Getekende bijlage 2 jaarrekening 2023 Moerdijk
Tekst van het document
Bestemmingsreserves met dekkings- en bestedingsfunctie: Het doel van de reserves investeringen bruto methode en investeringen met maatschappelijk nut is het dekken van afschrijvingslasten voortkomend uit investeringen met economisch nut en maatschappelijk nut. De meerjarige uitgaven van incidentele aard worden jaarlijks in de exploitatie verantwoord, hiertegenover staat een onttrekking aan de reserve.
Investeringen bruto methode Investeringen met maatschappelijk nut Investeringen meerjarige uitgaven incidenteel Totaal
Saldo Saldo per 01-01-2023 per 31-12-2023 9.384 8.942 22.089 21.649 1.936 1.837 33.409 32.428
De verminderingen ter dekking van afschrijvingen aan de reserve bruto methode zijn: Aanpassingen hal gemeentehuis Afschrijvingen brandweerkazerne industrieterrein Moerdijk Afschrijvingen multifunctioneel centrum Fijnaart Afschrijvingen aanleg openbare ruimte Sportpark Klundert Afschrijvingen heropening Rode Vaart Afschrijvingen restauratie Fort Sabina
€ € € € € € €
97 88 87 78 72 20 442
De verminderingen ter dekking van afschrijvingen aan de reserve maatschappelijk nut zijn: Afschrijvingslasten investeringen maatschappelijk nut Waterfront Moerdijk
De toevoegingen aan de reserve investeringen meerjarige uitgaven incidenteel zijn: Gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost Versnelling woningbouw Zevenbergen-Oost Omgevingswet
€ € €
364 76 440
€ € € €
750 405 130 1.285
€ € € € € € € €
400 356 240 134 135 62 57 1.384
De onttrekkingen aan de reserve investeringen meerjarige uitgaven incidenteel zijn: Noordelijke omlegging N285 Ambtelijke capaciteit 6 projecten Implementatie omgevingswet Zevenbergen-Oost stationsgebied Zevenbergen-Oost woningbouw Zevenbergen-Oost tunnelalliantie Overige: diverse
Bestemmingsreserves - egalisatiereserves: Het doel van egalisatiereserves is het voor de middellange termijn voorkomen van schoksgewijze effecten van diverse lasten. Het doel van de reserve huisvesting onderwijs is de egalisatie van kosten gemoeid met de instandhouding en eventuele uitbreiding van de onderwijsvoorzieningen. Het doel van de reserve kapitaallasten openbare verlichting is de egalisatie van kosten gemoeid met de instandhouding en eventuele uitbreiding van de openbare verlichting.
Huisvesting onderwijs Kapitaallasten OVL Totaal
Saldo Saldo per 01-01-2023 per 31-12-2023 637 978 899 899 1.536 1.877
De toevoegingen aan de egalisatiereserves zijn: Huisvesting voorzieningen onderwijs
€ €
1.550 1.550
€ €
1.209 1.209
De onttrekkingen aan de egalisatiereserves zijn: Huisvesting voorzieningen onderwijs
Overige bestemmingsreserves De bestemmingsreserves worden aangehouden voor door de gemeenteraad specifiek benoemde bestemmingen. Onderstaand is de aard en het doel per reserve aangegeven en een verloopoverzicht van de overige bestemmingsreserves opgenomen: -
-
Het doel van de bovenwijkse voorzieningen grondexploitatie is de financiering van wijk overstijgende voorzieningen van openbaar nut die als hoofdinfrastructuur aangemerkt kunnen worden. Het doel van de reserve strategische verwerving onroerend goed is het hebben van financiële middelen voor mogelijke aankopen in het kader van strategische grondpolitiek. De reserve gemeentegaranties heeft als doel het opvangen van financiële risico’s ten aanzien van de door de gemeente verleende gemeentegaranties. Het doel van de reserve ruimtelijke ontwikkeling is de financiering van voorzieningen gericht op verbetering van de woon-, werk-, en leefklimaat in het buitengebied. De reserve sociaal domein heeft als doel het opvangen van risico’s binnen het sociale domein. De reserve geluidsanering HSL-Zuid heeft als doel om in latere jaren vanuit deze reserve de kosten te dekken die betrekking hebben op geluidsaneringsmaatregelen. De reserve geluidsaneringsmaatregelen heeft als doel om in latere jaren vanuit deze reserve de kosten te dekken in het kader van geluidsanering. De reserve grondexploitatie heeft als doel het opvangen van fluctuaties in de winstnemingen van grondexploitaties. De reserve nieuwkomers heeft als doel om in latere jaren vanuit deze reserve de kosten te dekken in het kader van nieuwkomers.
De reserve vitale centra heeft als doel om in latere jaren vanuit deze reserve de uitgaven te dekken van investeringen in diverse centra.
Bovenwijks voorzieningen grondexploitatie Strategische verwerving onroerend goed Gemeentegaranties Ruimtelijke ontwikkeling Sociaal domein Geluidsanering HSL-Zuid Geluidsaneringsmaatregelen Grondexploitatie Nieuwkomers Vitale centra Totaal
Saldo Saldo per 01-01-2023 per 31-12-2023 1.016 1.140 4.607 5.260 20 14 3.979 4.001 1.451 1.066 817 808 268 268 458 366 2.411 4.999 1.000 15.027 18.922
De toevoegingen aan de overige bestemmingsreserves zijn: Nieuwkomers Strategische verwerving onroerend goed Vitale centra Bovenwijkse voorzieningen grondexploitatie Ruimtelijke ontwikkeling Grondexploitatie
€ € € € € € €
2.684 1.000 1.000 124 22 19 4.849
€ € € € € € €
385 347 111 96 9 6 18.922
De onttrekkingen aan de overige bestemmingsreserves zijn: Sociaal domein Strategische verwerving onroerend goed Grondexploitatie Nieuwkomers Geluidsanering HSL-Zuid Gemeentegaranties
Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2023 wordt in het hierna opgenomen overzicht weergegeven: Voorzieningen
Boekwaarde Boekwaarde Toevoeging Vrijval Aanwending 31-12-2022 31-12-2023
Voor verplichtingen, verliezen en risico’s: Pensioenverplichtingen (ex)wethouders Wachtgeldverplichtingen (ex)wethouders Dekking verwacht verlies grondexploitatie af: naar OHW grondexploitatie Voorziening debiteuren Werkplein Verlofsparen Totaal
3.159 27 12.385 -7.688 339 0 8.222
0 0 220 -2.989 0 6 -2.763
39 1 1.210 0 26 0 1.276
115 26 0 0 0 0 141
3.005 0 11.395 -10.677 313 6 4.042
Ter egalisering van kosten: Onderhoud wegen ingevolge beheerplan Onderhoud wegen Onderhoud gebouwen Woonrijp maken Vlinderbuurt Waterbouwkundige objecten Monumentale objecten Totaal
1.393 3.795 2.811 304 0 0 8.303
2.337 667 1.946 0 308 133 5.391
0 0 0 0 0 0 0
1.420 1.457 969 8 0 0 3.854
2.310 3.005 3.788 296 308 133 9.840
Bijdrage aan toekomstige vervangingsinvesteringen Spaarvoorziening riolering Totaal
4.078 4.078
3.117 3.117
0 0
597 597
6.598 6.598
Voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is: Onderhoud en vervanging rioleringen Incidentele ruimingen van graven Onderhoud begraafplaats Zevenbergen Onderhoud begraafplaats Zevenbergen (nieuw) Onderhoud begraafplaats Klundert Tariefegalisatie afvalstoffen Tariefegalisatie rioolheffing Havenbedrijf N.V. Totaal
18.117 229 92 58 348 104 781 19.729
397 17 3 19 37 0 0 473
0 0 8 4 31 64 5 112
3.117 25 0 0 0 0 0 3.142
15.397 221 87 73 354 40 776 16.948
Totaal voorzieningen
40.332
6.218
1.388
7.734
37.428
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s: Hieronder valt o.a. de voorziening pensioenverplichtingen (ex)wethouders, deze voorziening heeft als doel het opvangen van verplichtingen. De jaarlijks te betalen pensioenuitkeringen ad € 115.000 worden rechtstreeks van deze voorziening afgeboekt. In 2023 heeft een vrijval plaats gevonden van € 39.000, dit wordt gedaan op grond van geactualiseerde berekeningen (RAET). Voor de voormalige wethouders is er voorziening wachtgeld wethouders. Dit is de dekking van wachtgeldverplichtingen van (ex) wethouders. In 2023 is er een bedrag van € 26.000 aangewend en een vrijval van € 1.000, de voorziening bedraagt per 31 december 2023 nihil. Per 31 december 2023 bedraagt de voorziening dubieuze debiteuren Werkplein € 313.000 tegenover een stand ad € 339.000 per 31 december 2022. Het Werkplein waardeert zelf de cliëntdebiteuren op risico van oninbaarheid, waar de gemeente het economisch risico draagt moet de gemeente een risico voorziening vormen. Conform de notitie Grondbeleid van de commissie BBV is maximaal de boekwaarde van het onderhanden werk van betreffende bouwgrond in exploitatie gepresenteerd als een waarde correctie op de post bouwgrond in exploitatie (€ 10.677.000). Het restant van de verliesvoorzieningen (€ 718.000) is gepresenteerd onder de voorzieningen.
In 2023 is er voorziening gevormd voor het spaarverlof voor de bovenwettelijke verlofuren van medewerkers. In 2023 is er € 6.000 gestort in de voorziening. Voorzieningen ter egalisatie van kosten: Deze voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van kosten die sterk fluctueren. De voorzieningen strekken tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. De voorzieningen onderhoud wegen en gebouwen hebben als doel de egalisatie van kosten die gemoeid gaan met het onderhoud van de wegen en gemeentelijke gebouwen conform het beheerplan. In 2023 werd ten laste van de exploitatie voor € 4.283.000 gestort in de (onderhouds-)voorzieningen. Daarnaast werd de voorziening aangewend voor een bedrag ad € 2.389.000. In 2023 zijn er twee nieuwe voorzieningen gevormd voor de waterbouwkundige- en monumentale objecten. Deze zijn gevormd voor de egalisatie van de kosten gemoeid met de gemeentelijke waterbouwkundige- en monumentale objecten. In 2023 is er € 308.000 gestort in de voorziening Waterbouwkundige objecten en € 133.000 gestort in de voorziening monumentale objecten. De voorziening Vlinderbuurt dient ter dekking voor de kosten van de afronding voor het woonrijpmaken van de Vlinderbuurt. In 2023 is er een bedrag van € 8.000 aangewend voor deze voorziening.
Voorzieningen bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen In het vGRP 2021-2024 is de vorming van een spaarvoorziening opgenomen. De spaarvoorziening is om over te stappen naar een duurzamere financiering om in de toekomst lagere lasten te hebben (kapitaallasten). In 2023 is een bedrag van € 3.117.000 aan de spaarvoorziening toegevoegd. Daarnaast werd de voorziening aangewend voor een bedrag ad € 597.000. Middelen verkregen van derden: Onder deze categorie voorzieningen worden de middelen van derden opgenomen waarvan de bestemming gebonden is. Onderstaand is de aard en het doel per voorziening aangegeven: -
De voorziening onderhoud riolering heeft als doel de egalisatie van kosten die gemoeid zijn met het onderhoud van de riolering. Het doel van de voorziening incidentele ruimingen van graven is het dekken van de toekomstige kosten van ruiming van graven. De voorzieningen onderhoud begraafplaats heeft als het doel het dekken van kosten die betrekking hebben op het onderhoud van de begraafplaats. Het doel van de voorziening afvalstoffenheffing is de egalisatie van de kosten die gemoeid zijn met de afvalverwerking. De voorziening Rioolheffing Havenbedrijf heeft als doel de egalisatie van de kosten die gemoeid zijn met de riolering voor het havengebied.
In 2023 werd ten laste van de exploitatie voor € 473.000 gestort in de voorziening middelen verkregen van derden. De grootste toevoeging van € 397.000 werd gedaan in de voorziening onderhoud en vervanging riolering o.b.v. het jaarlijkse exploitatieresultaat (saldo baten en lasten van de producten). De grootst vrijval van € 3.117.000 vond plaats in de voorziening onderhoud en vervanging riolering.
Vaste schulden met een rentetypische looptijd langer dan één jaar De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar is als volgt:
Onderhandse leningen ‐ binnenlandse banken en overige financiële instellingen ‐ openbare lichamen ‐ buitenlandse instellingen
Waarborgsommen Totaal
Saldo per 01-01-2023
Saldo per 31-12-2023
5.902 6.400 5.700 18.002
5.171 6.400 5.400 16.971
23
104
18.025
17.075
In het hierna opgenomen overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan één jaar over het jaar 2023:
Onderhandse leningen Waarborgsommen Totaal
Saldo Saldo Vermeerderingen Aflossingen 01-01-2023 31-12-2023 18.002 1.031 16.971 23 84 3 104 18.025 84 1.034 17.075
Onderhandse leningen – openbare lichamen Als ondersteunende maatregel om de leefbaarheid in de kern Moerdijk te verbeteren is er in 2015 een waarborgregeling “Moerdijkregeling” tot stand gebracht, hiervoor is een bedrag ad € 10 miljoen geleend van de provincie Noord-Brabant. In 2022 is een bedrag van € 3.600.000 afgelost op deze lening. Volgens het afsprakenkader tussen gemeente, provincie en Havenbedrijf dekt het Havenbedrijf het financiële resultaat van de Moerdijkregeling in 2030. De aflossingen van de andere leningen zijn volgens de overeenkomsten en aflossingsschema’s voldaan. De totale rentelast voor het jaar 2023 met betrekking tot de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar bedraagt € 234.000.
Vlottende passiva
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal
Saldo Saldo per 01-01-2023 per 31-12-2023 9.790 11.590 11.671 34.436 21.461 46.026
Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen netto-vlottende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden:
Overige schulden Totaal
Saldo Saldo per 01-01-2023 per 31-12-2023 9.790 11.590 9.790 11.590
De specificatie van de overige schulden is als volgt:
Schulden aan andere publiekrechtelijke lichamen Schulden sociale zaken - WMO Overige schulden Totaal
Saldo Saldo per 01-01-2023 per 31-12-2023 3.169 2.931 6.621 8.659 9.790 11.590
De schulden aan andere publiekrechtelijke lichamen kunnen als volgt gespecificeerd worden: Belastingdienst – loonheffing december 2023 / BTW 4e kw 2023 Gemeente Breda Ministerie van Binnenlandse Zaken ABP - pensioenpremie Overige publiekrechtelijke lichamen
€ € € € € €
1.397 583 394 307 250 2.931
Van de overige schulden (inclusief publiekrechtelijke lichamen) was eind juni 2024 nagenoeg alles betaald. De overige schulden hebben betrekking op openstaande facturen.
Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Saldo per 01-01-2023
Saldo per 31-12-2023
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
6.235
10.767
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot-bedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
4.370
22.767
1.066
902
11.671
34.436
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, zijn: Aankoop grond nabij afgebrande Hoef Verplichtingen aan diverse zorginstellingen, gemeenschappelijk regelingen Verplichtingen aan investeringen Rente lening Moerdijkregeling Bommenregeling Diverse inhuur, advies en ondersteuning Werkplein afrekening Verwerking afval Doorschuif BTW gemeenschappelijk regelingen Afrekening ICT-WBW Verkeer en vervoer (BVL) Overige nog te betalen bedragen
€ € € € € € € € € € € € €
3.067 2.024 1.810 1.451 574 555 373 265 242 101 77 228 10.767
De in de balans opgenomen EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een ‘specifiek bestedingsdoel’ die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren kunnen als volgt worden gespecificeerd: Saldo Ontvangen 01-01-2023 bedragen
Vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen
Saldo 31-12-2023
Rijk: Onderwijsachterstand Uitkoopregeling woningen Energiemaatregelen bijdrage RRE Corona toegangsbewijzen Huisvesting aandachtsgroepen Preventieakkoord Energie armoede Sport Wet inburgering NPO Onderwijsroute Brede Spuk Woningbouw bovenplanse infrastructuur Woningbouw impuls Isolatie Geluidsanering Klimaat- en energiebeleid Startbouwimpuls Totaal
505 9 4 70 1.463 22 700 58 3 204 32 3.070
941 20 270 97 176 660 10.483 5.359 797 23 705 300 19.831
784 9 70 22 192 58 3 204 32 245 199 1.818
662 4 1.463 20 778 97 176 415 10.483 5.359 797 23 506 300 21.083
Overige Nederlandse overheidslichamen: Arbeidsmarkt Fort Sabina Klimaatbos Spoorzone RMC-gelden leerplicht Sociale benadering dementie Klimaatimpulsregeling Totaal
72 673 49 443 42 21 1.300
525 525
72 6 42 21 141
667 49 443 525 1.684
Totaal
4.370
20.356
1.959
22.767
De overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen, zijn: - Bijdrage BBZ € 656 - Fiets- en wandelpadennetwerk € 165 - Diverse € 81 € 902
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen: Gewaarborgde geldleningen Onder de balans staat voor ca. € 178,2 mln. aan gewaarborgde geldleningen. Dit zijn leningen van stichtingen, verenigingen, woningcorporaties en een gemeenschappelijke regeling waarbij de gemeente garant staat voor (een deel van) de lening. Zolang deze organisaties aan hun verplichtingen voldoen, is er niets aan de hand. Als dat niet meer het geval is, zal de gemeente worden aangesproken op grond van de borgstelling of de ingenomen achtervangpositie. Die aanspraak kan bij gegarandeerde leningen bestaan uit het betalen van de verplichtingen voor aflossing en rente. Bij achtervangleningen bestaat de aanspraak op het verstrekken van renteloze leningen. (bedragen x € 1.000,-)
Oorspronkelijk bedrag lening
Achtervang % Stand leningen per 31-12-2022
Woningcorporaties (WSW) Stichting Alwel Stichting Alwel Stichting Mooiland Stichting Woonkwartier Stichting Woonkwartier Stichting Woonvizier Stichting WSG Totaal WSW
271.132 11.452 45.685 101.900 106.857 41.719 15.000 593.745
0,5 100 0,1 46,6 100 1,9 100
Werk plein k redietfaciliteit
2.000
BNG - Stichting Surplus Zorg
Stand leningen Toegerekend aan Gewaarborgd door per 31-12-2023 Moerdijk Moerdijk
85.938 12.813 46.209 175.317
271.132 11.150 45.685 205.409
337.656
41.719 5.000 580.095
1.356 11.150 46 47.485 103.509 793 5.000 169.338
339 2.788 11 11.871 25.877 198 1.250 42.335
17.379
13,6
2.000
2.000
272
272
588
100
588
588
588
588
Nationale Hypotheek garanties
135.000
100
135.000
135.000
135.000
135.000
Totaal gewaarborgde geldleningen
731.333
475.244
717.683
305.198
178.194
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) • Het aan de gemeente Moerdijk toerekenbare deel van het schuldrestant van de leningen waarvoor de gemeente Moerdijk een achtervangpositie bij het WSW inneemt bedraagt eind 2023 ca. € 169 mln. De achtervangpositie houdt in dat de gemeente Moerdijk borg staat voor ongeveer 25% van de leningen. Dit is 25% x € 169 mln. = ca. € 42,3 mln. Het risico voor de gemeente bestaat uit het verstrekken van renteloze leningen. De achtervangregeling met het WSW betreft de sociale woningbouw. Hierbij staat het WSW borg voor geldleningen van woningcorporaties, zodat zij tegen betere tarieven geldleningen aan kunnen trekken op de kapitaalmarkt. Voorwaarde hierbij is dat de gemeente als “achtervang” fungeert. Dit houdt in dat als de woningcorporatie niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen en het WSW ook geen mogelijkheden meer heeft, de deelnemende gemeenten (en het Rijk, ieder voor 50%) zullen worden aangesproken om renteloze leningen te verstrekken aan het WSW. De borgstellingen op achtervangleningen zijn uit praktische overwegingen gewaardeerd op 25% van de leningen. Echter, indien er een beroep gedaan zou moeten worden op de borgstelling door de gemeente, vindt er een berekening plaats op grond van de gelaagde en gedeelde zekerheidsstructuur van het WSW. De werkelijke borgstelling kan dan afwijken van deze 25%.
Zie meer voor informatie over de zekerheidsstructuur de website van het WSW. In maart 2024 is een nieuwe achtervangovereenkomst aangegaan. In de nieuwe overeenkomst zijn de aangekondigde wijzigingen beschreven en geactualiseerd. Geldleningen die volgens de nieuwe achtervangovereenkomst worden afgesloten, worden niet meer aan één gemeente toegerekend. Deze leningen worden verhoudingsgewijs toegerekend aan alle gemeenten waar een corporatie actief is. Als verhouding geldt de waarde van de sociale huurwoningen in de deelnemende gemeenten, het zogenaamde DAEB bezit (DAEB staat voor Diensten van Algemeen Economisch Belang). Leningen die volgens de oude achtervangovereenkomsten zijn afgesloten, worden nog wel geheel aan één gemeente toegerekend.
Werkplein Hart van West-Brabant • Door de Bank Nederlandse Gemeenten is een kredietfaciliteit verstrekt aan het Werkplein Hart van West-Brabant. De kredietfaciliteit heeft een maximum van € 2 miljoen. De gemeente Moerdijk staat borg voor het aandeel van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling. Eind 2023 bedroeg dit 13,59% x € 2 miljoen = € 272.000. Bank Nederlandse Gemeenten • Door de Bank Nederlandse Gemeenten is een lening verstrekt aan Stichting Surplus zorg met een hoofdsom van € 969.533. Het schuldrestant per eind 2023 bedraagt € 587.513. Het gehele bedrag is door de gemeente Moerdijk geborgd. Nationale Hypotheekgarantie • De gemeente Moerdijk had in het verleden een achtervangovereenkomst met het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) en momenteel nog met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). De overeenkomst met het WEW is in 2010 veranderd. In dat jaar heeft het Rijk in overleg met de VNG besloten per 1 januari 2011 de achtervang van alle nieuwe hypotheken voor 100% op zich te nemen. De rol van de gemeente in de garantieregeling voor hypotheken is hierdoor beëindigd. Voor alle reeds verstrekte hypotheken tot 31 december 2010 blijft de gemeente wel garant staan. Dat duurt totdat de laatste lening is afgelost.
Op 1 januari 2023 liepen er in de gemeente Moerdijk nog 827 leningen met Nationale Hypotheekgarantie die voor 2011 waren afgesloten met een totaal gegarandeerd bedrag van € 135 miljoen. Het jaar daarvoor waren dat 901 leningen voor € 148 mln. Overeenkomst van geldlening De gemeente Moerdijk stelt aan de stichting Botenloods Sabina een bedrag ter beschikking van € 535.000. De overeenkomst is overeengekomen op 21 juli 2021. Op dit moment is nog niet bekend wanneer de hoofdsom daadwerkelijk overgemaakt zal gaan worden. De overige voorwaarden zijn opgenomen in de overeenkomst van geldlening. Huurcontracten De gemeente Moerdijk heeft een huurverplichting voor een aantal gemeenschapshuizen en een gymzaal. In onderstaand overzicht geven we de verplichtingen weer: Bedragen x (€ 1.000)
< 1 jaar > 1 jaar en < 5 jaar > 5 jaar
Huurverplichting 2.472 13.030 7.816 23.318
Arrangementen jeugdhulp De gemeente is per ultimo 2023 voor ca € 2.274.222 gebonden aan voorlopige verplichtingen uit contracten Jeugdzorg. De regio Jeugdhulp West-Brabant West sluit met zorgaanbieders raamcontracten voor de inkoop van jeugdzorg. Met de raamcontracten zijn de algemene randvoorwaarden vastgelegd en krijgt de zorgaanbieder toegang tot de regio West-Brabant West. Met de zorgaanbieders worden door de gemeenten resultaatgerichte arrangementen gesloten, waarin - voor de intensiteiten Perspectief en Intensief en met ingang van 2018 voor hoog complex de intensiteiten A en B - twee door de zorgaanbieder te leveren prestaties zijn opgenomen: - het opstellen van behandelplan en arrangement bij start zorg en - het behalen van het resultaat bij einde zorg. NB: Wanneer het resultaat bij einde zorg niet wordt behaald heeft de zorgaanbieder geen recht op het overeengekomen tarief. De gemeente toetst of het resultaat is behaald. Op basis van ervaringscijfers blijkt dat de succesfactor gemiddeld 92,7% beloopt. Het arrangement is juridisch het contract. In de arrangementen zijn geen afspraken opgenomen over looptijd van het zorgtraject. Het arrangementensysteem van de regio West-Brabant West werkt met profiel intensiteit combinaties (PIC). Een PIC is een doelgroepomschrijving. Het profiel omschrijft de aard van het probleem en de intensiteit de zwaarte van het probleem.
De diversiteit van zorg binnen een profiel intensiteit combinatie is groot en aan verandering onderhevig.
Het zorgtraject wordt beïnvloed door de bijdragen die de gemeente, het gezin en het netwerk kunnen leveren. Dat maakt het verloop en de doorlooptijd van ieder zorgtraject weer anders. Statistisch is aangetoond dat de doorlooptijd geen betrouwbare indicator vormt om de niet uit de balans blijkende voorlopige verplichting van de PIC te kunnen bepalen. Dat betekent dat ten aanzien van de nog niet afgeronde zorgtrajecten de tweede 50% volledig wordt verantwoord bij einde zorg na het behalen van het resultaat.
Onzekerheid eigen bijdrage Wmo Een aanvrager van een voorziening, zoals hulp in de huishouding, ondersteuning of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat het Centraal administratiekantoor (CAK) belast is met de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage. De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. In de kadernota rechtmatigheid 2018 van de commissie BBV geeft de commissie aan dat de wetgever in feite bepaald heeft dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdrage geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeente geen zekerheid omtrent de omvang en de hoogte van de eigen bijdrage kan worden verkregen.
Langlopende financiële verplichtingen De gemeente heeft een meerjarig inkoopcontract, waarvan de lasten doorlopen in de komende jaren. De contractwaarde van het betreffende contract staan hier onder vermeld.
Inkoopcontracten die niet voldoen aan Europese aanbesteding De gemeente heeft in 2023 geen inkoopcontracten die niet voldoen aan Europese aanbesteding, waarvan de lasten doorlopen in de komende jaren.
Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening met toelichting Programma / onderdeel
Begroting 2023 voor wijziging
Begroting 2023 na wijziging
Realisatie 2023
(cijfers x € 1.000)
Baten
1. Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk
-14.900
15.323
423
-16.216
16.972
757
-15.771
16.089
2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk
-3.663
30.418
26.755
-6.061
35.926
29.865
-6.633
3. Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk
-3.696
4.724
1.236
-20.689
22.373
1.685
4. Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben
-9.218
44.069
34.851
-17.521
54.686
5 Partnerschap in een veranderende samenleving
-2.210
13.410
11.200
-1.661
6.305
-87.173 -385
23 -87.150 13.941 13.556
-91.975 -405
Overige onderdelen Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Bedrag onvoorzien Subtotaal overige onderdelen
Lasten
60 0
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Saldo
318
445
-883
-438
36.736
30.104
-571
810
239
-2.763
4.687
1.924
17.926
-17.686
240
37.165
-17.603
55.214
37.612
-81
529
447
4.644
-1.896
5.967
4.071
-236
-337
-573
87 -91.887 15.853 15.449
-93.389 -423
99 -93.290 16.086 15.663
-1.414 -18
12 233
-1.403 215
69 0
0 0
4 0
4 0
16.255 -77.558
-1.433
248
-1.184
Baten
Lasten
134.949
-3.529
16.050
-17.320
-1.270
65 0
0 0
16.006 -76.374
-93.813
-87.558
14.024 -73.534
-92.380
-121.038
121.968
Programma 1 Programma 2 Programma 3 Programma 4 Programma 5 Sub-totaal mutaties reserves
0 -2.090 -92 -407 -268
0 1.622 774 58 0
0 -468 683 -348 -268
-26 -5.444 -1.384 -1.912 -6.582
0 3.542 3.251 1.488 5.805
-26 -1.902 1.866 -423 -777
-24 -5.353 -954 -1.879 -672
0 3.708 2.499 2.594 148
-24 -1.645 1.545 715 -524
2 91 430 33 5.910
0 166 -751 1.105 -5.657
2 257 -321 1.138 253
-2.857
2.454
-403
-15.349
14.086
-1.263
-8.883
8.950
67
6.466
-5.136
1.329
Gerealiseerd resultaat
-123.894
124.423
528 -169.876
166.354
-3.522 -147.361
143.899
-3.462
22.516
-22.456
60
152.268
-2.259 -138.478
69 0
Saldo
0 0
931 -154.528
65 0
Saldo
60 0
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
0 0
Saldo
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Mutaties reserves
Programma 1 Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk Baten en Lasten (Cijfers x € 1.000) (-/- is voordelig)
Begroting 2023 voor wijziging
Begroting 2023 na wijziging
15.323 -14.900 423
16.972 -16.216 757
16.089 -15.771 318
-883 445 -438
0 0 423
0 -26 731
0 -24 294
0 2 -436
Totaal Lasten Totaal Baten Resultaat voor bestemming Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
Realisatie 2023
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Samenvatting verschillen programma 1 (x € 1.000)
Totaal
-436
OMWB-Milieu
-186
Afval *
-119
Rioleringszorg *
-88
Energiemaatregelen
0
Rioleringszorg Havenbedrijf
0
Klimaatakkoord uitvoering
26
Overig
-69
Nadere toelichting verschillen programma 1 Het verschil op programma 1 tussen het gerealiseerde resultaat en het begrote resultaat (na wijziging) bedraagt € 436.000 voordelig. Ten opzichte van de totale omvang (lasten) van dit programma komt dat neer op een relatieve afwijking van ca. 2,6%. Het voornaamste voordeel is ontstaan door een lagere bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). Daarnaast is binnen dit programma een voordeel ontstaan binnen de riolering en afval. Echter vormen de kosten en opbrengsten van de riolering en afval een gesloten exploitatie, waardoor er na verrekening met de voorziening geen effect ontstaat op het totale jaarrekeningresultaat. Deze (en alle andere) verschillen worden hieronder nader toegelicht.
In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen (x € 1.000), waarbij: In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget in 2023 is weergegeven; In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; De afwijkingen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve. Onderwerp
Bedrag
%
V/N
Toelichting
Rioleringszorg *
88
2%
V
De kosten en opbrengsten van riolering vormen een gesloten exploitatie. Afhankelijk van de baten en lasten binnen het onderdeel riolering wordt het exploitatieresultaat gestort of onttrokken aan de voorziening riolering (per saldo heeft dit dus geen effect op het begrotingsresultaat). De storting in de voorziening valt per saldo € 455.000 hoger uit dan eerder berekend. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn een lagere toerekening van ambtelijke uren aan investeringen als gevolg van het achterblijven van uitgaven op de investeringskredieten riolering en lagere opbrengsten vanuit de
Onderwerp
Bedrag
%
V/N
OMWB-Milieu
186
11%
V
Afval *
119
2%
V
Rioleringszorg Havenbedrijf
-
-
-
Energiemaatregelen
-
-
-
Klimaatakkoord uitvoering
-
-
-
Totaal
436
Toelichting rioolheffing. Hoewel de kosten en opbrengsten m.b.t. riolering per saldo geen effect hebben op het resultaat (een overschot / tekort wordt verrekend met de voorziening), ontstaat binnen programma 1 een voordeel van € 88.000. Dit wordt veroorzaakt doordat diverse kostencomponenten (o.a. straatreiniging, btw, overhead) niet binnen programma 1 vallen. De bijdrage aan de OMWB is € 170.000 lager dan geraamd. Enerzijds door een positieve afrekening over 2022 van € 28.000. Anderzijds doordat het werkprogramma voor 2023 niet volledig is uitgevoerd (o.a. door onderbezetiing bij de OMWB), totaal € 140.000 minder kosten. Daarnaast is voor € 10.000 aan dwangsommen ontvangen; deze worden nooit geraamd. De kosten en opbrengsten van afval vormen een gesloten exploitatie. Afhankelijk van de baten en lasten binnen de afval gerelateerde budgetten wordt het exploitatieresultaat gestort in of onttrokken aan de voorziening afvalstoffenheffing (per saldo heeft dit dus geen effect op het begrotingsresultaat). Er wordt € 64.000 uit de voorziening onttrokken. Dit is o.a. het gevolg van ca. € 43.000 hogere kosten binnen het budget 'restafval', € 41.000 hogere opbrengsten vanuit de afvalstoffenheffing en diverse andere (relatief) kleinere afwijkingen. Hoewel de kosten en opbrengsten m.b.t.
riolering per saldo geen effect hebben op het resultaat (een overschot / tekort wordt verrekend met de voorziening), ontstaat binnen programma 1 een voordeel van € 119.000. Dit wordt veroorzaakt doordat diverse kostencomponenten (btw, overhead) niet binnen programma 1 vallen. De kosten en opbrengsten m.b.t. de rioleringszorg van het Havenbedrijf vormen een gesloten exploitatie. Afhankelijk van de baten en lasten die hiermee gemoeid gaan, wordt het exploitatieresultaat gestort of onttrokken aan de daarvoor ingestelde voorziening (per saldo heeft dit dus geen effect op het begrotingsresultaat). als gevolg van iets hogere opbrengsten vanuit de rioolheffing, wordt er ca. € 8.000 minder in de reserve gestort dan begroot. In de raadsvergaderingen van 9 juni 2022, 8 december 2022 en 14 december 2023 heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor de aanpak van energiearmoede. Deze uitgaven worden gedekt uit een specifieke uitkering (SPUK) die wordt verstrekt vanuit het ministerie van BZK. De regeling aanpak energiearmoede heeft als doel huishoudens met energiearmoede te ondersteunen door middel van het toepassen van energiebesparende en energierekening verlagende maatregelen. Om te voorkomen dat de bestedings- of uitvoeringstermijn te kort is om maatregelen te treffen is door het Rijk besloten de termijn te verlengen van eind 2023 naar eind 2024.
Het resterende budget (€ 777.000) en de bijbehorende rijksbijdrage lopen door naar 2024. Per saldo heeft dit dus geen effect op het jaarrekeningresultaat. In de raadsvergadering van 13 juli 2023 heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze uitgaven worden gedekt uit een specifieke uitkering (SPUK). De meerjarige regeling CDOKE heeft als doel om de capaciteit te vergroten bij decentrale overheden voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. De termijn voor het besteden van de middelen is twee kalenderjaren volgend op het jaar van uitbetaling. Het resterende budget (ca. € 500.000) en de bijbehorende rijksbijdrage lopen door naar 2024. Per saldo heeft dit dus geen effect op het jaarrekeningresultaat.
V
Reservemutaties programma 1 Hieronder zijn de reservemutaties opgenomen die in 2023 binnen dit programma zijn gedaan. In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. De structurele reservemutaties zijn hieronder aangeduid met (S). Onttrekkingen aan de reserves (x € 1.000) Bedrag Omschrijving 16 8 24 -
Bestemming jaarrekeningresultaat 2022 t.b.v. inzet niet bestede middelen in 2023 Reserve geluidsanering HSL-zuid i.v.m. dekking kosten 2023 Totaal onttrekkingen programma 1 Waarvan structureel
Programma 2 Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk Baten en Lasten (Cijfers x € 1.000) (-/- is voordelig)
Begroting 2023 voor wijziging
Begroting 2023 na wijziging
Realisatie 2023
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Totaal Lasten Totaal Baten Resultaat voor bestemming
30.418 -3.663 26.755
35.926 -6.061 29.865
36.736 -6.633 30.104
810 -571 239
Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
1.622 -2.090 26.287
3.542 -5.444 27.962
3.708 -5.353 28.459
166 91 496
Samenvatting verschillen programma (x € 1.000)
Totaal
496
Watertaken
-320
Project Kon. Julianastraat Fijnaart
-159
Omgevingsvergunning
-138
Mobiliteit en verkeer
-130
Kostentoerekening medewerkers primair proces (deels*)
-115
Meerjarige uitgaven van incidentele aard (MUIA) (deels *)
-104
Project Bolwerk Klundert
-51
Mainport Moerdijk Ondermijning
0
Ruimtelijke ordening
5…
Reservemutaties *
258
Urentoerekening aan investeringen *
303
Opsporing ruimtelijke explosieven *
654
Overig
246
Het verschil op programma 2 tussen het gerealiseerde resultaat en het begrote resultaat (na wijziging) bedraagt € 496.000 nadelig. Ten opzichte van de totale omvang (lasten) van dit programma komt dat neer op een relatieve afwijking van ca. 1%. Dit nadeel kan voornamelijk worden verklaard doordat binnen dit programma de kosten zijn verantwoord die zijn gemaakt i.v.m. het opsporen en ruimen van conventionele explosieven. Op grond van de zogenoemde "Bommenregeling" kunnen gemeenten daar een bijdrage vanuit het Rijk voor ontvangen. Die opbrengst is verantwoord binnen programma 5, waardoor dit per saldo geen effect heeft op het totale jaarrekeningresultaat . Deze (en alle andere) verschillen worden hieronder nader toegelicht.
Nadere toelichting verschillen programma 2 In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen (x € 1.000), waarbij: In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget in 2023 is weergegeven; In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; De afwijkingen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve.
Onderwerp
Bedrag
%
V/N
Toelichting
Watertaken
320
66%
V
Project Kon. Julianastraat Fijnaart Omgevingsvergunni ng Mobiliteit en verkeer
159
100 %
V
138
6%
V
130
87%
V
Kostentoerekening medewerkers primair proces (deels*)
115
1%
V
Meerjarige uitgaven van incidentele aard (MUIA) (deels *)
104
7%
V
Project Bolwerk Klundert Mainport Moerdijk Ondermijning
51
19%
V
Het waterschap heeft in 2023 de eerste fase van de inhaalslag op het baggeren afgerond. Daarnaast is gestart met de voorbereidingen voor de volgende en laatste fase van de inhaalslag, baggerwerkzaamheden 2023-2024 waarbij ook een ontvangstplicht geldt. In deze fase vallen ook watergangen binnen de gemeente Moerdijk. Na een aanbestedingsprocedure is de opdracht in het voorjaar van 2023 gegund. De aannemer is gestart met baggeren van de watergangen in Breda. De watergangen in onze gemeente komen binnen de opdracht in 2024 aan de beurt. Dit was niet eerder bekend. Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat zal voorgesteld worden om het resterende budget opnieuw beschikbaar te stellen voor 2024. Op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde Locatie Ontwikkelovereenkomst (LOO) zijn m.b.t. het project 191 Kon. Julianastraat te Fijnaart opbrengsten gerealiseerd (verkoop grond en bijdrage in plankosten) Er zijn hogere opbrengsten gerealiseerd door het verlenen van de vergunning voor twee logistieke complexen en een groot aantal nieuwbouwwoningen. Bij de begroting 2023 is er een budget van € 150.000 beschikbaar gesteld voor het opstellen van een mobiliteitsvisie. Zoals in de beleidstekst van programma 4 nader is toegelicht, schuift het opstellen van de visie (deels) door naar 2024.
Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat zal voorgesteld worden om het resterende budget (€ 130.000) opnieuw beschikbaar te stellen voor 2024. De (personeel)kosten van de primaire afdelingen zijn in de begroting op basis van de verwachte urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's. Binnen programma 2 zijn ten opzichte van de begroting onderstaande afwijkingen ontstaan: - € 289.000 N: Taakveld 1.2 - Openbare orde en veiligheid - € 248.000 V: Taakveld 2.1 - Verkeer en vervoer - € 181.000 V: Taakveld 8.3 - Wonen en bouwen - € 167.000 V: Taakveld 6.1 - Samenkracht en burgerparticipatie - € 139.000 N: Taakveld 5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie - € 53.000 N: Overige verschillen Er zijn diverse projecten die een meerjarig karakter hebben, maar die op basis van wetgeving niet meerjarig afgeschreven mogen worden. Alle uitgaven en inkomsten din in 2023 op deze 'meerjarige uitgaven van incidentele aard' zijn gedaan worden daarom ten laste van de exploitatie 2023 gebracht. In veel gevallen worden deze uitgaven gedekt uit de daarvoor ingestelde reserve (hieronder aangeduid met *). In de 2e bestuursrapportage 2023 is een inschatting gemaakt van deze uitgaven en de daarmee corresponderende onttrekking uit de reserve. De gevallen waarbij sprake is van een afwijking van deze inschatting volgen hieronder: - € 63.000 V*: Ambt. capaciteit 6 proj.
Infra - € 41.000 V (deels*): Diverse kleinere afwijkingen Binnen dit project is voornamelijk een voordeel ontstaan door minder onderzoekskosten.
-
-
-
Ruimtelijke ordening
52
41%
N
Reservemutaties *
258
5%
N
Urentoerekening aan investeringen
303
47%
N
Naast de in totaal € 795.000,- gereserveerde Mainportgelden voor zowel het uitvoeren van pilotprojecten als structurele maatregelen op het gebied van ondermijning en fysieke veiligheidsmaatregelen, was er in december 2023 een positieve verrassing. De voor 2023 éénmalig doorbeschikte regionale versterkingsgelden vanuit het RIEC hebben we voor een deel weten aan te wenden voor extra maatregelen in het havengebied van Moerdijk. Hiermee hebben we een investering van € 150.000 voor fysieke beveiligingsmaatregelen (cameratoezicht) in het openbare gebied van het Logistiek Park Moerdijk gerealiseerd. In 2023 zijn de advieskosten van de OMWB hoger uitgevallen. Dat komt deels door ontwikkelingen in de stikstofregels, waardoor voor sommige projecten meerdere keren onderzoek naar stikstof gedaan moest worden. Daarnaast zijn in 2023 diverse verzoeken om planschade ingediend vanwege het bestemmingsplan Noordelijke Randweg Zevenbergen. De advieskosten rondom deze aanvragen worden door de gemeente voorgeschoten. Nadat een besluit over de aanvraag wordt genomen, wordt het uit te keren bedrag aan planschade, uit te keren rente en de advieskosten in rekening gebracht bij de provincie Noord-Brabant. Er is ca. € 81.000 minder onttrokken uit de reserve reserve meerjarig uitgaven van incidentele aard als gevolg van lagere uitgaven (zie ook onderdeel ''MUIA'').
Daarnaast is binnen dit programma een nadeel ontstaan m.b.t. de reserves Bovenwijkse voorzieningen (€ 140.000 N) en Ruimtelijke ontwikkeling (€ 26.000 N). Hiervoor geldt dat bij de verwerking van de 2e bestuursrapportage 2023 deze mutaties abusievelijk binnen programma 2 (in plaats van programma 3) zijn verwerkt. Hoewel dit per saldo dus geen effect heeft op het totale jaarrekeningresultaat ontstaat hierdoor een nadeel binnen programma 2. Tot slot zijn diverse kleinere afwijkingen ontstaan (€ 11.000 N). In de tabel hieronder is een volledig overzicht te vinden van alle reservemutaties die in 2023 binnen dit programma zijn gedaan. Conform BBV wetgeving is het verplicht om directe personeelskosten toe te rekenen aan investeringen. Toerekening van ambtelijke uren levert in het betreffende jaar een voordeel op binnen de jaarlijkse budgetten (exploitatie) met daartegenover op termijn hogere kapitaallasten (die voortkomen uit hogere investeringen). In 2023 zijn minder uren toegerekend doordat diverse vervangingsinvesteringen binnen o.a. wegen ( 161.000 N) en buitensport (92.000 N) lager zijn uitgevallen dan begroot.
Opsporing ruimtelijke explosieven *
654
Overig Totaal
246 496
100 %
N
N N
In 2023 zijn kosten gemaakt i.v.m. het opsporen en ruimen van conventionele explosieven. Op grond van de zogenoemde Bommenregeling kunnen gemeenten daar een bijdrage vanuit het Rijk voor ontvangen. De corresponderende opbrengst maakt onderdeel uit van de algemene uitkering en is daarom verantwoord binnen programma 5. Tegenover het nadeel binnen dit programma staat dus een voordeel binnen programma 5. Diverse kleinere afwijkingen (< € 50.000).
Reservemutaties programma 2 Hieronder zijn de reservemutaties opgenomen die in 2023 binnen dit programma zijn gedaan. In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. De structurele reservemutaties zijn hieronder aangeduid met (S). Stortingen in de reserves (x € 1.000) Bedrag Omschrijving 76 6 1.005 130 1.492 1.000 3.709 -
Algemene reserve i.v.m. vrijval maatschappelijk nut waterfront Moerdijk Algemene reserve i.v.m. vrijval reserve gem. garanties Reserve meerjarige uitgaven van incidentele aard i.v.m. Gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost Reserve meerjarige uitgaven van incidentele aard i.v.m. transitie omgevingswet Reserve huisvesting onderwijs Reserve vitale centra Totaal stortingen programma 2 Waarvan structureel
Onttrekkingen aan de reserves (x € 1.000) Bedrag Omschrijving 1.005 250 447 500 400 240 137 135 134 106 86 62 29 28 27 1.161 440 78 88 5.353 606
Algemene reserve i.v.m. overheveling middelen Gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost naar Reserve meerjarige uitgaven van incidentele aard Algemene reserve i.v.m. opstellen soortenmanagementplan Algemene reserve i.v.m. dekking kosten brand Huizersdijk Bestemming jaarrekeningresultaat 2022 t.b.v. inzet niet bestede middelen in 2023 Reserve meerjarige uitgaven van incidentele aard -Project 162 - noordelijke omlegging N285 -Project 186 - Implementatie Omgevingswet -Project ambt.capaciteit 6 proj. Infra -Project Zevenbergen-Oost, onderd. Woningbouw -Project Zevenb.-Oost, onderd. Stationsgebied -Project ambt.capaciteit 6 proj. REO -Project ambt.capaciteit 6 proj. VTH -Project Zevenb.-Oost, onderd. Tunnelalliantie -Project Opstellen omgevingsvisie -Project 177 - Zevenbergen Noord -Project ambt. Capaciteit 6 proj. PCS Reserve huisvesting onderwijs Maatschappelijk nut (dekking afschrijvingslasten diverse investeringskredieten) (S) Investeringen bruto methode (dekking afschrijvingslasten): -Sportcomplex Klundert (S) -Brandweerkazerne industrieterrein (S) Totaal onttrekkingen programma 2 Waarvan structureel
Programma 3 Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk Baten en Lasten
Begroting 2023 voor wijziging
(Cijfers x € 1.000) (-/- is voordelig)
Begroting 2023 na wijziging
Realisatie 2023
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Totaal Lasten Totaal Baten Resultaat voor bestemming
4.725 -3.696 1.029
22.373 -20.896 1.478
4.687 -2.931 1.755
-17.686 17.964 278
Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
774 -92 1.711
3.251 -1.384 3.344
2.499 -954 3.300
-751 430 -43
Samenvatting verschillen programma 3 (x € 1.000)
Totaal
-43
Reservemutaties *
-321
Grondverwerving
-272
Kostentoerekening medewerkers primair proces (deels*)
-61
Arbeidsmigratie
-55
Grondexploitatie Overig
525 141
Het verschil op programma 3 tussen het gerealiseerde resultaat en het begrote resultaat (na wijziging) bedraagt € 43.000 voordelig. Ten opzichte van de totale omvang (lasten) van dit programma komt dat neer op een relatieve afwijking van ca. 0,2%. Het voornaamste nadeel is ontstaan binnen de grondexploitaties. Diverse ontwikkelingen binnen de grondexploitaties leiden voor 2023 tot een nadelig effect. Dit wordt echter deels veroorzaakt door het doorschuiven van de bijdrages van ontwikkelaars aan de reserves bovenwijkse voorzieningn en ruimtelijke ontwikkeling. Tegenover dit nadeel staat dat er logischerwijs ook minder in de betreffende reserves is gestort. Deze (en alle andere) verschillen worden hieronder nader toegelicht. In de paragraaf grondbeleid (in het boekwerk ''jaarverslag'') wordt ook nog specifieker ingegaan op de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties.
Nadere toelichting verschillen programma 3 In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen (x € 1.000), waarbij: In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget in 2023 is weergegeven; In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; De afwijkingen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve. Onderwerp
Bedrag
%
V/N
Toelichting
Reservemutaties *
321
10%
V
De bijdragen die we als gemeenten ontvangen vanuit ontwikkelaars worden gestort in de reserves bovenwijkse voorzieningen en ruimtenlijke ontwikkeling. Door lagere bijdragen vanuit ontwikkelaars(zie ook het onderdeel 'grondexploitaties'), vallen de stortingen in de reserve bovenwijks (€ 292.000 V) en de reserve ruimtelijke ontwikkeling (€ 55.000 V) lager uit. Daarnaast is binnen dit programma een voordeel (€ 166.000 V) ontstaan doordat bij de verwerking van de 2e bestuursrapportage 2023 een verlaging van de onttrekking uit deze reserves abusievelijk binnen programma 2 (in plaats van programma 3) is verwerkt .
Onderwerp
Bedrag
%
V/N
Grondverwerving (deels *)
272
42%
V
Kostentoerekening medewerkers primair proces (deels*) Arbeidsmigratie
61
5%
V
55
43%
V
Grondexploitatie (deels *)
525
6%
N
Overig Totaal
141 43
N V
Toelichting Hoewel dit per saldo dus geen effect heeft op het totale jaarrekeningresultaat ontstaat hierdoor een voordeel binnen programma 3. Verder is er minder (€ 260.000 N) onttrokken uit de reserve strategische verwervingen (zie ook het onderdeel 'grondverwerving') en meer onttrokken uit de reserve grondexploitaties (€ 93.000 V). Dat is voornamelijk het gevolg is van de afsluiting van het project Evenemententerrein Klundert. In de paragraaf grondbeleid (boekwerk jaarverslag) wordt dit nader toegelicht. Tot slot zijn er diverse kleinere verschillen ontstaan (€ 25.000 N) In de tabel hieronder is een volledig overzicht te vinden van alle reservemutaties die in 2023 binnen dit programma zijn gedaan. De kosten i.v.m. de ververving van gronden zijn lager uitgevallen dan begroot (€ 272.000 V). Dit is o.a. het gevolg van het feit dat strategische grondaankopen (deels) pas in 2024 zullen plaatsvinden. De lasten die voortkomen uit de strategische verwerving van gronden worden gedeeltelijk gedekt uit de reserve strategische verwervingen. Tegenover de lagere verwervingskosten staat daarom ook een lagere onttrekking uit die reserve (zie ook de toelichting bij het onderdeel ''reservemutaties''). De (personeel)kosten van de primaire afdelingen zijn in de begroting op basis van de verwachte urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's.
Binnen programma 3 is ten opzichte van de begroting een voordeel van € 61.000 ontstaan als gevolg van diverse (relatief) kleine afwijkingen binnen diverse budgetten. In 2023 was budget gereserveerd voor de inhuur van capaciteit m.b.t. arbeidsmigratie. Uiteindelijk is niet het volledige budget nodig geweest in 2023. Doordat de Pilot Brabants Migratie Informatiepunt (BMIP) en het project huisvesting arbeidsmigranten in 2024 doorloopt, wordt bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat voorgesteld om het resterende budget opnieuw beschikbaar te stellen voor 2024. De bijdrages vanuit ontwikkelaars aan de reserve bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkeling zijn (deels) doorgeschoven (€ 380.000 N). Daardoor is er ook minder gestort in de betreffende reserves (zie onderdeel ''reservemutaties''). De rest van het verschil wordt verklaard door het resultaat op de grondexploitaties. In de paragraaf grondbeleid (boekwerk jaarverslag) is per grondexploitatie een uitgebreide toelichting opgenomen. Diverse kleinere afwijkingen (< € 50.000).
Reservemutaties programma 3 Hieronder zijn de reservemutaties opgenomen die in 2023 binnen dit programma zijn gedaan. In principe geldt dat reservemutaties incidenteel van aard zijn (met reserves kunnen geen structurele lasten worden gedekt). Uitzonderingen hierop vormen reserves die zijn ingesteld ter dekking van kapitaallasten, waarmee de dekking van de kapitaallasten structureel is geregeld. De structurele reservemutaties zijn hieronder aangeduid met (S). Stortingen in de reserves (x € 1.000) Bedrag Omschrijving Algemene reserve i.v.m. verliesvoorziening G185 Westschans 1.184 Reserve meerjarige uitgaven van incidentele aard i.v.m. Gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost 150 Reserve bovenwijkse voorzieningen i.v.m. ontvangen bijdragen initiatiefnemers 124 Reserve ruimtelijke ontwikkeling i.v.m. ontvangen bijdragen initiatiefnemers 22 Reserve strateg. Verw. Onr. Goed 1000 Reserve grondexploitatie 19 Totaal stortingen programma 3 2.499 Waarvan structureel Onttrekkingen aan de reserves (x € 1.000) Bedrag Omschrijving Algemene reserve i.v.m. overheveling middelen Gebiedsontwikkeling Zevenbergen-Oost naar Reserve 150 meerjarige uitgaven van incidentele aard 100 Algemene reserve t.b.v. soortenmanagementplan 20 Algemene reserve t.b.v. dekking ontw.plan Fort de Hel 135 Bestemming jaarrekeningresultaat 2022 t.b.v. inzet niet bestede middelen in 2023 Investeringen bruto methode m.b.t.
19 - Restauratie Fort Sabina (S) 72 -Heropening Roode Vaart (S) 25 Reserve strateg. Verw. Onr. Goed i.v.m. sloop Huizersdijk 255 Reserve strateg. Verw. Onr. Goed i.v.m. sloop Hazeldonksezandweg 28 c, d en e 67 Reserve strateg. Verw. Onr. Goed i.v.m. afwaardering vloeivelden 112 Reserve grondexploitaties 955 Totaal onttrekkingen programma 3 91 Waarvan structureel
Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben Baten en Lasten
Begroting 2023 voor wijziging
Begroting 2023 na wijziging
Totaal Lasten Totaal Baten Resultaat voor bestemming
44.069 -9.218 34.851
54.686 -17.521 37.165
55.214 -17.603 37.612
529 -81 447
Storting in reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na bestemming
58 -407 34.502
1.488 -1.912 36.741
2.594 -1.879 38.326
1.105 33 1.585
(Cijfers x € 1.000) (-/- is voordelig)
Realisatie 2023
Verschil realisatie en begr. na wijz.
Samenvatting verschillen programma 4 (x € 1.000)
Totaal
1.585
Opvang Nieuwkomers
-1.155
Maatschappij
-269
Jeugdvoorzieningen
-185
Wmo beschermd wonen
-50
Nationaal Programma Onderwijs
0
Wet inburgering
0
Bestrijding onderwijsachterstanden
0
Meerjarige uitgaven van incidentele aard (MUIA) (deels *)
50
Kostentoerekening medewerkers primair proces (deels*)
70
Wmo huishoudelijke hulp
148
Participatiewet
191
Bijzondere bijstand
258
Reservemutaties *
1.138
Jeugdhulp
1.474
Overig
-85
Het verschil op programma 4 tussen het gerealiseerde resultaat en het begrote resultaat (na wijziging) bedraagt € 1.585.000 nadelig. Ten opzichte van de totale omvang (lasten) van dit programma komt dat neer op een relatieve afwijking van ca. 3%. Het grootste nadeel binnen dit programma is ontstaan als gevolg van hogere uitgaven binnen de jeugdzorg. Verder geldt dat binnen dit programma de gemaakte kosten en opbrengsten zijn verantwoord voor de opvang van Niewkomers. Het saldo van de kosten en opbrengsten (rijksbijdragen) in dit kader worden gestort in de daarvoor ingestelde bestemmingsreserve, waardoor dit per saldo geen effect heeft op het jaarrekeningresultaat. Deze (en alle andere) verschillen worden hieronder nader toegelicht.
Nadere toelichting verschillen programma 4 In onderstaand overzicht is een toelichting opgenomen van de belangrijkste verschillen (x € 1.000), waarbij: In de kolom % de relatieve afwijking ten opzichte van de omvang van het betreffende budget in 2023 is weergegeven; In de kolom V/N is aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft; De afwijkingen gemarkeerd met een * geen effect hebben op het uiteindelijke resultaat omdat ze een directe relatie hebben met een afwijking binnen een ander programma of omdat deze uitgaven worden gedekt uit een reserve. Onderwerp
Bedrag
Opvang Nieuwkomers
1.155
%
V/N
Toelichting
V
Het saldo van alle kosten en opbrengsten in het kader van de opvang van nieuwkomers wordt verrekend met de daarvoor ingestelde bestemmingsreserve. De kosten zijn in 2023 lager uitgevallen dan begroot terwijl de opbrengst vanuit het Rijk hoger is uitgevallen. Dit resulteert in een hogere storting in de reserve Nieuwkomers (zie ook het onderdeel ''reservemutaties''). In de beleidstekst van programma 4 is een nadere inhoudelijke toelichting opgenomen over de ontwikkelingen op dit gebied. De storting in de reserve Nieuwkomers valt ten opzichte van de raming in de 2e bestuursrapportage 2023 circa € 1 miljoen hoger uit. Dit valt te verklaren door enerzijds een hogere bijdrage van het Rijk (€ 230.000) en anderzijds lagere kosten voor o.a leefgeld, huur woontorens, inhuur personeel en aanpassing aan en ontsluiting naar de Schansdijk (€ 830.000). Op 28 september 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met het beschikbaar stellen van een financiële tegemoetkoming energielasten voor vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties met accommodaties. Om deze financiële tegemoetkoming in de vorm van subsidie te kunnen verstrekken heeft het college in april 2024 de “Nadere regel tegemoetkoming energielasten vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties” vastgesteld. Nadat deze nadere regel is gepubliceerd kunnen organisaties via een digitaal formulier een aanvraagindienen.
Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat zal daarom worden voorgesteld om het resterende budget (€ 300.000) opnieuw beschikbaar te stellen voor 2024. Verder is door Surplus extra inzet geleverd als uitvoering van het plan van aanpak GALA met o.a. welzijnscoach bij huisarts (welzijn op recept), extra begeleiding geld & recht en vernieuwing website (versterking sociale basis). Tegenover deze uitgaven staat een bijdrage vanuit het Rijk (SPUK GALA). In 2023 is preventief jeugdbeleid onderdeel geworden van de GALA en IZA akkoorden. Voor de zomer is de aanvraag voor rijksmiddelen GALA ingediend, de periode na de zomer stond in het teken van onderzoek en planvorming. Uitvoering volgt vanaf 2024, vandaar dat middelen uit het bestuursakkoord voor preventief jeugdbeleid nog niet zijn besteed. Projecten die hierbij o.a. aan de orde komen zijn ''opgroeien in een kansrijke omgeving'' en ''kind naar gezond gewicht''. Vanaf 2024 wordt kinder- en jongerenwerk op school gefinancierd vanuit dit budget. De begroting voor beschermd wonen sluit over 2023 af met een positief saldo van € 45.000. Dit positieve saldo is een aanvulling op het positieve resultaat wat gedurende het jaar 2023 al is teruggevloeid naar Moerdijk uit de begroting beschermd wonen van de regio Breda.
Dit positieve resultaat wordt veroorzaakt doordat de omvang van de landelijke uitkering beschermd wonen in 2023 tweemaal in omvang is gestegen door loon- en prijsbestelling en de volume-indexatie. Bij de vaststelling van de begroting 2023 is rekening gehouden met een indexering van 10% terwijl de index werkelijk 6% was. 2023 was het eerste jaar dat de subsidieregeling regionale ambulantsering regio Breda, van kracht was. In deze regeling is € 1 miljoen per jaar beschikbaar. In dit eerste jaar is het aantal aanvragen voor deze regeling behoorlijk achter gebleven waardoor veel budget overbleef. Tot slot zijn het aantal clienten beschermd wonen afgenomen terwijl in de begroting 2023 rekening was gehouden met een lichte stijging dan wel stabilisatie. Uitgangspunt in de begroting is dat het budget voor het Nationaal Programma Onderwijs wordt afgestemd op de hoogte van de rijksbijdrage. In de jaarrekening worden de eventueel niet bestede gelden gereserveerd voor besteding in een volgend jaar. In 2023 is € 941.000 ontvangen vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en is € 784.000 aan uitgaven ten laste gebracht van deze specieke uitkering (spuk). De niet bestede middelen in 2023 van € 157.000 mogen in een volgend jaar worden uitgegeven.
De raming voor de bijdrage aan het Werkplein voor het programma Inburering was afgestemd op de inschatting die het Werkplein in haar 2e bestuuursrapportage 2023 had afgegeven. Het Werkplein rekende op hogere kosten als gevolg van de hogere taakstelling huisvesting vergunninghouders. Aangezien de werkelijke kosten voor de inburgeringsvoorzieningen lager zijn uitgevallen, wordt vooralsnog het bedrag van de voorlopig toegekende rijksbijdrage 2023 ook met het Werkplein afgerekend. Per saldo heeft dit dan ook geen effect op het jaarrekeningresultaat. Uitgangspunt in de begroting is dat het budget voor het Nationaal Programma Onderwijs wordt afgestemd op de hoogte van de rijksbijdrage. De niet bestede gelden in 2023 (€ 176.000) worden gereserveerd voor besteding in een volgend jaar. Per saldo geen effect op het jaarrekeningresultaat. Er zijn diverse projecten die een meerjarig karakter hebben, maar die op basis van wetgeving niet meerjarig afgeschreven mogen worden. Alle uitgaven en inkomsten din in 2023 op deze 'meerjarige uitgaven van incidentele aard' zijn gedaan worden daarom ten
Maatschappij
269
22%
V
Jeugdvoorziening en
185
33%
V
Wmo beschermd wonen
50
5%
V
Bestrijding onderwijsachterst anden
-
-
V
Wet inburgering
-
-
V
Nationaal Programma Onderwijs
-
-
Meerjarige uitgaven van
50
100 %
N
Onderwerp
Bedrag
%
V/N
incidentele aard (MUIA) (deels *)
Kostentoerekenin g medewerkers primair proces (deels*)
70
2%
N
Wmo huishoudelijke hulp
148
5%
N
Participatiewet
191
2%
N
Bijzondere bijstand (deels*)
258
9%
N
Reservemutaties *
1.138
76%
N
Jeugdhulp
1.474
15%
N
Overig Totaal
85 1.585
V N
Toelichting laste van de exploitatie 2023 gebracht. In veel gevallen worden deze uitgaven gedekt uit de daarvoor ingestelde reserve (hieronder aangeduid met *). In de 2e bestuursrapportage 2023 is een inschatting gemaakt van deze uitgaven en de daarmee corresponderende onttrekking uit de reserve. De gevallen waarbij sprake is van een afwijking van deze inschatting volgen hieronder: - € 50.000 N*: Project Sociale Benadering Dementie. Reden: De eindverantwoording voor dit subsidieproject van ZonMw moet nog worden ingediend. Vervolgens volgt de betaling van het laatste deel van de subsidie. De (personeel)kosten van de primaire afdelingen zijn in de begroting op basis van de verwachte urenbesteding van medewerkers doorbelast aan de verschillende programma's. Binnen programma 4 zijn ten opzichte van de begroting onderstaande afwijkingen ontstaan: - € 80.000 N: Taakveld 6 - Sociaal domein - € 47.000 N: Taakveld 4 - Onderwijs - € 36.000 V: Taakveld 7 - Volksgezondheid en milieu - € 21.000 V: Overige verschillen Zoals in de raadsinformatiebried (d.d. 12 december 2023) is aangegeven heeft het college in december 2023 besloten tot een verhoging van de tarieven 2023 voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Deze verhoging is met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2023 aan de aanbieders huishoudelijke ondersteuning uitbetaald.