Getekende gedragscode college Moerdijk
Tekst van het document
Gedragscode burgemeester en wethouders gemeente Moerdiik
Inleiding Goed bestuur is integer bestuur. Maarwat is integer bestuur? Er is geen eenduidig antwoord op die vraag te geven.
Met integriteit -of integer handelen- bedoelen we dat ieder zijn functie adequaat en zorgvuldig uitoefent, met inachtneming van verantwoordelijkheden en de geldende regels. Als regels ontbreken of onhelder zijn, dan oordeelt diegene en handelt diegene op moreel verantwoorde wijze, op basis van algemeen aanvaarde sociale en ethische
normen. leder neemt verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen, is aanspreekbaar op zijn gedrag, en spreekt anderen hierop aan.
Er wordt door iedereen net een andere invulling aan gegeven. De invulling is ook continu aan verandering onderhevig. Met deze gedragscode geven wij, als college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk (hierna: het college), de komende periode gezamenlijk invulling aan het begrip integriteit. Visie op ¡ntegr¡te¡t
Wij geven invulling aan het begrip integriteit door in deze gedragscode een onderscheid te maken tussen inhoudelijke en procesmatige bepalingen. De inhoudelijke bepalingen bevatten zowel een juridisch als een moreelethisch perspectief. Het juridische perspectief is statisch en komt tot u¡ting in een deel van de normen die zijn opgenomen. Deze normen vinden grotendeels hun oorsprong in wettelijke bepalingen. Het moreel,ethisch perspectief op integriteit is dynamisch. De opvattingen over moreel-ethisch handelen veranderen continu. Dat betekent dat wij als collegeleden regelmatig met elkaar in gesprek gaan over wat integriteit en 'integer bestuur' voor ons inhouden. Onze gezamenlijke opvattingen over moreel-ethisch handelen leiden ook tot enkele aanvullende afspraken over
ons gedrag. lntegriteit is nameli.¡'k niet enkel het volgen (en respecteren van) wettelijke bepalingen, maar ziet ook
op ons gedrag en hoe wij met elkaar omgaan in en buiten het college. Het gaat om een omgang die vrij is van ongewenste omgangsvormen. De focus ligt op het versterken van het morele kompas en de veiligheid binnen het college. Zo'n moreel kompas is vooral effectief als wij het als college en als individu uitdragen in zowel woord als daad.
Het draait echter niet alleen om de omgang tussen politieke ambtsdragers onderling, maar juist ook om een respectvolle omgang met inwoners en organisaties en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers. We groeien immers naar een organisatie waar oog is voor elkaar en voor de menselijke maat, waar participatie en samenwerking
een uitgangspunt is, waar steeds sneller geschakeld wordt en er een hoge mate van betrokkenheid is. Deze ontwikkelingen en de toenemende betrokkenheid zorgen eryoor dat het 'grijze gebied' steeds groter kan worden. Dat wij er als collegeleden zijn voor onze inwoners, betekent ook dat iedere inwoner van ons dezelfde behandeling mag verwachten om bijvoorbeeld (de schi1'n van) belangenverstrengeling, ondermijning en vriendjespolitiek te
voorkomen. Het is daarom des te belangrijker om als college heldere afspraken te maken over wat wij goed en integer gedrag vinden, en vooral wat niet. De gedragscode De gedragscode is niet vrijblijvend. Wij hebben als college de verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en de inwoner(s) conform de gedragscode te handelen. Ook hebben we de verantwoordelijkheid elkaar aan te spreken
op gedrag dat niet in lijn is met de gedragscode. ln het uiterste geval stappen we naar de burgemeester of locoburgemeester.
2
Met deze gedragscode geven we een nadere invulling aan het begrip integriteit. Dit doen we door het opnemen van waarden, normen, afspraken over hoe integriteit levend te houden en procedures voor het geval er sprake is van een dilemma of wanneer integriteit in het gedrag mogelijk in het geding is. Wij zijn ons ervan bewust dat we er
met deze gedragscode niet zijn. Het is onze, individuele en gezamenlijke, verantwoordelijkheid deze gedragscode levend te houden en bij te dragen aan een 'integer bestuur' van Moerdijk. Kernwaarden integriteit De kernwaarden van onze organisatie en ons gedrag zijn: aansprekend, bevlogen, vertrouwd en samenwerkend. ln
aanvulling hanteren wij voor integer handelen de volgende kernwaarden; Betrouwbaqr
Wij zijn betrouwbaar voor onze inwoners en collega's. Betrouwbaar betekent dat we onze afspraken nakomen: we zeggen wat we doen en we doen wat we zeggen. We zijn duidelijk over wat inwoners van ons mogen venivachten
en vertellen ook waarom we iets doen of waarom we tot een beslissing zijn gekomen. Daarbij vinden we het belangrijk dat we gelijke gevallen gelijk behandelen. We zijn zorgvuldig en objectief. Respect
We hebben respect voor elkaar en onze inwoners en proberen altijd goed te handelen. We plaatsen onszelf niet op een voetstuk: we zi1'n benaderbaar, open en behandelen iedereen op een gelijkwaardige manier. We spreken niet over elkaar maar met elkaar. Hebben we ergens geen goed gevoel bij, dan trekken we niet meteen conclusies maar vragen we door en maken we het bespreekbaar. Daarbij staan we ook open voor kritische vragen van de ander. Elkaar met respect behandelen betekent ook dat we duidelijke omgangsnormen hanteren. We gaan op een normale manier met elkaar om. Agressie en andere vormen van ongewenst gedrag worden niet getolereerd. We venvachten
ook dat inwoners en organisaties ons met respect behandelen en ons niet in situaties brengen die tot een integriteitsschending kunnen leiden. Uitlegboar We kijken naar de mens achter de (aan)vraag en proberen daarom zo veel mogelijk passende oplossingen te vinden. We spiegelen daarom ons eigen gedrag en stellen de vraag: is mijn handelen uitlegbaar aan mijzelf, mijn collega's,
de organisatie als geheel en de inwoners? Zou ik dit voor een ander in dezelfde situatie ook doen? Kan ik mezelf nog aanki.¡'ken in de spiegel als ik dit heb gedaan? En handel ik op dezelfde manier als iemand over mijn schouder meekijkt? Daarvoor nemen we zelf verantwoordelijkheid, we wachten niet tot iemand ons ergens op aanspreekt. Uitlegbaar betekent ook dat beslissingen begrijpelijk moeten zijn voor iedere inwoner. We communiceren helder, we verstoppen ons niet achter ingewikkelde taal en leggen uit wat we bedoelen. Daarbij motiveren we ook ons afwegingskader: hoe en waarom we tot een beslissing zi1'n gekomen. Als wij iemand niet verder kunnen helpen, doen we ons best om deze persoon wél bij de juiste plek te brengen of leggen het goed uit. Open en eerlijk
Open en eerlijk zijn betekent ook dat we transparant zijn over onze rol in een bepaalde situatie: wat is onze rol in een traject? Welke verantwoordelijkheden heeft een ander? Wat is onze sfeer van invloed? Zo weet de ander wat ze
van ons kunnen verwachten. We zijn eerlijk over hoe we tot besluiten zijn gekomen en betrekken de juiste mensen. Daarb|¡'is openbaarheid de regel en maken we zo min mogelijk gebruik van geheimhouding. Als geheimhouding wel nodig is, vertellen we ook
waarom dit nodig is.
3
Ook op het gebied van integriteit zijn we open en eerlijk over ons eigen handelen. We houden onszelf regelmatig de spiegel voor. Daarbij durven we ons kwetsbaar op te stellen: weten we niet zekerwat de juiste aanpak is of hoe we in een situatie integer handelen? Dan maken we dat bespreekbaar. Bovenstaande kernwaarden streven we als college na en geven richting in het vormgeven van het beleid voor onze inwoners. Ze gelden als na te streven normen die we met elkaar tastbaar maken en doorleven door middel van onder andere deze gedragscode.
1. Algemene bepalingen ln deze gedragscode staat 'college' als wordt verwezen naar het college van burgemeester en wethouders. ln deze
gedragscode staat 'collegelid/collegeleden' als wordt verwezen naar de burgemeester en de wethouders. Als er slechts naar de burgemeester of de wethouder wordt ven¡uezen, is dat expliciet aangegeven.
Artikel 1.1 De gedragscode geldt voor het college.
Artikel 1.2 De gedragscode is openbaar en via de website van de gemeente Moerdijk beschikbaar
2. Voorkomen van belangenverstrengeling Bij belangenverstrengeling worden privébelangen onderdeel van de (voorbereiding van) besluitvorming. Het is aan de collegeleden om te voorkomen dat een conflict ontstaat tussen de publieke ambtsuitoefening en privébelangen.
Ook de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden.
Persoonlüke belangen (artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet)
Artikel2.l Het collegelid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij het collegelid een persoonlijke betrokkenheid heeft.
Artikel2.2 Een collegelid onthoudt zich van deelname aan de beraadslaging en stemming in het college als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden, namelijk als er sprake is van een aangelegenheid die
hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken.
Verboden handelingen (aftikelel ¿ls_celsle lid, en 69, eerste lid jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet)
Artikel2.3 De collegeleden mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan.
Deze handelingen zijn verboden ter waarborging van de zuiverheid in de verhoudingen tussen enerzijds de collegeleden en anderzijds de gemeente.
4
Nevenfuncties @flikelen _3_6þ, 41b, 66 en 69 Gemeentewet)
Artikel 2.4 De collegeleden mogen bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen.
Artikel2.5 Collegeleden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt het collegelid kenbaar in het college en de gemeenteraad. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt het collegelid deze openbaar. Als de wethouder niet in deeltijd werkt, worden de inkomsten uit betaalde nevenfuncties ook openbaar gemaakt.
Artikel2.6 ln aanvulling op artikel 2.5 geldt daarnaast voor de burgemeester dat hij evenmin nevenfuncties mag hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
Artikel2.T De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van de collegeleden. De collegeleden leveren de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel terstond na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft de wijzigingen daarin door. Op deze
lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en de hoogte van de eventuele bezoldiging.
Artikel 2.8 ln aanvulling op artikel 2.7 is voor de burgemeester daaraan toegevoegd dat hij ook het (verwachte) tijdsbeslag doorgeeft.
Draaideurconstructie
Artikel2.9 Collegeleden handelen in de uitoefening van hun ambt nietzodanig datzij vooruitlopen op een functie na aftreden.
Artikel2.10 Oud-collegeleden mogen gedurende twee jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor de gemeente. Uitzondering hierop is het raadlidmaatschap.
Artikel 2.11 Oud-collegeleden mogen gedurende twee jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden part[¡' van de gemeente Moerdijk optreden - tenzij het een q.q. functie betreft bij een ander overheidsorgaan.
Toelichting'Voorkomen van belangenverstrengel¡ng' Persoonlüke belangen ln deze gedragscode duiden we (de schijn van) belangenverstrengeling als een conflict tussen enerzijds de publieke ambtsuitoefening en anderzijds de privébelangen van het collegelid. Als er geen bewijs is van daadwerkelijke beïnvloeding van het ene belang door het andere kan er wel belangenverstrengeling lijken te bestaan, namelijk ook wel de schyh van belangenverstrengeling genoemd.
5
Het gaat om situat¡es waarbú het collegelid privébelangen heeft die op gespannen voet staan met de uitvoering van zijn ambtstaken en verantwoordelijkheden en die deze op nadelige wijze beÏnvloeden. Bi.¡' persoonlijke belangen gaat het om zaken die het collegelid direct
of indirect aangaan, zoals familierelaties, eigendommen, financiële belangen (zoals aandelen) of bestuurslidmaatschappen van gesubsidieerde instellingen. Bijvoorbeeld bij het collegelid dat meebeslist over de bestemming van een bedrijventerrein waar hij zelf een bedrijf(swoning) bezit, kan sprake zijn van (de schil'n van) belangenverstrengeling. Een ander voorbeeld van (de schijn van) belangenverstrengeling is het collegelid dat stemt over de gunning van een bouwopdracht terwijl hij familiebanden heeft met een van de meedingende aannemingsbedrijven. Collegeleden zijn tegelijkertljd ook inwoners. Zij maken deel uit van het economische en sociale leven in de gemeenschap die ze besturen. Net als iedere andere inwoner zijn zij afnemer van producten en diensten, lid van verenigingen en wijkbewoner. Daarom kan een collegelid zonder bezwaar meestemmen over bijvoorbeeld de afvalinzameling, de vaststelling van tarieven van de onroerendezaakbelasting of over het openbaar vervoer in de eigen wijk. Het collegelid moet steeds zelf de afweging maken of hij kan deelnemen aan beraadslagingen en stemming. Een harde gedragslijn is hiervoor niet te geven. Het begint met transparantie over (financiele) belangen en onderling overleg. Nevenfuncties
ln deze gedragscode staat in artikel 2.5 dat collegeleden geen nevenfuncties mogen vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun ambt. ln een aantal gevallen verbiedt de wetgever de collegeleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden en rollen te vervullen. ln artikel 2.4. van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. De verboden zijn duidelijk, maar dat geldt niet voor de nevenfuncties waarvan de uitoefening'ongewenst'is. Bij dergelijke nevenfuncties gaat het niet om de wettelijke onverenigbaarheden, maar om nevenfuncties van andere aard. Het is niet vooraf te bepalen welke nevenfunctie een collegelid al dan niet kan vervullen tijdens de collegeperiode. Het is wel mogelijk om een aantal criteria te formuleren die bij de beoordeling van nevenfuncties van belang zijn. Bij de beoordeling van nevenfuncties zi1'n het tijdsbeslag en (de schijn van) belangenverstrengeling de belangrijkste criteria. Als het vervullen van een nevenfunctie dusdanig veel tijd kost dat het ten koste gaat van de invulling van de functie als collegelid dan is deze nevenfunctie ongewenst. Bij het tweede criterium gaat het over het risico op
(de schijn van) belangenverstrengeling, het gaat dus om een risico-inschatting. De beoordeling wordt in eerste instantie overgelaten aan het beoordelingsvermogen van het collegelid zelf. Een nevenfunctie dient als ongewenst te worden beschouwd indien het collegelid inschat dat bij een te aanvaarden nevenfunctie de belangen van de gemeente en de organisatie van de te aanvaarden nevenfunctie door elkaar kunnen lopen. Cliëntelisme Een definitie van cliëntelisme: het collegelid laat zijn stem of invloed beinvloeden in ruil voor politieke steun, bijvoorbeeld door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of in het vooruitzicht zû'n gesteld. Ook wel 'voor wat, hoort wat'. Cliëntelisme is dus niet de bedoeling. Cliëntelisme dient niet in strafrechtelijk zin te worden opgevat. De Gemeentewet is immers duidelijk waar het gaat om verboden handelingen van een collegelid. Daarnaast bepaalt de Gemeentewet dat de wethouders niet aan beraadslagingen en stemming mogen deelnemen over aangelegenheden die hen direct of indirect persoonlijk of
als vertegenwoordiger aangaan. Verder leggen de wethouders ode eed of belofte af waarin zij onder andere verklaren "rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst (te hebben gegeven of beloofd" en "om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte (te hebben) aangenomen of (te zullen) aannemen". Cliëntelisme is dus geen juridisch begrip.
Wat is cliëntelisme dan wel? Collegeleden hebben een ombudsfunctie naar hun inwoners en worden geacht aanspreekbaar te zijn voor de inwoner met (individuele) problemen. De collegeleden moeten openstaan voor de
problemen en wensen die onder de inwoners leven. Maar deze wensenlijsten moeten steeds weer worden afgewogen tegen alle andere gemeentelijke belangen. Er is sprake van een grijs gebied. Het komt erop aan om op het juiste moment als collegelid grenzen te trekken en vervolgens zorgvuldig en transparant te motiveren en uit te leggen waarom je ze daar trekt.
6
Verbonden partû
ln deze gedragscode staat in artikel 2.1'l dat oud-collegeleden gedurende twee jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij van de gemeente Moerdijk mogen optreden - tenzij het een q.q. functie betreft bij een ander overheidsorgaan. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat,
namelijk een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat dan wel het bedrag waaryoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een bestuurlijk belang is zeggenschap hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Een verbonden partij kan bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling, vennootschap of stichting zijn.
Met artikel 2.10 wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. De achterliggende gedachte van het artikel is om extra voorzichtig te zi1'n als je oud-bestuurders en/of bevriende relaties werft. Er moet rekening worden gehouden met het gebruik van verkregen informatie uit de voormalige functie bij de inzet bij de desbetreffende verbonden parti.¡'.
3. Infofmâti€ [artikelen 169 en 180 Gemeentewet) Artikel3.l De raadsleden zien erop toe dat het college, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college verstrekt alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zi.¡'n taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad en het college kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.
Artikel3.2 Collegeleden die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime of vertrouwelijke karakter kennen
of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.
Artikel 3.3 Als een collegelid anderen over geheime informatie informeert, pleegt hij in beginsel een strafbaar feit (artikel 272
Wetboek van Strafrecht).
Artikel 3.4 Als een collegelid anderen oververtrouwelijke informotie informeert, waarvan hij hetvertrouwelijke karakter kent of
redelijkerwijs moet vermoeden, kan dit een strafbaar feit opleveren. lngevolge artikel 2:5 van cle Algemene wet bestuursrecht z¡"n collegeleden verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettel¡-k
voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
Artikel3.5 Collegeleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij uit hoofde van hun ambt beschikken en zorgen ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.
Artikel3.6 Collegeleden maken niet te eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
7
Toelichting'informatie' Collegeleden kunnen de beschikking krijgen over drie soorten informatie, namelijk:
1. Openbare informatie 2. Geheime informatie; 3. Vertrouwelijkeinformatie; Als een collegelid opzettelijk geheime informatie (informatie waarop door het bevoegde bestuursorgaan geheimhouding is opgelegd) bekendmaakt enlof verspreid, dan is dat strafbaar. Het collegelid kan dan ingevolge arLikel 272 Wetboek van Strafrecht worden vervolgd.
Het komt voor dat collegeleden beschikking krijgen over vertrouwelijke informof¿e die niet bekend en verspreid mag
worden, bijvoorbeeld informatie die in een besloten vergadering is besproken over financiële en strategische belangen van de gemeente of de belangen van een derde, zoals een onderhandelingspartner (denk aan het innemen
van een grondpositie of aanbesteding). Het openbaar maken van deze vertrouwelike informatie, waarvan het collegelid het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden is een schending van artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht. Dit kan een strafbaar feit opleveren op grond van artikel 272 Wetboek van Strafrecht. Bij twijfel over het vertrouwelijke karakter van informatie raadpleeg je als collegelid, de rest van het college.
4. Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen, buitenlandse reizen, lunches, diners en recepties op uitnodiging van derden Geschenken, faciliteiten en diensten
Artikel4.l Een collegelid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als z'rjn onafhankelijke positie
hierdoor kan worden beïnvloed.
Artikel 4.2 Een collegelid kan, tenzij artikel 4.1 van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of
minder vertegenwoordigen, behouden.
Artikel4.3 Geschenken die het collegelid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50
vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.
Artikel 4.4 De gemeentesecretaris legt een register aan van alle geschenken. ln het register wordt bij geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50 aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via de website van de gemeente Moerdil'k beschikbaar.
8
Artikel4.5 Het collegelid stuurt de afzender van een geschenk met een geschatte waarde van meer dan € 50 een bericht met de mededeling dat het collegelid geen geschenken accepteert met een geschatte waarde van meer dan € 50 en of de afzender bij een volgend geschenk bij voorkeur een bedrag aan een goed doel wil doneren.
Artikel4.6 Het collegelid ontvangt geen geschenken op het huisadres. Lunches. diners, recepties en andere uitnodigingen
Artikel4.T Het collegelid accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan
worden als functioneel.
Artikel4.S Bij twijfel legt het collegelid de uitnodiging ter bespreking voor aan de rest van het college.
Excursies en evenementen
Artikel 4.9 lnvitaties voor excursies en evenementen op rekening van anderen dan de gemeente legt het collegelid vooraf ter bespreking voor aan de rest van het college.
Artikel4.l0 Het collegelid maakt de excursies en evenementen die hij heeft aanvaard openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijnlhun
rekening heeft/hebben genomen. De informatie is via internet beschikbaar. Buitenlandse reizen en verblüven
Artikel 4-11 Wat in bovenstaande artikelen 4.7 Tot en met 4.10 geldt, geldt in nog sterkere mate voor buitenlandse reizen op kosten van derden.
a. Een collegelid meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag
wordt gedaan;
b. Het collegelid meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening;
c. Een collegelid legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan
de kosten waren voor de gemeente;
d. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
9
Artikel4.l2 De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één week na terugkeer in Nederland
opgenomen in het register.
Artikel4.l3 Bij het aannemen van excursies, evenementen, buitenlandse reizen, lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de collegeleden te beinvloeden.
Toelichting 'geschenken, faciliteiten, diensten, excurs¡es, evenementen, buitenlandse re¡zen, lunches, diners en recept¡es op uitnodiging van derden' Werkbezoeken zijn bedoeld om collegeleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en ook om noodzakelijke contacten te leggen en te onderhouden binnen en buiten de gemeente. Het advies is om actief het ontstaan van de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan, dat betekent dat het aannemen van geschenken, lunches, diners of naar recepties gaan op kosten van anderen dan de gemeente goed over na moet worden gedacht
en zo nodig met het college worden afgestemd. Dit geldt in nog sterkere mate voor bijvoorbeeld excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging en/of kosten van derden. Dat wordt in het algemeen met grote(re) argwaan bekeken. Het is daarom verplicht om deze gevallen van tevoren met het college te bespreken om een integriteitsadvies te krijgen.
Het collegelid hoeft echter ook niet in een kramp te schieten als hij een geschenk krijgt aangeboden. Als een collegelid bijvoorbeeld een lezing heeft gegeven en er wordt na afloop een bos bloemen aangeboden, kan dat worden gezien als een geschenk uit hartelijkheid.
5. Gebruik van gemeenteliike faciliteiten en financiële middelen. Er worden voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen
aan collegeleden in bruikleen geboden die een goed functioneren van het college mogelijk maken. Het is aan collegeleden om daar op een zorgvuldige manier mee om te gaan.
Artikel 5.1 Het college richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven
rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
Artikel5.2 Het collegelid houdt zich aan het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.
Artikel 5.3 Het collegelid declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.
Artikel 5.4
10
De door de collegeleden gedeclareerde kosten worden jaarlijks openbaar gemaakt via de website van de gemeente
Moerdijk. De openbaarmaking vindt uiterlijk plaats op 1 april van het daaropvolgende jaar.
Artikel5.5 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente te eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaa¡ tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.
Toelichting 'gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen' Collegeleden krijgen voor hun werk de beschikking over een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Collegeleden in Moerdijk beschikken over voorzieningen als een laptop en een mobiele telefoon die primair voor hun werk ter beschikking zijn gesteld. Bij beëindiging van het dienstverband en/of de werkzaamheden is het collegelid verplicht de ter beschikking gestelde apparatuur geheel en zonder schade (anders dan ontstaan door normaal gebruik) op de laatste werkdag in te leveren.
6. Omgangsvormen binnen en buiten de vergaderingen Voor ons gaat integriteit ook over onderlinge omgangsvormen. Niet alleen binnen de vergaderzalen, maar ook daarbuiten. En zowel online als offline. Hoewel WhatsApp wordt gerekend tot sociale media, gaat het in onderstaande artikelen niet om communicatie via WhatsApp met bijvoorbeeld politiek adviseurs/collegeleden tijdens een vergadering of debat. Die communicatie
valt onder de gebruikelijke afstemming die hoort bij een politiek debat enlof besluitvorming. Het gaat in onderstaande bepalingen om sociale media richting de buitenwereld zoals Facebook, Twitter, Linkedln of lnstagram.
Tijdens de raads- en collegevergadering
Artikel6.l Het collegelid voert het debat op de inhoud en speelt niet op de persoon.
Artikel 6.2 Het collegelid houdt zich tijdens vergaderingen aan het reglement van orde en volgt de aanwijzingen van de voorzitter op.
Artikel 6.3 Het collegelid laat zich tijdens vergaderingen in woord, gebaar en online niet onnodig grievend uit over raads- of collega collegeleden en ambtelijke medewerkers.
Artikel6.4 Het collegelid voert tijdens vergaderingen niet een inhoudelijke discussie over hetzelfde ondenrverp via sociale media.
Artikel6.5 Het gebruik van sociale media mag tijdens vergaderingen niet leiden tot een verstoring van de vergadering.
11
Artikel6.6 Het collegelid onthoudt zich van grensoverschrijdend gedrag. Er is sprake van een respectvolle omgang tussen de raad en het college onderling en met elkaar en met inwoners, organisaties en medewerkers.
Buiten de raads- en colleoeveroaderinq
Artikel6.T Het collegelid laat zich in het openbaar in woord, gebaar en geschrift (online en offline) niet onnodig grievend uit over raads- of collega collegeleden en medewerkers.
Artikel6.3 Het collegelid onthoudt zich van grensoverschrijdend gedrag. Er is sprake van een respectvolle omgang tussen de raad en het college onderling en met elkaar en met inwoners, organisaties en medewerkers.
Artikel6.9 De gemeente Moerdijk hanteer-t als uitgangspunt dat grensoverschrijdend gedrag niet wordt getolereerd en dat er
zo nodig sancties volgen na vertoon van dergelijk gedrag. Indien een wethouder zich niet aan bovenstaande afspraken houdt, voert hij in ieder geval een gesprek over diens gedrag met de burgemeester. lndien de burgemeester zich niet aan bovenstaande afspraken houdt, voert hij een gesprek over diens gedrag met de wethouders. De mogelijke (disciplinaire) sancties zijn uitgewerkt in het meldprotocol voor raad en college bij vermoeden van integriteitsschending of ongewenst gedrag gemeente Moerdijk.
Toelichting 'Omgangsvormen binnen en bu¡ten de vergader¡ngen' lntegriteit gaat ook over onderlinge omgangsvormen. Niet alleen binnen, maar ook buiten de vergaderzaal. En zowel online als offline. Bij grensoverschrijdend gedrag brengt iemand een ander schade toe op fysiek, mentaal of emotioneel vlak, bijvoorbeeld (seksuele) intimidatie, pesterijen of discriminatie. Bij grensoverschrijdend gedrag is het van belang dat het gedrag door de ander als zodanig wordt ervaren.
7. Procesmatige bepalingen Aandacht voor de gedragscode Wij vinden het van belang om integriteit blijvend op de agenda te houden. Wij zijn hiervoor gezamenlijk als college
verantwoordelfk. Wrj verwachten in het bijzonder een actieve houding van de burgemeester bij het onder de aandacht brengen en houden van het thema ¡ntegriteit.
Artikel T.l Als onderdeel van het actieplan integriteit is opgenomen op welke momenten en manieren aandacht wordt besteed aan het onderwerp ¡ntegriteit in zijn algemeenheid en aan het integriteitsbeleid en de gedragscode in het bijzonder. De collegeleden nemen in ieder geval minimaal één keer per jaar deel aan een sessie over integriteit.
12
Artikel T.2 Bij het inwerkprogramma wordt uitgebreid aandacht besteed aan de bespreking van de gedragscode.
Het bespreekbaar maken van gedrag Artikel 7.3 lngeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode (vaak aangeduid met het 'grijze gebied') voorziet het college daarin. Wij hechten eraan met elkaar afspraken te maken over de wijze waarop we dit doen en hoe we (voorgenomen) gedrag bespreekbaar maken. Daarmee wordt bevorderd dat:
¡ . .
Wordt gehandeld in lijn met de gedragscode; Geen onnodige escalatie plaatsvindt; Gedrag en integriteit van personen geen onderdeel wordt van het inhoudelijke debat.
Artikel 7.4 Het staat het collegelid vrij een melding in te dienen van een vermoeden van een schending van de gedragscode overeenkomstig het meldprotocol.
ArtikelT.5 Het collegelid kan een situatie - met name voor gevallen van intimidatie, bedreiging, agressie en geweld - die zich voordoet ook altijd bespreken met het landelijk Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Dit team bestaat uit vertrouwenspersonen van de beroeps- en belangenverenigingen van burgemeester, wethouders en raadsleden.
Toelichting 'het bespreekbaar maken van gedrag' ln Moerdtjk zl1'n afspraken gemaakt over de processtappen die de collegeleden volgen in geval van een vermoeden
van een integriteitsschending door een raads- of collegelid. Deze zijn vastgelegd in het meldprotocol. ln de handhaving van de integriteit hanteren wij de volgende uitgangspunten: onpartijdigheid, terughoudend met publiciteit en zorgvuldigheid richting de vermeende schender. Onparttidlgheid. in de gedragscodes voor de raad en het college en de wetten waarop ze gebaseerd zijn, worden integriteitsschendingen gedefinieerd en de morele minima waaraan het handelen moet voldoen. Over die minima is iedereen het eens. Omdat iedereen het eens is over die minima, is er geen enkele reden de handhaving ervan ¡nzet te maken van partijpolitiek. Ook het verschil in oppositie en coalitie mag in de handhaving geen rol spelen. lndien dat toch gebeurt, is de kans bijzonder groot dat in de handhaving onrecht geschiedt. Uit het beginsel van onpartijdigheid volgt, dat iedereen de discipline moet opbrengen om bij de beoordeling van integriteitskwesties boven de partijen te gaan staan.
Terughoudend met publiciteif persvrijheid is een groot goed. Bij vermeende integriteitsschendingen van bijvoorbeeld politici heeft dat er echter soms toe geleid dat er in de media al een (voor)veroordeling heeft plaats gevonden voordat er onderzoek is gedaan. Het gevolg is willekeur, dat individuen die (mogelijk onschuldig) onder verdenking komen te staan grote schade oplopen en dat de geloofwaardigheid van de politiek wordt aangetast. Het is daarom van belang dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Zorgvuldigheid richtíng de vermeende schender: iedereen die mogelijk een schending heeft begaan, heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving. Als een raads- of collegelid onder verdenking komt te staan dat hi.¡' een integriteitsschending heeft begaan, dan dient er middels een (voor)onderzoek vastgesteld te worden of er überhaupt grond is voor de verdenking. Als er gronden zijn, dan moet er objectief onderzoek volgen.
Sinds 2018 bestaat het Landeli.¡'k Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Vertrouwenspersonen van het Genootschap van Burgemeesters, de Wethoudersvereniging en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden zijn via dit team benaderbaar wanneer een burgemeester, wethouder of raadslid met intimidatie, bedreiging of agressie
13
te maken krijgt. Dit team is opgericht met ondersteuning van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ondersteuningsteam is 24/7 bereikbaar via: 070-3738314.
Aldus besloten door de
raad
meente Moerdijk ín zijn openbare vergaderingvan2 november 2023 de plaatsvervangend voorzitter,
kel