CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie waarderings en afschrijvingsbeleid 2024

Commissievergadering 18 januari 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Notitie waarderings- en afschrijvingsbeleid 20244.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Waarderings- en afschrijvingsbeleid 2024 Gemeente Moerdijk

November 2023

Inhoud 1.

Inleiding ...........................................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding......................................................................................................................................................3 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................................................3 1.3 Wettelijk kader ............................................................................................................................................3 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................................................................3

2.

Samenvatting bepalingen ............................................................................................................................4

3.

Activeren .........................................................................................................................................................5 3.1 Immateriële vaste activa............................................................................................................................5 3.2 Materiële vaste activa ................................................................................................................................7 3.3 Financiële vaste activa ...............................................................................................................................7

4. Waarderen ...........................................................................................................................................................8 5. Afschrijven ........................................................................................................................................................10 5.1 Afschrijvingsmethoden ...........................................................................................................................10 5.2 Ingangsmoment afschrijving ..................................................................................................................10 5.3 Afschrijvingstermijnen.............................................................................................................................11 5.4 Componentenbenadering .......................................................................................................................11 5.5 Restwaarde .................................................................................................................................................12 5.6 Rentetoerekening .....................................................................................................................................12 6.

Afwijkingen .......................................................................................................................................................13 Bijlage 1 Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa ............................................................................14 Bijlage 2 Begrippen ..............................................................................................................................................16

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op grond van artikel 212 van de Gemeentewet stelt de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid en beheer vast. Dit heeft gestalte gekregen in de ‘’Financiële verordening gemeente Moerdijk’’. In die verordening is bepaald dat het college een notitie waarderings- en afschrijvingsbeleid opstelt en deze ter vaststelling voorlegt aan de raad. De huidige notitie waarderings- en afschrijvingsbeleid is opgesteld in 2019. Ten opzichte van deze notitie zijn er geen grote wijzigingen doorgevoerd. De uitgangspunten uit de notitie uit 2019 voldoen nog steeds aan de wettelijke regelgeving en er zijn ook geen andere nieuwe ontwikkelingen die om grote aanpassingen van de notitie vragen. Wel zijn in deze notitie enkele verbeteringen doorgevoerd. Enkele onderdelen zijn verder aangevuld of verder verduidelijkt. Verder is in deze notitie nu ook per bepaling een nadere toelichting opgenomen met een motivatie waarom voor de betreffende bepaling is gekozen. In hoofdstuk 2 worden alle bepalingen uit deze notitie samengevat, waarbij ook alle wijzigingen ten opzichte van de vorige notitie zijn toegelicht. Deze notitie vervangt de notitie waarderings- en afschrijvingsbeleid gemeente Moerdijk 2019 en gaat in op 1 januari 2024.

1.2 Doelstelling Een actueel en transparant activabeleid vormt één van de kaders voor het bepalen van de financiële positie en het financiële vermogen van de gemeente. De doelstelling van deze notitie is het formuleren van beleid en het vastleggen van uniforme regels rondom waardering, investering en afschrijving van vaste activa. De notitie is een instrument dat zorgt voor het eenduidig behandelen van gemeentelijke investeringen. 1.3 Wettelijk kader Deze notitie is primair bedoeld als kaderstellend instrument voor de raad. De notitie is een uitwerking van artikel 212 van de Gemeentewet en de Financiële verordening van de gemeente Moerdijk. De uitwerking hiervan is in overeenstemming met bepalingen zoals die in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn vastgelegd. 1.4 Leeswijzer Veel regels omtrent de waardering en afschrijving van activa zijn wettelijk vastgelegd. In deze notitie wordt dan ook voornamelijk ingegaan op de onderdelen waarin de raad keuzemogelijkheden heeft. Dit betekent dat wettelijke bepalingen in deze notitie alleen opgenomen zijn indien dit vereist is voor de begrijpelijkheid en leesbaarheid van dit document. -

In hoofdstuk 2 is een overzicht opgenomen van de bepalingen uit deze notitie. Deze bepalingen zijn in de verdere teksten van deze notitie tevens terug te vinden in omkaderde vakken. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het begrip activeren, de verschillende soorten activa die hierbij worden onderscheiden en de specifieke bepalingen die hiervoor gelden. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op de vraag hoe de waardering van activa plaats moet vinden. In hoofdstuk 5 wordt stil gestaan bij de verschillende aspecten omtrent het afschrijven van activa. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn o.a. de afschrijvingsmethoden, afschrijvingstermijnen en restwaarden. Tot slot zijn in de bijlagen de afschrijvingstermijnen en een begrippenlijst opgenomen.

3

2. Samenvatting bepalingen Hieronder zijn de bepalingen uit deze notitie samengevat. Deze worden in de notitie nader toegelicht en zijn in de teksten terug te vinden in omkaderde vakken. Volledigheidshalve wordt hieronder ook toegelicht welke bepalingen gewijzigd zijn ten opzichte van de oude notitie uit 2019. Bepaling 1: Activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder € 25.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden. Deze worden altijd geactiveerd. Bepaling 2: Immateriële vaste activa worden niet geactiveerd. Wijziging t.o.v. notitie 2019: Het uitgangspunt dat immateriële vaste activa niet worden geactiveerd is hetzelfde gebleven. De immateriële vaste activa bestaan uit 3 componenten. In de vorige notitie was voor iedere component een bepaling opgenomen. Nu zijn deze gebundeld in 1 bepaling, waardoor logischerwijs ook de nummering van de bepalingen 3 t/m 8 is gewijzigd ten opzichte van de vorige notitie. Bepaling 3: Kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, worden aan het betreffende actief toegerekend. Indirecte kosten worden alleen toegerekend als het causaal verband tussen deze indirecte kosten en de investering voldoende kan worden onderbouwd. Wijziging t.o.v. notitie 2019: Het uitgangspunt dat directe kosten worden toegerekend aan een actief is hetzelfde gebleven.

Voor indirecte kosten geldt dat in de vorige notitie was opgenomen dat deze ook worden toegerekend. Om de eenduidige toepassing hiervan te bevorderen, wordt hier een aanvullende voorwaarde (causaal verband) aan verbonden. Bepaling 4: Activa worden afgeschreven op basis van de lineaire methode. Bepaling 5: Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin de investering gereed komt/verworven wordt. Bepaling 6: Materiële vaste activa worden afgeschreven conform de afschrijvingstermijnen die zijn opgenomen in bijlage 1. Wijziging t.o.v. notitie 2019: Er is geen aanleiding om afschrijvingstermijnen te wijzigen. Ter bevordering van de volledigheid en eenduidigheid zijn wel enkele investeringscategorieën toegevoegd aan het overzicht in bijlage 1. Bepaling 7: De componentenbenadering wordt toegepast voor investeringen in de categorieën gebouwen, sportvelden en riolering. Bepaling 8: Bij de berekening van de afschrijvingslasten wordt geen rekening gehouden met restwaarden.

4

3. Activeren Activeren is het als bezitting/vermogensobject op de balans opnemen van aangeschafte of vervaardigde zaken die langer dan één jaar tot de beschikking van de gemeente staan. In het BBV zijn verschillende regels opgenomen over activeren. Sommige regels zijn algemeen, maar er zijn ook specifieke regels die gelden voor de verschillende categorieën vaste activa. De hoofdregel is dat alle investeringen worden geactiveerd (met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde). Het is echter niet praktisch om alle investeringen ook daadwerkelijk te activeren. Het BBV doet hiertoe de aanbeveling om als gemeente aan te geven welke ondergrens wordt gehanteerd voor het activeren van investeringen. Hierbij is het niet toegestaan om de activeringsgrens zodanig hoog te stellen dat hierdoor (bepaalde typen) activa individueel of in totaal in materiële omvang buiten de balans worden gehouden. Bepaling 1: Activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder € 25.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden. Deze worden altijd geactiveerd. Nadere toelichting: In de praktijk blijkt dat € 25.000 voor de gemeente Moerdijk een passende grens is waarbij wordt voldaan aan de wettelijke eisen, terwijl de administratieve lasten niet onnodig hoog zijn doordat relatief kleine uitgaven niet worden geactiveerd en meerjarig afgeschreven.

Deze grens ligt ook in lijn met de grens die andere (qua omvang vergelijkbare) gemeenten hanteren.

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa (zoals voorraden en liquide middelen) (art. 31 BBV). Het zijn de vaste activa die onderdeel uitmaken van deze notitie. De vaste activa worden onderverdeeld in (art. 33 BBV): - immateriële vaste activa; - materiële vaste activa; - financiële vaste activa. 3.1 Immateriële vaste activa Onder immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen (art. 34 BBV): a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; Indien er voor wordt gekozen om deze kosten te activeren mag de afschrijvingsduur maximaal gelijk zijn aan de looptijd van de lening (art. 64 BBV) Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden (art. 60 BBV): 1. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; 2. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vast staat; 3. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; 4. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Deze kosten dienen in maximaal 5 jaar te worden afgeschreven. Veelal gaat het hier om kosten die worden gemaakt voor de voorbereiding van een groot project. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien (art. 61 BBV): 5

1. er sprake is van een investering door een derde; 2. de investering bijdraagt aan de publieke taak; 3. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; 4. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. De afschrijvingsduur mag maximaal gelijk zijn aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Bepaling 2: Immateriële vaste activa worden niet geactiveerd. Nadere toelichting: Immateriële vaste activa zijn niet-tastbare kapitaalgoederen. De waarde die deze activa vertegenwoordigen is ten opzichte van andere activa minder eenduidig in geld uit te drukken. Vanuit de wetgeving worden dan ook strikte voorwaarden gesteld voor het mogen activeren van immateriële vaste activa. In de praktijk is een eenduidige beoordeling daarvan niet altijd vanzelfsprekend. Daarnaast kunnen ontwikkelingen in de tijd ertoe leiden dat op een gegeven moment wellicht niet meer aan alle voorwaarden wordt voldaan, waardoor bijvoorbeeld afwaarderingen nodig zijn. Daarnaast brengt het activeren van dergelijke activa administratieve lasten met zich mee. Om deze redenen wordt voorgesteld om het uitgangspunt te hanteren dat immateriële vaste activa niet worden geactiveerd.

Dit soort uitgaven komen daarmee ten laste van het begrotingsresultaat in het betreffende jaar. In de praktijk kunnen zich situaties voordoen waarbij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Een voorbeeld hiervan zijn omvangrijke investeringen die een derde partij uitvoert (bijdrage in activa in eigendom van derden) of investeringen waarbij er aanzienlijke kosten van onderzoek en ontwikkeling nodig zijn voor de realisatie van een bepaald actief. In die gevallen kan het mogelijk niet reëel zijn om dergelijke uitgaven in een keer te dekken uit het begrotingsresultaat van een betreffend jaar. Daarnaast is er bij dergelijke omvangrijke uitgaven doorgaans een duidelijke relatie te leggen met de meerjarige waarde die deze investering voor de gemeente vertegenwoordigd. In die gevallen wordt bij de betreffende kredietaanvraag specifiek aan de gemeenteraad voorgelegd om dergelijke investeringen toch te activeren en over meerdere jaren af te schrijven.

6

3.2 Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn bezittingen van stoffelijke aard. Het gaat om bezittingen waarvoor het benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd, die langdurig gebruikt worden voor de bedrijfsvoering, en waarvan de gemeente het economisch eigendom bezit. Voorbeelden hiervan zijn o.a. gronden en terreinen, bedrijfsgebouwen, vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties. Bij de materiële vaste activa wordt onderscheid gemaakt tussen (art. 35 BBV): 1. investeringen met een economisch nut; 2. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Voor een aantal investeringen met economisch nut kan een heffing worden geheven ter bestrijding van de kosten (o.a. riolering, afvalstoffen etc.). Voor deze investeringen geldt specifieke regelgeving, waardoor deze investeringen afzonderlijk opgenomen moeten worden op de balans. Investeringen in de openbare ruimte zoals de aanleg van wegen, straatverlichting en openbaar groen hebben een maatschappelijk nut. Deze investeringen genereren geen inkomsten maar vervullen wel duidelijk een publieke taak.

Tot 1 januari 2017 moesten alleen investeringen met een economisch nut verplicht geactiveerd worden. Met ingang van 1 januari 2017 moeten ook de investeringen met maatschappelijk nut geactiveerd worden. 3.3 Financiële vaste activa Tot slot worden in de balans onder de vaste activa de financiële vaste activa opgenomen. Onder deze post worden o.a. kapitaalverstrekkingen en leningen opgenomen.

7

4. Waarderen Bij waardering gaat het om de waardebepaling van activa en de regels die daarvoor gelden. Het gaat hierbij om de waardering van de balansposten, teneinde een reëel beeld te krijgen van de vermogenspositie van de gemeente. In het kort kunnen deze regels als volgt worden weergegeven (notitie materiële vaste activa commissie BBV). 1. Het toerekeningsbeginsel moet in acht worden genomen. Uitgaven worden toegerekend aan de jaren waarop de bijbehorende prestaties betrekking hebben. Dit betekent dat uitgaven voor een investering in bijvoorbeeld een gebouw niet ten laste komen van het jaar waarin de rekeningen zijn betaald, maar worden gespreid over de jaren waarin het gebouw wordt gebruikt. 2. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijbehorende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten (zoals overheadkosten) en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend. Bepaling 3: Kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, worden aan het betreffende actief toegerekend.

Indirecte kosten worden alleen toegerekend als het causaal verband tussen deze indirecte kosten en de investering voldoende kan worden onderbouwd. Nadere toelichting: Vanuit de wetgeving is het toegestaan om een redelijk deel van de indirecte kosten (zoals overheadkosten) toe te rekenen aan een actief. Voor dit soort kosten geldt dat er doorgaans niet altijd een duidelijk causaal verband aanwezig is. Onderhoudskosten voor het gemeentehuis of personeelslasten van ondersteunende teams zijn bijvoorbeeld doorgaans niet eenduidig te herleiden naar specifieke investeringen. Daarnaast resulteert het toerekenen van dergelijke indirecte kosten in hogere investeringsbedragen en daarmee hogere kapitaallasten. Dergelijke indirecte kosten worden op die manier in feite doorgeschoven naar toekomstige jaren, wat een beslag legt op de structurele begrotingsruimte. Om deze redenen en vanuit het oogpunt van eenduidigheid worden dergelijke kosten in principe niet toegerekend. Indien een situatie zich voordoet waarbij er wel een duidelijk causaal verband aanwezig is en waarbij het bijvoorbeeld gaat om substantiële personele inzet vanuit de ondersteunende teams, kan het gerechtvaardigd zijn om deze kosten wel toe te rekenen aan het betreffende actief.

In die gevallen wordt in de betreffende kredietaanvraag specifiek aan de gemeenteraad voorgelegd om die indirecte kosten te activeren en over meerdere jaren af te schrijven. 3. Reserves in mindering brengen op de boekwaarde van een investering is niet toegestaan. Reserves mogen wel worden gebruikt ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. Indien de raad heeft besloten tot een bestemmingsreserve, dan kan deze gebruikt worden als dekking van de jaarlijkse, uit de investering voortvloeiende afschrijvingslasten. Als het saldo van de bestemmingsreserve minder is dan de boekwaarde van het betreffende actief, dan kan de dekking van de afschrijvingslasten slechts naar rato aan de reserve worden onttrokken. 8

4. Bijdragen van derden, die in directe relatie staan tot het actief, moeten in mindering worden gebracht op de investering. 5. Bijdragen uit een voorziening op grond van artikel 44, lid 1d BBV (dat wil zeggen in de heffing begrepen gespaarde bijdragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen) moeten in mindering worden gebracht op de investering. 6. Bij de waardering van de vaste activa met economisch nut wordt rekening gehouden met waardevermindering, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is. Concreet betekent dit dat indien de opbrengstwaarde van een dergelijke activa onder de boekwaarde uitkomt en dit geen tijdelijke situatie is, er een afwaardering (duurzame waardevermindering) moet plaatsvinden. 7. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling.

9

5. Afschrijven Een van de kenmerken van een investering is dat het gebruik/nut ervan zich uitstrekt over meerdere jaren. Investeringen verliezen naar mate de tijd verstrijkt hun waarde. Deze waardeverminderingen worden ‘’afschrijvingen’’ genoemd. 5.1 Afschrijvingsmethoden Er zijn diverse afschrijvingsmethoden. Het BBV schrijft niet voor welke methode moet worden toegepast. Bij de keuze voor een methode moeten gemeenten echter wel een bestendige gedragslijn volgen. De lineaire en annuïtaire methoden worden het meest toegepast. Lineaire afschrijvingsmethode Ieder jaar wordt hetzelfde bedrag afgeschreven. De vermindering van de boekwaarde is daarmee ieder jaar gelijk. De rentelast (die wordt berekend over de resterende boekwaarde) wordt ieder jaar lager. Annuïtaire afschrijvingsmethode Bij de annuïtaire afschrijving is er sprake van een jaarlijks gelijkblijvende annuïteit. Deze annuïteit bestaat uit rente en afschrijving. De rente wordt berekend over de boekwaarde. Door de afschrijving vermindert de boekwaarde en daarom vermindert ook de rentecomponent. Vanwege de gelijkblijvende annuïteit neemt de afschrijving ieder jaar toe. Bij deze methode zijn de afschrijvingen aan het begin van de afschrijvingsperiode laag en aan het einde hoog. Bepaling 4: Activa worden afgeschreven op basis van de lineaire methode.

Nadere toelichting: Wij zien op dit moment geen aanleiding om de afschrijvingsmethode te wijzigen en houden vast aan onze bestendige gedragslijn. 5.2 Ingangsmoment afschrijving Voor het moment van beginnen met afschrijven zijn er diverse mogelijkheden: - vanaf het begin van het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een volledig jaar afschrijving); of - medio het begrotingsjaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een half jaar afschrijving); of - vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt. Bepaling 5: Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin de investering gereed komt/verworven wordt. Nadere toelichting: Wij zien op dit moment geen aanleiding om de afschrijvingsmethode te wijzigen en houden vast aan onze bestendige gedragslijn. Deze werkwijze zorgt voor de minste administratieve lasten en biedt de meeste eenduidigheid doordat pas wordt gestart met afschrijven nadat duidelijk is dat de investering/kapitaalgoed daadwerkelijk gereed/verworven is.

10

5.3 Afschrijvingstermijnen Op vaste activa met e en beperkte gebruiksduur moet jaarlijks worden afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (art. 64, lid 3 BBV). De gebruiksduur is gelijk aan de verwachte economische of technische levensduur. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn of verwachte gebruiksduur van vaste activa wordt bij gemeenten vaak het zogeheten nuttigheidscriterium toegepast. Dit houdt in dat de verwachte gebruiksduur van een vast actief in beginsel gelijk is aan de duur waarin een actief of investering nut oplevert. De afschrijvingstermijn is een inschatting van de duur waarin het vast actief (voldoende) nut oplevert. Bij het inschatten van deze termijn wordt gebruik gemaakt van ervaringscijfers. Op grond kan dan ook niet worden afgeschreven. Grond is immers geen slijtend actief en heeft daarom een eeuwigdurend karakter. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn moet ook het voorzichtigheidsprincipe in acht worden genomen. Een lange afschrijvingstermijn heeft namelijk tot gevolg dat lasten naar de toekomst worden geschoven. De afschrijvingstermijn moet dus gebaseerd zijn op een realistische inschatting. Bepaling 6: Materiële vaste activa worden afgeschreven conform de afschrijvingstermijnen die zijn opgenomen in bijlage 1.

Nadere toelichting: De afschrijvingstermijnen zijn op basis van ervaringscijfers bepaald, waarbij getracht is deze zo nauwkeurig mogelijk aan te laten sluiten bij de verwachte levensduur van de diverse activa. Ten opzichte van de vorige notitie (2019) is er geen aanleiding om afschrijvingstermijnen te wijzigen. Dit m.u.v. mobiele telefoons waarvan de afschrijvingsduur conform eerdere besluitvorming is verlengd van 2 naar 3 jaar. 5.4 Componentenbenadering De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de individuele waardevermindering van die delen. Per deel kan de technische of economische levensduur namelijk verschillen. De opsplitsing in componenten wordt bepaald aan de hand van de economische of technische levensduur. De componentenbenadering resulteert in verschillende afschrijvingstermijnen voor ieder onderdeel, waarbij de afschrijvingstermijnen uit bijlage 1 als uitgangspunt worden gehanteerd. Vanuit de BBV wordt geadviseerd om in het gemeentelijke beleid vast te leggen voor welke categorieën van investeringen de componentbenadering wordt toegepast. Bepaling 7: De componentenbenadering wordt toegepast voor investeringen in de categorieën gebouwen, sportvelden en riolering.

Nadere toelichting: Vooral bij bovenstaande onderdelen is in de praktijk vaak sprake van samenstellende delen die afzonderlijk vervangen kunnen worden en een verschillende levensduur hebben. In die gevallen is het gerechtvaardigd om de componentenbenadering toe te passen, waardoor de afschrijvingslasten nauwkeuriger worden afgestemd op de levensduur van de diverse onderdelen.

11

5.5 Restwaarde De restwaarde van een actief is de schatting, tegen het prijspeil van het moment van ingebruikname, van de opbrengst die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van het actief. Doordat restwaarden vaak ver in de toekomst liggen is deze waarde moeilijk in te schatten. Daarnaast zijn er grote onzekerheden over eventueel te maken kosten aan het einde van de levensduur van het actief. Bepaling 8: Bij de berekening van de afschrijvingslasten wordt geen rekening gehouden met restwaarden. Nadere toelichting: De restwaarde dient reëel en per actief te worden geschat. Het hanteren van een vast percentage restwaarde voor bijvoorbeeld het totale vastgoed doet onvoldoende recht aan de individuele kenmerken van de betreffende investering. Door de moeilijkheid en onzekerheid bij het bepalen van een eventuele toekomstige restwaarde, wordt als uitgangspunt gehanteerd dat daar geen rekening mee wordt gehouden. Wel kan de situatie zich voordoen dat er specifieke investeringen gedaan worden waarbij het wel aannemelijk is dat er sprake gaat zijn van een toekomstige restwaarde. Een voorbeeld hiervan is de trend van circulair bouwen waarbij gebouwdelen na het einde van de levensduur mogelijk kunnen worden hergebruikt.

In dergelijke gevallen wordt de verwachte restwaarde van de investering onderbouwd en wordt dit aan de gemeenteraad voorgelegd in het raadsvoorstel van de betreffende kredietaanvraag. 5.6 Rentetoerekening Rente zijn de lasten die voortkomen uit financiering van de investering. De combinatie van rente en afschrijving vormen de kapitaallasten. Vanuit de BBV is het verplicht om aan activa rente toe te rekenen. Deze rentetoerekening vindt plaats door middel van de renteomslag die jaarlijks met de begroting wordt vastgesteld.

12

6. Afwijkingen Indien er zich omstandigheden voordoen waarbij het nodig is om af te wijken van een of meerdere bepalingen uit deze notitie, dient het college van burgemeester en wethouders dit beargumenteerd in het raadsvoorstel van het betreffende actief op te nemen.

13

Bijlage 1 Afschrijvingstermijnen materiële vaste activa Omschrijving

Termijn (max)

Gronden en terreinen Grond

Geen

Bedrijfsgebouwen Nieuwbouw permanent Nieuwbouw semi-permanent Renovatie/verbouwing/bouwkundige aanpassingen Aankoop bestaande gebouwen Noodlokalen Inventaris

40 jaar 20 jaar 25 jaar 25 jaar 10 jaar 20 jaar

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Sportvoorzieningen Aanleg en renovatie sportvelden/banen/drainage Kunstgras (toplaag) Kunstgras (onderlaag) Veldverlichting (LED)

15 jaar 10 jaar 20 jaar 30 jaar

Riolering Vrijvervalriolering Mechanische riolering, bouwkundig Mechanische riolering, persleiding Mechanische riolering, elektrisch/mechanisch/overig Randvoorzieningen bouwkundig

60 jaar 60 jaar 45 jaar 15 jaar 75 jaar

Wegen, pleinen en rotondes

25 jaar

Civieltechnische kunstwerken Civieltechnische kunstwerken (beton) Bruggen (staal-hout) Bruggen (hout) Kademuren/steigers Beschoeiingen Levensduur verlengend onderhoud duikers Levensduur verlengend onderhoud betonnen bruggen

80 jaar 45 jaar * 25 jaar 40 jaar 10 jaar 40 jaar * 25 jaar *

Openbare verlichting Lichtmasten Armaturen

46 jaar 23 jaar

Begraafplaatsen Aanleg/uitbreiding begraafplaatsen Renovatie begraafplaatsen

60 jaar 20 jaar

Groenvoorzieningen

20 jaar

Overige voorzieningen Speelvoorzieningen Straatmeubilair Landschapsinrichting

15 jaar 15 jaar 20 jaar * 14

Omschrijving Vlonders

Termijn (max) 25 jaar *

Vervoermiddelen Vrachtwagens/bestelwagens/pick-ups Tractoren/heftrucks Aanhangwagens/actiewagens/tekstkar

10 jaar 10 jaar 10 jaar

Machines, apparaten en installaties Veegmachines Rolbezems Hoogwerker Sneeuwschuif Zoutstrooiers/menginstallaties Grondfrezen/klepelmaaiers Compressors/drainagespuiten Gereedschappen

8 jaar 10 jaar 15 jaar 20 jaar 10 jaar 10 jaar 15 jaar 5 jaar

Kantoor- en huishoudelijke apparatuur

10 jaar

Technische installaties (klimaatbeheersing, liften etc.)

20 jaar

Overige materiële vaste activa ICT- voorzieningen Mobiele telefoons** I-pads Laptops Overige middelen

3 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar

Containers (vrachtauto) (Ondergrondse) afvalcontainers

15 jaar 10 jaar

In de gevallen waarin deze tabel geen uitsluitsel geeft, geldt de verwachte levensduur als norm. Deze wordt dan opgenomen in het raadsvoorstel bij de betreffende kredietvotering. Wijzigingen t.o.v. notitie 2019 *Nieuw toegevoegd Ten opzichte van de vorige notitie (2019) is er (m.u.v. mobiele telefoons) geen aanleiding om afschrijvingstermijnen te wijzigen. Ter bevordering van de volledigheid en eenduidigheid zijn wel diverse soorten investeringscategorieën toegevoegd. Deze toevoegingen zijn in bovenstaand overzicht aangeduid met *. **Bij de vaststelling van de begroting 2021 (raadsvergadering 12 november 2020) is de afschrijvingstermijn voor mobiele telefoons gewijzigd van twee naar drie jaar. Dit kwam voort uit de voorgestelde keuzes uit het ‘Keuzedocument, naar een sluitende begroting 2021-2024’. Deze wijziging is nu ook in bovenstaande tabel opgenomen.

15

Bijlage 2 Begrippen Begrip

Toelichting

Activa

Activa zijn bezittingen van de gemeente en staan op de balans. De vaste activa worden onderverdeeld in immateriële, materiële en financiële vaste activa.

Activeren

Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als bezitting kan worden beschouwd.

Afschrijving

Het op een methodische wijze in de boekhouding tot uitdrukking brengen van de waardedaling van een kapitaalgoed over een bepaalde periode.

Annuïteit

Jaarlijks gelijkblijvend totaalbedrag van rente en afschrijving.

Boekwaarde

De waarde van een actief op een bepaald moment. Deze wordt berekend door de aanschafwaarde te verminderen met de reeds gedane afschrijvingen.

Economische levensduur

De economische levensduur is de periode waarin een activa economisch verantwoord gebruikt kan worden.

Economisch nut

Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

Investeringen

Het vastleggen van vermogen in een object waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.

Kapitaallasten

De jaarlijkse rente- en afschrijvingslasten voortvloeiend uit een investering, die ten laste van het jaarlijks exploitatieresultaat komen.

Lineair

Jaarlijks gelijkblijvend bedrag van de afschrijving gebaseerd op de levensduur van de investering.

Maatschappelijk nut

Investeringen in de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen en openbaar groen, die niet verhandelbaar zijn en geen middelen genereren.

Renovatie

Renovatie of renoveren is herstellen en wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een investeringsgoed, waardoor het beter bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en normen.

Restwaarde

De restwaarde is de inschatting, tegen het prijspeil van het moment van ingebruikname, van de opbrengst die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief. De waarde die toegerekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Waarderen

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=fad6f0e1-749a-46ff-9f92-85d173fe1757