CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2025-2028

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Kadernota 202520.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het onderzoek naar een jeugd- en jongerenpas zal hier onderdeel van zijn. Werken volgens de OKO-aanpak betekent vooral dat alle preventieve aanpakken die we al doen, via Meer Moerdijk maar ook bijvoorbeeld TWB en de scholen, gebundeld worden en in samenhang worden bekeken. Dit is nodig om ook na te gaan of voldoende effect wordt bereikt en gestelde doelen worden gehaald, zoals ook uit de Scan Mens en Maatschappij naar voren is gekomen. Toelichting: IJsland heeft de laatste 20 jaar een community-based preventieaanpak gebruikt om het middelengebruik (alcohol, tabak en drugs) aan te pakken onder jongeren. Met succes! In 1998 was 42% van de IJslandse 15- en 16-jarigen in de laatste 30 dagen dronken geweest. In 2017 was dit nog maar 5%. Om een aanpak succesvol te maken is naast algemene en landelijke kennis, een helder beeld van de lokale situatie van belang. Bij OKO is het uitvoeren van lokaal onderzoek en het met elkaar interpreteren van de uitkomsten een van de belangrijkste pijlers. De aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) helpt gemeenten om op basis van cijfers over de lokale jeugd te werken aan gezonde en gelukkige jongeren en te voorkomen dat zij alcohol of drugs gebruiken of roken. Met de implementatie van OKO zal het preventief jeugdbeleid hiermee voor een deel worden vormgegeven.

Binnen OKO werken alle partijen in een gemeente samen aan het creëren van een positieve leefomgeving voor jongeren, zowel thuis (in het gezin) en op school, als in de vriendenkring (peergroep) en in de vrije tijd. Beschermende factoren worden waar mogelijk versterkt en risicofactoren aangepakt. Het doel van OKO op de lange termijn is het laten opgroeien van een gezonde en gelukkige generatie jongeren. Gemeenten dienen hun interesse kenbaar te maken voor OKO via de website van het Trimbos-instituut. Na goedkeuring kan worden deelgenomen aan het 4-jarige implementatietraject. Tijdens dit implementatietraject ondersteunt het Trimbos-instituut gemeenten met het werken volgens OKO, gebaseerd op de uitgangspunten van het IJslandse preventiemodel. De preventie aanpak jeugd is een onderdeel van het overkoepelende Programma Mens en Maatschappij.

28

Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het écht nodig hebben

Gemeente Moerdijk

4.4 Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) Financieel effect: 2025

2026

2027

2028

I/S

€ 131.000

€ 137.000

€ 137.000

€ 137.000

S

Onderbouwing:

• Ondersteuning door Trimbos-instituut (ca. € 15.000 per jaar). • Uitvoeren tweejaarlijkse gezondheidsmonitor door de GGD (ca. € 15.000 per jaar) • Opzetten van jaarlijkse preventieve activiteiten (ca. € 40.000 per jaar). Misschien kan dit uit bestaande middelen of herschikking daarvan, maar dit bedrag ter beschikking hebben is wel een voorwaarde om mee te doen. • Hiervoor is aanvullende formatie noodzakelijk (ca. € 186.500 per jaar). • Capaciteit binnen gemeente voor projectleiding, aanjagen van samenwerking, communicatie, en organisatie en facilitering van bijeenkomsten. 1.5 fte: een gemeentelijke projectleider 0,6 fte (uurtarief 100 euro/per uur * 22 uur per week * 45 werkweken = ca. € 99.000 per jaar); • twee andere leden van het kernteam (bijvoorbeeld preventiemedewerker GGD en beleidsadviseur gemeente: 0,5 fte GGD, schaal 10 = ca. € 48.500 per jaar • en 0,4 fte gemeente, schaal 10 = ca. € 39.000 per jaar). • Vanuit het resterende bedrag wat geraamd was voor de ontwikkeling voor het preventief jeugdbeleid vanuit het Bestuursakkoord (structureel € 120.000 per jaar). Ook kan een (alleen in 2025) klein deel van de kosten worden gedekt uit de Brede SPUK vanuit het Gezond Actief Leven Akkoord (hoofdthema Gezondheid en Sociale basis, onderdeel OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek € 5.500).

Voor de jaren ná 2025 is hiervoor vanuit het Rijk nog geen structurele financiering toegekend. Na aftrek van de aanwezige dekking in de vorm van middelen Bestuursakkoord en Brede SPUK resteert nog een ongedekt tekort van € 131.000 in 2025 en € 136.500 vanaf 2026 structureel.

29

Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het écht nodig hebben

Gemeente Moerdijk

4.5 Versterken van het Algemeen Maatschappelijk Werk als voorliggende voorziening Aanleiding: De inzet op preventie betekent een noodzakelijke versterking van vrij toegankelijke ondersteuning, hier is geen indicatie voor nodig. De afgelopen jaren zien we de druk op het Algemeen Maatschappelijke Werk (AMW) toenemen vanwege het toenemend aantal verwijzingen vanuit de eerste (medische) lijn, maar ook vanwege de toenemende vraag om inzet vanuit het Sociaal Domein van de gemeente. Welzijnsdomein (maatschappelijk werk) << Sociaal domein (gemeente) << Medisch domein Steeds meer beweging naar de lichtere ondersteuning: • Het medisch domein verwijst waar mogelijk door naar het naar het sociaal domein, of waar mogelijk meteen naar het welzijnsdomein (welzijn op recept) • Binnen het sociaal domein wordt gezocht naar lichtere vormen en waar mogelijk ook doorverwezen naar het welzijnsdomein Toelichting: In 2023 zijn eenmalige middelen beschikbaar gesteld vanuit het rijk voor het wegwerken van wachtlijsten bij het maatschappelijk werk vanwege de coronacrisis. In 2023 heeft een aantal ontwikkelingen, zoals de afronding van de Scan Mens en Maatschappij en de uitwerking van de landelijke akkoorden (GALA en IZA) de inzet op preventie en de voorliggende voorzieningen versterkt.

Het gevolg is dat AMW weliswaar de wachttijden kon oplossen, maar ook een nieuwe vraag zag ontstaan, doordat: • De inzet op preventie maakte dat (vaak nieuwe) doelgroepen het AMW wisten te vinden; 165 hulpvragen waren afgesproken, 196 zijn ondersteund in 2023 • Naast toenemende casuïstiek er ook sprake was van een vergroting van de complexiteit; Veel huiselijk geweld • Het beroep dat gemeente doet op AMW als het gaat om veiligheidscasussen jeugd, Vroeg eropaf (SHV) en samenwerking rondom WMO steeds groter is geworden; en • Huisartsen een toenemend beroep doen op AMW als voorliggende voorziening bij psychsociale problematiek, volgens het concept ‘Welzijn op recept’. Ook dient Algemeen Maatschappelijk Werk als overloop vanwege de druk op de GGZ- wachtlijstproblematiek. Vanaf 2025 zijn geen extra middelen beschikbaar. Om AMW voor de toekomst te behouden wordt niet alleen structureel in formatie geïnvesteerd, maar ook in de manier van werken. Naast normeren en normaliseren wordt gewerkt aan een verandering van individuele trajecten naar collectieve trajecten. Financieel effect: 2025

2026

2027

2028

I/S

€ 126.000

€ 126.000

€ 126.000

€ 126.000

S

Onderbouwing:

In de aanvraag 2024 zijn de kosten voor 24 uur AMW geraamd op € 120.000. Met een indexering van 5% bedragen deze kosten voor 2025 € 126.000.

30

Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het écht nodig hebben

Gemeente Moerdijk

4.6 Bijdrage Safegroup Breda Aanleiding: Een algehele renovatie van het pand van Safegroup (vrouwenopvang) in Breda. Toelichting: De vrouwenopvang is een regionale voorziening waar 14 gemeenten verantwoordelijk voor zijn. Jaarlijks draagt gemeente Moerdijk € 36.000 bij aan deze opvang. Het pand was erg verouderd en een verbouwing was zeer noodzakelijk. Gemeente Breda heeft besloten om de kosten voor te schieten, omdat de verbouwing gezien de erbarmelijke staat van het pand niet meer kon wachten. De totale kosten voor de verbouwing bedragen 6,7 miljoen euro, verdeeld over 2024 (€ 2,7 miljoen) , 2025 (€ 2,6 miljoen) en 2026 (€ 1,4 miljoen). In 2024 worden de colleges van de 14 gemeenten verzocht om bij te dragen in de kosten van de verbouwing. Deze kosten zijn niet opgenomen in de jaarlijkse bijdrage. Omdat de begrotingen van 2024 al zijn vastgesteld, neemt gemeente Breda de kosten van 2024 á € 2,7 miljoen voor eigen rekening. Gemeente Breda heeft bij het besluit tot overgaan naar de verbouwing niet het proces bij de gemeenten afgewacht en besloten de kosten voor te schieten en alle gemeenten die gebruik maken van deze voorziening later om een bijdrage te vragen, op basis van het inwoneraantal. De noodzaak van een verbouwing bestaat al heel lang. De cliëntenraad van Safegroup heeft de politiek betrokken om deze de noodzaak van de verbouwing in te laten zien.

De noodzaak komt niet zozeer voort uit achterstallig onderhoud, maar uit het feit dat het pand oud was en qua indeling/inrichting niet aansluit op de behoefte van de cliënten Het past niet meer bij deze tijd. Bijvoorbeeld: weinig privacy, groepswoningen en de behoefte aan appartementen die geschikt zijn voor vrouwen met 3, 4 of meer kinderen. Safegroup had al € 2,1 miljoen budget gereserveerd voor de verbouwing. Echter, werd Safegroup overgenomen door Juzt, waardoor de verbouwplannen stil zijn komen te liggen. Pas toen Safegroup als stichting onder de holding met SMO en Veilig Thuis is ondergebracht, zijn de verbouwplannen weer in beeld gekomen. Echter de bestuurswisseling heeft ertoe geleid dat hier de nodige tijd overheen is gegaan voor de plannen definitief waren. Gemeente Breda heeft de eerder gereserveerde middelen van Juzt ontvangen. Deze worden voor de verbouwing ingezet en daarboven op is aanvullend budget nodig. Financieel effect: 2025

2026

2027

2028

I/S

€ 139.000

€ 75.000

€0

€0

I

Onderbouwing:

De bijdrage per gemeente is bepaald op basis van de inwoneraantallen van de 14 gemeenten die verantwoordelijk zijn voor het pand.

31

Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving

Gemeente Moerdijk

Partnerschap in een veranderende samenleving We streven naar een samenleving die zo is ingericht dat inwoners zich comfortabel, prettig en veilig voelen. We werken daarbij steeds meer en hechter samen met inwoners, partners en ondernemers. Wij geloven dat samenwerken door participatie en gebiedsgericht werken bijdraagt aan betere democratische besluitvorming. Moerdijk wil een luisterende, aanspreekbare, responsieve en samenwerkende gemeente zijn. Dit vraagt om een blijvende investering en om hierbij steeds de juiste vorm te kiezen. Bij alles wat we doen, hebben we extra aandacht voor dienstverlening en digitalisering & informatisering. De manier waarop we invulling geven aan deze onderwerpen bepaalt voor een belangrijk deel hoe onze inwoners naar de gemeente kijken.

32

Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving

Gemeente Moerdijk

5.1 Doorontwikkeling gebiedsgericht werken Aanleiding: Sinds ruim tien jaar werken we in Moerdijk gebiedsgericht, dat wil zeggen dat we een werkwijze hebben ontwikkeld waarmee we als gemeente in nauw contact staan met de verschillende dorpjes en stadjes. Onder andere via de stads- en dorpstafels. Het bovenliggende doel is een gezamenlijke inspanning van gemeente, inwoners en maatschappelijke partners om de leefbaarheid in een kern op peil te houden en waar mogelijk te verhogen. Het gebiedsgericht werken vraagt om een doorontwikkeling. Om dat te kunnen realiseren is meer strategische denkkracht nodig. Om en gebiedsgericht werken verder te ontwikkelen, zowel intern als extern, en om een duidelijke koers voor de toekomst te bepalen. Toelichting: Elke tafel heeft een vaste gebiedscoördinator. Binnen de gemeente hebben we drie gebiedscoördinatoren, zij zijn verdeeld over de kernen. Waren dit in eerste instantie gedeelde functies: deels projectleider, deels gebiedscoördinator, sinds ruim vijf jaar zijn het zelfstandige functies geworden. De gebiedscoördinatoren zijn grenswerkers, samenwerkers, ze werken zowel binnen als buiten en leggen de verbinding. Gezien het belang van samenwerken en participatie (hoofdstuk 1 in het Bestuursakkoord) in onze huidige tijdsgeest zijn we op het punt gekomen om gebiedsgericht werken stevig verder te ontwikkelen. Zowel intern als extern.

Hiervoor is strategische denkkracht nodig. Stevig relatiebeheer met de voorzitters van de tafels is nodig, waarbij de tafels ondersteund worden bij hun verdere ontwikkeling en rolinvulling, sociale thema's moeten een duidelijke positie krijgen aan de tafels en de samenstelling van de tafels moet diverser. Ook intern is nog een doorontwikkeling nodig. Vraagstukken als: ‘waar zijn we als gemeente bereid om een stukje invloed op te geven en in welke mate en vorm’, ‘wat vraagt gebiedsgericht werken in de organisatie'. Daarnaast is er binnen gemeente Moerdijk sprake van stevige gebiedsontwikkeling (Zevenbergen-oost), duurzaamheidsopgave en een grote woningbouwopgave. De fysieke voorzieningen en infrastructuur worden aangelegd voor de inwoners die er wonen en verblijven. Ook dat vraagt een stevige visievorming op het gebied van participatie en gebiedsgericht werken. Tot slot is er in het sociaal domein een duidelijke beweging naar ‘zo thuis mogelijk en zo nabij mogelijk', met andere woorden. Veel zorg en ondersteuning zal weer in de wijken en de kernen moeten plaatsvinden. Een doordachte wijkgerichte of gebiedsgerichte aanpak in de kernen is hiervoor een randvoorwaarde. Financieel effect: 2025

2026

2027

2028

I/S

€ 125.000

€ 125.000

€0

€0

I

Onderbouwing:

Voor dit bedrag is het mogelijk de gewenste doorontwikkeling en koersbepaling van gebiedsgericht werken te realiseren.

33

Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving

Gemeente Moerdijk

5.2 Capaciteit arbobeleid Aanleiding: Arbo en vitaliteitsbeleid Het takenpakket van de adviseur arbeidsvoorwaarden / arbeids-juridische zaken is breed en veelomvattend. Als gevolg van snel op elkaar volgende CAO afspraken (korte looptijd CAO), veranderende wetgeving, arbeids-juridische casuïstiek, kampt de huidige functionaris al zeer lange tijd met overbelasting. Zij werkt niet alleen voor de ambtelijke organisatie, maar ook voor de ambtsdragers. We zijn hier kwetsbaar. Het tijdelijk toevoegen van formatie op beleidsniveau maakt dit risico kleiner. Daarnaast wordt vanuit de ambitie extra inzet verwacht op het gebied van duurzame inzetbaarheid. Toelichting: • In de CAO gemeenten 2024 is expliciet aandacht gegeven aan ‘duurzame inzetbaarheid’. Onderdeel hiervan is dat de organisatie in overleg met medezeggenschap vitaliteitsbeleid opstelt. Het betreft hier niet alleen het opstellen van het beleid, maar tevens het implementeren en borgen in de organisatie. In onze HR strategie is ‘duurzame inzetbaarheid’ dan ook een van de vier pijlers; In deze veranderende wereld is het belangrijk om met elkaar ervoor te zorgen dat we duurzaam inzetbaar zijn en blijven. Duurzaam inzetbaar betekent dat medewerkers doorlopend in hun arbeidsleven over mogelijkheden beschikken om nu en in de toekomst met behoud van gezondheid en welzijn te blijven werken.

• Daarnaast wordt vanuit ‘duurzame mobiliteit’ inzet verwacht om tot een CO2 reductie te komen. Vanuit de wetgeving in eerste instantie voor dienstauto’s, maar vanuit duurzaamheid is hier de ambitie dit breder te trekken. • Het arbobeleid met daarin onder andere een agressieprotocol dient te worden vormgegeven, geïmplementeerd en geborgd. Onderdelen van het arbobeleid (wettelijk kader) zijn nu deels en gefragmenteerd belegd in de organisatie. • Met de oplevering van het verbouwde gemeentehuis dient opnieuw een RIE (risico inventarisatie en evaluatie) te worden uitgevoerd en mogelijke verbeteringen te worden aangejaagd. De huidige RIE volstaat dan uiteraard niet meer. Mogelijke aanbevelingen vanuit de RIE moeten worden aangejaagd en gemonitord. Bij Moerdijk hebben we een preventiemedewerker voor 16 uur per week, waarvan 8 uur per week specifiek gewerkt wordt voor de buitendienst. De overige 8 uur is voor de gehele organisatie van Moerdijk. De preventiemedewerker is geen beleidsadviseur. De adviseur arbeidsvoorwaarden (beleidsadviseur) wordt in de praktijk hiervoor ingezet. Echter met haar taakomvang (zij is begroot op 25 uur per week) is het niet reëel dit bij haar huidige takenpakket te voegen.

Gezien de extra inzet op duurzaamheid en vitaliteit, het ontbreken van formatie in capaciteit (nu 8 uur per week beschikbaar) en het ontbreken van formatie in kwaliteit (huidige preventiemedewerker is geen beleidsadviseur), wordt voor een jaar extra middelen gevraagd de extra taken als bovengenoemd op te kunnen pakken. Financieel effect: 2025

2026

2027

2028

I/S

€ 55.000

€0

€0

€0

I

Onderbouwing:

Met dit bedrag kan met inhuur of tijdelijke uitbesteding van bovenstaande extra taken in 2025 worden gerealiseerd.

34

Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving

Gemeente Moerdijk

5.3 Capaciteit communicatie (0,67 fte) Aanleiding: Structurele dekking voor medewerker ondersteuning communicatie Toelichting: Het aantal projecten in het fysiek en sociaal domein is fors. Veel van deze projecten vragen communicatieondersteuning. Binnen het cluster communicatie werken 4 communicatieadviseurs. Gezien de grote hoeveelheid werk en de verdergaande groei in gevraagde ondersteuning op het gebied van communicatie, is drie jaar geleden een medewerker ondersteuning communicatie aangetrokken om de communicatieadviseurs operationeel te ondersteunen. In eerste instantie op tijdelijke basis. Vanwege goed presteren (jong talent) en groeiende behoefte vanuit de organisatie, is het tijdelijk contract na 3 jaar omgezet in een vast contract. Hiermee is het team communicatie structureel uitgebreid met 1 fte. Een deel van de loonkosten worden hierbij gedekt vanuit projectgelden t.b.v. communicatie. Dit betreffen werkzaamheden die direct aan projecten kunnen worden toegeschreven. Voor het andere deel werkt de medewerker ter ondersteuning van de communicatie adviseurs. Deze loonkosten zijn niet structureel gedekt in de formatie. Het is realistisch om te verwachten dat ook voor de komende jaren een deel van de inzet van de communicatiemedewerker uit projectgelden kan worden bekostigd. Voor het overige deel (24 uur) vragen we structurele dekking. Financieel effect: 2025

2026

2027

2028

I/S

€ 52.000

€ 52.000

€ 52.000

€ 52.000

S

Onderbouwing:

Medewerker beleidsuitvoering III - schaal 8 - 24 uur. De bovenstaande salariskosten zijn gebaseerd op de CAO 2024-2025, waarin de verwachte salarisverhogingen per 1 oktober 2024 zijn omgerekend naar de totale loonkosten per jaar inclusief 17,5% IKB.

35

Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving

Gemeente Moerdijk

5.4 Capaciteit werving en selectie ( 1,78 fte) Aanleiding: De krappe arbeidsmarkt, groei aantal vacatures vast personeel, groei inhuur. Toelichting: In 2023 zijn we gestart met de uitrol van de arbeidsmarktstrategie. Dit betekent een doorontwikkeling van beleid op zowel instroom, doorstroom als uitstroom. In het kader van instroom is de arbeidsmarktcommunicatie campagne Werken bij Moerdijk ‘wij houden hier wel van een uitdaging!’ opgestart. Arbeidsmarktcommunicatie is geen eenmalige uiting. Moerdijk als werkgever onder de aandacht brengen en houden om daarmee goede kandidaten nu en in de toekomst te kunnen aantrekken, vraagt structurele doorontwikkeling van arbeidsmarktcommunicatiebeleid. Naast uitingen in de arbeidsmarkt en het ontwikkelen en beheren van de content van onze nieuwe ‘werken bij’ website, vraagt de werving en selectie van nieuwe collega’s behoorlijk veel capaciteit van de afdeling P&O. De organisatie groeit, de capaciteit van de P&O adviseurs is daar niet op meegegroeid. We zien een forse uitbreiding van de werkzaamheden bij P&O op het gebied van werving en selectie van zowel vaste als tijdelijke medewerkers. Dit vanwege de groeiende ambities van de gemeente. Als gevolg van de krappe arbeidsmarkt vraagt het invullen van vaste en tijdelijke vacatures extra veel capaciteit van de P&O adviseurs en ondersteuners, naast hun reguliere werkzaamheden.

Doordat het aantal medewerkers (vast en tijdelijk) dat werkzaam is voor de gemeente flink is gestegen doet dit sowieso al een fors beroep op de huidige P&O bezetting. Daarmee is extra inzet op de arbeidsmarkt met de huidige bezetting niet toereikend. In 2024 hebben we daarom de werkzaamheden van de werving en selectie bij een tijdelijke recruiter belegd. Enerzijds om het werving en selectieproces te professionaliseren en te optimaliseren, anderzijds om de werkbelasting van de personeelsadviseurs en personeelsconsulenten hanteerbaar te houden. Ook op inhuur wordt nu tijdelijk extra capaciteit ingezet. De arbeidsmarkt blijft de komende jaren krap. Het aantal vacatures is flink gestegen en met huidige en te verwachte uitstroomcijfers blijft dit komende jaren het geval. Daarnaast is de inhuur van vaste medewerkers op incidentele gelden en tijdelijke inhuur medewerkers op incidentele gelden enorm toegenomen. Gezien de lange looptijd van grote projecten, blijft dit ook komende jaren aan de orde. Omdat de formatie van P&O niet is meegegroeid met de groei van de primaire organisatie en onze dienstverlening ten aanzien van recruitment (vast en tijdelijk) is uitgebreid, is dit niet te beleggen bij de zittende personeelsadviseurs. Daarom vragen wij voor 2 jaar capaciteit in de vorm van een recruiter (schaal 10 / 32-36 uur) en een medewerker recruitmentondersteuning (schaal 8 / 28 uur).

Dit om nu en komende 2 jaar de organisatie te kunnen blijven voorzien van voldoende personeel met de juiste kwalificaties om de opgaven te kunnen realiseren. Financieel effect: 2025

2026

2027

2028

I/S

€ 158.000

€ 158.000

€0

€0

I

Onderbouwing:

• Recruiter (schaal 10 / 32-36 uur) • Medewerker recruitmentondersteuning (schaal 8 / 28 uur) De verwachting is dat we mogelijk wat kunnen gaan besparen op de kosten van wervingsbureaus. Een vaste recruiter kan ook gericht sourcen wat mogelijk de inzet van wervingsbureaus kan verminderen. Een exact bedrag is hiervoor nog lastig aan te geven.

36

Kadernota 2025-2028

Gemeente Moerdijk

Hoofdstuk 4 - Financieel meerjarenperspectief Verwacht begrotingsresultaat 2025-2028

De in deze kadernota geformuleerde uitgangspunten (hoofdstuk 1), de budgetaanpassingen binnen het bestaande beleid en actualisatie van eerdere nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 2) en de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3) resulteren in onderstaand meerjarenperspectief. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)

2025

2026

2027

2028

Resultaat begroting 2024 (incl. 1e wijz.)

5.041

-1.898

-1.716

-1.716

-37

-62

77

-141

0

0

-49

-48

Subtotaal

5.003

-1.960

-1.688

-1.905

Uitkering gemeentefonds (algemene uitkering)

3.264

3.190

4.668

5.903

Raadsbesluiten (t/m maart 2024) Raadsvoorstellen (april en mei 2024)

Belastingopbrengsten (indexering 3,2%)

765

797

829

862

Loonkostenontwikkeling (indexering 2024 + 2025)

-1.224

-1.224

-1.224

-1.324

Prijsontwikkeling beheerplannen (indexering 4,8%)

-549

-549

-549

-549 -2.407

Budgetaanpassingen bestaand beleid (bijlage 1)

-3.582

-3.592

-3.326

Actualisatie eerdere nieuwe ontwikkelingen (bijlage 2)

-334

198

-213

-721

Verwacht begrotingsresultaat vóór nieuwe ontwikkelingen

3.344

-3.141

-1.503

-140

Nieuwe ontwikkelingen (bijlage 3)

-2.171

-2.047

-1.260

-1.260

Verwacht begrotingsresultaat na nieuwe ontwikkelingen

1.173

-5.188

-2.763

-1.400

Waarvan structureel

3.903

-2.499

-2.533

-1.440

Waarvan incidenteel

-2.730

-2.688

-229

40

Waar het jaar 2025 met een structureel verwacht begrotingsresultaat van ca. € 3,9 miljoen nog ruimschoots reëel sluitend is (meer structurele baten dan lasten), slaat dat beeld vanaf 2026 om. Vanaf 2026 wordt op basis van de huidige cijfers een structureel tekort verwacht van ca. € 2,5 miljoen in 2026 en 2027 en € 1,4 miljoen in 2028. Deze grote terugval is voornamelijk het gevolg van een forse daling van het gemeentefonds. Landelijk worden gemeenten vanaf 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd) geconfronteerd met een fors lagere uitkering uit het gemeentefonds. In hoofdstuk 5 wordt dit nader toegelicht, waarbij ook de laatste ontwikkelingen worden toegelicht over de (positieve) uitkomsten van de voorjaarsnota 2024 die onlangs is uitgebracht door het Rijk. Deze effecten zullen op basis van de nog uit te komen meicirculaire worden verwerkt in de uiteindelijke begroting 2025-2028. Voor de jaren 2025 t/m 2027 geldt verder dat de incidentele lasten hoger zijn dan de incidentele baten. Voor 2025 zou dit opgevangen kunnen worden binnen het verwachte overschot aan structurele middelen. Voor de verwachte incidentele tekorten in 2026 en 2027 zal in de uiteindelijke begroting 2025-2028 ook dekking gevonden moeten worden, waarbij dit bijvoorbeeld gedekt zou kunnen worden uit de algemene reserve.

37

Kadernota 2025-2028

Gemeente Moerdijk

Reservepositie

Bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente speelt de algemene reserve een belangrijke rol. De algemene reserve bestaat uit componenten waaraan de raad (nog) geen bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers en vormt een belangrijk deel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om tegenvallers op te vangen, zonder het beleid direct te moeten aanpassen. Dit weerstandsvermogen wordt periodiek (in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en jaarrekening) afgezet tegen de aanwezige risico’s binnen de gemeente. Op deze manier wordt gemonitord in welke mate de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen. Hieronder is de stand van de algemene reserve weergegeven ten tijde van het opstellen van deze kadernota. Algemene reserve

Bedrag (x € 1.000)

Stand na raadsvergadering 18 april 2024

€ 30.482

Af: Aan te houden weerstandsvermogen

€ 17.700 -/-

Bij: Saldo jaarrekening 2023 (voorlopig)

€

3.462

Af: Resultaatbestemming 2023 (voorlopig)

€

2.067 -/-

Vrij besteedbare ruimte na vaststellen jaarrekening 2023

€ 14.177

Deze berekening is indicatief. Het traject rondom de jaarrekening 2023 is nog niet volledig afgerond waardoor de toevoeging van het saldo van de jaarrekening nog kan wijzigen.

38

Kadernota 2025-2028

Gemeente Moerdijk

Hoofdstuk 5 - Overige ontwikkelingen en onzekerheden In deze kadernota is zoveel mogelijk rekening gehouden met actuele ontwikkelingen en inzichten. De budgetaanpassingen binnen bestaande budgetten, de actualisatie van nieuwe ontwikkelingen uit eerdere kadernota’s (hoofdstuk 2) en de effecten van de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3), zijn hierin verwerkt. Op basis daarvan is het financiële beeld t/m 2028 opgesteld. Dit is namelijk ook het tijdsbestek waarover het meerjarenperspectief in de begroting 2025-2028 moet worden geschetst. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota spelen er diverse ontwikkelingen en onzekerheden. Dit zijn ontwikkelingen die (de komende jaren) nog invloed kunnen gaan hebben op het financieel meerjarenperspectief, maar die gezien de onzekerheden of de termijn waarop die zich gaan voordoen, niet zijn verwerkt in de cijfers van deze kadernota.

Onzekerheden m.b.t. het gemeentefonds

Gemeenten zijn in grote mate afhankelijk van de inkomsten van het Rijk. De belangrijkste inkomstenbron van gemeenten is de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor de gemeente Moerdijk gaat het hierbij om ruim € 70 miljoen. Voor 2026 en verder heerst veel onzekerheid over de algemene uitkering. Zo heeft het voormalige kabinet besloten om te stoppen met de systematiek van trap-op, trap-af (de wijze waarop de algemene uitkering wordt geïndexeerd voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen). In de nieuwe systematiek wordt het gemeentefonds geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Dit leidde tot een forse daling van het gemeentefonds vanaf 2026. Onduidelijk is nog of deze index aansluit bij enerzijds de volumegroei waarmee gemeenten geconfronteerd gaan worden (bijvoorbeeld de zorgkosten als gevolg van vergrijzing en stijging van lonen) en anderzijds de loon- en prijsontwikkeling van de gemeentelijke kosten. Verder was er nog grote onzekerheid over de opschalingskorting, die tot en met 2025 was geschrapt, maar voor de jaren vanaf 2026 nog was gehandhaafd. Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen is berekend dat gemeenten hierdoor gezamenlijk geconfronteerd werden met een korting op het budget uit het gemeentefonds van ongeveer € 3 miljard in 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd), wat in de jaren daarna met ca.

0,7 miljard per jaar toenam. Dit heeft tot gevolg dat begrotingen van gemeenten onder druk zijn komen te staan. Voor de gemeente Moerdijk ging het om een bedrag van ca. € 5,5 miljoen in 2026 dat opliep tot een bedrag van 9,5 miljoen in 2029. In juli 2023 zijn deze ontwikkelingen voor de VNG aanleiding geweest om voor het eerst in haar bestaan met een begrotingsadvies te komen voor het opstellen van de begroting 2024-2027. Daarbij is geadviseerd om de lasten in de meerjarenbegroting zo realistisch mogelijk in beeld te brengen en eventuele tekorten zichtbaar te maken zonder daar als gemeente ook al acties / maatregelen voor te nemen. Ook wij als gemeente Moerdijk hebben dat advies opgevolgd in de begroting 2024-2027 die in november 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld.

39

Kadernota 2025-2028

Gemeente Moerdijk

Voorjaarsnota 2024 brengt wat meer duidelijkheid Op 15 april 2024 is de voorjaarsnota 2024 door het Rijk uitgebracht. Hierin is bekend gemaakt dat de opschalingskorting vanaf 2026 wordt geschrapt. Dit resulteert in € 675 miljoen extra middelen voor gemeenten. Voor de gemeente Moerdijk komt dat neer op ca. € 1,3 miljoen. Daarnaast is besloten om de nieuwe financieringssystematiek al vanaf 2024 in te voeren, waarbij gemeenten gecompenseerd worden voor de effecten hiervan. Dit met uitzondering van 2025, waarin het gemeentefonds eenmalig € 675 miljoen lager wordt vastgesteld. Verder is voor de Wmo-uitgaven een – nog uit te werken – aparte, geobjectiveerde indexering aangekondigd. Ook wordt het verminderen van het aantal specifieke uitkeringen door het kabinet, samen de VNG, versneld aangepakt. Hoewel er met de voorjaarsnota meer duidelijkheid en middelen beschikbaar zijn gekomen, is het landelijke financiële probleem van gemeenten hiermee nog niet opgelost. De VNG geeft in de door hen verstuurde ledenbrief aan dat zij op basis van deze resultaten hun inzet richting de formatietafel voor een goede balans tussen taken en middelen voortzetten.

Investeringen na 2028

In de aanbiedingsnota bij de begroting 2024-2027 is een doorkijk gegeven van effecten van een aantal voorziene ontwikkelingen waar op dit moment al aan gewerkt wordt en waarvan duidelijk is dat deze in de toekomst investeringslasten met zich zullen brengen. Het betreft investeringen die zich pas voordoen na de laatste jaarschijf in de meerjarenbegroting. In deze kadernota is deze doorkijk geactualiseerd. Het betreft de volgende investeringen met de daarbij behorende kapitaallasten (vanaf 2029 of later). Hierbij dient opgemerkt te worden dat de genoemde bedragen gebaseerd zijn op de huidige inzichten. Toekomstige ontwikkelingen kunnen nog een grote invloed hebben op de uiteindelijke hoogte van deze investeringen. Tabel: Investeringen* en kapitaallasten na 2028 Omschrijving (bedragen x € 1 mln)

Indicatie investering OUD

Indicatie investering NIEUW

Indicatie kapitaallast

Vermoedelijk jaar realisatie

Gemeenschapshuis Willemstad

4,6

4,7

0,3

2028

School en gymzaal Willemstad

8,5

8,8

0,4

2028

Schoolontwikkeling Klundert

10,6

11,1

0,6

2028

2e gymzaal Zevenbergen

2,8

3,2

0,2

2029

Nieuwbouw Niervaert Klundert

19,7

22

1,2

2029

Scholenontwikkeling Zevenbergen

7,8

8,8

0,4

2029

Zuidrandtunnel (netto)

21,4

21,4

0,8

2029

Stationstunnel Zevenbergen (netto)

15,4

15,4

0,6

2029

Inrichting stationsomgeving Zevenbergen**

-

20

1,3

2030

Transformatiegebied Zevenbergen-Noord***

-

5

pm

2031

Permanente voorziening Roode Vaart-centrum Zvb****

-

2

0,1

2028

Verduurzaming bestaande zwembaden*****

-

2

0,1

pm

Totaal

90,7

124,4

6,0

*de investeringsramingen betreffen een globale inschatting. Voor nagenoeg al deze bedragen geldt dat hier nog geen uitgewerkte kostenraming voor is opgesteld. De bedragen zijn gebaseerd op normbedragen (o.a. onderwijshuisvesting; waarbij geen rekening is gehouden met de inrichting van de openbare ruimte) en ervaringen uit het verleden. Zoals gezegd zijn dit ‘zachte’ bedragen. De investeringen zijn daarbij geïndexeerd naar het vermoedelijke jaar van realisatie. De investering voor de Niervaert is gebaseerd op de gegevens zoals die zijn opgenomen in het raadsbesluit december 2023 en de investeringen voor de Zuidrandtunnel en de Stationstunnel zijn gebaseerd op de gegevens zoals die zijn opgenomen in het raadsbesluit van september 2023.

40

Kadernota 2025-2028

Gemeente Moerdijk

De uiteindelijke hoogte van de investering is afhankelijk van de definitieve invulling van het plan. Daarnaast betekent een aanpassing van de planning (naar latere jaren) ook een wijziging van de hoogte van de investering, aangezien dan rekening gehouden moet worden met een eventuele verdere kostenstijging. Verder kan ook de renteontwikkeling nog effect hebben op de uiteindelijke hoogte van de kapitaallasten. Dit betekent dat er al met al nog veel onzekerheden zijn en er pas bij aanbieding van het betreffende raadsvoorstel meer duidelijkheid zal zijn. De laatste 4 plannen uit bovenstaande tabel worden hieronder nader toegelicht.

** Inrichting stationsomgeving Zevenbergen De besluitvorming wordt begin 2025 verwacht. De indicatieve eerste inschatting is € 20 miljoen, exclusief de inbreng van gronden en het resultaat uit vastgoedontwikkelingen in het gebied. Daarnaast wordt de mogelijkheid van cofinanciering verkend. Het vermoedelijke eindjaar van realisatie is 2030. Naar verwachting gaat het vooral om investeringen in de openbare ruimte, deze zullen een kapitaallast opleveren vanaf 2031. Vooralsnog uitgaande van een afschrijvingstermijn van 25 jaar en 2,5% rente, levert een investering van € 20 miljoen een kapitaallast op van € 1,3 miljoen per jaar.

41

Kadernota 2025-2028

Gemeente Moerdijk

*** Transformatiegebied Zevenbergen-Noord De besluitvorming is eind 2024 voorzien. De ontwikkeling van enerzijds de Vloeivelden en anderzijds het industrieel erfgoed (ca. 400 woningen) zullen niet kunnen worden gerealiseerd zonder een financiële bijdrage vanuit de gemeente. De omvang wordt op dit moment ingeschat op € 5 miljoen maar is nog afhankelijk van het onderhandelingsresultaat met de ontwikkelaar. De gemeentelijke bijdrage zal naar de huidige inzichten waarschijnlijk in 2031 plaatsvinden. Na overdracht van de openbare ruimte bij realisering van (deel)gebieden aan de gemeente ontstaan voor de gemeente de reguliere onderhoudskosten voor deze ruimte. We verwachten vooralsnog dat deze kosten gecompenseerd kunnen worden door de extra inkomsten vanuit de algemene uitkering en de ozb. Er is tot op heden hiervoor nog geen berekening gemaakt. **** Permanente Voorziening 10m3/s (overkluizing Noord) Roode vaart – centrum Zvb Voor deze permanente voorziening is binnen het krediet van de centrumontwikkeling Zevenbergen onderdeel haven een bedrag van € 600.000 gereserveerd. De kosten voor een dergelijke voorziening worden op dit moment geschat op een bedrag van € 5 miljoen. Met de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta worden gesprekken gevoerd over een mogelijke bijdrage. Indicatief hopen we uit te komen op een bijdrage vanuit de gemeente van € 2 miljoen.

De realisatie wordt omstreeks 2028 verwacht. Afhankelijk van wie eigenaar wordt leidt de bijdrage vanuit Moerdijk tot een eenmalige last ten laste van de algemene reserve of tot kapitaallasten die binnen de begroting moeten worden gedekt (vanaf 2029). Een investering van € 2 miljoen geeft een kapitaallast van € 130.000 per jaar (25 jaar afschrijving; 2,5% rente). ***** Investering in verduurzaming bestaande zwembaden (exclusief de Niervaert) De raad heeft eind 2023 besloten ook een perspectief van 25 jaar te geven aan de zwembaden in Fijnaart, Willemstad en Zevenbergen. Daartoe worden verduurzamings- en exploitatieplannen opgesteld, zodat inzichtelijk wordt op welke wijze en tegen welk kosten de baden verduurzaamd kunnen worden. De besluitvorming over die plannen wordt begin 2025 verwacht. Op basis van het raadsbesluit december 2023 wordt op dit moment uitgegaan van een indicatieve investering van € 2 miljoen. Uitgaande van een afschrijvingstermijn van 25 jaar en 2,5% rente levert dit een kapitaallast op van € 130.000 per jaar. Niet uit te sluiten is dat naar aanleiding van de uitwerking van de verduurzamingsplannen en ambities extra investeringen noodzakelijk blijken. Verder zijn er diverse overige projecten die nu al worden opgepakt, maar waarbij het nog niet zeker voor alle projecten duidelijk is of de gemeente hier financieel in moet participeren.

Zonder uitputtend te zijn gaat het o.a. om: • Stationsgebied Lage Zwaluwe • Ontsluiting LPM-terrein in combinatie met Stationsgebied Lage Zwaluwe • Foodcourt Kanters • Truckparking A16 • Groenvliet Standdaarbuiten • Woningbouw kleine kernen • Herontwikkeling IJshof • De Donk Zevenbergen

42

Kadernota 2025-2028

Gemeente Moerdijk

Wat betekent dit voor het geschetste meerjarenperspectief?

De in dit hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zullen in toekomstige jaren een (financieel) effect gaan hebben. Gezien de onzekerheden en het tijdsbestek waarin deze ontwikkelingen gaan spelen is met deze ontwikkelingen nog geen rekening gehouden in de cijfers van deze kadernota. Vanuit dit oogpunt worden hieronder indicaties gegeven van de effecten die dit kan gaan hebben op het meerjarenperspectief 20252028. In hoofdstuk 4 is geschetst dat op basis van de huidige inzichten onderstaand structureel begrotingsresultaat wordt verwacht. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)

2025

2026

2027

2028

Verwacht begrotingsresultaat (structureel)

3.903

-2.499

-2.533

-1.440

Onzekerheden gemeentefonds

Op 15 april 2024 is de voorjaarsnota 2025 door het Rijk uitgebracht. De belangrijkste financiële effecten die hieruit voortkomen zijn het vanaf 2026 afschaffen van de opschalingskorting (wat landelijk een voordelig effect heeft van € 675 miljoen). Hiertegenover staat dat het gemeentefonds in 2025 eenmalig € 675 miljoen lager wordt vastgesteld. Voor de gemeente Moerdijk gaat het om de volgende bedragen: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)

2025

2026

2027

2028

Voorjaarsnota 2024 – afschaffen opschalingskorting

0

1.300

1.300

1.300

Voorjaarsnota 2024 – eenmalige korting gemeentefonds

- 1.300

0

0

0

De effecten van de voorjaarsnota zullen uiteindelijk verwerkt worden in de meicirculaire 2024. Doordat wij onze ramingen voor het gemeentefonds baseren op die meicirculaire, zullen de meest actuele inzichten van dat moment dus verwerkt worden in de begroting 2025-2028. Zoals in dit hoofdstuk is toegelicht is berekend dat gemeenten landelijk geconfronteerd werden met een korting op het budget uit het gemeentefonds van ongeveer € 3 miljard in 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd), wat in de jaren daarna met ca. 0,7 miljard per jaar toenam. Voor de gemeente Moerdijk ging dit om een bedrag van ca. € 5,5 miljoen in 2026 dat opliep tot een bedrag van 9,5 miljoen in 2029. Ondanks het feit dat er met de voorjaarsnota 2024 wat meer duidelijkheid en middelen zijn gekomen, is hiermee het landelijke financiële probleem van gemeenten nog niet opgelost. De VNG blijft hierover dan ook in gesprek met het Rijk. De lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een inschatting te maken op welk moment exact meer duidelijkheid is te verwachten. Op dit moment is het gissen in hoeverre het Rijk verder gehoor gaat geven aan het standpunt vanuit de VNG en met (meer) maatregelen komt die de financiële positie van gemeenten bevordert.

Juist vanwege de onzekerheden is het op dit moment onmogelijk om een concrete inschatting te maken van de middelen die mogelijk verder nog vanuit het Rijk worden ontvangen.

Investeringen na 2028

Het op dit moment te berekenen financieel effect van de in dit hoofdstuk toegelichte investeringen na 2028 komt neer op een kapitaallast van € 1,4 miljoen in 2029 oplopend tot € 6 miljoen in 2031. Met deze investeringslasten loopt het structureel tekort vanaf 2029 op waarbij nog niet voor alle investeringen een indicatie is gegeven. Nu is het natuurlijk zo dat besluitvorming over deze ontwikkelingen (m.u.v. de Zuidrandtunnel) nog plaats moet vinden en er altijd de mogelijkheid bestaat dat zaken niet doorgaan of verder worden doorgeschoven waardoor het beeld er anders uit komt te zien. Daar staat tegenover dat er in de komende jaren ook nog zaken naar voren zullen komen waar nu helemaal nog geen rekening mee is gehouden. Het toekomstperspectief is niet meer dan een indicatie.

43

Kadernota 2025-2028

Gemeente Moerdijk

Hoofdstuk 6 - Vervolgaanpak richting het opstellen van de begroting 2025-2028 Op basis van deze kadernota wordt duidelijk dat het gepresenteerde meerjarenperspectief vanaf 2026 negatief is (meer structurele lasten dan baten). Ook is duidelijk dat dit voornamelijk het gevolg is van een dalende uitkering uit het gemeentefonds en dat dit landelijk bij veel gemeenten ervoor zorgt dat er vanaf 2026 tekorten dreigen te ontstaan. Hoewel in de voorjaarsnota een aantal positieve maatregelen door het Rijk zijn aangekondigd, maken de lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet het lastig om een inschatting te maken op welk moment exact meer duidelijkheid is te verwachten over deze (veruit grootste) inkomstenpost van de gemeente. Hoewel op basis van deze kadernota voor het jaar 2025 nog een sluitende begroting wordt verwacht, is het met het oog op de verwachte tekorten vanaf 2026 verstandig om na te denken over de verdere acties richting het opstellen van de begroting 2025-2028.

VNG begrotingsadvies 2025-2028

Gezien de aanblijvende onzekerheden heeft de VNG op 1 maart 2024 een advies afgegeven voor de begroting 2025-2028. Vanwege de onzekerheid is hierbij gekozen om een advies te geven in 2 delen. In het 1e deel van het advies roept de VNG op om te anticiperen op de korting van de algemene uitkering vanaf 2026 en eventuele ombuigingen in kaart te brengen, maar ze nog niet door te voeren. Het 1e deel van het advies komt er in het kort op neer om: 1. Een reële meerjarenbegroting 2025-2028 op te stellen 2. Maatregelen in beeld te brengen 3. Daarbij vooral te focussen op medebewindstaken Het volledige 1e deel van het advies is opgenomen in bijlage 4. Na het uitkomen van de voorjaarsnota 2024 heeft de VNG aangekondigd om binnenkort met het 2e deel van het advies te komen.

Project ‘onderzoek naar mogelijkheden vergroten structurele begrotingsruimte’

Mede gezien het feit dat duidelijkheid vanuit Den Haag op zich liet wachten, is reeds in de aanbiedingsnota bij de begroting 2024-2028 (november 2023) aangegeven dat het college in 2024 met de organisatie zal verkennen hoe de structurele ruimte binnen de begroting kan worden vergroot. Dit is in lijn met het nu afgegeven advies door de VNG en dit onderzoek is als project opgepakt waarin reeds de eerste voorbereidende stappen zijn gezet. Het project is er op gericht dat bij het aanbieden van de begroting 2025 de resultaten van het onderzoek bekend zijn (september/oktober 2024). Deze resultaten zijn dan nog niet tot in detail uitgewerkt, maar geven de verschillende opties op hoofdlijnen aan. In combinatie met de dan actuele inzichten (o.a. uitkomsten van de meicirculaire 2024), het 2e advies van de VNG en ons financiële meerjarenperspectief kan dan bepaald worden welke vervolgacties we hierop als gemeente willen/moeten gaan nemen.

44

Bijlagen

Gemeente Moerdijk

Bijlage 1 - Budgetaanpassingen bestaand beleid -/- = voordeel Progr.

Onderwerp

Begrotingspost

2025

2026

2027

2028

1

Bijdrage gemeenschappelijke regeling OMWB

Diversen/44334

280.000

280.000

280.000

280.000 Op basis van de voorlopige begroting 2025 van de OMWB neemt de deelnemersbijdrage 2025 voor Moerdijk toe. Deze stijging bestaat uit een structurele en incidentele component .

Toelichting en onderbouwing

1

Bijdrage gemeenschappelijke regeling OMWB

Diversen/44334

120.000

-

-

2

Groenbeheer / bestek Bomen

657001 / 43825

50.000

50.000

50.000

50.000 Jaarlijks wordt 1/3 van het boomareaal en alle attentiebomen gecontroleerd op conditie en vitaliteit. Hieruit komt een maatregelenpakket dat in het kader van de zorgplicht opgevolgd dient te worden. Naast deze maatregelen, ontvangen we ook met regelmaat verzoeken om snoei ivm overhangende of ander soort overlast gevende takken. Op basis van een raamovereenkomst worden deze werkzaamheden uitgevoerd. Vaak gaat het hierbij om maatregelen op basis van veiligheid. Gebleken is dat het huidige beheerbudget voor bomen niet voldoende is om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren. Een aanvullend budget is benodigd om de maatregelen uit te kunnen voeren.

2

Areaaluitbreiding onkruidbestrijding en groenbeheer

621007 en 657001

54.000

54.000

54.000

54.000 Financieel effect van areaaluitbreiding (2% uitbreiding) onkruidbeheersing en groenbeheer.

2

Watertaken (baggerwerkzaamheden haven Willemstad)

657002/43820

-

150.000

-

- De gemeente is eigenaar van de haven van Willemstad en dient dan ook zorg te dragen voor de instandhouding hiervan. Het doorstroomprofiel van de Haven dient op diepte gebracht te worden. Metingen dienen nog plaats te vinden maar op basis van oppervlakte en ervaringcijfers is een inschatting gemaakt welke kosten dit met zich meebrengt. Daarnaast hebben wij niet alleen ontvangstplicht, maar staan wij aan de lat voor het gehele werk. In 2025 worden metingen uitgevoerd.

2

Watertaken (baggerwerkzaamheden Klundert)

657002 / 43820

100.000

-

-

- Het waterschap is verantwoordelijk voor het groot onderhoud aan de binnengracht van Klundert aan de zuidzijde. Gebleken is na peiling dat de laag aanwezige baggerspecie te dik is en hierdoor het doorstroomprofiel belemmerd. Het waterschap heeft dan ook besloten deze watergang en de watergang in het centrum van Klundert in 2025 te gaan baggeren. De gemeente heeft hier als aanliggend eigenaar de ontvangstplicht van de baggerspecie en is verantwoordelijk voor de afvoer en verwerking hiervan. De laagdikte is fors en op basis van een grove raming dient het beschikbaar budget opgehoogd te worden met € 100.000

2

Bijdrage gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio (obv conceptbegroting 2025)

513.000-

513.000-

513.000-

513.000- Op basis van een wijziging van de verdeelsleutel die gebaseerd is op de CEBEON-verdeelsleutel die toegepast wordt bij de verdeling van het gemeentefonds gaat de bijdrage voor Moerdijk tov 2024 aanzienlijk omlaag. Op basis van de meicirculaire 2023 wordt het aandeel van Moerdijk 3,29% (dit was 4,20%). De verlaging van de bijdrage voor Moerdijk loopt dan in de pas met de lagere vergoeding die Moerdijk uit de algemene uitkering ontvangt voor het subcluster Brandweer en rampenbestrijding.

2

Kapitaallasten wegbeheer

99.000-

99.000- Verlaging kapitaallasten jaarschijf 2027 en 2028. Dit m.b.t. verwerking 1e begrotingswijziging 2024 (wijzigingen bij vaststelling begroting) waarbij abusievelijk te hoge kapitaallasten waren verwerkt.

- Zie regel hierboven.

45

Bijlagen

Progr.

2025

2026

2027

2028

Gemeente Moerdijk

Onderwerp

Begrotingspost

4

Armoedebeleid

663005 /div. kostensoorten

50.000

50.000

50.000

50.000 Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur zien beide een stijging in de aantallen aanvragen. In 2023 heeft Stichting Leergeld het tekort gedekt uit eigen middelen. In 2024 kunnen we via aanvullende middelen voor armoedebestrijding en schuldhulpverlening deze kosten incidenteel dekken. Ook is de zwemvergoeding bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur geïndexeerd (de bijdrage dateerde uit 2011, zie collegevoorstel 23 januari zaaknr: 1034136). Dit brengt een grote kostenstijging met zich mee. Ook dit tekort kunnen we incidenteel dekken binnen het huidige armoedebeleid alsook de aanvullende middelen voor armoedebestrijding en schuldhulpverlening vanuit het Rijk. Vanaf 2025 is er structurele dekking nodig voor deze kosten. Indien deze dekking er niet is, betekent dit dat afwijzingen voor aanvragen zullen volgen wanneer het budget volledig is gebruikt en het einde van het jaar nog niet is verstreken.

Toelichting en onderbouwing

4

Openbare bibliotheek / Budgetsubsidies

656000 /44384

115.000

115.000

115.000

115.000 Bibliotheek West-Brabant staat voor een aantal financiële uitdagingen. Het eigen vermogen van de bibliotheek daalt naar verwachting van € 1,3 miljoen in 2019 naar 0,3 miljoen in 2024. Daarmee verslechtert de weerstand van de bibliotheek aanzienlijk. Tegenvallers in het exploitatieresultaat kunnen niet langer opgevangen worden zonder in liquiditeitsproblemen te raken. De negatieve resultaten in de afgelopen jaren (en 2024) worden veroorzaakt door cao stijgingen van ruim 4% tot wellicht zelfs 10% in 2024 en overige kosten met inflaties van minimaal 4% tot zelfs 14%. De subsidies (zowel basis als plus) groeien niet recht evenredig met het kostenniveau van de bibliotheek mee. In het vigerende regionale convenant is opgenomen dat de Bibliotheek voor loonkostenstijging de CAO volgt (zij kan niet anders). Voor 2023 was dit ruim 4%. Voor de overige kosten wordt uitgegaan van de consumentenprijs index (CPI). Voor 2023 was de gemiddelde CPI 3,9%. Echter de deelnemende gemeenten hanteren hun eigen indexeringsbeleid dat veelal (fors) lager uitpakt (2,8% voor de grote gemeentes en 7% voor de kleinere gemeentes) ten opzichte van de kostenstijgingen van de Bibliotheek. Gemeente Moerdijk heeft een index toegepast van 4,4%.

De Bibliotheek West-Brabant heeft de kosten voor instandhouding van de bibliotheekvoorziening, zoals vastgelegd in het regionale convenant de afgelopen jaren te laag begroot en verzoekt daarom het basisbedrag per inwoner te verhogen met € 3. Dit houdt voor de gemeente Moerdijk in dat het basisbedrag vanaf 2025 dan verhoogd wordt met € 3 per inwoner van € 8,88 naar € 11,88, wat tot gevolg heeft dat de subsidie aan de bibliotheek verhoogd dient te worden met circa € 115.000 per jaar. Neerwaarts de kosten bijstellen kan de bibliotheek nagenoeg uitsluitend doen door haar personeelsbestand neerwaarts bij te stellen. Dit is tegenstrijdig met de maatschappelijke ontwikkelingen waarbij steeds meer (plus)taken op de Bibliotheek afkomen. Een andere mogelijke oplossing is om de tekorten deels te dekken uit verlaging van de subsidies voor de plustaken, maar dit is niet wenselijk. Het gaat dan om beperken van de dienstverlening in de verschillende vestigingen, aanpassing van de programmering zoals Bibliotheek op school en Boekstart in de kinderopvang. Er zullen dit jaar gesprekken gevoerd worden tussen de Bibliotheek West-Brabant en de gemeente Moerdijk en op basis daarvan zal duidelijk worden wat er daadwerkelijk nodig is aan extra subsidieverstrekking aan de bibliotheek.

4

Bijdrage gemeenschappelijke regeling Geweld In Afhankelijkheidsrelaties (GIA) (Veilig Thuis en Safegroup) en Meldpunt Crisiszorg West-Brabant

662000 Algemene voorzieningen wmo en jeugd - 44320 667401 Crisis LTA deel met verblijf - 43410

66.000

58.000

58.000

58.000 Aanvullende bijdrage GR GIA en Meldpunt Crisiszorg ten behoeve van het op pijl houden van de huidige structurele taken en activiteiten. De kosten vallen hoger uit, omdat er in eerdere ramingen rekening werd gehouden met lagere personeelskosten en energiekosten. Bovendien is in de bijdrage een inflatiecorrectie verwerkt, omdat daar in de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DUVO) geen rekening mee werd gehouden. Uit de meicirculaire 2024 moet nog blijken of hiervoor wordt gecompenseerd. Daarnaast wordt het Meldpunt Crisiszorg doorontwikkeld. Met incidentele inzet wordt de basis op orde gebracht, maar er is structureel geld nodig voor structurele borging (€ 58.000. Voor het implementatietraject in 2025 zijn in 2025 ook incidentele middelen nodig (€ 8.000).

46

Bijlagen

Progr.

Gemeente Moerdijk

Onderwerp

Begrotingspost

2025

2026

2027

2028

4

Inhuur jeugdproffesionals

662006 / 43510

162.000

162.000

162.000

162.000 Spring heeft de prijs van een voltijds equivalent (FTE) jeugdprofessional in 2024 voorlopig geïndexeerd met 10% ten opzichte van 2023. Dit betekent dat de voorlopige FTE-prijs voor 2024 is gestegen naar € 108.775. De berekening is gemaakt aan de hand van het gemiddelde aantal jeugdprofessionals van 15,5 FTE’s per jaar. Er wordt verwacht dat in 2025 de prijzen verder worden geïndexeerd.

Toelichting en onderbouwing

4

Crisis LTA deel met verblijf (jeugdwet)

667401/43412

200.000

200.000

200.000

200.000 Door een overgang van contractvorm van een jeugdhulp aanbieder vallen deze kosten nu onder LTA in plaats van RTA. In voorgaande jaren is juist afgeschaald op LTA door sturing op RTA. Dat wordt nu deels teruggedraaid voor een aantal specifieke jeugdhulp vormen. We zien een verschuiving van kosten van NVTZ-Gezinsgericht naar Crisis LTA deel met verblijf. Het uitvoeren van deze zorg is een wettelijke taak (Jeugdwet).

4

NVTZ- gezinsgericht (Jeugdwet)

667302/43412

522.000

522.000

522.000

522.000 Binnen deze begroting post valt de complexe zorg zonder verblijfs component. Toename van complexere zorg in de 2de helft van 2023 is duidelijk zichtbaar. Vanwege sturing op afschaling van gesloten jeugdhulp is ook op deze post een stijging van de kosten zichtbaar. Deze trend is al langer voelbaar maar komt nu ook duidelijk in de cijfers terug. Los daarvan staat dat 200.000 aan kosten zullen overgaan naar budget Crisis LTA deel met verblijf. Het uitvoeren van deze zorg is een wettelijke taak (Jeugdwet).

4

NVTZ- Jeugdhulp dagbesteding

667205/43412

400.000

400.000

400.000

400.000 Afgelopen tijd zien we een flinke toename in dit type zorg (profiel 7 en 10). Het gaat om zorg voor jeugdigen met een verstandelijke beperking, of behandelen van complexe problematiek bij 0-6 jarige. Zowel de omvang als de duur van deze trajecten nemen fors toe. De verwachting is dat de stijging in zowel aantallen als in zorgzwaarte zal aanhouden. Het uitvoeren van deze zorg is een wettelijke taak (Jeugdwet).

4

NVTZ-Jeugdhulp met verblijf overig

667303/43412

450.000

450.000

450.000

450.000 Binnen deze begrotingspost vinden we de complexere zorg met een verblijfscomponent Omdat deze tracjecten per stuk veel geld kosten en qua aantallen relatief laag zijn kunnen enkele jeugdige zorgen for een forse toenemame op dit budget. We zien een stijging qua aantallen jeugige welke lijkt door te zetten. Het uitvoeren van deze zorg is een wettelijke taak (Jeugdwet).

47

Bijlagen

Progr. 4

Onderwerp

Begrotingspost

2025

2026

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming

500303 Team Jeugd / 43861 Externe adviseurs

120.000

100.000

2027

2028 -

Gemeente Moerdijk

Toelichting en onderbouwing - Voor de uitvoering van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming moeten we in 2026 sterke lokale teams hebben staan. Het lokale team is de infrastructuur van hulp en ondersteuning, vragen en advies. Het heeft brede basiskennis over alle thema's binnen het sociaal domein. Dit brengt een grote structuurwijziging teweeg. Vanuit de regionale programmaleider is het verzoek gedaan om lokaal een beleidsinhoudelijk aanspreekpunt naar voren te brengen, alsook een lokale projectleider. De taken van deze projectleider passen niet binnen de bestaande formatie en takenpakketten, waardoor het wenselijk is om een projectleider in te huren voor circa. 24-28 uur per week voor twee jaar (2025 en 2026). Deze uren zijn bepaald op basis van de grootte van de opgave (implementatie sterke lokale teams) en beschikare capaciteit op deze opgave bij andere gemeenten in de regio. Dit urenaantal wordt ook door de regionale programmaleider onderschreven. Op 26 maart besluit het college over het programmaplan toekomstscenario kind- en gezinsbescherming om commitment uit te spreken voor dit plan en lokaal te zorgen dat er binnen de gemeentelijke organisatie de benodigde personele inzet beschikbaar is voor de uitvoering van het programmaplan. Deze ontwikkeling op zichzelf is nóg geen wettelijke taak, maar betreft een bestuurlijke afspraak tussen de VNG, het JenV en VWS.

Als we dit doen dragen we bij aan de noodzaak voor verbetering en vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen en het bieden van betere ondersteuning aan kinderen en volwassenen in onveiligheid om een duurzame veilige thuissituatie te creëren, in opdracht van de VNG en het ministerie van JenV. Zie hierover de kamerbrief van 30 maart 2021: Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. En de kaderbrief van 31 januari 2024: Aanbieding rapport Adviescommissie Rechtsbescherming en Rechtsstatelijkheid in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Lokaal betekent dit dat we vanaf 2026 sterke lokale teams hebben staan, die werken volgens de principes van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming: gezinsgericht, rechtsbeschermend en transparant, eenvoudig en lerend voor onze inwoners van 0 tot 100 jaar. In de kadernota / begroting 2024 is hier al 50.000 euro budget voor opgenomen voor 2024 en 2025 ( met dekking uit de reserve sociaal domein). De middelen die hiervoor beschikbaar zijn gesteld in 2024 worden in 2024 niet besteed, omdat we een regionale planning aanhouden en gelijktijdig met alle andere gemeenten uit de regio optrekken. De middelen uit 2024 worden daarom overgeheveld naar 2026. Effectief betekent dit dus een verschil in 2026 van 100.000 euro.

4

Jeugdbescherming (jeugd, veiligheid, reclassering en opvoeding)

668200 / 43412

338.000

338.000

338.000

338.000 Met ingang van 2024 zijn er nieuwe tarieven voor jeugdbescherming en jeugdreclassering vastgesteld. Deze tarieven gelden voor 2024 en 2025. Dit zorgt voor een gemiddelde stijging van 10% van de totaalkosten tov 2023. De actuele begroting staat op 527.000. Dit budget is in 2023 ruim overschreden door bijkomende kosten voor de GI's, zoals extra indexering en beschikbaarheidsfinanciering. In het nieuwe tarief 2024 en 2025 zitten deze bijkomende kosten in het tarief en worden niet meer apart doorberekend. Bij een relatief gelijkblijvend aantal beschermingsmaatregelen 2023 en de nieuwe tarieven van 2024, komen we op ingeschatte afwijking van € 338.000 voor 2025 en verder tov van de huidige begroting. - Onderbouwing: begroot: 527.000 / uitgegeven aan maatregelen 2023: ong. 679.000 = - 152.000 afwijking + 195.000 (inschatting 10% tariefsverhoging) = 347.000 (afgerond 338.000).

48

Bijlagen

Progr. 4

Gemeente Moerdijk

Onderwerp

Begrotingspost

2025

2026

2027

2028

Wmo begeleiding (uitkeringen in natura & uitkeringen PGB)

667100 / 43410 & 43411

112.000

112.000

112.000

112.000 Aanpassing raming voor voorzieningen Wmo begeleiding op basis van recentere gegevens over de aantallen indicaties en de indexering van de tarieven. In 2023 was er een geleidelijke stijging te zien in het aantal indicaties voor begeleiding.

Toelichting en onderbouwing

We verwachten dat eind 2024 er 376 cliënten in begeleiding zullen zijn. Deze stijging verloopt geleidelijk en er wordt gestuurd op afschaling, normalisatie en het gebruik van voorliggende voorzieningen. Voor de jaren 2026 en volgende gaan we vooralsnog uit van een gelijkblijvend aantal indicaties voor begeleiding. De doorgevoerde indexering van de tarieven voor de producten begeleiding Zorg in natura in 2023 en 2024 en de verwachte indexering vanaf 2025 leidt tot een kostenstijging van circa € 133.000. De kosten voor de PGB's begeleiding stijgen. Deze stijging wordt meer dan gecompenseerd door een wijziging in de mix van type indicaties voor begeleiding Zorg in natura dan waarmee in de raming voor de begroting 2024 rekening was gehouden. Bijvoorbeeld minder (duurdere) indicaties Begeleiding stabilisatie midden en hoog en meer (goedkopere) indicaties Begeleiding stabilisatie laag. Per saldo heeft dit een positief effect op de raming van circa € 21.000. 4

Wmo huishoudelijke hulp (uitkeringen in natura)

667101 / 43410

292.000

359.000

359.000

459.000 Aanpassing raming voor voorzieningen Wmo huishoudelijke ondersteuning op basis van recentere gegevens over de aantallen indicaties en de indexering van de tarieven. In 2023 was er een toename van 49 voorzieningen voor huishoudelijke ondersteuning waarmee het totaal aantal voorzieningen eind 2023 945 bedraagt. De stijging bleef beperkter dan was verwacht. Een mogelijke verklaring hiervoor kan de inzet van reablement zijn geweest, waardoor veel aanvragen voor huishoudelijke ondersteuning zonder of met een lichtere Wmo-indicatie opgelost konden worden. De stijging in cliënten vond vooral plaats in de groep van HO-light, in plaats van de verwachte groep van HO-stabilisatie. De doorgevoerde indexering van de tarieven voor de producten Huishoudelijke ondersteuning Zorg in natura in 2023 en 2024 en de verwachte indexering vanaf 2025 leidt tot een kostenstijging van circa € 470.000. Daarnaast verwachten we in 2024 en 2025 een stijging van 60 indicaties voor huishoudelijke ondersteuning per jaar. Deze stijging is wel lager dan waarmee in de begroting 2024 rekening werd gehouden. Daarnaast wordt een kostenbesparing gerealiseerd door een andere mix van type indicaties voor huishoudelijke ondersteuning dan waarmee in de raming voor de begroting 2024 rekening was gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=cd949c6a-7368-4b40-b9fa-b86235f01fb1