Getekende bijlage 2: Zienswijzen ontwerpbegrotingen 2025 Gemeenschappelijke Regelingen
Tekst van het document
Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Moerdijk d.d. -3 c Is- / 2c 2
y
mij bekend, de raadsgriffi Bijlage bij raadsvoorstel: Zienswijzen ontwerpbegrotingen Gemeenschappelijke Regelingen Verbonden partij Belastingsamenwerking WestBrabant (BWB) GGD West-Brabant
GR Havenschap Moerdijk
Zienswijze 1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2023. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 naar voren te brengen. 1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2023. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 naar voren te brengen. 1. Gelet op bovenstaande aandachtspunten is er geen zienswijze voorbereid. De raad voor te stellen geen zienswijze in te dienen over de begroting 2025
ICT Samenwerking WestBrabant-West
1.
Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen
1.
Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord
1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2023. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 naar voren te brengen.
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VMWB)
1.
Werkplein Hart van WestBrabant
1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2023. 2. Geen zienswijze naar voren te brengen op de begroting 2025 van het Werkplein Hart van WestBrabant. 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2023/jaarstukken. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 naar voren te brengen.
West-Brabants Archief (WBA)
Verbonden partij Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)
Kennis te nemen van de jaarrekening 2023/jaarstukken. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 naar voren te brengen.
Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 in te dienen.
Zienswijze 1. Kennis te nemen van de voorlopige jaarrekening 2023. 2. De volgende zienswijze op de ontwerpbegroting 20252028 naar voren te brengen: a. Over de uitleg van artikel 3 van de Financiële verordening OMWB 2023 (hierna: verordening) en de toe te passen indexering is de afgelopen periode bij het aanpassen uurtarief 2024 onduidelijkheid ontstaan. Wij vragen u de omissie in de verordening te herstellen door duidelijker in de verordening vast te leggen hoe en op welke momenten het voorcalculatorisch tarief wordt berekend en herzien. Dit vraagt om een aanpassing van de verordening. b. Wij stellen vast dat de conceptbegroting 2025 niet op basis van ongewijzigd beleid is opgesteld. Het begrip ongewijzigd beleid moet ruim worden géinterpreteerd. Hieronder verstaan wij ook structurele uitgaven van enige omvang. Verder vragen wij u kritisch te kijken naar het doorvertalen
van nieuwe beleidsvelden in de VTH-taken — en diensten en dit beheersbaar en controleerbaar te maken. In de conceptbegroting zijn nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen waarover het algemeen bestuur geen besluit heeft genomen. Dit is in strijd met de door ons uitgebrachte financiële richtlijn 2 voor de kaderbrief 2025 en conceptbegroting 2025. In aansluiting op vorige zienswijze vragen wij u de kaderbrief voortaan ter vaststelling voor te leggen aan het algemeen bestuur en de Financiële Verordening op dit onderdeel aan te passen. C. Bij nader inzien is de meerjarenbegroting 2025 niet structureel sluitend. Structurele uitgaven (personele uitbreiding) worden (gedeeltelijk) gedekt uit incidentele middelen (SPUKuitkeringen). Dit is niet overeenkomstig de financiële richtlijnen die deelnemers hebben gegeven. Wij vragen u in het vervolg alleen incidentele middelen aan te wenden voor dekking van incidentele uitgaven. d. In de berekende deelnemersbijdrage 2025 is voor Moerdijk een bedrag van € 63.715 doorberekend dat gebaseerd is op de in de kaderbrief opgenomen uitbreiding van 8,54 fte (pag. 26). De doorberekening vindt plaats op basis van een verdeelsleutel en niet op grond van feitelijke toezeggingen. De inhoud en omvang van het werkprogramma 2025, en dan met name de eventuele verhoging van budgetten, is op dit moment niet concreet.
Het doorberekenen van deze structurele uitgaven naar deelnemers vinden wij in deze fase prematuur. Hierin zien wij een risico voor de dienst. Wij vragen u de uitbreiding van de hierboven genoemde formatieplaatsen alleen in te vullen wanneer de afname van deze uren structureel geborgd is in de werkprogramma's van deelnemers. Wij vragen u hierover met deelnemers in overleg te treden voorafgaand aan het definitief vaststellen van de begroting in het algemeen bestuur. Ook verwijzen wij u naar zienswijze b. e. Op grond van de Omgevingswet zijn een aantal verzoektaken verplichte basistaken geworden. Bij de berekening van de deelnemersbijdrage is hiermee onvoldoende rekening gehouden waardoor een correctie moet plaatsvinden op de berekening van de bijdrage voor programma 2; bedragen zijn nu dubbel in de berekening opgenomen. Wij vragen u hierover met deelnemers in overleg te treden voorafgaand aan het definitief vaststellen van de begroting in het algemeen bestuur. Regio West-Brabant (RWB)
1.
Kennis te nemen van de jaarrekening/jaarstukken 2023;
2. De volgende opmerking te maken over de resultaatbestemming: Voor Mobiliteitstaken is in de begroting 2024 € 268.000 opgenomen, daarom is de resultaatbestemming van € 238.000 voor uitvoering van die taken in 2024 niet nodig; 3. De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2025 naar voren te brengen: a. Wanneer taken van de RWB naar de stedelijke regio's en/of andere samenwerkingsverbanden overgaan, de financiële consequenties daarvan in de begroting te verwerken. We menen dat wanneer taken elders belegd worden, de gemeentelijke bijdrage aan de RWB in gelijke mate daalt. b. Het transitiebudget ad € 200.000 alleen voor 2025 op te nemen in de begroting. C. In het verlengde hiervan de ramingen voor 2026 t/m 2028 met € 200.000 verlagen en dit te verrekenen met de bijdragen van de deelnemers. Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS-groep)
1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2023 van WVS; 2. De onderstaande zienswijze op de ontwerpbegroting 2025 naar voren te brengen; 3. De onderstaande zienswijze op de jaarrekening 2023 WVS naar voren te brengen: Zienswijze ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming t/m 2028 WVS: Het college van burgemeester wethouders stelt de gemeenteraad voor om de WVS te verzoeken om de omvang van de benodigde algemene reserve bij te stellen conform de bepalingen uit de herijkte Nota Verbonden Partijen, in die zin dat de algemene reserve 'slechts' is bedoeld voor het opvangen van afwijkingen tussen indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke cao-indexering, overige cao-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling.
Toelichting: In financiële richtlijn 5 (uit de nota verbonden partijen) is het volgende opgenomen : 'Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke cao-indexering, overige caoafspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd.' In bijlage 1 bij de Nota verbonden partijen onder Nadere toelichting op de afspraken voor gemeenschappelijke regelingen op basis van de Wgr is bij Afspraak 2.3. Gezamenlijke kaderstelling met financiële en beleidsmatige richtlijnen voor de begroting opgenomen: "In de financiële richtlijnen is, in richtlijn 5, met name aandacht geschonken aan het al dan niet aanhouden van een algemene reserve
door de verbonden partij. Uitgangspunt is dat de weerstandscapaciteit zich bij gemeenten bevindt, maar dat de verbonden partij een beperkte algemene reserve kan aanhouden ten behoeve van onvoorziene situaties zoals een hogere inflatie en een hogere cao-wijziging dan geraamd." en "De algemene reserve is dus geen doel op zich maar een middel om de bedrijfsvoering van de gemeenschappelijke regeling doorgang te laten vinden." In het voorstel van WVS wordt de benodigde weerstandscapaciteit volledig bij WVS in plaats van de deelnemers aangehouden, terwijl dat niet bedoeld wordt in financiële richtlijn 5 met een 'beperkte algemene reserve om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren (...)" Hiermee wordt afgeweken van financiële richtlijn 5. De Rapportage onderzoek Weerstandsvermogen WVS van Deloitte is opgesteld met het doel om een berekening te maken van het benodigde weerstandsvermogen van WVS en niet om een berekening te maken van de hoogte van een beperkte algemene reserve om in het lopende jaar afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke cao-indexering, overige caoafspraken en de werkelijke prijsontwikkeling bedrijfsvoering op te kunnen vangen zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd.
Zienswijze jaarrekening 2O23 WVS: Ook bij de jaarrekening 2023 doet WVS een voorstel met betrekking tot de algemene reserve Eind 2023 bedraagt de algemene reserve van WVS € 3.000.000,-. Gelet op het resultaat 2023 stelt WVS voor om hiervan € 1.000.000,- toe te voegen aan de algemene reserve. Aangezien uw raad op basis van artikel 34, lid 2 van de huidige Gemeenschappelijke Regeling WVS nog een zienswijze naar voren kan brengen over de jaarrekening stelt het college van burgemeester en wethouders voor om de eerder genoemde zienswijze over de omvang van de algemene reserve ook op de jaarrekening 2023 van WVS in te dienen. Met als toevoeging dat afhankelijk van de uitkomst hiervan ook het bedrag dat ten laste van het resultaat 2023 aan de algemene reserve wordt toegevoegd, dient te worden bijgesteld.