CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief - Meicirculaire gemeentefonds 2026

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Kadernota 2027-2030 en financiële doorrekening bestuursakkoord1.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Aan Portefeuillehouder(s) Zaaknummer Datum

de leden van de gemeenteraad wethouder A.C.M. Fens 1939920 30 juni 2026

Onderwerp

Meicirculaire gemeentefonds 2026

Inleiding De uitkering uit het gemeentefonds is met een omvang van ruim € 84 miljoen veruit de grootste inkomstenbron van onze gemeente. De Rijksoverheid informeert gemeenten via circulaires in mei, september en december over de omvang en de verdeling van het gemeentefonds. De raming van de uitkering gemeentefonds wordt in de begroting 2027-2030 – volgens een bestendige richtlijn – gebaseerd op de meicirculaire waarmee we voldoen aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Op 8 juni 2026 is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de meicirculaire gemeentefonds 2026 gepubliceerd. De meicirculaire 2026 informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2026 en verder. Zoals tijdens de commissievergadering van 18 juni 2026 is toegezegd wordt u in deze informatiebrief geïnformeerd over het resultaat van de meicirculaire. Dit zowel voor het lopende begrotingsjaar 2026 als voor de ramingen zoals die in de kadernota 2027-2030 zijn opgenomen. Dit zodat u de informatie uit deze raadsinformatiebrief kunt betrekken bij de behandeling van de kadernota 2027-2030 (raadsvergadering 9 juli 2026).

De financiële effecten van de meicirculaire voor wat betreft 2026 worden verwerkt in de 2e bestuursrapportage 2026. Voor wat betreft de jaren 2027 en verder zullen de effecten worden verwerkt in de begroting 2027-2030. Inhoud 1. Uitkomsten meicirculaire gemeentefonds 2026 De raming meicirculaire 2026 geeft - ten opzichte van de raming die in de kadernota 2027-2030 is opgenomen - het volgende beeld. Uitkering gemeentefonds (Bedragen x € 1.000, -/- is nadelig) Meicirculaire 2026 Kadernota 2027-2030 Verschillen

2026

2027

2028

2029

2030

84.145 87.333 83.761 83.431 85.388 83.304 84.097 82.492 84.056 85.819 842 3.236 1.269 -624 -432 -219

1.615

1.663

419 1.241 1.050 Netto-effect op begrotingsresultaat 0,5% 1,5% 1,3% Relatieve afwijking Tabel 1 Financiële effecten meicirculaire t.o.v. kadernota 2027-2030

991 1,2%

1.231 1,4%

Oormerking/ stelposten

-423

-1.995

Hieronder wordt op hoofdlijnen ingegaan op de netto-effecten die de doorrekening van de meicirculaire heeft op de verwachte begrotingsresultaten. Onderwerp 2026 2027 2028 2029 2030 (Bedragen x € 1.000, -/- is nadelig) Bijstelling accres 358 524 377 212 265 Ontwikkeling uitkeringsbasis (landelijk en lokaal) 490 741 755 893 1.131 Btw-compensatiefonds -418 -217 -217 -217 -217 Overig -11 193 135 103 52 Netto-effect op begrotingsresultaat 419 1.241 1.050 991 1.231 Tabel 2 Specificatie netto-effecten op begrotingsresultaat 1.1 Bijstelling accres De omvang van het gemeentefonds dient mee te bewegen met verwachte volume- en prijsontwikkelingen. Dit vanuit de gedachte dat gemeenten gecompenseerd moeten worden voor een toenemend aantal inwoners, woningen, wegen etc. (volumeontwikkelingen) en hogere prijzen (prijsontwikkelingen). De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. Wanneer het totale gemeentefonds als een spreekwoordelijke taart wordt gezien, gaat het hierbij in feite om de vraag hoe groot de over gemeenten te verdelen taart moet zijn. Het gemeentefonds wordt geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De prijsontwikkeling wordt gebaseerd op de prijs bbp van het lopende jaar. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8 jaars (historisch) gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp.

Het accres is door het Rijk geactualiseerd op basis van de recentste cijfers van het Centraal Planbureau (maart 2026). De inflatie voor 2026 valt naar verwachting iets hoger uit dan in de miljoenennota in september werd voorzien. Dat leidt tot een hogere inflatievergoeding voor gemeenten. Dit vanuit de gedachte dat gemeenten ook geconfronteerd zullen gaan worden met hogere lasten. Aandachtspunt hierbij is dat de meicirculaire uitgaat van de CPBprognoses van 13 maart. Door de recente conflicten in het Midden-Oosten bestaat echter een reëel risico dat de inflatie hoger uitvalt dan in deze prognoses is aangenomen. Dit vraagstuk maakt onderdeel uit van de landelijke discussie waarbij het de vraag is in hoeverre gemeenten voldoende gecompenseerd worden om de stijgende kosten door inflatie, vergrijzing en bevolkingsgroei op te vangen. 1.2 Ontwikkeling uitkeringsbasis (landelijk en lokaal) Waar het bij het accres gaat om de benodigde omvang van het gemeentefonds (’hoe groot moet de spreekwoordelijke taart zijn?’), gaat het bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis om de vraag hoe deze wordt verdeeld over gemeenten. Het gemeentefonds wordt op basis van tientallen maatstaven over gemeenten verdeeld. Voorbeelden hiervan zijn het aantal inwoners, woonruimten, jongeren, huishoudens met een laag inkomen etc. Bij elke circulaire worden de aantallen van de verdeelmaatstaven geactualiseerd.

Niet alleen in de gemeente Moerdijk voor de eigen aantallen, maar ook bij het ministerie van BZK voor de landelijke aantallen. Dit zorgt altijd voor een effect op de hoogte van de algemene uitkering die wij als gemeente ontvangen. Nu in de meicirculaire leidt dit tot een hogere algemene uitkering voor onze gemeente. Hoewel dit absoluut gezien tot forse bijstellingen leidt, zijn deze bijstellingen (rekening houdend met de totale omvang van het gemeentefonds) met ca. 1% relatief beperkt.

1.3 Btw-compensatiefonds Gemeenten kunnen (een groot deel van) de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk (het zogenoemde Btw-compensatiefonds). Dit fonds kent echter een plafond. Als de gezamenlijke btw-declaraties van gemeenten onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Bij het opmaken van de definitieve afrekening 2025 blijkt de (landelijke) ruimte onder het plafond lager dan was ingeschat. Eerder was de verwachting dat gemeenten in 2025 € 428 miljoen minder zouden declareren dan er beschikbaar was. Nu blijkt dit uit te zijn gekomen op € 215 miljoen. Dit leidt tot een nadeel van € 213 miljoen. Voor de gemeente Moerdijk komt dit in 2026 neer op een nadeel van € 418.000. Gemeenten mogen in hun meerjarenbegroting voor de komende jaren uitgaan van 100% van de meest recente afrekening over 2025. Doordat de afrekening over 2025 lager uitvalt dan eerder ingeschat, dient ook de meerjarige inschatting neerwaarts te worden bijgesteld. Voor de gemeente Moerdijk betekent dit vanaf 2026 een nadeel van € 217.000. 1.4 Overig Tot slot leveren een aantal relatief kleinere mutaties een – per saldo – voordelig effect op de algemene uitkering. 2. Oormerking/ stelposten Voor een deel van de wijzigingen die nu door het Rijk in de meicirculaire zijn verwerkt stellen we voor stelposten aan te houden.

Voor deze wijzigingen geldt namelijk dat deze naar verwachting budgettair neutraal zullen verlopen voor de gemeente. De grootste voorbeelden hiervan zijn: Middelen klimaat- en milieubeleid Het Rijk heeft in 2027 middelen beschikbaar gesteld t.b.v. klimaat- en milieubeleid. Dit komt voort uit het regeerakkoord waarin is afgesproken dat gemeenten tot 2040 extra middelen ontvangen voor de capaciteitsinzet voor het klimaat- en milieubeleid. Voor de gemeente Moerdijk gaat het in 2027 om € 1,4 miljoen, wat in lijn ligt met het bedrag wat in 2026 door het Rijk beschikbaar is gesteld. Uitstel invoering vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo-voorzieningen Het Rijk heeft de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen (opnieuw) uitgesteld tot 1 januari 2028. Dit is voor gemeenten budgettair neutraal. De hogere uitkering uit het gemeentefonds in 2027 compenseert het wegvallen van de verwachte inkomsten uit eigen bijdragen. Korting op huishoudelijke hulp In het regeerakkoord heeft het kabinet aangekondigd dat huishoudelijke hulp vanaf 1 januari 2029 niet langer als maatwerkvoorziening onder de Wmo valt. Inwoners die deze hulp zelf kunnen betalen, zullen dit voortaan zelf moeten doen. Voor mensen die niet in staat zijn om de hulp zelf te regelen of te bekostigen, blijft een gemeentelijk vangnet bestaan.

Vanuit de verwachting dat gemeenten hierdoor jaarlijks minder uitgaven hebben, heeft het Rijk een uitname uit het gemeentefonds gedaan vanaf 2029. Ter aanvullende informatie is de brief ‘Aanvulling begrotingscirculaire 2027’ bijgevoegd die onlangs door de provincie naar de gemeenteraden is gestuurd.

Hierin geeft de provincie aan hoe zij naar diverse onderwerpen uit de meicirculaire 2026 en het door de VNG uitgebrachte begrotingsadvies 2027-2030 kijken. Met deze standpunten is rekening gehouden in de doorrekening van de meicirculaire zoals die in deze raadsinformatiebrief is geschetst. 3. Wat betekent dit voor de begroting 2027-2030? De raming van de uitkering gemeentefonds wordt in de begroting 2027-2030 – volgens een bestendige richtlijn – gebaseerd op de meicirculaire waarmee we voldoen aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Doordat de meicirculaire 2026 recent is uitgekomen, kon in de cijfers van de kadernota 2027-2030 nog geen rekening worden gehouden met de effecten hiervan. In het raadsvoorstel van de Kadernota 2027-2030 is onderstaande tabel opgenomen met de verwachte begrotingsresultaten: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)

2027

2028

2029

2030

Totaal begrotingsresultaat (kadernota + bestuursakkoord)

-4.828

-5.562

-2.613

-2.044

Waarvan incidenteel Waarvan structureel

-1.425 -3.402

-651 -4.911

-47 -2.566

783 -2.828

Wanneer we de effecten van de meicirculaire 2026 hierin verwerken, levert dit onderstaand beeld op: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel) Totaal begrotingsresultaat (incl. meicirculaire 2026)

2027 -3.587

2028 -4.512

2029 -1.622

2030 -813

Waarvan incidenteel Waarvan structureel

-1.425 -2.161

-651 -3.861

-47 -1.575

783 -1.597

De positieve effecten van de meicirculaire leiden tot een verbetering van het structurele begrotingsresultaat. Op basis van de kadernota 2027-2030 en de financiële doorrekening van het bestuursakkoord werd uitgegaan van een structureel tekort van € 3,4 miljoen in 2027. Na verwerking van de effecten van de meicirculaire komt dit tekort op basis van de huidige inzichten uit op € 2,2 miljoen. Dit betreft het meest actuele financiële beeld op basis van de nu beschikbare gegevens. In de komende periode wordt de begroting 2027-2030 verder uitgewerkt, wat logischerwijs nog kan leiden tot bijstellingen in zowel positieve als negatieve zin. Met de vaststelling van de kadernota op 9 juli 2026 stelt de gemeenteraad de kaders vast voor de verdere uitwerking van de begroting. Binnen deze kaders wordt de begroting in de komende periode verder uitgewerkt. Conform het in het raadsvoorstel geschetste vervolgtraject wordt daarbij toegewerkt naar een structureel sluitende begroting in 2027. Bijlage Brief ‘Aanvulling begrotingscirculaire 2027’ Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Moerdijk,

S. Elseman Gemeentesecretaris

A.J. Moerkerke Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=b4e19e6e-00e6-4072-a822-b2adf1c3af0a