Getekend RV - Vaststellen verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Moerdijk
Tekst van het document
MF
DO MOERDIJK Raadsvoorstel Portefeuil1eh ouder(s) Datum commissiebehandeling Datum raadsbehandeling Zaaknummer Onderwerp
A.J. Moerkerke, voorzitter presidium 26 februari 2026 12 maart 2026 1923463
Vaststellen verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Moerdijk
Voorgesteld besluit De verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Moerdijk vast te stellen. Publiekssamenvatting De verordening rechtspositie raads- en commissieleden is toe aan een herziening. Met deze herziening worden wijzigingen in het Rechtspositiebesluit overgenomen en aanpassingen in de werkwijze vastgelegd. Inleiding De laatste wijziging van het de verordening rechtspositie raads- en commissieleden dateert van 6 juni 2019. Inmiddels is door verandering van wetgeving en ook door wijzigingen in de werkwijze een aanpassing noodzakelijk. Beoogd effect Raads- en burgerleden hebben recht op een moderne, bij de functie passende rechtspositie. Hiermee wordt ertoe bijgedragen dat deze politieke functie naast dagelijkse functies in de samenleving vervuld kan worden. Overzicht van belangrijkste wijzigingen en overwegingen Naast wijzigingen in het Rechtspositiebesluit die algemeen geldend zijn, biedt het rechtspositiebesluit op een aantal punten keuzemogelijkheden om bepaalde zaken lokaal in te vullen, door ze vast te leggen in deze verordening. Deze keuzemogelijkheden zijn als volgt uitgewerkt: •
Artikel 2 Voorgesteld wordt om geen gebruik te maken van de mogelijkheid om maximaal 20% van de raadsvergoeding in te zetten als'presentiegeld'. Indien dit zo wordt ingesteld, geldt dit namelijk zonder uitzondering voor alle raadsleden ongeacht omstandigheden. Bovendien brengt dit voor de salarisadministratie extra administratieve lasten met zich mee. Artikel 3.1 In dit artikel is de hoogte van de vergoeding voor de onderzoekscommissie als genoemd in artikel 155a derde lid van de Gemeentewet geregeld. Voor de hoogte van deze vergoeding is aansluiting gezocht bij de hoogte van de toelage voor leden van de vertrouwenscommissie zoals genoemd in artikel 3.1.2 van het Rechtspositiebesluit, zoals dat ook in de oude verordening het geval was. Alleen wordt er nu voor gekozen om in de verordening een percentage op te nemen om te voorkomen dat er scheefgroei ontstaat met de toelage voor leden van de vertrouwenscommissie of dat de verordening bij elke wijziging van het rechtspositiebesluit op dit punt moet worden aangepast.
Artikel 3.3 Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie (werkgeverscommissie/auditcommissie) als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van 30 procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. Dit percentage is gerelateerd aan de presentiegelden voor burgerleden van de auditcommissie op basis van vijf vergaderingen per jaar (conform werkplan auditcommissie 2026). In de huidige verordening werd ook uitgegaan van deze relatie, maar stond er een bedrag in plaats van een percentage, wat bewerkelijker is in geval van aanpassingen in het rechtspositiebesluit. Op basis van artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers bestaat de mogelijkheid om (roulerend) commissievoorzitters een extra maandelijkse toelage toe te kennen. Het gaat hierbij om een vergoeding voor de commissievoorzitters van artikel 82 commissies, de commissies fysiek, sociaal en bestuurlijk domein. Het presidium, met inbegrip van de drie commissievoorzitters, ziet in de werkzaamheden van de commissievoorzitters geen aanleiding voor het toekennen van deze toelage en stelt daarom voor om dit niet in de verordening op te nemen.
De modelverordening van de VNG bevat ook nog een optioneel artikel (artikel 3 van de modelverordening) om de vergoeding van commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen (art. 82, 83 en 84 commissies), vanwege bijzondere deskundigheid of de zwaarte van de taak, te verhogen met een nader te bepalen percentage. Gezien het arbitraire karakter van dit artikel stelt het presidium voor om dit artikel niet in de verordening op te nemen. •
Artikel 4.2 Dit artikel over scholing is aangepast naar aanleiding van een tweetal aanvullingen in het Rechtspositiebesluit. Ten eerste moeten prijs en kwaliteit van de scholing in verhouding tot elkaar staan. Daarnaast mogen de kosten niet al op een andere manier worden vergoed.
•
Artikel 7 Aan dit artikel over de betaling van de vergoeding van commissieleden is een hardheidsclausule toegevoegd, zodat in bijzondere gevallen van de betaaltermijn kan worden afgeweken.
In de was-wordt tabel, die als bijlage bij dit raadsvoorstel is gevoegd, zijn de wijzigingen gedetailleerd uitgeschreven. Middelen De vergoedingen en toelagen voor raads- en commissieleden zijn opgenomen in de begroting. De financiële consequenties van de aanpassingen in de verordening zijn beperkt en kunnen binnen de begroting worden opgevangen. Communicatie De stukken zullen op de gebruikelijke wijze bekend worden gemaakt en gepubliceerd.
Bijlagen 1. Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Moerdijk 2. Was-wordt tabel verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Moerdijk Mocht u vragen hebben over dit voorstel, dan kunt u contact opnemen met de griffier via e-mail griffie@moerdiik.nl. Zevenbergen, 19 januari 2026; De voorzitter van het presidium,
A.J. Moerkerke
RAADSBESLUIT Raadsvergadering van 12 maart 2026
De raad van de gemeente Moerdijk, gezien het voorstel van het presidium van 19 januari 2026, overwegende dat de verordening rechtspositie raads- en commissieleden dient te worden herzien, gelet op: - Gemeentewet, artikelen 95 lid 1 en 2, 96 lid 1 en 2, 98 en 99; - Rechtspositiebesluit, artikelen 3.1.1 lid 5, 3.1.3 lid 1, 3.1.4 lid 1, 3.1.4a lid 1, 3.1.8 lid 1, 3.1.9 lid 1. 3.3.2, 3.3.3 lid 2, 3.4.1 lid 1, 3.4.2 en 3.3.8. BESLUIT De verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Moerdijk vast te stellen.
Va s e3é de Ntiffier
raadsvergadering d.d. 12 maart 2026,
Vonk-Schenkel