CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

HD Bijlage 2.IV - Handboek huisvesting bewegingsonderwijs - speellokaal

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Afronding initiatieffase MFA Willemstad8.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Handboek huisvesting bewegings­ onderwijs speellokaal KVLO 2021

Colofon Titel Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal

Versie Augustus 2021

Auteur Jorieke Steenaart (KVLO, onderwijsadviseur) co-auteur Annet Komen (KVLO, kenniscentrum)

Fotografie Anita Riemersma

Dit document is gebaseerd op: • enquête ‘bewegen in het speellokaal’ (KVLO, februari 2020) • Modelverordening 2020 • Arbocatalogus PO • informatie vanuit de werksessies werkveldbetrokkenen speellokaal: - methoden: Basislessen voor kleuters in de speelzaal, Bewegingsonderwijs in het speellokaal, Beter spelen en bewegen met kleuters - opleidingsinstituten: PABO’s - vakgroepcoördinatoren en betrokken vakdocenten kleuters - leveranciers Nijha, Janssen en Fritsen, Bosan en Schilte - adviesinstanties: Ruimte-ok, arbocatalogus PO.

Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding

2

Zinzendorflaan 9 3703 CE Zeist T: 030 692 0847 E: info@kvlo.nl

W: www.kvlo.nl

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Inhoud Aanleiding

4

DEEL A Algemene informatie

5

1. Inleiding huisvesting speellokaal 2. Eigendom en verantwoordelijkheid 2.1 Verantwoordelijkheden gemeente 2.2 Verantwoordelijkheden eigenaar (school of gemeente) 2.3 Verantwoordelijkheden werkgever 3. Beschikbaarheid accommodatie voor uren bewegingsonderwijs

6 7 7 8 8 10

DEEL B Normen, adviezen, tips

11

4. Ligging van het speellokaal 5. Zaalruimte 5.1 Afmetingen speellokaal 5.2 Toestellenberging 5.3 Wanden 5.4 Plafond 5.5 Vloeren 5.6 Verlichting en daglicht 5.7 Verwarming 5.8 Akoestiek 5.9 Ventilatie 5.10 Nooduitgang 6. Inventaris 6.1 Eerste inrichting 6.2 Onderhoud, vervanging en vernieuwing 7. Overige ruimtes 7.1 Kleed- en wasruimtes (indien van toepassing) 7.2 Toiletruimtes

12 13 13 13 13 14 14 15 15 16 17 17 18 18 18 19 19 19

DEEL C Bijlage

20

Bijlage I Aanvullende bronnen Bijlage II Basisinventarislijst

21 22

3

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Aanleiding Dit document ‘Handboek huisvesting bewegingsonderwijs voor het speellokaal’ heeft als doel te ondersteunen in keuzes voor een goede huisvesting voor het bewegingsonderwijs in het speellokaal. Dit is het eerste handboek huisvesting bewegingsonderwijs voor het speellokaal en zal jaarlijks herzien worden. Dit document bevat normen, adviezen en aanbevelingen voor de bouw, inrichting en het onderhoud van het speellokaal. Belangrijke wetten, regelgeving, besluiten en adviezen zijn gebundeld tot een handzame lijst voor diegenen die betrokken zijn bij de huisvesting van bewegingsonderwijs voor het speellokaal. Het is daarmee hét uitgangspunt om te komen tot een goede accommodatie voor de huisvesting van bewegingsonderwijs voor het speellokaal. Dit document bevat ook achtergrondinformatie rondom huisvesting van bewegingsonderwijs voor het speellokaal. Dit betreft onder andere informatie over verantwoordelijkheden van verschillende betrokken partijen.

4

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Waarom nu een handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal? • Voor het speellokaal is weinig vastgelegd aan normen en adviezen. • In het speellokaal heeft men vaak te maken met niet praktische inrichting die afbreuk doet aan de kwaliteit van het bewegingsonderwijs. • Van jongs af aan vaardig in bewegen is een deelambitie in het nationaal sportakkoord. Om bewegen en goed leren bewegen van jongs af mogelijk te maken is aandacht voor kwalitatief goede huisvesting en inrichting van belang. Via onderwijs@kvlo.nl kunnen vragen gesteld worden wanneer dit handboek geen uitsluitsel biedt.

DEEL A Algemene informatie 1. Inleiding huisvesting speellokaal 2. Eigendom en verantwoordelijkheid 2.1 Verantwoordelijkheden gemeente 2.2 Verantwoordelijkheden eigenaar (school of gemeente) 2.3 Verantwoordelijkheden werkgever 3. Beschikbaarheid accommodatie voor uren bewegingsonderwijs

6 7 7 8 8 10

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

5

1. Inleiding huisvesting speellokaal Vroeg begonnen, is vroeg gewonnen en jong geleerd, is oud gedaan. Starten met bewegen en het aanleren van beweegvaardigheden bij het jonge kind is dan ook van groot belang voor later. Een deel van de motorische ontwikkeling gaat ‘vanzelf’ (omrollen, grijpen, enz.), maar daarna is er ondersteuning, begeleiding en onderwijs nodig. De basis voor de ontwikkeling van bewegen zijn de breed motorische vaardigheden die kinderen leren vanuit de betrokkenheid op hun omgeving. Kinderen bewegen, omdat ze die mogelijkheid hebben en willen gebruiken als de omgeving daar voldoende toe uitdaagt. Bij jonge kinderen is bewegen een aspect van de totale ontwikkeling. Kinderen leren grijpen, lopen, springen in een directe en onontkoombare confrontatie met de materiële werkelijkheid. Dit leert hen hun eigen grenzen (ver)kennen, maar ook die van anderen en van de omgeving. In de eerste zes jaar ontwikkelen kinderen fundamentele motorische vaardigheden. Om te komen tot een brede motorische ontwikkeling is het in deze levensjaren van belang om een veelzijdig en gevarieerd beweegaanbod (onder professionele begeleiding) aan te bieden1. Dit stimuleert kinderen hun eigen mogelijkheden te (ver)kennen en gebruiken. Ze ontwikkelen in de interactie motorische en sociale vaardigheden die zij later

6

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

nodig hebben voor een actieve levensstijl en context specifieke motorische vaardigheden zoals sportdeelname. De beweegomgeving en de inrichting van de beweegomgeving van het jonge kind is hiermee van groot belang voor de ontwikkeling van kinderen. Voor 4- tot 6-jarigen is deze omgeving met name de school en het bewegingsonderwijs in het speellokaal. Om te komen tot een veelzijdige, uitdagende en veilige inrichting van het speellokaal heeft de KVLO in samenwerking met diverse experts uit de kleuteronderwijs-praktijk dit handboek samengesteld. Tenslotte, naast het aanbieden van gestructureerd bewegingsonderwijs in het speellokaal is het van belang dat de verbinding wordt gemaakt naar het bewegen buiten. Verbinding van binnen en buiten is van belang in het aanbieden, aanleren en stimuleren van de beweegvaardigheden. Daarmee is ook de inrichting en facilitering hiervan relevant. In dit handboek speellokaal richten we ons op het gebouw, voor de buitenruimte wordt een nieuwe werkgroep opgestart. Clark, J. E. (2007). On the problem of motor skill development. Journal of Physical Education, Recreation & Dance, 78(5), 39-44 1

2. Eigendom en verantwoordelijkheid In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven over eigenaarschap en de verantwoordelijkheden van verschillende partijen.

2.1 Verantwoordelijkheden gemeente Tot 1997 golden de zgn. Londo-lijsten speellokaal, deze zijn verdwenen en nu staat alles opgenomen in de lokale verordening voor onderwijshuisvesting. Het verdwijnen van de Londo-lijsten en het effect daarvan op de kwaliteit van bewegingsonderwijs voor kleuters. Tot 1 januari 1997 golden voor de basisinventaris voor het basisonderwijs de zgn. Londo-normen. In deze normen waren de schoolmaterialen, de normbedragen en afschrijvingstermijnen omschreven voor de eerste inrichting, ook die voor het speellokaal voor de kleutergroepen. Na 1 januari 1997 is de situatie veranderd: de gelden die beschikbaar zijn voor de eerste inrichting gaan nu naar de gemeenten, de gelden die beschikbaar zijn voor vervanging of aanvulling van materialen gaan rechtstreeks naar de schoolbesturen. Met deze nieuwe inrichting beoogde men meer invloed voor de school te bewerkstelligen op de wijze waarop de gelden worden besteed. Het grote nadeel is echter dat er door het verdwijnen van de Londolijst gelden niet volledig of minder adequaat besteed worden waardoor de bouw en inrichting van het speellokaal wordt beperkt. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van het bewegingsonderwijs en uiteindelijk van het leren bewegen van de kleuters. Wat de verantwoordelijkheid van de gemeente is, wordt nu verwoord in de lokale verordening onderwijshuisvesting van alle gemeenten.

Wat er opgenomen is over bewegingsonderwijs in het speellokaal kun je bij de betreffende gemeente opzoeken of opvragen. Hieronder vind je informatie terug over de modelverordening welke is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en waarop de gemeenten hun lokale verordening stoelen.

Informatie uit de modelverordening onderwijshuisvesting over bekostiging inrichting van het speellokaal D. Eerste inrichting D.1.1. Vergoeding onderwijsleerpakket en meubilair Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende vergoeding.

D.1.2. Vergoeding basisschool Regulier basisonderwijs Het eerste speellokaal moet bekostigd worden uit de bedragen OLP (onderwijsleerpakket) en meubilair die beschikbaar gesteld worden op basis van een basisbedrag en een bedrag per m2 voor de gehele basisschool. Startbedrag € 41.802 inclusief 200m2 bvo . Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo (bruto vloer oppervlak) € 146. *Deze bedragen vergoedingen leerpakket zijn opgesteld voor de gehele basisschool, er is niet een apart bedrag gelabeld voor de inrichting van het speellokaal vanuit de modelverordening Speciale school voor basisonderwijs en voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs D.1.3. Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, incl. 250 m2 bvo € 88.689 Voor elke volgende m2 bvo € 151. D.1.4. Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag € 313.772 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 215. D.1.5.

Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 8.093. Een basisschool komt voor een tweede speellokaal in aanmerking wanneer: · de school beschikt over tenminste 5 groepen jongste leerlingen (van 4 en 5 jaar) van tenminste 20 leerlingen (voor tenminste 4 jaar als sprake is van voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening of 15 jaar als sprake is voor blijvend gebruik bestemde voorziening) · er is geen gymnastiekruimte of speellokaal beschikbaar bij een andere basisschool of school voor speciaal basisonderwijs binnen 300 m hemelsbreed (bovenstaande regels voor tweede speellokaal zijn aan discussie onderhevig, de gemeente weet welke regels op dit moment geldig zijn). Het speellokaal heeft een minimum van 90 vierkante meter netto.

7

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

2.2 Verantwoordelijkheden eigenaar (school of gemeente)

Het is verstandig dat eigenaren/exploitanten met gebruikers/huurders een officiële gebruikers-overeenkomst afsluiten waarin afspraken aangaande exploitatie staan opgenomen.

De eigenaar is verantwoordelijk voor 1. De eerste inrichting 2. Vervanging eerste inrichting 3. Jaarlijkse inspectie inventaris en onderhoud inventaris 4. Controle en onderhoud sportvloer en het lokaal 5. In gebruikgeving (indien er andere partijen gebruikmaken van het speellokaal) Advies Zorg voor: • huur en/ of gebruikersovereenkomsten • gebruiksregels • logboek voor gebruikers (klachten en ongevallen) met vermelding van procedure afhandeling klachten • periodieke controle gebruik • regels voor inroostering • gebruiksrooster • instructie brandveilig gebruik i.s.m. brandweer. 6. Schoonmaak en hygiëne Advies • Werk met een schoonmaakcontract. • Laat risicoanalyse en preventie legionella uitvoeren door een gecertificeerd bedrijf. 7. Veiligheid gebouw voor gebruikers/huurders • Voldoen aan eisen van de Arbowet en het hebben van een gebruiksvergunning Advies • Arbocatalogus PO bij thema veiligheid en gezondheid www. arbocataloguspo.nl

Aandachtspunt

8

Bij verhuur of medegebruik van het speellokaal dient rekening gehouden te worden met het feit dat de inrichting is geschikt voor de onderbouw (groep 1 en 2 met uitloop naar groep 3). Materiaal is er niet op gemaakt/ ingericht dat oudere kinderen of volwassenen hierop veelvuldig en intensief kunnen klimmen/springen e.d. (een leerkracht kan wel een oefening voordoen). Uiteraard kan hier bij nieuwbouw en herziening van inrichting van het speellokaal wel rekening mee worden gehouden. Er kunnen materialen worden aangeschaft/ vervangen die wel dit medegebruik aankunnen. Echter dient men voor ogen te houden dat de basis gaat naar het kunnen bieden van kwalitatief bewegingsonderwijs voor kleuters. Andere gebruikersgroepen die andere materialen vereisen, vragen dus om een verruiming van de inventaris en aanspreken van andere budgetten dan alleen die van de OLP en meubilair vanuit onderwijs (maar bijvoorbeeld ook die van sport). Extra materialen door het medegebruik vragen ook een grotere omvang van de berging. Berging dient voldoende groot te zijn voor het opbergen van materiaal en voldoende loopruimte te hebben.

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

2.3 Verantwoordelijkheden werkgever Zorgplicht De Arbowet geeft aan dat de werkgever (schoolbestuur) verantwoordelijk is voor de veiligheid van de werkplek van haar personeel en de leeromgeving van de leerlingen. De werkgever heeft de verantwoordelijkheid te toetsen of de ruimte goed onderhouden wordt (Risico-inventarisatie en -evaluatie). Bij nalatigheid en gebreken kunnen er juridische stappen ondernomen worden. De mogelijke nadelige gevolgen, wellicht met ziekteverzuim en daarmee gepaard gaande kosten voor vervanging en schade, treffen namelijk direct de werknemer of leerlingen. Het bestuur kan de Arbodienst inschakelen om aanvullend onderzoek te doen (bijvoorbeeld als de akoestiek tot stemproblemen of gehoorproblemen van de docenten leidt). Het speellokaal kan dan gekeurd worden door de hiertoe gespecialiseerde instantie. Als de veiligheid van het speellokaal niet gegarandeerd is kan het bestuur bepaalde activiteiten verbieden of in het uiterste geval de gymles tijdelijk stopzetten (artikel 28 Arbowet, bijvoorbeeld lekkage; gladde vloer). Bij onmiddellijk gevaar dient de docent zelf de les stop te zetten (artikel 29 Arbowet) en dit direct te melden aan de directeur.

De arbeidsinspectie heeft het toezicht op de naleving van de Arbowet en kan tegenwoordig bij wanbeleid een bestuurlijke boete opleggen, zonder dat justitie daar nog aan te pas hoeft te komen (lik-op-stuk-beleid). In het uiterste geval (bij voortdurend wanbeleid) kan een werknemer zelf de arbeidsinspectie inschakelen.

De werkgever is verantwoordelijk voor 1. Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) werkplek/leerplek Resultaten kenbaar maken aan medezeggenschapsraad en werknemers (artikel 5 Arbowet) Verplicht: Check het speellokaal bij Algemene School Verkenning (ASV). Gebruik controlelijst speellokaal uit Arbomeester en Arboleider. Verplicht: vier- tot vijfjaarlijkse toetsing RI&E door contract met de Arbodienst (bij voorkeur met keurmerk onderwijs; KMO). 2. Vaststellen maximale groepsgrootte Vakinhoudelijk De kleutergroepen zijn in de loop der jaren sterk gegroeid in groepsgrootte. Ook het bewegingsonderwijs is sterk veranderd en ontwikkelt zich doorlopend. Meedoen en leren, zo min mogelijk stil zitten en wachten zorgt voor een hoger leerrendement. Goed leren bewegen kan niet zonder bewegen.

Het is daarom van belang om goed te kijken naar de maximale groepsgrootte binnen het speellokaal om: • kwaliteit van het bewegingsonderwijs te kunnen bieden zodat kinderen optimaal leren bewegen • de leerkracht de ruimte en het overzicht te kunnen geven om een kwalitatief goede les neer te zetten • kinderen zoveel mogelijk te laten bewegen, want leren bewegen kan niet zonder bewegen • de risico’s op ongevallen door (te) veel kinderen op een te kleine oppervlakte zoveel mogelijk weg te nemen. Resultaat Kinderen hebben plezier in bewegen en de leerkrachten houden plezier in het (les)geven van het bewegingsonderwijs wat leidt tot gewenste leeropbrengsten op het gebied van bewegingsonderwijs. In relatie tot zaaloppervlakte Advies Er zijn geen harde regels voor de toegestane groepsgrootte in een speellokaal. Een globale richtlijn, gebaseerd op het Bouwbesluit en het werkboek Arbomeester: in een standaard speellokaal (84m2 )) geldt een maximale groepsomvang van 20 leerlingen en 1 leerkracht (minimaal 4 m2 vloeroppervlak per persoon). • Zorg er als schooldirectie voor dat hier bij de klassen­ indeling en inroostering rekening mee wordt gehouden. • Bepaal maximale groepsgrootte in relatie tot het type leerling en de oppervlakte van de sportruimte. Bron: www.arbomeester.nl: download hier gratis het handboek, het werkboek en de gebruikershandleiding Arbomeester.

5. Opstellen huisregels en gedragsregels in het speellokaal Advies • Neem dit ook op in het vakwerkplan en hang het zichtbaar op in het speellokaal bij medegebruik. 6. Opstellen en oefenen ontruimingsplan Advies • Ontruimingsplan is verantwoordelijkheid juridisch eigenaar en de werkgever. Gebouw dient voorzien te zijn van ontruimingsplattegrond, vluchtroute-begeleiding met borden, nooduitgangen etc. Zorg dat je als vakdocent hiervan op de hoogte bent. 7. Melden en registreren van ongevallen Advies • Gebruik hiervoor een standaard ongevallenregistratieformulier (voorbeeld op te vragen bij de KVLO).

3. Bedrijfshulpverlening en EHBO Advies • EHBO-materiaal binnen handbereik, beschikbaarheid telefoon voor noodgevallen in elke sportruimte (waaronder het sportveld en bijvoorbeeld het zwembad), zorg voor een EHBO-er (kan de vakdocent zelf zijn) en zorg dat de bedrijfshulpverlener snel ter plekke kan zijn. 4. Melding schade en gebreken aan (mede gebruikt of gehuurd) speellokaal en toestellen Advies • Procedure opstellen voor melding van schade en gebreken (bij verhuur speellokaal i.s.m. juridisch eigenaar, opnemen in gebruikersovereenkomst). Logboek bijhouden met toestand zaal/onderhoud materiaal en aandringen op tijdige vervanging materiaal (en tijdige afvoer afgekeurd materiaal).

9

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

3. Beschikbaarheid accommodatie voor uren bewegingsonderwijs Alhoewel bijna alle basisscholen beschikken over een eigen speellokaal, is onderstaande informatie wel van belang om op te nemen. Er zijn namelijk scholen die geen beschikking hebben over een eigen speellokaal en recht hebben op accommodatie van de gemeente. Daarnaast is het goed om te lezen dat gemeenten uitgaan van 5 x 45 minuten per week voor de kleutergroepen. De omvang van het door de gemeente bekostigde gebruik van een gymnastiekruimte door een school voor basisonderwijs en een school voor het speciaal onderwijs is gebaseerd op het aantal klokuren per week dat in de verordening onderwijshuisvesting is opgenomen. Dit aantal klokuren bedraagt minimaal het minimumaantal klokuren dat is opgenomen in artikel 117 WPO (Wet Primair Onderwijs). Scholen hebben recht op dit minimumaantal uren voor bewegingsonderwijs. Gemeenten mogen een ruimer beleid voeren. Beschikt de basisschool niet over een eigen speellokaal, dan wordt 3,75 klokuur (5 lessen van 45 minuten) per week per groep leerlingen jonger dan 6 jaar ingeroosterd (per kleutergroep, groep 1/2). De capaciteit van een gymnastieklokaal is voor alle schoolsoorten maximaal 40 klokuren per week. Voor het primair onderwijs geldt dat, gezien de schooltijden (let op trend van continuroosters

10

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

wat beperkt in de totaal aantal klokuren-bezetting), maximaal 26 klokuren bewegingsonderwijs mogelijk is. De resterende capaciteit kan worden benut voor medegebruik of extra inzet op aanvullende uren bewegingsonderwijs.

Aandachtspunt Zoek in de lokale verordening onderwijshuisvesting op hoe er binnen de eigen gemeente huisvestingsaanvragen bewegingsonderwijs ingediend kunnen worden. Een lokale overheid kan andere normen hanteren, maar dit moet in het (plaatselijke) ‘Op Overeenstemming Gericht Overleg’ (OOGO) tussen gemeente en schoolbesturen zijn overeengekomen. De normen staan in de lokale verordening onderwijshuisvesting. In de praktijk wordt er door de gemeente voor een praktische procedure gekozen. Het is zinvol om na te gaan hoe de gemeente lokaal e.e.a. in kaart brengt en hoe/of de schoolbesturen (op tijd) hun aanvragen indienen of dat er gewerkt wordt met integrale huisvestingsplannen.

DEEL B Normen, adviezen, tips 4. Ligging van het speellokaal 5. Zaalruimte 6. Inventaris 7. Overige ruimtes

12 13 18 19

Overige informatie Wanneer een speellokaal naast onderwijs ook andere gebruiksfuncties krijgt (voor bijvoorbeeld verschillende binnensporten) dan dient voorafgaand aan de bouw rekening gehouden worden met de verschillende normen vanuit de verschillende sportbonden. Daarnaast dient men met de aanschaf van de inventaris goed te bekijken welke materialen geschikt zijn voor medegebruik en welke specifiek gericht zijn voor het bewegingsonderwijs aan kleuters en dus kleutergebruik/ belasting op het materiaal

11

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

4. Ligging van het speellokaal KVLO & werkveld

Aandachtspunten

Bij de bouw van de basisschool dient kritisch te worden gekeken naar de plek van het speellokaal binnen de school. Het speellokaal kan naast de lessen bewegingsonderwijs voor kleuters ook breder ingezet worden binnen de school. Dit pleit al snel voor een centrale plek binnen de school zodat men binnen het speellokaal ook aan de slag kan met bewegend leren, MRT en naschools beweegaanbod. Wat voor ogen gehouden dient te worden is dat het speellokaal in de eerste instantie het bewegingsonderwijs voor kleuters dient en daarvoor kwalitatief goed gebouwd en ingericht dient te zijn. De nevenfuncties kunnen uiteraard ook worden benut maar moeten geen afbreuk doen aan het hoofddoel: kwalitatief bewegingsonderwijs voor kleuters. • Denk na over de ligging van het speellokaal in de school: geef bewegen een centrale plek in de school en nabij de lokalen van de kleutergroepen. • Het speellokaal mag geen doorgangsruimte zijn. • Het speellokaal dient afgesloten te kunnen worden van overige ruimten. • Bij medegebruik in de externe verhuur dien je te zorgen voor een externe ingang. • Zorg dat het speellokaal direct te verbinden is met de buitenruimte voor de kleuters.

De verbinding met de buitenruimte wordt benoemd aangezien kleuters naast de lessen bewegingsonderwijs ook veel buiten (leren) bewegen. Als het speellokaal multifunctioneel wordt ingezet, dan dient men ook te denken aan toegankelijkheid van groepen van buitenaf. Een extra ingang die van buitenaf te bereiken is, waarbij avond- en weekendgebruik ook tot de mogelijkheden behoort en rest van de school niet toegankelijk is.

12

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

NB: bij een dergelijke multifunctionele inzet moet men rekening houden met snellere afschrijving van materiaal. En materiaal dat niet belast mag worden door kinderen boven de kleuterleeftijd en met de inrichting en grootte van de berging.

5. Zaalruimte 5.1 Afmetingen speellokaal Norm: Modelverordening Het speellokaal is 90m2.

Kwaliteitskader huisvesting PO Het gebouw heeft een speellokaal (84 m2) met bergruimte (6m2) en een vrije hoogte van minimaal 3,5 m.

podiumtreden, pilaren etc. is niet wenselijk hinderlijk en gevaarlijk tijdens de lessen bewegingsonderwijs voor kleuters. • Een vierkante of rechthoekige zaal is een must i.v.m. het benutten van de vrij bespeelbare wanden met activiteiten als kaatsspelen/ mikactiviteiten. • Zet je het speellokaal ook in voor de groepen 3 en 4 dan dient de hoogte van het lokaal 4 meter te zijn (en het zaaloppervlakte groter!).

KVLO & werkveld Speellokalen vragen een groter vloeroppervlak dan momenteel in de modelverordening staat beschreven. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van bewegingsonderwijs sinds de vaststelling van deze norm (1987) en de toename van de groepsgroottes binnen het onderwijs sinds 1987. Daarnaast worden de speellokalen multifunctioneel gebruikt door bijvoorbeeld kinderopvang, BSO, en verenigingen en sportaanbieders. Ook worden speellokalen regelmatig gebruikt voor de groepen 3 en 4. Mede door dit brede en multifunctionele gebruik zijn de werkgroepen gekomen tot een advies in de oppervlaktenorm speellokalen (dit advies wordt door inbreng van de KVLO ook opgenomen in de digitale handboeken sportaccommodaties). • De minimale maatvoering van een speellokaal is 8x12,5 meter=100 m2 voor bewegingsonderwijs. Dit is een voorschrift. Het uitgangspunt is een vloeroppervlak van ten minste 4 m2 per leerling van groep 1 en 2. Dit is een voorschrift. Het strengste voorschrift wordt toegepast. • Een speellokaal is geschikt voor kinderen tot en met 6 jaar. Dit is een voorschrift. De oppervlakte van een multifunctioneel speellokaal is ten minste 20% groter dan de hierboven beschreven oppervlakte van een speellokaal. Dit is een richtlijn.

Een multifunctioneel speellokaal wordt naast het gebruik voor bewegingsonderwijs voor leerlingen van de groepen 1 en 2, gebruikt door kinderopvang, peuterspeelzalen en de buitenschoolse opvang voor kinderen tot en met 6 jaar en/of verenigingen. • De obstakelvrije hoogte van een speellokaal is ten minste 3,5 meter. Dit is een voorschrift. Wil je zwaaien binnen het speellokaal aanbieden, denk dan aan zwaaihoogte plus 1 meter. • We hebben het bij vloeroppervlak over vrij beschikbare beweegruimte dus exclusief berging. Dus ook geen pilaren, tribunes of andere obstakels in de ruimte. • Een vierkante of rechthoekige zaal (voorstel 8x12,5 meter of 10x12 meter). Dit heeft de voorkeur omdat dit een effectieve indeling van vakken mogelijk maakt.

5.2 Toestellenberging KVLO & werkveld • De minimale maatvoering van een bergruimte bij een standaard speellokaal is 10 m2. Dit is een voorschrift. Een oppervlakte van 12 m2 wordt aanbevolen. • De bergruimte is ten minste 10% van een speellokaal met een minimum van 10m2 (vloeroppervlakte= bergruimte en dus exclusief loopruimte). Dit is een richtlijn. • Er dient aanvullend op dit oppervlak voldoende loopruimte te zijn in de berging. • Aanbevolen wordt voor afsluiting van de berging gebruik te maken van (balvaste) deuren of rolluiken. • Situering toestelberging bij voorkeur aan de lange zijde. Zo is hij makkelijk toegankelijk en wordt voldoende blind muuroppervlak behouden. • Zorg voor een brede berging i.p.v. een diepe berging.

Aandachtspunten Advies: een aparte berging voor buitenspelmateriaal. Tip: Plak direct of na verloop van tijd (op basis van ervaring) de vloer af met (verwijderbare) tape voor juiste plaatsing toestellen.

5.3 Wanden Arbo catalogus PO • Ondeugdelijke afwerking van wanden van het speellokaal kunnen leiden tot ernstige ongevallen met kleuters. De wandafwerking moet veilig zijn en aan wettelijke eisen voldoen evenals de toestellen in/aan de wand.

KVLO & werkveld Aandachtspunten • Speellokalen dienen in eerste instantie bewegingsonderwijs voor kleuters te faciliteren. In de bouw van het speellokaal dient rekening gehouden te worden met het vrij beschikbare vloeroppervlak. Het plaatsen van

• Minimaal twee vrij bespeelbare wanden in de zaal met tot een hoogte van 2 meter een vlakke wandafwerking. • Voorzieningen voor de voor bewegingsonderwijs noodzakelijke toestellen moeten in wanden aanwezig zijn. • Geen kolommen/pilaren in de zaalruimte.

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

13

• Bij toepassing van wandafwerkingselementen zoals plaatmateriaal, mag tot 2 meter hoogte de ruimte tussen de elementen niet groter zijn dan 8 millimeter en de diepte van de voeg mag niet groter zijn dan 12 mm. Perforatie in plaatmateriaal heeft een maximum doorsnede van 8 mm. • Materiaal van de wanden dient lichamelijk letsel te voorkomen. Meer over wandafwerking: Wanden over gehele hoogte in een balvast, vlak en niet korrelend materiaal uitvoeren (geen bezande steensoorten). Bedieningsmechanismen vlak wegwerken en afschermen met balvaste deuren of op minimaal twee meter hoogte aanbrengen. Deuren uitrusten met verzonken beslag. • De balvastheid van het wandmateriaal dient te voldoen aan de norm DIN 18032. • Materiaal van de wanden dient een geluidsabsorptiecapaciteit te hebben van minimaal 0,25 absorptie-coëfficiënt. Hierbij rekening houdend met de Arbo-geluidsbelasting, de nagalmtijd en de flutterecho. • (Kleur-)Reflectiefactor wand moet tussen 0.35 en 0.60 liggen. • Eventueel uitwendige hoeken in metselwerk e.d. rond afwerken tot minimaal twee meter boven de vloer. • Eventuele beglazing dient balvast (gehard en gelaagd) te zijn. • De draairichting van de ramen en deuren in de gymzaal dient nóóit zaalinwaarts te zijn. • De ingang van het speellokaal dient zoveel mogelijk in de hoek(en) van (één van) de speelwanden opgenomen te worden.

• De afstand van de werkbalk tot de eindwand dient ten minste de afstand van de vloer tot de werkbalk te zijn in verband met de uitzwaai aan de ringen en eventuele touwen. • Het plafond dient te worden uitgerust in een balvast materiaal, zodanig dat wordt voldaan aan de norm DIN 18032 (deel 3). • Het plafond dient uitgerust te worden met materiaal waarbij ‘inklemming’ moeilijk plaatsvindt. Denk aan ballen/shuttles die in randen en spleten vast kunnen komen zitten. • De (kleur)reflectiefactor van het plafond moet tussen de 0,60 en 0,80 liggen. • De onderzijde van het plafond mag geen uitstekende scherpe uitsteeksels bevatten en dient tot minimaal 3,5 meter obstakelvrij uitgevoerd te worden. • Verlichtingsarmaturen en overige voorzieningen zoals geluidsboxen zijn balvast. • Voorzieningen moeten in plafond aanwezig zijn ten behoeve van voor onderwijs noodzakelijke toestellen (hijsunits e.d.).

Aandachtspunten Het plafond draagt in belangrijke mate bij aan de akoestische kwaliteit en dient een hoge geluidsabsorptie (Klasse I) te hebben.

5.5 Vloeren Arbo catalogus PO

Aandachtspunten De inrichting met vaste wand- en plafondvoorzieningen en grondtoestellen moeten reeds bij het bestek bekend zijn i.v.m. de te treffen bouwkundige voorzieningen. Deze voorzieningen vallen onder het bouwbudget en niet onder het inrichtingsbudget. Er dient voldoende wandruimte te zijn voor de inrichting met vaste toestellen. Er dient tevens voldoende vrije wandruimte (hard en balvast) zonder obstakels/toestellen te zijn voor diverse lesactiviteiten (als kaatsen). Ook dient men na te denken over het stroomgebruik binnen het speellokaal en waar deze contactpunten (beschermd) geplaatst kunnen worden.

5.4 Plafond Plafond • Het plafond dient qua constructie stevig genoeg te zijn voor de mogelijkheid van het installeren van een zwaai-installatie. Dit dient men mee te nemen in de draag/plafondconstructie. Er kan dus waarschijnlijk niet gewerkt worden met eenzelfde (systeem)plafond als de rest van de school. • Bij plafondhoogte rekening houden met de (eventueel) te plaatsen zwaai-installatie (minstens 3,5 meter, bij gebruik van het lokaal door groep 3 en 4, minstens 4 meter hoog). • Afstand werkbalk waaraan de zwaai-installatie komt tot de wand is zwaaihoogte plus 1meter.

14

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Ondeugdelijke afwerking van de vloeren kunnen leiden tot ernstige ongevallen met kleuters. Vloeren dienen derhalve deugdelijk afgewerkt te zijn. De vloer dient veilig te zijn en aan de wettelijke eisen te voldoen.

KVLO & werkveld • Minimale sporttechnische norm voor onderwijs: klasse 3, norm NOC*NSF-US1-15 Op polyurethaanvloer van 2 mm minimaal 9 mm PU gebonden rubbergranulaat toepassen. Bij alleen bewegen door kleuters (géén of minimale multifunctionaliteit) is een zachtere vloer aan te raden. Hier is dus altijd advies gewenst. • De vloer moet geschikt zijn voor het bewegen op blote voeten. • De vloer moet voldoende schokabsorberend zijn: zorg voor een geschikte ondervloer. • Ondervloer afstemmen op vochtigheidsgraad en eisen leverancier sportvloer. • De sportvloer dient op een daarvoor geschikte ondergrond aangebracht te worden. Dat is veelal een zandcement-, beton- of anhydrietvloer. • (Kleur)- Reflectiefactor ligt bij voorkeur tussen 0,25 en 0,40, kleur is vrij. • Voorzieningen voor de voor onderwijs noodzakelijke toestellen moeten in werkvloer aanwezig zijn. • Periodieke (jaarlijkse) keuring door gecertificeerde instantie op stroefheid, vlakheid, schokabsorptie, energierestitutie en lichtreflectie. • Het belijningsplan afstemmen met de gebruikers (zie aandachtpunten).

Aandachtspunten

5.7 Verwarming

Belijning

Arbocatalogus PO

Het is wenselijk het belijningsplan af te stemmen op daadwerkelijk gebruik. Veelkleurige en volledig multifunctionele belijningsplannen zijn voor verschillende onderwijsdoelen onwenselijk.

De ervaring van temperatuur is zeer persoonsgebonden. De optimale temperatuur voor hersenactiviteit is 20°C. Een aangename temperatuur in scholen ligt tussen 18 en 22°C. Vanaf 25°C neemt de behaaglijkheid af en wordt het prestatievermogen minder. Bij het onderwerp thermisch binnenklimaat gaat het dus in drie punten: 1. de meetbare temperatuur 2. de gevoelstemperatuur 3. de klimaatbeheersing.

Meest gewenste belijning (peiling feb 2020 KVLO): • • • • •

centrale plek, bijvoorbeeld een middencirkel lijnen aan weerszijde voor een overloopspel lijnen om zaal in vakken te verdelen kleuren voor spelend leren geen lijnen.

Kleur vloer: Denk bij de keuze van de vloer aan de relatie tot de kleur van de muren. Het moet geschikt zijn voor kinderen die minder kunnen zien. Sparingen ten behoeve van grondbussen dienen vroegtijdig in het plan opgenomen te worden. De vloer draagt in belangrijke mate bij aan de akoestische kwaliteit en dient een hoge geluidsabsorptie te hebben.

5.6 Verlichting en daglicht KVLO & werkveld • (Indirecte) Daglichttoetreding is noodzakelijk. • Het daglichtoppervlak van de gymzaal is minimaal 5% van het vloeroppervlak. • Ramen voor daglichttoetreding moeten open kunnen voor natuurlijke ventilatie. • Daglichttoetreding welke hinderlijke reflecties, lichtstrepen of verblinding kan veroorzaken is niet toegestaan. Daar waar daglichtopeningen worden toegepast, waarbij niet aan bovenstaande kan worden voldaan, dient het daglicht volledig te kunnen worden geweerd. • Ontspiegeld glas en plaatsing onder een kleine hoek (3-5°) kan hinderlijke reflectie voorkomen. • Vlakke afwerking van kozijnen en ook als raam openstaat geen obstakel vormen aan de schoolpleinkant. • De verlichtingsinstallatie binnen het speellokaal dient te zorgen voor 375 lux.

Aandachtspunt Plaats ramen bij voorkeur niet op het Zuiden. Kan het niet anders, houd dan wel rekening met het systeem voor het op een gewenste temperatuur houden van het speellokaal. Anders wordt het al snel te warm (in het speellokaal wordt bewogen!).

Wetgeving In de wet- en regelgeving zijn geen duidelijke normen opgenomen over de temperatuur in een klaslokaal. Wel worden er algemene richtlijnen gegeven, zoals dat de temperatuur behaaglijk moet zijn. Dit is in de praktijk vaak lastig te realiseren, aangezien niet iedereen warmte en kou op dezelfde manier ervaart. Arbowet • Nadere regels arbeidsomstandigheden, arbeidsomstandighedenwet Artikel 16. Arbobesluit • Temperatuur, arbeidsomstandighedenbesluit Artikel 6.1. • Luchtverversing, arbeidsomstandighedenbesluit Artikel 6.2. • Weren van zonlicht, arbeidsomstandighedenbesluit Artikel 6.4. Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 is afdeling 3.6 van belang in verband met luchtverversing.

Normen BRL 8010 Ventilatie-Prestatie-Keuring (2012) In het kader van het activiteitenplan Binnenmilieu Scholen, uitvloeisel van de kabinetsvisie binnenmilieu scholen, is een aantal acties en maatregelen geadopteerd om te komen tot verbetering van het binnenmilieu in scholen. Eén van de belangrijkste knelpunten is het gebrek aan ventilatie. In het kader van de borging en monitoring is daarom binnen het actieplan de actie opgenomen om een VentilatiePrestatieKeuring voor scholen te ontwikkelen en het gebruik daarvan te stimuleren. Doel van de keuring is bij (ver)bouw te kunnen beoordelen of de voorzieningen de overeengekomen kwaliteit hebben. Ook kan daarmee bij bestaande scholen op betrouwbare wijze worden vastgesteld wat de kwaliteit van de ventilatievoorzieningen is. Op basis daarvan is het mogelijk verbeteringen te treffen. De VentilatiePrestatieKeuring is tevens geschikt voor het beoordelen van het ventilatiesysteem van kinderdagverblijven. De BRL8010 Ventilatie-Prestatie-Keuring sluit aan op het Bouwbesluit 2012 en moet gebruikt worden wanneer een nieuw ventilatiesysteem wordt geïnstalleerd of wanneer een bestaand systeem wordt vernieuwd of aangepast.

15

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

NEN-Normen NEN-EN-ISO 7730:2005 en NEN-EN-ISO 7730:2005 en is een norm, waarmee de temperatuurgevoelswaarde in kaart wordt gebracht door middel van de PMV-index. PMV staat voor: Predicted Main Vote. Het hanteren van deze methodiek is doorgaans voor deskundigen op dit gebied. NPR 1090:2010 nl Deze Nederlandse praktijkrichtlijn: NPR 1090:2010 nl geeft aanwijzingen voor en voorbeelden van ventilatievoorzieningen in de scholen. Er wordt in het bijzonder aandacht gegeven aan thermisch comfort bij lage en hoge buitentemperaturen. Met betrekking tot de eisen ventilatie- en comfort wordt nog uitgegaan van het Bouwbesluit 2003.

KVLO & werkveld • Er dient een temperatuur van 22°C gehaald te kunnen worden voor onderwijsgebruik. De gewenste gebruikstemperatuur voor bewegingsonderwijsgebruik ligt op 18-20°C. • De verwarming dient binnen het speellokaal regelbaar te zijn. Let hierbij op met centraal gereguleerde verwarming. • De temperatuur mag zomers maximaal 25°C bedragen. Hogere temperaturen kunnen maximaal 5 % van de verblijftijd worden overschreden.

5.8 Akoestiek Arbocatalogus PO Bouwbesluit 2012 Nieuwbouw Bij nieuw te bouwen leslokalen of bij verbouwingen dient de eigenaar van de lokalen rekening te houden met de algemene voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening. Het beperken van galm is geregeld in Afdeling 3.3 Bouwbesluit 2012. De gemeente en de werkgever zijn beide verantwoordelijk voor het bouwen en bieden van deugdelijke en adequate onderwijshuisvesting die ook voorziet in een veilige en gezonde werkomgeving. Akoestiek dient dan ook opgenomen te worden onder de bouwprestaties en bij oplevering gemeten te worden.

Arbobesluit Specifieke voorschriften m.b.t. het vóórkomen en beperken van de blootstelling aan lawaai arbeidsomstandighedenbesluit Artikel 6.6 t/m 6.11.

Arbowet Bestaande leslokalen De arbeidshygiënische strategie m.b.t. onder andere lawaaivoorkoming en – beperking is vereist op grond van de arbeidsomstandighedenwet Artikel 3, lid 1, sub b

16

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Wet: (Handboek Arbobesluit Editie 2018/2019, hoofdstuk 6, afdeling 3 (Lawaai)). • Bij dagelijkse blootstelling aan lawaai boven de 80 dB(A) moet de werkgever gehoorbescherming beschikbaar stellen. De betrokken werknemers moeten door middel van voorlichting op de hoogte zijn van de risico’s van het lawaai op hun arbeidsplaats en worden in de gelegenheid gesteld zelf een keuze te maken van de soort gehoorbeschermingsmiddelen. (Uitleg van Artikel 6.8 Lid 7) • Bij dagelijkse blootstelling aan lawaai boven de 85 dB(A) zijn werknemers verplicht om de ter beschikking gestelde individuele gehoorbeschermers te dragen. (Artikel 6.8 Lid 9) • Bij dagelijkse blootstelling aan lawaai boven de 85 dB(A) moet een plan van aanpak worden gemaakt. (Artikel 6.8 Lid 3) • Als de grenswaarde van 87 dB(A) wordt overschreden (gemeten in het oor, dus rekening houdend met de gehoorbescherming), moet er direct voor gezorgd worden dat het geluid onder deze grenswaarde wordt gebracht. (Artikel 6.8 Lid 10) • Werkgevers moeten hun personeel voldoende voorlichten over de gevaren van geluid. (Artikel 6.11) • Werknemers hebben recht op een gehoortest om vast te stellen dat de getroffen maatregelen effectief zijn. (Artikel 6.10 Lid 4).

KVLO & werkveld Er zijn normen voor leslokalen maar deze zijn niet toepasbaar op een speellokaal. Wederom omdat er in het speellokaal bewogen wordt en dit (een ander) effect heeft op de akoestiek. TIG akoestiek is gevraagd om metingen te doen in speellokalen om ook hiervoor een norm op te stellen voor wat een toereikende akoestiek is binnen het speellokaal van de afmetingen: • 84m2 • 100m2 • 120m2 • 168m2 (dubbel speellokaal). Deze normen worden in een update van dit handboek opgenomen.

Aandachtspunt In het Arbeidsomstandighedenbesluit is met betrekking tot hinderlijk geluid meer informatie te vinden in hoofdstuk 6, afdeling 3 (Lawaai). Bij het bepalen van de dagelijkse dosis geluid gaat de wet uit van een werkdag van acht uur per dag. De belasting als gevolg van geluid kan worden teruggedrongen door werknemers minder lang bloot te stellen aan geluid. Bewegen in een zaal gaat gepaard met veel geluid wat voor de leerlingen hinderlijk is, maar zeker voor de docenten. Veel docenten kampen met gehoor- en/of stemproblemen door het lawaai en de slechte spraakverstaanbaarheid van accommodaties. Nagalmtijd is de tijd dat een geluidsverschijnsel in een ruimte nog hoorbaar is als de geluidsbron reeds is gestopt. Een voorbeeld is het stuiteren van een basketbal in de zaal. Dan hoort men het nagalmen. De nagalmtijd is gedefinieerd als de tijd die nodig is om een geluidssignaal 60 dB in sterkte te laten dalen. Nagalm is meestal de boosdoener die zorgt voor klachten bij gymleraren. Doordat een bepaald geluid blijft nagalmen

heeft dit negatief effect op de spraakverstaanbaarheid. Vakleerkrachten krijgen stemproblemen en raken vermoeid doordat ze harder geluid moeten produceren om over het bestaande geluid (o.a. de nagalm) heen te komen. Ook zorgt nagalm voor meer lawaai doordat er dus wederom meer geluid (ook door de leerlingen) geproduceerd wordt om over de galm heen te komen. Daarbij blijft het lawaai dus langer hangen. Door een constant hoge dosis lawaai kan een vakleerkracht lichamelijke opvoeding gehoorklachten krijgen.

5.10 Nooduitgang • Situering: de nooduitgang dient niet in de toestelberging gesitueerd te worden. Het is een slecht toegankelijke en donkere vluchtroute. De kans op blokkade met toestellen is groot. • Aanduiding: elke doorgang naar de nooduitgang aanduiden met pictogrammen. • Openen: de nooduitgang moet tijdens lessen makkelijk te openen zijn.

5.9 Ventilatie • De hoeveelheid ventilatielucht dient minimaal 40m3 per uur per leerling te bedragen, met een minimum ventilatievoud van eenmaal de totale ruimte-inhoud per uur of 7m3/m2/uur. • De ventilatie dient voor het speellokaal regelbaar te zijn. Let op bij een centraal gereguleerde ventilatie. • De ventilatie dient op mechanische wijze te geschieden.

17

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

6. Inventaris 6.1 Eerste inrichting • De inventaris dient afgestemd te zijn op het vakwerkplan van de school. Voor het speellokaal is er de KVLO-Basisinventaris speellokaal (zie bijlage II). • Dit document bevat een breed gedragen inventarislijst en dient als richtlijn bij een eerste inrichting, renovatie of aanvulling op een reeds bestaande inrichting. Veel scholen werken met een methode die één-op-één in het schoolplan genoemd wordt. • Het definitieve inrichtingsplan voor wat betreft de ‘vaste toestellen’ en vloervoorzieningen dient in een vroegtijdig stadium doorgegeven te worden aan de architect, zodat de bouwtechnische specificaties in het bestek voor de aannemer kunnen worden opgenomen en onderdeel zijn van het bouwbudget (zoals het maken van een goede plafondconstructie voor het plaatsen van een hijsunit).

6.2 Onderhoud, vervanging en vernieuwing • Laat tenminste jaarlijks door een erkende firma een veiligheidscontrole van de inventaris uitvoeren. Bij gemiddelde belasting en gebruik van het speellokaal volstaat een jaarlijkse inspectie. • Afgekeurde materialen dienen te worden verwijderd of buiten gebruik gesteld te worden tot reparatie of vervanging plaatsvindt. Daarnaast dient directe actie te worden ondernomen op gebreken of klachten op de inventaris. • Een meerjarenbegroting is wenselijk om tijdig geld te reserveren voor noodzakelijke vervanging en instandhouding, actualisering van de eerste inrichting. • Het is noodzakelijk inhoudelijke deskundigen (vakleerkrachten, inrichters speellokalen) bij de eerste inrichting en de vervanging van de inrichting te betrekken.

Aandachtspunt

Aandachtspunt

Houd bij het maken van een inrichtingsplan voor ‘vaste toestellen’ rekening met zaken als: ankers die als extra versteviging van muren nodig zijn voor bijvoorbeeld basketbalborden en klimrekken, aan versteviging van werkbalken of aan extra hulpstaal ten behoeve van een bocht in een klimtouwrail en aan nissen in muren. Vroegtijdig doorgeven van vloervoorzieningen is van belang omdat bij bepaalde typen betonvloeren (voorgespannen vloer of een ‘broodjesvloer’) niet op elke plaats vloervoorzieningen aangebracht kunnen worden tenzij dit bij aanleg bekend is. Op sportvloeren die op een verdieping liggen kunnen soms geen potten aangebracht worden omdat de vloer te dun is. Naast de inrichting voor schoolgebruik dient ook afstemming plaats te vinden met de inrichting voor de eventuele medegebruikers. Hierdoor wordt het speellokaal multifunctioneel bruikbaar. Als gevolg hiervan dient het inrichtingsbudget verhoogd te worden met de kosten die benodigd zijn voor de extra sportinstallaties ten behoeve van de medegebruikers. Hierdoor wordt het onderwijsbudget niet eenzijdig belast en kunnen relatief dure installaties (bijvoorbeeld installaties voor basketbal) ook ten laste van het medegebruik geboekt worden.

Ter vervanging van de eerste inrichting verdient het aanbeveling elke vijf jaar een inhoudelijk vervangings- en vernieuwingsplan op te stellen, zodat de zaalinrichting vernieuwd kan worden conform de actuele inhoud van bewegingsonderwijs en het vakwerkplan van de gebruikers. Niet alle afgekeurde materialen hoeven door hetzelfde materiaal vervangen te worden, ze kunnen ook vervangen worden door alternatieven die meer mogelijkheden bieden en onderhoudsarmer zijn of die meer inspelen op de trends in bewegen/bewegingsonderwijs. Het verdient aanbeveling een totaalplan te maken voor alle speellokalen die onder één bestuur/beheerder vallen. Op deze manier kunnen speellokalen gefaseerd vernieuwd worden en met het oog op medegebruik specifieker ingericht worden, door bijvoorbeeld herverdeling van bestaand materiaal. Dit voorkomt kapitaalvernietiging.

18

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

7. Overige ruimtes 7.1 Kleed- en wasruimtes (indien van toepassing) Bij multifunctionele inzet van het speellokaal moet er rekening worden gehouden met kleedruimtemogelijkheden. Onderstaande normen over de kleedruimten zijn dan van toepassing. • De kleedkamers dienen direct aan het speellokaal of op zeer korte afstand gesitueerd te worden. Dit in verband met de verantwoordelijkheid en toezicht van de docent op de leerlingen. Kleedkamers niet op een andere verdieping dan het speellokaal plaatsen. • Er dienen 2 kleed- en/of wasruimtes aanwezig te zijn. Het netto vloeroppervlak van de kleedruimte is minimaal 25 m². Het netto oppervlak van de wasruimte inclusief toilet is minimaal 15 m². • Beide kleedkamers dienen geschikt te zijn voor 30 personen. • De ruimte bevat wandbanken (vrij van de vloer), kledinghaken geschikt voor bovengenoemde aantal personen, een wastafel (via droog vloeroppervlak bereikbaar), een wasruimte, een spiegel en een wartelkraan. • Elke wasruimte dient te worden voorzien van minimaal 6 douchepunten. • In elke wasruimte dient minimaal één af te sluiten douchegelegenheid te zijn. • Van buiten de kleed- wasruimte dient directe inkijk in de wasruimte te worden voorkomen. • De wasruimte dient minimaal tienvoudig per uur te kunnen worden geventileerd. • De maximaal toegestane luchtsnelheid in de kleed- wasruimten is 0,2 m/s.

• Verlichting: minimaal 150 lux, spatwaterdicht. • Hoogte: minimaal 2,6 m; breedte: minimaal 3 meter. • Vloer: stootvast, slijtvast, vochtbestendig en makkelijk vochtig te reinigen. Bij tegelvloer schrobput aanleggen. • Wanden: stootvast, slijtvast, watervast, eenvoudig te reinigen en niet ruw. • Plafond: stootvast en vochtbestendig. • Warmwaterinstallatie: de capaciteit is minimaal 6 liter warm water per persoon per minuut gedurende 5 minuten met een temperatuur van 38 tot 40 °C. • Bij ontwerp van leidingwaterinstallatie rekening houden met legionellapreventie. • De toevoer van water dient door de gebruiker te bedienen te zijn met drukknop. • Voor de kleed- en wasruimte dient een temperatuur van 20°C te kunnen worden bereikt. • De kleedruimtes dienen i.v.m. diefstal afsluitbaar te zijn. Indien de vluchtroute door de kleedruimte loopt moet deze van binnenuit makkelijk te openen te zijn. • Voor onderwijsgebruik wordt een vaste door de docent in te stellen temperatuur voor de douches aangeraden

7.2 Toiletruimtes • Minimaal 2 (kleuter)toiletten in nabijheid speellokaal. • Situering: dichtbij de kleedruimten.

19

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

DEEL C Bijlage Bijlage I Aanvullende bronnen Bijlage II Basisinventarislijst

20

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

21 22

Bijlage I Aanvullende bronnen a) Handboek Sportaccommodaties D7.4.2. b) WPO (Wet Primair Onderwijs) c) Wec (Wet op de Expertise Centra) d)  Onderwijshuisvesting, Modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs (VNG uitgeverij, tel. 070 346 82 01) e) Gemeentelijke Verordeningen op Onderwijshuisvesting f) Arbo catalogus PO g) Arbowet en Arbobesluit h) Bouwbesluit i) NEN normen verlichting, finger entrapment j) Energieprestatienormering (NEN-2916) k) Gemeentelijke bouwverordening l) Wet Milieubeheer m) Brandweereisen

21

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Bijlage II Basisinventarislijst Leeswijzer: In deze tabel wordt een advies gegeven voor een basisinrichting voor een volledig ingericht speellokaal waar goed bewegingsonderwijsgegeven kan worden aan kleuters. Per onderdeel is een bedrag vastgesteld (jaarlijkse prijspeiling) dat voldoende is om een toereikende inventaris aan te schaffen.

De prijzen dienen jaarlijks geindexeerd te worden (let op: prijzen zijn exclusief btw, montage- en transportkosten). De genoemde aantallen zijn een handreiking, het aan te schaffen materiaal wordt in overleg met de (vak)docent en leverancier vastgesteld zodat het aansluit bij de wensen van de gebruiker.

2021 Basisinventarislijst Speellokaal Stelposten met handreiking voor aantallen

Categorie

Type materiaal

Advies aantallen

Levensduur in jaren

2

25

Prijsindicatie per stuk in euro exclusief btw Prijspeil 2021

Vaste voorzieningen Plafondvoorzieningen

totaal € 2.084,00 Hijsunit/ring-touwinstallatie, handbediend

Wandvoorzieningen

*Aantal te bepalen in overleg met gebruiker(s) en leverancier

€ 1.042,00 totaal € 5.570,00

Schuifprofiel voor netspelen

20

€ 225,00

*Nis voor touwen en ringen

1

25

€ 1.180,00

*Oogjes in de muur voor afzetten miksituaties

20

€ 150,00

*Muurbeugels

20

€ 515,00

*Traverseerwand

15

€ 3.500,00

Grondvoorzieningen

totaal € 1.149,00 Vloerbevestigingspunt (draaibaar) voor hijsunits/ ring-touwinstallatie

4

20

€ 154,00

Afspanband

6

10

€ 85,00

Deksellichter (alleen nodig indien er grondpotten zijn)

1

10

€ 23,00

Verplaatsbare toestellen totaal € 3.889,00

Accessoires hijsunit/ring-touwinstallatie**

**indien aanwezig. Bij bestaande bouw wellicht niet, advies bij nieuwbouw dit wel op te nemen. Zwaaien is onderdeel van de onderwijsleerdoelen.

Schommelplank

1

10

€ 213,00

Ringstellen (2 ringstellen, 4 ringen)

4

10

€ 480,00

Trapezestokken

2

10

€ 132,00

Touwen, waarvan eventueel 1 touw met knopen

2

10

€ 220,00

Verlengkoorden

4

10

€ 51,00

Zitschotel

2

10

€ 67,00

Touwladder

1

10

€ 537,00

Ringstokhaak

1

15

€ 177,00

22

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Categorie

Advies aantallen

Type materiaal

Levensduur in jaren

Klimmen

totaal € 9.165,00 Verplaatsbaar klimrek/klimeiland

1

Ladder breed en/of smal

2

10

€ 5.335,00 € 431,00

Glijbaan/glijplank

2

10

€ 389,00

Zig-zag-ladder/om-en-om-ladder

1

10

€ 453,00

Kippenladder

1

10

€ 367,00

Balanceer/evenwichtsbalk

1

10

€ 354,00

Bankbladen/combiplank

2

10

€ 354,00

Kantelblok/klossen

2

10

€ 154,00

Steunvlakken, balanceren, springen

totaal € 7.903,00

Springkast, (kleuter)combiframe, of toren

2

10

€ 1.487,00

Dek voor combiframe (2 zacht-2 hard)/toren

4

10

€ 332,00

Kleuter springplank

1

10

€ 566,00

Kleuter minitramp

1

10

€ 247,00

Duikelstok

1

10

€ 257,00

Balansrol/balansschaal

1

10

€ 138,00

Tussendelen kleutertoren

2

10

€ 259,00

Gymblokken

5

10

€ 375,00

Korf/velgring

1

10

€ 97,00

Korfbalpaal (korte)

1

15

€ 382,00

Turnmatten (koppelbaar, klittenbandstrook 150x100x6cm)

6

10

€ 264,00

Landingsmat (200x150x15 cm)

1

8

€ 799,00

Schuine (rol)mat

1

8

€ 302,00

Sport en spel

totaal € 479,00

Landingsvlakken

***Afhankelijk van beveiligen aangeboden activiteiten (zwaai/klim etc.) iom leverancier en vakdocent

Prijsindicatie per stuk in euro exclusief btw Prijspeil 2021

totaal € 2.685,00

***Vouwmat/lange mat of extra turnmatten of valmatten afdoende om zwaai/klimsituaties te beveiligen in aanvulling op bovenstaande genoemde matten

10

Zit- en afscheidingselementen

totaal € 2.166,00

Kleuterbank met evenwichtsbalk (bankbladen met steuntjes)

6

10

€ 361,00

LET OP: voor bal- en spelmateriaal jaarlijks €640 resereveren

Los materiaal Ballen

totaal € 375,00 Foambal groot, diverse kleuren

6

2

Foambal klein, diverse kleuren

6

2

Multispeelballen diverse kleuren

8

5

Kleine ballen, diverse tennis-, foam-, rubberballen

30

2

Dobbelstenen

2

2

Diverse ballen (mini-basketballen/ mini-volleybal/zachte voetballen/shuttles)

5

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

23

Categorie

Type materiaal

Advies aantallen

Levensduur in jaren

Sport- en spelatributen

Prijsindicatie per stuk in euro exclusief btw Prijspeil 2021 totaal € 250,00

Badmintonrackets

8

5

Rackets, div maten (korte steel)

8

5

(Uni)hockeysticks

8

8

Knotsbalsticks

4

5

Zakloopzakken

2

2

Samenwerkings- en organisatie materiaal

totaal € 575,00

Werpringen, div kleuren

12

5

Pittenzakjes, div kleuren

30

3

Hoepels, div kleuren, groot

8

5

Hoepels, div kleuren, klein

8

5

Tegels/(deur)matjes, div kleuren

20

5

Blokken, zacht

30

3

Springtouw, kort

8

5

Springtouw, lang

1

5

Toverkoord, lang

1

5

Toverkoord, kort

1

5

(Touwtrek)touw

1

5

Skateboard

2

5

Balanceboard

1

5

Loopklossen div

8

5

Rolplankjes

4

5

Combipalenset

4

5

Stokken, 1m

10

5

Circus

totaal € 100,00 Jongleerballen

6

3

Jongleerdoekjes

9

5

Chinese bordjes

8

5

Devil/ flowersticks

2

5

Pilonnen klein formaat

8

8

Pilonnen middelgroot formaat

12

8

Pilonnen groot formaat

8

8

Markeringshoedjes

20

5

Lintjes 4 kleuren

32

5

Zandlopers

3

3

Regelmateriaal

totaal € 230,00

24

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Categorie

Advies aantallen

Type materiaal

Levensduur in jaren

Overig los materiaal

Prijsindicatie per stuk in euro exclusief btw Prijspeil 2021 totaal € 180,00

Kranten Ballonnen Wasknijpers Muziekinstallatie (met bluetooth)

1

5

Ballenpomp elektrisch

1

5

Opbergen

Aantal te bepalen in overleg met gebruiker(s) en leverancier

totaal € 1.625,00 Hondjes

5

Mattenkar

15

Ballenkar

15

Ballennetten

5

Opbergkratten

10

Klittenbandstrook aan de muur (voor turnmatjes)

15

Inrichting berging

NB: voor meer informatie over de berging zie hoofdstuk 5.2 van Handboek huisvesting Speellokaal

totaal € 530,00 Ophangbeugels

15

Afsluitbare kast

10

Planken

10

Overig

totaal € 50,00 EHBO-trommel

1

1

€ 50,00

Bedragen zijn exclusief eventuele montagekosten, vracht en btw

25

Handboek huisvesting bewegingsonderwijs speellokaal KVLO 2021

Zinzendorflaan 9 • 3703 CE Zeist • 030 - 692 08 47 • www.kvlo.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=a0cff303-57ab-4b49-b30e-3f8a59316c89