Nota van zienswijzen Molenstraat 42 Standdaarbuiten
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan "Molenstraat 42, Standdaarbuiten", ontwerp d.d. 23-g -2022 Gemeente Moerdijk
Behoort bij besluit van de raad van de gemeenie Moerdijk d.d. O
úiåuAOaA
mij bekend, de
2
1. Inleiding In deze Nota van Zienswijzen worden de ingekomen zienwijzen in het kader van bestemmingsplan “Molenstraat 42, Standdaarbuiten” samengevat en beantwoord. Eerst wordt kort het verloop van de gevolgde procedure toegelicht (paragraaf 2). Daarna wordt een overzicht gegeven van de binnengekomen zienswijzen (paragraaf 3) en wordt daarop inhoudelijk ingegaan.
2. Gevolgde procedure Het ontwerp bestemmingsplan “Molenstraat 42, Standdaarbuiten” heeft ter inzage gelegen van 21 april 2022 tot en met 1 juni 2022. Een analoge versie van de stukken is beschikbaar gesteld op het gemeentehuis in Zevenbergen en de digitale GML-versie van het plan stond op www.ruimtelijkeplannen.nl. De terinzagelegging is aangekondigd door middel van een publicatie in de Moerdijkse Bode en in het Gemeenteblad. Gedurende de periode van ter inzagelegging kon eenieder een zienswijze indienen tegen het ontwerpbestemmingsplan.
3. Ontvangen zienswijzen
1.1
Appellant pro forma d.d. 31 mei 2022, aanvullende zienswijze d.d. 7 juni 2022
Reclamant stelt dat de bedrijfsuitbreiding met een oppervlakte van 5.000m2 niet passend is in de omgeving. Een bouwwerk van deze omvang past alleen op een bedrijventerrein dat op grote afstand van woonbestemmingen is gelegen en niet op de voorliggende locatie.
Beantwoording
Conclusie
Onderhavige ontwikkeling betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw op het bedrijventerrein van Standdaarbuiten. Het bestaande bedrijfsgebouw heeft een oppervlakte van ca. 5.255 m2. De uitbreiding heeft een oppervlakte van ca. 5.630 m2. In totaal bedraagt de oppervlakte van het bedrijfsgebouw in de nieuwe situatie ca. 10.900 m2.
De toelichting wordt op dit punt aangepast. De behoeftevraag en de vraag of het bedrijf passend is op deze locatie zullen uitgebreider worden onderbouwd. Daarbij wordt aangegeven waarom het bedrijf niet passend is op andere (regionale) bedrijventerreinen.
Het provinciaal beleid stelde voorheen dat de vestiging van grote bedrijven boven de 5.000 m2 niet passend zijn op lokale bedrijventerreinen. Bedrijven horen ‘te passen’ bij de schaal van het dorp of stad waar zij gevestigd zijn. Op 25 oktober 2019 heeft de provincie deze bepaling uit haar Interim Verordening Ruimte gehaald en gemeenten de bevoegdheid gegeven hiervoor regels te stellen. De gemeente Moerdijk stelt dat uitbreiding boven de 5.000m2 alleen aan de orde kan zijn indien het bedrijf niet past in de typologie van Haven- en industrieterrein Moerdijk (HiM) of de te ontwikkelen terreinen Logistiek Park Moerdijk (LPM)/ Lage Zwaluwe en Zevenbergen Noord. Indien bedrijven daarin passen zal geen medewerking worden verleend aan uitbreiding op de bestaande locatie tenzij “lokale gebondenheid” een dusdanig zwaarwegend argument betreft dat van deze lijn afgeweken zou moeten worden. “Lokale gebondenheid” wordt niet hard gedefinieerd maar criteria die hierbij worden gewogen betreffen duur van de vestiging, woonplaats van de werknemers, afzetgebied etc. Lokale bedrijventerreinen die veelal goedkoper zijn mogen niet een (te) makkelijk alternatief vormen voor de bovenregionale bedrijventerreinen.
3 Hieronder wordt aangegeven of de beoogde bedrijfsuitbreiding wel of niet passend is op andere bedrijventerreinen: • Haven- en industrieterrein Moerdijk: vestiging op dit bedrijventerrein is alleen toegestaan voor bedrijven van milieucategorie 3.1 en hoger. Het bedrijf van Krimpen is een categorie 2 bedrijf en past dus niet binnen de geldende eisen van het bedrijventerrein. Daarnaast is er geen passende ruimte beschikbaar. De percelen zijn te klein of alleen tijdelijk beschikbaar. Ook is er de wens van het havenbedrijf dat nieuw te vestigingen bedrijven een binding met de haven hebben. In het geval van van Krimpen is dit niet aan de orde. • Bedrijvenpoort West Brabant (rondom Lage Zwaluwe): het bedrijf Van Krimpen past niet in het profiel van de bedrijvigheid ter plaatse. Het gaat daar om: o Logistieke supportdiensten o Kleinschalige& middelgrote logistieke bedrijven o Transferium/mobiliteitshub gerelateerde diensten o Hoogwaardige bedrijvigheid (voor bedrijven met behoefte aan goede (OV)bereikbaarheid, multifunctioneel programma en hoge gebiedskwaliteit • Dintelmond: Op dit bedrijventerrein is niets passends beschikbaar. Er zijn geen bedrijfskavels meer beschikbaar van de benodigde grootte.
• Nog te ontwikkelen bedrijventerrein Zevenbergen Noord: De gemeente Moerdijk heeft in 2017 de gebiedsvisie Zevenbergen Noord vastgesteld waarin ook 2 fasen van nieuw bedrijventerrein worden voorzien. De aanleg van de eerste fase van dit terrein is afhankelijk van de aanleg van provinciale randweg N285. De verwachte realisatie van deze noordelijke rondweg is terug te vinden op: https://www.brabant.nl/onderwerpen/verkeer-en-vervoer/wegenprojectenin-brabant/n285/n285-noordelijke-randweg-zevenbergen. Het bedrijventerrein Zevenbergen Noord zal op zijn vroegst vanaf 2026 in de realisatie fase komen. Van Krimpen heeft het verzoek tot uitbreiding al in 2019 ingediend. Het is ongewenst om dit bedrijf nog minimaal drie jaar te laten wachten. Hiermee voorziet Zevenbergen Noord dan ook niet in de nu actuele uitbreidingsvraag van het bedrijf Van Krimpen. Daarnaast geldt dat in beginsel dit een bedrijventerrein is gericht op bedrijven die qua omvang de schaal van de lokale bedrijventerreinen voorbij groeien. Van Krimpen is circa 10 jaar gevestigd op deze locatie. De bedrijfsvoering bestaat uit de inkoop, opslag en verkoop van goederen voor de tuinbouwsector. Op dit moment heeft Van Krimpen twee locaties: de hoofdvestiging met kantoor in Standdaarbuiten en een nevenvestiging met alleen opslag van producten in Oudenbosch. Met het uitbreiden van de locatie in Standdaarbuiten wordt de locatie
4 in Oudenbosch opgeheven. Alle bedrijfsactiviteiten kunnen worden gebundeld op één locatie voor een efficiëntere bedrijfsvoering. De locatie is gunstig gelegen voor de circa 32 medewerkers waarvan er ruim 20 in de directe omgeving wonen (Standdaarbuiten, Hoeven, Oudenbosch, Zevenbergen, Roosendaal, Dinteloord en Zegge). De locatie is goed ontsloten vanaf de snelweg A17 en dus ook gunstig gelegen ten opzichte van de grootste toeleverancier die gevestigd is in Antwerpen. Ook is de locatie gunstig gelegen ten opzichte van een groot afzetgebied in het Westland.
1.2
Reclamant geeft aan dat de maximale grootte van lokale bedrijven in het vigerend bestemmingsplan (correct) is vastgesteld en dat alleen voor bedrijven waarvan de kavelgrootte groter is dan 5.000 m2 een uitzondering is voor een uitbreiding met 15%. In het voorliggend geval gaat het niet om 15%, maar betreft de uitbreiding ca. 50%. Reclamant stelt dat dit onaanvaardbaar is.
Uitbreiding van het bedrijf Van Krimpen op de huidige locatie tot een omvang groter dan 5.000 m2 is om meerdere redenen noodzakelijk: Voor een duurzame voortzetting en verdere groei van het bedrijf is samenvoeging van de twee bedrijfslocaties (Oudenbosch en Standdaarbuiten) op één locatie een noodzaak. Op bestaande bedrijventerreinen is voor de samenvoeging geen geschikte locatie beschikbaar. Realisatie van toekomstige bedrijventerreinen is pas vanaf eind 2025 voorzien. Dit is voor de actuele uitbreidingsbehoefte voor Van Krimpen (die al speelt vanaf 2019) te laat. Van Krimpen is lokaal geworteld met veel medewerkers uit de directe omgeving. De locatie in Standdaarbuiten is goed ontsloten en heeft al een bedrijfsbestemming. Omdat het initiatief voor de uitbreiding van het bestaande gebouw niet in het vigerende bestemmingsplan “Kern Standdaarbuiten” past, is het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht. In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Met de herziening van het bestemmingsplan wordt de uitgebreide procedure doorlopen zoals vastgelegd in artikel 3.8 van de Wet Ruimtelijke Ordening.
Er is gestart met het indienen van een principebesluit voor het initiatief door de initiatiefnemer. Na een positief besluit van het college van burgemeester & wethouders (B&W) is een voorontwerp bestemmingsplan uitgewerkt dat aan de vooroverleginstanties (provincie, waterschap, veiligheidsregio) is toegestuurd ter beoordeling. Tevens is de omgeving van het plangebied geïnformeerd over het voornemen van de ontwikkeling. Daarna volgt het ontwerp bestemmingsplan. Het ontwerp bestemmingsplan wordt door het college van B&W zes weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder de mogelijkheid heeft om een zienswijze in te dienen. In het plaatselijke krantje en op de website www.officielebekendmakingen.nl is bekend gemaakt wanneer het voorontwerp bestemmingsplan en het ontwerp bestemmingsplan ter inzage is
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
5
1.3
Reclamant merkt op dat nieuwvestiging van bedrijven met een oppervlakte tot 5.000 m2 in het vigerend bestemmingsplan is toegestaan, maar dat daarmee sprake is van een andere situatie. Meerdere bedrijven zorgen voor een andere, meer kleinschalige uitstraling, die volgens reclamant beter past in de omgeving.
1.4
Reclamant stelt dat ten onrechte nagenoeg ongemotiveerd wordt afgeweken van de in de omgeving gebruikelijke bouwhoogte van 10 meter, door een bouwhoogte van 15 meter toe te staan. Reclamant stelt dat in het huidig bestemmingsplan weliswaar een afwijkingsbevoegdheid is opgenomen om een hoogte van 15 meter toe te staan, maar dat om twee redenen die hoogte in het voorliggend plan niet aanvaardbaar is: - Vanwege de onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en architectonische waarden; - Vanwege de geldende molenbiotoop.
gelegd. Uiteindelijk volgt de vaststelling door de gemeenteraad. Het plan wordt opnieuw zes weken ter inzage gelegd waarbij eenieder de mogelijkheid heeft om tegen deze vaststelling of het besluit om het plan niet vast te stellen, beroep in te stellen bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Reclamant heeft een terecht punt als het gaat om de uitstraling van een bedrijventerrein. De vestiging van meerdere bedrijven kan bijdragen aan een kleinschaligere uitstraling van een bedrijventerrein. Gezien het gestelde onder 1.1 is uitbreiding van het bedrijf Van Krimpen op de huidige locatie tot een omvang groter dan 5.000 m2 om meerdere redenen noodzakelijk: Voor een duurzame voortzetting en verdere groei van het bedrijf is samenvoeging van de twee bedrijfslocaties (Oudenbosch en Standdaarbuiten) op één locatie een noodzaak. Op bestaande bedrijventerreinen is voor de samenvoeging geen geschikte locatie beschikbaar. Realisatie van toekomstige bedrijventerreinen is pas vanaf eind 2025 voorzien. Dit is voor de actuele uitbreidingsbehoefte voor Van Krimpen (die al speelt vanaf 2019) te laat. Van Krimpen is lokaal geworteld met veel medewerkers uit de directe omgeving. De locatie in Standdaarbuiten is goed ontsloten en heeft al een bedrijfsbestemming.
De monumentale molenromp aan de Molenstraat 10 is aan zowel de oost, zuid, en westzijde ‘ingepakt’ met bestaande bebouwing. Het zicht op de molenromp vanaf het bedrijventerrein wordt hierdoor al ontnomen door onder andere een bestaande bedrijfsloods ten zuiden van de molenromp. Met de ontwikkeling wordt het aanzicht van de molenromp en daarmee de cultuurhistorische en architectonische waarden niet verder aangetast. Een molenbiotoop wordt gebruikt om de omgeving waarin een molen functioneert aan te duiden en beschermt niet het (dorps)aangezicht. Een windmolen kan niet functioneren zonder een vrije windtoevoer. In vroeger tijden werden molens doorgaans gepacht, en in ruil voor de pachtsom verleende de heer het zogenaamde “windrecht” aan de pachter. Dit hield in dat binnen een zekere afstand van de molen geen bouwsels of begroeiing de wind mochten belemmeren. Binnen de gebiedsaanduiding ‘molenbiotoop’ gelden regels die van toepassing zijn op de bouwhoogte van nieuwe bebouwing in de omgeving van de molen. Tevens kan gesteld worden dat de molen al jaren niet meer actief is als stellingsmolen maar wordt gebruikt als expositieruimte/cursusruimte. De molen is afgetopt en de wieken zijn verwijderd. De beoogde bouwhoogte van 15 meter heeft dus geen invloed op de werking van de molen.
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
De toelichting wordt op dit punt aangepast. Er zal in paragraaf 5.1.1 nader onderbouwd worden dat met de voorgenomen ontwikkeling de cultuurhistorische en architectonische waarden niet onevenredig worden aangetast.
6 1.5
1.6
1.7
Reclamant stelt dat de woning van zijn cliënt ten onrechte niet is meegenomen in het akoestisch onderzoek industrielawaai.
Reclamant stelt dat in het akoestisch onderzoek noch elders in het bestemmingsplan voldoende aandacht is besteed aan een goed woon- en leefklimaat. Er is niet berekend of de geluidsbelasting in de achtertuinen van de aan het plan grenzende woningen ook aanvaardbaar is. Reclamant stelt dat er ten onrechte geen goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
Reclamant stelt dat uit het voorliggend bestemmingsplan niet blijkt dat er enig onderzoek is verricht of aandacht is besteed aan de gevolgen van trillingen bij de uitvoering en tijdens de gebruiksfase op de woning van cliënt.
Het klopt inderdaad dat de woning van reclamant niet is onderzocht. De woning blijkt niet maatgevend te zijn. Gevels van andere woningen liggen op kortere afstand van de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en zijn maatgevend voor het akoestisch onderzoek industrielawaai. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het akoestisch onderzoek industrielawaai toch aangepast en zijn Molenstraat 20 en 22 toegevoegd aan de rekenmodellen. De conclusie van het onderzoek blijft ongewijzigd. Uit het onderzoek blijkt dat de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddelde en de maximale geluidniveaus niet worden overschreden. Verder kan gesteld worden dat er tijdens de geluidberekening nog geen rekening is gehouden met de aan te leggen aarden wal, met een hoogte van minimaal 3 meter. In de praktijk zal de aarden wal de geluidsbelasting nog verder reduceren. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG wordt het bedrijf Van Krimpen aangemerkt worden als een categorie 2 bedrijf (opslag van goederen ten behoeve van de tuinbouwsector). De richtafstand voor dit type bedrijf bedraagt 30 meter. De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is.
In het voorliggend bestemmingsplan wordt een bedrijfsuitbreiding mogelijk gemaakt van het bedrijf Van Krimpen. Het bestemmingsvlak is gelegen op een variabele afstand tussen de 33 en 45 meter vanaf de woonbestemming en de tuinen van de dichtstbijzijnde woningen. De afstand tot aan de dichtstbijzijnde gevel is ruim 60 meter. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde norm van 30 meter uit de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG en is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. De wijze van bouwen maakt geen onderdeel uit van het bestemmingplan. Het bestemmingsplan regelt het juridisch planologische aspect om de bedrijfsuitbreiding op deze locatie mogelijk te maken. Uiteraard zal in de bouwfase met omwonenden worden gekeken hoe overlast kan worden beperkt. Schade tijdens of na bouwwerkzaamheden maakt deel uit van het uitvoerende/technische aspect in de fase van de omgevingsvergunning voor de bouw. De ontwikkelaar/bouwer is verantwoordelijk voor uitvoering van voor- en na opnames van aangrenzende woningen en de bouw. Afhankelijk van het funderingsadvies worden door het onafhankelijke expertisebureau de op te nemen panden bepaald. Indien er schade aan de woningen ontstaat als gevolg van de bouwwerkzaamheden dan is de ontwikkelaar hiervoor aansprakelijk en verzekerd.
Indien u evenwel van mening bent planschade te ondervinden, kunt u een verzoek tot de vergoeding hiervan indienen bij de gemeente, nadat het bestemmingsplan in
Het akoestisch onderzoek industrielawaai is aangepast. De gevels van Molenstraat 20 en 22 zijn toegevoegd aan de rekenmodellen. De conclusie van het onderzoek blijft ongewijzigd, de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddelde en de maximale geluidniveaus niet worden overschreden.
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
De toelichting van het plan wordt aangepast. Er wordt aan de paragraaf 5.3.9 Verkeer een onderbouwing toegevoegd waarom trillingen in de gebruiksfase niet verwacht worden. Door de combinatie van de afstand tot de dichtstbijzijnde woning (ca. 60 m) en een egale verharding van het terrein worden geen trillingen verwacht.
7 werking is getreden. Voor verdere informatie over planschade kunt u contact opnemen met de gemeente. (Extra) trillingen ten gevolgen van vrachtwagenverkeer in de nieuwe situatie, na de uitbreiding van het bedrijf van Krimpen worden niet verwacht. Het bestemmingsvlak is gelegen op een variërende afstand tussen de 33 en 45 meter vanaf de woonbestemming en de tuinen van de dichtstbij gelegen woningen. De afstand tot aan de dichtstbij gelegen woning van is ruim 60 meter. De zone direct grenzend aan de woonbestemming wordt herbestemd naar groen. Binnen de bestemming groen zijn geen bouwwerken of bedrijfsactiviteiten toegestaan. Daarnaast wordt het terrein geëgaliseerd en verhard met asfalt, zonder drempels of ander soort ongelijke verharding. Op grond van artikel 2.23, eerste lid, van het Activiteitenbesluit, voor zover hier van belang, mogen trillingen, veroorzaakt door de tot de inrichting behorende installaties of toestellen alsmede de tot de inrichting toe te rekenen werkzaamheden of andere activiteiten, in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten niet meer bedragen dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B.
1.8
Reclamant stelt dat de aarde wal noch de groenzone is gewaarborgd in het bestemmingsplan.
De planologische situatie wijzigt, maar de situatie verslechtert niet significant door voorliggend bestemmingsplan. Op de locatie is in de huidige planologische situatie reeds een bedrijfsbestemming geldig met de mogelijkheid tot bedrijfscategorie 2 en 3.1. Binnen deze milieucategorie mag zich dus al een transportbedrijf vestigingen. Het bestemmingsvlak grenst daarbij direct aan de woonbestemming. Het bouwvlak is in de huidige planologische situatie gelegen op circa 33 meter vanaf de woonbestemming aan de Molenstraat. In de zone gelegen tussen het bouwvlak en de woonbestemming mogen bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd, waaronder buitenopslag en verkeersbewegingen/parkeervoorzieningen. Deze activiteiten, direct grenzend aan de tuin van reclamant, zijn dus in de huidige situatie reeds toegestaan. De afstand tussen het bestemmingsvlak en de dichtstbijzijnde woningen wordt vergroot met voorliggend bestemmingsplan. Aan de groenzone aan de noordzijde van het plangebied is in het voorliggend bestemmingsplan een groenbestemming toegekend. Binnen de bestemming ‘Groen’ mogen groenvoorzieningen, water, waterberging, aarden wal, bruggen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden worden gerealiseerd.
Ten behoeve van deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een maximale hoogte van 5 meter, met uitzondering van lichtmasten waarvan de bouwhoogte ten hoogste 8 meter bedraagt. Er mogen binnen de groenbestemming dus geen gebouwen worden opgericht of bedrijfsactiviteiten plaatsvinden.
Het plan wordt op dit punt aangepast. In de regels verplichting in artikel 3 ‘Bedrijventerrein’ zal tevens een worden opgenomen dat participatie met de omgeving moet worden uitgevoerd in het kader van het inrichtingsplan voor de groenzone.
De inrichting van de groenzone maakt geen onderdeel uit van deze planologische procedure. De uitwerking van de groenzone zal na vaststelling van het
Het verplichte inrichtingsplan mag pas worden uitgevoerd na
8 bestemmingsplan plaatsvinden, waarbij het participatietraject verder doorgetrokken zal worden. Een inrichtingsvoorstel zal met de directe omgeving/bewoners worden afgestemd. Voor de aarden wal zal een minimale hoogte worden aangehouden van 3 meter.
2.1
2.2 2.3
Appellant d.d. 31 mei 2022
Reclamant vraagt zich af of een bedrijf als van Krimpen met een omvang van bijna 11.000 m2 op het bedrijventerrein van Standdaarbuiten gevestigd hoort. Reclamant is van mening dat er betere alternatieve locaties zijn, waaronder het industrieterrein Moerdijk. Reclamant vraagt zich af waarom de gemeente een hoogte van 15 meter toestaat Reclamant vraagt zich af waarom er wordt goedgekeurd waarom vrachtverkeer langs de bewoonde rand van het bedrijventerrein kan rijden, terwijl er een alternatief is waarbij bewoners minder last zullen ervaren van de (extra) verkeersbewegingen.
De afstemming met bewoners over de inrichting van de groenzone en de minimale hoogte van de aarden wal zullen in het bestemmingsplan worden gewaarborgd met een voorwaardelijke verplichting.
Beantwoording
Zie reactie onder 1.1
Zie reactie onder 1.4 Het bedrijventerrein van Standdaarbuiten is ontsloten via de Molenstraat die overgaat in de Molendijk en aansluit op de Markweg. De Molendijk is een erftoegangsweg type I. Het maximum aantal verkeersbewegingen per etmaal voor deze wegen is maximaal 4.000 motorvoertuigen (mvt). Hiervan is maximaal 8% vrachtverkeer (320 vrachtwagens). De Molenstraat is een erftoegangsweg type II. Het maximum aantal verkeersbewegingen per etmaal voor deze wegen is maximaal 2.000 mvt. Hiervan is maximaal 4% vrachtverkeer (80 vrachtwagens). Verkeerstellingen Uit recente verkeerstellingen van de gemeente Moerdijk in 2021 (tijdens het bietenseizoen) blijkt dat het aantal verkeersbewegingen op de Molendijk (meetpunt tussen Molenstraat en Wieken) ca. 1.369 mvt per etmaal bedraagt. Daarbij zijn circa 197 vrachtwagens geteld. Dit valt binnen de marge van de capaciteit van de weg, die tot 320 vrachtwagens aan kan. Het aantal verkeersbewegingen op de Molenstraat (meetpunt tussen Molendijk en Van Glymesstraat) bleek ca. 929 mvt per etmaal. Daarbij zijn circa 93 vrachtwagens geteld. Tijdens deze telling is het maximaal aantal vrachtwagens dat de Molenstraat aan kan, 80, overschreden. De tellingen zijn uitgevoerd tijdens het bietenseizoen, waarbij een opslaglocatie voor bieten voorzien was aan Molenstraat 38-40.
Hierdoor rijden er meer vrachtwagens heen en weer naar het bedrijventerrein aan de Molenstraat. Dit verklaart het hogere aantal vrachtwagens tijdens de tellingen. In 2017 en 2018 zijn tevens tellingen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het aantal verkeersbewegingen op de Molendijk (meetpunt tussen Molenstraat en Wieken) ca.
goedkeuring van het bevoegd gezag waarbij tevens participatie met de omgeving moet worden gevoerd. Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat de aarden wal een minimale hoogte heeft van 3 meter.
Conclusie
De toelichting van het plan wordt op dit punt aangepast. Zie conclusie onder 1.1
Het plan wordt op dit punt niet aangepast. Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
9 1.300 mvt in 2017 en 1.070 mvt in 2018 per etmaal bedroeg. Het aandeel zwaar vrachtverkeer lag tussen de 6% en 8%. Het aantal vrachtwagens lag tussen de 64 en 104 per etmaal. Dit valt ruim binnen de marge tot 320 vrachtwagens per etmaal die de Molendijk aan kan. Het aantal verkeersbewegingen op de Molenstraat (meetpunt tussen Molendijk en Van Glymesstraat) bleek ca.1.020 mvt in 2017 en 850 mvt in 2018 per etmaal. Het aandeel vrachtwagens lag hier lager, op 2%. Het aantal vrachtwagens betrof gemiddeld tussen de 17 en 20 vrachtwagens per etmaal. Dit aantal valt ook ruim binnen het maximum aantal van 80 vrachtwagens per etmaal die de Molenstraat aan kan. Theoretische berekening Door RA infra is een theoretisch verkeersonderzoek uitgevoerd op basis van de CROW kencijfers en de verkeerstellingen uit 2017 en 2018. Deze berekening is gemaakt op basis van oppervlakten van een bedrijfsloods (statische opslag). Uit de berekening blijkt dat na uitbreiding van de bedrijfsloods het aantal verkeersbewegingen met ca. 30 per etmaal zou toenemen. In totaal komt dat in de nieuwe situatie neer op 60 à 70 verkeersbewegingen per etmaal (incl. bestaande verkeersbewegingen), waarvan 20 vrachtautobewegingen. Dit aantal zit ruim binnen het maximum dat de Molenstraat, 80 vrachtwagens per etmaal, aan kan.
Naast Van Krimpen zijn er uiteraard nog andere vrachtverkeer aantrekkende bedrijven gevestigd aan de Molenstraat, waaronder Tilborghs Granen B.V. en Paccor. Omdat Van Krimpen maar een klein aandeel vrachtbewegingen heeft is de verwachting dat buiten het bietenseizoen de verkeersaantallen onder de maximale norm blijven. Praktijk verwachting vanuit Van Krimpen In de praktijk zal het aantal verkeersbewegingen vanuit Van Krimpen gelijk blijven of zelfs afnemen. De afgelopen drie jaar is het bedrijf Van Krimpen fors gegroeid. Echter door de huidige situatie omtrent energie (de helft van de klanten zijn glas tuinders) en de neergaande conjunctuur verwacht Van Krimpen de komende jaren geen uitbreiding in personeel. De groei van de laatste jaren was ook sterk gerelateerd aan de corona situatie (veel mensen waren thuis en kochten extra planten voor de tuin of in huis) en zal zich niet doorzetten. Er wordt een teruggang in afzetvolume verwacht van 0 tot 20%. Op dit moment heeft Van Krimpen twee locaties: de hoofdvestiging met kantoor in Standdaarbuiten en een nevenvestiging met alleen opslag van producten in Oudenbosch. Met het uitbreiden van de locatie in Standdaarbuiten, wordt de locatie in Oudenbosch opgeheven. Alle bedrijfsactiviteiten kunnen worden gebundeld voor een efficiëntere bedrijfsvoering.
10 De bundeling van de activiteiten levert niet alleen voor een bedrijf een positieve impuls: de verkeersbewegingen tussen de twee locaties kunnen door het samenbrengen van de bedrijfslocaties in Standdaarbuiten worden voorkomen.
2.4
Waarom zijn er zoveel laaddocks nodig als er ‘weinig’ vrachtverkeer zal zijn. Er zijn immers al 7 laaddocks aan de voorzijde.
2.5
Reclamant wil graag op de hoogte gehouden worden van de voortgang en werkwijze van de bouw. Reclamant vraagt zich af of er geheid zal worden en of dit is toegestaan.
2.6
Reclamant uit zijn zorgen over de nadelige gevolgen voor zijn gezondheid, woongenot en de biodiversiteit en trekt de uitgevoerde metingen in twijfel doordat deze in een rustige periode hebben plaatsgevonden.
Van Krimpen heeft momenteel 36 mensen in dienst en de verwachting is dat dit aantal de komende jaren niet verder groeit. 11 werknemers komen op de fiets of scooter naar kantoor, 20 werknemers komen met de auto en de overige werknemers zijn vertegenwoordigers die vanuit hun woonplaats werken en vertrekken. De vertegenwoordigers komen gemiddeld één keer per maand op het kantoor in Standdaarbuiten. Verder komen er op een werkdag gemiddeld 3 tot 5 mensen op bezoek, verdeeld over de dag. Het aantal vrachtwagenbewegingen per dag is gemiddeld tussen de 20 en 25 en zal door het samenvoegen van de twee vestigingen in de praktijk nog kunnen afnemen. In totaal gaat het dus om maximaal 75 (20 x 2 + 5 x 2 + 25) verkeersbewegingen per dag incl. max. 25 vrachtwagenbewegingen. Het aantal vrachtwagenbewegingen zal in de praktijk dus altijd binnen het maximum tot 80 vrachtwagenbewegingen passen. De extra laaddocks worden aangelegd vanuit bedrijfsefficiëntie. Op deze manier kan het magazijn vanuit twee zijden worden aangevuld met producten en kunnen producten vanuit magazijn worden geleverd. Daarnaast is de toegankelijkheid voor de veiligheidsdiensten beter, bijvoorbeeld voor de brandweer. Na vaststelling van het bestemmingsplan zal een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden aangevraagd.
Daarbij dient ook de constructie en fundering uitgewerkt te zijn en te voldoen aan het Bouwbesluit. De gemeente Moerdijk neemt een besluit over de aanvraag omgevingsvergunning. Op het besluit van de aanvraag kan bezwaar gemaakt worden. De aanvraag en het besluit van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zullen bekend worden gemaakt in het gemeenteblad en de Moerdijkse bode. Via overheid.nl kunt u een e-mailattendering in stellen voor aanvragen in uw woonomgeving. In het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Standdaarbuiten’ is het deel waar de uitbreiding van het bedrijf Van Krimpen plaatsvindt bestemd voor ‘Bedrijventerrein’. In de huidige planologische situatie mogen op een deel van de locatie al bedrijven gevestigd worden tot maximaal bedrijfscategorie 2. Het bouwvlak is daarbij gelegen op circa 33 meter vanaf de woonbestemming aan de Molenstraat. In de zone gelegen tussen het bouwvlak en de woonbestemming mogen bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd, waaronder buitenopslag en parkeervoorzieningen. Deze activiteiten, direct grenzend aan de tuin van reclamant, zijn dus in de huidige situatie reeds toegestaan. In het voorliggend bestemmingsplan wordt een bedrijfsuitbreiding mogelijk gemaakt van het bedrijf Van Krimpen. Het bouwvlak is gelegen op ruim 45 meter vanaf de woonbestemming en de tuin van reclamant.
De afstand van de tuin van reclamant tot de bebouwingsmogelijkheden neemt dus toe ten opzichte van de bebouwingsmogelijkheden in het vigerende
Het plan wordt op dit punt niet aangepast. Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
11 bestemmingsplan. De zone direct grenzend aan de woonbestemming wordt herbestemd naar groen. Binnen de bestemming groen zijn geen bouwwerken of bedrijfsactiviteiten toegestaan. De planologische situatie wijzigt, maar de situatie verslechtert niet significant door voorliggend bestemmingsplan. Daarnaast kan gesteld worden dat onderzoek naar milieutechnische aspecten, waaronder bodem, archeologie, flora en fauna, stikstofdepositie, bedrijven en milieuzonering (waaronder industrielawaai en wegverkeerslawaai), verkeer en luchtkwaliteit, een verplicht onderdeel van een bestemmingsplanherziening is. Alle uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlage bij het ontwerp bestemmingsplan opgenomen. In de onderzoeken staat vermeld op welke wijze het onderzoek is uitgevoerd en wanneer eventuele veldbezoeken hebben plaatsgevonden. Een aantal van deze onderzoeken zijn theoretische onderzoeken op basis van wettelijk gestelde normen en het toekomstig te realiseren programma. Dit geldt voor de aspecten stikstofdepositie, industrielawaai en wegverkeerslawaai. Voor de overige onderzoeken hebben veldbezoeken plaatsgevonden. Een voorbeeld hiervan is het flora en fauna onderzoek. In het kader van de wet natuurbescherming heeft op 8 januari 2021 een veldbezoek plaatsgevonden in de ochtend.
Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. Aanvullend is op 28 september 2021, op 9 december 2021 en 25 januari 2022 in de middag een boomholtecheck uitgevoerd naar eventueel geschikte verblijfplaatsen voor boomwonende vleermuizen.
3.1
3.2
Appellant d.d. 24 mei 2022
Reclamant stelt dat naar zijn mening het bedrijf Van Krimpen 10 jaar geleden vergunning heeft gekregen voor het bouwen van een pand met max. 5.000 m2 en een hoogte van 10 meter. Later is dit volgens reclamant illegaal opgetrokken naar 15 meter en goedgekeurd door de gemeente. Reclamant stelt dat het bedrijventerrein van Standdaarbuiten bedoelt is voor kleinschalige industrie en dat 10 jaar geleden de maximale oppervlakte al bereikt is. De firma Van Krimpen mag daarom niet meer uitbreiden en zal anders moeten verhuizen naar het
Uit de onderzoeken is naar voren gekomen dat de milieuaspecten geen belemmering voor de beoogde bedrijfsuitbreiding opleveren.
Beantwoording Zie reactie bij 2.2
Bij de realisatie van het huidige pand is een aanvraag bouwvergunning aangevraagd. De bouwvergunning is voor de bedrijfsruimte met kantoor is verleend op 17 oktober 2011. In deze vergunning is een binnenplanse ontheffing (artikel 7.3 van het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Standdaarbuiten’) verleend voor de bouwhoogte van 15 meter. Zie reactie onder 1.1
Conclusie
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
De toelichting van het plan wordt aangepast. Zie conclusie onder 1.1
12
3.3
3.4
4.1
4.2
bedrijventerrein van Zevenbergen en/of Moerdijk. Reclamant stelt dat ook de molenbiotoop en beleidsaspecten zoals beschreven in hoofdstuk 4 van voorliggend bestemmingsplan meetellen. Reclamant stelt dat vanwege bovengenoemde punten een herziening van het vigerend bestemmingsplan uitgesloten is.
Appellant d.d. 24 mei 2022
Reclamant wenst een nadere uitleg over de medewerking van de gemeente Moerdijk aan de uitbreiding van het bedrijf van Krimpen naar een bedrijfspand van 10.000 m2 op een kleinschalig bedrijventerrein. Het bedrijf is naar mening van reclamant meer geschikt op plaatsen zoals Roosendaal en Etten-Leur. Reclamant uit zijn zorgen over de toename van het aantal auto’s en parkeerplaatsen aan de noordzijde van het gebouw. De toename zal meer overlast veroorzaken door stank en geluid van verkeer.
Zie reactie onder 1.4
De toelichting van het plan wordt aangepast. Zie conclusie onder 1.4
Zie reactie onder 1.2
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
Beantwoording
Conclusie
Onderdeel van een bestemmingsplanherziening is het waarborgen van een goede parkeervoorziening. Het parkeerbeleid van de gemeente Moerdijk gaat uit van het midden van de bandbreedte van de meest recente kencijfers van de CROW, waarbij de uitgangspunten ‘niet stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’ zijn. Door RA infra is een theoretisch verkeersonderzoek uitgevoerd, waarbij de parkeerbehoefte is bepaald. Op basis van de totale oppervlakte van het bedrijf (inclusief uitbreiding) dienen er theoretisch gezien 81 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden.
De toelichting van het plan wordt op dit punt aangepast in paragraaf 3.1 planontwikkeling en 4.4.4 Parkeerbeleid Moerdijk.
Zie reactie onder 1.1
In de praktijk zal dit aantal parkeerplaatsen niet nodig zijn. Van Krimpen heeft momenteel 36 mensen in dienst en de verwachting is dat het bedrijf de komende jaren niet verder groeit. De afgelopen drie jaar is het bedrijf van Krimpen fors gegroeid. Door de huidige situatie omtrent energie en de neergaande conjunctuur verwacht Van Krimpen de komende jaren geen uitbreiding in personeel. De groei van de laatste jaren was ook sterk gerelateerd aan de corona situatie (veel mensen waren thuis en kochten een extra plantje voor binnen of deden de tuin opknappen) en zal zich niet doorzetten. Er wordt een teruggang in omzetvolume verwacht van 0 tot 20%. Op dit moment heeft Van Krimpen twee locaties: de hoofdvestiging met kantoor in Standdaarbuiten en een nevenvestiging met alleen opslag van producten in Oudenbosch. Met het uitbreiden van de locatie in Standdaarbuiten, wordt de locatie in Oudenbosch opgeheven. Alle bedrijfsactiviteiten kunnen worden gebundeld voor een efficiëntere bedrijfsvoering.
De toelichting van het plan wordt aangepast. Zie conclusie onder 1.1
13 De bundeling van de activiteiten levert niet alleen voor een bedrijf een positieve impuls: de verkeersbewegingen tussen de twee locaties kunnen door het samenbrengen van de bedrijfslocaties in Standdaarbuiten worden voorkomen. Van de 36 werknemers komen 11 werknemers op de fiets of scooter naar kantoor. 20 werknemers komen met de auto en de overige werknemers zijn vertegenwoordigers die vanuit hun woonplaats werken en vertrekken. De vertegenwoordigers komen gemiddeld één keer per maand op het kantoor in Standdaarbuiten. Verder komen er op een werkdag gemiddeld 3 tot 5 mensen op bezoek, verdeeld over de dag. In de huidige situatie zijn er 17 parkeerplaatsen aanwezig waarmee het bedrijf tot nu toe goed altijd uit de voeten kon. In het scenario dat alle werknemers met de auto komen en er 5 bezoekers tegelijkertijd op kantoor zijn betekent dit dat er op dat moment ruimte dient te zijn voor 41 auto’s. Vrachtwagens parkeren in de daarvoor bestemde laaddocks. Om een buffer te hebben zullen er 45 parkeerplaatsen worden aangelegd (41 + 10%), inclusief de bestaande parkeerplaatsen.
4.3
4.4
Reclamant uit zijn zorgen over de bouwhoogte van 15 meter. Hierdoor zal er minder daglicht zijn.
Reclamant uit zijn zorgen over het woongenot. Zij zijn hier komen wonen voor de rust en ervaren nu al overlast van het bedrijf.
Vanwege de theoretische berekening is in het bestemmingsplan een reservering gemaakt voor 81 parkeerplaatsen. In de praktijk zullen deze niet nodig zijn. Zie reactie onder 2.2 Daarnaast geldt dat in de huidige planologische situatie het bouwvlak op circa 33 meter vanaf de woonbestemming aan de Molenstraat is gelegen. In het voorliggend bestemmingsplan wordt het bouwvlak verkleint en is de afstand van het bouwvlak tot aan de woonbestemming gelegen op ruim 45 meter. Er kan gesteld worden dat er dus voldoende daglicht is. Het bouwbesluit gaat bij berekeningen van daglicht alleen uit van bouwwerken op het eigen perceel. art 3,75 bouwbesluit. Wat betreft bezonning laat het nieuwe bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing toe. In het vigerend bestemmingsplan is op dezelfde plek reeds bebouwing toe gelaten. In de huidige planologische situatie mogen op een deel van de locatie al bedrijven gevestigd worden tot maximaal bedrijfscategorie 2. Het bouwvlak is daarbij gelegen op circa 33 meter vanaf de woonbestemming aan de Molenstraat. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarbij de bouwhoogte onder voorwaarden kan worden vergroot naar 15 meter, mits de cultuurhistorische en architectonische waarden niet onevenredig worden aangetast. In de zone gelegen tussen het bouwvlak en de woonbestemming mogen bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd, waaronder buitenopslag en
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
14 parkeervoorzieningen. Deze activiteiten, direct grenzend aan de tuin van reclamant, zijn dus in de huidige situatie reeds toegestaan. De huidige maximale planologische mogelijkheden zijn gevisualiseerd en in bijlage 1 bij deze Nota van Zienswijzen weergegeven. In het voorliggend bestemmingsplan wordt een bedrijfsuitbreiding mogelijk gemaakt van het bedrijf van Krimpen. Het bouwvlak is gelegen op ruim 45 meter vanaf de woonbestemming en de tuin van reclamant. De afstand van de tuin van reclamant tot de bebouwingsmogelijkheden neemt dus toe ten opzichte van de bebouwingsmogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan. De zone direct grenzend aan de woonbestemming wordt herbestemd naar groen. Binnen de bestemming groen zijn geen bouwwerken of bedrijfsactiviteiten toegestaan. De planologische situatie wijzigt, maar de situatie verslechtert niet significant door voorliggend bestemmingsplan. De toekomstige situatie is gevisualiseerd en in bijlage 2 van deze Nota van Zienswijzen weergegeven. Tijdens de twee informatieavonden die gehouden zijn op 8 januari 2020 en 7 juli 2020 zijn deze sfeerimpressies en tekeningen van de toekomstige situatie getoond.
5.1
5.2
5.3
Appellant d.d. 7 mei 2022
Reclamant stelt dat de gewenste 15 meter bouwhoogte niet mogelijk is en slechts 10 meter mag zijn. Een bouwhoogte van 15 meter is daarnaast niet gewenst gezien het uitzicht van bewoners van de Molenstraat aan de achterzijde. Reclamant uit zijn zorgen over de hoogte van de aan te leggen aarden wal. De hoogte wordt nu niet gewaarborgd in het voorliggend bestemmingsplan. Reclamant vraagt om een nadere uitwerking van de aarden wal en de groeninvulling. Reclamant stelt het op prijs als de bewoners bij de nadere uitwerking worden betrokken. Reclamant stelt dat een bedrijf met een bebouwd oppervlak van 10.000 m2 niet gewenst is in een dorp als Standdaarbuiten met 15.000 inwoners. Een dusdanig groot
Zie verder reactie onder 2.6
Beantwoording
Conclusie
Zie reactie onder 1.8
Het plan wordt op dit punt aangepast. Zie conclusie onder 1.8
Zie reactie onder 1.1 en 4.4
De toelichting van het plan wordt aangepast. Zie conclusie onder 1.1.
Zie reactie onder 2.2
Het plan wordt op dit punt niet aangepast.
15
5.4
bedrijf hoort op een bedrijventerrein als Moerdijk. Reclamant stelt dat er een tegenstrijdigheid in het bestemmingsplan is opgenomen. In het vigerend bestemmingsplan is een bedrijfsuitbreiding planologisch niet mogelijk. In het voorliggend bestemmingsplan wordt gesteld dat, gezien de ligging en dat er in de huidige planologische situatie al een bedrijfsbestemming geldt, de uitbreiding aansluit bij het beleid.
Zie reactie onder 1.1 en 4.4
De toelichting van het plan wordt aangepast. Zie conclusie onder 1.1.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen: In de toelichting van het bestemmingsplan zal de behoeftevraag en de vraag of het bedrijf passend is op deze locatie uitgebreider worden onderbouwd. Daarbij wordt aangegeven waarom het bedrijf niet passend is op andere (regionale) bedrijventerreinen. In de toelichting van het bestemmingsplan zal in paragraaf 5.1.1 zal nader onderbouwd worden dat met de voorgenomen ontwikkeling de cultuurhistorische en architectonische waarden niet onevenredig worden aangetast. Het akoestisch onderzoek industrielawaai is aangepast. De gevels van Molenstraat 20 en 22 zijn toegevoegd aan de rekenmodellen. De conclusie van het onderzoek blijft ongewijzigd, de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddelde en de maximale geluidniveaus niet worden overschreden. De toelichting van het plan wordt aangepast. Er wordt aan de paragraaf 5.3.9 Verkeer een onderbouwing toegevoegd waarom trillingen in de gebruiksfase niet verwacht worden. Door de combinatie van de afstand tot de dichtstbijzijnde woning (ca. 60 m) en een egale verharding van het terrein worden geen trillingen verwacht.
Er wordt in de regels van het bestemmingsplan in artikel 3 ‘Bedrijventerrein’ een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarbij het gebruik van de gronden en gebouwen enkel is toegestaan nadat een inrichtingsplan voor de groenzone is opgesteld, uitgevoerd en in stand wordt gehouden. Het verplicht gestelde inrichtingsplan mag pas uitgevoerd worden met goedkeuring van het bevoegd gezag en tevens zal er een participatieverplichting gelden alvorens de omgevingsvergunning wordt afgegeven. Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat de aarden wal een minimale hoogte heeft van 3 meter. Paragraaf 4.4.4 wordt aangevuld. Er zal naast de theoretische berekening van RA infra een onderbouwing worden toegevoegd over het aantal parkeerplaatsen dat in de praktijk gebruikt zal worden op basis van de aantallen personeel, bezoek en vrachtwagens van Van Krimpen.
4. Ambtshalve wijziging -
De bestemmingsomschrijving voor groen in paragraaf 6.1 van de toelichting zal worden aangepast en afgestemd op bestemmingsomschrijving zoals opgenomen in artikel 4.1 van de regels. De omschrijving luidt als volgt: ‘De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groen, water, waterberging, aarden wal, bruggen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden en voorzieningen van openbaar nut. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 meter, met uitzondering van lichtmasten waarvan de bouwhoogte ten hoogste 8 meter bedraagt.’
5. Bijlage bij Nota van Zienswijzen: Bestemmingsplan “Molenstraat 42, Standdaarbuiten”, ontwerp 1. 2. 3.
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Akoestisch adviesburo Van Lienden, versie 2, 5 september 2022 Visualisatie huidige maximale planologische mogelijkheden Visualisatie toekomstige situatie op basis van voorliggend bestemmingsplan