CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Meldprotocol raad en college Moerdijk

Raadsvergadering 2 november 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling gedragscode en meldingsprotocol raad en college Moerdijk4.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meldprotocol voor raad en college bij vermoeden van integriteitsschending of ongewenst gedrag gemeente Moerdijk

Inhoudsopgave: 1.

Inleiding

2.

Rollen, wie doet wat?

3.

Wanneer doe ik een melding?

4.

Bij wie doe ik een melding en wat is de procedure? 4.1 Een melding door een raadslid. 4.2 Een melding door een wethouder.

5.

Sanctiemogelijkheden

6.

Nazorg en evaluatie

7.

Inwerkingtreding en citeertitel

Bijlage 1. Stappenplan onderzoek

1.

Inleiding

Dit meldprotocol hoort bij de gedragscodes voor (burger) raadsleden en college. Zoals opgenomen in de gedragscodes hanteren wij in de handhaving van de integriteit de volgende uitgangspunten: onpartijdigheid, terughoudend met publiciteit en zorgvuldigheid richting de vermeende schender. Dit protocol moet ook worden bezien in het kader van artikel 170 van de Gemeentewet waarin is bepaald dat de burgemeester de bestuurlijke integriteit binnen de gemeente bevordert. Indien collega-raadsleden of bestuurders een redelijk vermoeden hebben van schending van bestuurlijke integriteit door een (burger)raadslid, een lid van het college of de burgemeester kunnen zij, volgens de in dit protocol beschreven procedure, een melding doen. Dit protocol wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het is niet bedoeld als formele regelgeving. Er kan gemotiveerd van worden afgeweken. Waar in dit protocol gesproken wordt over ‘’integriteit’’ en (vermoeden van) ‘’integriteitsschending’’ moet ook gelezen worden ‘’ongewenst gedrag’’. Het protocol en het stappenplan gelden ook ingeval van ongewenst gedrag. Voor vermoedens van een integriteitsschending door ambtenaren (inclusief gemeentesecretaris en griffier) of indien er sprake is van ongewenst gedrag is in de Regeling melden vermoeden integriteitsschending en Klachtenregeling ongewenst gedrag het proces opgenomen voor het doen van een melding.

Dit proces geldt ook voor ambtenaren die een melding willen doen over collega-ambtenaren, wethouders, de burgemeester en (burger)raadsleden. In dit meldprotocol is ook opgenomen op welke wijze een (burger)raadslid of een lid van het college een melding kan doen over een ambtenaar. Deze melding wordt hierna volgens het proces van de Regeling melden vermoeden integriteitsschending of Klachtenregeling ongewenst gedrag behandeld. Wanneer een burger een vermoeden van een integriteitsschending of ongewenst gedrag heeft over (burger)raadsleden, een lid van het college, de burgemeester of ambtenaren kan hij gebruik maken van de mogelijkheid tot het indienen van een klacht op grond van de Klachtenverordening.

2.

Rollen, wie doet wat?

Onderstaand zijn de rollen van een aantal functies op hoofdlijnen weergegeven. In voorkomend geval zal het stappenplan gevolgd worden, zoals opgenomen in bijlage 1. Dit stappenplan is leidend bij een melding van een (vermoeden) van integriteitsschending. Burgemeester •

Geeft, bij twijfel over een voorgenomen handeling van een (burger)raadslid of wethouder advies over de vraag of die handeling een schending zou opleveren en hoe een schijn van schending/integriteit voorkomen kan worden.

•

Doet, in geval van een vermoeden van een schending, vooronderzoek (c.q. laat vooronderzoek doen) naar de vraag of die verdenking grond heeft. (Behalve als het hemzelf betreft!)

•

Geeft indien nodig opdracht voor een feitenonderzoek.

•

Beoordeelt de resultaten van het onderzoek.

•

Doet een voorstel voor een passende sanctie.

•

Voert overleg met het seniorenconvent over de onderzoeksresultaten en het vervolgproces met de raad.

•

Legt de onderzoeksresultaten in geval van een schending voor aan de raad.

•

Doet eventueel aangifte.

Gemeenteraad •

Beoordeelt de uitkomsten van een feitenonderzoek naar een vermoedelijke schending.

•

Spreekt zich uit over een passende sanctie.

•

Legt de eventuele sanctie op.

•

Beoordeelt of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen, voorzover dit nog niet gedaan is.

Seniorenconvent •

Zorgt er mede voor dat raadsleden door hun eigen fractievoorzitter worden gewaarschuwd als zij integriteitsrisico’s lopen.

•

Vormt een klankbord voor de burgemeester, als hem dat raadzaam lijkt.

•

Besluit of in vervolg op vooronderzoek een feitenonderzoek plaatsvindt.

Presidium •

Bekijkt samen met de burgemeester en de griffier de agenda van de raad, met het oog op mogelijke integriteitsrisico’s.

Fractievoorzitter •

Informeert fractiegenoten over de regels uit de gedragscode en waarschuwt hen voor integriteitsrisico’s.

•

Steunt een (burger)raadslid dat twijfelt of iets een integriteitskwestie is, dat een melding doet (of wil doen) of dat onder verdenking van een schending staat.

Griffier •

Is vraagbaak voor (burger)raadsleden en geeft een voorlopig advies over de vraag of een handeling een schending is of hoe een schijn van schending/integriteit voorkomen kan worden.

•

Ondersteunt de burgemeester, de raad en individuele (burger)raadsleden bij de invulling van hun rol.

Gemeentesecretaris

•

Is vraagbaak voor wethouders en geeft een voorlopig advies over de vraag of een handeling een schending is of hoe een schijn van schending/integriteit voorkomen kan worden.

•

3.

Ondersteunt de burgemeester bij de invulling van zijn rol in relatie tot het college en de ambtelijke organisatie.

Wanneer doe ik een melding?

Wat is integriteit? Met integriteit – of integer handelen- wordt bedoeld dat ieder zijn functie adequaat en zorgvuldig uitoefent, met inachtneming van verantwoordelijkheden en de geldende regels. Als regels ontbreken of onhelder zijn, dan oordeelt diegene en handelt diegene op moreel verantwoorde wijze, op basis van algemeen aanvaarde sociale en ethische normen. Ieder neemt verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen, is aanspreekbaar op zijn gedrag, en spreekt anderen hierop aan.

Wat is een integriteitsschending? Een gedraging van een lid van de gemeenteraad, een lid van het college of de burgemeester, die in strijd is met integriteitsnormen oftewel in strijd met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’. Het gaat dan om feiten die wettelijk strafbaar zijn, maar ook om handelingen in strijd met geschreven of ongeschreven regels en omgangsvormen zoals de raad en college die in hun eigen gedragscodes hebben opgenomen.

Wat is ongewenst gedrag? Ongewenst gedrag is gedrag dat door een melder als ongewenst wordt ervaren. Iemand brengt een ander schade toe op fysiek, mentaal of emotioneel vlak, bijvoorbeeld met (seksuele) intimidatie, pesterijen, discriminatie of geweld. Het is van belang dat het gedrag door de ander als zodanig wordt ervaren. In de omgang met elkaar ga je ervanuit dat iedereen wel aanvoelt wat gebruikelijk en vanzelfsprekend is. Je hanteert ongeschreven regels. Maar die zijn niet voor iedereen hetzelfde. Wat precies wel en niet door de beugel kan, ligt aan de grens die iedereen zelf trekt.

Wat is een melding? Een melding is het afgeven van een in behandeling te nemen, als zodanig bedoeld, signaal over een (vermoeden van) integriteitsschending of ongewenst gedrag.

In welke gevallen kan ik een melding doen? Een melding hoeft niet noodzakelijkerwijs te gaan over een vaststaand feit. Er kan ook sprake zijn van een vermoeden. Indien de persoon in kwestie een melding doet, moet het echter wel om een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden gaan, berustend op eigen kennis of eigen waarneming. Alleen dan wordt een melding in behandeling genomen. Een melder kan aangeven anoniem te willen blijven.

Ben ik wettelijk verplicht tot het doen van een melding? Als gemeente Moerdijk willen we een integere overheid zijn. Dat betekent dat er bij ieder een verantwoordelijkheid ligt om (het vermoeden van) een integriteitsschending te melden. (Burger)raadsleden en collegeleden zijn echter niet wettelijk verplicht om een integriteitsschending door een raadslid of een collegelid te melden. Op grond van artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering zijn (burger)raadsleden en leden van het college alleen verplicht om bij de politie aangifte te doen van (ambts)misdrijven (strafbare handelingen zoals corruptie). Bij twijfel of sprake is van een (ambts)misdrijf, kan een (burger)raadslid of collegelid in een vertrouwelijk gesprek advies inwinnen bij de Rijksrecherche.

4.

Bij wie doe ik een melding en wat is de procedure?

In zijn algemeenheid geldt dat raadsleden, wethouders en de burgemeester ook altijd een beroep kunnen doen op vertrouwenspersonen van het Genootschap van Burgemeesters, de Wethoudersvereniging en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Deze zijn via het Landelijk Ondersteuningsteam Weerbaar bestuur benaderbaar wanneer een burgemeester, wethouder of raadslid met intimidatie, bedreiging of agressie te maken krijgt. Het ondersteuningsteam is 24/7 bereikbaar via: 070-3738314.

4.1 Een melding door een raadslid

Een melding doen als raadslid

Nee

Meldt u bij de griffier

Wethouder

Meldt u bij de burgemeester

Burgemeester

Meldt u bij de plv voorzitter van de raad

Ambtenaar (ambtelijke organisatie en griffie)

Meldt u bij de gemeentesecretaris of griffer, vervolgens geldt Regeling melden vermoeden integriteitsschending/klachten ongewenst gedrag

Spreek de persoon zelf aan over uw zorg of win advies bij griffier of burgemeester

Is de vermeende schending al gebeurd? Ja

Raadslid

Welke functie heeft de vermeende schender?

De procedure voor het onderzoek naar een vermeende integriteitsschending is opgenomen in bijlage 1 ‘Stappenplan onderzoek’. Hierna staat een toelichting op vorenstaand schema met enkele aanvullingen en uitzonderingen op dat stappenplan beschreven.

Als een raadslid twijfelt over een nog niet ondernomen handeling Allereerst is het mogelijk dat een raadslid hoort dat iemand iets van plan is, waarvan hij betwijfelt of dat integer is. In dat geval kan hij de persoon zelf aanspreken over zijn zorg of hij kan zich laten adviseren door de griffier en/of bespreken met de burgemeester.

Als een raadslid twijfelt over een eigen ondernomen handeling Het raadslid betwijfelt of eigen gedrag integer is geweest. In dat geval vraagt hij de griffier om advies. Centrale vraag daarbij is: ‘Is deze handeling een schending van de integriteitsregels?’ Wanneer de griffier concludeert dat het gedrag een integriteitsschending was, dan overleggen de burgemeester, de griffier en het raadslid over de te volgen stappen.

Als een raadslid een vermoeden heeft van een integriteitsschending door een collegelid of een raadslid Het raadslid meldt zich bij de griffier, deze informeert de burgemeester. Een raadslid dat een vermoeden heeft van een integriteitsschending door de burgemeester, meldt zich bij de griffier, deze informeert de plaatsvervangend voorzitter van de raad (of bij evt betrokkenheid het langstzittende raadslid of zonodig opvolgend langstzittend raadslid etc). Belangrijk hierbij: het raadslid dat de melding doet, gaat niet op eigen initiatief zaken uitzoeken, dat is aan de burgemeester of plaatsvervangend voorzitter van de raad of aan de door deze aangewezen interne of externe deskundigen. Verder houdt de melder het vermoeden voor zichzelf. De burgemeester of plaatsvervangend voorzitter van de raad volgt het stappenplan in bijlage 1. Wanneer de plaatsvervangend voorzitter van de raad de commissaris van de Koning betrekt, wordt het seniorenconvent ingelicht. Indien de melder niet tevreden is over de afhandeling door de burgemeester of de plaatsvervangend voorzitter, meldt hij dit bij het seniorenconvent. Het seniorenconvent zal naar bevind van zaken handelen.

Als een raadslid een vermoeden heeft van een integriteitsschending door een ambtenaar Het raadslid meldt zich bij de griffier, deze informeert de gemeentesecretaris. Belangrijk hierbij: het raadslid dat de melding doet, gaat niet op eigen initiatief zaken uitzoeken en houdt het vermoeden verder voor zichzelf. De gemeentesecretaris volgt de procedure zoals beschreven in de Regeling melden vermoeden integriteitsschending. Indien de melding de gemeentesecretaris betreft, meldt het raadslid zich bij de burgemeester. Indien de melding een medewerker van de griffie betreft, meldt het raadslid zich bij de griffier. De griffier volgt de procedure zoals beschreven in de Regeling melden vermoeden integriteitsschending of Klachtenregeling ongewenst gedrag. Indien de melder niet tevreden is over de afhandeling door de griffier, meldt hij dit bij de burgemeester. De burgemeester zal naar bevind van zaken handelen. Indien de melding de griffier betreft, meldt het raadslid zich bij de burgemeester.

4.2 Een melding door een wethouder

Een melding doen als wethouder

Nee

Raadslid

Meldt u bij de griffier of burgemeester

Wethouder

Meldt u bij de burgemeester

Burgemeester

Meldt u bij de locoburgemeester

Ambtenaar (ambtelijke organisatie en griffie)

Meldt u bij de gemeentesecretaris of griffier, vervolgens geldt Regeling melden vermoeden integriteitsschending/klachten ongewenst gedrag

Spreek de persoon zelf aan over uw zorg of win advies in bij gemeentesecretaris of burgemeester

Is de vermeende schending al gebeurd? Ja

Welke functie heeft de vermeende schender?

De procedure voor het onderzoek naar een vermeende integriteitsschending is opgenomen in bijlage 1 ‘Stappenplan onderzoek’. Hierna staat een toelichting op vorenstaand schema met enkele aanvullingen en uitzonderingen op dat stappenplan beschreven.

Als een wethouder twijfelt over een nog niet ondernomen handeling Allereerst is het mogelijk dat een wethouder hoort dat iemand iets van plan is, waarvan hij betwijfelt of dat integer is. In dat geval spreekt hij de persoon zelf aan over zijn zorg of kan hij de gemeentesecretaris om advies vragen of de kwestie met de burgemeester bespreken.

Als een wethouder twijfelt over een eigen ondernomen handeling Een wethouder kan twijfelen of een eigen ondernomen handeling integer is geweest. In dat geval vraagt hij de gemeentesecretaris of burgemeester om advies. Centrale vraag daarbij is: ‘Is deze handeling een schending van de integriteitsregels?’ Wanneer de gemeentesecretaris adviseert het te bespreken met de burgemeester en/of de burgemeester concludeert dat de handeling een integriteitsschending was, dan overleggen de burgemeester en de wethouder in het college over de te volgen stappen.

Als een wethouder een vermoeden heeft van een integriteitsschending door een collegelid of een raadslid In dat geval meldt de wethouder zich bij de burgemeester. Een wethouder die een vermoeden heeft van een integriteitsschending door de burgemeester, meldt zich bij de locoburgemeester, niet zijnde hemzelf. Belangrijk hierbij: de wethouder die de melding doet, gaat niet op eigen initiatief zaken uitzoeken, dat is aan de burgemeester of locoburgemeester of aan de door deze aangewezen interne of externe deskundigen. Verder houdt de melder het vermoeden voor zichzelf. De burgemeester of locoburgemeester volgt het stappenplan in bijlage 1. Indien de melder niet tevreden is over de afhandeling door de burgemeester (wanneer de vermeende schender een wethouder of raadslid betreft), meldt hij dit bij het seniorenconvent. Het seniorenconvent zal naar bevind van zaken handelen. Indien de melder niet tevreden is over de afhandeling door de locoburgemeester (wanneer de vermeende schender de burgemeester betreft), meldt hij dit bij de commissaris van de Koning.

Als een wethouder een vermoeden heeft van een integriteitsschending door een ambtenaar In dat geval meldt de wethouder zich bij de gemeentesecretaris. Belangrijk hierbij: de wethouder die de melding doet, gaat niet op eigen initiatief zaken uitzoeken en hij houdt het vermoeden verder voor zichzelf. De gemeentesecretaris volgt de procedure, zoals beschreven in de Regeling melden vermoeden integriteitsschending of Klachtenregeling ongewenst gedrag. Indien de melding de gemeentesecretaris betreft, meldt de wethouder zich bij de burgemeester. Indien de melding de medewerkers van de griffie betreft, meldt de wethouder zich bij de griffier. De griffier volgt de procedure zoals beschreven in de Regeling melden vermoeden integriteitsschending of Klachtenregeling ongewenst gedrag. Indien de melder niet tevreden is over de afhandeling door de griffier, meldt hij dit bij de burgemeester. De burgemeester zal naar bevind van zaken handelen. Indien de melding de griffier betreft, meldt de wethouder zich bij de burgemeester.

5.

Sanctiemogelijkheden

Voor (benoemde of gekozen) politieke ambtsdragers zijn er verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn. Deze laten zich in drie categorieën verdelen: 1.

politieke sancties opgelegd door de gemeenteraad; -

motie van treurnis/ afkeuring/ wantrouwen

-

schorsing/ ontslag

-

ontslag uit een bijkomende functie die men als raadslid vervult en waarin men door de raad is benoemd

2.

sancties opgelegd door de eigen fractie/partij; Hierbij kan, afhankelijk van eigen protocollen, gedacht worden aan: -

binnenskamers corrigerend toespreken

-

publieke excuses

-

royement door de eigen politieke partij

-

verwijdering uit de raadsfractie

3.

strafrechtelijke sancties; -

6.

strafrechtelijke vervolging en veroordeling door het Openbaar Ministerie

Nazorg en evaluatie

De burgemeester plant na deze raadsvergadering een evaluatiegesprek in met het betreffende raadslid of wethouder, waarnaar onderzoek is verricht. Om te leren van elk vraagstuk zal hiertoe op een nader te bepalen moment gereflecteerd worden op de betreffende casuïstiek.

7.

Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin dit meldprotocol niet voorziet beslist de burgemeester in overleg met het seniorenconvent.

8.

Inwerkingtreding en citeertitel

Dit protocol treedt in werking de dag na de dag van publicatie. Dit protocol wordt aangehaald als “Meldprotocol voor raad en college Moerdijk bij vermoeden van integriteitsschending’’. Aldus besloten door de raad van gemeente Moerdijk in zijn openbare vergadering van (DATUM) de griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1. Stappenplan onderzoek Hier volgt het stappenplan voor onderzoek naar een vermeende integriteitsschending. Mogelijke situaties waarvoor dit stappenplan gebruikt wordt: 1.

De burgemeester doet onderzoek naar een vermeende schending door een wethouder of (burger)raadslid.

2.

De plaatsvervangend voorzitter van de raad of locoburgemeester doet onderzoek naar een vermeende schending door de burgemeester.

In dit stappenplan wordt uitgegaan van de eerstgenoemde situatie. In de tweede situatie wordt de burgemeester in alle stappen vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad of locoburgemeester. In de voetnoten worden de afwijkende stappen aangegeven bij een afwijkende situatie.

Stap 1. Gesprek met de melder

Stap 2. Gesprek met de vermeende schender

Stap 3. Vooronderzoek

Stap 4. Feitenonderzoek

Stap 5. Besluitvorming

Stap 1. Gesprek met de melder 1.

De melding wordt door de melder op schrift gesteld. De melder geeft daarin aan of zijn identiteit bekend mag worden

2.

De burgemeester gaat in gesprek met de melder.1

3.

De burgemeester gaat na dit gesprek een gesprek aan met de vermeende schender, tenzij:

gemaakt in de vervolgstappen.

4.

a.

het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden

b.

op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een integriteitsschending.

Indien de burgemeester besluit geen gesprek aan te gaan met de vermeende schender, deelt hij dit mede aan melder Dit wordt schriftelijk bevestigd. Hiermee wordt het proces afgesloten.

Stap 2. Gesprek met de vermeende schender 1.

De burgemeester gaat in gesprek met de vermeende schender.

Wanneer de vermeende schender een raadslid betreft, vraagt de burgemeester de griffier hem met raad en daad terzijde te staan tijdens de eerste twee stappen, tenzij het raadslid dat niet wenst. Wanneer de vermeende schender een wethouder betreft, kan de burgemeester desgewenst de gemeentesecretaris vragen hem met raad en daad terzijde te staan tijdens de eerste twee stappen. Wanneer de vermeende schender de burgemeester betreft, kan de plaatsvervangend voorzitter van de raad of locoburgemeester desgewenst een wethouder vragen hem met raad en daad terzijde te staan tijdens de eerste twee stappen. Deze ‘adviseur’ mag op geen enkele wijze betrokken zijn bij de vermeende schending en heeft geen formele rol. 1

2.

De burgemeester draagt zorg voor een verslag van het gesprek, dat door de vermeende schender dient te worden

3.

De burgemeester doet na het gesprek onverwijld vooronderzoek naar het gemelde vermoeden van een schending,

bevestigd. tenzij: a.

het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden

b.

op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een integriteitsschending.

4.

De burgemeester doet zowel mondeling als schriftelijk melding van zijn besluit tot het wel of niet doen van

5.

De burgemeester zorgt voor de archivering van de (geheime) verslagen.

vooronderzoek aan de melder en aan de vermeende schender.

Stap 3. Vooronderzoek 1.

Op basis van de ontvangen melding doet de burgemeester een vooronderzoek.2 In het vooronderzoek worden uitsluitend documenten verzameld, geverifieerd en geanalyseerd.3 De burgemeester verzorgt de noodzakelijke interne en externe communicatie gedurende het gehele proces. De burgemeester zorgt voor de archivering van de (geheime) verslagen en documenten van het gehele proces.

2.

Als er een vermoeden is van een misdrijf, doet de burgemeester, na het informeren van het college en het seniorenconvent, aangifte bij de politie. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.

3.

Het seniorenconvent besluit, op basis van de bevindingen van het vooronderzoek, of een feitenonderzoek (stap 4) wordt ingesteld.4

4.

Als na het vooronderzoek wordt besloten dat geen feitenonderzoek nodig is, stelt de burgemeester een rapport op van zijn bevindingen, en doet zowel mondeling als schriftelijk melding van de conclusie aan de melder en aan de vermeende schender.

5.

Als na het vooronderzoek wordt besloten dat een feitenonderzoek (zie stap 4) nodig is, stelt de burgemeester een rapport op van zijn bevindingen, dat ter vaststelling wordt voorgelegd aan het seniorenconvent.

6.

Bij het vermoeden van een opzettelijk valse beschuldiging wordt actie ondernomen tegen de melder in de vorm van een feitenonderzoek (stap 4). De persoon aan wiens adres opzettelijk valse beschuldigingen zijn gedaan, kan daarvan aangifte doen bij de politie.

7.

De melder en de vermeende schender worden over het besluit tot wel of geen feitenonderzoek zo spoedig mogelijk zowel mondeling als schriftelijk geïnformeerd.5

8.

De melder alsook de vermeende schender kan via de burgemeester verzoeken te besluiten dat een feitenonderzoek wel noodzakelijk is. Het seniorenconvent dient in dit geval naar bevind van zaken te handelen.

Stap 4. Feitenonderzoek 4a. Instellen onderzoekscommissie 1.

De burgemeester besluit of het feitenonderzoek wordt gedaan door een interne of externe onderzoekscommissie dan

2.

Een interne onderzoekscommissie bestaat uit de burgemeester en minimaal één door het seniorenconvent

wel door een extern bureau. aangewezen lid van het seniorenconvent, dat (die) in dezen optreedt (optreden) als vertegenwoordiger(s) namens het seniorenconvent. De commissie wordt ambtelijk ondersteund.

Wanneer de melder of de vermeende schender een raadslid betreft, ondersteunt de griffier de burgemeester vanaf dit moment in het proces. 3 De burgemeester kan zich in het vooronderzoek ambtelijk laten bijstaan. 4 Wanneer de vermeende schender een raadslid, wethouder of burgemeester betreft, besluit het seniorenconvent of een feitenonderzoek wordt ingesteld. 5 Wanneer de vermeende schender de burgemeester betreft en uit het vooronderzoek blijkt dat redenen aanwezig zijn om een feitenonderzoek in te stellen, neemt de locoburgemeester contact op met de commissaris van de Koning. 2

3.

Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de melder dan wel vermeende schender te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen, dan wordt door de burgemeester na consultatie van het seniorenconvent een externe onderzoekscommissie ingesteld dan wel een extern bureau ingehuurd.

4.

Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen van buiten de organisatie, met de juiste kennis voor het doen van het feitenonderzoek.

4b. Opdrachtverstrekking 1.

De burgemeester geeft opdracht voor een feitenonderzoek aan de onderzoekscommissie dan wel het externe bureau.

2.

De burgemeester stelt een schriftelijke onderzoeksopdracht op. In de opdracht staan in ieder geval vermeld de aanleiding, de onderzoeksvragen en de verwachte duur en kosten van het onderzoek. De onderzoeksopdracht wordt vastgesteld door het seniorenconvent.

4c. Kennisgeving aan betrokkene 1.

De vermeende schender wordt over het instellen van een feitenonderzoek zo spoedig mogelijk na het besluit daartoe

2.

In de brief is in ieder geval opgenomen:

per brief geïnformeerd.

a.

een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot het instellen van het onderzoek

b.

de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord

c.

de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden, die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden

d.

informatie over het proces.

4d. Hoor en wederhoor van betrokkenen en getuigen 1.

De vermeende schender, melder, betrokkenen en getuigen kunnen worden gehoord.

2.

Er wordt een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de onderzoekers en de gehoorden.

3.

De gehoorden krijgen de mogelijkheid om schriftelijk te reageren op het gespreksverslag.

4.

Als de gehoorden weigeren het gespreksverslag te tekenen, wordt daarvan melding gemaakt in het rapport.

4e. Onderzoeksrapportage 1.

Van het feitenonderzoek wordt een rapport opgesteld dat aan de burgemeester wordt aangeboden.6

2.

De rapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending.

3.

De melder en vermeende schender worden in de gelegenheid gesteld te reageren op het rapport. Wanneer onderbouwd wordt aangegeven dat er geen deugdelijk feitenonderzoek is gedaan of wezenlijke onjuistheden in het rapport staan, reageert de burgemeester hierop en kan hij zo nodig een nieuw of aanvullend onderzoek laten uitvoeren. Voor dit nieuwe of aanvullende onderzoek gelden dezelfde regels als voor het eerste onderzoek.

4.

De burgemeester legt de onderzoeksrapportage eerst voor aan het seniorenconvent.7

5.

Met het seniorenconvent wordt het vervolgproces naar de gehele raad afgesproken.

6.

De rapportage wordt gelijktijdig aan de vermeende schender aangeboden.

Wanneer de vermeende schender de burgemeester betreft, wordt het rapport aangeboden aan de locoburgemeester en de commissaris van de Koning. 7 Wanneer de vermeende schender een wethouder betreft, informeert de burgemeester ook het college over de onderzoeksrapportage. 6

Stap 5. Besluitvorming De raad beoordeelt of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen, voorzover dit nog niet gedaan is.8 Bij een vastgestelde schending van de integriteitsregels kan de raad tegen de vermeende schender en/of over de schending een politiek oordeel vellen.

Wanneer de vermeende schender een wethouder betreft, beoordeelt de burgemeester of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen. Wanneer de vermeende schender de burgemeester betreft, beoordeelt de locoburgemeester (bij voorkeur in samenspraak met de commissaris van de Koning) of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen. 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=fad02528-fc6f-4f37-87ca-7f1562adfc7f