inzicht in de ontwikkeling van kosten voor de verschillende vormen van hulp over afgelopen jaren (vanaf 2021) een significante de afgelopen jaren (vanaf 2021). toename zien in de kosten? 4b. De ontwikkeling van de kosten per jeugdhulpvorm is passend bij de landelijke ontwikkeling. 4c. De ontwikkeling van de kosten per jeugdhulpvorm is passend bij de regionale ontwikkeling. 4d. De ontwikkeling van de kosten per jeugdhulpvorm is passend bij de ontwikkeling hiervan bij vergelijkbare gemeenten. 7. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de toename van deze kosten? Zijn deze kosten wel of niet te beïnvloeden door de gemeente?

13

7a. De raad heeft zicht op de belangrijkste oorzaken van de kostenontwikkeling. 7b. De inrichting van de toegang tot hulp draagt bij aan invloed op de kostenontwikkeling. 7c. De wijze van contractering van de hulp draagt bij aan invloed op de kostenontwikkeling. 7d. Beleidskaders in aanpalende domeinen dragen bij aan invloed op de kostenontwikkeling.

Normenkader – sturing en monitoring

14

Thema

Deelvraag

Normen

Sturing en monitoring

3. In hoeverre bieden de voortgangsrapportages aan de gemeenteraad inzicht in de ontwikkeling van deze kosten? Welke (aanvullende) informatiebehoefte leeft er bij de gemeenteraad ten aanzien van de kosten?

3a. Voortgangsrapportages stellen de raad in staat om effectief kaders te stellen. 3b. De voortgangsrapportages voorzien de raad in de informatiebehoefte ten aanzien van de doelmatigheid van hulp. 3c. De voortgangsrapportages stellen de raad in staat om te toetsen of het aanbod aansluit bij het lokale jeugdbeleid.

8. Wat zijn hierbij de rol en verantwoordelijkheid van het college in de sturing op deze kosten? Hoe wordt hieraan invulling gegeven?

8a. Het college stuurt effectief op de kostenontwikkeling in de jeugdhulp. 8b. Het college maakt concrete afspraken over de betrokkenheid van de gemeenteraad op de regionale jeugdhulp. 8c. Er zijn concrete en effectieve afspraken over de inhoud en de vorm van de regionale samenwerking rond jeugdhulp.

9. Wat zijn hierbij de rol en verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en hoe worden die momenteel ingevuld?

9a. De raad geeft effectief invulling aan zijn rol en verantwoordelijkheid ten aanzien van de kostenontwikkeling.

10. Op welke wijze wordt het jeugdhulpbeleid geëvalueerd (worden hier bijvoorbeeld ervaringen van jeugdigen en ouders bij betrokken) en hoe wordt hierover gerapporteerd aan de raad? In hoeverre kan de gemeenteraad sturing geven op deze rapportages?

10a. Evaluatie van het jeugdhulpbeleid vindt planmatig plaats. 10b. Aan evaluatie van het jeugdhulpbeleid wordt effectief opvolging gegeven. 10c. De ervaring van jeugdigen en ouders is meegenomen in de evaluatie van jeugdhulpbeleid. 10d. Evaluatie van het jeugdhulpbeleid geeft de gemeenteraad gelegenheid om effectief zijn rol uit te voeren ten aanzien van het jeugdhulpbeleid. 10e. De raad heeft adequaat zicht op het verbeterproces over de beheersing van de zorgkosten, als basis voor nieuw beleid.

Totstandkoming van het normenkader Het normenkader dat in dit onderzoek is gebruikt, sluit aan bij de deelvragen. Deze zijn opgebouwd uit zowel beschrijvende als analyserende vragen. De onderzoekers hebben bewust breder gekeken dan alleen de deelvragen, met aandacht voor inhoudelijke thema’s waarop de gemeente daadwerkelijk invloed kan uitoefenen. Voor het vervolg op dit onderzoek is het aan te bevelen om te werken met een normenkader dat deze focus heeft. Zo’n kader helpt om gericht te sturen op verbeterpunten binnen de jeugdhulp. • Rol van de toegang – Gemeentelijke toegang is het stuurinstrument voor kwaliteit én kosten; sterke integrale wijkteams vormen het kloppend hart van de Hervormingsagenda. • Samenwerking met verwijzers – Naast de gemeentelijke route zijn huisartsen een belangrijke instroom; afspraken en samenwerking borgen passende ondersteuning via deze lijn. • Sociale basis en onderwijs – Het is van belang om te investeren in een stevige sociale basis en om samen te werken met het onderwijs, om hulpvragen af te schalen en laagdrempelige ondersteuning in de school te bieden. • Domeinoverstijgend werken – Onderliggende problemen (op het gebied van bestaanszekerheid, psychische problemen, verslaving) moeten gezinsgericht

en over domeinen heen worden aangepakt; anders is jeugdhulp vaak ineffectief. • Duurzaam partnerschap en leren – Langdurige samenwerking tussen gemeenten en aanbieders, vanuit een gedeelde visie en structurele leer- en verbetercycli, levert de beste resultaten op. • Regionale samenwerking inkoop en beleid – De lokale kennis van – en invloed op – de regionale samenwerking rond inkoop en beleid moet worden versterkt. Dit ligt vaak verder buiten de direct ervaren invloed, maar bepaalt in sterke mate de invloed op de kostenontwikkeling. Daarom noemen we het hier wel.

Begrippen Jeugdhulp – Door de gemeente onder de Jeugdwet gefinancierde ondersteuning en zorg aan jeugdigen en hun ouders. Dit omvat zowel vrij toegankelijke als niet vrij toegankelijke hulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Landelijk Transitiearrangement (LTA) – Een tijdelijke landelijke regeling binnen de jeugdhulp, bedoeld om de zeer specialistische en schaarse jeugdhulp te borgen ten tijde van de decentralisatie van de Jeugdwet. Maatwerk – Een individuele voorziening voor jeugdhulp waarbij geen gebruik wordt gemaakt van de reguliere profielen, maar een individueel afgestemde afspraak wordt gemaakt over inzet en kosten. Niet vrij toegankelijke zorg (NVTZ) – Zorg waarvoor een verwijzing of indicatie nodig is, zoals specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming. Vrij toegankelijke zorg (VTZ) – Zorg die zonder verwijzing toegankelijk is, vaak georganiseerd in het netwerk van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en jeugdteams.

Voorveld – Het geheel van lokale basisvoorzieningen zoals onderwijs, welzijn en jongerenwerk. Cliënt – Een jeugdige die gebruikmaakt van jeugdhulp.

16

Gecertificeerde Instelling (GI) – Een organisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdprofessional – Een jeugdwerker binnen het lokale team of CJG die verantwoordelijk is voor het bieden van ondersteuning en het verwijzen naar passende zorg.

Organisatie van de jeugdhulp

Hoe is de jeugdhulp in Moerdijk georganiseerd? 1. Waar hebben we het over? Voor wie

Jeugdhulp in de gemeente Moerdijk is bedoeld voor jeugdigen tot 18 jaar die opgroeiproblemen, psychische problemen of stoornissen ervaren, evenals voor hun ouders of verzorgers. In specifieke gevallen, zoals jeugdreclassering of verlengde hulp bij complexe problematiek, kan jeugdhulp worden verleend tot de leeftijd van 23 jaar. Het uitgangspunt van de jeugdhulp is dat ouders en hun netwerk primair verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde ontwikkeling van de jeugdigen. Wanneer dit niet voldoende blijkt, biedt de jeugdhulp ondersteuning. Soorten ondersteuning De gemeente Moerdijk onderscheidt vier categorieën van ondersteuning van jeugdigen en hun ouders: 1. Eigen kracht: wanneer geen ondersteuning nodig is of ondersteuning vanuit het eigen gezin wordt geboden, bijvoorbeeld door ouders zelf. 2. Sociaal netwerk: dit betreft de ondersteuning door mensen en verbanden rondom het huishouden, zoals hulp van buren of vanuit het onderwijs. 3. Algemene voorzieningen: professionele ondersteuning die veelal collectief is en gericht op preventie. Dit betreft bijvoorbeeld de ondersteuning door CJG en jongerenwerk. Deze ondersteuning is vrij toegankelijk (zie toegankelijkheid). 18

4. Maatwerkvoorzieningen: specialistische en veelal individuele ondersteuning, zoals ambulante jeugdhulp en pleegzorg. Deze ondersteuning is beschikbaar op indicatie. Toegankelijkheid De gemeente onderscheidt vrij toegankelijke zorg en niet vrij toegankelijke zorg; voor dat laatste is een verwijzing of gemeentelijk besluit nodig. • Vrij toegankelijke hulp: De vrij toegankelijke hulp wordt uitgevoerd door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in samenwerking met een netwerk van professionele partners. Deze ondersteuning richt zich op lichte opvoed- en opgroeiproblemen en kan rechtstreeks worden aangevraagd door ouders of jeugdigen zonder tussenkomst van de gemeente. • Niet vrij toegankelijke hulp: niet vrij toegankelijke zorg omvat specialistische hulp, zoals crisisopvang, diagnostiek, pleegzorg en gesloten jeugdhulp. Deze zorg wordt geleverd door gespecialiseerde zorgaanbieders en is alleen toegankelijk met een verwijzing of gemeentelijke toestemming. De inkoop van deze hulp vindt plaats in regionaal verband via het ZI2T, in samenwerking met de andere gemeenten in West-Brabant West.

Hoe is de jeugdhulp in Moerdijk georganiseerd? 2. Wat is de visie van de gemeente Moerdijk op de jeugdhulp? Uitgangspunten voor het sociaal domein De gemeenteraad van Moerdijk heeft in het bestuursakkoord 2022-2026 negen uitgangspunten vastgesteld voor preventie, zorg en ondersteuning: 1. eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid 2. reablement (deels weer zelf taken kunnen oppakken) 3. normeren (begrenzen van een zorgtraject; ‘goed is goed genoeg’; ‘met welke resultaten zijn we tevreden?’) 4. normaliseren (niet altijd is een hulptraject nodig) 5. investering in preventie 6. investeren in gezamenlijke visievorming met de maatschappelijke partners 7. verdieping van de cijfers 8. 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur 9. minimale administratieve taken. Uitgangspunten vertaald naar de jeugdhulp De hiervoor beschreven uitgangspunten klinken terug in een aantal keuzes die de gemeente Moerdijk maakt in de inrichting van de jeugdhulp.

De gemeente zet in op preventie. In het bestuursakkoord 2022-2026 is afgesproken dat de gemeente Moerdijk investeert in preventief jeugdbeleid. De gemeente kiest voor de jeugd voor een brede preventieaanpak, gericht op het creëren van een positieve leefomgeving naar IJslands model. De gemeente beoogt de sociale structuur in kernen te versterken. Daarmee wil de gemeente ondersteuning voor jeugdigen vanuit hun omgeving versterken. 19

Een van de uitgangspunten is het uitgaan van eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid. Dat betekent dat inwoners zoveel mogelijk op eigen kracht of met hulp van hun netwerk (familie, buren, vrijwilligers) problemen moeten oplossen. Dit voorkomt onnodige professionalisering van hulp. De hiervoor beschreven vormen van ondersteuning bouwen op elkaar voort in zwaarte. Daarbij zet de gemeente in op het waar mogelijk bieden van lichte ondersteuning. Het uitgangspunt van het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) bij inzet van ondersteuning is: licht waar mogelijk, zwaar waar nodig. De gemeente heeft die beweging naar voren ingezet door de (regiobrede) inzet van jeugdprofessionals en het versterken van het netwerk rond het CJG. Het doel is dat de jeugdprofessionals zelf laagdrempelige en professionele ondersteuning bieden aan jeugdigen en ouders. In de praktijk komt het nog voor dat (bijvoorbeeld onder druk van wachtlijsten) verwezen wordt naar zorg die de jeugdprofessionals zelf hadden kunnen bieden. De jeugdprofessionals zijn regionaal ingekocht, maar in iedere gemeente ondergebracht bij het CJG. Daarmee is er in de regio een eenduidige rol van de jeugdprofessional, maar heeft de gemeente regie over de uitvoering daarvan. De jeugdprofessionals behoren dus tot het lokaal gecontracteerde aanbod, en werken samen met vrij toegankelijke zorg zoals jongerenwerk en jeugdgezondheidszorg.

Door het bieden van ondersteuning door deze professionals wordt beoogd begeleiding binnen het niet vrij toegankelijke aanbod in de specialistische jeugdhulp te voorkomen. De visie op de toegang is in 2019 vertaald naar een Verordening jeugdhulp, en sindsdien niet geactualiseerd. Er zijn geen nadere regels vastgesteld voor de Verordening jeugdhulp.

Hoe is de jeugdhulp in Moerdijk georganiseerd? 3. Hoe ziet de regionale organisatie van de jeugdhulp eruit? Regionale inkoop

De specialistische jeugdhulp – ook wel niet vrij toegankelijke jeugdhulp – wordt regionaal ingekocht. Aan de regionale inkoop van jeugdhulp in West-Brabant West nemen negen gemeenten deel: Bergen op Zoom, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert. Deze gemeenten werken sinds 2015 samen aan de inkoop, monitoring en beleidsontwikkeling van specialistische jeugdhulp. De samenwerking is vastgelegd in een gezamenlijke regiovisie en een dienstverleningsovereenkomst, en wordt ondersteund door een centrale uitvoeringsorganisatie: Zorg Informatie & Inkoop Team (ZI²T). ZI2T Het Zorg Informatie & Inkoop Team (ZI²T) is verantwoordelijk voor de regionale inkoop van jeugdhulp. Tot de taken behoren: contractbeheer, monitoring en rapportage, beheer van regionale budgetten, beleidscoördinatie, communicatie, ondersteuning van gemeentelijke bedrijfsvoering en innovatie. ZI²T voert deze taken uit namens de negen gemeenten en is ondergebracht bij de gemeente Roosendaal.

20

De samenwerking verloopt via twee overlegstructuren: de bestuurstafel (wethouders) en de managementtafel (ambtelijke vertegenwoordigers). Deze tafels geven gezamenlijk opdrachten aan ZI²T en stemmen jaarlijks de dienstverlening af. Gemeenten behouden autonomie, maar geven Roosendaal mandaat om namens hen overeenkomsten te sluiten en subsidies te verlenen. De uitvoeringskosten worden verdeeld via een afgesproken verdeelsleutel. Er is

geen vaste einddatum; de looptijd is open en afhankelijk van toekomstige besluitvorming. Arrangementensystematiek De jeugdprofessional kiest samen met het gezin een passend zorgprofiel op basis van het gezinsplan. Dit profiel bepaalt welk arrangement wordt ingezet. Aanbieders zijn verplicht om binnen dit arrangement resultaatgericht te werken en verantwoording af te leggen. Laagcomplexe zorg betreft enkelvoudige hulp door één aanbieder; hoogcomplexe zorg is multidisciplinair en vaak langdurig. Aan hoogcomplexe zorg werken consortia zoals Crossroads, Samen Deskundig, Trios en Rootz. Deze combinaties bieden gespecialiseerde hulp bij complexe problematiek zoals ggz-problemen, verslaving en gezinscrises. Regionaal en lokaal De toegang tot jeugdhulp is lokaal georganiseerd. Elke gemeente bepaalt zelf hoe verwijzing, beoordeling en casusregie worden ingericht. Hoewel er regionale afstemming is over uitgangspunten, verschilt de uitvoering per gemeente. Dit leidt tot variatie in maatwerk, verwijzingen en sturingsinformatie. De invloed op regionaal georganiseerde zorg wordt aan de regionale inkooporganisatie gelaten. De lokale invloed kan groter worden door het partnerschap – niet te verwarren met het opdrachtgeverschap, dat regionaal is – met regionale partijen te versterken door ermee in gesprek te gaan, ze aan te spreken en waar nodig te escaleren.

Hoe is de jeugdhulp in Moerdijk georganiseerd? (1) 4. Wat zijn aandachtspunten in de regionale organisatie van de jeugdhulp? Gezamenlijke inkoop

Specialistische jeugdhulp is regionaal ingekocht. Individuele voorzieningen worden hoofdzakelijk in arrangementen oftewel zorgprofielen verstrekt, wat inhoudt dat een bepaald budget beschikbaar is voor een bepaalde termijn en een bepaald verwacht resultaat. Voor zwaardere zorgvragen gelden zwaardere – en dus duurdere – zorgprofielen. Laagcomplexe zorg wordt toegewezen aan individuele zorgaanbieders, hoogcomplexe zorg wordt toegewezen aan samenwerkingsverbanden van zorgaanbieders. De regionale afspraken zorgen voor eenduidigheid in contracten en processen. In de praktijk blijkt er echter variatie in de toepassing te bestaan, vooral bij schaarste of spoed. Dan wordt vaker teruggevallen op maatwerk, dat inmiddels 6-8% van de zorg betreft in plaats van de beoogde 2-3%. Personele wisselingen bemoeilijken consistente toepassing. Voor ondersteuning is het ‘ondersteuningspunt’ ingericht voor vragen over de toepassing van de arrangementensystematiek. Daarnaast is er een informatiepunt voor crisiszorg, dat ook veel wordt gebruikt voor vragen over arrangementensystematiek. Regie op aanbieders en marktgedrag Aanbieders zijn steeds beter thuis in de arrangementensystematiek en sturen actief op de inzet van gewenste arrangementen. Omdat de systematiek werkt met gemiddelde vergoedingen, ontstaat een prikkel om hogere arrangementen

21

te accepteren en lagere te vermijden. Dit kan ertoe leiden dat jeugdprofessionals hogere arrangementen toekennen dan strikt noodzakelijk. Hogere arrangementen worden in een tweede toets beoordeeld op inhoud en financiën door het team ‘Toeleiden en Volgen’, wat invloed geeft op toewijzingen via de gemeentelijke toegang. Die grip is beperkter bij verwijzingen via huisartsen en vooral bij jeugdbescherming, waar direct naar aanbieders wordt verwezen. Met de huisartsen zijn afspraken gemaakt, en die lijken effect te hebben. Voor verwijzingen door de jeugdbescherming geldt dat dit vaak zwaardere en duurdere zorg is. In die gevallen kan de jeugdprofessional alleen sturen op uitstroom en afschaling. De ervaren invloed op deze stroom is beperkt. Moerdijk zet sterk in op lokale jeugdhulp via het CJG-netwerk. Hierdoor wordt meer hulp lokaal geboden, wat in lijn is met de beleidsdoelstellingen. Tegelijkertijd blijft het gebruik van regionaal ingekochte jeugdhulp stabiel. Dit kan duiden op overlap tussen lokale uitvoering en regionale zorg, wat leidt tot dubbele kosten. De focus zou moeten liggen op afbuiging naar het voorveld, uitstroom en afschaling naar het voorveld.

Jeugdprofessionals hebben de taak om passende hulp te vinden. Passende hulp vraagt soms om maatwerk. Passende hulp is echter schaars, door bijvoorbeeld afbouw van verblijfsplekken en de afbouw van gesloten jeugdhulp. Maatwerk wordt vaker dan gepland ingezet als enige beschikbare route naar zorg.

Hoe is de jeugdhulp in Moerdijk georganiseerd? (2) 4. Wat zijn aandachtspunten in de regionale organisatie van de jeugdhulp? Informatievoorziening

De regio biedt dashboards en rapportages, die Moerdijk benut voor beleidsmonitoring. Toch is de informatievoorziening vooral regionaal ingericht, waardoor het lastig is om lokaal te sturen op kosten en effectiviteit. Verbetering ligt in het versterken van de koppeling tussen regionale data en lokale beleidsvragen. Governance De samenwerking is formeel vastgelegd en functioneert via overlegstructuren zoals de bestuurstafel en managementtafel. Moerdijk waardeert deze structuur, maar merkt dat de focus vooral ligt op uitvoering van de regionaal ingekochte jeugdhulp. Beleidsmatige keuzes, zoals over preventie of lokale toegang, worden minder gezamenlijk gemaakt.

22

Kostenontwikkeling

Kostenontwikkeling jeugdhulp €14.000.000

Kostenontwikkeling totaal €12.000.000

€10.000.000

De totale kosten voor jeugdhulp in de gemeente Moerdijk zijn in de periode 2021 tot en met 2024 aanzienlijk toegenomen. Deze stijging is zichtbaar in zowel de lokaal georganiseerde voorzieningen als de regionaal ingekochte, niet vrij toegankelijke jeugdhulp. De grootste absolute toename in kosten over deze vier jaar ligt bij de niet vrij toegankelijke zorg (circa 1,4 miljoen euro), het Centrum voor Jeugd en Gezin (circa 0,4 miljoen euro) en het Landelijk Transitiearrangement (LTA) voor de jeugdhulp, eveneens circa 0,4 miljoen euro. Relatieve groei In relatieve zin is de groei het sterkst bij het LTA, waarvan de kosten met ruim 400% zijn gestegen. Dit wordt voor een belangrijk deel verklaard door afspraken (in 2023) met een aanbieder over het leveren van specialistische zorg onder dit LTA. Deze verschuiving is niet zichtbaar in de regionaal gefinancierde zorg. Een toename is ook te zien bij het CJG (129%) en de gesloten jeugdhulp (125%). Tot slot is bij de niet vrij toegankelijke zorg sprake van een forse procentuele toename (119%).

24

Voor het jaar 2024 zijn de begrote bedragen opgenomen. In eerdere jaren bleken de werkelijke uitgaven steeds hoger te liggen dan de begrote uitgaven, met een afwijking van gemiddeld 11% tot 14%. Opvallend is de sprong in de kosten in het jaar 2023. In dat jaar is een indexatie van de tarieven doorgevoerd, wat een zichtbaar effect heeft gehad op de uitgaven.

Realisatie

Absolute groei €8.000.000

€6.000.000

€4.000.000

€2.000.000

€2021

2022

2023 Jaartal

Niet-vrij toegankelijke zorg

Centrum Jeugd en Gezin

Jeugdbescherming en -reclassering

Gesloten Jeugdhulp

Jeugdhulp Landelijk Transitie Arrangement

Jeugd Expert team

2024 (begroting)

Unieke cliënten in zorg 1200

Aantal cliënten jeugdhulp

1000

86

125

108

90

973

954

967

1011

2021

2022

2023

2024

800 600 400

Aantal cliënten

200 0

Het aantal unieke cliënten in de niet vrij toegankelijke zorg (NVTZ) in Moerdijk is over de periode 2021 tot en met 2024 redelijk stabiel gebleven, met een lichte stijging van 973 naar 1.011 cliënten. Ook in de vrij toegankelijke jeugdzorg is sprake van een toename, al ontbreken structurele gegevens over het totaal aantal cliënten. Een voorbeeld hiervan is de stijging van het aantal cliënten bij TWB, een lokale aanbieder, wat illustratief is voor de bredere ontwikkeling.

Unieke cliënten specialistische jeugdhulp

Unieke cliënten jeugdbescherming

Percentage jeugdigen met jeugdhulp

Het percentage jeugdigen in Moerdijk met een jeugdhulpvoorziening (‘zorg in natura’) daalde van 13,2% in 2022 naar 12,3% in 2024. Daarmee is het aandeel in 2024 weer terug op het regionale gemiddelde van WestBrabant West (12,2%). Dit ligt nog altijd boven het landelijk gemiddelde, dat in 2024 op 10,8% uitkwam.

14

Ontwikkeling door de jaren heen

8

De ontwikkeling in Moerdijk laat daarmee een lichte daling zien, terwijl het aandeel jeugdigen met jeugdhulp in de regio en landelijk relatief stabiel blijft. Dit kan wijzen op een effectievere inzet van lokale voorzieningen. Tegelijkertijd is het zicht op het gebruik van deze voorliggende voorzieningen beperkt, omdat – anders dan bij de regionaal ingekochte jeugdhulp – gestructureerde monitoring ontbreekt.

% jeugdigen met jeugdhulp (CBS) 12 10 6 4 2 0 2021

2022 JZ Totaal jeugdzorg Moerdijk JZ Totaal jeugdzorg NL

25

2023 JZ Totaal jeugdzorg WBW

2024

% jeugd ZIN

Aandeel van de inwoners Referentiegemeenten

18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

Voor een goed begrip van de kostenontwikkeling in Moerdijk is een vergelijking gemaakt met referentiegemeenten die qua inwonersaantal en geografische kenmerken vergelijkbaar zijn: Altena, Drimmelen, Krimpenerwaard, Etten-Leur, Roosendaal en Zundert. De vergelijking is gebaseerd op CBS-data en richt zich op het percentage jeugdigen met een voorziening in ‘zorg in natura’ (ZIN) en de kosten per 1.000 inwoners.

2021

Percentage zorg in natura In Moerdijk daalde het percentage jeugdigen met ZIN van 16,0% in 2021 naar 15,1% in 2024. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde (13,7%). Er lijkt sprake van een lichte daling in het gebruik van niet vrij toegankelijke zorg. In de meeste referentiegemeenten is juist sprake van een lichte stijging. Maar ook met deze daling is het aandeel hoger dan het landelijk gemiddelde. De dalende trend past bij het beleid van Moerdijk om meer in te zetten op ondersteuning vanuit het lokale team. Tegelijkertijd ontbreekt structurele monitoring van het gebruik van deze voorliggende voorzieningen.

2022

2023

2024*

Kosten per 1.000 inwoners 350 300 250 200 150 100 50 0

Kosten per 1.000 inwoners

26

Wat betreft de kosten per 1.000 inwoners laat Moerdijk een minder gunstig beeld zien. Tussen 2021 en 2023 stijgen de kosten, mede door indexatie en zwaardere arrangementen. Altena en Drimmelen laten een gunstiger ontwikkeling zien, met stabiele of dalende kosten. Zundert blijft structureel het laagst. De stijgende trend in Moerdijk is vergelijkbaar met andere gemeenten in West-Brabant West. Ook landelijk is er sprake van zowel een stijging van de kosten voor jeugdhulp als een toename van de zorgvraag. In het jaar 2024 lijkt deze basistrend van de voorlopige cijfers van CBS af te vlakken.

2021

2022

* gebaseerd op voorlopige cijfers CBS.

2023*

Ontwikkeling kosten per cliënt Kosten per cliënt – jeugdbescherming

Tussen 2021 en 2024 zijn de kosten per cliënt in Moerdijk voor jeugdhulp structureel toegenomen. Voor jeugdbescherming stegen de kosten per cliënt van € 7.672 in 2021 naar € 10.872 in 2024. Deze stijging is opvallend, omdat het aantal cliënten in deze categorie juist daalt. De toename wordt verklaard door hogere tarieven en intensievere trajecten per cliënt. Voor de tarieven bestaat er een afhankelijkheid van landelijke inschaling en regionale afstemming. Kosten per cliënt – specialistische jeugdhulp Voor specialistische jeugdhulp stegen de kosten per cliënt van € 8.218 naar € 9.442 in dezelfde periode. Deze stijging is het gevolg van meerdere factoren: jaarlijkse indexatie van tarieven, een lichte toename van het aantal voorzieningen per cliënt (van 1,65 naar 1,68), en een stijging van de kosten per voorziening van € 4.190 naar € 6.017 (+44%). De stapeling van voorzieningen blijft beperkt, wat betekent dat de kostenstijging vooral voortkomt uit hogere kosten per voorziening. Stabilisatie in 2024

27

Opvallend is dat in 2024 de kosten per cliënt voor specialistische jeugdhulp licht lijken te dalen ten opzichte van 2023. Mogelijk is dit beeld vertekend doordat voor het jaar 2024 gerekend is met de aangeleverde begrote kosten in plaats van gerealiseerde uitgaven. In de jaren 2021 tot en met 2023 lagen de gerealiseerde kosten altijd hoger dan de begrote kosten.

Kostenontwikkeling naar zorgsoort (1) Verdeling kosten naar zorgvorm 100%

Verschuiving in kostenpatroon

Het diagram hiernaast toont de verdeling van de kosten naar zorgvorm over een periode van vier jaar, optellend tot 100%. Tussen 2021 en 2024 is het kostenpatroon per zorgvorm binnen de jeugdhulp in Moerdijk duidelijk verschoven. De uitgaven aan duurdere zorgvormen zijn toegenomen. Zo stegen de kosten voor hoogcomplexe zorg van € 1,46 miljoen naar € 2,47 miljoen, en voor woonzorg van € 236.000 naar bijna € 796.000. Ook de kosten voor maatwerkvoorzieningen namen sterk toe, van € 70.000 naar ruim € 550.000. Jeugdprofessionals wijken onder ervaren druk van wachtlijsten en schaarste vaker af van de standaardprocedures en maken maatwerkafspraken met aanbieders om passende hulp te organiseren. Aanbieders vragen bovendien steeds vaker om verwijzingen met een specifieke omvang. Schaarste kan ontstaan door gunstiger tarieven in aanpalende regio’s, waardoor regionaal opererende aanbieders eerder daar leveren. Deze stelling is niet nader geanalyseerd.

28

De kosten voor het LTA (het Landelijk Transitiearrangement) stegen eveneens, van € 4,19 miljoen naar € 5,28 miljoen. Een reden is dat slechts een of enkele aanbieders aan het LTA leveren, voor de hogere tarieven binnen dat arrangement. Tegelijkertijd daalt het aandeel van lichtere zorgvormen zoals pleegzorg en ook het aandeel van jeugdbescherming. Het overzicht hiernaast toont de kosten onder de laagcomplexe vormen van zorg (laag) en hoogcomplexe vormen (hoog). De daling van lichte zorg past bij het beleid om meer hulp via jeugdteams te organiseren. De stijging van zwaardere zorgvormen is echter niet in lijn met de doelen.

90% 80% 70% Woonzorg Pleegzorg

60%

Maatwerk LTA

50%

Laag

40%

Jeugdzorg Plus Jeugdbescherming

30%

Hoog

20% 10% 0% 2021

2022

2023

2024

Kostenontwikkeling naar zorgsoort (2) De toename van woonzorg hangt samen met de inzet van kleinschalige voorzieningen zoals gezinshuizen, bijvoorbeeld als alternatief voor de ‘jeugdzorg plus’-plekken (gesloten jeugdhulp) die worden afgebouwd. Hoewel deze inhoudelijk passend kunnen zijn, zijn ze relatief kostbaar. Het zorglandschap moet hier nog op aangepast worden. Een beperkt aantal zorgaanbieders dat hard groeit, levert relatief dure zorg. Dit kan samenhangen met de vraag, maar ook met het aanbod. Welwillende zorgaanbieders en zorgcombinaties breiden het aanbod uit, en in een markt waar aanbod schaars is leidt dit tot verschuiving van aanmeldstromen.

In de interviews in het onderzoek is meerdere keren benoemd dat het aanbod op het gebied van echtscheidingsproblematiek en onderwijszorg toeneemt. De gemeente Moerdijk zet vanuit de transformatiedoelen in op het voorkomen van duurdere zorg, waarbij mediation en onderwijszorgarrangementen een bijdrage kunnen leveren. De kosten van mediation worden wel gedekt onder de middelen voor jeugdzorg. Hetzelfde geldt voor onderwijszorgarrangementen. Deze aanpak is in lijn met de gewenste beweging naar voren, het passend maken van onderwijs en het voorkomen van zwaardere hulp. Tegelijkertijd vraagt het om expliciete beleidskeuzes als kosten voor bijvoorbeeld mediation onder de jeugdwetfinanciering genomen worden.

29

Ontwikkeling aantal cliënten voor afgegeven profiel

Kostenontwikkeling naar zorgsoort (3)

6000

5000

De profielen binnen de arrangementensystematiek zijn gedefinieerd op basis van de zwaarte van de zorgvraag en de zwaarte van het zorgaanbod. De zorgprofielen zijn opgebouwd van licht naar zwaar: beginnend bij relatief eenvoudige opvoed- en relatieproblemen (profielen 1–3), via meervoudige en psychische problematiek (profielen 4–6), tot intensieve en langdurige zorgvragen bij jeugdigen met verstandelijke, lichamelijke beperkingen of complexe systeemproblematiek (profielen 7–10). Naarmate het profielnummer stijgt, neemt de complexiteit van de situatie en de benodigde hulp toe. Deze opbouw helpt professionals om snel de zwaarte en aard van de zorgvraag te duiden.

De ontwikkeling van de afgegeven profielen toont over het algemeen een afname van de lichtere profielen zoals profiel 2. Profiel 1 en 3 volgen eenzelfde trend. En er is een zeer lichte toename van de zwaardere profielen, al zijn de absolute aantallen hier kleiner. De sterkste groei doet zich voor bij profiel 4, waar bij er sprake is van een behoefte aan het versterken van specifieke opvoedingsvaardigheden bij ouders met eigen problematiek, gecombineerd met ondersteuning voor de ontwikkeling van de jeugdige. Een gelijk beeld doet zich voor bij bij profiel 5, waarin de focus ligt op het verminderen van ontwikkelings- en gedragsproblemen en het bevorderen van de ontwikkeling van de jeugdige via zorg en behandeling.

4000

3000

2000

1000

0 2021 Profiel 2

30

2022 Profiel 4

2023 Profiel 5

Profiel 6

2024 Profiel 10

Wie is de verwijzer? Moerdijk

Meer gemeentelijke toegang

In de periode 2021-2024 is in Moerdijk een duidelijke verschuiving zichtbaar in de wijze waarop jeugdigen worden verwezen naar jeugdhulp. Het aantal verwijzingen via de gemeentelijke toegang (jeugdprofessionals) is toegenomen, terwijl het aantal verwijzingen via de huisarts juist is afgenomen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de gemeentelijke doelstelling om de toegang tot jeugdhulp meer via het lokale team te organiseren. Ook past het bij de gewenste samenwerking met huisartsen. Verwijzen via de gemeentelijke toegang draagt bij aan grip op de instroom. De figuur hiernaast toont het aantal verwijzingen per jaar, uitgesplitst naar gemeentelijke toegang (jeugdprofessionals), huisartsen en de gecertificeerde instelling (jeugdbescherming). De trend in Moerdijk is in lijn met de landelijke ontwikkeling, waarin gemeenten steeds meer verantwoordelijkheid nemen voor de toegang tot zorg. Wat opvalt, is dat Moerdijk – en breder gezien de regio West-Brabant West – zich hierin onderscheidt van het landelijke beeld. In vergelijking met Nederland is het aandeel verwijzingen via de gemeentelijke toegang in deze regio hoger, en het aandeel via huisartsen lager. Dit sluit aan bij de wens om juist in de gemeentelijke toegang de uitgebreide analyse uit te voeren.

Nederland

800

7000

300000

700

6000

250000

600

5000

200000

500 4000 400

150000 3000

300

100000

2000

200 100

1000

50000

0

0

0

2021

31

Regio WBW

2022

2023

2024

2021

2022

2023

2024

2021

2022

2023

2024

Kostenontwikkeling De kostenontwikkeling in de jeugdhulp tussen 2021 en 2024 hangt samen met de onderstaande factoren.

soort inzet is het de vraag of het onder de Jeugdwet valt en vanuit dat budget betaald moet worden.

Indexatie van tarieven – De tarieven voor jeugdhulp zijn in 2023 en 2024 verhoogd, wat direct heeft geleid tot hogere kosten per cliënt en per voorziening. De gemeente heeft hier slechts beperkte invloed op, omdat deze indexaties vaak voortkomen uit landelijke cao-afspraken en regionale inkoopafspraken.

Toename van woonzorg en kleinschalige voorzieningen – De inzet van gezinshuizen en andere kleinschalige woonvormen is toegenomen; deze zijn passend maar relatief duur. De gemeente heeft hier deels invloed op via de toegang en regionale inkoopafspraken.

Toename van LTA (Landelijk Transitiearrangement) – De kosten voor het LTA zijn fors gestegen, doordat sommige aanbieders alleen via dit duurdere arrangement leveren. De gemeente heeft hier slechts beperkte invloed op, omdat het een landelijke regeling betreft, maar kan regionaal wel sturen op inkoop en alternatieven. Toename van maatwerk – Het aandeel maatwerk is gestegen van de beoogde 2-3% naar 6-8%, vaak ingezet bij spoed of schaarste van aanbod bij complexe vragen en van verblijfsplekken. De gemeente heeft hier directe invloed op via de toegang, sturing op procesafspraken en het gebruik van het team ‘Toeleiden en Volgen’. Toename van complexe problematiek – Hoewel het aantal cliënten stabiel blijft, neemt de zorgzwaarte toe, wat leidt tot duurdere en langdurigere trajecten. De gemeente heeft hier nauwelijks invloed op, omdat dit samenhangt met maatschappelijke en demografische ontwikkelingen. De gemeente heeft wel invloed op de ondersteuning die hier lokaal passend op wordt gemaakt, bijvoorbeeld de inzet op mediation bij scheidingen. Voor dit

Beperkte uitstroom en afschaling – Zorgtrajecten blijven vaker langer in uitvoering dan afgesproken in de afgegeven arrangementen, waarbij een nieuw arrangement wordt afgegeven om de kosten te dekken. De gemeente heeft hier invloed op via casusregie, monitoring en sturing op uitstroom. Door middel van periodieke caseloadbespreking tussen jeugdprofessionals en kwaliteitsmedewerkers wordt hier zicht op verkregen. Er zijn signalen dat professionals terughoudend zijn met afschalen, vanwege angst aangesproken te worden vanuit het SKJ. Vaak is dit onterecht. Het kan helpen hierover het gesprek met het SKJ te zoeken. Verwijzingen buiten gemeentelijke toegang – Bij verwijzingen via huisartsen of jeugdbescherming is de grip van de gemeentelijke toegang op instroom en arrangementkeuze beperkt. Met de jeugdbescherming lijken geen of geen duidelijke ketenafspraken te zijn gemaakt, terwijl de jeugdbescherming juist verwijst naar complexere en duurdere zorg. De gemeente heeft hier weinig directe invloed op, maar kan wel investeren in samenwerking en afstemming met deze verwijzers. Met de huisartsen zijn passende afspraken gemaakt, en deze lijken effect te hebben.

Jeugdhulp in zicht voor de raad

Rol van college en raad Verantwoordelijkheid van de gemeente

Rol van de gemeenteraad

Gemeenten zijn op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor het organiseren en beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Dit omvat onder andere hulp bij opvoedproblemen, psychische en gedragsproblemen, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Gemeenten moeten zorgen voor kwalitatieve jeugdhulp, een beleidsplan opstellen, samenwerken met andere sectoren zoals onderwijs en zorg, en maatregelen nemen tegen kindermishandeling. Ook moeten zij vertrouwenspersonen aanwijzen en ervoor zorgen dat passende hulp beschikbaar is voor jongeren en gezinnen. De gemeente heeft dus een brede regierol in het jeugdhulpstelsel.

De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende rol. De raad stelt het jeugdbeleid en de verordening vast, bepaalt de beleidsdoelen en financiële kaders, en controleert of het college het beleid goed uitvoert. De raad toetst of de jeugdhulp doelmatig en doeltreffend is georganiseerd en of deze aansluit bij de lokale behoeften. Ook heeft de raad een volksvertegenwoordigende rol: het oppikken van signalen uit de samenleving en deze vertalen naar beleid. Daarmee is de raad verantwoordelijk voor het stellen van richtinggevende kaders en het bewaken van de publieke belangen binnen het jeugdhulpstelsel. Op de volgende pagina’s wordt verder ingegaan op de invulling van deze rol.

Rol van het college van B en W Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de uitvoering van het jeugdbeleid. Dit betekent dat het college de toegang tot jeugdhulp organiseert, zorgaanbieders contracteert, en ervoor zorgt dat de gekozen hulp daadwerkelijk beschikbaar is. Het college stelt het beleidsplan op en voert dit uit binnen de kaders die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Daarnaast moet het college zorgen voor samenwerking met andere domeinen en toezien op de kwaliteit van de hulpverlening. In de praktijk is het college dus de uitvoerende instantie die het beleid operationeel maakt.

34

Hoe stuurt de raad? (1) In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de gemeenteraad zicht houdt op de ontwikkeling van de jeugdhulp in de gemeente Moerdijk. We hanteren daarbij de drie rollen van de gemeenteraad als uitgangspunt: de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol.

1. De raad in kaderstellende rol Vanuit de kaderstellende rol geeft de gemeenteraad richting aan het beleid en stelt de kaders vast waarbinnen het college opereert. De gemeenteraad heeft hier de afgelopen jaren op verschillende wijzen uitvoering aan gegeven. Belangrijk voor het jeugddomein zijn de uitgangspunten die zijn opgesteld naar aanleiding van deel I van de ‘Scan Mens en Maatschappij’. Deze uitgangspunten zijn opgenomen in het Bestuursakkoord 2022-2026 en vormen de basis bij het maken en uitvoeren van toekomstig beleid. Een ander relevant kader betreft de Regiovisie, die in regionaal verband wordt opgesteld. Deze is voor het laatst vastgesteld in 2021 – in de vorige raadsperiode. Ook de lokale verordening is voor het laatst vastgesteld in de vorige raadsperiode, in 2019. In een lokale verordening kan de gemeente vastleggen hoe uitvoering gegeven wordt aan wettelijke taken: de toegang tot jeugdhulp, criteria voor toekenning en procedures. Beperkte ervaren invloed op ontwikkelingen jeugdhulp De gemeenteraad ziet het belang van een stevige kaderstellende rol ten aanzien van de jeugdhulp, maar worstelt tegelijkertijd met de invulling daarvan. Raadsleden hebben de indruk slechts beperkt kaderstellend op te kunnen treden ten aanzien van de jeugdhulp en ervaren daarin beperkt invloed. We zien dat daarin drie factoren bepalend zijn: 35

1. Complexiteit en autonome ontwikkelingen. Het jeugdhulpstelsel is complex en er is een veelheid van partijen betrokken. Bovendien worden ontwikkelingen in de gemeente Moerdijk sterk beïnvloed door autonome ontwikkelingen: gemeenten in heel Nederland worstelen met een groeiend jeugdhulpgebruik waarbij een samenhang wordt gezien met bijvoorbeeld toenemende maatschappelijke druk en de nasleep van corona. Maatschappelijke ontwikkelingen aan de basis daarvan zijn niet zomaar op lokaal niveau te keren. 2. Beleidsvrijheid. Raadsleden ervaren weinig ruimte om daadwerkelijk richting te geven aan het beleid, vanwege de beperkte beleidsvrijheid van gemeenten. Veel elementen van de jeugdhulp zijn wettelijk vastgelegd, terwijl de beschikbare middelen vanuit het Rijk steeds onder druk staan. Ten slotte speelt de regionale inkoopsamenwerking mee. Het is daardoor moeilijk om lokaal een afwijkende koers te varen. 3. Sturingsmogelijkheden. De mogelijkheden om het politieke gesprek te voeren over de jeugdhulp in de gemeenteraad van Moerdijk zijn beperkt. Oorzaken hiervan liggen in de wijze waarop de jeugdhulp op de agenda komt. Doordat dat met name informerend is en er dus geen besluiten voorliggen, is het vaak niet goed mogelijk daar het politieke debat over te voeren.

Natuurlijke momenten hiervoor, zoals de vaststelling van de Regiovisie en lokale verordening, hebben allemaal in een vorige raadsperiode plaatsgevonden. Ook hier speelt het regionale karakter een rol; doordat een deel van de beleidsvorming in regionaal verband plaatsvindt, wordt de afstand daartoe als groter ervaren.

Hoe stuurt de raad? (2) 2. De raad in controlerende rol Voor de uitvoering van de controlerende rol is de informatiepositie van de gemeenteraad cruciaal. Om deze rol goed te kunnen vervullen, hebben raadsleden inzicht nodig in de ontwikkelingen binnen de jeugdhulp, het handelen van het college en de uitvoering van beleid. Een goede informatievoorziening is daarvoor essentieel. De raad wordt regelmatig via verschillende wegen geïnformeerd De gemeenteraad wordt via verschillende kanalen geïnformeerd. Regelmatig ontvangen raadsleden schriftelijke updates in de vorm van raadsinformatiebrieven, en ook tijdens raadsinformatiebijeenkomsten worden mondeling toelichtingen gegeven. Daarnaast doet de wethouder in de raadsvergaderingen mededelingen over actuele ontwikkelingen en beleidsinitiatieven. Over het algemeen bestaat het beeld dat de raad daarmee ruim voldoende informatie ontvangt. Raadsleden zijn hierover tevreden. Politieke instrumenten zoals het stellen van schriftelijke vragen worden dan ook weinig ingezet. In de afgelopen raadsperiode zijn 112 schriftelijke vragen gesteld, waarvan geen enkele (specifiek) betrekking had op jeugdhulp. Informatie die de raad krijgt en vraagt is niet altijd gericht Tegelijkertijd is het beeld dat raadsleden ondanks de informatie die ze krijgen onvoldoende zicht hebben op de jeugdhulp.

De veelheid aan informatie maakt het lastig om hoofd- en bijzaken te onderscheiden, en de inhoud is vaak

36

beschrijvend van aard. Informatie die wordt gedeeld, is vaak niet voorzien van duiding of mogelijke (beleids)interventies. In gesprekken met raadsleden zien we dat er geen duidelijk gedeeld beeld is van de informatie waaraan de raad behoefte heeft om effectief te kunnen sturen. De raad vraagt daarmee ook niet actief om dat soort informatie. De raad geeft aan behoefte te hebben aan informatie die (meer) inzicht geeft in (kosten)ontwikkelingen en mogelijke interventies die daarop kunnen worden ingezet. Met andere woorden: er is behoefte aan meer sturingsgerichte informatie. Wat is sturingsgerichte informatie? Sturingsgerichte informatie is informatie die het mogelijk maakt om een oordeel te geven over de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Dat betekent dat de informatie iets zegt over verschillende onderdelen van de beleidstheorie die de gemeente Moerdijk erop nahoudt voor jeugdhulp.

• Doelen: Wordt sturingsgerichte informatie gelieerd aan vastgestelde beleidsdoelen en resultaten die worden nagestreefd? • Activiteiten: De uitvoering van de (afgesproken) activiteiten: wordt er gedaan wat is afgesproken (bijvoorbeeld op het gebied van de voortgang van de uitvoering van projecten)? • Resultaten: Wat is er bereikt en hoe verhouden de uitkomsten zich tot de gestelde doelstellingen? Passen de doelstellingen bij maatschappelijke ontwikkelingen? • Afwijkingen en omstandigheden: Waar wijkt de uitvoering af van de planning of doelstellingen? Welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag? Op basis van dit soort informatie is het mogelijk te sturen: beleidsdoelstellingen aan te passen, de inzet te veranderen of verwachtingen bij te stellen.

Hoe stuurt de raad? (3) Jeugdhulp als onderwerp in een volle raadsagenda Het is ten slotte goed ook de context kort te benoemen. Jeugdhulp is een van de onderwerpen op de volle agenda van de gemeenteraad van Moerdijk. Als middelgrote gemeente heeft Moerdijk maar een beperkt aantal raadsleden. Raadsleden verdelen hun tijd dus over al die onderwerpen. Bovendien is er in de volle agenda slechts beperkt ruimte voor uitgebreidere inhoudelijke bespreking of politieke duiding. Dit onderstreept het belang van de kwaliteit van sturingsinformatie voor effectieve bespreking en besluitvorming. 3. De raad in volksvertegenwoordigende rol De volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad houdt in dat raadsleden signalen uit de samenleving oppikken en daar een stem aan geven in de lokale politiek. Contact met de samenleving krijgt incidenteel vorm Contact met inwoners en maatschappelijke partners, zoals scholen, huisartsen of ervaringsdeskundigen, vindt binnen het geheel van de raad incidenteel plaats, bijvoorbeeld tijdens raadsinformatieavonden. Verder zoeken raadsleden zelfstandig deze contacten op. Structurele dialoog met inwoners en maatschappelijke partners ten aanzien van het jeugdbeleid vindt nog niet altijd plaats. Er zijn geen vaste momenten waarop maatschappelijke signalen actief worden verzameld, besproken en vertaald naar politieke agendering.

Deze informatie wordt daarmee door de gemeenteraad nog niet structureel benut als sturingsinformatie. 37

Hoe wordt geëvalueerd en bijgestuurd? Het jeugdbeleid is continu in ontwikkeling. Door de beleidsinzet te evalueren, kan de gemeente tijdig bijsturen bij relevante ontwikkelingen. We gaan hieronder in op de wijze waarop geëvalueerd en bijgestuurd wordt. Dit krijgt in de eerste plaats vorm via de reguliere P&C-cyclus van de gemeente. Via de jaarlijkse begroting worden de kaders gesteld en in de jaarrekening wordt jaarlijks gerapporteerd over de inzet van middelen voor jeugd, ontwikkelingen daarin en de oorzaken die dat heeft. Deze cyclus biedt een basis voor bijsturing. Verder werkt de gemeente aan structureel inzicht in het jeugdhulpgebruik door de ontwikkeling van een dashboard. Dit dashboard is gebaseerd op realtime data en moet inzicht geven in verwachte trends in jeugdhulpgebruik en in kosten. Duiding vindt iedere zes weken plaats door bespreking in een multidisciplinair team. Een beperking is dat vooral data beschikbaar zijn over de geïndiceerde jeugdhulp. Informatie over lokale ondersteuning in het voorliggend veld – zoals jeugd- en jongerenwerk, ondersteuning via scholen, of laagdrempelige preventieve hulp – is beperkt beschikbaar, terwijl juist hier de beleidsinzet van de gemeente Moerdijk ligt. De afgelopen jaren heeft de gemeente verdiepende beleidsanalyses uitgevoerd in de vorm van de Scan Mens en Maatschappij (delen I t/m III).

Deze scans geven breed inzicht in leefgebieden, doelgroepen, voorzieningen, wettelijke

38

taken en beleidsinzet, onder andere voor de jeugdhulp. Op basis van deze inzichten zijn ook beleidsmatige kansen benoemd, bijvoorbeeld voor integrale toegang, samenwerking met huisartsen en de versterking van de sociale basis. Deze scans zijn ingebracht op de cyclus van bespreking met de gemeenteraad, en vormden daarmee een middel voor evaluatie en bijsturing. Regionaal jeugdbeleid, zoals de regiovisie, wordt periodiek geëvalueerd, aangepast en opnieuw vastgesteld. Dat geldt niet voor lokaal jeugdbeleid. Lokaal beleid is niet vastgelegd in een overkoepelend kader en wordt ook niet periodiek herzien. De lokale verordening is bijvoorbeeld voor het laatst vastgesteld in 2019. Er zijn geen afspraken over herziening van deze verordening. Cliënten worden in de evaluatie van beleid niet structureel betrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=4000fb4f-4edb-4b51-bae6-baffb6300afc