Memo aanpassingen tekst cf Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Memo Aan Van Datum Portefeuillehouders
De leden van de gemeenteraad College van burgemeester en wethouders 21-11-2023 wethouder A.M.J. Dingemans Med en wethouder G.J.M. Blom
Onderwerp
Omgevingsvisie gemeente Moerdijk 2040 tekstvoorstellen cf aanpassingen Nota van zienswijzen
In de Nota van zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie gemeente Moerdijk 2040 is per zienswijze opgenomen welke aanpassingen van de ontwerp-omgevingsvisie moeten worden doorgevoerd. Op onderdelen leidt dit tot aanpassingen in de tekst. De exacte doorvertaling in de teksten is in de Nota van zienswijzen niet opgenomen. Ter verduidelijking zijn deze teksten hieronder uitgeschreven. Zienswijze 3: bij de drie kernambities (p.5) een aanvulling maken aangaande cultureel erfgoed. -> Onder Versterken van stadse en dorpse leefomgeving pijltje toevoegen: Koesteren van de beleefde omgevingskwaliteit en de bijdrage die cultureel erfgoed daaraan levert. Onder Bouwen aan een vitale en gezonde economie pijltje toevoegen: Bij ontwikkelingen houden we rekening met aanwezige cultuurhistorische waarden. Onder Werken aan een groen, duurzaam, veilig en beleefbaar buitengebied onder vierde pijltje toevoegen: … en versterken de landschaps- en omgevingskwaliteit en de ….. Zienswijze 5 en 21: verwerking van de aanscherping van de positiebepaling -> Op p.55 onder punt 3 wordt de tekst als volgt aangepast: Wij signaleren dat het rijk en de provincie Noord-Brabant Moerdijk benoemen als een energieknooppunt van nationaal en regionaal belang waarbij een grote ruimtevraag wordt voorzien voor energie-infrastructuur.
Wij onderkennen het belang van de verduurzaming en de nationale en regionale opgaven rond netcapaciteit, maar maken ons zorgen over de impact op de leefbaarheid voor onze inwoners en ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente.
a.
Ten aanzien van de ontwikkeling van Moerdijk tot energieknooppunt van nationaal en regionaal belang houden wij vast aan de in 2013 gemaakte bestuurlijke afspraak tussen gemeente, Havenbedrijf en provincie Noord-Brabant in ket kader van de Havenstrategie, mede naar aanleiding van het advies van commissie Nijpels, over een leefbaar en toekomstbestendig perspectief voor onze inwoners. We sluiten aan bij dezelfde randvoorwaarden: Waarborging van een leefbaar en toekomstbestendig perspectief voor de inwoners in onze steden en dorpen. Ontwikkeling moet plaatsvinden in balans met de omgeving.
b. Als gemeente hebben we een sleutelrol tot een goede ruimtelijke inpassing te komen van een aantal grootschalige (nationale) energieprojecten. Dit betreft onder andere een extra 380 kVstation(s), ontwikkelingen van buisleidingen in de Delta Rhine Corridor en de aanlang van duurzame energie vanuit windparken op zee. Gezien de druk op de leefbaarheid in dit gebied pleiten wij ervoor om in gemeente Moerdijk alleen energie-infrastructuur projecten te laten landen die gekoppeld zijn aan de industrie in Moerdijk of de aanwezige infrastructuur (bijvoorbeeld de
buisleidingenstraat). Projecten zonder deze lokale koppeling moeten buiten onze gemeente worden ingepast.
c.
Nationale en regionale energie-infrastructuur met een lokale koppeling wordt ingepast op het (boven)regionale Haven- en Industrieterrein. Waar dit niet mogelijk is (zoals bijvoorbeeld bij tracés) vindt inpassing plaats met respect voor de leefbaarheid en de omgeving, ook als dat meer geld kost. Alleen op deze manier kan het gebied zich in balans en met behoud van maatschappelijk draagvlak ontwikkelen.
d. Nationale, regionale en lokale ontwikkelingen gaan hand in hand. Naast zorgvuldige inpassing moet ook sprake zijn van structurele meerwaarde voor onze inwoners. Realisatie van structurele meerwaarde vraagt om significante investeringen door betrokken partijen in: - lokale verduurzamingsopgaven; - lokale leefbaarheidsopgaven; - de Moerdijkse opgaven op het gebied van verstedelijking (bereikbaarheid, wonen, werken, landschap) zoals geformuleerd in de regionale verstedelijkingsstrategie en onze omgevingsvisie.
e.
Omdat de realisatie van de energie-infrastructuurprojecten een lange termijn traject is en de aanwezigheid van de energie-infrastructuur ook lange termijn effecten kan hebben op de leefbaarheid pleiten wij voor een lange termijn borging van afspraken over samenwerking en gebiedsinvesteringen.
f.
Vanuit de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke opgave spannen wij ons in om samen met de andere betrokken partijen tot een zo spoedig mogelijke realisatie van de noodzakelijke energie-infrastructuur te komen. Wij zien hierbij voor onszelf een sleutelrol om zeker te stellen dat de door initiatiefnemers uit te voeren plannen passen binnen de randvoorwaarden van leefbaarheid, meerwaarde en een goede ruimtelijke ordening en -inpassing. Wij hanteren hierbij onze - na participatie - vastgestelde omgevingsvisie als uitgangspunt en vragen andere partijen dit ook te doen. Daarnaast achten we een integrale aanpak en een goed participatieproces met bewoners noodzakelijk. Eigenaarschap hiervoor ligt bij de initiatiefnemers van de plannen.
In de tekst verwijzen naar de Ontwerptafel Powerport -> Op p. 21 bovenaan invoegen: Vanuit het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) en het Ontwerp Programma Energie Hoofdstructuur wordt ingezet op de realisatie van een 380 kV/150 KV trafostation, meerdere aanlandingen wind op zee, waterstoffabrieken, batterijopslag, realisatie van de Delta Rhine Corridor en aanleg van een warmtenet inclusief geothermie. De komende decennia zullen aanvullende energieinfrastructuur projecten in deze omgeving landen. Daarnaast spelen andere opgaven op het gebied van de landbouwtransitie, bedrijventerreinontwikkeling en huisvesting van arbeidsmigranten en ook reguliere woningbouw- en bereikbaarheidsopgaven moeten worden ingepast. Deze ontwikkelingen liggen niet altijd binnen de gemeentelijke invloedssfeer, maar hebben wel een enorme impact op de ruimte en de leefbaarheid van dit gebied. Samen met het ministerie van EZK, het ministerie van BZK, het ministerie van I&W, de provincie en de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg, is afgesproken om gezamenlijk te verkennen wat de integrale opgave in o.a. de noordoostzijde van de gemeente is en hoe we de leefbaarheid kunnen waarborgen.
Onze inzet is om in het kader van deze Ontwerptafel Powerport gezamenlijk tot een gebiedsgerichte uitwerking te komen en afspraken te maken over gebiedsinvesteringen, waarmee de leefbaarheid wordt geborgd en de klimaatopgave een impuls krijgt. Op deze ontwerptafel worden ruimte vragende (fysiek en milieu) opgaven van lokaal, regionaal en nationaal belang integraal afgewogen. Hierbij wordt ook expliciet het belang van
structurele verbetering van de leefbaarheid en toekomstbestendig perspectief voor de inwoners en ondernemers (brede welvaart) meegenomen. Daarnaast wordt het Brabants ruimtelijk voorstel voorbereid dat input leert voor de Nota Ruimte die het Rijk in 2024 gaat opstellen. De Nota Ruimte is de opvolger van de Omgevingsvisie van het Rijk (NOVI). Op p. 61 onder punt 5 toevoegen: Bij ontwikkeling van nieuw bedrijventerrein streven we naar een behoud van evenwicht tussen economie en de (milieu)druk op mens en omgeving. Ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein is enkel mogelijk als het aantoonbaar meerwaarde oplevert op het gebied van duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid voor de omgeving en inwoners en/of de verbetering van het omliggende landschap. Zienswijzen 8 en 10: toevoeging op p.56 onder punt 8 dat dit ook geldt voor toeleverende of dienstverlenende bedrijven -> We kiezen voor concentratie van logistiek op het Logistiek Park Moerdijk, en op delen van het Haven- en Industrieterrein en stationsgebied Lage Zwaluwe. Op deze locaties is ook grootschalige logistiek mogelijk (groter dan 3 hectare) inclusief toeleverende en dienstverlenende bedrijven.
Zienswijzen 14, 16 en 25: de zienswijze geeft aanleiding tot verduidelijking in de omgevingsvisie over de gevolgen van de klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande klimaatopgave in het buitengebied (onder meer op p. 66 onder punt 7) -> Water- en bodemsysteem zijn sturend bij ontwikkelingen in het buitengebied. Het rijks- en provinciaal beleid geven hier reeds richting aan. De Moerdijkse polders zijn geschikt voor duurzame hoogproductieve landbouw. Landbouw is dan ook de drager in het buitengebied. Onze polders zullen als gevolg van klimaatverandering naar verwachting te maken krijgen met veranderingen in het watersysteem. In de zeekleipolders die lager zijn gelegen zullen de effecten eerder en primair optreden met meer en eerder risico’s op wateroverlast, droogte en verzilting, wat een transitie vraagt in de manier van het waterbeheer en grondgebruik. Middels een nadere uitwerking moet in samenspraak met betrokkenen, waaronder agrariërs, in beeld worden gebracht waar nog keuzes liggen en hoe tot een gedragen en perspectiefvolle uitvoering kan worden gekomen: waaronder richtlijnen voor areaalgrootte, percentage natuur en groenblauwe dooradering, innovatieve teelten en materieel, nieuwe infrastructuur en woningbouw. We zien agrariërs hierbij als belangrijke landschapsbeheerder en willen als gemeente samen met hen inzetten op agrarisch natuur-, bodem- en waterbeheer.
Aanvullend kiezen we voor een aantal biodiversiteitslinten waar we inzetten op vernatting in combinatie met het verbeteren van de biodiversiteit. Zienswijze 19: Op p.57 onder 9 toevoegen dat we samen met regiogemeenten, andere overheden, vervoersaanbieders, werkgevers en terreinbeheerders inzetten op de genoemde punten. -> …… Daartoe zetten we samen met regiogemeenten, andere overheden, vervoersaanbieders, werkgevers en terreinbeheerders in op: ……. Op p. 57 onder 9b carpoolen als voorbeeld benoemen achter deelmobiliteitsconcepten -> b. het faciliteren van deelmobiliteitsconcepten (zoals carpoolen) Zienswijze 20: op p. 61 onder punt 1 de toevoeging opnemen dat ontwikkelmogelijkheden binnen het bestaande bedrijventerrein Dintelmond worden getoetst aan het vigerend planologisch kader en actuele wet- en regelgeving -> Voor bedrijventerrein Dintelmond hanteren we als gemeente een meer consoliderende houding. We kiezen voor het behoud van het huidige karakter, juist om zo het onderscheid en de regionale functie in de toekomst te behouden. Ontwikkelmogelijkheden binnen dit bedrijventerrein worden getoetst aan het vigerend planologisch kader en actuele wet- en regelgeving. We bieden hier ……..
Zienswijze 23: In de tekst verwijzen naar de verkenning van Rijk, provincie en gemeente en opnemen dat voor het gebied aan de noordoostzijde van de gemeente een gebiedsgerichte uitwerking wordt opgesteld. -> Zie voorstel tekst onder zienswijze 5 en 21. De kernambities onder hoofdstuk 3.1 en 3.2 aanvullen met voorwaarden vanuit natuur -> Op p. 24 onder 5e pijltje: Het toevoegen van woningen levert een brede meerwaarde op (o.a. op gebied verduurzaming, vergroening, verbeteren klimaatrobuustheid, vitaliteit, leefbaarheid) en gebeurt …. Op p. 29 alinea toevoegen: We zetten in op versterking van natuur en vergroening in het landelijk en stedelijk gebied. Natuur is belangrijk voor het stedelijk gebied als woon-, werk- en leefgebied. Een groenere en meer natuurlijke omgeving draagt bij aan een hogere biodiversiteit in het stedelijk gebied, zorgt voor een aanzienlijke reductie van hitte en draagt aantoonbaar bij aan een gezondere leefomgeving. De principes m.b.t. integrale afweging vanuit de lagenbenadering en buitendijks bouwen opnemen in de omgevingsvisie -> Op p.25 onder de 1e alinea toevoegen: Bij ontwikkelingen van nieuwe plannen in het buitengebied dient hierbij een integrale afweging vanuit de lagenbenadering plaats te vinden. Buitendijks bouwen is in principe niet meer toegestaan. De regel m.b.t.
'vasthouden-bergen-afvoeren’ aanvullen met infiltreren en tijdelijk opslaan -> Op p.31 2e alinea: ….. Zo zetten we maximaal in op het vasthouden, benutten en bergen van het water en het infiltreren en tijdelijk opslaan, voordat wordt overgegaan tot het afvoeren van water. … Zienswijze 24: Op p. 55 onder punt 3 de aangescherpte positiebepaling opnemen waarin een verduidelijking zit met betrekking tot de lokale en regionale koppeling -> zie onder zienswijze 5 en 21. Op p. 57 onder punt 9f van de ontwerp-omgevingsvisie aanpassen dat het gaat om sluipverkeer door omliggende woonkernen -> f. een betere ontsluiting voor wegverkeer van en naar het gebied, om sluipverkeer door de omliggende woonkernen te voorkomen en ….. Zienswijze 25: De termen duurzame landbouw, biodiversiteit, natuurinclusiviteit en kleinschalige recreatie beter definiëren. -> Op p. 65 een kader met definities opnemen: Duurzame landbouw: een vorm van landbouw die past binnen een duurzame ontwikkeling en dus toekomstbestendig wil zijn, zowel in ecologisch, economisch als sociaal opzicht.
Natuurinclusieve bedrijfsvoering: economisch rendabel en grondgebonden landbouwsysteem dat voedsel en gewassen produceert, in balans is met de natuurlijke omgeving, natuurlijke hulpbronnen integreert in de bedrijfsvoering en zorg draagt voor de biodiversiteit op en rond het bedrijf, zoals bedoeld in de Subsidieregeling transitie veehouderijen Noord-Brabant. Biodiversiteit: de soortenrijkdom van een bepaalde groep soorten (zoals planten, vogels, algen).
Kleinschalige recreatie: nader gedefinieerd in bestemmingsplan Buitengebied per type recreatieve functie (kleinschalig kamperen, kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, kleinschalige horecagelegenheid). Aanvulling op p.66 onder punt 2 dat solitaire glastuinbouwbedrijven maximaal 3 ha mogen zijn en een afweging over het gebruik van de mogelijkheden uit de beleidsregel glas-voor-glas plaatsvindt op basis van maatwerk. -> Daarnaast hebben we nog enkele bestaande, solitaire glastuinbouwbedrijven in ons buitengebied. Deze bedrijven geven we ook ruimte om door te groeien – binnen de aangewezen contouren – tot in beginsel
maximaal 3 hectare glas. Op basis van maatwerk vindt een afweging plaats over toepassing van de mogelijkheden voor toepassing van de regel glas-voor-glas zoals opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening (inwerkingtreding per 1-1-2024). Op p. 66 onder punt 3 opnemen dat er onder voorwaarde ruimte is voor uitbreiding van intensieve veehouderijen conform het beleid zoals opgenomen in de visie Buitengebied. -> Er is geen ruimte voor nieuwvestiging van intensieve veehouderijen. Onder de gestelde voorwaarden in de visie Buitengebied (2016) is ruimte voor uitbreidingen van de bebouwing binnen de bestaande bouwvlakken voor intensieve veehouderij en voor vergroting van het bouwvlak tot 1,5 ha. P. 66 onder punt 7 verduidelijken ten aanzien van de gevolgen van de klimaatverandering en de daarmee gepaarde gaande klimaatopgave in het buitengebied. -> Zie tekst onder zienswijzen 14, 16 en 25. Ambsthalve aanpassingen H: p. 76 6.4 Bekostiging: Aanvulling in tekst opnemen ten aanzien van onderscheid in kostendragers en aandacht voor ontwikkelingen op gebied van energie-infrastructuur. -> 1e alinea: De omvang van de gemeentelijke opgaven en ambities is groot, bijvoorbeeld in de openbare ruimte, voor allerhande voorzieningen zoals scholen, groen, energie, maar ook ingrepen in de (energie)infrastructuur om …..
2e alinea: zin toevoegen: Kostendragers zijn onder meer woningbouwprojecten, realisatie van bedrijventerreinen, kantoren en maatschappelijke voorzieningen. 4e alinea: In deze omgevingsvisie hebben we als gemeente Moerdijk stevige ambities en zien we grootschalige ontwikkelingen op ons af komen. Hiermee gaan forse investeringen gepaard. …….. 6e alinea: De gemeente zal een financiële bijdrage gaan vragen om in te zetten voor gemeentelijke investeringen, die gericht zijn op het versterken of in stand houden van maatschappelijk belangrijke functies en de leefbaarheid, zoals onder meer voorzieningen, natuur, recreatie, waterberging en infrastructuur. Kostendragers zijn onder meer bouwwerken voor energie-infrastructuur, telecommunicatie, land- en tuinbouw , handelsreclame en recreatie. Ook de wijziging van functies van gebouwen en grond met een bepaalde minimum afmeting zijn extra kostendragers.