CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Molendijk 2 Standdaarbuiten_TOELICHTING_Bijlage 9 Standaard Verantwoording Groepsrisico

Commissievergadering 14 januari 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Molendijk 2 Standdaarbuiten7.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Standaard Verantwoording Groepsrisico Gemeente Moerdijk

Opdrachtgever: J. van Venrooij, gemeente Moerdijk Uitvoering L. Jansen, M. van der Wielen, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Datum 25 april 2017

1

Standaard Verantwoording Groepsrisico Inleiding Deze standaard verantwoording groepsrisico betreft alle risicobronnen die kunnen leiden tot een groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, buisleidingen en autowegen. In deze standaard verantwoording worden binnen de gemeente aanwezige risicobronnen beschouwd, alleen indien hiertoe aanleiding bestaat wordt een specifieke bron specifiek benoemd. Deze standaard verantwoording wordt toegepast op grond van art. 13 voor Wro-besluiten en omgevingsvergunningen Wabo voor afwijken van bestemmingsplan of beheersverordening. Voor het groepsrisico moet worden beschouwd welke populatie wordt getroffen door een ongeval met gevaarlijke stoffen. De gevolgen van het onderhavige bestemmingsplan/Wabo-besluit voor het groepsrisico zijn bekend en vormen samen met de aanwezige mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van in de nabijheid aanwezige personen de basis voor de verantwoording groepsrisico. Voor een verantwoording van het groepsrisico dient de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen. De Veiligheidsregio heeft ervoor gekozen om in vooraf bepaalde situaties een standaardadvies af te geven.

In het standaardadvies wordt in het kader van de verantwoording aandacht besteed aan de volgende aspecten:  Mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheid;  Mogelijkheden voor de rampenbestrijding;  Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen Dit standaard advies, van 5 december 2016 is betrokken in onderstaande verantwoording. In de volgende paragrafen worden:  De beleidsuitgangspunten externe veiligheid van Moerdijk samengevat.  Het toepassingsgebied van deze standaardverantwoording nader toegelicht.  De groepsrisico’s van risicobronnen nader toegelicht.  De bestrijding van de calamiteit en de zelfredzaamheid in relatie tot het standaard advies van de Veiligheidsregio nader uitgewerkt. Er wordt afgesloten met een verantwoording. Extern veiligheidsbeleid van de gemeente Moerdijk Samengevat komt het huidige en toekomstige veiligheidsbeleid (actieprogramma integrale veiligheid 2016 -2019) van Moerdijk op het volgende neer:  Nieuwe risico’s laten we alleen toe in de gebieden die daarvoor geschikt zijn en waar de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid goed is;  Op het zeehaven- en industrieterrein Moerdijk (m.n. het chemiecluster) reserveren we deze ruimte;  In andere gebieden zijn nieuwe risico’s alleen nog mogelijk onder zwaarwegende restricties;  Bestaande risico’s hebben rechten en die zullen we ook zoveel mogelijk beschermen.

Dat betekent dat er binnen deze contouren ruimtelijke beperkingen gelden. Uitbreiding van de bestaande risico’s is alleen mogelijk onder zwaarwegende restricties;  In de gevallen dat er sprake is van een toename van risico’s, baseert het gemeentebestuur (afhankelijk van de procedure; het college van B&W of de gemeenteraad) haar besluit op basis van een bestuurlijke verantwoording, waarin de risico’s worden afgewogen aan maatschappelijk economische belangen van de ontwikkeling en de mate van zelfredzaamheid/bestrijdbaarheid in het gebied;  Rondom en langs risicobronnen werken we met risico-zones waarin beperkingen gelden voor het ruimtelijk gebruik;

2

We investeren extra in veiligheidsvoorzieningen in die gebieden waar de risico’s hoger zijn.

Belangrijk is dat de gemeente bewust omgaat met de vestiging en uitbreiding van risicobronnen, waarbij een (ruimtelijke) scheiding wordt gehanteerd tussen risicobronnen en (beperkt) kwetsbare objecten. Om deze zonering te bewerkstelligen moeten we ook kritisch kijken naar nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld bij het vergunnen van nieuwe of uitbreiding van risicovolle activiteiten. We werken bij de toetsing van deze activiteiten volgens een aantal beleidslijnen en spelregels, waarmee ongebreidelde groei van risicocontouren en invloedgebieden voorkomen wordt en hanteren we in die gevallen die ertoe doen bestuurlijk maatwerk. We maken hierin heldere keuzes waarmee we aan de ene kant voor meer veiligheid gaan en aan de andere kant niet alles onnodig op slot gooien. Hiervoor hanteren we de EV-beleidslijnen uit onderstaande tabel bij het vergunnen van nieuwe risico’s. Beleidslijnen EV binnen vergunningverlening Nieuwe risicovolle  Alleen toegestaan op Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk A, of op basis van zwaarwegende belangen onder inrichting. zware restricties B elders.  PR 10-5 contour niet buiten perceelsgrens toegestaan tenzij gelegen over de bestemming verkeer/water. C  PR 10-6 contour niet buiten zonegrens toegestaan tenzij gelegen over de bestemming verkeer/water.

C  Het gemeentebestuur kan bij het voldoen aan zwaarwegende toetsingscriteria D en een uitgebreide bestuurlijke verantwoording E de PR 10-5 contour en/of PR 10-6 contour buiten de perceelsgrens en de bestemming verkeer/water toestaan. Bestaande risicovolle  PR 10-5 contour buiten perceelsgrens toegestaan, gebaseerd op de reeds vergunde activiteiten. inrichting.  PR 10-6 contour buiten zonegrens toegestaan, gebaseerd op de reeds vergunde activiteiten.  Bij nieuwe vergunningaanvragen waarbij de risicocontouren toenemen, wordt deze toename getoetst als nieuwe risicovolle inrichting. Algemene uitgangspunten  Risicovolle inrichting: Bevi-bedrijf en in Activiteitenbesluit aangewezen bedrijf met veiligheidscontour groter dan 10 meter vanaf de bron. Een veiligheidscontour is hierbij gelijkgesteld met een 10-6-contour.  Veranderingen van de plaatsgebonden risicocontouren door veranderende wetgeving of rekenmethodiek zijn altijd toelaatbaar.  Iedere wijziging in het groepsrisico wordt verantwoord en deze komt terug in de considerans van de vergunning. Afwijkingen A Voor het Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk zijn de beleidslijnen vastgelegd in het Bestemmingsplan Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk. B Zware restricties:  De risicovolle activiteiten betreffen een nevenactiviteit en het bedrijf is gebonden aan de (beoogde) locatie.

 Alleen toegestaan, mits de PR10-5 en de PR10-6 contouren binnen de inrichtingsgrenzen blijven of over de bestemming verkeer/water zijn gelegen. C De ligging van een PR10-6 contour over een perceel van derden kan worden toegestaan, mits op dit perceel (beperkt) kwetsbare objecten zijn uitgesloten en dit als zodanig ruimtelijk is verankerd. D Zwaarwegende toetsingscriteria bij de afwijkingsbevoegdheid zijn:  Noodzaak ten behoeve van bedrijfsvoering dient te worden aangetoond;  Aangetoond moet worden dat het onmogelijk is om maatregelen te treffen waardoor voldaan wordt aan de beleidslijnen voor Pr-contouren;  Het bevoegd gezag kan besluiten het RIVM te consulteren over de juistheid van de risicomodellering.  Veiligheidsregio dient geconsulteerd te worden over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. E

Bestuurlijke verantwoording: Het gemeentebestuur legt verantwoordelijkheid op basis van een motivatie van het besluit, waarin in ieder geval de gevolgen voor de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid naar voren komen en op welke wijze deze worden gecompenseerd.

Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen contouren/effectgebieden hanteren we een zoneindeling. De ontwikkelingen die (indirect) mogelijk zijn, zijn afhankelijk van de zone waarin deze

3

plaats dienen te vinden. Deze zone-indeling, alsmede de restricties die binnen deze zones gelden, zijn in onderstaande tabel opgenomen.

4

Gebied Zone I  PR10-6 contour van een spoorweg, vaarweg, (rijks)weg, buisleiding of tenminste 30 meter (gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf, oeverlijn, de buitenste rijstrook, hartlijn buisleiding).  PR10-6 contour van een Bevi -of risicovolle inrichting. Zone II  30 - 200 meter2 van een transportmodaliteit (vaarweg, (rijks)weg, buisleiding en spoorweg).  10-8 contour Bevi of risicovolle inrichtingen. Zone III  Invloedsgebied van een transportmodaliteit (vaarweg, (rijks)weg, buisleiding en spoorweg) of maximaal 1.500 m in geval van een toxisch scenario.  Invloedsgebied van een Bevi-bedrijf of risicovolle inrichting.

Zeer kwetsbaar object

Kwetsbaar object

Beperkt kwetsbaar object

Niet toegestaan

Niet toegestaan

Afhankelijk van bestuurlijke verantwoording1

Niet toegestaan

Toegestaan; bestuurlijke verantwoording1

Toegestaan

Toegestaan; bestuurlijke verantwoording1

Toegestaan

Toegestaan

Uitgangspunten:  Voor de definitie van (beperkt) kwetsbare objecten worden de wettelijke definities aangehouden. Daar deze niet limitatief zijn behouden, wij ons het recht voor om de kwetsbaarheid van niet in de wet genoemde objecten per situatie op kwetsbaarheid te toetsen en te motiveren.  Onder de categorie “Zeer kwetsbare objecten” verstaan wij objecten bestemd voor personen die bij een calamiteit niet in staat zijn zichzelf zonder hulp van buitenaf in veiligheid te brengen. Voorbeelden zijn zorgcomplexen, ziekenhuizen, cellencomplexen, kinderdagverblijven, basisscholen, begeleid wonen met 24-uurszorg en bejaardenhuizen. 1 Veiligheidsregio dient geconsulteerd te worden over de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. 2 Mits dat de PR10-6 niet groter is dan 30 meter. Is deze contour groter dan gelden tot de grens van de PR-contour de restricties voor zone I. Verantwoording groepsrisico:  Voor iedere ontwikkeling (ruimtelijke procedure) binnen een invloedsgebied of waarmee een invloedsgebied mogelijk wordt gemaakt, wordt het groepsrisico verantwoord. Wanneer deze wettelijk verplicht is, vindt een uitgebreide verantwoording plaats. Is deze niet verplicht dan vindt een verantwoording op hoofdlijnen (algemene beschouwing, onderbouwing noodzaak, bronmaatregelen en veiligheidsmaatregelen omgeving) plaats. 

Verder is de zwaarte/omvang van een groepsrisicoverantwoording afhankelijk van de zone: o Zone I: Volledige groepsrisicoverantwoording (zoals wettelijk voorgeschreven). o Zone II: Volledige groepsrisicoverantwoording (zoals wettelijk voorgeschreven). o Zone III: Groepsrisicoverantwoording op hoofdlijnen.

Voor deze standaardverantwoording is verder van belang:  Een ‘relevante toename van het groepsrisico’ is voor Moerdijk een toename van het groepsrisico van 10% of meer;  De Veiligheidsregio hanteert in haar standaardadvies invloedsgebieden die soms hoger zijn dan wettelijk of bij vergunning op basis van een QRA zijn vastgelegd. Een voorbeeld is het invloedsgebied van een LPG-tankstation. Deze is 150 meter in plaats van 200 meter. Waar dit van toepassing is zullen wij het standaardadvies van de Veiligheidsregio conform de wettelijk bepaalde of bij vergunning vastgelegde invloedsgebieden hanteren. Toepassing Deze standaard verantwoording groepsrisico geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen:  Buiten de 750 meter van een niet categoriale Bevi-inrichting1 of indien een kleinere invloedsgebied is vastgesteld en vastgelegd dan geldt deze kleinere afstand én;  Buiten de 200 meter van een categoriale o Bevi-inrichting2, autoweg,3 spoorweg4 f buisleiding5 of indien de wettelijk vastgelegde afstand kleiner is dan 200 meter deze kleinere afstand.

1 2

Inrichting waarvoor een QRA is opgesteld Inrichting waarvoor vaste afstanden gelden voor plaatsgebonden risico en invloedsgebied (tabellen Revi) 5

De beleidsvisie met betrekking tot bijzonder kwetsbare objecten (verminderd zelfredzame personen) komt overeen met de uitgangspunten voor toepassing van het standaard advies van de Veiligheidsregio. Opgemerkt dat binnen de randvoorwaarden voor het standaard advies van de Veiligheidsregio meer ontwikkelingen zijn toegelaten dan waarop deze standaardverantwoording betrekking heeft. Het betreft ontwikkelingen buiten de 30 meter en tot een afstand van 200 meter van een categoriale Bevi-inrichting, spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding waarin geen nieuwe bijzondere kwetsbare objecten worden toegestaan. Echter deze ontwikkelingen hebben mogelijk een significante toename van het groepsrisico tot gevolg. Voor deze situaties dient dan ook een verantwoording groepsrisico te worden opgesteld en kan niet worden volstaan met onderhavige standaard verantwoording. Hierop kan worden uitgezonderd indien blijkt dat alleen sprake is van een zogenaamde beperkte verantwoordingsplicht op grond van het Bevt6 of Bevb7. Dat wil zeggen dat dan geen verantwoording over de hoogte van het groepsrisico noodzakelijk is maar wel rekening moet worden gehouden met rampenbestrijding, zelfredzaamheid en hulpverlening in geval van een calamiteit. Voorwaarde hiervoor is dat de ontwikkeling op een afstand van minimaal 30 meter van de risicobron is gelegen.

Concluderend is het toepassingsgebied van onderhavige standaard verantwoording opgenomen in onderstaande tabel: Tabel: Toepassingsgebied standaard verantwoording bij ontwikkelingen van (beperkt) kwetsbare of bijzonder kwetsbare objecten

Risicobron

Afstand ontwikkeling

Categoriale Bevi-inrichtingen Niet-categoriale Bevi-inrichting Transportroutes Buisleidingen

> Invloedsgebied of 200 m > Invloedsgebied of 750 m > 200 m > Invloedsgebied of 200 m

Voor toepassing van deze standaardverantwoording zijn de bovenstaande afstanden voor niet categoriale inrichtingen en categoriale inrichtingen leidend, tenzij het invloedsgebied van betreffende inrichting, (auto)weg of buisleiding kleiner is. In dergelijke gevallen is het werkelijke invloedsgebied bepalend of verantwoording van het groepsrisico van toepassing is. Daarnaast is het toepassingsgebied ook weergegeven op een gebiedskaart (Pdf-bestand) die voor gemeenten ook via www.geobrabant.nl beschikbaar wordt gesteld (medio 2017) in een aparte kaart(laag) voor de standaard verantwoording groepsrisico (SVGR). Op deze kaart zijn hierdoor vijf verschillende gebieden te onderscheiden:

3

Wegen zoals opgenomen in het Basisnet of overige wegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt 4 Waterweg is niet van toepassing 5 Waarop Bevb van toepassing is 6

Besluit externe veiligheid transportroutes

7

Besluit externe veiligheid buisleidingen 6

Tabel: Gebiedskaart verantwoording groepsrisico Legenda

Gebied

Verantwoording en advies

Donkergeel

ABC-zone voor ontplofbare stoffen.

Lichtgeel

Op korte afstand van een risicobron: tot 30 meter

(beperkt) Kwetsbare objecten niet toegestaan. Verantwoording groepsrisico niet van toepassing. Verantwoording groepsrisico en advies Veiligheidsregio

Blauw

Tussen 30 en 2008 meter van risicobron

Verantwoording groepsrisico en standaard advies Veiligheidsregio

Grijs

Buiten 200 of 7509 m van een risicobron

Standaard verantwoording groepsrisico en standaard advies Veiligheidsregio

Transparant

Buiten invloedsgebieden

geen verantwoording groepsrisico en geen advies Veiligheidsregio

Voor de gemeente Moerdijk is een extra gebied in de tabel en op de kaart weergegeven in donkergeel. Het betreft hier de ABC-zonering voor een defensie-inrichting of een inrichting met ontplofbare stoffen voor civiele doeleinden. Weergegeven is de A- en B-zone waarbinnen in principe geen (beperkt) kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Daardoor is een verantwoording groepsrisico feitelijk nooit aan de orde voor dit gebied en de standaard verantwoording is dan ook eveneens niet van toepassing op dit gebied. Groepsrisico Op het Zeehaven en Industrieterrein Moerdijk zijn een groot aantal niet categoriale inrichtingen gelegen waarvan het invloedsgebied groter is dan 750 meter. Echter bij een zevental Beviinrichtingen is sprake van een invloedsgebied groter dan 750 meter die tevens tot (soms ver) buiten het industrieterrein is gelegen. Het betreft invloedsgebieden van Shell Nederland Chemie BV, Schutz Benelux BV, Dr. W Kolb Nederland BV, Erca Emery Surfactants BV, Stolhaven Moerdijk BV en De Rijke Intermodal BV., NS Emplacement Moerdijk. Het groepsrisico veroorzaakt door (niet categoriale) Bevi-inrichtingen, waarvan het invloedsgebied buiten tot buiten het industrieterrein reikt, ligt in alle gevallen onder de de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico met uitzondering van Shell.

Voor Dr W Kolb is recentelijk een nieuwe berekening uitgevoerd waaruit blijkt dat geen sprake meer is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Op het Industrieterrein Dintelmond is sprake van een tweetal niet categoriale Bevi-inrichtingen waarvan het invloedsgebied verder dan 750 meter reikt. Buiten de industrieterrein is nog één niet categoriale inrichting gelegen. Het betreft het Emplacement Lage Zaluwe waarvan het invloedsgebied ook verder reikt dan 750 meter. Voor deze inrichtingen blijkt het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde te liggen. Binnen de gemeente zijn diverse snelwegen gelegen die onder het Basisnet vallen. Voor de A16, A59 en A4 moet rekening gehouden worden met een invloedsgebied op grond van het huidige transport van gevaarlijke stoffen van 880 meter. Voor de A17 moet rekening worden gehouden met een invloedsgebied van meer dan 4000 meter. Voor deze snelwegen geldt dat het groepsrisico, voor zover het grondgebied van de gemeente Moerdijk betreft, ruim onder de oriëntatiewaarde.

8 9

Tenzij het invloedsgebied van de bron kleiner is Tenzij het invloedsgebied van de bron kleiner is 7

Daarnaast is sprake van transport van gevaarlijke stoffen over verschillende spoorlijnen waarvoor eveneens rekening gehouden dient te worden met een invloedsgebied van meer dan 4000 meter vanaf de spoorlijn. Het groepsrisico als gevolg van de spoorlijnen ligt onder de oriëntatiewaarde. Binnen de gemeente Moerdijk is sprake van een aantal ondergrondse buisleidingen. Het betreft hier leidingen van de categorie aardgas, aardolieproducten en overige stoffen. De invloedsgebieden kunnen afhankelijk van de aard van de stof en de dimensies van de buisleiding en de druk sterk variëren. Het groepsrisico van buisleidingen leidt niet tot knelpunten. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van risicobronnen op dusdanige afstand dat de ruimtelijke ontwikkeling, ook indien sprake is van toename van het aantal aanwezigen, niet leidt tot een relevante toename van het groepsrisico. Bestrijding calamiteit en zelfredzaamheid Scenario’s De scenario’s waardoor het plangebied getroffen kan worden is afhankelijk van de aanwezige risicobronnen. De meest voorkomende scenario’s welke zich kunnen voordoen zijn hier beschreven. Toxisch scenario Scenario van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen een giftig (toxisch) invloedsgebied: Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreid in de omgeving.

Deze kan ontstaan als gevolg van: een brand bij een inrichting met gevaarlijke stoffen (giftige verbrandingsproducten, rookwolk). het lek raken van een container/tankwagen/etc. met gevaarlijke stoffen (door uitdamping verspreiding in de omgeving). Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (longpatiënten) kunnen in het ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn irritatie van de luchtwegen en branderige ogen.

Incident met brandbare gassen Scenario van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een explosie: Een explosie kan optreden bij een LPG tankstation, bij een inrichting of bij het transport van onder druk vervoerd gas (weg). Door het instantaan falen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, komt de inhoud spontaan en explosief vrij. De stof zal waarschijnlijk ontbranden wat eveneens voor schade zorgt. Het ‘worstcase scenario’ is dat een tank door een externe brand wordt opgewarmd, waardoor deze door oplopende interne druk faalt. Hierdoor komt de inhoud onder zeer grote druk explosief vrij en ontbrandt direct. De warmtestraling en overdruk in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten gebouwen. Op grotere afstand zullen aanwezigen (brand)wonden oplopen. Daarnaast ontstaat schade aan gebouwen zijn als gevolg van de druk. Deze standaard verantwoording is niet van toepassing op ontwikkelingen gelegen binnen de effectafstanden van deze scenario’s. Fakkelbrand Scenario van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een fakkelbrand: Dit scenario treedt op bij transportleidingen voor aardgas. Door een lekkage, scheur of volledige breuk van de buisleiding kan het aardgas vrijkomen en tot ontbranding worden gebracht door een ontstekingsbron in de nabijheid.

Het vrijgekomen aardgas zal hierbij in brand vliegen wat gepaard gaat met een druk en hevige hitte ontwikkeling in de vorm van een fakkelbrand. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen. Deze standaard verantwoording is niet van toepassing op ontwikkelingen gelegen binnen de effectafstanden van het meest voorkomende scenario’s. 8

Mogelijk te treffen maatregelen te verbetering van de veiligheid Afsluitbare mechanische ventilatie bij toxisch scenario De Veiligheidsregio adviseert in nieuwe bouwwerken een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd. De detaillering van gevels, ramen en kozijnen volgt uit het Bouwbesluit 2012. Belangrijk is het controleren van een juiste uitvoering hiervan tijdens de bouw. Het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie kan niet middels het Bouwbesluit worden afgedwongen. Om de toepassing hiervan te bevorderen wordt hierover actief gecommuniceerd met initiatiefnemers van bouwprojecten. Risicocommunicatie De Veiligheidsregio adviseert om actief te communiceren met gebruikers/bewoners van het invloedsgebied over de risico’s en mogelijk te nemen maatregelen. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risico-communicatie. Op het gebied van risicobeheersing stelt de Veiligheidsregio in haar beleidsplan zich ten doel extra inspanningen te verrichten op het gebied van risicocommunicatie. Samen met de andere Brabantse Veiligheidsregio’s wordt hiervoor een plan ontwikkeld, waarbij gemeenten nadrukkelijk worden betrokken.

De gemeente Moerdijk communiceert jaarlijks aan alle burgers, in algemene zin, over hoe te handelen bij calamiteiten. Daarnaast is via de website van Moerdijk alle noodzakelijke informatie over hoe te handelen ingeval van een calamiteit eenvoudig te vinden. Ontruimingsplan Het stimuleren van inrichtingshouders om aandacht te besteden aan hun ontruimingsplannen bij externe incidenten draagt bij aan een verhoging van de veiligheid. Instellingen en bedrijven zijn op grond van de Arbo-wet verplicht een risico-inventarisatie uit te voeren. Uit deze inventarisatie volgt of een BHV-organisatie ingesteld moet worden. Door de handhavers wordt hieraan structureel aandacht aan gegeven bij het uitvoeren van hun toezichtstaken. De Veiligheidsregio heeft in samenwerking met de gemeente Moerdijk een alerteringssysteem (Calamiteiten BHV informatiesysteem (CBIS)) voor calamiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven ontwikkeld. Daarnaast heeft de gemeente een “zelfredzaamheidsplan” opgesteld voor het Zeehaven- en Industrieterrein Moerdijk. Hierin is het handelingsperspectief beschreven voor personen die verblijven in de omgeving, dat feitelijk ook toepasbaar is bij calamiteiten elders binnen de gemeente Moerdijk. Mogelijkheden voor de rampenbestrijding Toxisch scenario Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken.

Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Incident met brandbare gassen Noodzakelijk voor het voorkomen van een explosie is. Tijdige aankomst brandweer; Tijdige bereikbaarheid tankwagen of ketelwagon; Tijdige beschikbaarheid bluswater. Inzet waterkanonnen voor tweezijdige koeling tankwagen of ketelwagon. Indien de explosie niet voorkomen kan worden, is het relevant dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is.

9

Aanrijtijden In het geval van een incident in het plangebied is de brandweer binnen de bestuurlijke vastgestelde tijden aanwezig (na te gaan via www.brandweermwb.nl/brandveiligheid/ brandweerbereikbaarheid). Indien voor het plangebied of een deel ervan niet kan worden voldaan aan de vastgestelde tijden kan aan de hand van de door de Veiligheidsregio ontwikkelde toolbox, maatregelen worden getroffen om de veiligheid te verhogen. Belangrijk hierbij is de informatievoorziening richting de gebruikers/bewoners van een gebied waar de aanrijtijden niet worden gehaald. Toepassing van de toolbox kan een middel zijn om de veiligheid, door zelfredzaamheid en bewustzijn van de gevaren, te verhogen. In het uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid is in het meerjarenproramma is in een plan van aanpak een aanvullende inventarisatie van betreffende gebieden voorzien en toepassing van de toolbox activiteiten om de veiligheid, zelfredzaamheid en bewustzijn van bewoners voor brandveiligheid te verhogen. WAS (Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie) Binnen de bebouwde kom van de gemeente is de WAS-dekking veelal voldoende. Daarnaast is NLalert voor het gehele grondgebied operationeel via mobiele telefonienetwerk. Bluswatervoorziening Binnen de gemeente is een overzicht beschikbaar van de bluswatervoorziening. Op grond van het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan benodigde bluswatervoorziening.

Op verzoek van de Veiligheidsregio wordt, indien het plangebied een nieuw uitbreidingsplan, industrieterrein met BRZO-inrichtingen of een grootschalige ontwikkeling betreft, in dit kader advies gevraagd met betrekking tot bluswatervoorziening. In het uitvoeringsprogramma integrale veiligheid is ook een doorlichting van de bluswatervoorziening opgenomen. Bereikbaarheid De gemeente heeft een hoofdwegenstructuur voor de brandweer vastgesteld. Deze hoofdwegenstructuur voldoet aan de eisen die de brandweer hieraan stelt. Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen De zelfredzaamheid van aanwezigen in het plangebied hangt van diverse factoren af. In onderstaande tabel is de zelfredzaamheid voor een aantal standaard functies beoordeeld.

Scenario

Toxisch (giftig)

Explosie

Gebouwtype

Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar

Afwegingscriteria Fysieke Zelfstandig gesteldheid heid personen personen + + + + -

+ + + + -

Alarmeringsmogelijkheden personen en aanwezigen +/+ + +/+

+ + + + -

+ + + + -

+/+ + +/+

VluchtMogelijkheden Gebouw & omgeving + + + +/+

GevaarInschattingsmogelijkheden scenario +/+/+/+/+/-

+/+/+/+/+/-

+/+/+/+/+/-

Over het algemeen wordt geconcludeerd dat de zelfredzaamheid redelijk tot goed is. Voor bijzonder kwetsbare objecten waar verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn (zoals kinderdagverblijf en zorginstelling) is de zelfredzaamheid beperkt. Eerder genoemde maatregelen en voorzieningen verbeteren de vlucht en schuilmogelijkheden en daarmee ook de zelfredzaamheid van personen in het plangebied. 10

Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er personen in het plangebied worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s, ook na het treffen van maatregelen. De besproken maatregelen dragen wel bij aan het verminderen van de gevolgen die zich voordoen bij een van de besproken scenario’s. De Veiligheidsregio is voldoende ingericht om tijdig de noodzakelijke hulpverleningscapaciteit van de beschreven scenario’s te leveren. Op basis van de beschouwde scenario’s en het gelijkblijvende groepsrisico acht de gemeente het Wro- of Wabo-besluit verantwoord.

11

Sector Risicobeheersing

Gemeente Moerdijk T.a.v.: College van Burgemeester en Wethouders Postbus 40 4760 AA ZEVENBERGEN

Datum Onze referentie

8 december 2016 U.012285

Uw referentie Uw brief van

Fabriekstraat 34, Tilburg Postbus 3208 5003 DE Tilburg Telefoon (088) 2250100 www.brandweermwb.nl

Metha de Heer/Harry Killaars 06-53625089 E-mail info@brandweermwb.nl Onderwerp Standaardadvies 2017

Behandeld door Doorkiesnummer

Geacht college,

Een deel van uw gemeente is gelegen in het invloedsgebied van één of meerdere Brzo bedrijven en/of van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. Uw beleid en de besluiten externe veiligheid inrichtingen c.q. Buisleidingen en Transportroutes verplicht u het groepsrisico te verantwoorden van ieder ruimtelijk besluit dat u in dit invloedsgebied neemt. Verder dient u het Dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant iedere keer in de gelegenheid te stellen om te adviseren inzake de rampenbestrijding en de zelfredzaamheid. Werkingssfeer advies Met deze brief voorzien wij u van een standaard advies 2017, voor ruimtelijke ontwikkelingen in het invloedsgebied van een Bevi inrichting en/of de infrastructuur. U kunt dit standaard advies gebruiken voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen. In onderstaand overzicht kunt u zien wanneer u het standaardadvies kunt gebruiken en wanneer u de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant in de gelegenheid moet stellen een maatwerkadvies uit te brengen. Daarnaast heeft de Omgevingsdienst Midden en West Brabant signaleringskaarten en standaard groepsrisicoverantwoordingen per gemeente gemaakt. Werking van het standaard advies 1. Ontwikkelingen buiten de 750 m1 van een niet-categoriale Bevi inrichting. 2.

Ontwikkelingen buiten de 200 m1 van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding1. 3. Ontwikkeling buiten de 30 m1 en tot een afstand van 200 m1 van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding waarin geen nieuwe bijzonder kwetsbare objecten2 worden toegestaan. 4. Kleine bestemmingsplannen behoudens ruimtelijke plannen waarin bijzonder kwetsbare objecten worden mogelijk gemaakt.

1 Spoorlijn, autoweg, waterweg en buisleiding welke als risicovolle infrastructuur zijn benoemd in het besluit externe

veiligheid transport. 2 Kinderdagverblijven. buitenspeeltuinen, basisscholen en zorgcentra zoals: ziekenhuizen, verpleegtehuizen, hospices of tehuizen voor verstandelijk en/of lichamelijke gehandicapten, kampeerterreinen, evenemententerreinen of gebouwen met veel bezoekers en de vitale infrastructuur.

Sector Risicobeheersing

Maatwerkadvies 1. Ontwikkeling binnen de 750 m1 meter van een niet-categoriale Bevi inrichting. 2. Ontwikkelingen binnen de 30 m1 van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. 3. Ontwikkeling buiten de 30 m1 en tot een afstand van 200 m1 van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, autoweg of buisleiding waarin de komst van nieuwe bijzonder kwetsbare objecten wordt mogelijke gemaakt. 4. Bestemmingsplannen waarin Bevi inrichtingen mogelijk gemaakt worden of aanwezig zijn. 5. Nieuwe milieuvergunningen of wijzigingen op bestaande milieuvergunningen voor Bevi inrichtingen waarbij de PR-10-06 groter wordt of bij aanwezig is. Het beleid van de Veiligheidsregio is dat alle nieuwe bijzonder kwetsbare objecten zoveel mogelijk geweerd dienen te worden binnen de 750 m1 van een niet-categoriale Bevi inrichting en nieuwe bijzonder kwetsbare objecten binnen 200 meter van een categoriale Bevi inrichting en risicovolle infrastructuur. Aanvragen voor maatwerk adviezen kunt u richten aan info@brandweermwb.nl. Verantwoording van het groepsrisico Dit advies ontslaat u niet van de verplichting om bij uw besluit het groepsrisico te verantwoorden.

In deze verantwoording kunt u voor de volgende onderdelen gebruik maken van dit advies voor de onderdelen: a) mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheid; b) mogelijkheden voor de rampenbestrijding; c) mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen. De Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant geeft het advies om kwetsbare personen via ruimtelijke besluiten beter te beschermen. Reden hiervoor is dat het niet alleen gaat om het wel of niet kunnen vluchten of schuilen uit een eventueel effectgebied. Ook het feit dat bij blootstelling aan toxische stoffen kleine kinderen, zieke en oudere personen eerder het slachtoffer zullen worden dan gezonde personen van middelbare leeftijd speelt hierin een rol. Het is uw bevoegdheid om af te wijken van een advies van de Veiligheidsregio Midden en West Brabant. De afwijking dient u dan wel nadrukkelijk in de verantwoording van het groepsrisico van het betreffende ruimtelijke plan te motiveren. Scenario’s De scenario’s waardoor het plangebied getroffen kan worden is afhankelijk van de aanwezige risicobron (risicovolle inrichting, weg, water en/of spoor). De meest voorkomende scenario’s welke zich zullen voordoen, wanneer er sprake is van een situatie voor een standaard advies zijn: Toxische wolk Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreid in de omgeving.

Deze kan ontstaan als gevolg van:  een brand bij een inrichting met gevaarlijke stoffen (giftige verbrandingsproducten, rookwolk),  en/of het lek raken van een container/tankwagen/spoorketelwagon met gevaarlijke stoffen (door uitdamping verspreiding in de omgeving). Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (longpatiënten, kleine kinderen etc.) kunnen in een ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn last van de luchtwegen en branderige ogen. Explosie Een explosie kan optreden bij een LPG tankstation, bij een inrichting of bij het transport van onder druk vervoerd gas (weg, water en/of spoor). Door het instantaan falen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, komt de inhoud spontaan en explosief vrij. De stof zal waarschijnlijk ontbranden wat eveneens voor schade zorgt. Het ‘worstcase scenario’ is dat de tank door een externe brand wordt opgewarmd, waardoor deze door de oplopende interne druk faalt. Hierdoor komt de inhoud onder zeer grote druk explosief vrij en ontbrandt direct.

pagina 2 van 5

Sector Risicobeheersing

De warmtestraling in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten. Op grotere afstand zullen aanwezigen brandwonden oplopen. Verder is er veel schade aan gebouwen als gevolg van de druk Fakkelbrand Dit scenario treed op bij aardgastransportleidingen. Door een lekkage, scheur of volledige breuk van de buisleiding kan het aardgas vrijkomen en tot ontbranding worden gebracht door een ontstekingsbron in de nabijheid. Het vrijgekomen aardgas zal hierbij in brand vliegen wat gepaard gaat met een druk en hevige hitteontwikkeling in de vorm van een fakkelbrand. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen. Mogelijke maatregelen ter verbetering van de veiligheid (a) onderdeel van de verantwoording Groepsrisico Ter verbetering van de veiligheid adviseren wij u de volgende standaard maatregelen te (laten) treffen: 1.

Actief communiceren met de burgers in het invloedsgebied over de risico’s en de mogelijk te nemen maatregelen. Werknemers en bewoners moeten op de hoogte zijn van wat men moet doen in geval van een groot incident. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risicocommunicatie.

2.

De inrichtinghouders te stimuleren in hun ontruimingsplan aandacht te besteden aan externe incidenten. De BHV organisatie moet niet alleen voorbereid zijn op interne incidenten, maar moet ook weten hoe te handelen bij een incident met toxische stoffen of toxische verbrandingsproducten in de omgeving.

3.

Vanaf 2015 is in de Veiligheidsregio MWB het alerteringssysteem CBIS operationeel, wat als hulpmiddel voor BHV organisaties gebruikt kan worden. Alle bedrijven en instellingen in uw gemeente kunnen zich aanmelden op dit systeem. Gebruik hiervoor de website: www.cbisbrabant.nl

Bij bestemmingplannen waarbij zich een toxisch scenario kan voordoen adviseren wij u tevens de volgende maatregelen: 1.

2.

Bij gebruik van mechanische ventilatie in nieuwe bouwwerken: een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Bij het vrijkomen van toxische stoffen zullen deze door de mechanische ventilatie de gebouwen ingezogen worden. In het algemeen is een mechanische ventilatie niet (makkelijk) uit te zetten. Om binnen afgeschermd te zijn van toxische stoffen moet de ventilatie of centraal of met een noodknop uit te zetten zijn. Extra controle bij bouwvergunningen op de detaillering van gevels en ramen, waardoor overmatige ventilatie als gevolg van tocht niet kan plaatsvinden. Wanneer de voorwaarden uit het bouwbesluit 2012 strikt worden nageleefd blijft het binnenklimaat van een bouwwerk voldoende veilig gedurende ca 4 uur.

Mogelijkheden voor de rampenbestrijding (b) onderdeel van de verantwoording Groepsrisico Opkomsttijd Voor een goede bestrijdbaarheid is het noodzakelijk dat de brandweer voldoende snel ter plaatse kan komen. De knelpunten met de opkomsttijd binnen uw gemeente kunt u globaal terug zien in de afbeelding in de bijlage 1, Voor een exacte opkomsttijd kunt u de postcodechecker raadplegen op: www.brandweermwb.nl/Brandveiligheid/Brandweerbereikbaarheid Door het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn in het Dekkings- en spreidingsplan 2015-2019 de opkomsttijden voor de brandweer vastgesteld. In onderstaande tabel zijn deze opkomsttijden weergegeven: Acht minuten woonfunctie voor 2003 celfunctie gezondheidszorgfunctie logiesfunctie onderwijsfunctie basisonderwijs tot 12 jaar bijeenkomstfunctie bestemd voor kinderdagopvang

Twaalf minuten woonfunctie na 2003 kantoorfunctie winkelfunctie onderwijsfunctie overige industriefunctie sportfunctie bijeenkomstfunctie overige overige gebruiksfunctie

pagina 3 van 5

Sector Risicobeheersing

Wanneer een ontwikkeling plaatsvindt buiten de genoemde opkomsttijd moeten er maatregelen worden getroffen. Door de Veiligheidsregio MWB is een Toolbox met instrumenten ontwikkeld, welke de gemeente kan gebruiken ter compensatie van de te lange opkomsttijden. Wij adviseren u de Toolbox te implementeren binnen uw gemeentelijke organisatie. Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie Binnen de bebouwde kom is er veelal voldoende dekking van de WAS-installatie daarnaast is NL Alert operationeel voor vele mobiele telefoons. Bij ontwikkelingen buiten de bebouwde kom adviseren wij u na te gaan of de dekking voldoende is. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de dekking van de WASinstallatie in uw gemeente. Adequate bluswatervoorziening Een adequate bluswatervoorziening is een bluswatervoorziening die:  de mogelijkheid biedt om middels een verbinding met de bluswatervoorziening, binnen drie minuten na aankomst, een tankautospuit van bluswater te voorzien;  na aansluiting direct en onafgebroken voldoende water uit de bluswatervoorziening kan leveren. De benodigde bluswatercapaciteit voor de adequate bluswatervoorziening is afhankelijk van de mogelijke scenario’s. In bijlage 4 is dit inzichtelijk gemaakt. Voor bijzondere Infrastructuur en bijzondere industriegebieden met BRZO inrichtingen is een maatwerkadvies noodzakelijk.

Bluswatervoorziening voor bovenmatige risico’s De benodigde bluswatercapaciteit voor de bovenmatige risico’s bedraagt 240 m3/h. Deze bluswatervoorziening moet op maximaal 2.500 m1 van de objecten aanwezig te zijn. Voorbeelden van deze bluswatervoorzieningen zijn, vijvers, waterlopen en bluswaterriolen. Deze bluswatervoorziening dient op regionaal niveau binnen 60 minuten ingezet te kunnen worden en open water dient dan ook in ruime mate voorradig te zijn Brandweer Midden West Brabant beschikt over drie watertransportsystemen WTS WTS WTS 200

opbouwtijd 15 min

pompdruk 5 bar

drukverlies 2 bar /100 m1

zuighoogte 3 m1

debiet 2000 l/min

WTS 1000

30 min

10 bar

3 m1

4000 l/min

WTS 2500

60 min

10 bar

2 bar /100 m1 75 mm slangen 0.7 bar /100 m1 150 mm slangen 2 bar /100 m1 75 mm slangen 0.16 bar /100 m1 150 mm slangen

3 m1

2000 l/min

Het dekkings- en spreidingsplan in Midden en West Brabant voor de WTS systemen zijn zodanig gepositioneerd in de regio zodat de opkomsttijden van de systemen WTS 200 en WTS 2500 in uw gemeente ook ingezet kunnen worden binnen de noodzakelijke opbouwtijd. Bereikbaarheid De planlocatie moet bereikbaar zijn voor voertuigen van hulpverleningsdiensten. De eisen ten aanzien van de bereikbaarheid zijn opgenomen in de brancherichtlijn handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Als de wegen in het plangebied voldoen aan de CROW 165 zijn geen problemen met de bereikbaarheid te verwachten. Zelfredzaamheid (c) onderdeel van de verantwoording Groepsrisico In de verantwoording moet u aangeven hoe het is gesteld met de zelfredzaamheid van de aanwezigen in het plangebied. In onderstaande tabel is de zelfredzaamheid van aanwezigen voor een aantal standaard functies beoordeeld. Bij de beoordeling zijn de volgende aspecten mee genomen:  Fysieke gesteldheid bewoners of aanwezigen: kunnen de personen zich tijdig voortbewegen en zelfstandig in veiligheid brengen?  Zelfstandigheid bewoners of aanwezigen: kunnen de personen zelfstandig een gevaarinschatting maken en zich zelfstandig in veiligheid brengen?  Alarmeringsmogelijkheden bewoners of aanwezigen: kunnen de personen tijdig worden gealarmeerd?

pagina 4 van 5

Sector Risicobeheersing

 

Vluchtmogelijkheden gebouw & omgeving: heeft het gebouw voldoende vluchtmogelijkheden? Is het gebouw geschikt om te schuilen? Zijn er voldoende mogelijkheden om het gebied te ontvluchten? Mogelijkheden tot gevaarinschatting van het toxisch scenario: laat het ongeval zich tijdig aankondigen en is de dreiging herkenbaar door het afgaan van de WAS installatie en/of NL Alert? En is de dreiging duidelijk herkenbaar? Afwegingscriteria

Scenario

Toxisch

Explosie

+ + + +

AlarmeringsZelfstandigmogelijkheden heid personen en personen aanwezigen + +/+ + + + + +/-

Vluchtmogelijkheden gebouw & omgeving + + + +/-

Gevaarinschattingsmogelijkhedenscenario +/+/+/+/-

-

-

+

+

+/-

+ + + +

+ + + +

+/+ + +/-

+/+/+/+/-

+/+/+/+/-

-

-

+

+/-

+/-

Gebouwtype

Fysieke gesteldheid personen

Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder kwetsbaar3 Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder kwetsbaar

De genoemde maatregel risicocommunicatie verbetert de zelfredzaamheid voor wat betreft de inschattingsmogelijkheden van gevaar. De genoemde maatregelen ventilatie en detaillering verbeteren de vluchtmogelijkheden/schuilmogelijkheden. Aandachtspunt zijn bedrijfsloodsen waar meerdere personen verblijven. De eisen voor de luchtdichtheid van loodsen zijn vrij laag, waardoor de luchtkwaliteit gedurende een toxisch scenario niet voor 4 uur is gegarandeerd. Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Afdelingshoofd Risicobeheersing,

H. Sijbring

Bijlage 1 Opkomsttijden van de gemeente. Bijlage 2 Overzicht WAS installatie in de gemeente. Bijlage 3 Folder van standaard tot maatwerk Bijlage 4 Bluswater Bijlage 5 Risicoprofiel

3

Deze functie kan alleen voorkomen als bestaande functie. Wanneer het een nieuwe functie betreft, moet er een gedetailleerd advies worden aangevraagd.

pagina 5 van 5

Bijlage 1 Opkomsttijden Basisbrandweereenheid Gemeente: Moerdijk 05-01-2015

Bijlage 2 Aanwezigheid WAS installatie Gemeente: Moerdijk 05-01-2015

Categoriale inrichtingen Het Bevi maakt onderscheid tussen inrichtingen waarvoor een QRA (kwantitatieve risicoanalyse) opgesteld moet worden en inrichtingen waarvoor vaste afstanden gelden, de zogenaamde categoriale inrichtingen. Met de wijzigingen van het Bevi en de Revi zijn meer inrichtingen categoriaal geworden. Dit betekent dat er voor de bepaling van de 10-6 contour (het plaatsgebonden risico) geen QRA uitgevoerd hoeft te worden. Categoriale inrichtingen zijn aangewezen in artikel 4 van het Bevi. Daarnaast is er op grond van artikel 2 eerste lid onder h nog een mogelijkheid voor de Minister om categoriale inrichtingen aan te wijzen. Voor de PGS 15 opslagen is in artikel 3 van de Revi bepaald dat het niet verplicht is om de afstanden uit de tabel te gebruiken, er mag ook altijd worden gerekend. Uiteraard moet daarbij wel de nieuwe rekenmethodiek worden gebruikt. Voor alle andere categoriale inrichtingen geldt dat de vaste afstanden uit de Revi gebruikt moeten worden. 1. Inrichtingen waar meer dan 1.500 kg ammoniak in een insluitsysteem aanwezig is, niet zijnde een onderdeel van een koel- of vriesinstallatie met ammoniak.

Van standaard tot maatwerk

2. Inrichtingen waar meer dan 150m3 zeer licht ontvlambare of licht ontvlambare vloeistof in een bovengronds insluitsysteem aanwezig is. 3. Inrichtingen waar meer dan 13m3 propaan of meer dan 13m3 acetyleen in een insluitsysteem aanwezig is. 4. Inrichtingen waar een cyanidehoudend bad ten behoeve van het aanbrengen van metaallagen aanwezig is met een inhoud van meer dan 100 liter.

Let op! Betrek Brandweer Midden- en West-Brabant altijd bij • Nieuwe ontwikkelingen zoals LNG/CNG stations • Kegelligplaatsen bij vaarwegen en of havens

5. Inrichtingen waar een giftige of zeer giftige stof in een

Uitgave Brandweer Midden- en West-Brabant

insluitsysteem met een inhoud van meer dan 1.000 liter

PR contouren van verschillende categoriale

Postbus 3208

aanwezig is.

inrichtingen kunnen groter zijn dan 30 meter.

5003 DE Tilburg

6. Inrichtingen waar in enige opslagvoorziening een giftige of zeer giftige stof in gasflessen aanwezig is en

Houd hierbij rekening met de projectie van (beperkt) kwetsbare objecten.

waarbij de totale waterinhoud van de gasflessen met

oktober 2014 Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend www.brandweermwb.nl

giftige of zeer giftige inhoud in die opslagvoorziening

Meer informatie

meer bedraagt dan 1.500 liter.

Kijk voor meer informatie over standaard adviezen

7. Inrichtingen waar aardgasdruk gereduceerd wordt of

Onze adviezen bij ruimtelijke plannen en externe veiligheid

en de standaard verantwoording groepsrisico op

aardgashoeveelheid gemeten wordt, voor zover de

www.verbeterprogrammagroepsrisico.nl en ga naar

gastoevoerleiding een grotere diameter heeft dan 20

regioteam Midden- en West-Brabant.

inch.

Voor telefonische informatie: 06 536 25 089.

Midden- en West-Brabant

Midden- en West-Brabant

Brandweer Midden- en West-Brabant adviseert gemeenten op het gebied van externe veiligheid rond ruimtelijke plannen. Deze uitgave laat zien in welke gevallen gemeenten een standaard advies kunnen verwachten en in welke gevallen zij mogen rekenen op een maatwerk advies. Daarbij besteden we in het bijzonder aandacht aan de vestiging van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten ten opzichte van risicobronnen.

De algemene regel is dat gemeenten een standaard advies ontvangen voor ruimtelijke plannen op bepaalde afstanden van Bevi inrichtingen en de transportroutes van gevaarlijke

plannen binnen 200 m van een categoriale Bevi inrichting.

stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Veel

In deze plannen worden in de regel alle nieuwe bijzonder

gemeenten hebben in hun Beleidsvisie Externe Veiligheid

kwetsbare objecten geweerd.

De afstanden zijn van toepassing op het uitbrengen van een

het object.

speeltuinen worden aangelegd en kan binnen de functie sport

Zone binnen 200 m1 van categoriale Bevi inrichting

willekeurig Zone eenbinnen openluchtzwembad worden gerealiseerd. Dit 30 m en 200 m van transport

Standaardisering

is immers moeilijk of niet te monitoren. Maar ook onder maatStandaardisering

1

uit het Bevi/Revi blijven van toepassing. Dus kunnen diverse

Bijzonder kwetsbare objecten zijn: kinderdagverblijven,

objecten worden bestemd, mits wordt voldaan aan 10 -06 voor

buitenspeeltuinen, basisscholen, zorgcentra (zoals:

kwetsbare objecten en 10

ziekenhuizen, verpleeghuizen, hospices of tehuizen

gende redenen) voor beperkt kwetsbare objecten binnen de

voor verstandelijk of lichamelijke gehandicapten),

aangegeven afstanden. Standaardisering

Standaardisering

Zone-indeling 3 Categoriale inrichtingen zoals gebruikt bij de bepaling van standaard De zone-indeling Gedetailleerd advies Standaard advies

advies 4 Transport 1 van een categoriale Bevi inrichting, In de(spoor, zone binnen 200 mGedetailleerd advies

-05

(met motivatie en zwaarwe-

Zone binnen 200 m van categoriale Bevi inrichting 1

infrastructuur.

1

Weliswaar kunnen binnen de functie groen willekeurig

Wat zijn bijzonder kwetsbare objecten?

gebouwen met veel bezoekers en de vitale

4. Een gedetailleerd maatwerk advies wordt opgesteld voor

aan de afstand tot de risicobron in relatie tot de functie van

standaard advies of gedetailleerd advies. Alle afstandregels

kampeerterreinen, evenemententerreinen of

weg, waterweg of buisleiding.

PR afstanden

3

Categoriale inrichtingen

schappelijke doeleinden vallen Gedetailleerd zowel zeer kwetsbare personen Transport adviesin de planregels expliciet 4 als minder kwetsbare personen. Door Gedetailleerd advies

Standaard advies

Zone binnen 30 m en 200 m van transport 1

1

Gedetailleerd Grensinrichting

(spoor,

Gedetailleerd autoweg, bijzonder kwetsbare objecten uit te sluiten is de advies zelfredzaam-

indien nieuwe bijzonder kwetsbare objecten mogelijk zijn, Standaard advies De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant geeft het advies anders standaard advies om kwetsbare personen via ruimtelijke besluiten beter te vaarweg en

1

heid sterk te verbeteren. buisleiding) 200 m

beschermen. Niet alleen door in een eventueel effectgebied

vastgelegd hoe zij omgaan met locaties voor kwetsbare ob-

5. Voor plannen buiten 30 m1 en tot een afstand van 200 m1

de buitengevels, gelden extra afstanden bij objecten of

den- en West-Brabant kunnen verwachten. biedt de Grensinrichting 200Verder m

autoweg, indien vaarweg en spoorlijn, autoweg, waterweg of nieuwe buisleiding worden bijzonder bijzonder kwetsbare buisleiding) kwetsbare objecten ontmoedigd. Er kunnen objecten mogelijk zijn, zwaarwegende Standaard advies anders standaard overwegingen zijn om toch nieuwe advies bijzonder kwetsbare

jecten en beperkt kwetsbare objecten evenals voor risicovolle

van een spoorlijn, autoweg, waterweg of buisleiding ont-

bij gebieden in de openlucht waar bijzonder kwetsbare

zone-indeling duidelijkheid over de gewenste plaatsing van

objecten te750realiseren. DaarbijBevi dient bijzondere aandacht Zone binnen m van niet categoriale inrichting

worden. Van het advies van de Veiligheidsregio kan worden

activiteiten ten opzichte van risicobronnen. Deze visies vormen

moedigen we de komst van nieuwe bijzonder kwetsbare

personen aanwezig zijn. De afstand wordt dan bepaald

bijzonder kwetsbare objecten, waardoor er minder niet-zelf-

objecten. Indien in ruimtelijke besluiten nieuwe bijzonder

door:

redzame burgers aanwezig zullen zijn in de directe nabijheid

gegeven te worden aan de zelfredzaamheid 200 mvan burgers en Standaardisering 30 m Grensinrichting aan de afstand tot de risicobron in relatie tot de functie van

afgeweken. Dit moet dan nadrukkelijk in de verantwoording

doorgaans een verbetering van de veiligheid, waardoor Brand-

van risicobronnen.

Bij bestemmingsplannen die een Bevi inrichting mogelijk het1object.

advies of maatwerk advies, geeft vooraf duidelijkheid over In afwijking van kwetsbare objecten, te beoordelen op

wat gemeenten van het advies van de Veiligheidsregio Mid-

weer Midden- en West-Brabant de mogelijkheid heeft om het

kwetsbare objecten toch in deze zone worden bestemd,

• de grens van het gebied dat bestemd is voor het

gebruik van standaard adviezen uit te breiden. Met deze stan-

wordt een gedetailleerd advies opgesteld. In alle andere

verblijf van zieken, ouderen, gehandicapten of

gevallen is er sprake van een standaard advies.

minderjarigen, indien het desbetreffende object

daardisering komt meer tijd vrij voor adviezen over plannen en

een ziekenhuis, bejaardenhuis, verpleeghuis, school,

ontwikkelingen, waarvan de effecten zeer ernstig kunnen zijn.

6. Een gedetailleerd maatwerk advies wordt opgesteld voor

Denk hierbij aan adviezen bij vestiging van risicovolle bedrijven

plannen binnen 30 m van een spoorlijn, autoweg, water-

gebouw of een gedeelte van een gebouw is dat

en aan maatwerk adviezen voor ruimtelijke plannen waarbij

weg of buisleiding. In deze plannen worden in de regel alle

bestemd is voor dagopvang van minderjarigen,

1

7. Bestemmingsplannen met Bevi inrichtingen worden voorzien Wanneer standaard en wanneer maatwerk? 750 m van een niet-categoriale Bevi inrichting. 1

2. Een gedetailleerd maatwerk advies wordt opgesteld voor plannen binnen 750 m1 van een niet-categoriale Bevi inrichting. In deze plannen worden in de regel alle nieuwe bijzonder kwetsbare objecten geweerd. 200 m van een categoriale Bevi inrichting, spoorlijn, auto1

Standaardisering Standaardisering

inrichtingen Standaardisering

inrichtingen maken, wordt altijd een gedetailleerd advies opgesteld. Gedetailleerd advies Standaard advies BRZO & niet categoriale Gedetailleerd advies Standaard advies inrichtingen

2

speeltuin gaat;

Grensinrichting

200 m

4

categoriale

Gedetailleerd advies

Grensinrichting

voorkomen dat bij het vrijkomen van toxische stoffen kleine kinderen en zieke en oudere personen slachtoffer kunnen

van het groepsrisico worden gemotiveerd. Het standaard advies

Standaard advies

Gedetailleerd advies

Transport (spoor, Gedetailleerd advies autoweg, indien nieuwe750 m vaarwegGrensinrichting en bijzonder kwetsbare buisleiding) objecten mogelijk zijn, Standaard advies anders standaard advies

verblijf van personen, indien het desbetreffende

8. Conserverende bestemmingsplannen vallen in principe

Gemeenten krijgen jaarlijks hun standaard advies, waarbij de volgende aspecten vooraf worden gemeld: 1. Opkomsttijd van de brandweer 2. Aanwezigheid van de WAS-installatie Deze onderwerpen worden op een plattegrond van de gemeente gepresenteerd. Knelpunten op het gebied van bluswater worden generiek in het standaard advies benoemd. Bij het verlenen van een bouwvergunning wordt er specifiek op

onder het standaard advies, tenzij het plangebied binnen

object een sportterrein of een kampeer- of ander

de genoemde afstand ligt en er nog ontwikkelruimte voor

recreatieterrein is dat bestemd is voor het verblijf

bijzonder kwetsbare objecten in het bestemmingsplan zit.

van personen gedurende meerdere aaneengesloten

Bijzonder kwetsbare objecten worden ontmoedigd. Er

dagen.

kunnen zwaarwegende overwegingen zijn om toch deze

Consoliderende bestemmingsplannen

In deze gevallen wordt geadviseerd de specialisten van de

objecten binnen 750 m te realiseren, maar dat moet dan Standaardisering goed worden afgewogen. Daarbij dient bijzondere aandacht

De in deze uitgave genoemde zones behoeven nadrukkelijk

Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant direct te betrek-

aandacht bij bestaande bestemmingsplannen en moeten in de

ken in het vooroverleg. Maak via ev@brandweermwb.nl een

gegevenBijtebestemmingsplannen worden aan de zelfredzaamheid van burgers en die een Bevi inrichting mogelijk 1

planregels worden verwoord.

afspraak.

9. Een standaard advies wordt opgesteld voor kleine bestem-

Grensinrichting

30 m

750 m

detailniveau beoordeeld.

200 m

Grensinrichting

Zone binnen 750 m1 van niet categoriale Bevi inrichting 1

mingsplannen, niet zijnde ruimtelijke plannen voor bijzonder

3. Een standaard advies wordt opgesteld voor plannen buiten

2

1 Zone binnen en 200 m1 van transport BRZO30&mniet

• de grens van het gebied dat bestemd is voor het

van een gedetailleerd maatwerk advies.

1. Een standaard advies wordt opgesteld voor plannen buiten

maken, wordt altijd een gedetailleerd advies opgesteld.

1 Zone binnen 200 van categoriale Bevi inrichting Zone binnen 750 m1m van niet categoriale Bevi inrichting

bestemmingsplannen die een Bevi inrichting mogelijk 1 3 BijCategoriale

of wanneer het om een openluchtzwembad of

nieuwe bijzonder kwetsbare objecten geweerd.

het om bijzonder kwetsbare objecten gaat.

1

m m te vlucht- of schuilmogelijkheden te30 bieden, maar ook 200 door

kwetsbare objecten. Overige bestemmingsplannen worden voorzien van een standaard advies.

Het gedetailleerde of maatwerk advies

maken, wordt altijd een gedetailleerd advies opgesteld.

2

Maakt het plan een

Ligt het plan binnen 200 m van

Ligt het plan binnen 750 m van

Bevi inrichting mogelijk?

Bevi inrichting?

NEE

Standaard advies

spoorlijn, autoweg, waterweg of

een categoriale Bevi inrichting?

een BRZO of niet categoriale

NEE

BRZO & niet categoriale Gedetailleerd advies inrichtingen Ligt het plan binnen 30 m van een

NEE

en binnen 200 m van een

NEE

buisleiding? Grensinrichting

Ligt het plan buiten 30 m

750 m

spoorlijn, autoweg, waterweg of

NEE

buisleiding?

STANDAARD ADVIES JA

JA

JA

JA

JA Maakt het plan bijzonder kwetsbare objecten mogelijk?

JA

NEE

MAATWERK ADVIES

Bijlage 4 Bluswater

Bijlage 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=fc7c45c5-bbd5-473d-ab2a-8aeed2cf0b4a