CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Klimaatstrategie 2021

Commissievergadering 29 juni 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Klimaatstrategie Moerdijk18.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Klimaatstrategie gemeente Moerdijk

Voorwoord Vanuit Desiree

De leidraad op weg naar een klimaatbestendig Moerdijk

Klimaatstrategie gaat over het waarom, hoe en wat op strategische en operationeel niveau.

Wat is nu en de komende jaren de invloed van klimaatverandering op onze gemeente? We gaan en doen als gemeente al kunnen heel veel, het ondersteunen van partners En hoe gaan we daarmee om; wat wemaar als gemeente doen omen te activeren zorgen dat deonze risico’s op en eigen inwoners is een belangrijke opgave. Als gemeente gaan we veel doen, maar het meest moet korte en langere termijn beheersbaar zijn? En wat kunnen onze partners doen en onze inwoners? door andere gedaan worden! U vindt het in deze Moerdijkse Klimaatstrategie. Daarmee voldoen we aan de landelijke opgave: in het landelijke Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat elke gemeente een plan voor klimaatadaptatie maakt. Tegelijkertijd zetten we een belangrijke stap om te zorgen dat we de risico’s, schade, overlast en kosten zoveel mogelijk beperken. En dat is nodig ook, blijkt bijvoorbeeld uit talloze voorspellingen van wetenschappers, maar ook uit de uitkomsten van de stresstesten waarover u in deze Moerdijkse Klimaatstrategie meer leest. We doen als gemeente al veel als het gaat om klimaatadaptatie, en we gaan nog veel meer doen. Maar veel moet door anderen gedaan worden: onze inwoners, ondernemers, bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, corporaties en maatschappelijke organisaties. Hoe we hen gaan ondersteunen en activeren leest u ook in deze Klimaatstrategie.

Allemaal met als doel dat we Moerdijk in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust hebben ingericht. Dat kunnen we alleen samen en als iedereen zijn of haar bijdrage levert. Ik hoop dat deze Moerdijkse Klimaatstrategie daar de leidraad voor mag zijn. Désirée Brummans Wethouder Duurzaamheid gemeente Moerdijk

1

Inhoud

Voorwoord ............................................................................................................................................... 1 Inleiding; Naar een Klimaatstrategie ....................................................................................................... 4 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4 2

Beleidskader ..................................................................................................................................... 5 2.1

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie ............................................................................................... 5

2.2

Impulsregeling klimaatadaptatie .............................................................................................. 6

2.2.1 Werkregio Waterkring West .................................................................................................... 7 2.2.2 Regionaal uitvoeringsprogramma ........................................................................................... 7 2.3

3

Brabant Klimaatproof ............................................................................................................... 7

2.3.1

(Ontwerp) Regionaal water en bodemprogramma 2022-2027............................................ 8

2.3.2

Ontwerp Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Brabantse Delta ..................... 8

Klimaat in Moerdijk ........................................................................................................................... 9 3.1

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan .................................................................................... 9

3.2

Stresstest: www.klimaatanalysemoerdijk.nl ............................................................................ 9

3.3

Klimaatreis en -onderlegger .................................................................................................. 13

3.3.1

Regionale Klimaatonderlegger .......................................................................................... 13

3.3.2

Klimaatonderlegger Moerdijk ............................................................................................. 14

3.3.3

Stakeholders ...................................................................................................................... 14

3.3.4

Klimaatdialoog Moerdijk .................................................................................................... 16

4

Visie ................................................................................................................................................ 18

5

Strategische lijnen (ter consulatie voorleggen aan de stakeholders?) .......................................... 19 5.1

Gezond leef-, werk- en leerklimaat (People) ......................................................................... 19

5.1.1

Strategische doel: .............................................................................................................. 19

5.1.2

Operationele doelen (gevolgen beschrijven 1-2-3 stappen!) ............................................ 19

5.2

Klimaat en het productielandschap 2.0 (Profit) ..................................................................... 21

5.2.1

Strategisch doel ................................................................................................................. 21

5.2.2

Operationele doelen .......................................................................................................... 21

5.3

Samen met de natuur (Planet) .............................................................................................. 22

5.3.1

Strategisch doel ................................................................................................................. 22

5.3.2

Operationele doelen .......................................................................................................... 22

6

Rol van de gemeente ..................................................................................................................... 24

7

Meekoppelkansen met klimaatadapatie ......................................................................................... 26 7.1

Energietransitie ...................................................................................................................... 26

7.2

Renovatie (groot) beheer en onderhoud ............................................................................... 26

7.3

Nieuwe ontwikkelingen .......................................................................................................... 26

7.4

Omgevingsplan ...................................................................................................................... 27

2

Bijlagen .................................................................................................................................................. 28 Bijlage.................................................................................................................................................. 01 Uitvoeringsplan ............................................................................................................. 28 Bijlagen Bijlage 02 01

Integrale weergave Moerdijkse Klimaatdialoog ............................................................. 28 29 Uitvoeringsplan .............................................................................................................

Bijlage 02

Integrale weergave Moerdijkse Klimaatdialoog ............................................................. 29

3 3

Inleiding; Naar een Klimaatstrategie

Het klimaat verandert en dat merken we ook in Moerdijk. Het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. En het gaat sneller dan we denken. 'De bui van 2050 valt nu al', zei Hans Oosterbos, de voorzitter Unie van Waterschappen. Ook de droge zomers van 2018 en 2019 drukken ons met de neus op de feiten. Onze uitdaging de komende decennia is om klimaatproof te worden en te zorgen dat de maatschappelijke effecten van klimaatverandering ten minste op een acceptabel niveau beheersbaar zijn. Maar hoe gaan we dat doen? Hoe gaan we ons aanpassen aan extreem weer? Daar gaat deze strategie over. Hierin geven we op hoofdlijnen een uitwerking aan de hoofdopgave ‘Moerdijk klimaatproof’, we schetsen de breedte van de opgave, onze inzet en rol, de uitgangspunten en met wie we hierin zullen samenwerken. Klimaatverandering heeft gevolgen voor mens en leefomgeving, ons natuurlijk en historisch kapitaal: ons ecosysteem en herkenbare landschap inclusief het historische agrarisch en militair gebruik, onze welvaart, sociale structuur en bereikbaarheid. Tijdig anticiperen op een veranderend klimaat is daarom essentieel voor vrijwel al onze opgaven: wonen en werken, natuur en biodiversiteit, de energietransitie, mobiliteit, samenleving, landbouw en voedsel, een concurrerende en duurzame economie.

Klimaatadaptatie dient daarom een vast onderdeel te zijn van ons integrale beleidsdenken en onze uitvoeringsinstrumenten op het sociale, fysieke en economische domein.

Leeswijzer

Deze Klimaatstrategie gaat over het waarom, hoe en wat op strategische en operationeel niveau.  Waarom: De beleidsmatig opgave en aan de hand van wat er is opgehaald aan info: stresstesten, klimaatdialoog en klimaatonderlegger.  Hoe: De gemeentelijke visie en inzicht in welke rollen kun je, moet je als gemeente aannemen.  Wat: Doen, aan de hand van de drie strategische lijnen: strategisch doel en operationele doelen. In de afgelopen periode, vanaf 2018 zijn verschillende stappen gezet en onderzoeken uitgevoerd om grip en inzicht te krijgen op de invloed van klimaatverandering op onze gemeente in de breedste zin van het woord. Per 2021 heeft de gemeenteraad voor 2 jaar middelen beschikbaar gesteld voor een kwartiermaker klimaatadaptatie (0,5 fte). In deze Klimaatstrategie komen we uiteindelijk tot een visie, strategische doelstelling en een dynamisch uitvoeringsprogramma tot 2023 waarmee klimaat, de klimaatverandering en klimaatadaptatie een basisplaats krijgt. De daadwerkelijke uitvoering zal ook na 2023 doorgaan tot 2030 en 2050. Het uitvoeringsplan zal een vervolg krijgen, maar vooral ook onderdeel moeten worden van de politieke agenda en de reguliere werkzaamheden, beleidsplannen en -uitvoering.

4

2

Beleidskader

2.1

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie

Het jaarlijkse Deltaprogramma is onderdeel van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 1 (DPRA). Hierin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk het proces van ruimtelijke adaptatie versnellen en intensiveren. De kern van de opgave ten aanzien van ruimtelijke adaptatie is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen nemen min mogelijk toe. De gevolgen voor klimaat zijn een basis afwegingskader bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van bestaande bebouwing, vervanging van rioleringen en wegonderhoud et cetera. Daarvoor zijn 7 samenhangende ambities in het Deltaplan opgenomen. 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen Hoe kwetsbaar zijn onze steden, dorpen en buitengebieden voor extreme neerslag, hitte, droogte en overstromingen? Inzicht hierin is de basis van ruimtelijke adaptatie. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen dienden alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest te hebben uitgevoerd voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. (zie 3.2) 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen Zijn de resultaten van de stresstest beschikbaar? Dan starten gemeenten, waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat per regio een risicodialoog met alle relevante gebiedspartners.

Deze dialoog heeft twee doelen: met de dialoog vergroot je het bewustzijn over hoe kwetsbaar je gebied is voor klimaatextremen. En in de dialoog bespreek je hoe je deze kwetsbaarheid met concrete maatregelen kunt verkleinen. De risicodialoog, ‘de Klimaatreis’ is zowel regionaal (zie 3.2) als voor de gemeente Moerdijk zelf gevoerd. (zie 3.3) 3. Uitvoeringsagenda opstellen De volgende stap is het opstellen en vaststellen van de Klimaatstrategie met een eerste uitvoeringsen investeringsagenda. Hierin staan onder andere afspraken over wie wat gaat doen. Dit document is de Moerdijkse Klimaatstrategie waarmee de visie, strategische doelen en uitvoeringstrategie wordt vastgelegd. De Moerdijkse Klimaatstrategie geeft inzicht in de volgende ambities in het Deltaplan: 4. Meekoppelkansen benutten (zie 7) Vaak is het niet efficiënt en niet effectief om alleen voor ruimtelijke adaptatie ‘de straat open te breken’. Dat geldt vooral voor drukke stedelijke gebieden. De komende decennia spelen ook andere grote ruimtelijke opgaven, zoals nieuwbouw, groot onderhoud aan gebouwen, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. De inzet is om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te koppelen en benutten om de (maatschappelijke) kosten zo laag mogelijk te houden. 5.

Stimuleren en faciliteren Ruimtelijke adaptatie moet een vanzelfsprekend onderdeel worden in stad, dorp en buitengebied. Eén van de ambities daarbij is dat alle betrokkenen hun kennis, instrumenten en ervaringen zoveel mogelijk met elkaar delen. Zo hoeft niet iedereen opnieuw het wiel uit te vinden en kunnen we ruimtelijke adaptatie versnellen. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie voorziet in een aantal instrumenten om dat te bevorderen. Het portaal www.ruimtelijkeadaptatie.nl met informatie en tools is ingericht om kennis met elkaar te kunnen delen. Als gemeente bieden we aanvullende informatie via het waterloket https://www.moerdijk.nl/waterloket) en https://www.moerdijk.nl/klimaat. 6. Reguleren en borgen In 2050 moet heel Nederland volgens het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie waterrobuust en klimaatbestendig zijn ingericht. Om dat te bereiken moet ruimtelijke adaptatie in het beheer, het onderhoud en de inrichting van de leefomgeving geborgd worden. Dat doen de overheid en private partijen via wetten, visies, plannen en standaarden.

1

https://ruimtelijkeadaptatie.nl/overheden/deltaplan-ra/

5

7. Handelen bij calamiteiten Een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting kan de schade en overlast door extreme weersituaties beperken, maar nooit helemaal voorkomen. Overheden willen zich beter voorbereiden op calamiteiten die veroorzaakt worden door wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Noodvoorzieningen en snel herstel van vitale en kwetsbare infrastructuur krijgen daarbij speciale aandacht. Herkenbaar voorbeeld voor onze gemeente is het inzetprotocol voor de waterberging op het VolkerakZoommeer wat jaarlijks geactualiseerd wordt.

2.2

Impulsregeling klimaatadaptatie

In november 2018 heeft het Rijk met de VNG, de UvW en het IPO het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie gesloten 2. Hierin is afgesproken gezamenlijk een impuls te geven aan de aanpak van klimaatadaptatie. Specifiek gaat het om het versnellen en intensiveren van de uitvoering van maatregelen tegen wateroverlast, hittestress, droogte en gevolgen van overstromingen. Om de versnelling van de uitvoering door decentrale overheden financieel te ondersteunen zijn door het Rijk tijdelijk met een impulsregeling middelen beschikbaar gesteld aan de decentrale overheden in de vorm van bijdragen uit het Deltafonds. In 2018 is hiervoor een landelijke samenwerkingsstructuur opgezet. Georganiseerd in 42 werkregio’s, werken gemeenten, waterschappen en provincies samen aan ruimtelijke adaptatie. Moerdijk is onderdeel van de werkregio Waterkring West. De Impulsregeling sluit aan bij deze werkregio’s. Aanvragen voor bijdragen uit de regeling kunnen gedaan worden door deze werkregio’s (of een samenstel van werkregio’s). Om een aanvraag te doen voor een bijdrage uit de Impulsregeling dient een werkregio een voorstel in voor een maatregelpakket met bijbehorend investeringsvoorstel. Voor de rijksbijdrage wordt een percentage van 33% gehanteerd. De werkregio’s zetten zelf dus 67% in. Daarmee ontstaat, aldus het Rijk, een vliegwieleffect voor investeringen vanuit de regio.

Het percentage rijksbijdrage van 33% is gekozen om tot uitdrukking te brengen dat het hier in beginsel niet om rijkstaken gaat. Maar het Rijk ziet wel de urgentie en wil tijdelijk bijdragen aan het op gang brengen en versnellen van de uitvoering.

Figuur 1: Infographic Impulsregeling ruimtelijke adaptatie. Deze infographic en bijbehorende documentatie is te raadplegen op https://ruimtelijkeadaptatie.nl/overheden/sra/impulsregeling-klimaatadaptatie/ 2

https://ruimtelijkeadaptatie.nl/actueel/actueel/nieuws/2018/bestuursakkoord/

6

De impulsregeling start op 1 januari 2021. Tot en met 31 december 2023 kunnen werkregio’s jaarlijks (een deel van) het voor hen geoormerkte bedrag aanvragen, waarna het proces start van beoordeling en beschikking op de aanvraag en planuitwerking en realisatie door de medeoverheden. Hierdoor is er ruimte voor tempoverschillen binnen en tussen de werkregio(‘s). De uitvoering van de maatregelen moet in 2027 afgerond zijn.

2.2.1 Werkregio Waterkring West

Binnen Waterkring West is klimaatadaptatie vanaf 2018 actief opgepakt. Gestart is met een inventarisatie naar de stand van zaken bij alle organisaties; welke projecten worden ondernomen, in hoeverre komt het terug in beleid, hoe is het georganiseerd? Op basis hiervan is een gesprek gevoerd over de rolverdeling tussen individuele organisaties en Waterkring West als samenwerking. Gekozen is voor een rolverdeling waarbij de individuele partners in de basis verantwoordelijk zijn voor het (laten) uitvoeren van een eigen stresstest, het voeren van een klimaatdialoog en het opstellen van een lokale uitvoeringsagenda. Waterkring West speelt hierbij een faciliterende rol en ondersteunt partners bij het georganiseerd krijgen van deze opgave. Daarnaast speelt het een trekkende rol bij het opstellen van een gezamenlijke regionale uitvoeringsagenda. De gemeenten hebben hun eigen stresstest, als verfijning van de Klimaatatlas opgesteld door de RWB, uitgevoerd. In 2019 is vervolgens besloten om deze klimaatadaptatieopgaven wel in gezamenlijkheid op te pakken. Hiervoor heeft de waterkring in het afgelopen jaar de ‘Klimaatreis’ (zie: 3.3) doorlopen. De Klimaatreis is een aanpak waarbij gemeenten en het waterschap onder leiding van het bureau De WaardenMakers in het afgelopen jaar de klimaatcondities van de regio hebben verkend en in relatie gebracht met regionale trends en ontwikkelingen.

2.2.2 Regionaal uitvoeringsprogramma

De uitkomsten uit de klimaatreis vormen het vertrekpunt voor de verdere gesprekken die gemeenten en het waterschap het komende halfjaar gaan voeren met relevante stakeholders in de regio. Doel is om te komen tot een regionale klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda beschrijft de acties en maatregelen die de regio in de periode tot en met 2027 gaat ondernemen en de basis voor de aanvragen ten behoeve van de impulsregeling klimaatadaptatie.

2.3

Brabant Klimaatproof

In de Brabantse omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant – Visie op de Brabantse leefomgeving’, is klimaatadaptatie een van de vier hoofdopgaven: Brabant Klimaatproof. Ook in het bestuursakkoord 2020 - 2023, Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant', komt klimaatadaptatie als opgave in meerdere portefeuilles terug. De provincie wil een betrouwbare partner zijn bij de uitvoering van het Klimaatakkoord, onder voorwaarde van haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak. Marsroute 2020: Brabant handelt klimaatbestendig en waterrobuust. 2030: De eerste grote gebiedsopgaven zijn daartoe al gerealiseerd. 2050: Brabant is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. In ‘Naar een klimaatproof Brabant’ 3, is de provinciale opgave rondom klimaatadaptatie uitgewerkt. De provinciale uitgangspunten:  Klimaatadaptatie is als vanzelfsprekend een vast onderdeel van onze provinciale opgaven en geborgd in de provinciale programma’s.  We gaan uit van een klimaatbestendig en robuust watersysteem. Daarbij hanteren we de vijf principes: niet meer gebruiken dan is aangevuld, in hogere gebieden water infiltreren, lagere gebieden zijn natter, het systeem kan omgaan met extremen, de waterkwaliteit is op orde.  We maken, op basis van een klimaatbestendig en robuust watersysteem, de overgang naar een nieuwe systematiek voor wateroverlast extreme buien.

 We kiezen ervoor om voorrang te geven aan de robuustheid van het watersysteem en niet aan individuele belangen.  We werken via een gebiedsgerichte en samenhangende aanpak.  Via de gebiedsgerichte aanpak zetten we onze middelen in samenhang en gebundeld in. 3

https://www.klimaatadaptatiebrabant.nl/k/n442/news/view/3135/2775/naar-een-klimaatproof-brabant.html

7

Belangrijk aandachtspunt is tevens dat de visie klimaatadaptatie inclusief de uitwerking van de bestuursopdracht input is voor het regionaal programma water en bodem 2022-2027 als opvolger van het provinciaal milieu- en waterplan 2016-2021 voor de onderdelen water en vitale bodem.

2.3.1 (Ontwerp) Regionaal water en bodemprogramma 2022-2027

Het nieuwe Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) beschrijft hoe de provincie Noord-Brabant de komende jaren gaat werken aan voldoende water, schoon water, veilig water, vitale bodem en klimaatadaptatie. De Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant - visie op de Brabantse leefomgeving’ bevat de ambitie van de provincie en is het overkoepelend en leidend kader voor het RWP. In het RWP wordt voor het thema water en bodem nadere uitwerking en invulling gegeven aan de Brabantse Omgevingsvisie. Het RWP geeft invulling aan het op orde houden van de basis van het natuurlijk systeem: water en bodem, en is mede gebaseerd op wettelijke regels en beleid. Dit is onder andere vastgelegd in de wettelijk omschreven rollen en taken in het waterbeleid in Nederland, dat uitgaat van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het RWP formuleert de tussendoelen voor 2027 die nodig zijn om de uiteindelijke ambitie in 2050 te behalen. Het RWP staat niet op zichzelf, maar wordt in samenhang gezien met andere opgaven op het gebied van leefbaarheid, cultuur en vrije tijd, wonen en werken, leefbaarheid, energie, landbouw, natuur en biodiversiteit, archeologie en cultuurhistorie, en duurzame circulaire economie. Op deze manier draagt het bij aan een integrale benadering van de duurzame (fysieke) leefomgeving. Ook in de uitvoering wordt een samenhangende aanpak van opgaven opgezocht.

2.3.2 Ontwerp Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Brabantse Delta

Met het Waterbeheerprogramma 2022–2027 bepaalt Brabantse Delta de doelstellingen en strategie voor een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor Midden- en West-Brabant voor de middellange (2027/2030) en lange termijn (2050). Volgens de Omgevingswet is het waterbeheerprogramma hét instrument waarin het waterschap vastlegt hoe zij uitvoering geeft aan de taken voor het gehele werkgebied, voor de periode 2022-2027. In 2050 is het land- en watergebruik in evenwicht met de draagkracht van het watersysteem. Zo draagt het bodem- en watersysteem bij aan een regio waarin mensen veilig, gezond en prettig kunnen blijven wonen, werken en recreëren. De natuur in de regio laat een positieve ontwikkeling zien. Mede hierdoor zijn de effecten van klimaatverandering als droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen beheersbaar. Het programma brengt op strategisch niveau samenhang tussen de verschillende kerntaken van het waterschap en draagt zo bij aan integraal waterbeheer en duurzame ontwikkelingen in de regio. Waterschap Brabantse Delta is dé waterpartner voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in ons werkgebied.

8

3

Klimaat in Moerdijk

Als gemeente kennen we een stevige ambitie wat betreft Klimaat. Het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Een krachtige, ondernemende partner. Dat zijn wij!’ is de basis om vanuit Klimaatambities tot een nieuw programma in de beleidsbegroting te komen: Samen aan de slag voor Klimaat met daaronder thema’s als klimaatadaptatie en de energietransitie. Meerjarenbegroting 2021-2024: Er ligt een grote opgave om tot een duurzaam Moerdijk te komen. Het tegengaan van klimaatverandering, aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en een transitie naar een circulaire economie zijn randvoorwaarden voor het behoud van onze leefbaarheid. Energietransitie en klimaatadaptatie hebben ook impact op hoe we onze openbare ruimte inrichten en beheren. De klimaat- en energietransitie gaan ons landschap veranderen. Het vraagt om een ontwikkelend perspectief op onze ruimtelijke ordening, waarbij we opgaven slim combineren en de kwaliteit van het landschap bewaren. Gelijktijdig beseffen we ook dat we de opgaven nog niet geheel in beeld hebben en dat we geen definitief zicht hebben op de gevolgen, waar het exact landt in onze organisatie of werkprocessen en wat het kost.

3.1

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan

Klimaatadaptatie is nog vooral een watervraagstuk. Deze watervraagstukken pakken we op vanuit het vGRP. Onze inspanningen hierin zijn primair gericht op veilig, voldoende en schoon water. Het betreft voor een groot deel (wettelijke) basistaken:  Veilig tegen hoogwater  Voldoende (niet te veel en niet te weinig) diep en ondiep grondwater  Zoetwaterbeschikbaarheid  Waterverdeling in geval van extreme droogte  Voorkomen van regionale wateroverlast bij extreme buien  Schoon grond- en oppervlaktewater Secundair liggen er verschillende parallellen en koppelingen met economisch, sociaal en ruimtelijk beleid, welke steeds scherper in beeld komen gedurende het proces van het doorlopen van de zeven ambities uit het DPRA.

3.2

Stresstest: www.klimaatanalysemoerdijk.nl

De zeven ambities van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie zijn een verdere uitwerking van de in 2014 opgestelde Handreiking Ruimtelijke adaptatie, waarin het Weten, Willen, Werken centraal gesteld werd.  Weten: Analyse van ons gebied  Willen: Formuleren van onze ambitie  Werken: Beleid en uitvoering Als een eerste stap dienden alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest te hebben uitgevoerd voor de vier klimaatthema’s: hitte, droogte, wateroverlast en waterveiligheid. In de stresstest zijn de potentiële kwetsbaarheden voor de klimaatthema’s geïdentificeerd. De test bestaat uit informatie die beschrijft welke effecten klimaatverandering (de ‘stress’ die op het systeem wordt gezet) in de toekomst kan hebben. Daarbij is de mogelijkheid gegenereerd de gegevens over gevoelige objecten en functies voor deze effecten te combineren. Zo ontstaat er inzicht in waar, wanneer, welke knelpunten kunnen ontstaan. De stresstest gaat over zowel het stedelijk als landelijk gebied en heeft specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies. Hitte: Klimaatverandering leidt in Nederland tot meer zomerse en tropische dagen. Dat bleek overduidelijk in de zomer van 2018. Het was, volgens het KNMI, de warmste zomer in minimaal drie eeuwen met maar liefst twee hittegolven. Vóór 1975 was een hittegolf een zeldzaam verschijnsel.

Meer dan de helft van het aantal hittegolven vond plaats in de afgelopen 28 jaar. Extreme hitte heeft een groot aantal gevolgen, bijvoorbeeld voor de gezondheid van mensen, voor de buitenruimte en de leefbaarheid in de stad. Hitte buiten beïnvloedt het comfort in gebouwen. Veel kantoren worden gekoeld, maar veel andere gebouwen waar mensen verblijven worden dat niet. 9

Arbeidsproductiviteit, nachtrust en gezondheid hangen dus samen met de temperatuur van de omgeving. Ook heeft hitte gevolgen voor andere aspecten van de leefomgeving, waaronder infrastructuur, drinkwater en oppervlaktewater. Deze kaart 4 geeft een inschatting van het gemiddelde aantal tropische nachten per jaar, in het stedelijk gebied. Twee en een halve week boven de 20 C Twee weken boven de 20 C

Figuur 2: Potentieel hittestress warme nachten

Droogte: Twee van de vier KNMI 2014 klimaatscenario’s geven aan dat Nederland droger wordt. Droogte kan leiden tot bodemdaling en funderingsproblemen, maar ook tot schade bij landbouw, natuur, stedelijk groen en scheepsvaart. Daarnaast leidt droogte tot problemen met de waterkwaliteit. De kwetsbaarheid voor droogte hangt niet alleen af van de lokale weeromstandigheden, maar ook van de aanvoer van zoetwater via de grote rivieren. Tekorten kunnen leiden tot uitzakkende peilen, verzilting en onttrekkingsbeperkingen. Deze kaart geeft een inschatting van de toename van relatief zoute kwel in het grondwater. Brakke kwel Bodemdaling 3-10 cm

Figuur 3: Potentieel effect grondwater

Wateroverlast: Als gevolg van klimaatverandering wordt het niet alleen warmer. Ook de neerslagkarakteristieken wijzigen, doordat warmere lucht meer waterdamp kan bevatten. De hoeveelheden neerslag en extreme neerslag in de winter nemen toe evenals de intensiteit van buien in de zomer. Ook hagel- en onweersbuien worden heviger. Hierdoor is er een grotere kans op wateroverlast. Hoe reageert ons hemelwatersysteem hierop, waar zitten knelpunten en kansen om de effecten te verminderen?

4

De voorbeeldkaarten zijn een uitsnede van Klundert vanuit de website: https://www.klimaatanalysemoerdijk.nl/.

10

De kaart toont een berekening van 'water op straat' voor een bui van 60 mm/uur. De kaarten geven een beeld waar de huidige knelpunten (ongeveer) zijn. Elke berekening is slechts zo goed als de informatie die erin gaat. Uit doelmatigheidsoverwegingen is ervoor gekozen in deze fase voor een goed, maar niet perfect beeld te gaan. Via de lagen-knop (rechtsboven in de kaart) kunt u ook een bui van 160 mm/uur aanzetten. Dit zijn extreme buien, maar die komen elk jaar wel ergens in Nederland voor. NB: Help mijn huis is rood! (Zie ook FAQ op de website) Voor de website is berekend of een gebouw kwetsbaar is voor wateroverlast bij een zeer extreme bui. Een bui die misschien in een mensenleven niet eens voorkomt. Voor die bui is op basis van een relatief grove berekening bepaald of er een kans is op waterschade. Dit is slechts een indicatie. Of er inderdaad een risico is hangt af van meerdere factoren, onder andere of het water ergens het gebouw in kan stromen. Een rood of oranje gebouw betekent daarom niet dat er maatregelen noodzakelijk zijn, maar wel dat het verstandig is om eens goed te kijken of er een risico is als het water in de straat omhoog komt.

Figuur 4: Potentieel wateroverlastbeeld bui 60mm

Een directe kans en aanleiding voor een klimaatdialoog op perceelsniveau. Wat doet de overheid en wat de perceeleigenaar?

Figuur 5: Potentieel wateroverlastbeeld bui 160 mm

Waterveiligheid: Nederland is een delta en van oudsher gevoelig voor overstromingen vanuit beken, rivieren en zee. In de loop der eeuwen is een systeem opgebouwd dat Nederland droog houdt. Dit systeem bestaat uit dijken, dammen en duinen (waterkeringen) waarbij gemalen zorgen voor de afvoer van het overtollige water vanuit de laaggelegen polders. Beken zorgen voor de afvoer van water vanuit de ‘hoge gronden’. De waterkeringen en ingrepen om rivieren de ruimte te geven, zorgen ervoor dat de kans op een overstroming klein is. Wat de maximale kans op de doorbraak van een kering mag zijn, is vastgelegd in normen. Voor het vaststellen van de normen is gebruikgemaakt van een risicobenadering. In het algemeen geldt: hoe groter de gevolgen zijn als een kering doorbreekt, hoe kleiner de kans mag zijn dat dit gebeurt, maar het kán een keer misgaan. In dat geval overstroomt er een gebied, ontstaat er schade en vallen er mogelijk slachtoffers. Een slimme (aanpassing van de) inrichting van een gebied kan de schade en het aantal slachtoffers beperken. Het waterschap is hierbij onze primaire partner en beheerder van deze systemen.

11

Deze kaart laat zien welke gebieden kunnen overstromen en welke overstromingsdiepte maximaal op kan treden als een primaire kering doorbreekt.

Figuur 6: Potentieel effect waterveiligheid

Waterveiligheid is één van de kerntaken van het waterschap. Het gaat dan om het minimaliseren van overstromingsrisico’s tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Het uitgangspunt is dat voldaan wordt aan landelijke en provinciale normen, zodat de inwoners en bedrijven veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Waterveiligheid wordt niet alleen gerealiseerd door waterkeringen. Bij waterveiligheid staat het minimaliseren van overstromingsrisico’s centraal. Hierbij wordt risico gedefinieerd als kans maal gevolg. De waterveiligheid verbeteren we dus door het verkleinen van de kans op een overstroming én door het verkleinen van de mogelijke gevolgen. Om deze aspecten in samenhang te behandelen worden de drie lagen van het concept meerlaagsveiligheid gebruikt. Meerlaagsveiligheid 1. Preventie door sterke waterkeringen 2. Ruimtelijke inrichting minder kwetsbaar maken 3. Crisisbeheersing.

Figuur 7: Meerlaagsveiligheid: drie lagen

12

Het waterschap is primair verantwoordelijk voor de eerste laag van meerlaagsveiligheid; de zorg voor sterke dijken. Het waterschap beheert de primaire en regionale keringen in Midden- en West-Brabant die aan een vastgestelde norm moeten voldoen. Het voldoen aan die norm is een resultaatsverplichting.

3.3

Klimaatreis en -onderlegger

De gemeenten binnen Waterpoort en de Waterkring West zijn eind 2019 samen op ‘Klimaatreis’ gegaan. De Klimaatreis is een aanpak waarbij gemeenten en het waterschap onder leiding van het bureau De WaardenMakers in het afgelopen jaar de klimaatcondities van de regio hebben verkend en in relatie gebracht met regionale trends en ontwikkelingen. Vanuit deze klimaatreis is vervolgens vorm gegeven aan de klimaatdialoog, waarin het opstellen en toepassen van de zogenaamde 'Klimaatonderlegger' centraal staat. Parallel is een stakeholderanalyse aan de hand van interviews uitgevoerd. Het doel van de Klimaatonderlegger is de klimaatdialogen te faciliteren, te inspireren, activeren en motiveren. De Klimaatonderlegger heeft ten opzichte van een 'reguliere stresstest' als meerwaarde;  De Klimaatonderlegger geeft inzicht in de klimaatomstandigheden vanuit de bodem tot in de atmosfeer.  De Klimaatonderlegger focust op kansen en mogelijkheden en niet op dreigingen/risico's. Daarmee daagt de Klimaatonderlegger uit tot een positief constructieve dialoog.  De Klimaatonderlegger is niet feitelijk en dient intuïtief gelezen te worden. Welk gevoel geeft de onderlegger als analyse? Daarmee is de onderlegger geschikt als inspiratie en voor communicatie tussen zowel bewoners als werknemers en bestuurders van het brede spectrum aan partijen dat ermee te maken zal en kan krijgen.

3.3.1 Regionale Klimaatonderlegger

De Klimaatonderlegger 5 vervangt die stresstesten niet. Het is een extra product dat zich leent om de dialoog/het gesprek te voeren. De klimaatonderlegger geeft inzicht in de klimaatbestendigheid (droogte, hitte, wateroverlast en overstromingen) van de regio, op basis van een integrale analyse van bodem, water, groen en atmosfeer in relatie tot menselijke invloeden. De onderlegger is opgebouwd uit een klimaatruimtelijke feitenkaart, een klimaatoptiekaart waarin kansrijke klimaatstructuren in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen in kaart zijn gebracht. En tot slot zijn koppelkansen vastgelegd in de vorm van kanskaarten. Op meer lokaal niveau zijn de gemeenten al bezig met het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen. Zij het vanuit diverse sectorale sporen. De klimaatonderlegger en de dialoog bieden de mogelijkheid om vanuit een breder bewustzijn en inzicht in de verbanden kansen te ontdekken om de gemeente in relatie tot de regio nog klimaatrobuuster te maken. Met de klimaatreis is een vorm van bewustzijn gecreëerd dat er nog werk aan de winkel is maar ook kansen zijn. In beginsel is klimaatadaptatie een sociale en maatschappelijke opgave; immers vanuit verlangen ontstaat beweging. Niet alles kan op gemeentelijke schaal opgelost worden maar vergt ook een regionale aanpak.

Regionale opgaven De opgaven in de regio kunnen geduid worden in een zestal van elkaar te onderscheiden ruimtelijkklimatologische deelgebieden die elk zijn opgebouwd uit de karakteristieke klimaateenheden Deze eenheden zijn bepaald aan de hand van de analyse van de vier centrale klimaatthema’s: droogte; hittestress; wateroverlast en waterveiligheid. 1. Productieve bedrijventerreinen en werklocaties (Productiviteit); 2. Aangename kernen/koele dorpen en steden (Leefbaarheid); 3. Robuuste Bossen (groen); 4. Wateropnemende en -vasthoudende bodems (waterbergend vermogen); 5. Waterrijke beken en bronnen (oppervlaktewater bovenstrooms); 6. Wateropvang, verdeling en zuivering in en langs de rivieren, kreken en sloten (oppervlaktewater benedenstrooms)

5 Toelichting Klimaatonderlegger Waterkring West en Waterpoort en Poster met regionale onderleggers, beschikbaar gesteld als onderdeel van de raadsbijeenkomst 11 maart 2021.

13

3.3.2 Klimaatonderlegger Moerdijk

Er zijn dus regionale verbanden, want klimaat houdt niet op aan de grenzen van de gemeente. In de Moerdijkse Klimaatonderlegger zoomden we in op de gevolgen van klimaatverandering in onze kernen en het buitengebied, de invloed van en op onze Haven en Industriegebied Moerdijk (HIM), de omringende snelwegen en wateren en de veranderingen, kansen en opgave die daarmee samenhangen of daaruit voortkomen. De Moerdijkse klimaatonderlegger 6 geeft, op basis van de lagenbenadering inzicht in het waar en waarom de verandering van het klimaat impact heeft en waar deze vraagt om maatregelen. De kaart biedt daarmee een basis om, bij het voorbereiden van besluiten in de fysieke leefomgeving, aansluiting te houden met het landschap. Vanuit de verschillende vakdisciplines ontstaat daardoor een gemeenschappelijke taal waardoor er veel beter, samen met anderen, een bijdrage geleverd worden aan de gezonde en veilige leefomgeving. Het succes gaat over:  feitelijke informatie over de klimaatruimtelijke schakeringen in relatie tot de onderliggende systemen.

Waarom is een plek zo hoe hij nu is?; Figuur 8: Illustratie lagenbenadering  het gezamenlijk gesprek en van daaruit het begrijpen van elkaar;  een gezamenlijk verlangen door dialoog over de kaart en concrete initiatieven die aansluiten bij de klimaat-ruimtelijke logica die de onderlegger biedt;  samen de vraag beantwoorden ‘Wat vinden we belangrijk en in welke volgorde’? Klimaatadaptatie vraagt om een andere manier van kijken naar de ondergrond, het landschap en de ontwikkeling zelf. De traditionele ruimtelijke ontwikkelingsprocedures en -processen zullen worden los gelaten om echt het verschil te gaan maken en klimaatproof te worden. Het resultaat wordt dus vooral een communicatiemiddel intern en extern en als zodanig belangrijke input voor de omgevingsvisie.

3.3.3 Stakeholders

Gedurende het proces en de periode naar de Moerdijkse klimaatdialoog hebben we de verschillende betrokken partijen (stakeholders) in beeld gebracht. Niet alleen de namen maar ook de houding in relatie tot klimaatverandering, belangen, verantwoordelijkheden t.a.v. klimaatadaptatie, kennisniveau, speelveld/ruimte en energie. In de periode tot de Moerdijkse klimaatdialoog (periode tussen de oorspronkelijke fysieke datum op 18 maart en de digitale datum 30 juni 2020) hebben we een-op-een gesprekken gevoerd (pre-dialoog sessies) met enkele van de belangrijkste stakeholders voor de gemeente Moerdijk. Zie onderstaand samenvattingen van de gesprekken. De stakeholders zijn als regionale partners ook betrokken bij de regionale Klimaatdialoog. Havenbedrijf Moerdijk Er is een Watermanagementplan (WMP) vastgesteld door het Havenbedrijf, waterschap en gemeente. Klimaatadaptatie is hierin een thema, maar er is nog weinig eigen discussie ten aanzien van klimaatadaptatie op dit moment. Wel is er het besef dat het Havenbedrijf een rol en taak heeft. De bewustwording is er intern, maar bij de bedrijven op het terrein nog nauwelijks. 

6

Droogte: risico bij emissie en bodemvervuilingen: hiervoor zouden draaiboeken ontwikkeld moeten worden, toevoegend aan de bestaande.

Poster Klimaatonderlegger beschikbaar gesteld als onderdeel van de raadsbijeenkomst 11 maart 2021.

14

 

Wateroverlast: Op klimaatanalysemoerdijk blijkt dat er wel risico zijn op het gehele terrein. Hoe hoog de bedrijven liggen ten opzichte van de weg en welke risico’s daaraan zitten ten aanzien van water is niet in beeld. Dat moeten het havenbedrijf en de bedrijven zelf uitzoeken. Hitte: Wel een thema wat ook herkenbaar is voor de werknemers en visueel gemaakt kan worden voor hen en inwoners. Nieuw groen werkt positief op hitte en is zichtbaar. Wel een tweedeling: haventerrein vs. de plaza met de kantoren. In algemeenheid zijn er wel projecten voor het leggen van zonnepanelen op de daken. Maar dat is wel warmer! Het kantoor van het havenbedrijf zelf heeft wel groene daken. Ja wat is beter? Ook zeker ten aanzien van de realisatie van het Logistiek Park Moerdijk. Hoe ga je voorkomen dat het een te hete plek wordt enerzijds en dat het een efficiënte plek wordt anderzijds? Klimaatadaptatie moet uitwerkingsthema zijn.

Stichting de Waarden Kernwaarde van stichting de Waarde is duurzaamheid op het gebied van onderwijs lokaal maar ook op alle onderwerpen ten aanzien van duurzaamheid die wereldwijd spelen. Ze denk na over de gebouwde school van de toekomst daarin moeten de stichting en de gemeente samen optrekken. Belangrijk aandachtspunt: De stichting mag alleen geld besteden aan onderwijsdoelen, dus niet aan investeringen in vastgoed of de omgeving (vergroenen schoolplein). Daarvoor staat de gemeente als eigenaar van de scholen en beheerder aan de lat. Wel kunnen de scholen met eigen acties extern geld ophalen hiervoor. Een aantal scholen heeft daardoor een groen schoolplein kunnen realiseren met behulp van subsidie. De stichting wil graag naar (nieuwe) scholen die echt duurzaam zijn. Hoe kunnen ze gebruikmaken van de nieuwe technieken en daarin flexibel in zijn? De wens is dat dit integraal onderdeel wordt van een gemeentebreed huisvestingsplan ‘Scholen’. De stichting is tot slot bezig met de implementatie van een nieuw koersplan. De kern van het nieuw koersplan geeft bouwstenen voor onderwijs, personeel en de kernen. De kinderen hebben ook een belangrijke rol gehad in de thema’s van het koersplan. We hebben ook bijeenkomsten met kinderen georganiseerd. Wat vinden ze belangrijk? Klimaat, afval, spelend leren en duurzaamheid komen dan zeker naar voren. Surplus (Zeven Schakels en st.

Martinus) Vanuit het dagelijkse beheren van de locaties is Surplus vooral gericht op het doorvoeren van kansen, verbeteringen en besparingen ten aanzien van energie, de energietransitie. Surplus kent nu nog geen specifiek beleid ten aanzien van klimaatadaptatie op de verschillende locaties of als organisatie als geheel. Surplus heeft met de gemeente Breda een Greendeal gesloten. Surplus heeft als doelstelling en ambitie deze ook met de gemeente Moerdijk te sluiten. Belangrijke thema’s zijn:  De continuïteit van drinkwater op lange termijn;  Temperatuurbeheersing ’s nachts zowel in de winter als zomer;  Bescherming kwetsbare groepen: zowel cliënten als de werknemers. Er zijn nu vooral praktische protocollen ten aanzien van hitte;  Wateroverlast in algemene zin. VNO-NCW Er is nu in regio Brabant-Zeeland geen eigen specifieke visie op klimaatadaptatie. Wellicht wordt hier landelijk al wel over nagedacht. Focus voor de regio ligt op milieu en duurzaamheid. Hiervoor wordt nu door VNO-NCW gewerkt aan een eigen agenda voor Moerdijk. Belangrijk punt in die agenda: De aantrekkelijkheid van het bedrijventerrein en de bedrijfsomgeving, groenere bedrijventerreinen. Een aantrekkelijke, groene en opgeruimde werkomgeving is belangrijk om een rondje te kunnen wandelen, bijvoorbeeld als break wat weer goed is voor de vitaliteit (resultaten van gesprekken en ledenenquête VNO-NCW).

Hitte en hittestress zijn geen thema in de agenda, die link wordt niet rechtstreeks gelegd. De bedrijven kennen over het algemeen goede klimaatbeheersing in de kantoren en bedrijfshallen. Het thema is dan vooral gekoppeld aan de energieopgave van de klimaatbeheersing. 15

Woonkwartier / Thuisvester De corporaties zijn nu nog niet echt bezig met klimaatadaptatie. Ze zijn vooral bezig met de verduurzaming van het vastgoed, daarna komt het adaptieve en circulaire invulling. Het ligt in de lijn dat corporaties hierin gezamenlijk gaan optrekken. Veel maatregelen zullen plaatsvinden in de openbare ruimte, er ligt dus een belangrijke rol bij de gemeente. Hoe gaan we een norm krijgen voor de klimaatadaptieve invulling/aanpassing: per gemeente, West-Brabant, provinciaal of nationaal? Wanneer ga je er als gemeente aan denken? Bijvoorbeeld in het omgevingsplan, als onderdeel van de beeldkwaliteit. Maak er een gezamenlijke doelstelling van, een (wettelijke) opgave in lijn en gekoppeld aan de warmtevisie en het gasloos maken van het vastgoed. Dan moeten straten open, kunnen er nieuwe keuzes gemaakt worden en kan werk-met-werk gecombineerd worden. Vanuit die gedacht is het zeker logische om maatregelen ten behoeven van klimaat te koppelen aan de RES/Transitievisie Warmte. De huurders leggen hun tuin vol met stenen. Daar kan pas iets mee bij een mutatie van de huurder. Dan kan de corporaties aangeven dat zij de tuin (de tegels) niet overnemen en dat de tuin ‘ontsteend’ moet worden. Inrichting van de achtertuin is aan de huurder tenzij hiervoor een plaatselijke verordening wordt opgesteld.

Het collectief beheren van voortuinen is eenvoudiger maar geeft extra kosten en de handhaving is lastig. Meest handige is het om dit op te pakken bij een reconstructie en herinrichting van de gehele openbare ruimte en de voortuinen hier als onderdeel bij te trekken. ZLTO Klimaatadaptatie is een divers thema, maar de focus ligt nu vooral op de watertekorten. In Moerdijk hebben we plaatselijk wel last van watertekort en piekbuien, het jaargemiddelde is echter positief. Het water valt alleen niet wanneer het nodig is. Het is zaak om het water, wanneer het valt, zo lang mogelijk in het gebied te houden en goed te benutten. Om dit te bereiken zijn groepen bezig in overleg met het waterschap voor het ontwikkelen en mogelijk maken van een fijner peilbeheer 7. Een pilot daarbij is het gebruik van peilgestuurde drainage ook voor beregeningen, wat minder waterverlies moet geven. De ZLTO is verder betrokken bij:  ‘De groene stad’ met de sector boomkwekerij, voor de vergroening van de steden. Wageningen University & Research (WUR) doet hier onderzoeken naar op niveau van Noord-Brabant en landelijke schaal.  Waterbeheerplannen, met het waterschap voor de bestrijding van droogte en implementatie van het overkoepelende deltaprogramma.

Ontwikkelingen die verder relevant zijn en kansrijk:  Weerbaarder maken van de bodem, en het voorkomen van droge stof;  Minder stressgevoelige soorten, teelten die bestand zijn tegen langere periode van droogte, langdurige natte omstandigheden en/of verzilting van het grondwater (voor Moerdijk is verzilting minder relevant omdat hier nu nog voldoende zoetwater beschikbaar is.  Bodemvruchtbaarheid en bodemleven. Ook hier kennen we nieuwe en invasieve soorten;  De kwaliteit van het water.

3.3.4 Klimaatdialoog Moerdijk

Op 30 juni was de eerste editie van de Moerdijkse Klimaatdialoog 8 als volgende stap in het proces om tot een uitvoeringsstrategie voor een klimaatadaptieve gemeente te komen. De Klimaatdialoog is een iteratief – zich herhalend – proces en dient in deze fase vooral twee doelen: bijdragen aan bewustwording ten aanzien van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering en bespreken welke maatregelen nodig zijn om die kwetsbaarheden te verkleinen. De dialoog gaat over risico´s, kansen, ambities, strategische keuzes en inzet.

7 8

Aanpassing peilbesluit Moerdijk west, is voorzien in 2022 Raadsinformatiebrief Uitnodiging Moerdijkse Klimaatdialoog. Zaak: 79610

16

Figuur 9: Uitnodiging Moerdijkse Klimaatdialoog 20 juni 2020

Onderwerpen waren tevens: welke risico’s zijn wel en niet acceptabel, welke maatregelen zijn nodig en heel belangrijk: wie neemt welke maatregelen? Want we staan hier als overheid niet alleen voor aan de lat. Tijdens de Moerdijkse Klimaatdialoog waren we in gesprek met onze strategische partners van Havenbedrijf tot winkeliersvereniging en van scholen tot dorps- en stadtafels, aan de hand van 3 verschillende strategische lijnen 9 welke zijn voortgekomen uit de klimaatreis en klimaatonderlegger: Gezond leef-, werk- en leerklimaat Hoe gaan we om met langere periodes van hitte, wateroverlast en extremer weer? Wat betekent dat voor de inrichting van pleinen, straten en je bedrijfsomgeving? En hoe beschermen we kwetsbare groepen zoals ouderen en schoolkinderen? Klimaat en het productielandschap 2.0 Het klimaat gaat verschuiven. Hoe ziet de toekomst er voor boeren uit? Liggen er kansen voor andere teelten? Wat betekent de klimaatverandering voor bedrijventerreinen? Samen met de natuur Hoe gaan we om met de nieuwe natuur: klimaatbossen, voedselbossen, tijgermug, eikenprocessierups? Hoe krijg je meer bijen in je tuin om overlast door wespen te voorkomen?

9

Zie bijlage XX: Integrale weergave van de Moerdijkse Klimaatdialoog

17

4

Visie

Op basis van al het voorgaande (van beleid tot de Moerdijkse klimaatdialoog en individuele gesprekken en interview) komen we tot een langetermijnvisie en tot slot een uitvoeringsstrategie en uitvoeringsplan. De visie realiseren we alleen als ook onze stakeholders van bedrijven, ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen, bewoners, corporaties, en maatschappelijke organisaties bijdragen aan het adapteren van de gevolgen van het veranderende klimaat. Onze visie op klimaatadaptatie is: In 2050 is de gemeente Moerdijk klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. We benutten verandering ten behoeve van het klimaat om Moerdijk mooier, welvarender en veiliger te maken. Moerdijk is aantrekkelijk en gezond, en klimaat heeft er zijn plek. Samen minimaliseren we de gevolgen en iedereen neemt zijn of haar verantwoordelijkheid en draagt bij.

Op basis van deze visie willen we in een dynamisch uitvoeringsplan 2021-2022:  De 3 gemeentelijke domeinen en de staf een richting meegeven door het formuleren van ambities ten aanzien van klimaat en aandachtspunten ten bate van de eigen beleidsprogramma’s;  Het thema bij bewoners en andere partijen actief agenderen met een communicatiestrategie die gericht is op de risico’s van de klimaatverandering, de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven en het handelingsperspectief van alle partijen;  Aangeven hoe de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen, aanpassingen in de openbare ruimte, en het eigen vastgoed rekening houdt met de lange termijneffecten van de klimaatverandering;  Met een klimaatadaptieve blik op de stedenbouwkundige opgave aangeven wat de gemeente verwacht van ontwikkelaars en planvormers van het thema klimaatadaptatie bij inbreidings- en uitbreidingslocaties;  Een Intentieverklaring (Klimaatdeals) aangaan met de stakeholders die wonen en werken in onze gemeente om gezamenlijk te bouwen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste toekomst;  Slimme koppelingen in beeld brengen tussen klimaatadaptatie, de bouwopgave, energietransitie en renovatie-opgaven binnen de ruimtelijke inrichting en openbare ruimte.

Verder is vooral de relatie met de volgende (nog op te stellen) beleidsplannen en samenwerkingen van belang:  De visie is een bouwsteen voor de Omgevingsvisie. In omgevingsplannen worden op basis hiervan normen en beleidsregels opgenomen voor het omgaan met regenwater, en voor hittebestendig en waterrobuust bouwen;  Klimaatadaptatie is een belangrijk thema in het Verbreed Gemeente Rioleringsplan 2021-2024 (vGRP). De inhoud van deze visie en het GRP voor wat betreft het thema wateroverlast zijn op elkaar afgestemd. Daarnaast is het vGRP de basis voor de financiering van de uitvoering van verschillende klimaatadaptieve maatregelen;  We willen zoveel mogelijk meekoppelen met ruimtelijke opgaven, zoals (groot) onderhoud aan gebouwen, onderhoud en herstructurering van de openbare ruimte, groen en infrastructuur, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. De uitwerking van de visie in een uitvoeringsplan volgt drie strategische lijnen van de Moerdijkse Klimaatdialoog:  Gezond leef-, werk- en leerklimaat  Klimaat en het productielandschap 2.0  Samen met de natuur

18

5

Strategische lijnen

5.1

Gezond leef-, werk- en leerklimaat (People)

In dit hoofdstuk zijn de strategische lijnen uitgewerkt met hun Strategische doel en operationele doelen. In bijlage 01 is het dynamische uitvoeringsplan opgenomen waarbij aandacht is besteed aan: de rol die we als overheid zouden moeten innemen, de trekker(s) en stakeholders, meekoppelkansen, prioriteit, wie hiervoor aan de lat staat, financiële consequenties en of er nog nadere besluitvorming gevraag zal worden, nodig is.

Figuur 10: Klimaatdialoog raadsleden 17 september 2020

5.1.1 Strategische doel:

We beschermen tegen de negatieven effecten van klimaatverandering en bevorderen en nemen initiatief bij de doorontwikkeling naar een gezond leef-, werk- en leerklimaat.

5.1.2 Operationele doelen

1. Tegengaan van hitte met maatregelen in de openbare ruimte a. Het groen in de gebouwde omgeving heeft een nieuwe taak: het ‘managen’ van hitte en wateroverlast. Door een goede inrichting van de kernen met voldoende schaduw en ruimte voor groen en water, kan hitte tegengegaan worden. Groen wordt toegevoegd en ten aanzien van verhardingen wordt overwogen en deze te verwijderen of te vervangen door halfverhardingen in combinatie met groen. Groen verhoogt de biodiversiteit, vermindert luchtvervuiling en is een optimale koelmachine: beplante oppervlakken verdampen water en verlagen zo de luchttemperatuur. 10 10 In straten of pleinen met een hoge instraling van de zon kunnen bomen met grote boomkronen voor afkoeling zorgen. Tien procent meer boomkronen verlaagt de stralingstemperatuur met 1 °C in de straat. Door het creëren van diverse microklimaten (zon/schaduw) kunnen mensen zelf een keuze maken of ze aan de zon- of de schaduwkant willen lopen. De aanleg van vegetatie met verschillende groeihoogtes (gras, struiken, klimplanten) vermindert door de visuele beleving eventuele hittestress van voetgangers. Effectief stedelijk groen is het uitgangspunt: niet overal bomen en groen, maar daar waar nodig, locatie-specifiek, rekening houdend met het microklimaat en functies in de binnen- en buitenruimte. Bron: Wiebke Klemm et al., 2018 (https://edepot.wur.nl/453958)

19

b. We reserveren significant meer ruimte in publieke en private gebieden voor klimaatadaptatie. Hierbij streven we maximaal naar multifunctioneel ruimtegebruik, ruimte is kostbaar en schaars in onze kernen (zie ook 7.2). Dit vraagt nieuwe en innovatieve combinaties en uitvoering: de openbare ruimte, nieuwe scholencomplexen, zorginstellingen en multifunctionele gebouwen worden klimaatadaptief ontwikkeld en ingericht. Ten aanzien van de bestaande gebouwen maken we in samenwerking met de gebruikers op basis van integrale huisvestingsplannen afspraken over welke klimaatadaptieve en duurzaamheidsmaatregelen doelmatig toegepast kunnen worden en door wie. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt: natuurinclusief bouwen met volledige focus op de kansen van klimaat van de plek zelf maar zeker ook op de klimaatopgaven van de omgeving. Nieuw maakt ook het bestaande beter! (zie ook: 7.3) 2. Tegengaan van hittestress a. In de (gemeentelijke) sociale projecten worden kansen voor klimaatadaptatie meegenomen. Tijdens hittegolven is er een sociaal netwerk dat hulpbehoevenden bijstaat in het minderen en tegen gaan van hittestress, bijvoorbeeld met wijkgerichte hitteplannen, hitteprotocol voor kwetsbare ouderen en/of tropenroosters op scholen. Bij de organisatie van evenementen wordt rekening gehouden met extreme weersomstandigheden. 3. Tegengaan van wateroverlast a.

We verwerken water zoveel mogelijk op een natuurlijke manier. Dat betekent dat regenwater in de eerste plaats wordt vastgehouden en geborgen waar het valt. Bij de inrichting van de openbare ruimte houden we daarom rekening met de trits ’vasthoudenbergen-afvoeren’. Regenwater is in principe ontkoppeld van het vuilwater riool. Gemeentebreed is het mogelijk lokaal een bui van 45 mm te infiltreren in de ondergrond. Grotere buien worden probleemloos vertraagd afgevoerd. We kiezen ervoor water zichtbaar te maken in de openbare ruimte. De focus ligt hierbij niet alleen op de techniek ten aanzien van waterberging, maar ook op de natuur (‘natuurinclusief bouwen’, ‘werken met water’). Daarbij maken we interessante combinaties met groen en beleving. Zie ook Samen met de natuur. 4. Tegengaan van (effecten) van droogte a. Het grondwater laten we zoveel mogelijk op een natuurlijke manier functioneren. In nieuwe stedelijke gebieden voorkomen we dat structureel nadelige gevolgen optreden door te hoge of te lage grondwaterstanden. Ook droogteproblemen op de langere termijn worden hiermee tegen gegaan.

20

5.2

Klimaat en het productielandschap 2.0 (Profit)

Figuur 11: Klimaatdialoog raadsleden 17 september 2020

5.2.1 Strategisch doel

We faciliteren en promoten een transitie naar een nieuwe toekomstgerichte en klimaatbestendig manier van produceren zonder negatieve invloed op de omgeving.

5.2.2 Operationele doelen

1. Een gezondere werkomgeving op het HIM, zonder overlast van hitte a. Het groen in de gebouwde omgeving heeft een nieuwe taak: het ‘managen’ van hitte en wateroverlast. Door een goede inrichting van de bedrijventerreinen met voldoende schaduw en ruimte voor groen en water, kan hitte tegengegaan worden. Groen wordt toegevoegd en ten aanzien van verhardingen wordt overwogen en deze te verwijderen of te vervangen door halfverhardingen in combinatie met groen. Groen is een optimale koelmachine: beplante oppervlakken verdampen water en verlagen zo de luchttemperatuur. 2. Tegengaan van wateroverlast a. We verwerken water zoveel mogelijk op een natuurlijke manier. Dat betekent dat regenwater in de eerste plaats wordt vastgehouden en geborgen waar het valt. Bij de inrichting van de openbare ruimte houden we daarom rekening met de trits ’vasthoudenbergen-afvoeren’. Regenwater is in principe ontkoppeld van het vuilwater riool. Gemeentebreed is het mogelijk lokaal een bui van 45 mm te infiltreren in de ondergrond. Grotere buien worden probleemloos vertraagd afgevoerd. We kiezen ervoor water zichtbaar te maken in de openbare ruimte. De focus ligt hierbij niet alleen op de techniek ten aanzien van waterberging, maar ook op de natuur (‘natuurinclusief bouwen’, ‘werken met water’). Daarbij maken we interessante combinaties met groen en beleving. Zie ook Samen met de natuur. 3.

Duurzaam watergebruik a. We maken afspraken over gebruik van grond- en oppervlaktewater in de productie van gewassen en bij bedrijfvoeringsprocessen.

21

b. We optimaliseren in samenwerking met de ZLTO en het waterschap de zoetwaterbeschikbaarheid voor de landbouw en benutten hierbij de kansen ten aanzien van de verrijking van de biodiversiteit en de transitie naar kringloop-, (meer) natuurinclusieve lanbouw.

5.3

Samen met de natuur (Planet)

Figuur 12: Klimaatdialoog raadsleden 17 september 2020

5.3.1 Strategisch doel

We herstellen het evenwicht met de natuurwaarden en creëren ruimte voor natuur en biodiversiteit op elke schaal.

5.3.2 Operationele doelen

1. Kwalitatief en effectief groen is uitgangspunt. a. De groeiplaatsen van nieuwe bomen zijn optimaal ingericht, zodat de boomkronen volledig kunnen uitgroeien. Daarbij houden we rekening met schaduw en zon en de opgave ten aanzien van de energietransitie. Meer bomen moeten het opwekken van zonne-energie op daken niet onmogelijk maken. Deze twee opgave moeten in balans worden uitgevoerd. (zie ook: 7.1) b. Bewoners, instellingen en bedrijven worden ondersteund door de gemeente bij het klimaatvriendelijk maken van hun directe leefomgeving, tuinen en groenvoorzieningen. Waar mogelijk worden tegels vervangen door groen en kunnen daken groen ingericht worden. Op tijdelijk braakliggende percelen faciliteren we een tijdelijke invulling, zoals gemeenschappelijke tuinen, bloemrijke grasvelden of (tijdelijke) natuur. Hierbij zoeken we de samenwerking op met het waterschap en de natuur beherende instanties. c. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt: natuurinclusief bouwen met volledige focus op de kansen van klimaat van de plek zelf maar zeker ook op de klimaatopgaven van de omgeving. Nieuw maakt ook het bestaande beter! 2. Natuurlijke en/of blauwe dooradering a. Met waterschap, ZLTO en de terreinbeheerders zoeken we naar kansen voor een robuuste ecologische groenblauwe dooradering van de gemeente voor een solide 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=6ccd0c79-fc2b-4b99-bc9f-2c62622ce779