MER TenneT ZuidWest Oost Deel B 22-2-2021
Tekst van het document
Deelgebied 2 9.3.1.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling op lijnniveau
In deelgebied 2 liggen de subgebieden Oudenbosch en Oud Gastel. In figuur 9.3 is de ligging van deze subgebieden weergegeven. Zie figuur 9.3 Appendix deel B – pagina 32 Figuur 9.3 Ligging van de subgebieden Oudenbosch en Oud Gastel in deelgebied 2 Subgebied Oudenbosch kent weinig karakterverschillen. Het is een vlak, open tot halfopen gebied met een rationeel karakter. Er is afwisselend akkerland en weidegebied aanwezig en plaatselijk boselementen. De Mark is een bepalende structuur, plaatselijk zijn windturbines aanwezig. De Basiliek van Oudenbosch is verte-kenmerk. De bestaande kleine hoogspanningsverbinding heeft beperkte invloed op de gebiedskarakteristiek. Het dorpssilhouet Oudenbosch met de Basiliek als verte-kenmerk en de bebouwingslinten ten oosten van Oud Gastel zijn belangrijke elementen op lijnniveau in dit subgebied. Subgebied Oud Gastel heeft plaatselijk een afwijkend karakter. Het is een vlak, deels open en deels halfopen gebied. Het heeft een rationeel karakter met diverse markant kronkelende grotere waterlopen en het Mark-Vlietkanaal als bepalende structuur. Oostelijk van Oud Gastel kent het gebied een halfopen tot besloten karakter, met overwegend akkerland en enkele boselementen. Er is weinig bebouwing aanwezig, Kruisland en het langgerekte dijkdorp Stampersgat hebben een markant silhouet. Oostelijk van Oud Gastel liggen boerderijlinten.
De bestaande, forse hoogspanningsverbinding heeft beperkte tot grotere invloed op de gebiedskarakteristiek, plaatselijk zijn meerdere bestaande hoogspanningsverbindingen aanwezig, met grotere invloed op
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 77
de gebiedskarakteristiek. Het silhouet van Oud Gastel en van Stampersgat zijn belangrijke elementen op lijnniveau. Autonome ontwikkelingen In deelgebied 2 spelen de volgende autonome ontwikkelingen: • Delen van het bedrijventerrein Borchwerf in de gemeenten Halderberge en Roosendaal worden nog ontwikkeld; • Ten oosten van de kern van Oud Gastel zijn gronden aan de Vierschaarstraat aangeduid voor de functie glastuinbouw.
9.3.2.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling op mastniveau
Op mastniveau zijn de monumentale objecten geïnventariseerd die zo dichtbij de tracéalternatieven liggen, dat de specifieke samenhang tussen deze elementen en hun omgeving mogelijk verstoord wordt. In deelgebied 2 zijn twee rijksmonumentale boerderijen bij Oud Gastel aanwezig en de rijksmonumentale Suikerfabriek Antoinedijk in Oud Gastel.
9.3.3.
Effecten op Tracéniveau
Landschappelijk Hoofdpatroon In deelgebied 2 bundelen de meeste alternatieven en varianten grotendeels met de bestaande 380 kV-verbinding. Op die manier wordt aangesloten bij het bestaande landschappelijk hoofdpatroon. De varianten Blauw – variant Steenbergen/Kruisland, Paars – variant Oud Gastel en Alternatief Paars bundelen niet met bestaande infrastructuur en vormen een nieuwe doorsnijding van het landschap. Dit heeft echter geen verandering van het landschappelijk hoofdpatroon tot gevolg. De beoordeling voor alle alternatieven en varianten in deelgebied 2 is neutraal (0). Kwaliteit tracé De kwaliteit van het tracé van Paars is neutraal beoordeeld (0), omdat de verbinding is gebundeld met de bestaande 380 kV-verbinding. Door die bundeling is de verbinding goed herkenbaar als bovenregionale infrastructuur. Bovendien komen richtingsveranderingen voort uit de bestaande 380 kV-verbinding en zijn daardoor begrijpelijk. Blauw variant Kruisland/Steenbergen kent een nieuwe doorsnijding van het landschap en wordt niet gebundeld, maar heeft een autonoom karakter door de grote rechtstand en omdat de verbinding niet reageert op lokale verschijnselen. Ook Blauw variant Kruisland/Steenbergen is daarom als neutraal beoordeeld (0). Alternatief Geel kent veel richtingsveranderingen en loopt deels gebundeld met bestaande infrastructuur.
Ten westen en ten oosten van de bundeling komt er in feite een extra verbinding bij. Door de diverse richtingsveranderingen is de nieuwe verbinding matig herkenbaar als bovenregionale infrastructuur. Dit leidt tot een negatieve beoordeling van de kwaliteit van het tracé (- -).
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 78
Geel variant Standdaarbuiten is licht negatief beoordeeld (-), omdat deze variant een grotere rechtstand kent dan Paars en over een grotere lengte gebundeld is met de bestaande infrastructuur. Die bundeling met bestaande infrastructuur van bovenregionaal schaalniveau komt de kwaliteit van het tracé ten goede. Geel variant westzijde A17 kent - net als alternatief Geel veel richtingsveranderingen en loopt deels gebundeld met bestaande infrastructuur. Ten westen en ten oosten van de bundeling komt er in feite een extra verbinding bij in het open tot halfopen landschap. Waar alternatief Geel in de bundeling met de snelweg en de bestaande 150 kVverbinding aan de oostkant van de A17 ligt, ligt deze variant juist aan de westzijde. De kwaliteit van het tracé is echter vergelijkbaar met alternatief Geel. Dit leidt tot een negatieve beoordeling van de kwaliteit van het tracé (- -). Alternatief Paars is ook licht negatief (-) beoordeeld op de kwaliteit van het tracé. Over een grote lengte is de nieuwe verbinding gebundeld met de snelweg, maar de richtingsveranderingen ten zuiden van Oud Gastel hebben een licht negatief effect op de kwaliteit van het tracé. Bij Paars variant westzijde A17 komt de nieuwe verbinding aan de westzijde van de snelweg te liggen. Hoewel de bestaande 380 kV-verbinding deels wordt gereconstrueerd, is de kwaliteit van het tracé vergelijkbaar met Paars.
De beoordeling is daarom licht negatief (-). Paars variant Oud Gastel zorgt voor een nieuwe doorsnijding van het landschap, om Oud Gastel heen. Deze variant kent daarnaast een grote richtingsverandering, twee delen met een grote rechtstand en twee korte bovengrondse onderbrekingen. De totaalbeoordeling van Variant Oud Gastel is daarmee licht negatief (-). Alternatief Rood kent deels een nieuwe doorsnijding van het landschap, met enkele lichte richtingsveranderingen en een matige rechtstand. Om die reden is de kwaliteit van het tracé licht negatief beoordeeld (-).
9.3.4.
Effecten op Lijnniveau
Gebiedskarakteristiek Alternatief Blauw heeft een licht negatief effect (-) op de gebiedskarakteristiek, omdat de nieuwe bundeling van hoogspanningsverbindingen nadrukkelijker in het landschap aanwezig zal zijn dan de bestaande hoogspanningsverbinding. Blauw variant Kruisland-Steenbergen bundelt niet met de bestaande verbinding, maar vormt een nieuwe lijn door het open landschap. De nieuwe verbinding krijgt een autonoom karakter door de grote rechtstand en vormt daardoor geen groot contrast met het onderliggende open landschap. Omdat het wel een nieuwe doorsnijding van het landschap betreft, heeft deze variant een licht negatief effect op de gebiedskarakteristiek (-). Het tracé van alternatief Geel kent vele knikken en complexe situaties. Bovendien is de nieuwe bundeling nadrukkelijk aanwezig in het landschap. Alternatief Geel heeft hierdoor een negatief effect (- -).
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 79
Geel variant Standdaarbuiten kent minder complexe situaties dan alternatief Geel en bundelt over een langere afstand met de snelweg en bestaande hoogspanningsverbindingen. Om die reden is de totaalbeoordeling op dit criterium in deelgebied 2 minder negatief dan bij alternatief Geel: licht negatief (-). Het tracé van Geel variant westzijde A17 ligt aan de westzijde van de snelweg, waar die bij alternatief Geel aan de oostzijde ligt. De algemene invloed op de gebiedskarakteristiek is vergelijkbaar met die van alternatief Geel. Er zijn echter meerdere knikken en complexe situaties in het tracé, bijvoorbeeld bij de kruising met de A17 en waar de 380 kV-verbinding weer van de A17 af loopt. Dit alles bij elkaar leidt tot een negatief effect op de gebiedskarakteristiek (- -). Alternatief Paars bundelt ook over een lange afstand met de bestaande infrastructuurbundel. Een deel van de bestaande 150 kV-verbinding wordt geamoveerd. Door de bundeling zijn de negatieve effecten beperkt en is de totaalbeoordeling licht negatief (-). Bij Paars variant westzijde A17 komt de nieuwe verbinding aan de westzijde van de snelweg te liggen. De bestaande 380 kV-verbinding wordt deels gereconstrueerd. De nieuwe bundel heeft een vergelijkbaar effect op de gebiedskarakteristiek als Paars. De totaalbeoordeling is licht negatief (-).
Paars variant Oud Gastel kent een nieuwe doorsnijding van het landschap om Oud Gastel heen en is nadrukkelijk aanwezig in het landschapsbeeld. De verbinding ligt in open agrarisch landschap. De nieuwe verbinding is fors en kent veel complexe situaties. De gebiedskarakteristiek ter plaatse wordt daardoor negatief beïnvloed (- -). Alternatief Rood vormt grotendeels een nieuwe doorsnijding van het landschap tussen Roosendaal en Oudenbosch. Deze nieuwe verbinding bundelt niet met de bestaande infrastructuurbundel. Door een aantal lichte richtingsveranderingen en het belemmeren van het zicht op Oudenbosch vanuit het open omliggende landschap, is het effect van alternatief Rood op de gebiedskarakteristiek negatief (- -). Samenhang elementen De alternatieven Blauw, Geel en Paars, de varianten op geel en de variant Paars Westzijde A17 hebben geen effecten op de samenhang van elementen en hebben een neutrale beoordeling (0). De variant Blauw Kruisland-Steenbergen verstoort de samenhang tussen de dorpssilhouetten van Stampersgat en Oud Gastel met het open omliggende landschap, doordat de nieuwe hoogspanningsverbinding het zicht zal blokkeren. Dit heeft een licht negatief effect tot gevolg (-). Paars variant Oud Gastel ligt in de nabijheid van Oud Gastel en Stampersgat en heeft een negatief effect op de samenhang tussen beide dorpssilhouetten en het omliggende open landschap.
Bij Oud Gastel wordt dit negatieve effect versterkt, omdat het dorpssilhouet van Oud Gastel wordt ingesloten door hoogspanningsverbindingen. De totaalbeoordeling is daarom negatief (- -).
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 80
Alternatief Rood verstoort het zicht op het dorpssilhouet van Oudenbosch met de basiliek als verte-kenmerk vanuit het vlakke, open tot halfopen landschap van subgebied Oudenbosch. Dit leidt tot een licht negatief effect op de samenhang tussen het dorpssilhouet van Oudenbosch en de open omliggende omgeving (-).
Deelgebied 3 9.4.1.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling op lijnniveau
In deelgebied 3 liggen de subgebieden Etten-Leur, Zevenbergen, Breda, ’s-Gravenmoer, Dongen, De Dorst en Tilburg. In figuur 9.4 is de ligging van deze subgebieden weergegeven. Zie figuur 9.4 Appendix deel B – pagina 33 Figuur 9.4 Ligging van de subgebieden Etten-Leur, Zevenbergen, Breda, ’s-Gravenmoer, Dongen, De Dorst en Tilburg in deelgebied 3 Het subgebied Etten-Leur heeft duidelijke karakterverschillen: het varieert van een open karakter ten zuiden van Zwarteberg met afwisselend akker- en weiland tot een besloten karakter met een jong bosgebied ten noorden van Breda. Het gebied kent een kleinschalige verkaveling met een fijnmazig slotenpatroon met plaatselijk markante rijen geknotte bomen. Door het gebied lopen verschillende waterlopen en turfvaarten, zoals de Mark, de Halsche Vliet en de Laaksche Vaart. Het gebied wordt doorsneden door de A16, plaatselijk zijn windturbines aanwezig. Langs de noordelijke stadsrand van Breda, is meer bebouwing en infrastructuur aanwezig. De bebouwingsrand van Etten-Leur en Breda is in het hele subgebied goed zichtbaar. De bestaande hoogspanningsverbinding heeft een wisselende invloed op de gebiedskarakteristiek, ter plaatse van de woonwijk Haagse Beemden is die invloed zeer groot. Er zijn geen elementen op lijnniveau aanwezig in dit subgebied.
Subgebied Zevenbergen bestaat uit (zee)kleipolderlandschap, dat vanaf het einde van de middeleeuwen geleidelijk is ingedijkt. Het subgebied heeft weinig karakterverschillen. Het is een open, agrarisch gebied met overwegend akkerbouw. Dorpen, dijken, bebouwing en infrastructurele lijnen goed zijn zichtbaar. Er liggen verschillende kronkelige dijken en rivieren en kanalen zoals Roode Vaart, Amertak, Mark en de Dinkel. Ook zijn kreekrestanten aanwezig. Ten noorden van dit subgebied ligt Natura2000-gebied de Biesbosch. Hooge en Lage Zwaluwe zijn lintbebouwde dijkdorpen, beschermd als stads- en dorpsgezicht. De nieuw aangebouwde wijken hebben een vrij harde bebouwingsrand. Buiten de nederzettingen is weinig bebouwing aanwezig. Tussen Steenbergen en Halsteren ligt een groot glastuinbouwgebied. De grotere industriegebieden bij Stampersgat, Moerdijk en Zevenbergen hebben een markant silhouet en bepalen de gebiedskarakteristiek. Er lopen in het gebied een150kV- en 380 kV-verbinding in grote rechtstanden parallel aan elkaar; zij kruisen elkaar bij Hooge Zwaluwe. Op enkele plaatsen in het gebied zijn kleine windparken aanwezig. Het dorpssilhouet van Hooge Zwaluwe is een belangrijk element op lijnniveau.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 81
Het subgebied Breda heeft duidelijke karakterverschillen: het beslaat zowel het veengebied De Moeren en De Vucht en het overgangsgebied naar de zandgronden van De Dorst. De Moeren en De Vucht zijn open weidegebieden met weinig bebouwing. De stadsrand van Breda bepaalt hier voor een belangrijk deel de karakteristiek. Rond De Moeren liggen bosrijke gebieden, met Linie van de Munnikenhof, Linie van den Hout en de Schans Spinola, onderdelen van de Zuidwaterlinie. Het gebied wordt van noord naar zuid doorsneden door de 150 kV-verbinding tussen Breda en Geertruidenberg. Op de overgang van de nattere veengronden naar de wat hogere dekzandrug van Teteringen en Oosterhout ligt een half open, rationeel landschap met laan- en erfbeplanting en houtwallen. De bebouwing ligt langs de doorgaande wegen. De inundatievlakte Zuiderwaterlinie met de Linie van de Munnikenhof, Linie van den Hout en Schans Spinola en het bebouwingslint ten noorden van Teteringen zijn belangrijke elementen op lijnniveau. Subgebied ’s Gravenmoer is een (laag)veenontginningsgebied op de overgang naar de heideontginningen. Het gebied kent weinig karakterverschillen. Het is een vlak, open tot halfopen landschap, met een rationeel karakter. Rond ’s Gravenmoer is nog een karakteristiek heggenlandschap aanwezig. Het landschap wordt aan de westzijde begrensd door de kronkelig bedijkte Donge, omgeven door begroeiing.
Het overige deel van het subgebied heeft een open karakter. Het dorpslint van Oosteind is nog duidelijk als bebouwingslint en ontginningsas herkenbaar. De 150 kV-verbinding kruist Oosteind in rechte lijn. De 380 kV-verbinding tussen Geertruidenberg en Eindhoven is markant aanwezig in het open landschap. De industriële bebouwing nabij Geertruidenberg geeft een markant silhouet. Het gebied heeft een hoge cultuurhistorische waarde (voormalig Belvedèregebied Langstraat). Het bebouwingslint Oosteind is een belangrijk element op lijnniveau. Het subgebied Dongen heeft duidelijke karakterverschillen met half open tot open karakter. Het voornaamste grondgebruik is akker- en grasland. Langs de wegen ligt bebouwing, waaronder enkele kassencomplexen. Aan de zuidzijde van Dongen ligt het Wilhelminakanaal, met verschillende bosschages daarlangs. Aan de oostzijde van Dongen ligt in de gemeente Tilburg een groot industriegebied (Vossenberg) dat goed zichtbaar is vanuit het open landschap. Kenmerkend voor het gebied zijn de langgerekte bebouwingslinten van Klein-Dongen, Vaart en De Moer. De kern van Dongen heeft door verschillende uitbreidingen haar oorspronkelijk lintkarakter verloren. Door het gebied lopen een 150 kV-verbinding , met beperkte invloed, en een 380kVhoogspanningsverbinding met forse invloed op het landschappelijk karakter.
De bebouwingslinten De Moer en het silhouet De Moer zijn belangrijke elementen op lijnniveau. Subgebied De Dorst kent duidelijke karakterverschillen. Er is bos afgewisseld met akker- en weideland. Het bosgebied De Dorst bestaat overwegend uit naaldhout. Binnen dit liggen twee cultuurhistorisch waardevolle landbouw enclaves (Seters en Steenoven). Landgoed Oosterheide is een voormalig heidegebied en militair oefenterrein, dit is eind negentiende eeuw is beplant met gemengd bos en maakt daardoor een parkachtige indruk. Het subgebied wordt aan de noordzijde begrensd door de woonbebouwing van Oosterhout, een golfbaan en industrieterrein 5 Eiken. De A27 doorsnijdt het bosgebied. Er is geen hoogspanningsverbinding in het gebied aanwezig. Het Landgoed Oosterheide met beplantingselementen en de Landbouwenclaves Setters en Steenoven zijn belangrijke elementen op lijnniveau.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 82
Subgebied Tilburg kent duidelijke karakterverschillen. In het westen liggen verschillende bosrijke landgoederen en natuurgebieden, waaronder Landgoed De Mast, De Zandleij, de Loonsche Heide (Leike Ven) en natuurgebied Huis ter Heide. Op de landgoederen is gemengd bos aanwezig. De naaldbossen en de landbouwgronden op de Loonsche heide worden omgevormd tot een gevarieerd en natuurlijk landschap met heide en vennen. In dit subgebied is ook een grote afvalverwerkingsfabriek met stortplaats (Spinder) en een grote zuiveringsinstallatie aanwezig. In dit deel van het gebied komt relatief weinig bebouwing voor. Het gebied ten (noord)oosten van Tilburg is overwegend open en wordt doorsneden door verschillende wegen met daaraan verspreid liggende bebouwing en beplanting. Dit gebied wordt gekenmerkt door verschillende buurtschappen, waaronder Quirijnstok, Hazennest en Dijkrug. Het subgebied wordt van noord naar zuid doorsneden door de A261. De noordelijke randweg N261 vormt samen met de bestaande hoogspanningsverbinding een zichtbare doorsnijding van het overwegend open landschap. Door het subgebied loopt een 150 kV-verbinding met beperkte invloed op de gebiedskarakteristiek en een 380 kV-verbinding met een forse invloed. Het boerderijlint Quirijnstok is een belangrijk element op lijnniveau. In deelgebied 3 zijn de volgende autonome ontwikkelingen aan de orde: • • • • • • • • • • • • •
• • • • •
Aan de zuid- en westkant van Oudenbosch wordt een rondweg aangelegd; Aan de rand van Oudenbosch zijn gronden bestemd voor de bouw van 68 woningen; Ten zuidwesten van Zevenbergen is een gebied bestemd voor de uitbreiding van glastuinbouw; Aan de zuidkant van Zevenbergen wordt woningbouwlocatie Bosselaar Zuid ontwikkeld; In Hoeven wordt de realisatie van een hondentrainingcentrum mogelijk gemaakt; Rondom industrieterrein Moerdijk zijn gronden bestemd voor zeven windmolens, drie daarvan liggen in deelgebied 3; Ten oosten van industrieterrein Moerdijk is het Logistiek Park Moerdijk van 150 hectare voorzien. Nabij het Logistiek Park Moerdijk wordt het stationsgebied Lage Zwaluwe ontwikkeld; Ten noorden van Zevenbergen is een locatie bestemd voor de aanleg van een golfbaan; Voor een noordelijke randweg bij Zevenbergen is een (voorontwerp)bestemmingsplan opgesteld.
Ten westen van Lage Zwaluwe wordt de uitbreiding van een natuurspeeltuin bij een bestaand recreatiecomplex mogelijk gemaakt; Ten zuidoosten van Oosterhout wordt de uitbreiding van een golfbaan mogelijk gemaakt; In de Bergvlietse Bossen is een bestemmingsplan vastgesteld voor de ontwikkeling van een hotel en recreatiewoningen bij de Golfbaan Landgoed Bergvliet en natuurontwikkeling in het gebied; Voor woningbouwlocatie de Contreie is een bestemmingsplan opgesteld voor 546 extra woningen; In Den Hout is een bestemmingsplan vastgesteld voor de bouw van 11 woningen; Bedrijventerrein Vijf Eiken ligt voor een klein deel in deelgebied 3; Voor de reconstructie van de aansluiting van de N629 op de A27 bij Oosterhout is een ontwerp bestemmingsplan vastgesteld Voor knooppunt Hooipolder is een ontwerp Tracébesluit opgesteld, de uitvoering hiervan is gepland in 2019;
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 83
• • • • • • • •
• • • •
• • •
Aan de noordkant van Dongen wordt de ontwikkeling van nieuwbouwlocatie De Beljaart met 190 woningen mogelijk gemaakt; In een ontwerp bestemmingsplan is de ontwikkeling van landgoed Klein Oosterhout vastgelegd met natuurontwikkeling ende (her)bouw van twee woningen; Waterschap Brabantse Delta Voor ontwikkelt natuur in de Lage Vuchtpolder bij Teteringen; Ten zuiden van de kern Oosterhout is voor de uitbreiding van recreatiecentrum de Hannebroek een bestemmingsplan vastgesteld; Tussen Made en Geertruidenberg is de uitbreiding van het bedrijf Sibelco vastgelegd in een bestemmingsplan; Aan de Stadsweg in Geertruidenberg maakt een bestemmingsplan uit 2010 de ontwikkeling van een appartementencomplex mogelijk; Ten oosten van ’s Gravenmoer aan de Moersedreef wordt een zandwinningslocatie omgevormd tot extensieve natuurgerichte recreatie; Ten oosten van Dongen zijn twee locaties aangewezen als bedrijventerrein. Het (voorontwerp) bestemmingsplan van de Wildert voorziet in uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein en is een ecologische verbindingszone vastgelegd.
De locatie Vossenberg West II is de uitbreiding met circa 100 hectare van het bestaande terrein Vossenberg; De woningbouw in de stadsrand Dalem Reeshofweide valt een deel binnen deelgebied 3.; Aan de zuidrand van Loon op Zand is woningbouw gestart in Molenwijck Zuid, fase 3 en 4; Ten westen van Loon op Zand, op de rand van de deelgebied 3, zijn gronden bestemd voor de uitbreiding van een parkeerterrein bij vakantiepark Bosrijk dat bij de Efteling hoort; Tussen Tilburg en Berkel-Enschot is de ontwikkeling van een circa 25 hectare groot bedrijventerrein voorzien. Een ontwerp bestemmingsplan dateert van 2012. De gemeente is voornemens het bestemmingsplan af te ronden in 2017 Aangrenzend aan het bedrijventerrein in Tilburg en Berkel-Enschot is een ecologische verbindingszone vastgelegd in een bestemmingsplan; Ten zuidoosten van het bedrijventerrein in Tilburg en Berkel-Enschot is woningbouwlocatie Oostkamer gepland voor 165 woningen; Verder zijn nog twee kleinere woningbouwlocaties aangewezen door de gemeente Tilburg, namelijk aan de Nobelstraat en aan de Enschotsebaan.
9.4.2.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling op mastniveau
Op mastniveau zijn de monumentale objecten geïnventariseerd die zo dicht bij de tracéalternatieven liggen, dat de specifieke samenhang tussen deze elementen en hun omgeving mogelijk verstoord wordt. In het overgangsgebied tussen natte veengronden ten noorden van Breda bij Teteringen en het dekzandgebied bevinden zich verschillende boerderijen met een (rijks)monumentale status. De historisch geografisch waardevolle elementen zijn in dit deelgebied vooral geconcentreerd ten noorden Breda en ten zuiden van Oosterhout, in de subgebieden Breda en De Dorst. Ter verdediging van Breda zijn verschillende linies en schansen opgericht. Dit zijn vooral restanten van Zuiderwaterlinie en de circumvallatie- en contravallatielinies met de bijbehorende redoutes en schansen rondom Breda die door de Spanjaarden zijn gebouwd ter verdediging van de stad tegen de Staatsen. De Spinolaschans die de land- en waterweg in de richting van Breda moest beheersen werd aanvankelijk ontmanteld in 1625. In 1637 werd op dezelfde plek opnieuw een schans opgeworpen, die pas in 1952 zijn verdedigingsfunctie verloor. MER Zuid-West 380 kV Oost, p 84
Ten zuiden van Oosterhout zijn naast de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en landschapselementen van landgoed Oosterheide, ook de restanten van het militair oefenterrein uit de achttiende eeuw ten zuiden van Oosterhout relevant.
9.4.3.
Effecten op Tracéniveau
Landschappelijk hoofdpatroon Alternatief Blauw en bijbehorende varianten hebben geen veranderingen van het landschappelijk hoofdpatroon tot gevolg. De nieuwe verbinding bundelt deels met op de bestaande 380 kVverbinding en deels met snelwegen. Waar de nieuwe verbinding bundelt met de bestaande 380 kV-verbinding wordt het landschappelijk hoofdpatroon dus enigszins versterkt. Bundeling met bestaande hoogspanningsverbindingen gebeurt maar beperkt, daarom is het effect neutraal (0). Ook bij alternatief Geel en bijbehorende varianten bundelt de nieuwe verbinding deels met de bestaande 380 kV-verbinding en deels met snelwegen. Bovendien volgt de nieuwe doorsnijding de rand van het verstedelijkt gebied: de Brabantse stedenrij. Er is hier sprake van aansluiting op het bestaande landschappelijk hoofdpatroon, maar niet van versterking. De beoordeling is daarom neutraal (0). Alternatief Paars en bijbehorende varianten zorgen wel voor enige versterking van het landschappelijk hoofdpatroon. In deelgebied 3 wordt grotendeels gebundeld met de bestaande 380 kV-verbinding. Omdat de bestaande 380 kV-verbinding op een driedimensionale manier deel uitmaakt van het landschappelijk hoofdpatroon, wordt het landschappelijk hoofdpatroon hierdoor enigszins versterkt. Dit geldt als een licht positief effect (+).
Alternatief Rood en bijbehorende varianten hebben een korter tracé dan de andere alternatieven en varianten. Zij volgen grotendeels de rand van de Brabantse stedenrij en prikken daar ten zuiden van Oosterhout doorheen. Alternatief Rood kent grotendeels een nieuw tracé en leidt tot een nieuwe doorsnijding van het landschap. Op tracéniveau volgt de nieuwe doorsnijding in zekere zin de rand van de Brabantse stedenrij en de overgang van zand naar klei. Er is hier sprake van aansluiting op het bestaande landschappelijk hoofdpatroon, maar niet van versterking. De beoordeling is daarom neutraal (0). Kwaliteit tracé Alternatief Blauw is gebundeld met de bestaande 380 kV-verbinding én de snelweg (A16/A59) en kent daardoor grote rechtstanden over lange afstanden. Richtingsveranderingen treden op tussen bundelingen met verschillende typen infrastructuur. Enkele grote richtingsveranderingen in het tracé zijn het gevolg van het verspringen van de bundeling met verschillende typen infrastructuur. De kwaliteit van het tracé van alternatief Blauw is daarom licht negatief beoordeeld (-). Blauw variant Bosroute is op dit criterium en schaalniveau vergelijkbaar met alternatief Blauw, de beoordeling is licht negatief (-).
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 85
Blauw variant Huis ter Heide gaat een deel van het tracé ondergronds. Dit heeft een licht negatief effect op de kwaliteit van het tracé, omdat beide bovengrondse tracédelen niet goed meer herkenbaar zijn als één bovenregionale verbinding. De verdere effecten zijn gelijk aan die van alternatief Blauw en dat leidt samen tot een licht negatieve totaalbeoordeling (-). Blauw variant Linie van den Hout wordt als enige blauwe variant negatief beoordeeld. Dit komt door de scherpere richtingsveranderingen die het gevolg zijn van de voormalig Linie van den Hout: een lokaal verschijnsel. Dit doet afbreuk aan de herkenbaarheid als bovenregionale infrastructuur en heeft daarmee een negatief effect op de kwaliteit van het tracé. De knikken in het tracé van variant Linie van den Hout zijn doorslaggevend voor een negatieve totaalbeoordeling van de kwaliteit van het tracé. Alle varianten waar variant Linie van den Hout onderdeel van uitmaakt kennen daardoor een negatieve totaalbeoordeling (- -). Alternatief Geel kent deels een nieuw tracé en een nieuwe doorsnijding van het landschap, maar is vanaf knooppunt Zonzeel tot natuurgebied Huis ter Heide gelijk aan alternatief Blauw. Daar waar de nieuwe verbinding gebruik maakt van een nieuw tracé, kent het tracé wel rechtstanden over relatief grote afstand, met maar enkele lichte richtingsveranderingen.
Daarom is de kwaliteit van het tracé als licht negatief beoordeeld (-). Geel variant Bosroute is op dit criterium en schaalniveau vergelijkbaar met alternatief Geel, omdat het aantal richtingsveranderingen gelijk is. De beoordeling is tevens licht negatief (-). Bij Geel variant Huis ter Heide gaat een deel van het tracé ondergronds. Dit heeft een licht negatief effect op de kwaliteit van het tracé, maar de verdere effecten zijn gelijk aan die van alternatief Geel. Dat leidt samen tot een licht negatieve totaalbeoordeling (-). Geel variant Linie van den Hout wordt als enige gele variant negatief beoordeeld (- -). Dit komt door de scherpere richtingsveranderingen die het gevolg zijn van de voormalig Linie van den Hout: een lokaal verschijnsel. Dit doet afbreuk aan de herkenbaarheid als bovenregionale infrastructuur en heeft daarmee een negatief effect op de kwaliteit van het tracé. De knikken in het tracé van variant Linie van den Hout zijn doorslaggevend voor een negatieve totaalbeoordeling van de kwaliteit van het tracé. Alle varianten waar variant Linie van den Hout onderdeel van uitmaakt kennen daardoor een negatieve totaalbeoordeling (- -). Geel variant Standdaarbuiten verschilt in subgebied Zevenbergen van alternatief Geel. Geel variant Standdaarbuiten ligt hier ten noorden van Standdaarbuiten en alternatief Geel ligt ten zuiden van Standdaarbuiten.
Geel variant Standdaarbuiten kent meer richtingsveranderingen dan alternatief Geel. Dit heeft een licht negatief effect op de kwaliteit van het tracé. Dit effect is over heel deelgebied 3 genomen niet van een dusdanige grootte dat de totaalbeoordeling verschilt van alternatief Geel: Deze is ook licht negatief (-). Alternatief Paars kent deels een nieuw tracé en daarmee een nieuwe doorsnijding van het landschap en is deels gebundeld met de bestaande 380 kV-verbinding. De verbinding kent grote rechtstanden over lange afstanden en een relatief lang ondergronds deel. De richtingsveranderingen in het tracé zijn het gevolg van de bestaande 380 kV-verbinding. Ondanks
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 86
de grote rechtstanden over lange afstand leiden de richtingsveranderingen tot een licht negatieve beoordeling van de kwaliteit van het tracé (-). Bij Paars variant Huis ter Heide gaat een deel van het tracé ondergronds. Dit heeft een licht negatief effect op de kwaliteit van het tracé, maar de verdere effecten zijn gelijk aan die van Paars. De beoordeling is daarom licht negatief (-). Paars variant Hooge Zwaluwe is grotendeels gebundeld met de bestaande 380 kV-verbinding en kent daardoor grote rechtstanden over lange afstanden. In geheel deelgebied 3 maakt de nieuwe verbinding gebruik van een bestaande doorsnijding. Door deze bundeling met bovenregionale infrastructuur is de nieuwe verbinding ook goed als zodanig herkenbaar. Paars variant Hooge Zwaluwe heeft daarom, als enige variant, een neutrale beoordeling op dit criterium (0). Paars variant Hooge Zwaluwe - Bosroute en Paars variant Hooge Zwaluwe - Huis ter Heide zijn op dit criterium en schaalniveau vergelijkbaar met variant Hooge Zwaluwe. Beide varianten zijn neutraal beoordeeld op de kwaliteit van het tracé (0). Alternatief Rood kent grotendeels een nieuwe doorsnijding van het landschap, met veel (lichte) richtingsveranderingen die het gevolg zijn van lokale verschijnselen. De beoordeling van de kwaliteit van het tracé is daarom negatief (- -).
Rood variant Oosterheide en variant Oosterheide ondergronds verschillen op tracéniveau weinig van Paars. De beoordeling op dit criterium is gelijk: negatief (- -).
9.4.4.
Effecten op Lijnniveau
Gebiedskarakteristiek Het tracé van alternatief Blauw loopt grotendeels gebundeld met de bestaande 380 kV-verbinding, de A16 en de A59. Hierdoor ontstaat een forsere bundel, die op veel plekken een licht negatief effect op de gebiedskarakteristiek heeft. Het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding leidt plaatselijk tot positieve effecten en in subgebied Zevenbergen tot een neutrale beoordeling. Vanwege de licht negatieve effecten van de forsere verbinding in het landschap ontstaat al met al een licht negatief effect op de gebiedskarakteristiek (-). De varianten van alternatief Blauw verschillen per subgebied van elkaar, maar deze verschillen zijn niet doorslaggevend voor de totaalbeoordeling. Alle varianten kennen, net als het alternatief Blauw, een licht negatieve totaalbeoordeling (-). Alternatief Geel heeft overwegend licht negatieve effecten op de gebiedskarakteristiek, door de forsere lijn in het landschap in vergelijking met de referentiesituatie. In de subgebieden Oudenbosch en Etten-Leur leidt de verbinding tot een nieuwe doorsnijding van het landschap. Omdat de bestaande 150 kV-verbinding hier wordt geamoveerd zijn de totaalbeoordelingen van beide subgebieden slechts licht negatief. Samen leidt dit tot een licht negatieve totaalbeoordeling (-) voor alternatief Geel.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 87
Ook voor alternatief Geel geldt dat de varianten per subgebied van elkaar verschillen, maar dat de effecten - net als alternatief Geel – als licht negatief worden beoordeeld (-). Alternatief Paars loopt deels volgens een nieuwe doorsnijding van het landschap en is deels gebundeld met de bestaande 380 kV-verbinding. Het verwijderen van de bestaande 150 kVverbinding leidt plaatselijk tot licht positieve effecten. De nieuwe bundel van de nieuwe en bestaande 380 kV-verbinding heeft op veel plekken, in meerdere subgebieden, een licht negatief effect op de gebiedskarakteristiek. Om die reden is de totaalbeoordeling van de effecten licht negatief (-). De varianten van Paars verschillen in enkele subgebieden van elkaar, maar omdat per saldo overwegend licht negatieve effecten optreden door de forsere bundel in het landschap is de totaalbeoordeling bij alle varianten licht negatief (-). Alternatief Rood loopt grotendeels volgens een nieuwe doorsnijding van het landschap en kent geen ondergrondse delen. Doordat de bestaande 150 kV-verbinding deels wordt geamoveerd ontstaan plaatselijk positieve effecten. De negatieve effecten van de nieuwe verbinding wegen zwaarder mee in de totaalbeoordeling. Overwegend treden licht negatieve effecten op door de forse, nieuwe bundel in het landschap. In de subgebieden Tilburg en de Dorst treden negatieve effecten op.
De totaalbeoordeling van de effecten is daarom negatief (- -). In subgebied Breda verschillen de varianten van alternatief Rood. Rood variant Oosterheide heeft een vergelijkbaar negatief effect (- -).op de gebiedskarakteristiek als alternatief Rood Rood variant Oosterheide ondergronds is door het ondergrondse deel van de nieuwe verbinding minder negatief beoordeeld in subgebied Breda. Negatieve effecten die bij alternatief Rood optreden, treden hierdoor niet op. De totaalbeoordeling komt daarmee op licht negatief (-). Samenhang elementen Het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding ter hoogte van Hooge Zwaluwe in alternatief Blauw heeft een licht positieve invloed op de samenhangen tussen het silhouet van Hooge Zwaluwe en het omliggende landschap en verbetert de interne samenhangen in het bebouwingslint Oosteind in subgebied ’s-Gravenmoer. Alternatief Blauw heeft ook een licht negatief effect bij de voormalige Linie van den Hout. Per saldo is de beoordeling neutraal (0) Ook variant Blauw Linie van den Hout heeft een negatief effect bij de Linie van den Hout. Deze variant gaat op een korte afstand langs de voormalige linie, Het tracé tussen verschillende onderdelen van de linie door, maar kruist de bosschage niet. Hierdoor ontstaat een verzwakking van de samenhang tussen de voormalig Linie van den Hout en de directe omgeving.
Dit effect is niet doorslaggevend voor de totaalbeoordeling, deze is neutraal (0). Variant Blauw Bosroute heeft vergelijkbare effecten als de andere varianten van Blauw. Het tracé van deze gaat in subgebied Dongen om bebouwingslint de Moer heen. Met de reconstructie van de bestaande 380 kV-verbinding wordt de samenhang tussen dit karakteristieke bebouwingslint en
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 88
de omgeving hersteld. Dit is een licht positief effect. De totaalbeoordeling van de effecten is licht positief (+). Blauw variant Huis ter Heide heeft twee licht positieve effecten op de samenhang tussen specifieke elementen, een licht negatief effect bij bebouwingslint de Moer en een licht negatief effect bij de voormalig Linie van den Hout. De totaalbeoordeling is daarom neutraal (0). De effecten van alternatief Geel zijn bijna gelijk aan de effecten van alternatief Blauw. Het positieve effect ter plaatse van Hooge Zwaluwe treedt niet op bij alternatief Geel. Het licht negatieve effect bij de Linie van den Hout en het licht positieve effect bij bebouwingslint Oosteind zijn per saldo als neutraal (0) beoordeeld. Variant Geel Linie van den Hout leidt bij de Linie van den Hout tot een negatief effect. Dit effect is niet doorslaggevend gezien de omvang van deelgebied 3 en het aantal subgebieden waar geen of neutrale effecten optreden. De effecten van de variant Geel Linie van den Hout zijn daarom neutraal (0) beoordeeld. De varianten Geel Bosroute en Geel Huis ter Heide leiden tot een positief effect op bij bebouwingslint de Moer. Gezien de omvang van deelgebied 3 zijn de effecten van beide varianten neutraal (0) beoordeeld. Geel variant Standdaarbuiten heeft een extra licht positief effect bij het dorpssilhouet Oudenbosch ten opzichte van alternatief Geel.
Door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding wordt het dorpssilhouet van Oudenbosch met de basiliek als verte-kenmerk niet meer beïnvloed vanaf het zuiden. Dit is een licht positief effect. Het licht positieve effect is niet doorslaggevend voor de totaalbeoordeling, deze is neutraal (0). Alternatief Paars leidt tot een 2tal licht positieve effecten. Door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding worden de interne samenhangen in het bebouwingslint Oosteind in subgebied ’s-Gravenmoer hersteld. Ook heeft het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding ter hoogte van Hooge Zwaluwe heeft een licht positieve invloed op de samenhangen tussen het silhouet van Hooge Zwaluwe en het omliggende landschap. Omdat er geen negatieve effecten optreden in deelgebied 3, leidt dit tot een licht positieve totaalbeoordeling (+). Paars variant Huis ter Heide heeft naast de licht positieve effecten in Oosteind en Hooge Zwaluwe een licht negatief effect bij bebouwingslint de Moer. De effecten van deze variant zijn hierdoor als neutraal (0) beoordeeld. De variant Paars Hooge Zwaluwe leidt door het verwijderen van de bestaande 150 kV-verbinding ter hoogte van Hooge Zwaluwe tot een licht positieve invloed op de samenhangen tussen het silhouet van Hooge Zwaluwe en het omliggende landschap. Het dorp wordt niet meer doorsneden door de 150 kV-verbinding.
Deze licht positieve effecten leiden tot een totaalbeoordeling voor een licht positieve totaalbeoordeling. Paars variant Hooge Zwaluwe Bosroute heeft met het licht positieve effect bij bebouwingslint de Moer een nog extra licht positief effect ten opzichte van de andere varianten. Dit leidt tot een licht positieve totaalbeoordeling (+). MER Zuid-West 380 kV Oost, p 89
Paars variant Hooge Zwaluwe-Huis ter Heide heeft een extra licht negatief effect, bij het bebouwingslint de Moer. Door dat extra licht negatieve effect is de totaalbeoordeling neutraal (0). Alternatief Rood heeft door het meer zuidelijk gelegen tracé effecten in subgebied de Dorst. De nieuwe verbinding passeert landgoed Oosterheide en de landbouwenclaves Setters en Steenoven. Dit levert licht negatieve effecten in dit subgebied op. Met het licht positieve effect bij bebouwingslint Oosteind, en door het amoveren van de bestaande 150 kV-verbinding, zijn de effecten in totaal als neutraal (0) beoordeeld. Variant Rood Oosterheide doorkruist landgoed Oosterheide. Verder komen de effecten overeen met die van alternatief Rood. Samen leidt dit tot een licht negatieve beoordeling (-). Variant Rood Oosterheide ondergronds heeft geen effecten bij landgoed Oosterheide en heeft dezelfde effecten als alternatief Rood. Deze zijn in totaal als neutraal (0) beoordeeld.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 90
10.
Natuur Werkwijze
Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de alternatieven en varianten op natuurwaarden. De effecten van een bovengrondse hoogspanningsverbinding op natuur treden op ter plaatse van de verbindingen, mastvoeten en de hoogspanningsstations. De effecten van een ondergrondse hoogspanningsverbinding treden op over de volledige lengte van de open ontgraving, bij de opstijgpunten en bij de hoogspanningsstations. Meer informatie over het onderzoek is opgenomen in het Achtergronddocument Natuur.
10.1.1. Wet- en regelgeving Overheden hebben in wetten en beleid kaders aangegeven waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen mogen en kunnen plaatsvinden. De wet- en regelgeving vormen een dwingend kader voor de planvorming. Er moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met bestaand beleid. Tabel 10.1 geeft een overzicht van wet- en regelgeving op het gebied van natuur. Tabel 10.1 Overzicht relevante wet- en regelgeving op het gebied natuur Niveau
Beleidsstuk
Toelichting (relevantie voor ZW380 Oost)
Internationaal
Vogelrichtlijn
Via deze wetgeving is de bescherming van alle inheemse soorten vogels met hun nesten en functionele leefomgeving geregeld
Habitatrichtlijn
Via deze wetgeving is de bescherming van de individuen van bepaalde soorten planten en dieren (anders dan vogels) en hun verblijfplaatsen geregeld
Nationaal
Wet Natuurbescherming
Landelijke verankering van Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn; daarnaast aanwijzing van landelijk beschermde soorten.
Structuurvisie Infrastructuur en
Via dit beleid wordt het landelijk netwerk beschreven
Ruimte
van grote en kleine bestaande en nog aan te leggen natuurgebieden die verbonden zijn door een stelsel van natuurverbindingen. Dit netwerk wordt Natuurnetwerk Nederland (NNN) genoemd
Provinciaal
Provinciaal beleid inzake
Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuwe
Natuurnetwerk Nederland (NNN),
natuurgebieden en verbindingszones vastgelegd in
netto begrenzing
ruimtelijke besluiten op basis van de Wet Ruimtelijke ordening
Verordening natuurbescherming
Rust- en foerageergebieden voor ganzen en
Noord-Brabant / Regeling
smienten in de provincie Noord-Brabant zijn hierin
natuurbescherming Noord-Brabant
vastgelegd
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 91
De wet- en regelgeving is medebepalend voor de effecten die in beeld gebracht worden en de manier waarop die beoordeeld worden. Voor het thema Natuur worden de effecten op draadslachtoffers, leefgebieden met bijzondere natuurwaarden en leefgebieden van vogels, vleermuizen en (overige) zoogdieren en tijdelijke effecten op leefgebieden van amfibieën beschreven en beoordeeld.
10.1.2. Werkwijze draadslachtoffers Vogels kunnen tegen de geleiders en bliksemdraden van bovengrondse tracédelen aan vliegen en als gevolg daarvan sterven of gewond raken. Dit zijn draadslachtoffers. De effectbeschrijving van het aantal draadslachtoffers betreft een ecologische benadering van het aantal draadslachtoffers, waarbij rekening gehouden wordt met een aantal factoren. Op macroniveau is het aantal doorsnijdingen van de verbinding loodrecht op de vliegbewegingen van vogels van belang: hoe meer doorsnijdingen een vogel moet passeren en hoe langer deze zijn, hoe meer kans deze vogel heeft op een aanvaring. Het aantal vliegbewegingen ter plekke van een verbinding hangt onder meer af van het landschapstype waarin de verbinding staat: in een open, grootschalig landschap zijn meer vogels aanwezig en meer vliegbewegingen dan in meer gesloten landschappen. Figuur 10.1 geeft aan welke landschapstypen zijn onderscheiden. Zie figuur 10.1 Appendix deel B – pagina 34 Figuur 10.1 Landschapstypen die zijn onderscheiden ten aanzien van draadslachtoffers De kans op een aanvaring is ook afhankelijk van de zichtbaarheid en draaddichtheid van de verbinding. Voor vogelsoorten die vooral overdag vliegen is de zichtbaarheid van een verbinding van belang; voor vogelsoorten die vooral ’s nachts vliegen is de draaddichtheid van de verbinding van belang.
Tot slot zijn soortspecifieke kenmerken van belang, zoals het gezichtsveld, de lichaamsbouw en gedrag. In de effectbeschrijving is alleen rekening gehouden met soorten die in of nabij het studiegebied voorkomen en een kans hebben om tegen een hoogspanningsdraad aan te vliegen. De beoordeling van de effecten vindt kwalitatief plaats. Tabel 10.2 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor draadslachtoffers.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 92
Tabel 10.2 Beoordelingskader van effecten op het aantal draadslachtoffers Waardering effecten
Omschrijving
+++
Zeer positief effect
Verandering aantal draadslachtoffers Afname aantal slachtoffers in het deelgebied met vermoed positief effect op 1 of meer soorten of instandhoudingsdoelen
++
Positief effect
+
Licht positief effect
0
Neutraal effect
Afname aantal slachtoffers in het deelgebied Lichte afname aantal draadslachtoffers in het deelgebied Aantal slachtoffers blijft in dezelfde ordegrootte in het deelgebied
-
Licht negatief effect
--
Negatief effect
Lichte toename aantal slachtoffers in het deelgebied Toename aantal slachtoffers in het deelgebied Sterke toename aantal slachtoffers in het deelgebied met
---
Zeer negatief effect
vermoed negatief effect op 1 of meer soorten of instandhoudingsdoelen
10.1.3. Werkwijze leefgebieden In leefgebieden doen zich verschillende typen effecten voor. a.
Effecten op gebieden met bijzondere natuurwaarden
Gebieden met een bijzondere natuurwaarden zijn Natura 2000-gebieden en gebieden die behoren tot het NNN. De effecten doen zich voor ter plaatse van mastvoeten en kabels. De effecten ter plaatse van de mastvoeten zijn permanent, ter plaatse van kabels meestal tijdelijk. Effecten als gevolg van kabelsleuven worden als permanent in het geval dat het bijbehorende habitat niet binnen een jaar is hersteld. Een effect van gebieden met bijzondere natuurwaarden van nul tot één hectare wordt als neutraal beoordeeld. Bij een grotere afname nemen de effecten toe. Een afname van één tot tien hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een afname van tien tot 25 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een afname van meer dan 25 hectare wordt als zeer negatief beoordeeld (---). Ingeval dat verbindingen worden verwijderd kunnen in theorie ook positieve effecten ontstaan. Deze zijn echter niet beoordeeld. Tabel 10.3 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor leefgebieden met bijzondere natuurwaarden. Tabel 10.3 Beoordelingskader van effecten op leefgebieden met bijzondere natuurwaarden Waardering effecten
Omschrijving
Ruimtebeslag / oppervlakte in hectare
+++
Zeer positief effect
Winst van > 25 ha in het deelgebied (n.v.t.)
++
Positief effect
Winst van 10 tot en met 25 ha in het deelgebied (n.v.t.)
+
Licht positief effect
Winst van 1 tot 10 ha in het deelgebied (n.v.t.)
0
Nauwelijks effect
Verlies of winst van 0 tot 1 ha in het deelgebied
-
Licht negatief effect
Verlies van 1 tot 10 ha in het deelgebied
--
Negatief effect
Verlies van 10 tot en met 25 ha in het deelgebied
---
Zeer negatief effect
Verlies van > 25 ha in het deelgebied
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 93
b.
Effecten op leefgebieden van vogels
Negatieve effecten op leefgebieden van vogels ontstaan door het aantasten van broedlocaties van vogels of locaties waar wordt gefoerageerd of geslapen. Hierbij wordt specifiek naar gebieden gekeken die door de provincie zijn aangewezen voor weidevogels, respectievelijk ganzen en smienten. Bij het amoveren van verbindingen kunnen ook positieve effecten optreden, doordat gebieden na verwijdering van een hoogspanningsverbinding geschikt(er) worden als leefgebied. Een effect op leefgebieden van vogels met nul tot één hectare wordt als neutraal beoordeeld. Bij een grotere afname nemen de effecten toe. Een afname van één tot tien hectare wordt als licht negatief (-) beoordeeld en een afname van 10-25 hectare wordt als negatief beoordeeld (--). Een afname van meer dan 25 hectare wordt als zeer negatief beoordeeld (---). Ingeval dat verbindingen worden verwijderd kunnen in theorie ook positieve effecten ontstaan. Tabel 10.4 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor leefgebieden van vogels. Bij de afbakening van de klassengrenzen is rekening gehouden met het areaal van vogelgebieden. Tabel 10.4 Beoordelingskader van effecten op leefgebieden van vogels Waardering effecten
c.
Omschrijving
Effectoppervlakte in hectare
+++
Zeer positief effect
Winst van > 25 ha in het deelgebied
++
Positief effect
Winst van 10 tot en met 25 ha in het deelgebied
+
Licht positief effect
Winst van 1 tot 10 ha in het deelgebied
0
Nauwelijks effect
Verlies of winst van 0 tot 1 ha in het deelgebied
-
Licht negatief effect
Verlies van 1 tot 10 ha in het deelgebied
--
Negatief effect
Verlies van 10 tot en met 25 ha in het deelgebied
---
Zeer negatief effect
Verlies van > 25 ha in het deelgebied
Leefgebieden van vleermuizen
Vleermuizen kunnen in potentie in aanraking komen met hoogspanningsdraden. Aangezien zij over echolocatie beschikken zijn zij uitstekend in staat om objecten in de lucht waar te nemen en te vermijden, zijn draadslachtoffers hierdoor niet te verwachten. De effectbeoordeling richt zich daarom uitsluitend op het verlies aan leefgebied door het verdwijnen van bomen en andere groenstructuren. Deze groenstructuren maken voor veel soorten deel uit van foerageergebieden of vliegroutes en vormen een essentieel onderdeel van het leefgebied van vleermuizen. Voor de bepaling van het effect is het aantal doorsnijdingen van lijnvormige elementen met bomen (bomenrijen, singels, houtwallen) geteld. De beoordeling van de effecten wordt gedaan aan de hand van het aantal doorsnijdingen van bomenrijen en/of bosgebieden. Bij het bepalen van de klassengrenzen is rekening gehouden met de lengte van de nieuwe verbinding en de mogelijkheid om mitigerende maatregelen te nemen waarmee het effect van de doorsnijdingen verminderd kan worden. Tabel 10.5 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor leefgebieden van vleermuizen. Tabel 10.5 Beoordelingskader van effecten op leefgebieden van vleermuizen Waardering effecten
Omschrijving
Aantal doorsnijdingen
+++
Zeer positief effect
Niet van toepassing
++
Positief effect
Niet van toepassing
+
Licht positief effect
Niet van toepassing
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 94
d.
0
Nauwelijks effect
< 10 doorsnijdingen in het deelgebied
-
Licht negatief effect
10 tot 100 doorsnijdingen in het deelgebied
--
Negatief effect
100 - 200 doorsnijdingen in het deelgebied
---
Zeer negatief effect
> 200 doorsnijdingen in het deelgebied
Leefgebieden van zoogdieren
Door het kappen van bomen op het moment dat een hoogspanningsverbinding of kabeltracé door een bosgebied wordt aangelegd, bestaat de kans dat er ook leefgebied van soorten die voornamelijk zijn gebonden aan de bosgebieden, zoals de eekhoorn en boombewonende vleermuizen verloren gaat. De effecten op het leefgebied van deze soorten zijn kwalitatief bepaald aan de hand van verspreidingsgegevens en een inschatting van de ligging van (potentieel) leefgebied voor zwaarder beschermde soorten. Het leefgebied voor de soorten bestaat doorgaans uit bos met (vrij) oude bomen. Tabel 10.6 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor de effecten op de leefgebieden van zoogdieren. Tabel 10.6 Beoordelingskader van effecten op leefgebieden van zoogdieren Waardering effecten
Omschrijving
Aangetast van gebied
+++
Zeer positief effect
Niet van toepassing
++
Positief effect
Niet van toepassing
+
Licht positief effect
Niet van toepassing
0
Nauwelijks effect
Nagenoeg geen aantasting van leefgebied in het deelgebied
-
Licht negatief effect
Aantasting van leefgebied in het deelgebied
--
Negatief effect
Grote aantasting van leefgebied in het deelgebied
---
Zeer negatief effect
Zeer grote aantasting van leefgebied in het deelgebied
10.1.4. Werkwijze tijdelijke effecten Naast permanente effecten treden ook tijdelijke effecten op door de aanleg of het slopen van het kabeltracé of de bovengrondse verbinding. Een deel daarvan kan worden voorkomen of beperkt door hiermee bij verdere uitwerking van het definitieve tracé rekening te houden en door waar nodig (mitigerende) maatregelen in de aanlegfase toe te passen. Dit geldt bijvoorbeeld voor verstoring van vogels en vleermuizen. Voor vogels is het uitgangspunt dat er niet wordt gewerkt in de broedperiode zodat verstoring niet optreedt. Voor vleermuizen wordt aangenomen dat alle werkzaamheden bij daglicht plaatsvinden en dat geen extra verlichting in de donkerperiode, als vleermuizen actief zijn, wordt gebruikt. Tabel 10.7 geeft een overzicht van het beoordelingskader voor de tijdelijke effecten. Tabel 10.7 Beoordelingskader van tijdelijke effecten Waardering effecten
Omschrijving
Verstoringsrisico
+++
Zeer positief effect
Niet van toepassing
++
Positief effect
Niet van toepassing
+
Licht positief effect
Niet van toepassing
0
Nauwelijks effect
Geen of weinig verstoringsrisico in het deelgebied
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 95
-
Licht negatief effect
Vrij groot verstoringsrisico in het deelgebied
--
Negatief effect
Groot verstoringsrisico in het deelgebied
---
Zeer negatief effect
Zeer groot verstoringsrisico in het deelgebied
10.1.5. Overzicht effecten Een overzicht van de effecten is opgenomen in tabel 10.8.
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 96
B1
B1-vMa
B1-vStb
B1-vKr
B1-vMa-vStb
B1-vMa-vKr
G1
G1-vMa
P1
P1-vWo
P1-vBe
P1-vWo-vBe
R1
B2
B2-vKr
G2
G2-vWe
G2-vSta
P2
P2-vWe
P2-vOu
R2
Tabel 10.8 Effecten op het Thema Natuur
---
0
---
---
--
--
--
0
-
-
-
-
-
-
--
--
--
--
--
--
---
--
Bijzondere natuurwaarden
32,9
-7,8
40,8 31,6
0
-9,2
31,5
-9,3
13,1
8
-5,8
-11,3
13,3
0,5
1,5
1,1
1,1
2,3
1,9
1,1
0,3
5,3
Beoordeling
---
+
---
0
+
---
+
--
-
+
++
--
0
-
-
-
-
-
-
0
-
Leefgebieden vogels
75,7 75,7 75,7 75,7 75,7 75,7 75,7 75,7
5,2
75,7
5,2
75,7
5,2
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Beoordeling
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+
+++
+
+++
+
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Leefgebieden vleermuizen
16
16
16
16
16
14
19
19
19
17
15
16
19
6
6
6
6
6
6
6
10
8
Beoordeling
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Leefgebieden zoogdieren
2,1
2,1
2,1
2,3
2,1
2,3
3,1
3,1
2,1
2,0
2,0
1,9
2,0
0,3
0,0
0
0
0
0
0
2,7
0
Beoordeling
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0
0
0
0
0
0
0
-
0
-
0
0
-
0
-
-
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Draadslachtoffers Beoordeling Leefgebieden
---
Tijdelijke effecten Beoordeling
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 97
B3-vLi
B3-vBo
B3-vHu
B3-vLi-vBo
B3-vLi-vHu
G3
G3-vSta
G3-vLi
G3-vBo
G3-vHu
G3-vSta-vLi
G3-vSta-vBo
G3-vSta-vHu
G3-vLi-vBo
G3-vLi-vHu
G3-vSta-vLi-vBo
G3-vSta-vLi-vHu
P3
P3-vBi
P3-vHu
P3-vBi-vBo
P3-vBi-vHu
R3
R3-vOo
R3-vOo/o
--
---
0
---
---
--
--
--
---
--
---
---
---
---
---
---
---
-
--
-
--
-
---
---
--
Bijzondere natuurwaarden
27,7
26,6
52,3
15,2 47,4 14,1 29,7 30,0 30,9 50,3 17,2 28,9 50,7 17,5 49,2 16,1 48,8 16,3 12,9 14,4
6,4
31,9
-1,3
87,2 87,5 83,1
Beoordeling
---
--- ---
--
--- --- --- ---
--
---
---
--
---
--
---
--
--
--
-
---
+
--- --- ---
Leefgebieden vogels
36,1
36,1
36,1
36,1 36,1 36,1
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
3,8
20,6
2,7
20,6
2,7
2,7
49,6 49,6 49,6
Beoordeling
+++
+++
+++
+++
+++
+++
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
--
-
--
-
-
---
---
---
Leefgebieden vleermuizen
55
59
61
51
65
55
57
53
56
63
53
52
50
49
62
52
58
48
52
56
26
62
52
65
64
32
Effectbeoordeling
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Leefgebieden zoogdieren
1,0
0,8
1,5
1,0
1,3
0,8
0,2
0,2
0,0
0,7
0,2
0,0
0,7
0,2
0,5
0,0
0,5
0,0
1,1
0,8
1,1
1,2
0,8
0,5
0,7
0,5
effectbeoordeling
0
0
-
-
-
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-
0
-
-
0
0
0
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
--
--
--
B3 --
Draadslachtoffers Beoordeling Leefgebieden
---
--
Tijdelijke effecten Effectbeoordeling
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 98
Deelgebied 1 10.2.1. Huidige situatie en autonome ontwikkeling Draadslachtoffers Onder een groot aantal vogelsoorten kunnen draadslachtoffers vallen. De meest relevante soorten voor deelgebied 1 komen in deze paragraaf aan de orde. In het Deltagebied bevinden zich diverse broedkolonies van aalscholvers, waarvan één op masten van de hoogspanningsverbinding in het Zoommeer. Andere kolonies liggen op grotere afstand van deelgebied 1. Zij maken overdag voedselvluchten tussen de kolonies en visrijke wateren Ook in de winter is de aalscholver aanwezig nabij het studiegebied. In het Natura 2000-gebied Markiezaat broeden lepelaars. Vanuit de kolonies vinden dagelijkse foerageervluchten plaats naar onder andere poldersloten op Tholen en Beveland. De lepelaar vliegt zowel overdag als ’s nachts. Veldonderzoek naar de vliegrichting en vertrek- en aankomsttijden van wegvliegende en terugkomende lepelaars bij het Markiezaat en Zoommeer laat zien dat westelijke vliegbewegingen overheersen. Dit betekent dat een groot deel van de lepelaars van de broedkolonie in het Markiezaat de huidige hoogspanningsverbinding tijdens dagelijkse voedselvluchten kruist. Het passeren van de bestaande 380kVhoogspanningsverbinding bleek niet altijd gemakkelijk voor de lepelaars.
De vogels hadden vooral bij tegenwind moeite om voldoende hoogte te verkrijgen om de draden van de bestaande verbinding veilig te kunnen passeren. Het Deltagebied en de landbouwgebieden in West-Brabant vormen belangrijke overwinteringsgebieden voor ganzen. Ganzen vliegen dagelijks zowel overdag als in de donkerperiode tussen slaap- en foerageergebieden. Een groot deel van deze ganzen foerageert in ganzenfoerageergebieden of -opvanggebieden. Ook op gras- en akkerlanden die niet specifiek als foerageergebied zijn aangewezen, kunnen ganzen en zwanen aanwezig zijn. De aantallen ganzen worden jaarlijks geteld, waardoor een goed beeld is te geven van de verspreiding. Voor de grauwe gans zijn vooral de graslanden nabij de rivieren en meren in trek. De verspreiding van de overige voorkomende ganzensoorten (toendrarietgans, kolgans en brandgans) geven een soortgelijk beeld. De rotgans is een meer kustgebonden vogel en komt daardoor minder ver in het binnenland voor. Zwanen zijn in verspreiding minder sterk gebonden aan de grotere rivieren en komen ook meer op weideakkers voor. Er komen ook grote aantallen eenden voor. Eenden zijn sterk gebonden aan water, zowel voor het foerageren als voor het slapen. Een groot aantal soorten foerageert en slaapt op (vrijwel) dezelfde locatie. Uitzonderingen zijn de smient, de brilduiker en de middelste zaagbek.
Belangrijke foerageer- en slaapplaatsen voor smienten zijn de Scherpenissepolder en het Zoommeer. De middelste zaagbek en brilduiker foerageren voornamelijk op de Oosterschelde en slapen op het Markiezaat of Zoommeer. Slechts een deel van de zaagbekken kruist de verbinding. De
MER Zuid-West 380 kV Oost, p 99
brilduikers, middelste zaagbekken en smienten die op het Zoommeer slapen passeren de huidige 380 kV-verbinding op de Oesterdam niet. De middelste zaagbekken die slapen op het Markiezaat passeren deze verbinding wel. Verspreid over het gehele deelgebied broeden roofvogels. Enkele soorten zijn sterk bosgebonden en broeden (vrijwel) alleen in de grotere aaneengesloten bosgebieden ten zuiden van Steenbergen. De buizerd, sperwer, torenvalk en slechtvalk broeden wel in het deelgebied, maar zijn minder specifiek aan aaneengesloten bossen gebonden. Ook de bruine kiekendief komt binnen het deelgebied voor. Deze soort broedt op de grond en is voornamelijk afhankelijk van grotere rietvelden. Binnen het deelgebied komen ook diverse uilensoorten voor. De bos- en ransuil maken hoofdzakelijk gebruik van de (grotere) bosgebieden en groenstructuren om te broeden. De steenuil broedt voornamelijk in agrarisch gebied en jaagt in de omgeving daarvan. In en nabij het studiegebied zijn de steltlopersoorten scholekster, kluut, bontbekplevier, strandplevier, goudplevier, zilverplevier, kievit, kanoet, drieteenstrandloper, bonte strandloper, grutto, rosse grutto, wulp, zwarte ruiter, tureluur, groenpootruiter en steenloper van belang. Zij foerageren grotendeels op slikken en platen in het getijdengebied.
Bij hoog water vertrekken de vogels naar zowel binnen- als buitendijks gelegen hoogwatervluchtplaatsen. Afhankelijk van het getij vliegen zij ’s nachts of overdag. De hoogwatervluchtplaatsen liggen vaak aan het open water. Steltlopers vliegen hoofdzakelijk langs de kustlijn en over open water en doorgaans ook niet ver het binnenland in. De hoogspanningsverbinding over de Oesterdam wordt wel regelmatig gepasseerd door steltlopers die van de Oosterschelde naar het Markiezaat vliegen. Onder andere wulp, kanoet, bonte strandloper en zilverplevier passeren tijdens getijdevluchten de aanwezige 380 kV-verbinding . Meeuwen en sterns broeden op rustige, schaars begroeide plekken nabij visrijke wateren langs de kust, maar ook in het binnenland. Er is uitgebreid onderzoek verricht naar het verspreidingspatroon van de meeuwen. Er komen duizenden meeuwen voor in het studiegebied. De kleine mantelmeeuw werd vooral in het zuidoosten en sporadisch in het westen van het Markiezaat waargenomen. De zwartkopmeeuw is slechts twee maal waargenomen. Ook de visdief is slechts twee maal waargenomen in de buurt van het Tholense Gat. De vliegbewegingen ten noorden van het Markiezaat zijn vooral gericht van en naar het noorden en zuiden. In het zuidoosten zijn de vliegbewegingen vooral gericht naar het zuiden en oosten.
De meeuwen kruisen in het noorden van het Markiezaat de bestaande 380kV-hoogspanningsverbinding die door het Markiezaat loopt. In het zuiden en oosten kruisen de meeuwen de bestaande 150kVhoogspanningsverbinding. Natura 2000-gebieden De kwalificerende broedvogels van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal zijn dodaars, geoorde fuut, wespendief, nachtzwaluw, zwarte specht en boomleeuwerik. Dodaars en geoorde fuut zijn gebonden aan de (heide)vennen en komen niet voor in de buurt van de bestaande hoogspanningsverbinding. In 2010 en in 2016 zijn geen wespendieven in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding waargenomen. In 2008 zijn zowel ten noorden als ten zuiden van de huidige