Getekende bijlage 1 - Mobiliteitsprogramma gemeente Moerdijk
Tekst van het document
Om de bereikbaarheid in Moerdijk te versterken, wordt ingezet in op een combinatie van ruimtelijke keuzes en mobiliteitsmaatregelen. In het Bereikbaarheidsplan wordt uitgewerkt hoe de bereikbaarheid van de gemeente Moerdijk versterkt wordt rond de volgende thema’s: Inclusie, Lopen, Fietsen, Gedeelde mobiliteit / OV, Gemotoriseerd verkeer, Zwaar verkeer en Parkeren gemotoriseerd verkeer.
20
4.3
Duurzaamheid
In lijn met de Klimaatstrategie en nationale en internationale verdragen zoals het Akkoord van Parijs, wil de gemeente Moerdijk aan de slag met duurzaamheid. Ook door een maatschappelijke trend groeit de behoefte aan duurzaamheid, gedreven door zorgen over waterveiligheid, droogte, wateroverlast en hitte. Daarom kiest de gemeente Moerdijk om de leefomgeving toekomstbestendig in te richten. Mobiliteit speelt hierin een cruciale rol: door te kiezen voor duurzame mobiliteitsoplossingen zoals hybride of elektrisch vervoer, delen van voertuigen en het stimuleren van fietsen en openbaar vervoer, wordt de uitstoot van schadelijke stoffen aanzienlijk beperkt Zo draagt duurzame mobiliteit niet alleen bij aan een beter milieu, maar ook aan een gezondere en aangenamere leefomgeving voor iedereen. Elektrisch rijden speelt daarin een belangrijke rol, zowel voor personenvervoer als voor logistiek. In Moerdijk groeit het aantal elektrische voertuigen gestaag, mede door landelijke ambities zoals het Klimaatakkoord en de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Volgens de EU moeten alle nieuw verkochte personenauto’s in 2035 elektrisch zijn, en de Nederlandse overheid streeft ernaar dat dit al in 2030 is gerealiseerd. Als landelijke gemeente met relatief hoog autogebruik is het van belang om tijdig te voorzien in een dekkend netwerk van laadvoorzieningen.
Hiermee kan een grote sprong gemaakt worden in het verduurzamen van de mobiliteit. Vanwege de snelle ontwikkelingen op gebied van elektrificatie zijn gemeenten verplicht om een laadvisie op te stellen waarin ze aangeven hoe ze de laadbehoefte in hun gebied willen invullen. Deze visie moet elke twee jaar worden geactualiseerd om mee te bewegen met de dynamiek van elektrisch vervoer en laadinfrastructuur. Om deze opgave goed te kunnen uitvoeren en te koppelen aan bredere mobiliteitsambities, wordt op termijn voor duurzaamheid een aparte module opgesteld binnen het mobiliteitsprogramma.
21
6
Organisatie en context
gepland en pas later werd gekeken hoe men hier op een vlotte en veilige manier kon of wilde komen, of wat het effect van deze ontwikkelingen was op het bestaande verkeerssysteem. Dit Mobiliteitsprogramma 2040 markeert het punt om die benadering te doorbreken. De richting waar naartoe wordt bewogen met mobiliteit is helder en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gaan wordt de mobiliteitsbehoefte (hoe moet men de locatie bereiken) en het effect op de mobiliteit (wat betekent het voor het huidige verkeerssysteem) in een vroeg stadium integraal meegenomen, bijvoorbeeld middels het verplicht stellen van een mobiliteitstoets bij ontwikkelingen.
In dit hoofdstuk is beschreven hoe de gemeente Moerdijk de doelen zoals gesteld in dit mobiliteitsprogramma bereikt. De wijze waarop de gemeente dat gaat doen is onder andere door middel van data en monitoring van verkeer. Daarnaast wordt binnen de gemeentelijke organisatie mobiliteit integraal beschouwd, zoekt de gemeente externe samenwerking en wordt gekeken naar de financiering, capaciteit en ogranisatie.
6.1
Data en monitoring
Een sterke positie van mobiliteit in de gemeentelijke organisatie begint ook bij een goede samenwerking met andere beleidsdomeinen. Denk aan het sociaal domein, stedenbouw of duurzaamheid. De samenwerking met deze domeinen wordt (wederzijds) opgezocht en geïntensiveerd.
Om ervoor te zorgen dat de koers naar het waarmaken van het Mobiliteitsprogramma wordt vastgehouden wordt de voortgang gemonitord. Dit wordt gedaan aan de hand van de in dit plan geformuleerde doelstellingen en de doelstellingen vanuit de Omgevingsvisie. Zo kan bijgestuurd worden waar dat nodig is. Tevens sluiten de gemeente Moerdijk zo aan op de monitoringsverplichting vanuit de Omgevingswet.
6.3
Het betrekken van de inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners is de komende jaren essentieel om de projecten succesvol te maken en de gemeentelijke ambitie te realiseren. Zij hebben namelijk de behoefte om op een bepaalde wijze te verplaatsen, nu en in de toekomst, en daar de gemeente Moerdijk goed op aansluiten. Bij elk project wordt daarom aan de voorkant gekeken welke personen of organisaties belang hebben en vervolgens worden zij betrokken in een gedegen participatietraject. Het participatiebeleid van de gemeente is daarin de leidraad. Alleen als de kracht van de samenleving benut wordt kunnen de ambities van de gemeente Moerdijk bereikt worden. Zeker ook omdat in de praktijk gemerkt wordt dat initiatieven die zijn ontstaan vanuit de samenleving vaak succesvoller zijn dan wanneer ze door de overheid zijn geïnitieerd. De gemeente neemt hierin een regisserende rol in, maar de verwachting is ook dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties proactief met ideeën komen én ondersteunen in de uitvoering om mobiliteitsontwikkelingen een plek te geven. Hierbij kan gedacht worden aan deelauto-initiatieven of het organiseren van verkeersveiligheidscampagnes.
Om te kunnen monitoren verzamelt de gemeente Moerdijk doorlopend gegevens over haar mobiliteitssysteem. Denk hierbij aan het gebruik van fietspaden en wegen (intensiteiten), verkeersveiligheidsstatistieken zoals gedrag van verkeersdeelnemers en inrichting, de staat van het onderhoud en de beleving van mobiliteit in de gemeente. Deze gegevens worden niet alleen gebruikt voor het monitoren van de voortgang van het Mobiliteitsprogramma, maar ook om de goede keuzes te maken voor investeringen die de gemeente Moerdijk doet en het meten van de effecten van maatregelen.
6.2
Externe samenwerking
Mobiliteit wordt integraal meegenomen
Mobiliteit staat niet op zichzelf en raakt tal van andere beleidsdomeinen binnen de gemeentelijke organisatie. Een goede integrale samenwerking in de gemeente is een voorwaarde om niet alleen de ambities vanuit dit Mobiliteitsprogramma 2040, maar ook de ambities vanuit de Omgevingsvisie en andere beleidsdomeinen te realiseren. Een goede samenwerking begint bij het positioneren van mobiliteit als beleidsdomein. Daarmee is mobiliteit niet meer volgend op o.a. ruimtelijke ontwikkelingen: ontwikkelingen zoals nieuwe woningbouwlocaties werden
De gemeente Moerdijk gaat enerzijds de samenleving prikkelen om initiatieven te ontplooien, en anderzijds ook initiatieven vanuit de samenleving beoordelen om te kijken wat de rol van de gemeente daarin kan zijn
22
(organiseren, faciliteren, financieren, etc.). Daarnaast zorgt gemeente dat ze structureel in gesprek blijven met maatschappelijke organisaties (zoals Veilig Verkeer Nederland, Fietsersbond, ZLTO, dorpsraden en ondernemersverenigingen).
6.4
Financiering, capaciteit en organisatie
Het realiseren van ambities en doelen uit dit mobiliteitsprogramma valt of staat ten eerste met het beschikbare budget en ambtelijke capaciteit voor de uitvoering van maatregelen en projecten. Daarnaast spelen randvoorwaarden als stikstof, medewerking van andere overheden en bevoegd gezag ook een rol. In het uitvoeringsprogramma worden de projecten die uitgevoerd worden verder uitgewerkt en voorzien van een kostenindicatie. Daarbij wordt werk met werk gemaakt en geïnventariseerd welke mogelijkheden voor externe financiering er zijn en welke randvoorwaarden gelden. Met circa 38.000 inwoners en verdere groei- en transitieambities is het noodzakelijk om voldoende ambtelijke medewerkers op het onderwerp mobiliteit in dienst te hebben. Vanwege de ontwikkelingen in Moerdijk (uitbreiding van de Haven, Logistiek Park en woningbouwontwikkelingen) is er noodzaak voor extra capaciteit om enerzijds te kunnen reageren op de dagelijkse problematiek en anderzijds proactief aan de slag te gaan met de opgaven van de gemeente Moerdijk. In de strategie voor de komende jaren ligt steeds meer nadruk op communicatie en gedragsbeïnvloeding. De gemeente zet zich in om de infrastructuur blijvend te optimaliseren, maar vervolgens is het belangrijk om ervoor te zorgen dat deze op de juiste manier gebruikt wordt. Dat vraagt een andere aanpak, die zich o.a.
meer richt op samenwerking en participatie, het organiseren van mobiliteitskeuzes van inwoners en het veranderen van het gedrag dat men vertoont op de weg of bij het kiezen van een vervoersmiddel. Werken aan mobiliteit wordt in de toekomst, mede door verslimming, steeds meer een communicatievraagstuk dan een infrastructurele opgave. De gemeentelijke organisatie speelt daar tijdig op in.
23
7
Aan de slag!
berekeningen tonen aan dat de ambities haalbaar zijn, zolang het huidige netwerk op peil blijft. • In het buitengebied zijn weinig routes, waardoor langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer vaak samenkomen. Dit levert onveilige situaties op, zeker door het aandeel zwaar vrachtverkeer en landbouwverkeer, waardoor voetgangers en fietsers zich kwetsbaar voelen. De kans op ernstige ongelukken is hierdoor op deze wegen groter. • Moerdijk is goed bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer dankzij vijf snelwegen (A16, A17, A29, A59 en A4). Tegelijkertijd ontstaat er in de spits veel sluipverkeer, wat de leefbaarheid en verkeersveiligheid in dorpen en op lokale wegen onder druk zet. Bewoners ervaren hierdoor overlast en zorgen, bijvoorbeeld in Zevenbergschen Hoek en op de Achterdijk en Stadsedijk. • Het openbaar vervoer wordt minder gebruikt door de grote afstanden naar voorzieningen en de beperkte bereikbaarheid van haltes. Ook de lage frequentie van buslijnen en matige aansluiting op andere vervoersmiddelen spelen een rol. Door de vergrijzing zal de vraag naar toegankelijk openbaar vervoer in de toekomst toenemen, maar ook gedeelde mobiliteit of initiatieven waarmee samen gereisd kan worden zijn belangrijk voor plekken waar het OV niet komt.
Mobiliteit is onmisbaar voor het dagelijks leven in Moerdijk. Het maakt wonen, werken en recreëren mogelijk en draagt bij aan de kwaliteit van leven van inwoners, ondernemers en bezoekers. Bestemmingen in Moerdijk zijn goed en duurzaam bereikbaar zijn en iedereen kan zich veilig en zonder beperkingen verplaatsen – nu én in de toekomst. Voor de totstandkoming van het Mobiliteitsprogramma is een interactief proces gevolgd waarin inwoners, ondernemers en belanghebbende organisaties hun ervaringen en wensen konden delen. Daarbij is gebruikgemaakt van eerdere participatietrajecten, zoals de Omgevingsvisie, het Programma Vitale Centra en Maptionnaire Willemstad. Voor het opstellen van het Mobiliteitsprogramma zijn daarnaast bewoners, ondernemers en bezoekers bevraagd naar hun verbeterpunten in de gemeente Moerdijk op gebied van Mobiliteit. Zij konden in april 2025 in een digitale enquête hun ervaringen en wensen doorgeven. Ook is samengewerkt met verschillende beleidslijnen door middel van raakvlakkensessies, reviewrondes en hogere overheden. Daarnaast is het college van Burgemeester en Wethouders geïnformeerd op 20 februari 2025 en de gemeenteraad op 20 maart 205, waarbij belangrijke aandachtspunten zijn opgehaald die van belang zijn voor de gemeente.
Om deze opgaven aan te pakken zijn er drie deelmodules onderdeel van dit Mobiliteitsprogramma, op gebied van Verkeersveiligheid, Bereikbaarheid en Duurzaamheid. Deze geven een concretere uitwerking voor de middellange termijn, waar ingegaan wordt op verschillende mobiliteitsthema’s. Zo wordt in de deelmodule Bereikbaarheid omschreven hoe wordt omgegaan met sluipverkeer en worden bereikbaarheidskeuzes op netwerkniveau gemaakt en in de deelmodule Verkeersveiligheid wordt o.a. ingegaan op hoe het buitengebied verkeersveiliger gemaakt wordt.
De gemeente staat de komende jaren voor grote opgaven door ruimtelijke, demografische en technologische ontwikkelingen. Tot 2035 heeft de gemeente Moerdijk een woningbouwopgave van circa 2.700 woningen, verspreid over onder andere Zevenbergen Oost, Zevenbergen Noord en Willemstad Oost. Tegelijkertijd verandert de bevolkingssamenstelling door vergrijzing, verdwijnen voorzieningen uit kleinere kernen en groeit de behoefte van inwoners om mee te denken en mee te beslissen. Deze trends hebben direct én indirect invloed op het gemeentelijk mobiliteitssysteem. Meer inwoners en werklocaties zorgen voor extra verkeersbewegingen, terwijl vergrijzing vraagt om toegankelijke en veilige reisopties. Mobiliteit beïnvloedt dan weer hoe mensen hun woon- en leefomgeving ervaren.
De wijze waarop de gemeente de opgaven aanpakt is door middel van data en monitoring van verkeer. Daarnaast wordt mobiliteit binnen de gemeentelijke organisatie integraal meegenomen, en zoekt de gemeente externe samenwerking en wordt gekeken naar de financiering, capaciteit en organisatie.
De vier hoofdopgaven die bepaald zijn voor de komende jaren in dit proces zijn: • De geplande woningbouw zorgt voor meer inwoners en dus extra verkeersbewegingen. Een robuust en veilig netwerk is vereist, zodat het verkeer ook in de toekomst goed kan doorstromen. Verkeers-
24
Bijlage 1: beleidskaders Het mobiliteitsprogramma van Moerdijk is ingebed in een breed beleidslandschap. In deze bijlage worden de relevante beleidskaders geschetst die richting geven aan het lokale mobiliteitsbeleid. De kaders zijn geordend naar overheidsniveau: nationaal, regionaal en lokaal.
Nationaal Het landelijke mobiliteitsbeleid vormt de basis waarop het gemeentelijke programma voortbouwt. De gemeente Moerdijk volgt de nationale beleidskaders. • Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR): Deze visie onderstreept het belang van bereikbaarheid, leefbaarheid en concurrentiekracht. Gemeenten spelen hierbij een actieve rol in de uitvoering. Specifieke aandacht gaat uit naar ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, en de verduurzaming van mobiliteit. • Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV): In het SPV is de ambitie verankerd om te komen tot nul verkeersslachtoffers in 2050. Moerdijk sluit aan bij deze risico-gestuurde benadering en heeft op lokaal niveau een risicoanalyse uitgevoerd om gericht maatregelen te nemen. • Omgevingswet (2024): De wet vraagt om integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving. Moerdijk geeft hier invulling aan via haar eigen omgevingsvisie en ziet mobiliteit als één van de pijlers van een goed ingerichte leefomgeving. • Klimaatakkoord (2019): Het akkoord zet in op een forse CO₂-reductie. Binnen mobiliteit betekent dit onder andere het stimuleren van elektrisch vervoer, het verduurzamen van logistiek en het aanpassen van mobiliteitsgedrag. • Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL): De sterke groei van elektrisch vervoer vraagt om een versnelde uitbreiding van publieke laadpunten.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een plaatsingsbeleid en het faciliteren van uitvoering. Moerdijk ontwikkelt hiervoor een lokale strategie.
Regionaal Moerdijk maakt deel uit van de Stedelijke Regio West-Brabant (SRWB) en sluit aan bij de ambities van de provincie Noord-Brabant: • Koers 2030 (Provincie Noord-Brabant): Deze koers zet in op een veilig, schoon, stil en betrouwbaar mobiliteitssysteem. Centrale thema’s zijn ketenmobiliteit, inclusieve bereikbaarheid en verduurzaming van vervoer. Moerdijk neemt deze uitgangspunten mee in de inrichting van mobiliteitsmaatregelen. • Regionaal Mobiliteitsprogramma West-Brabant (RMP): In het RMP staan vier doelstellingen centraal: versterken van ov-poorten, verbeteren van multimodale bereikbaarheid, maatwerk voor kleinere kernen en verduurzaming van goederenvervoer. Voor Moerdijk zijn vooral de bereikbaarheid van het haven- en industriegebied en de transformatie van het stationsgebied Zevenbergen relevante opgaven. • Ov-concessie West-Brabant (2025–2035): De nieuwe concessie biedt kansen om vraaggericht vervoer (Bravoflex) en emissieloos openbaar vervoer verder te ontwikkelen. Ook voor Moerdijk zijn dit belangrijke schakels in het verbeteren van de bereikbaarheid van kleine kernen.
1
Lokaal De lokale visie en beleidsdocumenten vormen het fundament van het mobiliteitsprogramma Moerdijk. Deze geven invulling aan de landelijke en regionale ambities in de lokale context: • Omgevingsvisie Moerdijk 2040: De visie stelt drie integrale ambities centraal: het versterken van stadse en dorpse leefomgevingen, bouwen aan een vitale economie en inzetten op een duurzaam en beleefbaar buitengebied. Mobiliteit speelt een verbindende rol in het realiseren van deze ambities. • Module Verkeersveiligheid Moerdijk (2018–2028): Dit plan bevat een mix van infrastructurele en gedragsmaatregelen gericht op kwetsbare verkeersdeelnemers zoals kinderen, fietsers en voetgangers. Actualisatie is gewenst om aan te sluiten op het SPV en nieuwe inzichten. • Mobiliteitstransitie haven- en industriegebied: De economische motor van Moerdijk – het haven- en industriegebied – kent een grote vervoersvraag. Door samenwerking met werkgevers wordt ingezet op duurzame mobiliteit en betere bereikbaarheid. Station Lage Zwaluwe ontwikkelt zich tot mobiliteitshub en ook het stationsgebied van Zevenbergen wordt versterkt. • Programma Fysieke Leefomgeving: De gemeente Moerdijk stimuleert een gezonde en veilige leefomgeving door inzet op groen, sportvoorzieningen en infrastructuur die bewegen en ontmoeten bevorderen.
Mobiliteit wordt actief gekoppeld aan gezondheid, door bereikbaarheid te verbeteren en actieve vervoersvormen te stimuleren. • Bedrijventerreinenvisie Moerdijk: Er wordt ingezet op goede en veilige bereikbaarheid van bedrijventerreinen, met verplicht parkeren op eigen terrein en stimulering van duurzaam vervoer. Fiets- en OV-bereikbaarheid zijn speerpunten om een duurzaam mobiliteitsprofiel te realiseren. • Integrale visie laadinfrastructuur en logistiek laden: Het beleid richt zich op de uitrol van een dekkend laadnetwerk voor elektrische voertuigen, met nadruk op privaat laden en, waar nodig, publieke laadpalen. Monitoring en samenwerking zorgen ervoor dat het laadnetwerk meegroeit en klimaatdoelen worden gehaald. • Klimaatstrategie Gemeente Moerdijk: Klimaatadaptatie wordt structureel verweven met mobiliteitsprojecten, waarbij aandacht is voor waterberging, vergroening en hittestress. Infrastructuur wordt zo ingericht dat deze bijdraagt aan een duurzame, veilige en klimaatbestendige leefomgeving. • Visie recreatie en toerisme: De gemeente werkt aan een toekomstvisie voor recreatie en toerisme, die waarschijnlijk raakvlakken heeft met mobiliteit. Concrete inhoud en invloed op mobiliteit zijn echter nog niet bekend, omdat de visie nog vastgesteld moet worden.
2
Bijlage 2: Actuele mobiliteitssituatie Huidige mobiliteitssituatie (objectief) De huidige mobiliteitssituatie vormt het vertrekpunt van het nieuwe mobiliteitsprogramma. Hiervoor zijn objectieve mobiliteitsgegevens geanalyseerd. Demografie • Circa 40.000 inwoners • 4% groei in de afgelopen 10 jaar • Vergrijzing Langzaam verkeer • Het aandeel fietsverplaatsingen ligt op circa 30% van het totaal • Bewoners en werknemers in de gemeente Moerdijk zijn momenteel sterk auto-georiënteerd. Dit komt terug in de cijfers, met beperkt gebruik van de fiets (22,6%), trein (1,2%) en bus (1,5%) . • Het fietsnetwerk bestaat uit een netwerk aan utilitaire en recreatieve fietsroutes • Zuidelijke en westelijke fietsroutes hebben een beperkt aandeel vrijliggende fietsvoorzieningen van het landbouwverkeer • De wandel- en fietsverbindingen naar en in het havengebied zijn beperkt, wat de bereikbaarheid naar dit gebied vermindert. Openbaar Vervoer • Er zijn grote verschillen in de bereikbaarheid tussen het oosten en westen van de gemeente. • Twee sprinterstations: Zevenbergen (verbinding met Dordrecht-Roosendaal) en Lage Zwaluwe verbindingen Dordrecht-Roosendaal en Dordrecht – Arnhem Centraal). Verbinding met Dordrecht elk 30 min vanaf Zevenbergen en 4x per uur vanaf Lage Zwaluwe.
• Aanbod lijn- en buurtbussen: 163, 173, 172, 177, 200, 210, 218, 219 met variërende frequenties (1 of 2x per uur) en de BravoDirect bus 373 met een frequentie van 4x per uur. • Het gemiddelde aantal in- en uitstappers per werkdag is 939 in Zevenbergen en 784 in Lage Zwaluwe. • Geen vaste busverbinding naar Noordschans, Tonnekreek en Bovensluis, maar zijn wel BravoFlex-haltes. • 53% van de reizigers op Lage Zwaluwe komt met de auto tegenover 11% in Zevenbergen. Autobezit gemotoriseerd verkeer en doorstroming • In de gemeente is een netwerk van erftoegangswegen (30 en 60 km/u), gebiedsontsluitingswegen (50 en 80 / 100km/u) en stroomwegen, waarvan gebiedsontsluitingswegen 80 km/u meestal provinciaal zijn en stroomwegen van het rijk. • In de spitsperioden en tijdens werkzaamheden ontstaan er doorstromingsproblemen op het hoofdwegennet, waardoor er problemen met sluipverkeer door de kernen optreedt. • Door de aanwezigheid van het haven- en industriegebied rijdt er relatief veel vrachtverkeer door de gemeente. • Het autobezit is sinds 2014 gestegen met ca. 14% van 19.700 naar 22.500 in 2024. Het inwoneraantal groeide in dezelfde periode met ca. 4%. De groei is vergelijkbaar met soortgelijke gemeenten in de regio. • Het aantal geregistreerde personenauto’s per inwoners is sinds 2014 toegenomen van 0,54 naar 0,59, eveneens vergelijkbaar met soortgelijke gemeenten in de regio.
• Er is gemiddeld 1,2 personenauto per huishouden Verkeersveiligheid • 190 geregistreerde verkeersslachtoffers in de periode 2019-2023, waarvan 103 op gemeentelijke wegen. • 9 doden waarvan 4 op gemeentelijke wegen in dezelfde periode. • Grootste risico-indicatoren als gevolg van de inrichting: 30- en 60 km/u-wegen • Risicogroepen en -modaliteiten: fiets/e-bike, kinderen, ouderen op de e-bike en jonge bestuurders (18-24 jaar). • Risicogedragingen: rijden onder invloed, afleiding in het verkeer, normvervaging en snelheidsoverschrijdingen (met name op 30- en 60 km/u-wegen)
3
Duurzame mobiliteit • In 2024 is 74% van het gemeenteoppervlak gedekt (500 meter loopafstand) met een publieke laadinfrastructuur versus 83,1% landelijk. Deze lagere dekkingsgraad is in Moerdijk te verklaren door de uitgestrektheid van de gemeente en de grotere afstand tussen kernen. Afstand tot voorzieningen • Gemiddelde afstand tot belangrijkste voorzieningen en arbeidsplaatsen per inwoner neemt toe als gevolg van het verdwijnen hiervan uit kernen • Zevenbergen, Fijnaart, Klundert en Willemstad bieden voorzieningenaanbod voor de omliggende kernen en zullen de komende jaren ook meer in deze rol groeien.
4
Bijlage 3: Huidige mobiliteitssituatie (subjectief) De huidige mobiliteitssituatie, zowel objectief als subjectief, vormt een belangrijk uitgangspunt voor het nieuwe mobiliteitsplan. Om de subjectieve mobiliteitssituatie in kaart te brengen, zijn inwoners, bezoekers en ondernemers geraadpleegd en gevraagd naar hun ervaringen met de mobiliteitssituatie. Via een digitale inventarisatiekaart kregen ze de mogelijkheid om knelpunten, wensen en aspecten door te geven. Daarnaast is er gekeken naar de ontvangen klachten en meldingen die betrekking hebben op mobiliteit. Samen bieden deze onderdelen een uitgebreid overzicht van de subjectieve mobiliteitssituatie in Moerdijk.
Inventarisatiekaart Inwoners, bezoekers en ondernemers van de gemeente Moerdijk hebben in maart/april 2025 de mogelijkheid gehad om knelpunten, wensen en aspecten die als goed worden ervaren door te geven via een digitale kaart, verspreid via (sociale) mediakanalen en maatschappelijke organisaties. In totaal zijn er 207 reacties binnengekomen welke inzicht geven in hoe mobiliteit in Moerdijk wordt ervaren. De knelpunten zijn gecategoriseerd naar verschillende thema’s en naar verschillende kernen die de gemeente heeft. Hieronder is eerst een algemeen beeld van de reacties beschreven. Vervolgens zijn de hoofdlijnen en meest genoemde knelpunten uit de verschillende categorieën en kernen uitgewerkt. De volgorde van de modaliteitsparagrafen is daarbij gebaseerd op de (aflopende) hoeveelheid knelpunten per categorie. Tot slot zijn de belangrijkste (clusters van) knelpunten per kern benoemd.
Reacties algemeen De meerderheid van de respondenten woont in Fijnaart (37%) gevolgd door Zevenbergen (28%) Zevenbergschen Hoek (8%) Moerdijk (5%) en Willemstad (5%). De lagere respons in Willemstad is te verklaren doordat er voor een verkeersonderzoek van Goudappel ook een enquête is ingevuld, vlak voor deze enquête. Dit leidde mogelijk tot enige vorm van ‘invulmoeheid’ of onduidelijkheid omdat beide enquêtes over mobiliteit gingen.
5
De kaart is het meeste ingevuld door respondenten in de leeftijdscategorie 40 t/m 49 jaar (30%), gevolgd door de categorieën 60 t/m 69 jaar (23%) en 50 t/m 59 jaar (20%). Er zijn geen respondenten in de categorie 0 t/m 15 jaar.
De meeste reacties hebben betrekking op een combinatie van verschillende modaliteiten (35%) gevolgd door de modaliteit fiets (22%) en personenauto (18%).
De meerderheid van de respondenten heeft de kaart ingevuld als bewoner (98%). Slechts 1% van de respondenten is ondernemer.
6
De meeste respondenten die hebben gereageerd op de knelpuntenkaart kiezen in hun verplaatsingsgedrag het vaakst de personenauto (39%).
Figuur 7, Verplaatsingsgedrag
7
Reacties per modaliteit Overige of combinatie Er zijn in totaal 73 reacties geplaatst bij ‘overige modaliteiten of een combinatie van modaliteiten’. Het merendeel van deze reacties zijn geclusterd rondom Zevenbergen, Fijnaart en Standdaardbuiten. De meest voorkomende combinaties van modaliteiten zijn ‘algemeen’ in combinatie met gemotoriseerd verkeer en de combinatie fiets en voetgangers samen. De knelpunten die hieruit naar voren komen worden bij de individuele modaliteiten zelf omschreven. Kijkend naar de overige modaliteiten gaat het met name om (elektrische) rolstoelgebruikers die vanwege niet toegankelijke delen van de infrastructuur lastig op locaties kunnen komen en zwaar (landbouw) verkeer dat door woonstraten rijdt.
Fiets In totaal zijn er 46 reacties geplaatst in relatie tot de fiets. Er zijn met name reacties geplaatst in en rondom de kernen Fijnaart, Moerdijk en Zevenbergen. In de vragenlijst zijn vooral zorgen geuit over de veiligheid en kwaliteit van fietsinfrastructuur in de gemeente. Veel respondenten meldden gevaarlijke situaties door slecht onderhouden fietspaden en te hard rijdend verkeer. Ook werden wensen uitgesproken voor nieuwe of verbeterde fietspaden, doorfietsroutes, en recreatieve verbindingen langs bijvoorbeeld de Mark. Daarnaast werd het gebrek aan goed openbaar vervoer benoemd, waardoor de fiets voor velen een belangrijk vervoermiddel is. Over het algemeen geldt dat er behoefte is aan meer veilige, toegankelijke en goed onderhouden fietsvoorzieningen.
8
Personenauto Er zijn 37 reacties binnengekomen die specifiek betrekking hebben op personenauto’s. Reacties centreren zich rondom Fijnaart en Zevenbergen en op de Achterdijk tussen de A16 en Zevenbergen. Bewoners geven aan dat er veel zorgen zijn over verkeersveiligheid in woonwijken en dorpskernen. Er wordt veel melding gemaakt van te hard rijden, sluipverkeer en onduidelijke of gevaarlijke voorrangssituaties, vooral bij wegversmallingen en bochten. Ook het negeren van eenrichtingsverkeer en het gebruik van wegen door vrachtverkeer zonder lokale bestemming worden als knelpunten ervaren. Bewoners doen concrete suggesties zoals het instellen van éénrichtingsverkeer, 30 km-zones, autovrije centra en duidelijkere verkeersborden. Daarnaast worden parkeerproblemen en de wens voor meer handhaving en fysieke maatregelen (zoals opvallendere paaltjes of controlecamera’s) genoemd.
Voetganger Er zijn 24 reacties binnengekomen specifiek gericht op voetgangers. Reacties centreren zich met name binnen de bebouwde kom in de kernen Klundert, Zevenbergen en Fijnaart. Bewoners geven aan dat er een duidelijke behoefte is aan meer en veiligere wandelvoorzieningen in de gemeente. Veel meldingen gaan over het ontbreken of de slechte staat van trottoirs en wandelpaden, vooral in het buitengebied maar ook in de kernen. Ook wordt de onveiligheid bij oversteekplaatsen en slecht verlichte of onverharde paden benoemd, wat vooral voor ouderen, kinderen en mensen met een beperking problematisch is. Daarnaast zijn er wensen voor meer bankjes, verlichting en toegankelijke routes naar voorzieningen zoals speeltuinen, supermarkten en evenemententerreinen.
9
Openbaar vervoer Er zijn 11 reacties binnengekomen specifiek gericht op openbaar vervoer. Reacties zijn geplaatst in de kernen Fijnaart, Klundert en Zevenbergen, maar hebben daarnaast betrekking op het regionale netwerk, inclusief verbindingen naar de andere kernen. In deze vragenlijst geven bewoners aan dat de huidige ov-voorzieningen in de gemeente onvoldoende zijn, vooral buiten de spits en in het weekend. Er is een sterke wens voor meer busverbindingen op zaterdag en zondag, met name naar omliggende dorpen, steden en het station Lage Zwaluwe. Voor veel mensen – waaronder ouderen en mensen zonder auto of met een beperking – betekent het gebrek aan ov dat zij sociaal en praktisch beperkt worden in hun mobiliteit. Ook wordt er gepleit voor herstel van directe treinverbindingen (zoals naar Rotterdam) en voor slimmere plaatsing van bushaltes, bijvoorbeeld aan de rand van dorpen met goede fietsvoorzieningen richting de haltes.
Parkeren Er zijn 10 reacties binnengekomen specifiek gericht op parkeren. Deze reacties hebben betrekking op de centra van Willemstad, Fijnaart en Zevenbergen. Respondenten geven aan dat er sprake is van parkeerproblematiek in de dorpskernen. Veel meldingen gaan over te weinig beschikbare parkeerplaatsen, onduidelijke parkeervakken en foutparkeergedrag dat de doorgang belemmert of onveilige situaties veroorzaakt. Er is ook kritiek op het parkeerbeleid in de historische kernen, waar bewoners pleiten voor parkeren uitsluitend voor bewoners en mindervaliden, vergelijkbaar met andere vestingsteden. Daarnaast wordt er gepleit voor betere handhaving, uitbreiding van blauwe zones, en slimmere inrichting van de openbare ruimte om parkeren en leefbaarheid beter in balans te brengen.
10
Vrachtverkeer Er zijn 4 reacties binnengekomen die specifiek betrekking hebben op vrachtverkeer. Respondenten geven aan dat er sprake is van overlast door zwaar verkeer, met name op wegen waar dit officieel niet is toegestaan, zoals op de Achterdijk. Ondanks het verbod op doorgaand vrachtverkeer (uitgezonderd bestemmingsverkeer), wordt deze route regelmatig gebruikt door vrachtwagens. Dit leidt tot geluidsoverlast, trillingen, hoge snelheden en gevaarlijke verkeerssituaties, vooral in woongebieden. Bewoners signaleren dat de bebording onvoldoende en te laat zichtbaar is, waardoor chauffeurs het verbod pas opmerken als omkeren lastig is. Er is een duidelijke wens voor betere en vroegtijdige signalering, bijvoorbeeld vóór de carpoolplaats, inclusief informatie over omkeermogelijkheden. Er zijn geen reacties rondom het havengebied van Moerdijk, en ook uit informatie van de gemeente Moerdijk blijkt dat dit speelt in Zevenbergschen Hoek.
Landbouwverkeer Er zijn 2 reacties binnengekomen die betrekking hebben op landbouwverkeer. Respondenten geven aan dat de huidige verkeerssituatie in sommige dorpskernen en buitenwegen onhoudbaar is geworden voor landbouwvoertuigen. Met name op de Kadedijk en Molenstraat leidt de combinatie van druk verkeer, geparkeerde auto’s en het ontbreken van uitwijkmogelijkheden tot gevaarlijke en vastlopende situaties. De aanleg van het dorpsplein zonder een goed alternatief (zoals de Eerste Kruisweg) wordt gezien als een bewuste verslechtering van de doorstroming. Daarnaast wordt op de Achterdijk het ontbreken van functionele wegbermen genoemd: obstakels zoals stenen, paaltjes en beplanting maken uitwijken voor landbouwverkeer onmogelijk en gevaarlijk. De meldingen benadrukken de noodzaak van meer ruimte en betere doorstroming voor bestemmingsverkeer, waaronder landbouwvoertuigen, om verkeersveiligheid en bereikbaarheid te waarborgen.
11
Clusters knelpunten en wensen per kern In de volgende paragraaf worden de clusters van knelpunten en wensen die door bewoners zijn aangeduid per kern (op alfabetische volgorde) beschreven. Individuele knelpunten worden niet benoemd tenzij er vergelijkbare problematiek is met andere individuele knelpunten. Fijnaart • Appelaarsedijk: het ontbreken van voorrangsborden op de locaties met een wegversmalling wordt als onveilig ervaren mede door slechte verlichting. Daarnaast zijn er klachten over hoge snelheden. Dit is in november 2025 aangepakt. • Fietsoversteek Oudemolensedijk – Parallelweg: gevaarlijke fietsoversteek voor voetgangers en fietsers door veel verkeer en hoge snelheden. • Kadedijk: het ontbreken van voorzieningen voor voetgangers en fietsers op de dijk. • Kadedijk: grote hoeveelheden zwaar (landbouw) verkeer met beperkt aantal alternatieve routes. • Boerendijk: klachten over hoge snelheden terwijl de route onderdeel is van school-thuisroute. • Oudemolen: klachten over sluipverkeer en verkeer van/ naar Willemstad en van/naar Klundert dat de oprit/Afrit Fijnaart neemt. Klundert • Zevenbergseweg: De fietsoversteek naar vrijliggend fietspad wordt als onoverzichtelijk en gevaarlijk ervaren. • Het ontbreken van openbaar vervoer op de zaterdagavond en zondag hele dag. Met name voor de oudere bevolking die het dorp wil bezoeken.
• Algehele toegankelijkheid van de voetpaden voor oudere inwoners in het dorp.
Moerdijk • Johan Willem Frisostraat: de fietsinfrastructuur is in zeer slechtste staat. • Johan Willem Frisostraat: Zeer veel verkeer van/naar industrieterrein tijdens spitsmomenten. Rijdt ook te hard. Gaat richting oprit A16 aldus bewoners
12
Standdaarbuiten • Oudendijk: klachtenmeldingen over verkeer dat de oprit/ afrit Standdaarbuiten pakt naar Fijnaart. Verkeer rijdt te hard en er rijdt een hoog aandeel vrachtverkeer.
Willemstad • De Voorstraat: De parkeerdruk in het centrum wordt door inwoners als knelpunt ervaren. Mede vanwege de drukte door recreatieve bezoekers in het hoogseizoen. • Noordlangeweg: Klachten over geluidsoverlast van hoeveelheid verkeer dat hier rijdt. Ook motoren en snel rijden wordt als probleem ervaren. • De realisatie van de camping Bovensluis levert verkeerseffecten op in de Ruigenhilpolder, waar al knelpunten ervaren worden op gebied van het aanwezige (landbouw)verkeer, fietsers en de beperkte breedte van wegen. • Er zijn daarnaast wensen voor betere fietsvoorzieningen en wandelstructuren, onder andere door onderzoek naar de Oostbeerverbinding. Zevenbergen • Achterdijk (tussen Molenweg en Blokweg): inwoners ervaren overlast door hardrijders op de dijk. Behoefte aan snelheidsremmende maatregelen, mede door ontbreken vrijliggende fietsvoorzieningen. Daarnaast wordt de route druk bereden door sluipverkeer bij files op de A16 / A17. • Aanwezigheid zwaar verkeer op de Achterdijk: Touringcars, vrachtwagens en rupsvoertuigen veroorzaken overlast door trillingen en geven zorgen over verkeersonveiligheid. • Keizersweerd: klachten van bewoners over verkeersoverlast vanwege grote drukte, geluidsoverlast en hard rijden. • Hazeldonkse Zandweg: Klachten over sluipverkeer vanuit Etten-Leur naar de A17.
• Wens vanuit minder valide inwoners voor meer toegankelijke voetpaden, ook combinatie met wegwerkzaamheden. • De Meeren: hoge snelheden waaronder in de 30 km/uzone en gevaarlijke kruispunten op het 50 km/ugedeelte. • Zeestraat: fietsveiligheid slecht door drukte en hoge snelheden gemotoriseerd verkeer. • Het ontbreken van een snelle en directe ov-verbinding naar Rotterdam.
13
Zevenbergschen Hoek • De Kern Zevenbergschen Hoek: klachten over sluipverkeer in spitsmomenten en als A16 vast staat en vrachtverkeer dat hier niet hoort te komen. • Achterdijk (tussen Lapdijk en Gelderseweg): route wordt gebruikt door sluipverkeer van de A16. Door het ontbreken van vrijliggende fietsvoorzieningen ontstaan gevaarlijke situaties. • Achterdijk (tussen Gelderseweg en Schenkeldijk): route wordt gebruikt als sluiproute waardoor de leefbaarheid onder druk staat. Op de route wordt o.a. te hard gereden en er rijdt zwaar verkeer. Inwoners wensen snelheidsremmende maatregelen op het traject. • De Vlijt: klachten over hardrijders. De straat heeft een zeer breed profiel t.b.v. vrachtverkeer aan industrieterrein. Ook trillingsoverlast komt veel voor. Naast de knelpunten die zijn geïdentificeerd in de kernen waren er ook locaties in het buitengebied. Dit zijn: • Sabinaweg: Deze weg wordt vaak gebruikt voor logistiek verkeer. Het is een brede weg waar regelmatig te hard wordt gereden. • Zuiddijk: Er is veel sluipverkeer vanaf de N385 naar de N289 vanuit Etten-Leur richting de A16. Het verkeer rijdt hier vaak te hard. • Lapdijk: Er is veel sluipverkeer vanuit het industrieterrein naar de A16. De weg is niet geschikt voor dit type verkeer.
• Stadsedijk: Dit is een relatief smalle maar druk bereden weg waar verschillende modaliteiten, waaronder trekkers en fietsverkeer, samenkomen. De snelheid is regelmatig te hoog, waardoor mensen zich onveilig en onprettig voelen. • Noordlangeweg: Ondanks dat het een fietsstraat is en gesloten voor niet-ontheffinghouders, komt er toch veel verkeer dat hier niet hoort te komen. • Gelderseweg: Deze route wordt gebruikt door vrachtverkeer naar het industrieterrein Bloemendaalse Zeedijk, maar is te smal voor grote hoeveelheden vrachtverkeer en sluipverkeer, wat leidt tot conflicten met fietsers
14