CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekende bijlage 1 Nota van zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie gemeente Moerdijk 2040

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Omgevingsvisie gemeente Moerdijk 204018.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Moerdijk d.d. lv- i¿- Zoz 3

X MOERDIJK

mij bekend, de raadsgr

Nota van zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie gemeente Moerdijk2lJÉi0 Oktober 2O23 Dlt dæumfrt geêlt æn semenvått¡ng vån de zlenswfzen die zijn ¡ngebncht tfi eãnzien van de ontwerp Omgev¡ngsis¡e g€mste Msd¡¡k 2(Xo. Daamaast ls de rectle van de geme€nte opgenomen op de intebnchte punten en de wl¡ze van veruerkíng in de m3eúntsr¡sie. Tot slot z¡¡n er n¡art de wl¡zlnten naer ænþ¡dlng van de íngekomen zlenswl¡zen @k nog mkele ambtshalve ænpass¡ngen opgffomfl. Zlons

Sâmdvatdnt 2l.nswüzê

Bæntwærdlng zlcn*fize

wflza 1

Wlkvcrcni¡ing Langeweg, namens 97 lnwoners

1.a

wl¡ drlngcn erop een om ln de omgevínggvlslê âf te zlcn van de voorgenomen cxtra aån3lultlnt van knoop¡tnt Zonzêel rlchtlng Zevenbcrgen, W[ zfin unanlem van menlng dat dczê voorgelslde ontwlkkeltng nlet ln hst belang ¡s van de

gemsschåp. Dê g€mænschap heeft de efgelopên¡aren te maken gehad van een opænstapcllng vân ncgatlevc ontwlkkcllngcn (eenþB HSl. verbrcdlng A1ó, aanllg LPM, horlzonvcmlllng door plaatslng wlndmolcns). Hat tævægsn van de extra âânslultlng zorgt naar vsruåchtlng vær ms vorkæßdruk, wát de luchtkwallte¡t en vêrtècrsvelllgfteld v€rslechtert Dê velllgheld van de kindêrcn, dlê naâr school fletsen vær onderu¡¡s, stæt hiêr op het sp€|. Dc huldlga layot van de províncialc wcg ls nlèt BGschlkt om nog mccr De vaenlglng hoeft heñældelflk vezæht om de aanleg van een krulspunt (met ve*eeßllchtênl ol þtonde, voorvelllge

Een cxtn aânslultlng op Knooppunt Zonzccl hangt saman mct de wætboÌg¡ng

van

dc reglonale bcrelkbaarhald. Omdat cr extÞ wonlngbouw Bæt þlaatsv¡nden ln zowcl Mmd{k ale omll8gendè gdeenten (blnnen ddehæk Zevenbêrgð, Etten-

Lflr ên Prlnsenbækl wordt op tml¡n æn extra ænslu¡t¡ng væn¡en om drukt€ en fllevoming te voøftomen. Alhæwel s nu nog gæn concrctc pl¡nnen llggên ís dee mtrdkkellng gezlen de scope wn de omgeving*isíe (2(X{l} al wel opgenomcn. Om dè verkærsvclllgheld an lccfüaarheld tc verbetem be rcldt provlncle NærdBrâbant, los van aen evsntuele aanllultlng op KnoopÊ¡nt Zmzeel, reeds dlvcæ mætregelen vær, weeronden - hêt eânlêtgên ven ffi rotondc ter hoogte van de kern Lengeweg; - het tæpâssen van een p@rtconstructie aan de oost- en westzflde van de kern Langseg; - hêt ¡nrlchten vån dc wegom de snelheíd te laten afnmen ¡ncl¡sicf een vcrhoogde r{baanschcldlng Ultvoerlng vân deze mâetrêgêld stæt mmenteel gepland voor 202512026.

oversteekmogelIkheden. Conclusiê: de zlenswÍze geeft geen aanleídlnt tot eenpassint van de ontwdp.omgevlngsvísíe.

2

Cumela Nederland

2.a

Mlddels deze zlmswfize venoeken wll u, om h6t bastaan3recht van onze (lldlbedrüven - ln het bultengebied - te erkennen en om que omgevlngswaarden lnpasslng tê geven åan de op¡aven en ontwlkkellngen welke voor de bedrljven rolevânt z[n lnzake de fysieke leefomgevlng. (...f Wj wagen u dan ook om mo¡clflkhadcn tc crcërên om bcstaandc badrljfslætlcs te kunnen ontwlkkclen alsæktâ kunn€n ultbroldcn, alsmede n¡èuwostlglng ln hlt bultengeblcd mogelfk tc maken,

2.b

ln de vlslc komt de ultnodlglng om het mct €lkaar te dæn nâdrukkêlük tot u¡tlng. Al3 organlsatle gaan w[ graag op deze ultnodlglng ln; we wlllen en kunnen

Bestaande, legale, b€dilJvÐ wordeÌ ln hun huld¡ge bedrüfsvoerfng nlet belemmerd door de omgevlngsvísie. De vlsie geeft wel tichting ãen ên eên åfwegingskädêr voor nie$e in¡üetleven ¡n het bultengebied. Daarbij geldt dat er voorâl ru¡mte wordt gezien voorgrcndgebonden agnrlrhe bedrflven en glâstu¡nbouw. Land- en tuinbouw wordo, m¡ts tockomstgerlcht, gczlen als dmger voor herkenbaar

s

bu¡têngcbled.Voor andcrrooÉlge bedrÍvlghcld wordên de bedrfventerrclnen ln Moerdflk geschlkta geecht Hæfdstukken 4 tot en met ó van de omg€vlngsv¡s¡e geån spêcltlek op dêze tere¡nen ln. De omgevingsvisie volSt h¡erin het bele¡d zoels dât ¡n de Msie Buitengebied (201ól ls opgenomen. Herovemeglng van dlt beleid vlndt plaats op het momflt det daartæ noodzaak is om de transitíê van het bultengebied mogelljk tc maken. Wll nsmen kennls van dlt aanbod,

partlciperen bi¡ verdcre u¡twerklng vãn de ambíties. Conclusle: de zlensflze geeft geen aanleldlng tot eänÞâsslng vân de ontwerp-on8ev¡ngsvisle.

3

Stlchtlng Heemkunde Moerdff k & Heemkundekring Zevenbergen

3.å

We rêkenen erop dât de huldlSe wettêlflke kaders voor het beschemen v¿n erfgæd worden gerdpecteêrd, Voor rilksmonumenten is d¡t al het gêval, voor temeotellrke monumenten is d¡t een logische stap. Het is aan te bêvelen dlt in dG vislê vast te lêggen,

3.b

We zoudcn graag zlên det de cultuurvlsie, dic ín dc maak is, onderdeel wordt vân dc omgcvlngsvisie. Wj bevelen æn dlt ln de vlsie vact te lcggen of de cultuurulsie op zün mlnst op te namen b[ de ondemerÞên op p.74 (v@rgest€lde ultvædngeprogramma's).

Geme$telüke monumñten worden beschermd vla de Elgoedverordenlng, Deze wordtper 7-l-2O24 opgenomen in het tijdelfike omgevlngsplân (bruidsschet). Een extrâ wåâ¡borg opnemen ln de omgevlngsvisie is niet nodlg en is n¡et de gæde plek, De cultuur- m erfgoednota is op dft moment lnde¡daad nog in voorbcreidlng m

wordt naarvemacht¡ng gelüktl¡d¡t met de de omgevíngsvlsle velgesteld. Nâ våststelllng li het den geên ultvoedngsprogramma maarvomt het æn bGlc¡dsluk We zullen de cultuut- en erftoednota opnmen ln de lfist met relevante beleidsstukken op p81.

3.c

WJ bevelen aan om blj elk van de drie kêrnembltles (p.51 æn concreet statement tæ te voeten åengåande cuhureel erfgoed: - Tævoegen pljltier Kæstcrcn yan de belæfde omgevlngskwallteÍt en de blldngc dle cultureel et8æd dnÊen levêÉ - Pültle 5 aanvullen: Ontwlkkellngen op het Haven- en lnduldêtèrêln worden beoordæld vânult eên mêeruâârde benådedng. Hlemæ sturen we op concrcte, lokale doelm op het geb¡ed vån duuuæmheid, kllmåât, gezondheíd, berelkbaarheid, veiligheid en leefüaarheíd. Met ímchtneml nn de cultuu¡historísche ma¡den, - Vlerde pljltje tocvoegêni Ontwlkkellngen sluiten aan bij dc elgenschappa van ons bultengebled en varstcrkfr de lendschepp€l[ke omgeulntíonalltelt en de gezondheld en het weÞÍn van lnwoners.

r¡ir ;. /i.r¡.rrrSyrr,:rrair:

.ik:'].j.,

iltiyi-,tii\r;:,.:r!

^!a¡il r{'ril

m cultureel efgæd extrå te benãdrukken onder de kêrnâmbltles en væten daarop enkele aanpassingen doon W¡J begrüpen de aanbevellng

3.d

Het is van belang om de status en waarde van de “lijst relevante stukken” op p.81 aan te geven. Bijvoorbeeld door aan te geven welke stukken en besluiten nog geldig / actueel zijn.

De lijst met relevante beleidsstukken wordt geactualiseerd en hierbij wordt aangegeven welk soort beleidsdoucment het betreft.

Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassing: De cultuur- en erfgoednota opnemen in de lijst met relevante beleidsstukken op p81. bij de drie kernambities (p.5) een aanvulling maken aangaande cultureel erfgoed. De lijst met relevante beleidsstukken wordt geactualiseerd en uitgesplitst in soort beleidsdocument. 4

ProRail

4.a

Wij vragen aandacht voor haar visie op de omgeving van het spoor. Centraal hierin staat duurzame OV-bereikbaarheid in Nederland. Dit brengt beperkingen met zich mee voor ruimtelijke ontwikkelingen rondom het spoor. Wij verzoeken de gemeente om ProRail actief te betrekken bij de ontwikkeling van bouwplannen in de directe nabijheid van het spoor. In dit verband wijzen wij op een aantal afwegingselementen bij ontwikkelingen. In het bijzonder op externe veiligheid, geluid, trillingen, overwegen en verkeersveiligheid, de relatie tussen stabiliteit van de spoorbaan en watersystemen, het beperkingengebied hoofdspoorwegen, handhaving onderstations, bereikbaarheid van railgebonden gebouwen en ondergrondse infrastructuur, zicht op de stationsentree, windbeleving en windhinderrisico’s, schaduwwerking op zonnepanelen en mogelijk negatieve effecten van zonneparken bij de spoorweginfrastructuur.

We onderkennen de positie en betrokkenheid van ProRail bij alle ontwikkelingen die betrekking hebben op de omgeving van het spoor. Wij zullen ProRail pro actief blijven betrekken bij ontwikkeling van plannen in de directe nabijheid van het spoor, zoals wij dat bijvoorbeeld op dit moment ook doen in de gebiedsontwikkeling Zevenbergen Oost waar ook de stationsomgeving Zevenbergen NS onderdeel van uitmaakt. Wij gaan er daarbij van uit dat het vroegtijdig onderling betrekken ook geldt voor ontwikkelingen die ProRail voorziet aan het spoor, waarbij ProRail dan ook voldoende aandacht heeft voor de effecten van ontwikkelingen op de leefbaarheid en veiligheid in onze gemeente.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie. 5

Bewoner

5.a

Het behoud van de Roode Vaart reserve is een puur economisch gedreven ontwikkeling die geen enkele waarde toevoegt aan de klimaatdoelen of de biodiversiteit. Wanneer is het nut en de noodzaak hiervan aangetoond? Deze eventuele ontwikkeling veroorzaakt een enorme verslechtering van de leefbaarheid van Moerdijk-dorp en omgeving. Deze ontwikkeling moet worden heroverwogen. Een betere invulling is het gebied tussen de Roodevaart en Moerdijk-dorp een functie te geven voor waterberging en/of als groene buffer tussen het Industrieterrein en Moerdijk-dorp.

We zien vanuit provinciale en nationale opgaven de ruimtedruk op dit gebied toenemen. Het is onrealistisch om de ruimtelijke reservering te verwijderen. We kiezen ervoor om de reservering zoals deze in de Structuurvisie (2011) is opgenomen, aan te houden, waarbij in de omgevingsvisie als aanvulling extra randvoorwaarden aan de ontwikkeling worden gesteld. Zo wordt de ontwikkeling gekoppeld aan het realiseren van meerwaarde op het gebied van duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid. Daarnaast geldt dat de noodzaak van de ontwikkeling door de initiatiefnemer moet worden aangetoond. We erkennen hierbij uw zorg over de leefbaarheid van onder meer Moerdijk-dorp. Samen met het ministerie van EZK, het ministerie van BZK, het ministerie van I&W, de provincie en de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg, is afgesproken om gezamenlijk te verkennen wat de integrale opgave in de noordoostzijde van de gemeente is en hoe we de leefbaarheid kunnen waarborgen. Onze inzet is om in het kader van deze “Ontwerptafel Powerport” gezamenlijk tot een gebiedsgerichte uitwerking te komen en afspraken te maken over gebiedsinvesteringen, waarmee de leefbaarheid wordt geborgd en de klimaatopgave een impuls krijgt.

Het college heeft onlangs haar positiebepaling aangescherpt, waarmee nog nadrukkelijker de zorgen over de impact op de leefbaarheid worden aangehaald en waarborging van een leefbaar en toekomstbestendig persepectief voor onze inwoners als randvoorwaarde wordt gesteld.

5.b

De ontwikkeling van een bedrijventerrein bij station Lage Zwaluwe werkt de klimaatdoelen, biodiversiteit en leefbaarheid van de omgeving tegen. De ontwikkeling is tevens in strijd met de visie van de provincie Noord-Brabant, waar de ongebreidelde groei van “dozen” ter discussie staat.

Bedrijven Poort West Brabant vormt vanwege de ligging nabij het spoor en het Haven- en Industrieterrein en Logistiek Park Moerdijk een aanvulling op het logistieke cluster. Randvoowaarden ten aanzien van de omvang van de logistiek en het type functies zijn in afstemming met de regio en de provincie geformuleerd. Daarnaast biedt ontwikkeling van dit gebied kansen voor versterking van de OVknooppuntfunctie. Om “verdozing” tegen te gaan heeft Provincie Noord-Brabant in een wijziging van de Interim omgevingsverordening vestiging van grootschalige logistiek overal in Brabant verboden, op specifiek aangewezen gebieden na. In Moerdijk zijn dit delen van het Haven- en industrieterrein Moerdijk, Logistiek Park Moerdijk en stationsgebied Lage Zwaluwe. Bij de ontwikkeling van het gebied dient rekening te worden gehouden met onder meer klimaatopgaven, natuuropgaven, veiligheid en leefbaarheid. Dit is niet als zodanig opgenomen op p. 61 onder punt 5 van de ontwerp-omgevingsvisie. Het stellen van voorwaarden moet ook hier worden opgenomen.

5.c

Intensivering van transport over het spoor langs Moerdijk heeft grote consequenties voor de veiligheid en leefbaarheid van het dorp. Dit vraagt om een zeer zorgvuldige afweging met alle partijen. Bij doorgaan moet rekening gehouden worden met serieuze maatregelen om veiligheid en leefbaarheid van bewoners dorp Moerdijk te consolideren. Als hier het uitgangspunt dat ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de leefbaarheid gestand wordt gedaan, ligt hier een enorme opgave. Zowel technisch als financieel.

Op hoger schaalniveau kunnen we niet heen om de verduurzamingsslag die ook op het gebied van goedenvervoer gemaakt moet worden. Wij houden hierbij oog voor het lokaal belang en de borging van leefbaarheid en veiligheid, zoals wij in de ontwerp-omgevingsvisie op p. 57 onder punt 10 hebben omschreven. Hierover zoeken we ook actief het gesprek op met rijk en provincie.

5.d

De andere ontwikkelingen: de ontwikkeling van 380KV hoogspanningsleiding, ontwikkeling tot een bovenregionaal energieknooppunt, uitbreiden van leidingstraat en het repoweren van windturbines hebben vooral een meerwaarde voor het bedrijfsleven gevestigd op Industrieterrein Moerdijk en hebben grote

Wij onderkennen uw zorg over de impact op de leefbaarheid door de energieinfraprojecten die nodig zijn voor de verduurzaming. Samen met het ministerie van EZK, het ministerie van BZK, het ministerie van I&W, de provincie en de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg, is afgesproken om gezamenlijk te

NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040

2 van 20

impact op de leefbaarheid van de dorpen. Dit vraagt om een passende en transparante bijdrage van het bedrijfsleven, aanscherping van emissie- en geluidsnormen en natuurcompenserende maatregelen voor omliggende dorpen.

verkennen wat de integrale opgave in de noordoostzijde van de gemeente is en hoe we de leefbaarheid kunnen waarborgen. Onze inzet is om in het kader van deze “Ontwerptafel Powerport” gezamenlijk tot een gebiedsgerichte uitwerking te komen en afspraken te maken over gebiedsinvesteringen, waarmee de leefbaarheid wordt geborgd en de klimaatopgave een impuls krijgt. Het college heeft onlangs haar positiebepaling aangescherpt, waarmee nog nadrukkelijker de zorgen over de impact op de leefbaarheid worden aangehaald en waarborging van een leefbaar en toekomstbestendig perspectief voor onze inwoners als randvoorwaarde wordt gesteld. Deze gewijzigde positiebepaling zal opworden genomen in de omgevingsvisie.

5.e

Het is wenselijk een standpunt in te nemen aangaande bedrijven – met name Shell – waarvan de productie is gebaseerd of gerelateerd aan fossiele grondstoffen. Dit gaat in tegen landelijk beleid.

Reeds in de Havenstrategie hebben we de ambitie geformuleerd dat we toe willen werken naar verduuzraming van de chemische industrie ("Moerdijk als het knooppunt van duurzame logistiek en -procesindustrie”). Ook in de omgevingsvisie zetten we in op verduurzaming van het Haven- en Industrieterrein. De focus op verduurzaming wordt ook onderschreven in de Cluster Energie Strategie (CES) van het industriecluster Rotterdam-Moerdijk. De overgang van fossiele grondstoffen naar duurzame energie vraagt aanzienlijke investeringen in de energieinfrastructuur. Hierop wordt reeds ingezet. In een (aangescherpte) positiebepaling die onderdeel uitmaakt van de Omgevingsvisie verduidelijkt gemeente Moerdijk haar standpunt op dit onderwerp.

5.f

Het effect op de leefbaarheid van de ontwikkelingen in de conceptvisie mag niet los gezien worden van de huidige belasting op de leefbaarheid van de omliggende kernen. Bij het vaststellen van maatregelen om overlast te voorkomen en leefbaarheid in stand te houden moeten de cumulatieve effecten worden gewogen.

We nemen de huidige druk op de leefbaarheid mee bij het bepalen of beoogde ontwikkelingen in balans zijn met de omgeving en tot meerwaarde leiden.

Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen: Mede naar aanleiding van deze zienswijze is de positiebepaling aangescherpt, hetgeen in de omgevingsvisie wordt verwerkt. In de tekst verwijzen naar de “Ontwerptafel Powerport”. Op p. 61 onder punt 5 wordt toegevoegd dat ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein enkel mogelijk is onder voorwaarden. 6

Gemeente Etten-Leur

6.a

Wij zien geen aanleiding voor een verzoek tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Wel blijven we graag constructief in gesprek over de wederzijdse programmering, en over de wijze waarop die leidt tot een verbetering van onze gemeente en versterking van de regio. In het bijzonder m.b.t. mobiliteitsvraagstukken zoals het genoemde knooppunt Zonzeel, goede verkeersaansluitingen richting Etten-Leur en het (verder) ontwikkelen van een doorfietsroute tussen Zevenbergen en Etten-Leur.

Wij zien onze buurgemeente Etten-Leur als belangrijke partner in het ontwikkelen van toekomstig ruimtelijk beleid. In het bijzonder m.b.t. de genoemde mobiliteitsvraagstukken, waar wij gedeelde belangen hebben. Wij blijven ook graag constructief in gesprek.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie. 7

Looijen Akkerbouwbedrijf VOF

7.a

In de visiekaart van de ontwerp omgevingsvisie is een strook evenwijdig aan de Molendijk te Standdaarbuiten ingetekend als ecologische verbindingszone. Als dergelijke zones gerealiseerd worden, (a) gaat dit ten koste van goede landbouwgrond, (b) zorgen ze voor waardevermindering van aangrenzende percelen en (c) vormen ze bedreigingen voor de bedrijfsvoering van landbouwbedrijven. Voor ons persoonlijk betekent dit ook een verlies van hectares van ónze landbouwgrond. Dit zou ten koste gaan van ons inkomen en vermogen. Wij zijn van mening dat dit voor ons zeer nadelige gevolgen heeft en kunnen ons hier niet in vinden. Graag willen wij dat u onze visie op dit plan ter harte neemt en deze ecologische zone verwijdert uit de omgevingsvisie.

De omgevingsvisie bevat, naast een gemeentelijke visie op 2040, ook een vertaling van relevante hogere wet- en regelgeving zoals die van de provincie NoordBrabant. De ecologische verbindingzones (EVZ’s) zijn provinciaal vastgelegd (zie Kaartbank Provincie Noord-Brabant). Gemeenten en waterschap hebben een gezamenlijke verplichting in de realisatie van deze verbindingszones, derhalve dienen we deze over te nemen. Wel blijkt de exacte situering van de EVZ niet juist overgenomen op de kaart. Dit wordt aangepast. De bedoelde EVZ’s liggen in het hart van de Mark, de Dintel en de Tonnekreek, niet op de dijken. Het buitendijkse deel blijft wel biodiversiteitslint. We verwijderen deze dan ook niet van de kaart.

Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de visiekaart met betrekking tot de juiste weergave van de ecologische verbindingszone. 8

Vepco Transport BV

8.a

Op hoofdlijnen kunnen wij ons vinden in de visie. Echter, op het punt van groeiruimte voor bedrijven zijn we het niet eens met het voornemen van de gemeente om in de toekomst alle ruimte te reserveren voor bedrijven die een bijdrage leveren aan verduurzaming. We begrijpen de wens om de economie te verduurzamen, maar we denken dat er altijd ruimte moet zijn voor bedrijven in de toeleverende of dienstverlenende sfeer om zich te ontwikkelen. Dat zijn dan bedrijven die op indirecte wijze wel een bijdrage leveren aan een duurzame economie; ook voor hen dient derhalve groeiruimte in Moerdijk te zijn. Op dit punt pleiten wij voor aanpassing in de omgevingsvisie.

NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040

Wij herkennen dit punt. De toeleverende sector zoals de transportsector levert inderdaad indirect een invloed op de duurzame economie, wanneer wordt omgeschakeld naar meer duurzame vervoersopties. Dit betekent dat ook toeleverende of dienstverlenende bedrijven onder voorwaarden kunnen ontwikkelen. Eén van de voorwaarden is de bijdrage aan de verduurzaming. Onder p. 56 punt 8 toevoegen dat concentratie van logistiek ook geldt voor toeleverende of dienstverlenende bedrijven.

3 van 20

Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie door onder p.56 punt 8 toe te voegen dat dit ook geldt voor toeleverende of dienstverlenende bedrijven. 9

CCT Moerdijk

9.a

Wij bevestigen dat we zeer tevreden zijn met het bestendigen van de Roode Vaart reserve. Dit is mede in het belang van onze organisatie.

We kiezen er inderdaad voor om de reservering zoals deze in de Structuurvisie (2011) is opgenomen, aan te houden. Wel worden in de omgevingsvisie als aanvulling extra randvoorwaarden aan ontwikkeling gesteld. Zo wordt de ontwikkeling gekoppeld aan een meerwaarde op het gebied van onder andere duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid. Daarnaast geldt dat de noodzaak van de ontwikkeling moet worden aangetoond.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie. 10

VNO-NCW Brabant Zeeland

10.a

Wij waarderen de wijze waarop de gemeente hieraan werkt, in overleg met tal van belanghebbenden. Ook VNO-NCW, vertegenwoordiger van een groot aantal bedrijven op vooral bedrijventerrein Moerdijk, is in dat kader betrokken. In hoofdlijnen ondersteunen wij de door de gemeente voorgestelde keuzes.

Dank, waarvan akte.

10.b

We vragen aandacht voor de uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijven, in relatie tot de voorgestelde ruimtereservering in de directe omgeving van het Haven- en Industrieterrein en Logistiek Park Moerdijk. Het voorstel is om de groeiruimte te reserveren voor de bedrijven die een bijdrage leveren aan verduurzaming.

Wij herkennen dit punt. De toeleverende sector zoals de transportsector levert inderdaad indirect een invloed op de duurzame economie, wanneer wordt omgeschakeld naar meer duurzame vervoersopties. Dit betekent dat ook toeleverende of dienstverlenende bedrijven onder voorwaarden kunnen ontwikkelen. Eén van de voorwaarden is de bijdrage aan de verduurzaming. Ter verduidelijking voegen we onder p. 56 punt 8 toe dat concentratie van logistiek ook geldt voor toeleverende of dienstverlenende bedrijven.

We hebben hier begrip voor, maar we stellen vast dat dit niet kan zonder dat zij ondersteund worden door mkb-bedrijven in de toeleverende of dienstverlenende sfeer. Ook voor deze bedrijven moet er groei ruimte zijn.

Daarnaast stellen wij in de visie dat er extra ruimte op lokale (bestaande en nieuwe) bedrijventerreinen wordt gereserveerd voor het lokale mkb, waaronder toevoeging van een nieuw lokaal bedrijventerrein in Zevenbergen Noord. Dit is genoemd op p.5, p.28, p.29 en p.62 van de ontwerp-omgevingsvisie. 10.c

We zien graag meer ruimte voor het plaatsen van windmolens. Er staan al enkele windmolens op het huidige Haven- en Industrieterrein, en wij weten dat er bij meer bedrijven behoefte bestaat aan de plaatsing van windmolens. Deze dragen bij aan verduurzaming van het bedrijfsleven, en zijn in onze ogen prima ruimtelijk in te passen.

Op het Haven- en industrieterrein is reeds een cluster van 7 windmolens aanwezig. We zijn ervan op de hoogte dat er verschillende geïnteresseerden zijn om een extra windmolen aan dit cluster toe te voegen. Onze verdere opgave in grootschalige productie van windenergie is vastgelegd in de RES. Dit resulteert in de Omgevingsvisie in het opnemen van de repoweringsopgave voor de windparken Volkeraksluizen en Sabinapolder. Daarmee kan gemeente Moerdijk ruimschoots voldoen aan haar aandeel in de nationale opgave wind op land. Er is dan ook geen aanleiding om zoekgebieden voor andere nieuwe windparken op te nemen in de Omgevingsvisie.

Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie door onder p.56 punt 8 toe te voegen dat dit ook geldt voor toeleverende of dienstverlenende bedrijven. 11

Bewoners

11.a

Wij hebben een bedrijf met als doel om op een goede manier voedsel te produceren. Deze status willen we zo houden. We maken bezwaar tegen enige vorm van verandering, dus geen ecologische aanpassing. We maken bezwaar tegen de voorstellen die in de ontwerp omgevingsvisie zijn opgenomen.

In de ontwerp-omgevingsvisie wordt uitgesproken dat wordt ingezet op een herkenbaar buitengebied met de landbouw als drager. Om het gebied ook op langere termijn geschikt te houden voor voedselproductie is een toekomstgerichte houding van alle betrokken partijen noodzakelijk. Autonome ontwikkelingen zoals de klimaatverandering en aandacht voor natuurlijke processen in een gebied (water en bodem sturend) vragen hier om. Enkele concretere zienswijzen vanuit de agrarische sector geven aanleiding tot verduidelijking in de omgevingsvisie over de gevolgen van de klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande klimaatopgave in het buitengebied.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie. 12

Erfgoedvereniging Bond Heemschut provincie Noord-Brabant

12.a

Wij ondersteunen de zienswijzen op de omgevingsvisie van de Stichting Heemkunde Moerdijk en de Heemkundekring Zevenbergen, ingestuurd op 23 juni 2023.

Dank, waarvan akte.

12.b

Wij zouden graag zien dat de gemeente opteert om een kerkenvisie te maken, die als onderdeel meegenomen kan worden in de omgevingsvisie.

In de Cultuur- en erfgoednota, die naar verwachting ongeveer in dezelfde periode als de omgevingsvisie wordt vastgesteld, wordt aandacht besteed aan kerkgebouwen.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie. 13

Hart voor Willemstad

NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040

4 van 20

13.a

Complimenten voor het vele werk dat is verricht om te komen tot een ontwerp omgevingsvisie, inclusief de consultaties met bewoners, ondernemers en brancheorganisaties die in dit verband hebben plaatsgevonden. In deze zienswijze vermelden wij zowel onze steun voor enige ambities, alsmede enige verzoeken ter nadere verwerking of invulling.

Dank, waarvan akte.

13.b

Wij ondersteunen de ambities op het gebied van gezonde leefomgeving, zoals vermeld in hoofdstuk 3.1 “versterken van stadse en dorpse leefomgeving”. Het is zaak dat deze ambities ook daadwerkelijk worden ingepast binnen omgevingsplannen en infrastructurele uitvoeringsprogramma’s. Wij verzoeken u hierbij ter nadere concretisering om in deze omgevingsvisie of uitvoeringsprogramma de aanbevelingen op te nemen uit de recente rapportage van Goudappel “Verkeerskundige opgaven Willemstad”, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Moerdijk, met brede consultatie van de Werkgroep verkeer van de Stadstafel Willemstad.

Bij nadere uitwerking van de ambities van deze omgevingsvisie in omgevings- en uitvoeringsplannen zullen wij relevante studies, waaronder ook de rapportage van Goudappel, betrekken.

13.c

De geldende wettelijke normen – op het gebied van zowel lucht als geluid – beschermen de gezondheid van mensen onvoldoende volgens de WHO. Als een daadwerkelijke gezonde leefomgeving wordt nagestreefd, zouden de advies-/ streefwaarden van de WHO moeten worden gehanteerd.

Om de WHO-normen te behalen is aangepast beleid op landelijk en europees niveau nodig. Dit vraagt om aanpassingen van bijvoorbeeld doorgaand verkeer, spoor en bedrijven tot over de grens (haven en industrie Antwerpen). Op gemeentelijk niveau is het op dit moment niet mogelijk om te voldoen aan de WHO-normen.

13.d

We zouden in hoofdstuk 3.1 graag meer aandacht zien voor de opgaven met het oog op energieopwekking via zonnepanelen en de overbelasting van de bestaande energie-infrastructuur. Naast verbetering van deze infrastructuur kan er (a) worden ingezet op energieopslag in batterijen, (b) stimulering van gebruik van waterpompen en (c) de productie van groene waterstof.

In de omgevingsvisie wordt reeds aangegeven dat de verbetering van energieinfrastructuur randvoorwaardelijk is (p.54) en dat we deze opgave oppakken met lokale koppeling (p.28, p.54). Daarom leidt dit niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie

13.e

De herontwikkeling van windmolenparken Volkeraksluizen en Sabinadijk: wij zien dit als niet passend, omdat verhoging van de windmolens ten noordoosten van de A29 een zeer rigoureuze impact op het beschermde stadsgezicht van Willemstad zou opleveren. Dat is de reden dat de gemeenteraad van Moerdijk al tweemaal heeft besloten dat de huidige windmolens op deze plaatsen niet mogen worden verhoogd.

In de omgevingsvisie is reeds opgenomen dat: “De windparken Volkeraksluizen en Sabinadijk(rectificatie: Sabinapolder) worden herontwikkeld (‘repowering’), waarbij de twee bestaande windparken worden vervangen door één nieuw windpark. Als gemeente Moerdijk houden we vast aan de voorwaarde dat de vervanging van de huidige windmolens op de Volkeraksluizen voor hogere exemplaren ten noordoosten van de A29 is uitgesloten.”

Uiteraard ondersteunen wij deze keuze van harte, maar wij verzoeken u om er nauwlettend op toe te zien dat deze inzet ook wordt opgenomen in de Regionale Energie Strategie 2.0, die thans in ontwikkeling is. In de versie RES 1.0 waren deze windmolens nog aangeduid als repowering. Door de gemeente Moerdijk is de inzet al als een appendix bij RES 1.0 toegevoegd en het is zaak om dit in RES 2.0 daadwerkelijk te effectueren. Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie. 14

Bewoner

14.a

Zorgen over de klimaatrobuuste biodiversiteitspolder. Indien in dit gebied een hogere grondwaterstand wordt gehanteerd, zal dit consequenties hebben voor het gewas opbrengend vermogen van deze grond. Opbrengsten van gewassen zullen suboptimaal zijn, doordat ik later in het voorjaar de grond kan bewerken. Het zaaien en planten van gewassen zal dan ook later gebeuren. Tevens zal ik vroeger moeten oogsten, omdat het risico van te natte bodemomstandigheden in het najaar toe neemt. Bovendien zal het risico van waterschade bij hevige buien toenemen. Hiermee zal ik op korte termijn inkomensschade lijden en op lange termijn zal de continuïteit van mijn bedrijf onder druk komen.

We nemen kennis van uw zorgen en onderkennen die. Het klimaat verandert en dit vraagt op de korte en lange termijn aanpassingen van ons allemaal. De lager gelegen zee- en rivierkleigebieden zullen als gevolg van klimaatverandering naar verwachting te maken krijgen met veranderingen in het watersysteem, waaronder wateroverlast. In de omgevingsvisie geven we het signaal af dat toekomstbestendige landbouw hier hand in hand moet gaan met nieuwe maatregelen ter bescherming tegen klimaatverandering in het algemeen. De landelijke en provinciale uitgangspunten dat water- en bodemsystemen sturend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling spelen hierbij ook een rol. De klimaatopgave vraagt om een nadere uitwerking die de betrokkenen in het gebied samen met de betrokken instanties moeten oppakken.

14.b

Indien biodiversiteit een hogere prioriteit krijgt dan in een ander primair agrarisch gebied, is mijn vrees dat dit gepaard zal gaan met inperking van het gebruik van regulier toegelaten gewasbeschermingsmiddelen. Dit geeft dan een grotere kans op ziekten en plagen. Mogelijk zelfs misoogsten. Dit zal negatieve gevolgen hebben op de opbrengst en kwaliteit van mijn gewassen. Ook hiermee voorzie ik op korte termijn inkomensschade en op lange termijn zal de continuïteit van mijn bedrijf onder druk komen.

We zetten in op een herkenbaar buitengebied met landbouw als drager, maar enkel toekomstgericht. Daarbij geven we als gemeente agrariërs de ruimte om invulling te geven aan duurzame, innovatieve en klimaatrobuuste landbouw. Hier hoort ook het toelaten van gewasbeschermingsmiddelen onder. Europese en landelijke wet- en regelgeving zijn hierin echter leidend. De omgevingsvisie geeft hierover geen aanleiding tot het opleggen van extra regels.

14.c

Omdat de teeltomstandigheden suboptimaal worden, zal de taxatiewaarde van mijn perceel dalen. Hiermee zal ik dus vermogensschade lijden.

Als gevolg van de klimaatverandering zullen in veel gebieden de teeltomstandigheden wijzigen. Dit vraagt om een transitie naar een meer klimaatrobuuste bedrijfsvoering. Hoe hier nader invulling aan te geven moet nader uitgewerkt worden met betrokken grondgebruikers en instanties.

Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot verduidelijking in de omgevingsvisie over de gevolgen van de klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande klimaatopgave in het buitengebied (onder meer op p. 66 onder punt 7). 15

Leidingstraat Nederland

15.a

Op de visiekaart is de ligging van de Buisleidingenstraat vanaf de provinciegrens weergegeven tot aan de locatie waar de structuurvisie leidingstrook richting

NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040

We erkennen dat ook het verdere tracé van de Buisleidingenstraat richting Antwerpen een belangrijke rol heeft in de energietransitie. We zullen de visiekaart

5 van 20

Venlo aansluit op de buisleidingenstraat ten zuiden van de Zevenbergseweg. De nu op de visiekaart weergegeven delen van de Buisleidingenstraat en Structuurvisie leidingstrook zullen worden gebruikt om de leidingen voor de Delta Rhine Corridor in aan te leggen. Wij verzoeken u om ook het verdere tracé van de Buisleidingenstraat richting Antwerpen weer te geven op de visiekaart, omdat de verwachting is dat ook andere bundels van diverse ondergrondse energie infrastructuren (zoals o.a. de Delta Corridor Zuid) richting Antwerpen zullen worden aangelegd tussen nu en 2050.

hierop aanpassen.

Conclusie: naar aanleiding van de zienswijze wordt op de visiekaart ook het verdere tracé van de Buisleidingenstraat richting Antwerpen opgenomen. 16

Van Dun Advies, namens agrarisch ondernemer

16.a

Cliënt voelt zich niet betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie. Zij zijn niet uitgenodigd voor een gesprek en hebben ook geen brief of iets dergelijks ontvangen over de plannen in een vroegtijdig stadium. Tevens zijn er wel aanduidingen op hun percelen en naastgelegen percelen gelegd, namelijk de klimaatrobuuste biodiversiteitspolder. Cliënt heeft zorgen over de verhoogde grondwaterstand, wat de bewerking van de landbouwgronden naar verwachting nadelig beïnvloed. Daarnaast zijn in de Structuurvisie Moerdijk 2030 deze percelen aangewezen als behouden en versterken agrarisch gebied; de omgevingsvisie spreekt hiermee de structuurvisie tegen. Ten slotte zijn de eigenaren van de percelen niet verantwoordelijk voor de doelen van de gemeente. Wij verzoeken u om de bovenstaande redenen namens (...) de aanduidingen ‘Klimaatrobuuste biodiversiteitspolder’ en ‘Landschappelijke of ecologische versterking gewenst’ te verwijderen ter plaatse van de percelen in eigendom van cliënt aan (...), en vervolgens de omgevingsvisie hierop af te stemmen. Cliënt staat open voor een gesprek, om aan te horen wat uw verdere plannen zijn, maar kan niet instemmen met een omgevingsvisie of anderszins voordat vooraf duidelijk is wat de invulling daarvan voor effecten heeft op hun bedrijfsvoering én deze effecten aanvaardbaar voor haar zijn.

Op uiteenlopende manieren zijn bewoners, ondernemers en organisaties betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie. Zie ook p.13 in de omgevingsvisie. De oproepen en uitnodigingen voor deelname aan ateliersessies zijn gedeeld via onder meer persberichten, de gemeentelijke website, www.gebiedsplannen.nl, de Moerdijkse Bode en gemeentelijke social media kanalen. We zetten in op een herkenbaar buitengebied met landbouw als drager, maar enkel toekomstgericht. Daarbij geven we als gemeente agrariërs de ruimte om invulling te geven aan duurzame, innovatieve en klimaatrobuuste landbouw. We nemen kennis van uw zorgen en onderkennen die. Het klimaat verandert en dit vraagt op de korte en lange termijn aanpassingen van ons allemaal. De lager gelegen zee- en rivierkleigebieden zullen als gevolg van klimaatverandering naar verwachting te maken krijgen met veranderingen in het watersysteem, waaronder wateroverlast. In de omgevingsvisie geven we het signaal af dat toekomstbestendige landbouw hier hand in hand moet gaan met nieuwe maatregelen ter bescherming tegen klimaatverandering in het algemeen. De landelijke en provinciale uitgangspunten dat water- en bodemsystemen sturend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling spelen hierbij ook een rol. De klimaatopgave vraagt om een nadere uitwerking die de betrokkenen in het gebied samen met de betrokken instanties moeten oppakken.

Naar aanleiding van uw zienswijze passen we de legenda op de visiekaart aan door de naamgeving klimaatrobuuste biodiversiteitsppolder te laten vervallen en op de visiekaart de lager gelegen zee-en rivierkleigebieden weer te geven.

Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen: Het toevoegen van informatie in de omgevingsvisie over de gevolgen van de klimaatverandering en de daarmee gepaarde gaande klimaatopgave in het buitengebied (onder meer op p. 66 onder punt 7). In de legenda op de visiekaart de term klimaatrobuuste biodiversiteitspolder vervangen door de aanduiding lager gelegen zee- en rivierkleigebieden. 17

Bewoners

17.a

Bewoners maken zich zorgen over de bestaande uitbreidingsplannen aan de zuidwestelijke zijde van Klundert, zoals ingetekend op de visiekaart in de ontwerp omgevingsvisie. Als bewoners van de zuidwestelijke zijde van Klundert zijn zij tegen woningbouw in dit gebied, enerzijds vanwege de grote aantasting op het leef- en woongenot, anderzijds omdat er ook een ontsluitingsweg dicht langs hun huis wordt aangelegd. Er is in de startnota Westschans van 2019 nooit gesproken dat er woningbouw aan de zuidwestzijde zal plaatsvinden. Daarnaast past bebouwing niet bij het landschappelijke karakter van het open polderlandschap, en houdt de nieuwe bebouwing meer warmte vast, wat slecht is voor de klimaatdoelen.

17.b

Bewoners maken zich zorgen over de ontwikkeling van logistieke bedrijven in de gemeente Moerdijk, vanwege (a) de milieubelasting, (b) de verdozing van het landschap, (c) het gebrek aan woningen voor arbeidsmigranten en (d) de verwachte overbelasting van wegen en toename van sluipverkeer door de kern Klundert en op de Stoofdijk.

Door de ligging van Klundert t.o.v. industrie en de cultuurhistorisch waardevolle vrije schootsvelden zijn de gekozen uitbreidingsrichtingen de enige die mogelijk zijn voor woningbouw in de toekomst. In de omgevingsvisie is opgenomen dat bij nieuwbouw sprake dient te zijn van bredere meerwaarde voor de inwoners, onder meer door het verbeteren en toevoegen van groene kwaliteit en het vergroten van de klimaatbestendigheid. Een nieuwe wijk wordt klimaatrobuust ontworpen.

a)

b)

c)

d)

We begrijpen uw zorgen. Ten aanzien van de door u genoemde punten merken we het volgende op:De milieubelasting van de bedrijven moet binnen de wettelijke normen passen, anders kan geen vergunning worden verkregen. Om verdozing tegen te gaan heeft provincie Noord-Brabant in een wijziging van de Interim omgevingsverordening vestiging van grootschalige logistiek overal in Brabant verboden, op specifiek aangewezen gebieden na. In Moerdijk zijn dit delen van het Haven- en industrieterrein Moerdijk, Logistiek Park Moerdijk en stationsgebied Lage Zwaluwe. Om het gebrek aan huisvestingsplekken voor arbeidsmigranten op te vangen is het gemeentelijk beleid erop gericht om 1500 nieuwe plekken te realiseren. Daarnaast zijn in regionaal verband afspraken gemaakt over het realiseren van extra huisvestingsplekken. Op deze manier wordt geborgd dat elke gemeente zijn bijdrage levert aan deze opgave. In het uit te werken programma Mobiliteit wordt concreter ingegaan op de aspecten verkeersdruk en sluipverkeer.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie. 18

Woonkwartier

NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040

6 van 20

18.a

Wij maken ons zorgen over de vitaliteit van de kleine (overige) kernen en het wonen daar voor onze doelgroep van beleid (sociale huur). Een doelgroep die steeds kwetsbaarder wordt door o.a. langer zelfstandig thuis wonen voor ouderen en steeds meer mensen met een rugzakje. En die juist net afhankelijk is van bepaalde voorzieningen dichtbij, zoals zorg, ontmoeting en vervoer/bereikbaarheid. Voorzieningen die onder druk staan in die kleine kernen. Dit vraagt ons inziens extra inzet, extra aandacht voor die kleine kernen van alle samenwerkingspartners wonen, zorg en welzijn samen met de gemeente. Dat lezen we nog onvoldoende in deze omgevingsvisie. Dit alles wordt versterkt vanuit het landelijke programma “Een thuis voor iedereen” en de “Woondeal West Brabant West”. Met de opgave om aandachtsgroepen te spreiden en een groter aandeel sociale huur (inzet op 30% bij nieuwbouw) te realiseren binnen onze gemeenten.

We hebben begrip voor de geuitte zorgen. In de gebiedsgerichte uitwerking overige kernen (p.52) is specifieke aandacht voor het toegankelijk houden van voorzieningen voor kwetsbare doelgroepen. Ook zetten we voor de kleine kernen extra in op goede bereikbaarheid van de vitale centra. Daarnaast geven we aan dat elke kleine kern een eigen ontmoetingsplek heeft, passend bij de schaal van de betreffende kern. Wel zien we dat er met realisme moet worden gekeken naar de instandhouding van gemeenschapsvoorzieningen. De verdere uitwerking richting uitvoering voor wonen en zorg vindt plaats in de Woonzorgvisie.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de ontwerp-omgevingsvisie. 19

ZHD Stevedores

19.a

Met genoegen lezen wij de visie die u heeft op het Haven- en Industrieterrein Moerdijk in het algemeen, en de inzet op verdere verduurzaming in het bijzonder, waarbij de continuïteit van het bedrijventerrein wordt gewaarborgd.

Dank, waarvan akte.

19.b

Inzetten op walstroom: een focus hierop kan niet ontbreken binnen de ambities op duurzaamheid, geluidbelasting, de drie P’s en de balans tussen industrie en omgeving. Wij bevelen aan om in het verlengde van punt 5 (p.56) de volgende passage op te nemen: “We steunen de realisatie van een walstroom net voor zeeschepen en binnenvaartschepen (...). Walstroom gaat de geluidsdruk verminderen evenals de emissie / depositie van (fijn)stof, stikstof en ZZS. Daarnaast vermindert het de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Zo komt er enerzijds ruimte voor nieuwe ontwikkelingen binnen het havengebied en anderzijds wordt de druk op de dorpskern Moerdijk en op de omliggende Natura 2000-gebieden verkleind.”

De Omgevingsvisie kent niet het detailniveau voor dergelijke oplossingen. Realisatie van walstroom past binnen de in de omgevingsvisie omschreven ambitie van verduurzaming van het Haven- en Industrieterrein.

19.c

Verbeteren bereikbaarheid van het Haven- en Industrieterrein voor personenvervoer: het punt over verbeteren van de bereikbaarheid is naar onze mening te vrijblijvend. De keuze voor focus op OV, deelmobiliteit en fietsen is onrealistisch, omdat de kans groot is dat de verantwoordelijkheid enkel bij werkgevers komt te liggen. Bovendien woont een groot deel van de werknemers te ver weg van het Industrieterrein om met de fiets te kunnen komen. Ten slotte is het terrein grootschalig en werken veel mensen op afwijkende werktijden, wat OVbereikbaarheid kwetsbaar maakt. Tekstsuggestie punt 9 op p.57: “Om de punten a t/m f mogelijk te maken zal de gemeente in samenspraak met andere gemeenten, havenbedrijf en provincie inzetten op verschillende transferia. Vanaf stations en stad/dorpskernen wordt het mogelijk om de eigen auto te parkeren en vanaf dit punt te carpoolen, deelvervoer of OV te regelen van/naar de voordeur van de verschillende bedrijven (...)”

Het inzetten op slim carpoolen is een goede toevoeging als onderdeel van de reeds benoemde deelmobiliteitsconcepten. Dit sluit aan op de voorziene mobiliteitshubs en versterking van de OV-knooppuntenfunctie van station Lage Zwaluwe en station Zevenbergen. In deze lijn willen we met regiogemeenten, andere overheden, vervoersaanbieders, werkgevers en terreinbeheerders afspraken maken over deelmobliteit, verbetering van de stationsomgeving en het dienstverleningsaanbod.

19.d

Inzetten voor de veiligheid in Moerdijk, ook binnen de contouren van het Havenen Industrieterrein: hier missen wij de link met verduurzaming. De energietransitie gaat betekenen dat er bijvoorbeeld waterstof, methanol, ammoniak en biodiesel vervoerd en opgeslagen gaat worden, ook op het Havenen Industrieterrein. Dit heeft veiligheidsrisico’s. Onze aanbeveling is dat de gemeente – in samenwerking met haar partners– een actieve rol gaat spelen in het managen van deze transitie, om zo een goede balans te creëren tussen verduurzamingsopgaven en de veiligheid van de omgeving.

De omgevingsvisie benoemt reeds: “Hoewel er altijd risico’s gepaard gaan met het soort bedrijvigheid op het Haven- en Industrieterrein streven we naar een zo veilig mogelijke leefomgeving bij het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen op en rondom het Haven- en Industrieterrein. Subjectieve veiligheid is eveneens onderdeel van het gehele veiligheidsregime: het is belangrijk dat de inwoners van de gemeente Moerdijk het vertrouwen hebben dat bedrijven veiligheid hoog in het vaandel hebben staan. Hierbij hoort ook monitoring van de veiligheid en goede communicatie vanuit de gemeente naar inwoners toe over de feitelijke veiligheid.” Omgevingsveiligheid is niet alleen een opgave voor de gemeente. Op basis van de algemene zorgplicht moeten bedrijven in hun bedrijfsprocessen rekening houden met effecten op de omgeving.

19.e

Behouden en verder ontwikkelen van de groenblauwe bufferzone: dit is belangrijk, maar dit mag niet ten koste gaan van de (beperkte) ontwikkelmogelijkheden die de bedrijven op het Haven- en Industrieterrein nog hebben.

Onder p.58 punt 15 wordt ook aangegeven dat er een uitzondering is en in geval er toch ontwikkelingen moeten plaatsvinden in de groenblauwe bufferzone, bijvoorbeeld in het kader van verduurzaming, er op een andere plek aanvullende mogelijkheden worden geboden om toch een groene buffer te behouden.

Wij suggereren de volgende aanvulling: “Voor de groen/blauwe zones die niet direct worden ontwikkeld, wordt gekeken naar overeenkomsten voor tijdelijke natuur. We brengen de huidige natuur in kaart, en de natuur mag zich daarna verder ontwikkelen (...). Tegelijkertijd nemen we met overeenkomsten voor tijdelijke natuur mee dat ook afspraken gemaakt worden voor de verplaatsing van flora en fauna wanneer de terreinen uiteindelijk wel ontwikkeld worden”.

Momenteel is reeds een groene buffer aanwezig ter plaatse van de Roode vaart reserve. Het gebied heeft nu de bestemming groen en bestaat voor een deel uit natuur en is deels in gebruik als landbouwgrond. Realisatie van tijdelijke natuur is dan ook niet nodig.

Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen: Op p.57 onder 9 toevoegen dat we samen met regiogemeenten, andere overheden, vervoersaanbieders, werkgevers en terreinbeheerders inzetten op de genoemde punten. Op p.57 onder 9b carpoolen als voorbeeld benoemen achter deelmobiliteitsconcepten

NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040

7 van 20

20

BMD Advies, namens AD Beheer, AD Productions, AD International, AD Chemicals, AD Coil Coating Technologies

20.a

Wij kunnen ons op dit moment niet verenigen met de toekomstvisie op het bedrijventerrein Dintelmond, omdat gebiedsspecifieke keuze 1 (p.61) geen duidelijkheid geeft over de ontwikkelmogelijkheden binnen bestaande gronden, behorende tot het industrieterrein voor de reeds gevestigde bedrijven. Voor AD is de omgevingsvisie daarover niet duidelijk en brengt de bedrijfszekerheid en continuïteit op de langere termijn mogelijk in gevaar. Ik verzoek u om de specifieke gebiedskeuze 1 te verduidelijken voor de bestaande terreinen binnen het bedrijventerrein Dintelmond.

20.b

Wij willen dat er in de omgevingsvisie ruimte is voor bestaande gevestigde bedrijven met als uitgangspunt: - minimaal behoud van bestaande bedrijfsactiviteiten; - ontwikkeling en groei mogelijk houden binnen de bestaande gronden van het industrieterrein Dintelmond.

De ontwikkelmogelijkheden voor bestaande bedrijven zijn opgenomen in het bestemmingsplan dat voor Bedrijventerrein Dintelmond geldt. Bij de invulling van deze mogelijkheden, vormen de regels uit milieu- en veiligheidswetgeving het kader. Op p.61 onder punt 1 nemen we op dat ontwikkelingen mogelijk zijn binnen het huidig planologisch kader en actuele wet- en regelgeving. Ten aanzien van ontwikkelmogelijkheden buiten het vigerend planologisch kader kiezen we een consoliderende lijn waarbij we inzetten op behoud van het huidige karakter met nauwelijks tot geen uitbreidingsmogelijkheden. Beoordeling vormt maatwerk. In de omgevingsvisie kunnen we hier geen generieke uitspraken over doen. In een visie bedrijventerreinen, welke in voorbereiding is, wordt onder meer voor bedrijventerrein Dintelmond specifieker op de mogelijkheden ingegaan. Het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein Dintelmond geeft de kaders voor de toegestane bedrijfsactiviteiten en eventuele ontwikkeling die nog mogelijk is, waarbij ook de woningen én de jachthaven als belangen zijn meegewogen. Door de mix van functies op bedrijventerrein Dintelmond vraagt beoordeling van ontwikkelmogelijkheden om maatwerk.

Ik verzoek u in de visie op te nemen om ontwikkelingen binnen het bestaande bedrijventerrein (uiteraard rekening houdende met de bestaande en toekomstige regels rond externe veiligheid) wel mogelijk te maken, althans daar in de toekomstig op te stellen omgevingsplan wel rekening mee te houden. Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding om op p. 61 onder punt 1 de toevoeging op te nemen dat ontwikkelmogelijkheden binnen het bestaande bedrijventerrein Dintelmond worden getoetst aan het vigerend planologisch kader en actuele wet- en regelgeving. 21

Dorpstafel Moerdijk, namens 471 burgers

21.a

Wij juichen de doelstellingen van de kernambities in deze omgevingsvisie toe, maar zien ook plannen die geen bijdrage leveren aan deze ambities. Het dorp Moerdijk staat onder druk, waar nu vooral ingezet wordt op economisch gedreven initiatieven. Dit zal een aanzienlijke impact hebben op de leefbaarheid van het dorp, alsmede de klimaatdoelen en biodiversiteit.

Wij onderkennen uw zorg over de impact op de leefbaarheid, de klimaatdoelen en biodiversiteit door grootschalige ontwikkelingen, waaronder de energieinfraprojecten die nodig zijn voor de verduurzaming. Samen met het ministerie van EZK, het ministerie van BZK, het ministerie van I&W, de provincie en de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg, is afgesproken om gezamenlijk te verkennen wat de integrale opgave in de noordoostzijde van de gemeente is en hoe we de leefbaarheid kunnen waarborgen. Onze inzet is om in het kader van deze “Ontwerptafel Powerport” gezamenlijk tot een gebiedsgerichte uitwerking te komen en afspraken te maken over gebiedsinvesteringen, waarmee de leefbaarheid wordt geborgd en de klimaatopgave een impuls krijgt. Het college heeft onlangs haar positiebepaling aangescherpt, waarmee nog nadrukkelijker de zorgen over de impact op de leefbaarheid worden aangehaald en waarborging van een leefbaar en toekomstbestendig perspectief voor onze inwoners als randvoorwaarde wordt gesteld. Deze gewijzigde positiebepaling zal opworden genomen in de omgevingsvisie.

21.b

Roode Vaart reserve: dit ziet de dorpstafel als een economisch gedreven initiatief, waarbij de industrie het dorp Moerdijk nog verder inkapselt. De dorpstafel ziet de aangehaalde argumenten als niet valide: de visie stelt dat deze ontwikkeling “alleen mogelijk is als de noodzaak hiervan is aangetoond”. Bovendien moet zij “aantoonbaar meerwaarde opleveren op het gebied van duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid”. Echter, het blijft onduidelijk wanneer nut en noodzaak is aangetoond. Want hoe kan de ontginning van 95 hectare gras- en waterland, waar veel Moerdijkers nu recreëren, bijdragen aan de biodiversiteit en leefbaarheid? Deze vraag wordt in de concept visie totaal niet beantwoord, ondanks dat dit dé speerpunten zijn van diezelfde visie. Een betere benadering zou zijn om het gebied tussen de Roode Vaart en het dorp Moerdijk een functie te geven als waterberging en/of groene buffer. Deze aanpak zou wél bijdragen aan de speerpunten van de visie en een bijdrage leveren aan de klimaatdoelen, biodiversiteit en leefbaarheid.

We zien vanuit provinciale en nationale opgaven de ruimtedruk op dit gebied toenemen. Het is onrealistisch om de ruimtelijke reservering te verwijderen. We kiezen ervoor om de reservering zoals deze in de Structuurvisie (2011) is opgenomen, aan te houden, waarbij in de omgevingsvisie als aanvulling extra randvoorwaarden aan de ontwikkeling worden gesteld. Zo wordt de ontwikkeling gekoppeld aan het realiseren van meerwaarde op het gebied van duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid. Daarnaast geldt dat de noodzaak van de ontwikkeling door de initiatiefnemer moet worden aangetoond.

21.c

Bedrijven Poort West Brabant: ook deze ontwikkeling werkt tegen de ambities van de visie. Hoewel er iets te zeggen valt voor het verbeteren van de spoorinfrastructuur in combinatie met kantoren, voegt het reserveren van dit gebied voor “grootschalige logistiek” (i.e., “groter dan 3 hectare”), geen enkele waarde toe aan de klimaatdoelen of biodiversiteit. Bovendien is deze ontwikkeling in strijd met de visie van de provincie Noord-Brabant, waar de ongebreidelde groei van grote distributiecentra ter discussie staat.

Bedrijven Poort West Brabant vormt vanwege de ligging nabij het spoor en het Haven- en Industrieterrein en Logistiek Park Moerdijk een aanvulling op het logistieke cluster. Randvoowaarden ten aanzien van de omvang van de logistiek en het type functies zijn in afstemming met de regio en de provincie geformuleerd. Daarnaast biedt ontwikkeling van dit gebied kansen voor versterking van de OVknooppuntfunctie. Om “verdozing” tegen te gaan heeft Provincie Noord-Brabant in een wijziging van de Interim omgevingsverordening vestiging van grootschalige logistiek overal in Brabant verboden, op specifiek aangewezen gebieden na. In Moerdijk zijn dit delen van het Haven- en industrieterrein Moerdijk, Logistiek Park Moerdijk en stationsgebied Lage Zwaluwe. Bij de ontwikkeling van het gebied dient rekening te worden gehouden met onder meer klimaatopgaven, natuuropgaven, veiligheid en leefbaarheid. Dit is niet als zodanig opgenomen onder de gebiedsgerichte uitwerking en vraagt om toevoeging van voorwaarden voor ontwikkeling van een bedrijventerrein.

NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040

8 van 20

21.d

Intensivering spoorlijn Lage Zwaluwe - industrieterrein, langs dorp: Hoewel het intensiveren van het spoorvervoer met enige moeite als een duurzaamheidsmaatregel kan worden gemotiveerd (i.e., nu wordt nog gebruikgemaakt van dieseltreinen), draagt het zeker niet bij aan de veiligheid. Bovendien zet dit economisch gedreven initiatief de leefbaarheid van de dorpskernen verder onder druk.

Op hoger schaalniveau kunnen we niet heen om de verduurzamingsslag die ook op het gebied van goedenvervoer gemaakt moet worden. Wij houden hierbij oog voor het lokaal belang en de borging van leefbaarheid en veiligheid, zoals wij in de ontwerp-omgevingsvisie op p. 57 onder punt 10 hebben omschreven. Hierover zoeken we ook actief het gesprek op met rijk en provincie.

Dit vraagt om een zeer zorgvuldige afweging met alle partijen. Bij doorgaan moet rekening gehouden worden met serieuze maatregelen om veiligheid en leefbaarheid van bewoners dorp Moerdijk te garanderen. Als het uitgangspunt is dat uitvoering van dit economisch gedreven initiatief een bijdrage moet leveren aan de leefbaarheid, dan ligt hier een enorme opgave. Zowel technisch als financieel. Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen: mede naar aanleiding van deze zienswijze is de positiebepaling aangescherpt, hetgeen in de omgevingsvisie wordt verwerkt. In de tekst verwijzen naar de “Ontwerptafel Powerport”. Op p. 61 onder punt 5 wordt toegevoegd dat ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein enkel mogelijk is onder voorwaarden. 22

GGD West-Brabant

22.a

Wij willen u complimenteren met de ontwerp-Omgevingsvisie die nu ter inzage voor ligt. Het is prettig dat de GGD op verschillende manieren door de gemeente is betrokken voor advies.

Dank, waarvan akte.

22.b

Er wordt vaak gedacht dat de gezondheid voldoende beschermd is als aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit is voldaan. Dat klopt niet. De mate van luchtverontreiniging leidt tot aanzienlijke gezondheidsschade, ook in de gemeente Moerdijk.

Om de WHO-normen te behalen is aangepast beleid op landelijk en europees niveau nodig. Dit vraagt om aanpassingen van bijvoorbeeld doorgaand verkeer, spoor en bedrijven tot over de grens (haven en industrie Antwerpen). Op gemeentelijk niveau is het op dit moment niet mogelijk om te voldoen aan de WHO-normen.

De GGD vindt het daarom belangrijk om te blijven werken aan een verbetering van de luchtkwaliteit, ook nu vrijwel overal in Nederland wordt voldaan aan de wettelijke normen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert striktere normen voor luchtkwaliteit. Wij adviseren om de WHO-advieswaarden als standaard te nemen en hier waar dit echt niet haalbaar is, per plangebied van af te wijken. 22.c

Uit onderzoek blijkt dat 46% van de inwoners van de gemeente Moerdijk zich zorgen maakt over de gezondheidseffecten van de luchtkwaliteit. Wij raden de gemeente daarom aan zich aansluit bij het Schone Lucht Akkoord. De gemeente kan hiervoor nog tot 29 september 2023 middelen aanvragen. Daarnaast is de provincie Noord-Brabant sinds dit jaar gestart met een pilot om meer Brabantse gemeenten te laten aansluiten bij het Schone Lucht Akkoord.

Gemeente Moerdijk neemt deel aan fase 2 van de Pilot Regionale Samenwerking Schone Lucht van Provincie Noord Brabant.

22.d

De gemeente maakt belangrijke stappen waar het gaat om arbeidsmigranten. Er is steeds meer aandacht voor de gezondheid van deze groep en dat is mooi. Tegelijkertijd zien we landelijk dat maar een beperkt deel van de arbeidsmigranten de weg naar reguliere zorg, zoals de huisarts, weet te vinden. We vragen daarom, ook in uw omgevingsvisie, hiervoor blijvende aandacht. Leg de focus niet enkel op de huisvesting en economische bijdrage van arbeidsmigranten, maar regel ook de toegang tot zorg en neem dit als kader mee bij gebiedsontwikkelingen omtrent arbeidsmigranten.

De omgevingsvisie bevat reeds ambities over toegang tot zorg. Voor iedereen, dus ook voor arbeidsmigranten. De verdere uitwerking richting uitvoering voor wonen en zorg vindt plaats in de woonzorgvisie.

22.e

In de omgevingsvisie is veel aandacht voor klimaat, maar dit gaat vooral over technische maatregelen. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor het perspectief van de inwoners.

Deze ambitie is onderdeel van de vastgestelde Klimaatstrategie en al voldoende verankerd in de omgevingsvisie. Het verbeteren van de klimaatrobuustheid van de omgeving via vergroening van de openbare ruimte staat op veel plekken benoemd:

Neem in uw omgevingsvisie een ambitie op over hitte in relatie tot gezondheid. Deze ambitie kunt u verder uitwerken in het Omgevingsprogramma klimaat. Eén van de onderdelen hiervan kan het ontwikkelen van een lokaal hitteplan zijn. Dit helpt om in de eigen omgeving goed voorbereid te zijn op een periode van extreme warmte.

Kernambitie 31, p. 25: “... vergroening van de leefomgeving, verbeteren klimaatrobuustheid van de leefomgeving…” Toekomstverhaal, p.35: “Tevens is de openbare ruimte met aandacht voor de klimaatadaptatie en de energietransitie heringericht.” Gebiedsgerichte uitwerking Zevenbergen: punt 2, 3 en 15 Gebiedsgerichte uitwerking voorzieningenkernen: punt 2, 3 en 11 Gebiedsgerichte uitwerking overige kernen: punt 2, 4 en 9 Als uitwerking van de omgevingsvisie volgt nog een programma Klimaatopgave.

22.f

Uit de meest recente cijfers blijkt dat inwoners bezorgd zijn over de eigen gezondheid, onder andere doordat zij in de buurt wonen van (a) een industrie of bedrijven, (b) hoogspanningslijnen en (c) akkerbouw en tuinbouwbedrijven. Het is daarom van belang om bij de uitwerking van de visie in programma's aandacht te besteden aan de participatie en de beleving van de inwoners. Dit voorkomt dat inwoners meer bezorgdheid en stress ervaren als gevolg van veranderingen in hun leefomgeving.

Dit onderkennen we en nemen we ter kennisneming aan. Zorgvuldige participatie is altijd randvoorwaardelijk aan processen rondom ruimtelijke ontwikkelingen, ook bij uitwerking van de visie in programma’s. De GGD is hierbij ook een belangrijke gesprekspartner.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=8e901b3d-f517-40a5-8e1c-18eb8ced76cd