notitie wegbeheer Moerdijk 2021-2025
Tekst van het document
Wegbeheer Moerdijk 2021-2025 Risico gestuurd op weg naar veilige verhardingen
Versie: Definitief Datum: 20 april 2021
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2
Inleiding .......................................................................................... 3 Doel ........................................................................................................................................ 3 Leeswijzer ............................................................................................................................. 4
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Beheerst beheren.............................................................................. 5 Wettelijk kader ..................................................................................................................... 5 Gemeentelijke kaders en uitgangspunten ..................................................................... 5 Beheerproces ........................................................................................................................ 5 Keuzemoment onderhoud ................................................................................................. 6
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Kwaliteit en areaal verhardingen ......................................................... 7 Technische kwaliteit versus beeldkwaliteit .................................................................... 7 Verloop kwaliteit verhardingen ......................................................................................... 8 Areaalgegevens .................................................................................................................... 8 Actuele kwaliteit .................................................................................................................. 9 Verloop kwaliteit 2013-2020 ........................................................................................... 10
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Plan van aanpak herstel kwaliteit ....................................................... 11 Functioneel wegbeheer en risico gestuurd onderhoud .............................................. 11 Risico gestuurd onderhoud .............................................................................................. 12 Scenario’s ............................................................................................................................ 12 Burgerparticipatie .............................................................................................................. 14
5 5.1 5.2 5.3
Aandachtspunten in het onderhoud .................................................... 15 Buitengebied ....................................................................................................................... 15 Toegankelijkheid openbare ruimte ................................................................................ 16 Klimaatadaptatie................................................................................................................ 16
6 6.1 6.2 6.3
Onderhoudsbudgetten ...................................................................... 18 Beschikbaar onderhoudsbudget ..................................................................................... 18 Benodigd onderhoudsbudget .......................................................................................... 19 Vervangingen ..................................................................................................................... 20
7 7.1 7.2
Conclusie en Advies.......................................................................... 21 Conclusie ............................................................................................................................. 21 Advies................................................................................................................................... 22
Bijlage 1 Wettelijk kader en Milieu .................................................................. 24 Bijlage 2 Stappen uit beheerproces ................................................................ 28 Bijlage 3 Jaarplan beheerproces ..................................................................... 30 Bijlage 4 Areaal gegevens .............................................................................. 31 Bijlage 5 Scenario’s ...................................................................................... 32 Bijlage 6 Kaart beheerkwaliteit per dorp /stad .................................................. 36 Bijlage 7 Risicoanalyse Pragma ...................................................................... 46 Bijlage 8 Schema risicoanalyse ....................................................................... 50
Pagina 2 van 53
1
Inleiding
De openbare ruimte is voor iedereen. In de openbare ruimte ontmoeten we elkaar, we organiseren evenementen, we lopen een klein rondje in de pauze of rennen een halve marathon. We gebruiken de weg om naar ons werk te rijden, voor transport, om op vakantie te gaan of familie te bezoeken. Kinderen groeien op in de openbare ruimte. Bij het gebruik van de openbare ruimte hoort een bepaalde inrichting en een passend kwaliteitsniveau. Ook bij een verminderde mobiliteit is het van belang om de openbare ruimte geschikt te maken en te behouden. Een veilige, prettige en comfortabele openbare ruimte maakt een inclusieve openbare ruimte. En dat is van groot belang voor alle inwoners, ondernemers en bezoekers. Helaas is de openbare ruimte in kwaliteit achteruitgegaan. Op 8 oktober 2020 is de gemeenteraad geïnformeerd over de huidige onderhoudstoestand van de kapitaalgoederen. De kwaliteit van de wegen is de afgelopen 10 jaar in die mate achteruitgegaan, dat deze niet langer voldoet aan de vastgestelde beeldkwaliteit. Erger nog, op veel plaatsen is er een achterstand in het onderhoud en een dusdanige lage kwaliteit ontstaan dat het onveilig kan worden voor het regulier gebruik. We hebben een onderhoudsachterstand die herstelt moet worden. Niet alleen omdat wij dat noodzakelijk vinden, maar ook omdat we daar wettelijk toe verplicht zijn.
De gemeente heeft 3.432.000 m² aan verhard areaal, 650.000 m² (20%) hiervan heeft een zeer slechte kwaliteit. Om deze verhardingen weer op een acceptabel kwaliteitsniveau te krijgen, dient er een aanpassing plaats te vinden in de wijze waarop het wegbeheer nu wordt uitgevoerd. De komende jaren moet dus een flinke inhaalslag in het onderhoud gemaakt worden om de verhardingen veilig te kunnen blijven gebruiken. Aan de hand van 4 scenario’s hebben wij verschillende mogelijkheden uitgewerkt. Aan de raad wordt geadviseerd om een voorkeursscenario vast te stellen, in deze notitie is dit voorkeursscenario (scenario 2) verder uitgewerkt. Belangrijk doel van dit scenario is het wegwerken achterstanden binnen een realistisch tijdpad, waarbij als eerste ingezet wordt op herstel van de meest risicovolle locaties. Jaarlijks monitoren we het verloop van de kwaliteit en houden wij u op de hoogte van de voortgang van de uitvoering. Na 4 jaar volgt een nieuw wegenplan, waarbij een doorkijk gemaakt wordt hoe we terug kunnen gaan naar de vastgestelde beeldkwaliteit. Concrete uitwerking van dit plan betreft de aanpak voor het inlopen van de onderhoudsachterstand voor de komende vier jaar (2021-2025).
In deze notitie zijn de kaders, de huidige stand van zaken van de omvang en de kwaliteit van het verhard areaal weergegeven en wordt inzicht gegeven in het benodigd onderhoud en de daarvoor benodigde middelen voor de periode 20212025. 1.1 Doel Het doel van deze notitie is tweeledig: enerzijds inzicht geven in de omvang van de onderhoudsachterstand en de daarbij behorende kosten. En anderzijds het maken van een keuze voor het herstel van de onderhoudsachterstand waarmee de kwaliteit van de verhardingen weer op een veilig en acceptabel niveau komen. Met deze notitie wordt ook invulling gegeven aan de eisen uit de BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). De BBV vraagt om inzicht in de beleidsdoelen en of er voldoende budget is om het ambitieniveau te kunnen Pagina 3 van 53
behalen. Bij een onderhoudsachterstand dient een plan op gesteld te worden hoe dit ingelopen wordt en een voorziening te worden ingericht om dit te bekostigen. 1.2 Leeswijzer Voorliggend document is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt het wegbeheer beschreven met het wettelijk kader, de randvoorwaarden en het proces van het beheer en onderhoud. In hoofdstuk 3 wordt de omvang en de kwaliteit van de verhardingen binnen de gemeente Moerdijk toegelicht, waarmee de onderhoudsachterstand inzichtelijk wordt. Het herstelplan met de scenario’s om de achterstand weg te werken is uitgewerkt in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 beschrijft de aandachtspunten welke er bij het beheer onderhoud naar boven komen. De benodigde en beschikbare budgetten worden in hoofdstuk 6 in beeld gebracht. Tenslotte volgt in hoofdstuk 7 de conclusie, het voorkeursscenario en het advies. De bijlagen geven verdiepende informatie van de verschillende onderwerpen uit de hoofdstukken.
Pagina 4 van 53
2
Beheerst beheren
Beheren is het duurzaam bruikbaar houden van een asset, ofwel; de zorg voor het langdurig in stand houden en aanpassen van de asset aan geleidelijk veranderende omstandigheden. Om goed wegbeheer te kunnen voeren is inzicht nodig in de omvang en kwaliteit van de verhardingen. Een onmisbaar hulpmiddel voor het onderhoud aan verhardingen is het wegenbeheersysteem, gebaseerd publicatie 147 Wegbeheer van CROW. Moerdijk maakt hiervoor gebruik van het beheersysteem van Sweco, genaamd Obsurv Onder beheerst beheren verstaan we het veilig, functioneel en duurzaam onderhouden. Beleidskeuzes hiervoor worden gemaakt op basis van een goede verhouding tussen prestatie (kwaliteitsambitie), kosten (benodigd onderhoudsbudget om het areaal op de gewenste kwaliteit te kunnen onderhouden) en de risico’s (kwaliteit in relatie met functie en gebruik). 2.1 Wettelijk kader De gemeente heeft een zorgplicht voor de openbare ruimte. Als beheerder van de openbare ruimte moet zij deze zodanig in stand houden dat er veilig en doelmatig gebruik van kan worden gemaakt. Er zijn minimale randvoorwaarden voor het beheer en onderhoud van wegen. De beheerder kan aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van een gebrek aan de weg. De gemeente dient daarom te beschikken over een preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie en regelmatige inspecties.
De wettelijke kaders die van toepassing zijn in bijlage 1 beschreven. 2.2 Gemeentelijke kaders en uitgangspunten Het beleidskader voor de beeldkwaliteit is vastgelegd in het ‘Beleidskader beeldkwaliteit, effect gestuurd beheer (2017). Hierin is per type omgeving (Entrees, woonwijken, centrumgebieden et cetera) een beeldkwaliteit vastgesteld. We toetsen aan de beeldkwaliteit door inspecties uit te voeren. Met de inspecties wordt de technische kwaliteit van de verhardingen bepaald. Onderhoudsmaatregelen worden bepaald aan de hand van deze inspectiegegevens. De technische kwaliteit is dus leidend voor het onderhoud, in hoofdstuk 3 wordt de kwaliteit verder uitgewerkt. 2.3 Beheerproces Het proces voor doelmatig en duurzaam beheer wordt weergegeven in de beheercirkel. Ambities, organisatiedoeleinden en budgetten worden vertaald in beleidsplannen. Deze kaders worden gebruikt voor het opstellen van beheer- en uitvoeringsplannen. Met het monitoren wordt getoetst of de gewenste ambitie gehaald wordt. Bij afwijkingen moet er bijgestuurd worden in prestatie of budgetten. In dit beleidsplan wegen worden er dus keuzes gemaakt voor een ambitieniveau (inlopen achterstand) en de daarvoor benodigde budgetten op basis van scenario’s. Het beheerproces wordt in bijlage 2 en 3 verder beschreven.
Pagina 5 van 53
2.4 Keuzemoment onderhoud Door onvoldoende budget, capaciteit of integrale planning kan het nodig zijn onderhoudsmaatregelen uit te stellen. Belangrijk daarbij is te beseffen dat uitstel kan leiden tot het toe moeten passen van een zwaardere onderhoudsmaatregel, en dus hogere kosten. Daarnaast wordt het risico op schade groter door de onvoorspelbaarheid van slechte winters met meerdere vorst/dooicycli. Op wegen waar sprake is van uitgesteld onderhoud zal dit van grote invloed zijn op de ontwikkeling van schades met als gevolg een hoger risico en kosten.
Pagina 6 van 53
3
Kwaliteit en areaal verhardingen
Het uit te voeren onderhoud en de daarmee samenhangende kosten worden voornamelijk bepaald door de huidige kwaliteit van de verhardingen. Zonder onderhoud zou de kwaliteit van de verhardingen in de tijd verslechteren. Bij de ene weg gaat dit sneller dan bij de andere. Periodiek (2-jaarlijks) wordt de kwaliteit van het wegennet daarom gecontroleerd aan de hand van een globale visuele weginspectie (volgens een landelijk vastgestelde richtlijn en inspectie protocol). Deze inspectie levert informatie op over de actuele technische kwaliteit van de weg. De recente weginspectie uit 2020 is gebruikt voor het bepalen van de actuele kwaliteit van onze verhardingen. De kwaliteitsambitie van Moerdijk die in 2017 is vastgesteld. Hierbij is gekozen om te differentiëren in kwaliteit op gebiedsniveau. In 2020 is de ambitie voor wegen in het centrum naar beneden bijgesteld naar standaard. Tabel 3.1 Beeldkwaliteit 2020
Beeldkwaliteit effect gestuurd beheer 2020 Centrum Woongebied Fietspaden Bedrijven
Verb.weg /lintbeb. Buitengebied
Wegen Groen Meubilair Openbare Verlichting Bruggen Schoon A Exclusief
B Standaard
C Minimaal
3.1 Technische kwaliteit versus beeldkwaliteit Door een koppeling te maken tussen de technische kwaliteit volgens de wegenbeheersystematiek (CROW 147) en de kwaliteitscatalogus (CROW 380) wordt de kwaliteit van de verhardingen op een eenduidige en objectieve manier inzichtelijk gemaakt. De relatie technische en beeldkwaliteit wordt duidelijk in onderstaande tabel. Tabel 3.2 technische versus beeldkwaliteit Beschrijving Waardering Publicatie 147 CROW Publicatie 380 CROW Wegbeheer Kwaliteitscatalogus Er is geen schade
A+ (zeer goed)
Er is enige schade
A (goed)
De waarschuwingsgrens is overschreden
B (matig)
De richtlijn is overschreden
C (slecht)
Achterstallig onderhoud (de richtlijn is met meer dan 1 klasse overschreden)
D (zeer slecht)
Beschrijving Publicatie 380 CROW Kwaliteitscatalogus
Waardering kwaliteitsambitie Moerdijk
De komende 5 jaar is geen onderhoud noodzakelijk De komende 5 -10 jaar is waarschijnlijk onderhoud noodzakelijk Binnen 3 tot 5 jaar dient onderhoud uitgevoerd te worden Binnen 2 jaar dient onderhoud te worden uitgevoerd Er is direct onderhoud noodzakelijk
A+ (zeer exclusief) A (exclusief) B (standaard) C (minimaal) D (zeer minimaal)
Pagina 7 van 53
3.2 Verloop kwaliteit verhardingen Door dagelijks gebruik neemt de technische kwaliteit van de wegverhardingen langzaam maar zeker af. De afname van deze technische kwaliteit is echter geen lineaire lijn over de kwaliteitsniveaus A+ tot en met D. Normaliter zit een verharding relatief lang (15-20 jaar) op het kwaliteitsniveau A+ en A. Als een verharding van kwaliteit A naar B zakt, is deze binnen 5 jaar aan groot onderhoud toe. Ligt de technische kwaliteit in de categorie C, dan is er binnen 2 jaar groot onderhoud nodig. Door de uitvoering van groot onderhoud stijgt het kwaliteitsniveau minimaal weer naar niveau A.
Figuur 3.1 Grafiek onderhoudscyclus en verloop kwaliteit
3.3 Areaalgegevens De gemeente Moerdijk heeft in totaal 3.484.586 m2 verhardingen in beheer. Hiervan is 1.643.198 m2 asfaltverharding en 1.775.902 m2 elementenverhardingen. Daarnaast is er ook 15.006 m2 betonverharding en 50.480 m2 halfverharding aanwezig. De kapitaalwaarde van alle wegen bedraagt ongeveer € 193.500.000. Half- of onverhard 50.480 Asfalt 1.643.198
Elementen 1.775.902
Beton 15.006 Figuur 3.1: Verdeling van het huidige areaal per verhardingstype in m2.
Een uitgebreider overzicht van de areaalgegevens is opgenomen in bijlage 4.
Pagina 8 van 53
3.4 Actuele kwaliteit De kwaliteit van de verhardingen van Moerdijk zijn bepaald aan de hand van de weginspectie van 2020 en het behulp van het beheersysteem Obsurv uitgewerkt. Om te toetsen of de kwaliteit aan het gestelde ambitieniveau voldoet, is door CROW de 90%-regel bepaald. Hierbij wordt gesteld dat de beeldkwaliteitsscore van alle verhardingen gelijk is aan het kwaliteitsniveau dat bij minimaal 90% van het areaal wordt gehaald.
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Asfalt
Elementen A+
A
B
C
Eindtotaal D
Grafiek 3.2 Kwaliteit verhardingen
Uit grafiek 3.2 is te zien dat de kwaliteit van de gemeente Moerdijk Zeer slecht is en niveau D heeft. Er is een onderhoudsachterstand op 20% van het verhard areaal, komt overeen met ca. 650.000 m2. Voor halfverhardingen geldt dat er geen kwaliteitsscore te bepalen is op basis van de CROW-systematiek. In de begroting worden wel middelen opgenomen voor het onderhoud aan halfverhardingen. Deze middelen zijn bepaald door het gemiddeld genomen bedrag wat afgelopen jaren besteed is aan onderhoud van halfverhardingen en bermen. In bijlage 6 zijn per woonkern en van het buitengebied kaarten opgenomen, met daarop aangegeven de kwaliteiten van de verhardingen. Een uitsplitsing van de kwaliteit is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 3.3 kwaliteit verhardingen
Kwaliteitsbeoordeling Slecht D Matig C Voldoende B Goed A Zeer goed A+
Asfalt 17% 11% 16% 39% 17%
Beton 6% 1% 40% 34% 18%
Elementen 22% 2% 7% 40% 29%
Het algemeen kwaliteitsniveau van de verhardingen is met meer dan 20% op D niveau ZEER SLECHT. Pagina 9 van 53
3.5 Verloop kwaliteit 2013-2020 De kwaliteit is de afgelopen jaren behoorlijk afgenomen. Van 2006 tot 2010 heeft met behulp van een financiële impuls een inhaalslag plaatsgevonden in het wegenonderhoud. Na 2011 is er op het onderhoudsbudget 10% bezuinigd en is het vervangingsbudget gehalveerd. Vanuit de voorziening wegen zijn vervangingen betaald, welke feitelijk via een krediet bekostigd moesten worden. Dit is ten koste gegaan van het groot onderhoud, met kapitaalvernietiging tot gevolg. In 2019 zijn de vervangingskredieten opgehoogd, maar is de voorziening wegen met eenzelfde bedrag omlaag gebracht tot het huidige budget van €1.100.000. Met de huidige inzichten weten we dat de voorziening wegen in zijn geheel aangewend had moeten worden voor het groot onderhoud van wegen en dat er voor de vervangingen een aanvullend krediet aangevraagd had moeten worden. Bij een verouderd areaal loopt de kwaliteit van de verhardingen sneller terug dan bij nieuw aangelegde verhardingen. De afgelopen jaren heeft veel minder groot onderhoud plaats kunnen vinden dan noodzakelijk. Dit is te zien in het teruglopen van de kwaliteit van de verharding.
Grafiek 3.4 Verloop kwaliteit 2013-2020
Pagina 10 van 53
4
Plan van aanpak herstel kwaliteit
De huidige kwaliteit vraagt om een flinke inhaalslag in het onderhoud. Dit heeft naast financiële gevolgen ook effect op de bereikbaarheid en zal voor de nodige overlast zorgen. Dit vraagt dus om een voortvarende aanpak met een gedegen communicatie. Voor de uitvoering wordt met name gekeken naar veiligheid voor de kwetsbare doelgroepen en bereikbaarheid. Het eerste jaar zal gericht zijn op het zo snel mogelijk uitvoeren van locatie gericht onderhoud, waarmee de veiligheid wordt vergroot en kapitaalvernietiging wordt geminimaliseerd. Hiermee wordt ook tijd gecreëerd om het groot onderhoud integraal af te stemmen, de burgers erbij te betrekken en goed voor te bereiden. Met de werkwijze van functioneel beheer en een risico gestuurd onderhoud wordt Beheerst Beheert. 4.1 Functioneel wegbeheer en risico gestuurd onderhoud Om meer grip te krijgen op het beheer en onderhoud van de verhardingen gaan we het onderhoud oppakken met functioneel beheer en risico gestuurd onderhoud. Functioneel beheer houdt in dat er, voor het bepalen van de benodigde onderhoudsbudgetten en kwaliteit, gekeken wordt naar de functie en het gebruik van de verharding. Op basis van deze prioritering wordt er, binnen de gestelde kaders, (benodigde kwaliteit en aanvaardbare risico’s), een passende onderhoudsmaatregel bepaald.
Dit wil zeggen dat een weg die weinig gebruikt wordt (lagere orde wegen), meer schade mag bevatten (lagere kwaliteit mag hebben) dan een hoofdweg of een fietspad of voetpad. In verband met de omvang van achterstand wordt er nu niet gekeken naar het te behalen kwaliteitsniveau maar naar het verhelpen van de meest onveilige locaties op basis van functie en gebruik. Het risico gestuurd onderhoud wordt toegepast voor het prioriteren van de onderhoudsplanning, aan de hand van de wegtypes (functie en gebruik), de schadebeelden uit de weginspectie en de waardering van de beleidskaders (veiligheid, duurzaamheid, comfort en aanzien). Hiervoor is een risicoanalyse uitgevoerd op basis van verschillende parameters zoals organisatiewaarden, wegtypen en schadecijfers.
• Prestatie • Functie • Gebruik
• Budget • Risico's
Functioneel beheer
Onderhouds strategie • Wegtype • Onderhouds maatregel • Jaar van aanleg
• Weginspectie • Maatregeltoets • Risicoanalyse • Veiligheid • Duurzaamheid • Comfort • Aanzien
Uitvoering Onderhoud • Planjaar • Maatregel • Kosten
Risicogestuurd onderhoud
Afbeelding 4.1 Proces functioneel beheer en risico gestuurd onderhoud
Pagina 11 van 53
4.2 Risico gestuurd onderhoud Na het uitvoeren van de weginspecties wordt er met behulp van het wegbeheersysteem een wegenplanning opgesteld op basis van de technische kwaliteit (schadebeelden). Op deze planning staan meer wegen dan in het eerste jaar binnen het beschikbare budget opgepakt kunnen worden. Voor het prioriteren van deze wegenplanning en inlopen van de achterstand is gezocht naar een objectieve wijze waarbij niet alleen naar de technisch kwaliteit wordt gekeken, maar waarin ook de organisatiewaarden en beleidsthema’s Veiligheid, Bereikbaarheid, Duurzaamheid, Leefbaarheid en Beleving worden meegewogen.
Met duurzaamheid wordt bij de risicoanalyse de duurzaamheid ten aanzien van levensduur van de verhardingen bedoeld. Tijdig en juist onderhoud geeft een langere levensduur en dus een hogere score op duurzaamheid. Hiervoor is de risicoanalyse van Pragma gebruikt. Met de risicoanalyse wordt een methodiek gebruikt waarbij het onderhoudsbudget wordt ingezet op locaties met de hoogste risico’s en niet altijd op locaties met de meeste schade. De risico’s worden objectief berekend op basis van de individuele schadebeelden uit de inspectieresultaten, de wegtypen en de relatie van het effect van een schade op de organisatiewaarden. Binnen de methodiek zijn parameters ingevoerd met waarden die specifiek voor de gemeente Moerdijk van toepassing zijn (zie onderstaand overzicht en bijlage 7 en 8). 4.3 Scenario’s Uit de resultaten van weginspecties blijkt dat er een grote inhaalslag nodig is om de achterstand weg te werken. Bij asfaltwegen is de kwaliteit iets beter dan die van de elementen. Van de asfaltverhardingen bevat 17% een onderhoudsachterstand en dit kan, bij met name bij een ouder wordend areaal, leiden tot kapitaalvernietiging. Bij elementenverharding is de kwaliteit lager met 22% achterstand. Voor het uitvoeren van het onderhoud wordt gekeken naar een functionele benadering, waarbij gezocht wordt naar een evenwicht tussen prestatie (kwaliteit), functie en gebruik.
Welke functie heeft een weg, waarvoor wordt deze gebruikt en welke kwaliteit mag de gebruiker verwachten van deze weg (fietspad of voetpad). Hierbij worden afwegingen gemaakt op basis van veiligheid, aanzien/comfort en duurzaamheid. Pagina 12 van 53
Voor het veilig houden van de verhardingen en het inlopen van de onderhoudsachterstand hebben we Op basis van een kwalitatieve en functionele benadering 4 scenario’s uitgewerkt; 1. Continueren van de huidige beleidsambitie 2. Gefaseerd inlopen van de onderhoudsachterstand 3. Aanpak van de achterstand op basis van budget uit de kadernota 4. Bijsturen met de huidige budgetten (2020) Tabel 4.1
Onderhoudsscenario’s
Kwaliteit Veiligheid Aanzien/comfort Duurzaamheid Risico Benodigd onderhoudsbudget Kosten vervanging
Scenario 1 B C
Scenario 2 C B
Scenario 3 C D
Scenario 4 C D
€ 3.700.000 € 1.600.000
€ 3.100.000 € 1.600.000
€ 1.950.000 € 1.600.000
€ 1.100.000 € 1.600.000
Scenario 1 Er wordt toegewerkt naar het huidige ambitieniveau. Het onderhoud vindt plaats op basis van de vastgestelde beleidsambities. Dit is ruim hoger dan de huidige kwaliteit van de verhardingen. Om aan dit gewenste kwaliteitsniveau te kunnen voldoen is een grote inhaalslag in het onderhoud en vervangingen noodzakelijk. Scenario 2 De onderhoudsachterstand wordt gefaseerd ingelopen Met behulp van functioneel beheer en risico gestuurd onderhoud wordt de onderhoudsachterstand gefaseerd ingelopen. Door het inzichtelijk maken van de risicovolle schades wordt de veiligheid geborgd en kapitaalvernietiging voorkomen. Het klein onderhoud zal zeker de eerste jaren toenemen omdat de omvang van de achterstand te groot is om deze snel in te lopen. Scenario 3 is gebaseerd op het budget uit de kaderstelling. Met behulp van functioneel beheer en risico gestuurd onderhoud wordt het benodigd onderhoud uitgevoerd. De onderhoudsachterstand zal op de risicovolle onderdelen (fietspaden en voetpaden) gefaseerd ingelopen worden maar op andere onderdelen verder oplopen. Kwaliteit D zal aanwezig blijven op met name rijbanen en zal op basis van risico-inschatting moeten worden geaccepteerd.
Scenario 4 is gebaseerd bijsturen met de huidige budgetten Met behulp van functioneel beheer en risico gestuurd onderhoud en het bijstellen van de kwaliteitsambities wordt het hoognodig onderhoud uitgevoerd waarbij de onderhoudsachterstand niet ingelopen wordt maar juist zal gaan toenemen. Het onderhoud zal bestaan uit het reactief handelen op de gevaarlijkste schades en het voorkomen van onveilige situaties. Scenario’s 3 en 4 zijn niet haalbaar om de achterstand weg te werken en binnen een redelijk termijn te voldoen aan de eisen uit de BBV. Scenario’s 1 en 2 vragen een forse aanvulling van het huidige onderhoudsbudget, maar deze scenario’s hebben dan ook een behoorlijke invloed op de beleving en tevredenheid van onze burgers. Scenario 1 is gezien de omvang van de achterstand en benodigd budget niet haalbaar. Wij adviseren om te kiezen voor scenario 2. De financiële gevolgen van scenario 2 is uitgewerkt in hoofdstuk 6.
Pagina 13 van 53
4.4 Burgerparticipatie Zoals al eerder aangegeven vraagt dit herstelplan om een gedegen communicatie traject. De wijze van communiceren is mede afhankelijk van de impact van de werkzaamheden op de omgeving en het gebruik van de huidige inrichting. Bij elk onderhoudstype hoort een eigen wijze van communiceren en betrokkenheid van bewoners. Tabel 4.2 Overzicht onderhoud en communicatie Onderhoudstype Werkzaamheden Service onderhoud Meldingen en klachtafhandeling Regulier Plaatselijk herstel (>50m²) onderhoud (raambestekken asfalt en elementen). Monodisciplinair opgepakt Groot onderhoud Vervangen deklaag en herstraten delen rijbanen en voetpaden. Zo mogelijk integrale aanpak. Vervangingen
Vervanging 1 discipline Bestaande situatie vervangen
Vernieuwing
Integrale vervanging, reconstructie en herinrichting openbare ruimte
Communicatie Zo nodig informeren Informeren Berichtgeving over wat en wanneer
Wijze communicatie Krant, website Informatiebrief, krant, website, bebording
Raadplegen Verzamelen van reacties bewoners over kleine aanpassingen Raadplegen en bij aanpassingen leidt dit tot vernieuwing Actief betrekken bewoners
Brief met reactie mogelijkheid,
Brief met reactie mogelijkheid Brief (informeren) en informatie ophalen (locatiebezoek)
Het eerste twee jaar richten we ons met name op het locatie gericht onderhoud. Dit heeft minimale gevolgen voor de inrichting van een straat waardoor de communicatie met name informatief zal zijn via brieven en berichten in de krant en op de website. Het groot onderhoud zal met name plaatsvinden vanaf planjaar 2. Deze projecten worden integraal gepland en afgestemd. Het communicatie en participatietraject ook tijdig opgepakt kan worden. Dit zal gebeuren met een omgevingsmanager die de verschillende projecten behartigd en de afstemming met de gebiedsregisseurs, burgers en belanghebbende bewaakt en coördineert. De gevolgen van het communicatietraject voor de kosten en doorlooptijd verschilt sterk per project. Bij integrale vervanging en herinrichtingsprojecten dient rekening gehouden te worden dat de voorbereidingskosten hoger zijn dan 15% van de projectkosten en dat door de gewenste aanpassingen de projectkosten zullen stijgen. Het participatie traject in het algemeen en voor (integrale) werkzaamheden in de openbare ruimte zal nog verder uitgewerkt moeten worden.
Pagina 14 van 53
5
Aandachtspunten in het onderhoud
Bij het uitvoeren van de wettelijke taak als wegbeheerder komen in de dagelijkse praktijk een aantal aandachtspunten naar voren die verder gaan dan alleen het beheer en onderhoud van de verhardingen. Deze aandachtspunten hebben direct invloed op de wijze van het uitvoeren van het onderhoud, de onderhoudsmaatregelen en de daarvoor beschikbare middelen. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste aandachtspunten opgenomen die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit en de onderhoudskosten van de verhardingen. 5.1 Buitengebied Een groot deel van het areaal in de gemeente Moerdijk ligt in het buitengebied. Voor de wegen wordt het beheer en onderhoud op een andere wijze benaderd dan voor de wegen binnen de bebouwde kom. Uitgangspunt is om het buitengebied sober en doelmatig te onderhouden, dusdanig dat de veiligheid blijft gegarandeerd. Een belangrijk aandachtspunt in het buitengebied zijn de bermen. De bermen langs de (hoofd)landbouwroutes hebben veel te lijden onder het vele uitwijken in de berm. Over het algemeen zijn de polderwegen niet breed genoeg voor bijvoorbeeld een landbouwvoertuig en een auto. Daar waar deze voertuigen elkaar vaak tegenkomen, op met name de hoofd landbouwroutes, zien we dat de bermen kapot gereden worden.
Wanneer er water in de berm blijft staan direct naast het asfalt (in gaten of omdat de achterliggende berm te hoog ligt) heeft dit een zeer negatieve invloed op de kwaliteit en de levensduur van het asfalt. Hier zien we vaak randschade aan het asfalt die nadelig zijn voor de levensduur van de weg en de veiligheid van fietsers. De bermen hebben zowel een verkeersfunctie (wanneer verkeer bij uitwijken voor tegenliggers door de berm rijdt) als een ecologische functie. Indien de bermen zijn uitgevoerd in halfverharding of in verharding, maken zij onderdeel uit van de wegconstructie. De bermen worden nu locatie gericht aangepakt. Voor de uitvoering is gemiddeld € 150.000 per jaar nodig en wordt uit het beschikbaar onderhoudsbudget wegen gefinancierd. Dit gaat ten kosten van het klein onderhoud aan verhardingen, hierdoor is een aavulling van het Klein onderhoudsbudget noodzakelijk.
Pagina 15 van 53
5.2 Toegankelijkheid openbare ruimte Een toegankelijke openbare ruimte is een openbare ruimte die door iedereen te bereiken en te gebruiken is. Deze toegankelijkheid zorgt dat de voorzieningen die in en aan de openbare ruimte liggen bereikt en gebruikt kunnen worden. Zonder deze toegankelijkheid is er geen sprake van een optimaal functionerende openbare ruimte. Uit oogpunt van veiligheid hebben de meest kwetsbare verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers) de hoogste prioriteit. Dit betekent dat de fiets- en voetpaden veilig moeten worden gehouden. Het onderhoud van fietspaden wordt vooral gericht op de gebruiker, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen recreatieve fietspaden en utilitaire fietspaden. In beide gevallen nodigt een hogere kwaliteit uit tot meer gebruik van deze paden. Bij het onderhoud van voetpaden wordt ook onderscheid gemaakt in de kwaliteit op basis van gebruik. Denk hierbij bijvoorbeeld aan voetpaden rondom seniorencomplexen en de looproutes in en naar de centra. Ook hier wordt risicogestuurd onderhoud toegepast. Een groot probleem bij voet- en fietspaden is schade door boomwortelopdruk. Vooral door de droogte en doordat bomen dicht langs de verharding staan, ontstaat meer overlast.
Met name het voorkomen van deze schade vraagt om een integrale aanpak: De boom moet op de juiste plaats worden geplant, en er dienen goede ondergrondse voorzieningen aanwezig te zijn. Bij onderhoud en herinrichting wordt hier nadrukkelijk rekening gehouden. 5.3 Klimaatadaptatie Het klimaat verandert en dat merken we ook in Moerdijk. Het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. En het gaat sneller dan we denken. 'De bui van 2050 valt nu al'. En ook de droge zomers van 2018 en 2019 drukken ons met de neus op de feiten. We moeten iets doen. De uitdaging de komende decennia is om klimaatproof te worden en te zorgen dat de maatschappelijke effecten van klimaatverandering op ten minste een acceptabel niveau beheersbaar zijn. Klimaatadaptatie zal een vast onderdeel van ons integrale beleidsdenken en van onze uitvoeringsinstrumenten op het sociale, fysieke en economische domein moeten worden. De visie op klimaatadaptatie van Moerdijk is: In 2050 is de gemeente Moerdijk klimaatbestendig en water robuust ingericht. We benutten verandering ten behoeve van het klimaat om Moerdijk mooier, welvarender en veiliger te maken. Moerdijk is aantrekkelijk en gezond, en klimaat heeft er zijn plek. Samen minimaliseren we de gevolgen en iedereen neemt zijn of haar verantwoordelijkheid en draagt bij.
Pagina 16 van 53
Deze visie wordt uitgewerkt aan de hand van 3 verschillende strategische lijnen: ▪ Gezond leef-, werk- en leerklimaat: o Beschermen tegen de negatieven effecten van klimaatverandering en bevorderen en nemen initiatief bij de doorontwikkeling naar een gezond leef-, werk- en leerklimaat. ▪ Klimaat en het productielandschap 2.0: o Faciliteren en promoten een transitie naar een nieuwe toekomstgericht en -bestendig manier van produceren zonder negatieve invloed op de omgeving. ▪ Samen met de natuur: o Herstellen het evenwicht met de natuurwaarden en creëren ruimte voor natuur en biodiversiteit op elke schaal. De effecten van de klimaatvisie op het onderhoud aan wegverhardingen zal met name zichtbaar worden bij vervangingen en vernieuwing. Bij (groot) onderhoud wordt gekeken naar kansen voor oppervlakkige afvoer van hemelwater en het verminderen van verhard oppervlak. Voor het toekomstig vervangingsprogramma wordt op basis van de klimaatstrategie gewerkt aan klimaat-adaptieve profielen en beheerprogramma’s welke integraal onderdeel worden van bijvoorbeeld het Handboek inrichting openbare ruimte.
Pagina 17 van 53
6
Onderhoudsbudgetten
De begroting dient vormgegeven te worden volgens de eisen van het BBV, waarbij inzichtelijk gemaakt dient te worden welk budget beschikbaar is voor dagelijks en regulier onderhoud (exploitatie) en welk budget gereserveerd is voor vervangingen (investering). De afgelopen jaren is het onderhoudsbudget te gering geweest om al het benodigd onderhoud (tijdig) uit te kunnen voeren, de kwaliteit is hierdoor achteruitgegaan. Er is een onderhoudsachterstand van 20% ontstaan. Om de onderhoudsachterstand in te lopen is een bedrag van minimaal € 10.600.000 nodig. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de benodigde budgetten voor het onderhoud en vervanging van verhardingen. Er wordt gekeken naar de beschikbare budgetten uit de begroting 2020, het benodigd budget op basis van de beoordeelde kwaliteit en de benodigde budgetten voor de verschillende scenario’s. Het tijdig uitvoeren van onderhoud voorkomt grotere schade en daarmee zwaardere en duurdere onderhoudsmaatregelen. Tijdig onderhoud voorkomt het oplopen van de onderhoudsachterstand, voorkomt risico’s aansprakelijkheid en hoge onvoorziene uitgave. Afbeelding 6-1 Keuzemoment van onderhoud in relatie tot de tijd
6.1 Beschikbaar onderhoudsbudget Het uit te voeren onderhoud is verdeeld in 3 soorten budgetten nl service en klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingen. Het klein en groot onderhoud is opgenomen in de begroting (exploitatie), de vervangingen worden gefinancierd met kredieten (investeringen) en gekapitaliseerd (volgens eisen BBV). De verdeling van de beschikbare budgetten is in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 6 1
Beschikbare budgetten
Beschrijving
Financiering
Klachten en meldingen
Exploitatie
€
286.000
Klein onderhoud
Exploitatie
€
281.000
Voorziening
€
1.130.000
Markeringen
Exploitatie
€
37.500
Totaal
Onderhoudsbudget
€
1.734.500
Vervangingen (gemiddeld per jaar)
Krediet (gemiddelde periode 2022-2025)
€
1.584.500
Asfalt en elementen
€ 110.000
Straatmeubilair
€
Bermen en halfverharding Groot onderhoud
budget
25.000
€ 150.000
Overige werkzaamheden
Pagina 18 van 53
6.2 Benodigd onderhoudsbudget Met het uitvoeren van de weginspectie is inzicht verkregen in de kwaliteit van de verhardingen. De benodigde budgetten voor het onderhoud van de verhardingen gegeven voor de periode 2021-2025, zijn samengesteld vanuit het beheersysteem aan de hand van de resultaten uit de weginspectie. Het benodigd budget voor klein onderhoud wordt bepaald aan de hand van het gemiddeld benodigd onderhoudsbudget. Volgens de richtlijnen (CROW-publicatie 147) dient dit minimaal 10% van het onderhoudsbudget te zijn. Het definitieve percentage is mede afhankelijk van de staat en ouderdom van het areaal. Als er minder budget is om het groot onderhoud uit te voeren zullen de klachten en meldingen toenemen en zal, om de verhardingen veilig te houden, ook meer klein onderhoud uitgevoerd moeten worden. De wegvakonderdelen waarbij de richtlijn is bereikt (kwaliteit B) dan wel is overschreden (kwaliteit C en D), komen op korte termijn voor onderhoud in aanmerking. Globaal is te zeggen dat alle verhardingen die kwaliteit D (zeer slecht) heeft, een onderhoudsachterstand bevat en binnen 1 jaar moet worden opgepakt. De onderhoudsachterstand bedraagt € 10.600.000 en daarnaast is, om te voorkomen dat de verhardingen met C kwaliteit onderuitzakken naar D kwaliteit, € 3.400.000 in planjaar 2 nodig.
Bij te lage budgetten voor het groot onderhoud zal het klein onderhoud toenemen maar ook de achterstand verder oplopen waarbij het risico op kapitaalvernietiging bij asfaltverhardingen toeneemt. Kapitaalvernietiging treedt op wanneer er, door het te laat uitvoeren van het benodigd onderhoud er een zwaardere en dus duurdere onderhoudsmaatregel genomen moet worden. Dus wanneer een scheur niet tijdig gevuld wordt, ontstaat er een gat en moet er een deel van het asfalt vervangen worden. Het huidige budget is niet toereikend om de achterstand in te lopen. Het is ook niet realistisch om de gehele achterstand en de verhardingen met kwaliteit D en C (samen € 14.100.000) in 1 of 2 jaar weg te werken. De onderhoudsachterstand zal bij een te gering budget niet worden ingelopen maar juist gaan toenemen. Alle bedragen zijn exclusief de kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) van ca 15% en BTW. Bij niet tijdig uitvoeren van onderhoud loopt de achterstand In 10 jaar op naar € 47,5 miljoen Om de onderhoudsachterstand in te lopen zijn 4 scenario’s opgesteld die inzicht geven in het prestatieniveau, benodigde budgetten en de risico’s. De scenario’s zijn uitgewerkt in hoofdstuk 4. De benodigde budgetten voor de verschillende scenario’s zijn in onderstaande tabel uitgewerkt. Tabel 6-2
Benodigde budgetten per scenario Scenario 1 Scenario 2
Scenario 4
Klachten en meldingen
€
200.000
Klein onderhoud
€
350.000
Groot onderhoud
€
3.700.000
Achterstand* Vervangingen
€ 15.000.000 € 1.600.000
€ 10.600.000 € 1.600.000
€ 10.600.000 € 1.600.000
€ 10.600.000 € 1.600.000
Achterstand na 5 jaar
€
€
€ 10.500.000
€ 20.500.000
5.000.000
€
Scenario 3
€ €
285.000
€
350.000
€
400.000
355.000
€
450.000
€
500.000
3.100.000
€
1.950.000
€
1.100.000
3.500.000
*De onderhoudsachterstand bij scenario 1 is hoger omdat het gewenste kwaliteitsniveau hoger ligt dan bij de andere scenario’s
Pagina 19 van 53
6.3 Vervangingen Wegen worden aangelegd en dienen na verloop van tijd ook weer geheel vervangen te worden. Afhankelijk van het gebruik (wegtype), verhardingssoort en ondergrond is de levensduur korter of langer. Een woonstraat op klei/veen heeft een berekende levensduur van gemiddeld 40 jaar en een hoofdweg van gemiddeld 30 jaar. In de praktijk houden we de wegen zo lang mogelijk in stand met klein en groot onderhoud tot dit niet meer kosteneffectief is. Woonstraten van asfalt worden bij rehabilitatie vervangen voor elementverhardingen. De levensduur van de trottoirs zijn gekoppeld aan de levensduur rijbaan. In onderstaande grafiek zijn de geplande vervangingen, op basis van wegtype en aanlegjaar weergegeven. De gemiddelde vervangingskosten voor de komende 5 jaar komen op ca € 1.600.000 per jaar. In deze kosten zijn de VAT kosten van 15% niet opgenomen.
Verloop kosten € 16.000.000 € 14.000.000 € 12.000.000 € 10.000.000 € 8.000.000 € 6.000.000 € 4.000.000 € 2.000.000 €0
Kosten Grafiek 6.3
Geplande vervangingen (in € per 5 jaar)
Bij bovenstaande grafiek wordt ervan uitgegaan dat de wegen licht belaste wegen in het buitengebied niet vervangen worden maar met eeuwigdurend onderhoud onderhouden worden. Eeuwigdurend onderhoud bestaat uit het weghalen van de schade plekken (bakfrezen) en het aanbrengen van een nieuwe deklaag en indien noodzakelijk een extra tussenlaag (versterkingslaag) en wapening.
Pagina 20 van 53
7
Conclusie en Advies
7.1 Conclusie De gemeente Moerdijk heeft ruim 3.400.000 miljoen m² verhardingen in haar beheer. Het areaal bestaat voor ca 49% uit asfalt, 50% uit elementenverhardingen en 1% uit betonverhardingen. De kwaliteit van de verhardingen is afgelopen jaren achteruitgegaan, 20% (650.000 m²) van de verhardingen bevat kwaliteitsniveau D (zeer slecht). De verhardingen met kwaliteit D hebben een onderhoudsachterstand en moeten eigenlijk binnen 1 tot 2 jaar aangepakt worden. Gezien de omvang is dit niet mogelijk en zal dit gefaseerd ingelopen worden. Locaties met het grootste risico worden als eerste aangepakt op basis van de risicoanalyse. Door de gefaseerde aanpak (scenario 2) zal de omvang van de achterstand maar mondjesmaat afnemen en bij scenario 3 en 4 zelfs gaan toenemen. Tijdig onderhoud zorgt ervoor dat de veiligheid gewaarborgd kan blijven en op de lange termijn is dit goedkoper met minder risico’s. Volgens de regels van de BBV (financiële verantwoording waarop de provincie de begroting toetst) dienen de volgende onderdelen inzichtelijk en navolgbaar te zijn: • Het beleidskader moet aangegeven worden; • Het beheerbeleid moet hierop aansluiten; • De financiële consequenties van deze kaders moeten in een begroting worden vertaald. De begroting dient aan te sluiten bij het gewenste kwaliteitsniveau.
Met de huidige middelen kan niet voldaan worden aan het gewenste kwaliteitsniveau en is zelfs een onderhoudsachterstand ontstaan. Voor de financiering van de achterstand dient een aparte voorziening ingericht te worden, welke onderbouwd is met een meerjarenplanning. Om de onderhoudsachterstand in te lopen en het onderhoudsbudget weer op benodigd niveau te krijgen zijn 4 scenario’s opgesteld. Tabel 7.1 Scenario’s kwaliteit, budget en risico’s Scenario 1 Kwaliteit
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
C
C
B
C
C
B
D
D
€
375.000
€
465.000
€
625.000
€
725.000
€
175.000
€
175.000
€
175.000
€
175.000
Veiligheid Aanzien/comfort Duurzaamheid Risico Klachten/meldingen en klein onderhoud Bermen en wegmeubilair Benodigd onderhoudsbudget
€ 3.700.000
€ 3.100.000
€ 1.950.000
€ 1.100.000
Kosten vervanging
€ 1.600.000
€ 1.600.000
€ 1.600.000
€ 1.600.000
Pagina 21 van 53
7.2 Advies Wij stellen voor om te kiezen voor scenario 2 Scenario 2: Gefaseerd inlopen van de onderhoudsachterstand Beschrijving: Met behulp van functioneel beheer en risico gestuurd onderhoud en het gericht bijstellen van de kwaliteitsambities wordt de onderhoudsachterstand gefaseerd ingelopen. Door het inzichtelijk maken van de risicovolle schades wordt de veiligheid geborgd en kapitaalvernietiging voorkomen. Het klein onderhoud zal zeker de eerste jaren toenemen omdat de omvang van de achterstand te groot is om deze snel in te lopen. Prestatie /kwaliteitsniveau => 85% slecht en 15% matig Veiligheid => Matig tot Voldoende Aanzien en Comfort => Matig Duurzaamheid => Matig Risico => Normaal Kosten => Onderhoud € 3.100.000 en vervanging € 1.600.000 Het huidige onderhoudsbudget is € 1.133.000, benodigd budget is € 3.100.000. Voor het inlopen van de onderhoudsachterstand is € 10.600.000 extra nodig. Het vervangingsbudget van gemiddeld € 1.600.000 per jaar, blijft voor de komende periode gelijk. Voor het klein onderhoud is een budget benodigd van € 465.000 voor klein onderhoud en klachten en € 175.000 voor bermen en wegmeubilair. Op het huidige budget van klein onderhoud is een aanvulling van € 73.000 noodzakelijk. Voorstel is om het benodigd onderhoudsbudget in 6 jaar te laten groeien naar het benodigd niveau. Volgens de richtlijnen van de BBV kan een deel gekapitaliseerd worden.
De benodigde extra budgetten zijn daarom gesplitst in een aanvulling op de voorziening en een aanvulling op het vervangingskrediet. Voor het wegwerken van de onderhoudsachterstand is ook extra budget noodzakelijk. Om de planning uitvoerbaar te houden wordt het benodigd budget verdeeld over meerdere jaren. Tabel 7.2 Financieel overzicht scenario 2 2021 Scenario 2 Beschikbaar Voorziening wegen
Excl. VAT Excl. Aanvulling VAT TOTAAL Excl. ONDERHOUD VAT Beschikbaar krediet Incl. vervangingen VAT Aanvullend krediet groot onderhoud/ incl. vervanging VAT TOTAAL Incl. GO/ VERVANGING VAT VOORZIENING incl. ACHTERSTAND VAT
2022
2023
2024
2025
2026
1.533.220
1.133.220
1.133.220
1.133.220
1.133.220
1.133.220
0.000
600.000
800.000
800.000
800.000
1.466.780
€ 1.533.220 €1.733.220 €1.933.220 €1.933.220 €1.933.220 €2.600.000 950.000
2.500.000
1.600.000
1.700.000
1.950.000
1.600.000
1.725.000
1.725.000
1.725.000
1.725.000
1.725.000
1.725.000
€ 2.675.000 €4.225.000 €3.325.000 €3.425.000 €3.675.000 €3.325.000 € 6.900.000
In de bedragen worden de kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht (VAT-kosten) opgenomen, waarmee de voorbereidingswerkzaamheden (zoals projectleiding en opstellen bestek) gefinancierd kunnen worden. De VAT kosten zijn geraamd op 15% van de directe bouwkosten. De kosten voor communicatie voor het service, regulier en groot onderhoud vallen binnen de VAT kosten. De kosten voor de Pagina 22 van 53
communicatie bij vervangingen en vernieuwingen zijn voor een kleine deel in de VAT-kosten opgenomen omdat deze kosten en doorlooptijd van tevoren lastig in te schatten zijn.
Pagina 23 van 53
Bijlage 1
Wettelijk kader en Milieu
De wettelijke kaders worden hieronder en op de volgende pagina’s uitgebreider beschreven. Wettelijk kader Wegbeheer kan worden gedefinieerd als de zorg voor het blijven voldoen van alle verhardingen aan de wettelijke eisen en richtlijnen, een en ander binnen de beleidskaders vastgesteld door de beheerder. BBV De gemeenteraad en het college moeten inzicht geven in de benodigde onderhoudsbudgetten, op een financieel transparante wijze, op grond van artikel 12 BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Voor het beheer van de openbare ruimte is het gebruiken van een systematiek wettelijk verplicht. De begroting moet voortvloeien uit beleidskaders en de financiële consequenties daarvan. ‘Een essentieel onderdeel van de inhoud van deze paragraaf wordt bepaald door het gekozen ambitieniveau, de staat van onderhoud van de desbetreffende kapitaalgoederen en de kosten die hiermee gemoeid zijn. Hierbij dient in acht te worden genomen dat achterstallig onderhoud leidt tot kapitaalvernietiging en afwaardering wanneer sprake is van duurzame waardevermindering (artikel 65 van het BBV). Bij een tijdelijke waardevermindering vanwege achterstallig onderhoud (zonder afwaardering) dienen de lasten van het wegwerken van achterstallig onderhoud ineens ten laste van de exploitatie te worden gebracht’ (Bron. BBV, notitie kapitaalgoederen).
Exploitatie is hier gedefinieerd als planmatig onderhoud. Een beheersystematiek dient tenminste te voldoen aan de volgende eisen. Pagina 24 van 53
Het beleidskader moet aangegeven worden en het beheerbeleid moet hierop aansluiten. De financiële consequenties van deze kaders moeten in een begroting worden vertaald. Ook moet de beheerder ervoor zorgdragen dat de functie van de openbare ruimte kan worden vervuld. Voor wegen houdt dit in dat de beheerder ervoor moet zorgen dat de weggebruiker (waaronder ook fietsers en voetgangers) zich doelgericht, veilig en comfortabel over de openbare weg kan verplaatsen. Hieronder valt ook het verzamelen, verdelen en kruisen van verkeer, en ook het vertrekken, keren, draaien, stoppen en stallen van voertuigen. Daarnaast heeft de beheerder zich te houden aan de wettelijke kaders zoals hierna beschreven. Grondwet Volgens artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het beheer van de openbare ruimte past in dit grondwetsartikel en van oudsher wordt de zorg voor een goede infrastructuur dan ook als een taak van de overheid gezien. Wegenwet Volgens de Wegenwet moet de wegbeheerder zorgen dat de binnen zijn gebied liggende wegen in goede staat verkeren. Zonder aansprakelijkheid te scheppen doet deze wet een beroep op de maatschappelijke plicht van de beheerder op te treden als goed rentmeester. Daarbij wordt de beheerder verplicht voorzieningen regelmatig en duurzaam te onderhouden.
Ook verplicht de Wegenwet wegbeheerders tot het bezit van een Wegenlegger. Deze Wegenlegger is een registratie-instrument waarin voor wegen buiten de bebouwde kom wordt aangegeven wie de beheerder is en wat zijn rechten en plichten zijn. De wegbeheerder dient in het kader van zijn verantwoordelijkheid te beschikken over basisgegevens (zoals eigendom, areaal of kwaliteit) om zich te kunnen oriënteren op de zaak waarover het gaat. Wegenverkeerswet De Wegenverkeerswet 1994 verwacht dat de wegbeheerder streeft naar maatregelen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van de wegen waarborgen. De wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker, maar schrijft geen maatregelen voor. Het gaat hierbij vooral om functioneel beheer. Met de inwerkingtreding van het nieuwe Burgerlijk Wetboek is ten opzichte van het oude Burgerlijk Wetboek de bewijslast omgedraaid. De beheerder kan nu aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg. Dit betekent dat een preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie, regelmatige inspecties volgens de landelijk geaccepteerde methode en een goed werkend systeem van rationeel wegbeheer onontbeerlijk zijn. Op basis van publicatie 185 ‘Handboek aansprakelijkheid beheer openbare ruimte’ van het CROW en A.O.G.
(Aansprakelijkheids-Onderlinge van Gemeenten) is gebleken dat het aantal schadeclaims vooralsnog beperkt is toegenomen. Het percentage claims dat wordt toegekend stijgt echter duidelijk, net als het aantal claims met letselschade. Dit heeft een negatieve invloed op de kosten, de tijdsbesteding en het imago van de beheerder. Claims hebben vooral betrekking op het beheerproduct ‘wegen’ en niet zozeer op bijvoorbeeld groen, water, reiniging. De cijfers onderbouwen in deze zin de noodzaak aandacht te schenken aan het terugdringen van het aantal claims, vooral die met letselschade, en vooral op het gebied van wegbeheer. De wettelijke aansprakelijkheid kan worden onderverdeeld in twee hoofdvormen: risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid.
Pagina 25 van 53
Risicoaansprakelijkheid Artikel 6:174 BW regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder als de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg. Er is sprake van een gebrek aan de weg als de weg niet voldoet aan de eisen die men onder de gegeven omstandigheden eraan mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek. Aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of de wegbeheerder het gebrek kende of behoorde te kennen. Ook wordt voorbijgegaan aan de vraag of de wegbeheerder een verwijt valt te maken ten aanzien van de aanwezigheid van een gebrek. Is eenmaal vastgesteld dat schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder onder de aansprakelijkheid uit te komen een beroep te doen op de ‘tenzij clausule’. De tenzij clausule houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is, als een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. Een beroep op deze clausule dient goed te worden onderbouwd.
Schuldaansprakelijkheid Indien de schade niet het gevolg is van een gebrek aan de weg zelf, maar van de aanwezigheid van losse voorwerpen of substanties op de weg (die geen deel uitmaken van de weg) kan als praktische vuistregel gesteld worden dat artikel 6:174 BW niet van toepassing is. In dergelijke gevallen dient de aansprakelijkheid te worden beoordeeld op grond van artikel 6:162 BW. Toerekenbaar tekortschieten van de wegbeheerder in zijn zorgplicht de onder zijn beheer vallende wegen naar behoren te onderhouden is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid. Dit moet door de gedupeerde worden aangetoond. In tegenstelling tot artikel 6:174 BW, geldt voor artikel 6:162 BW dat de wegbeheerder aan de aansprakelijkheid kan ontkomen door aan te tonen dat hij niet op de hoogte was (of had kunnen zijn) van de betreffende situatie. Zowel bij de risicoaansprakelijkheid als schuldaansprakelijkheid kan eigen schuld van de weggebruiker de schadevergoedingsplicht van de wegbeheerder verminderen. Geconcludeerd wordt dat de bepalingen uit het nieuwe Burgerlijk Wetboek over de aansprakelijkheid van de wegbeheerder niet zijn toegespitst op specifieke gevallen. In de rechtspraak wordt nader bepaald op welke wijze de wettelijke bepalingen worden toegepast.
De wegbeheerder kan de kans op claims verkleinen door een goed functionerend onderhouds-, meldingen- en inspectieproces na te leven. De nadelige gevolgen van claims verminderen door een goed functionerend klachtenbehandelingsproces.
Milieu Wet milieubeheer De Wet milieubeheer is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk (wettelijk) gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en -programma's, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen. In Nederland wordt de praktische uitvoering gewoonlijk verder uitgewerkt in de vorm van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB's) en/of een Ministeriële regeling met nadere richtlijnen, waarbij een of meerdere wetten als grondslag dienen. Het Besluit asbestwegen milieubeheer en het Besluit bodemkwaliteit zijn AMvB’s waar de wegbeheerder mee te maken krijgt. Besluit asbestwegen milieubeheer Het Besluit asbestwegen milieubeheer bepaalt dat in (half-)verhardingen geen asbest aanwezig mag zijn. Als het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht kan het worden afgeschermd door een verharding die voldoet aan eenduidig vastgestelde eisen. Asbest Pagina 26 van 53
dat na 1 juli 1993 is aangebracht moet worden verwijderd. Als deze wegen moeten worden gereconstrueerd, moet rekening worden gehouden met afvoer van het asbesthoudende materiaal en de kosten daarvan. Voor de verwijdering van asbest geldt geen saneringsplicht en asbest mag blijven zitten zolang het niet wordt ‘opgepakt’ of bewerkt. Besluit bodemkwaliteit Een voor de wegbeheerder ingrijpende wettelijke regeling is het Besluit bodemkwaliteit. Dit heeft als doel vervuiling van de bodem en het oppervlaktewater te voorkomen. Het Besluit bodemkwaliteit stelt een aantal voorwaarden aan het (her-)gebruik van wegenbouwmaterialen. De stringente eisen die het Besluit stelt aan de mogelijkheden tot hergebruik kunnen tot kostenverhoging van de materialen en van de onderhoudswerkzaamheden leiden. Een van de bepalingen in het Besluit bodemkwaliteit waarmee de wegbeheerder direct te maken krijgt, is dat teerhoudend asfalt sinds 1 januari 2001 onder hetzelfde regime valt als alle andere bouwstoffen. Als bij het reconstrueren van wegen teerhoudend asfalt vrijkomt, moet ermee rekening worden gehouden dat dit asfalt moet worden aangeboden aan een erkend verwerker van teerhoudend asfalt. Als met de juiste onderzoeksmethode wordt aangetoond dat het asfalt teervrij is, kan dit worden afgevoerd naar een asfaltcentrale om te worden hergebruikt in warm bereid asfalt.
Er geldt geen saneringsplicht voor teerhoudend asfalt. Zolang dit blijft liggen en niet wordt ‘opgepakt’ of bewerkt zijn er geen problemen ten aanzien van het Besluit bodemkwaliteit. Bij de bepaling van de onderhoudsbudgetten wordt in dit beheerplan geen rekening gehouden met eventuele meerkosten voor het behandelen en verwijderen van teerhoudend asfalt en eventuele onderzoekskosten van overige bouwstoffen, tenzij expliciet is vermeld dat deze kosten wel zijn bepaald. Geluid Tegenwoordig zijn diverse asfalt- en elementenmaterialen beschikbaar die ook bij lagere snelheden het bandengeluid kunnen reduceren. Tot 30-50 km/u overheerst het motorgeluid, daarboven het bandengeluid. De te bereiken geluidsreductie is in de orde van 3 – 4 dB(A). Een reductie van 3 dB(A) betekent een halvering van het geluidniveau. Verschillende gemeenten hanteren als beleid op bepaalde typen wegen geluid reducerende deklagen of elementen toe te passen. Duurzaamheid De overheid zet hoog in ten aanzien van duurzaamheid. Voor beheer en onderhoud van wegen houdt dit in dat zorgvuldig moet worden omgegaan met energie, materialen, leefomgeving, natuur, landschap en water. Om invulling te geven aan duurzaamheid bij wegbeheer kan gebruik worden gemaakt van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen in de GWW-sector van het CROW of het programma Duurzaam Inkopen van Agentschap NL ten aanzien van de productgroep wegen.
Een aantal duurzame aspecten bij wegbeheer zijn: - Besparing op energie en CO2-uitstoot (bijvoorbeeld door toepassing van energiearm asfalt); - Duurzaam materiaalgebruik (bijvoorbeeld hergebruik van oud asfalt in nieuw asfalt of te kiezen voor betonstraatstenen met betongranulaat als toeslagmateriaal in plaats van grind; - Reductie van geluid (bijvoorbeeld door te kiezen voor een geluidarm wegdek); - Afvoer van afstromend wegwater (bijvoorbeeld een waterdoorlatende constructie); - Natuur en landschap (bijvoorbeeld een verdiepte ligging of een faunapassage).
Pagina 27 van 53
Bijlage 2
Stappen uit beheerproces
Stap 1 – Visuele weginspectie Op basis van een tweejaarlijkse visuele weginspectie wordt een actueel beeld gekregen van de conditie van het wegennet. Een visuele inspectie wordt uitgevoerd om de met het oog waarneembare schade aan de bovenzijde van de verharding tijdig vast te stellen. Door de inspectie uit te voeren volgens de CROW-inspectiemethode (omschreven in CROW-publicatie 146), wordt de kwaliteit van de verhardingen eenduidig vastgelegd. Na het uitvoeren van de inspectie dienen de tijdens de inspectie geconstateerde afwijkingen tussen het databestand (de digitale wegbeheergegevens) en de situatie in het veld doorgevoerd te worden in het wegbeheerbestand. Hierdoor is de basis voor de berekeningen actueel en betrouwbaar. Stap 2 – Opstellen basisplanning met behulp van Obsurv Nadat de inspectiegegevens zijn ingevoerd worden door het wegbeheerprogramma Obsurv, aan de hand van de buiten geconstateerde schadebeelden en de ouderdom van de constructie per wegvakonderdeel, voor de komende vijf jaar, per jaar, de te onderhouden wegvakonderdelen geselecteerd, het voor die onderdelen benodigde type onderhoud vastgesteld en de daarmee gepaard gaande kosten berekend en vastgelegd in de basisplanning. De basisplanning brengt in beeld wat het minimaal technisch benodigde budget is om het wegennet op verantwoorde wijze in stand te houden.
Het beheerprogramma bepaalt een basisplanning en een basisbegroting. Het gaat hierbij om de technisch noodzakelijke planning en begroting. Deze worden dus gezien als een eerste conceptuitdraai. Hierbij wordt geen rekening gehouden met prioriteiten, begrotingsbudgetten of eventuele budgetbeperkingen en is daarmee dus niet direct maatgevend voor het uiteindelijke uitvoeringsprogramma. De kosten die nodig zijn voor het onderhoud aan de verhardingen in de planjaren 1-5, zijn op basis van de actuele onderhoudstoestand te bepalen. Stap 3 – Integrale afweging De basisplanning betreft een planning op netwerkniveau waarin de wegvakonderdelen staan die naar verwachting de komende vijf jaar aan onderhoud toe zijn. De planjaren en voorgestelde onderhoudsmaatregelen zijn gebaseerd op de bij de weginspectie genoteerde (visueel zichtbare) schade en de landelijk toegepaste CROW-richtlijnen. De eerste twee planjaren zijn daarbij redelijk concreet, omdat dit wegvakonderdelen betreft met schades die op of over de in Nederland geaccepteerde (technische) norm gaan. De planjaren 3 tot en met 5 zijn al minder concreet, omdat hier weliswaar schade is geconstateerd, maar deze schade heeft de norm nog niet bereikt.