Memo - Algehele reactie college i.r.t. kadervoorstellen en ontwikkelingen kadernota
Tekst van het document
Memo Aan Van Datum Portefeuillehouder
De gemeenteraad Het college van burgemeester en wethouders 27 mei 2025 E. Schoneveld
Onderwerp
Algehele reactie college i.r.t. kadervoorstellen en ontwikkelingen kadernota
De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Bij de totstandkoming van deze kadernota is (in lijn met voorgaande jaren) de gemeenteraad tussentijds in het proces betrokken. In de raadsinformatiebijeenkomst van 6 mei 2025 is de concept kadernota toegelicht, waarna de gemeenteraad kadervoorstellen in kon dienen. Vanuit de raadsfracties zijn in totaal 9 kadervoorstellen ingediend. In de bijlagen is ieder kadervoorstel van een reactie vanuit het college voorzien. Dit zodat in de commissie van 4 juni 2025 een integrale afweging gemaakt kan worden in de door het college aangedragen nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3 van de kadernota) en de door de raadsfracties aangedragen kadervoorstellen. Bij deze integrale afweging vraagt het college nadrukkelijke aandacht voor het structurele begrotingsresultaat en het doel om de komende maanden (ondanks alle onzekerheden) tot een sluitende begroting 2026 te kunnen komen. Het zal u niet ontgaan zijn dat de financiële positie van gemeenten landelijk onder druk is komen te staan. Terwijl gemeenten de komende jaren met diverse grote landelijke uitdagingen te maken hebben op het gebied van o.a.
woningbouw, verduurzaming, energietransitie en stijgende lasten binnen het sociaal domein, is er grote onduidelijkheid over de bijdragen die gemeenten voor deze taken ontvangen vanuit het Rijk. In deze kadernota staan we dan ook nadrukkelijk stil bij de diverse ontwikkelingen en onzekerheden die op dit moment spelen. Zowel de onzekerheden rondom de algemene uitkering uit het gemeentefonds als de lange termijneffecten van voorgenomen investeringen na 2029 hebben een effect op de realiseerbaarheid van de ambities van onze gemeente. Op basis van deze kadernota wordt duidelijk dat het gepresenteerde meerjarenperspectief vanaf 2026 negatief is (meer structurele lasten dan baten). Zoals in hoofdstuk 4 van de kadernota is geschetst worden vanaf 2026 structurele tekorten verwacht van € 4 miljoen (2026), € 4,2 miljoen (2027), € 2,1 miljoen (2028) en € 2 miljoen (2029). Daarmee is het meerjarenperspectief ten opzichte van de begroting 2025-2028 verslechterd. Dit is voornamelijk het gevolg van de benodigde budgetbijstellingen binnen het bestaande beleid (hoofdstuk 2) en de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3).
Tegelijkertijd geldt dat in deze cijfers nog geen rekening is gehouden met extra middelen die in de voorjaarsnota 2025 door het Rijk zijn aangekondigd en financieel verwerkt zullen worden in de meicirculaire (hoofdstuk 5) en de verwachte financiële effecten van de maatregelen zoals die in het rapport structurele begrotingsruimte zijn benoemd. In de kadernota zijn grove indicaties gegeven van de effecten die dit kan gaan hebben op het structurele begrotingsresultaat. Deze indicaties zijn daarbij als volgt weergegeven:
Figuur 1 Indicatie structureel begrotingsresultaat incl. indicatie ontwikkelingen na 2028 , effecten voorjaarsnota en effecten maatregelen rapport structurele begrotingsruimte.
De cijfers in bovenstaande figuur zijn een indicatie, waarbij de uiteindelijke effecten de komende periode richting het opstellen van de begroting 2026-2029 duidelijk moeten worden. Enkele voorbeelden van onzekerheden die nog van invloed kunnen gaan zijn op deze indicaties zijn bijvoorbeeld: -
-
De financiële vertaling door het Rijk van de in de voorjaarsnota aangekondigde maatregelen in de meicirculaire 2025 (die naar verwachting enkele dagen na het opstellen van deze memo door het Rijk gaat worden uitgebracht); De (vooral voor 2028 en 2029) aanblijvende onzekerheden omtrent de middelen vanuit het Rijk i.r.t. de tekorten binnen de Jeugdzorg en de wijze waarop de provincie als toezichthouder om zal gaan met de adviezen die i.r.t. deze onzekerheden door de VNG (ledenbrief d.d. 20 mei 2025) worden gedaan; Diverse ontwikkelingen die (in paragraaf 5.2 van de kadernota) tekstueel zijn benoemd maar op dit moment nog niet in cijfers zijn uit te drukken; Eventuele andere ontwikkelingen die zich voor kunnen doen tussen het moment van het opstellen van de kadernota en de uiteindelijke begroting 2026-2029.
Ondanks (of juist door) de grote onzekerheden is het van belang om expliciet stil te staan bij de vervolgaanpak richting het opstellen van een sluitende begroting 2026-2029. In hoofdstuk 6 van de kadernota is door het college het voorgestelde vervolgtraject geschetst om de komende maanden tot een sluitende begroting te komen. Hierbij worden ook de inzichten betrokken zoals die in het rapport structurele begrotingsruimte (informatiebijeenkomst van 10 april 2025) naar voren zijn gekomen. Rode draad vormt dat het van belang is om in de jaarlijkse kadernota en tussentijdse besluitvorming nadrukkelijk(er) stil te staan bij de structurele begrotingsruimte. De commissiebehandeling van 4 juni 2025 vormt daarbij een belangrijke stap waarbij een integrale afweging gemaakt kan worden in de door het college aangedragen nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3 van de kadernota) en de door de raadsfracties aangedragen kadervoorstellen. Zoals in de kadernota is toegelicht wordt de gemeenteraad ook uitgenodigd om bij de algemene beschouwingen van de kadernota met hun visie te komen op het door het college voorgestelde traject richting de begroting 2026-2029.