Getekend RV - actualisatie Financiële verordening gemeente Moerdijk
Tekst van het document
X MOERDIJK Raadsvoorstel Portef euillehouder(s)
C.J.A. van Dorst MBA
Datum commissiebehandeling Datum raadsbehandeling Zaaknummer
14 december 2023
29 november 2023 1018663
Onderwerp ActualisatieFinanciëleverordening gemeenteMoerdijk Voorgesteld besluit 1. Verordening financieel beleid, beheer en organisatie van de gemeente Moerdijk (Financiele verordening) vast te stellen; 2. De Financiële verordening gemeente Moerdijk vastgesteld op 3 februari 2022 in te trekken.
Publiekssamenvatting Als gevolg van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording door het college, welke voortkomt uit de Wet versterking decentrale rekenkamers, is actualisatie van de Financiële verordening (212 Gemeentewet) noodzakelijk. Met ingang van de jaarrekening 2023 moet het college verantwoording afleggen over de rechtmatigheid. Voorheen werd het rechtmatigheidsoordeel afgegeven door de accountant. De accountant blijft weltoetsen of het rechtmatigheidsoordeel van het college klopt. Ten opzichte van de vorige financiële verordening is een aantal nieuwe bepalingen opgenomen met betrekking tot de ingevoerde rechtmatigheidsverantwoording door het college. De afgelopen twee jaar hebben college en raad al vooruitlopend op de wetswijziging ervaring opgedaan met het afgeven van een rechtmatigheidsverklaring door het college. Dat was bijwijze van proef, waarbij de accountant al getoetst heeft of de verklaring door het college terecht was afgegeven. Die proefperiode is met succes doorlopen. Voor het actualiseren van de Financiële verordening is gebruik gemaakt van de ervaringen die zíjn opgedaan en is de modelverordening van de VNG gevolgd.
lnleiding Bij de wijziging van de Fínanciële verordenin g in 2022 is aangegeven dat als gevolg van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording de Financiële verordening op korte termijn nog een keer moet worden aangepast. lnmiddels is het wetsvoorstel voor de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording definitief en dient de aanpassing plaats te vinden. Beoogd effect De nu voorliggende verordeníng moet afgestemd zijn op de wettelijke voorschriften en op de gewenste werkwijze binnen de gemeente Moerdijk.
Argumenten
1. Door de ínvoering van de rechtmatigheidsverantwoording moet met ingang van de jaarrekening 2023hel college verantwoording afleggen over de rechtmatigheid. Het rechtmatigheidsoordeel, dat tot op heden wordt afgegeven door de accountanT, zal dan worden afgegeven door het college. De accountant blijft weltoetsen of het rechtmatigheidsoordeel van het college klopt. Deze wetswijziging heeft tot gevolg dat de Financiële verordening moet worden aangepast c.q. aangevuld.
2. Het is van belang dat'de Financiële verordening van de gemeente Moerdijk actueel is en voldoet aan de wet en op een efficiënte wijze uitvoerbaar is. Voor de nieuwe bepalingen is gebruik gemaakt van de ervaringen die de afgelopen twee jaar zijn
opgedaan bij de pilot invoering rechtmatigheidsverantwoording door het college en verder is gebruik gemaakt van de modelverordening van de VNG. Voor de voor het rechtmatigheidsoordeel te hanteren goedkeurings- en rapportagetoleranties worden dezelfde grenzen gehanteerd die (wettelijk) gelden voor de accountant voor zijn oordeel op getrouwheid. Dit is conform de huidige werkwijze.
Kanttekeningen en risico's De concept-verordening is voor advies voorgelegd aan de Auditcommissie d.d. 20 september 2023.
Middelen N.v.t.
Gommunicatie De Financiële verordening wordt na vaststelling gepubliceerd. Verder wordt de Financiële verordening toegezonden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant.
Vervolg De Financiële verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat zij ook al van toepassing is op de verantwoording van de jaarrekening en deelverantwoordingen van het verslagjaar 2023.
Bijlagen 1.
2.
Financiële verordening gemeente Moerdijk; Was-wordt tabel met wijzigingen nieuwe Financiële verordening
Mocht u vragen hebben over dit voorstel, dan kunt u contact opnemen met de griffier via email qriff ie@moerdijk.nl.
Zevenbergen, 7 novemb er 2023 Burgemeester en wethouders van Moerdíjk, de
J.C
ns,
de burgemeester,
rke
RAADSBESLUIT Raadsvergadering van 14 december 2023
De raad van de gemeente Moerdrjk, in zijn vergadering van l4 december 2023,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023,
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, BESLUIT
vast te stellen de volgende verordening
FTNANCIËLE VERORDENINC cEMEENTE MOERDUK
Hoofdstuk l. Artikel l.
Algemene bepalingen
Definities
ln deze verordening wordt verstaan onder a.
Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie
ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b.
Programma: een samenhangend geheel van (deel)taakvelden, activiteiten en geldmiddelen gericht
op het bereiken van vooraf bepaalde maatschappelijke effecten, waaraan índicatoren gekoppeld zijn; Taakveld: eenheden waarin de programma's, of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zUn onderverdeeld, d.
Paragraaf: een verzameling van informatie die betrekking heeft op meerdere programma's: een 'dwarsdoorsnede' van de begroting;
e.
lnvesteringen: het vastleggen van vermogen in duurzame goederen waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt;
f
Overhead(kosten): de indirecte kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces;
9.
Rechtmatigheid: het voldoen aan wet- en regelgeving in relatie tot het financiële beheer en de verantwoorde baten, lasten en balansmutaties;
h.
Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
1
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2.
Vaststelling programma-indelingen paragrafen
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma de
2
taakvelden vast. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college per programma de
3
beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en qemeenten (BBV). De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra
4
paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3. I
.
lnrichting begroting en jaarstukken
Bij de begroting worden onder elk van de programma's de begrote lasten en baten per taakveld
weergegeven. Bij de jaarstukken worden onder elk van de programma's de gerealiseerde lasten en baten per taakveld weergegeven.
2.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe ¡nvesteringen
per investering het benodigde i nvesteringskrediet weergegeven.
3.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 2l van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
4.
ln de jaarrekening wordt van de investeringen de u¡tputting van de geautoriseerde investeríngskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
5.
ln het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd.
2
Artikel 4.
ì.
Kaders begroting
Het college biedt jaarlijks aan de raad een Kadernota aan met een voorstel voor het beleid en
de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenram ing.
2.
Het college betrekt de raad bij de voorbereiding van de Kadernota.
3.
De raad stelt de Kadernota voor I 5 juli vast.
Artikel 5.
Autorisat¡e begroting en ¡nvesteringskredieten
I
De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.
2
De lasten van voorziene nieuwe investeringen worden in de begroting opgenomen bij de stelpost nieuw beleid. De raad ontvangt voor deze investeringen in het begrotingsjaar een apart raadsvoorstel, waarbij autorisatie plaatsvindt van de benodigde middelen.
3
ln tegenstelling tot hetgeen bepaald is in lid 2 worden vervangingsinvesteringen bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. De lasten gemoeid
met deze vervangingsinvesteringen worden verwerkt op het brj het onderwerp behorende programma. 4.
Voor éénmalige uitgaven en exploitatie-uitgaven die in de stelpost nieuw beleid zijn opgenomen kan in het raadvoorstel 'vaststellen (meerjaren)begroting' een voorstel worden gedaan deze gelijktijdig met het vaststellen van deze begroting beschikbaar te stellen. Het betreft hier in ieder geval budgetten kleiner dan € 50.000 of uitgaven gerelateerd aan de bedrijfsvoering, zoals personele budgetten.
5
Het college is gemachtigd, om in uitzonderingsgevallen zonder voorafgaand raadsbesluit, de belangen van de gemeente, naar de inzichten op dat moment, zo goed mogelijk te behartigen.
Deze omstandigheden zijn aan de orde als het gemeentebelang in een bepaalde situatie (mogelUke) nadelige gevolgen zou oplopen indien geen beslissing kan worden genomen en
ingrijpen geen uitstel duldt. Deze uitzonderingsgevallen worden betiteld als "brandzaak" en terstond na het collegebesluit gemeld aan de raad.
Artikel 6.
Tussentijdse rapportages
Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 maanden (le bestuursrapportage) en de eerste
8 maanden (2" bestuursrapportage) van het lopende boekjaar. 2
Het college informeert de raad via de tussentijdse rapportages over (verwachte) afwijkingen
van de door de raad geautoriseerde lasten en baten per programma en geautoriseerde investeringskredieten. Het college doet daarbij voorstellen voor bijstelling van het budget
en/of voor bijstelling van het beleid. Deze voorstellen worden via een raadsvoorstel met betrekking tot de tussentUdse rapportages voorgelegd aan de raad.
3
3
ln aanvulling op lid 2 is voor añvijkingen groter dan € 100.000 per gebeurtenis, zowel voor investeringskredieten als exploitatiebudgetten, vooraf een raadsbesluit nodig, uitgezonderd afwijkingen waar de gemeente geen invloed op heeft. Er mag pas opdracht gegeven worden
tot uitvoering van deze hogere uitgaven, nadat de raad hiermee heeft ingestemd. 4.
ln de I e bestuursrapportage wordt op hoofdlijnen gerapporteerd over de financiële afwijkingen.
5
ln de 2" bestuursrapportage wordt op programmaniveau, zowel beleidsmatig als financieel, gerapporteerd op afwijkingen van de begroting, onder vermelding van de financiële effecten. Financiële añruijkingen op lasten en/of baten van € 50.000 of hoger dienen in elk geval te
worden toegelicht.
Artikel 7.
Jaarstukken
Celijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen van (meerjarige) incidentele budgetten als onderdeel van
het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Het betreft hierbij middelen, waarbij de voortgang van de activiteiten door het niet overhevelen anders in gevaar komt.
Artikel L
Wensen en bedenkingen ten aanzien van verkopen
Het college besluit niet over de verkoop van goederen groter dan € 50.000, dan nadat de raad is
geÏnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Artikel 9.
EMU-saldo
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten ín het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad. De lasten gemoeid met een bijdrage in het EMU-tekort worden in de eerstvolgende tussentijdse rapportage en/of jaarrekeni ng verwerkt.
4
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel I 0. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
ln de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad
over añruijkingen boven de verantwoordingsgrens die gelijk is aan het percentage en de grondslag voor de goedkeuringstolerantie van de accountant conform het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (Bado). 2
Het college geeft in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken een toelichting aan de raad op:
a.
Alle geconstateerde añruijkingen (fouten en onduidelijkheden), die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens van € I 00.000 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze
afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
b.
Niet-financièle onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in
de Wet financiering decentrale overheden (Fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;
c.
Het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan;
d. Artikel I l.
Geconstateerde fraude door eigen medewerkers.
Voorwaardencr¡ter¡um
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de
eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomst¡g uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op
aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2
Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit
kader bestaat uit alle relevante wet- en (interne) regelgeving waaru¡t financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het normenkader dient uiterlrjk voor de start van de accountantscontrole te zijn vastgesteld.
Artikel 12. Begrotingscriterium
l.
Het begrotingscriter¡um is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie
5
en ¡nvesteringskredieten en de hiermee samenhangende programma's, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2
De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.
3
Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van hetjaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
4
Uitgangspunt is dat iedere afiruijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afiruijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
a.
Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijdi ng compenseren;
b. c.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling; De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse
rapportage;
d.
Ontbrekende afrekeningen waarvoor het college een deugdelijke onderbouwing voor
wat betreft de rechtmatigheid kan verstrekken, leiden niet tot een fout of ond u idel ij khe id voor de rechtmati g he idsverantwoord i ng ;
e.
Budgetoverschrijdingen geconstateerd na verantwoordingsjaar over activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader
onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bUvoorbeeld een belastingnaheffi ng);
f.
Afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren van budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget).
5
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor
afzonderliike fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
6
Artikel 13. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium ì
.
Het m¡sbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandel i ngen.
2.
Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk
gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid Artikel 14. Waardering en afschr[v¡ng vaste act¡va lmmateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de
termijnen zoals opgenomen in de 'Notitie Waarderings- en Afschrijvingsbeleid gemeente Moerdijk'. 2
Het college biedt de raad deze not¡tie ter vaststelling aan in het eerste haltjaar van het kalenderjaar volgend op hetjaar van de gemeenteraadsverkiezingen.
Artikel 15. Reserves en voorz¡eningen
l.
ln de begroting en de jaarrekening vindt toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de programma's plaats (bespaarde rente).
2.
Het college biedt de raad in het eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van
de gemeenteraadsverkiezingen, een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt:
a. b.
De vorming en besteding van reserves; De vorming en besteding van voorzieningen.
Artikel 16. Tarieven goederen, werken en d¡ensten Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen, waarmee kosten in rekening
worden gebracht, en het tarief van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden
geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostprijsberekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen en reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor
de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik
7
zUnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden
daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de oninbaar-verklaringen betrokken. 3
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprrjs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter
grootte van de geraamde directe kosten van de economische categor¡eën l.l Salarissen en sociale lasten en 3.5.ì lngeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken,
diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën l.l Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 lngeleend personeel. 4
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in
gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlrjks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de
begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende en kortlopende geldleningen en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afge rond.
Artikel I 7. Prijzen econom¡sche activiteiten Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en
derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprÍjs in rekening gebracht. 2
Bij hetverstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden
worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 3
BU het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het
college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. 4.
Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.
5
Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet
nodig als er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
I
Artikel 18. Vaststelling hoogte tarieven belastingen, rechten, heffingen en prijzen
l.
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor
de belastingen, rechten en heffingen.
2.
Het bepalen van de hoogte van alle overige prijzen is voorbehouden aan het college.
3
Het college biedt de raad in het eerste haltjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de
gemeenteraadsverkiezingen, de nota grondbeleid aan, waarin het grondprijzenbeleid is opgenomen. Het grondprijzenbeleid bevat de methodieken waarop de vaststelling van de grondprijzen is gebaseerd.
Artikel 19. Financieringsfunct¡e I
. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. Financieringen, geldleningen, borgstellingen en garanties worden uitsluitend verstrekt ten behoeve van de publieke taak van de gemeente en
b.
Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel I , onder
c, van de Wet financiering decentrale overheden (Fido).
2. BU het verstrekken van leningen, het verstrekken van garant¡es en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college zekerheden.
3. Als er geen of onvoldoende zekerheden kunnen worden bedongen zal het college vooraf een voorstel voorleggen aan de raad.
4. Het college kan voor de uitvoering van de financieringsfunctie in een treasurystatuut nadere richtlijnen vaststellen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Deze richtlijnen worden voor kennisgeving aan de raad aangeboden.
5. Het college informeert de raad over de uitvoering van het treasurybeleíd door middel van de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening.
9
Hoofdstuk 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Artikel 20. Paragrafen ln de begroting en de jaarrekening worden minimaal de verplichte paragrafen opgenomen, en
ook een paragraaf Subsidies. De verplichte paragrafen staan vermeld in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). 2
ln de paragrafen wordt een toelichting gegeven en verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Het college gaat daarbij in op tenminste de verplichte onderdelen per paragraaf zoals deze in de BBV zijn opgenomen.
3.
lndien gewenst kan de raad besluiten om (eventueel tijdelUk) over aanvullende zaken in de paragrafen te worden geïnformeerd. Deze aanvulling zal dan vervolgens onderdeel uitmaken van de toelichting en verantwoording in de paragrafen.
4
ln het geval dat voor de verplichte paragrafen specifieke beleidsnota's door het college en/of
de raad zijn vastgesteld worden de uitgangspunten en afspraken overgenomen in de begroting. Bij de jaarrekening zal hier mede verantwoording over worden afgelegd. Ook bereidt het college voorstellen tot aanpassing van de beleidsnota's voor, als op grond van gewijzigde omstandigheden of anderszins daar aanleiding toe is.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 21. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
a. Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de organisatie-eenheden;
b. Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten ;
c. Het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
d. Het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
e. Het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
10
f.
De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende
informatie, als ook voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 22. Financiële organisat¡e Het college draagt zorgt voor:
a. Een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de organisatie-eenheden;
b. Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelUkheden; c. De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
d. De interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bij behorende i nformatievoorzi e n i ng van de fi nancieri n gsfu nctie ;
e. De te maken afspraken met de organisatie-eenheden over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
f. Het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
S. Het treffen van voldoende maatregelen binnen de gemeentelijke regelingen en werkprocedures ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke
regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoordi ng wordt voldaan ;
h. Het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen,
i.
Het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoordi ng wordt voldaan.
11
Artikel 23. lnterne controle Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Cemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
beheershandelingen. Brj añilijkingen neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
2. Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de
liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 7 . Slotbepal i ngen
Artikel24. lnwerkingtreding L Deze verordening treedt in werking met ingang van I januari 2024, met dien verstande dat zij van toepassing is op de verantwoording van de jaarrekening en deelverantwoordingen van het verslagjaar 2023.
2. De "Financiële verordening gemeente Moerdijk" vastgesteld op 3 februari 2022, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening.
3. Deze verordening wordt aangehaald als de Financiële verordening gemeente Moerdijk.
12
Artikel 25. Overgangsbepalingen De intrekking van de verordening genoemd in artikel 24lid 2 heeft geen gevolgen voor de geldigheid
van op basis van die verordening nader vastgestelde voorschriften en/of richtlUnen en/of opgestelde
documenten, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op l4 december 2023.
Deg
De voorzitter,
AJ
l
13
Toelichting op de artikelen Financiële verordenino gemeente Moerdijk Artikel l. Definities Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de Cemeentewet, de Wet Fido,
het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Overige begrippen uit de verordening zijn in artikel l van de verordening gedefinieerd.
Artikel 2. Programma-indeling Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de jaarstukken. De indeling van de programma's worden bij aanvang van iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) bepaalt in aanvulling hierop dat de taakvelden aan de programma's worden toegewezen.
Het tweede lid regelt, dat de taakvelden op voorstel van het college aan de programma's worden toebedeeld. Het derde lid bepaalt, dat op voorstel van het college de raad beleidsindicatoren per programma vaststelt.
Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Wat de verplichte beleidsindicatoren zijn, volgt
uit de (ministeriële) 'Regeling vaststelling beleidsindicatoren door gemeenten in programma's en programmaverantwoording', welke zijn grondslag vindt in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV. Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en jaarstukken moeten worden herzien. ln de meeste gevallen is dat niet raadzaam. Als de indeling en de gebruikte beleidsindicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuwworden vastgesteld. ln andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende. Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. ln een paragraaf wordt de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt, geïnformeerd. Het vierde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt dat de raad bij aanvang van een nieuwe raadsperiode kan aangeven welke paragrafen hij nog meer wenst. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een paragraaf subsidies of een paragraaf duurzaamheid.
Artikel 3. lnrichting begroting en jaarstukken ln dit artikel zijn aanvullend op het BBV de bepalingen opgenomen voor de ¡nrichting van de begroting en jaarrekening. Het artikel schrijft voor, dat de baten en lasten onder de programma's in de begroting en jaarrekening per taakveld (verplicht via BBV) worden weergegeven.
ln het tweede lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt, d.w.z. door te bepalen dat van de nieuwe investeringen per i
nvesteri ng het benodi gde investeri ngskrediet wordt weergegeve n.
14
Het derde lid bepaalt, dat in aanvulling op het bepaalde in het BBV de gevolgen van de begroting en meerjarenraming voor de gemeentelijke schuldpositie inzichtelijk worden gemaakt.
ln het vierde lid wordt voor de jaarrekening het inzicht in de uitputting van investeringskredieten geregeld.
Artikel 4. Kaders begroting Artikel 4 biedt de kaders voor het opstellen van de begroting en de meerjarenraming. Dit in aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 van de Cemeentewet en het BBV. Bepaald wordt dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen van de begroting een nota (Kadernota)
vaststelt, waarin de hoofdlijnen voor het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn
vastgelegd. ln het artikel wordt eveneens geregeld dat de raad vooraf betrokken wordt bij de voorbereiding van de Kadernota. De kaders geven richting aan het college voor het opstellen van de
begroting en de meerjarenraming.
Artikel 5. Autorisatie begrot¡ng en investeringskredieten Artikel 5 bevat nadere regels voor de autorisatie van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten. Het doel van dit artikel is dat de raad tijdig keuzes kan maken over het beschikbaar stellen van budgetten en grip kan houden op de gemeentelijke financiën.
Op grond van artikel 189 van de Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. -l92 Cedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel van de Gemeentewet besluiten nemen voor hetwijzigen van de begroting. De raad kan kiezen opwelk niveau hij budgetten beschikbaar
stelt. Autorisatie van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van programma's. Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Van de voorziene investeringen, die bekend
zijn ten tijde van opstellen van de begroting, worden de lasten verwerkt op de 'stelpost nieuw beleid'. Deze middelen komen pas beschikbaar, nadat een afzonderlijk voorstel aan de raad is gedaan en de raad
hiermee heeft ingestemd. ln het derde en vierde lid is geregeld dat respectievelijk éénmalige uitgaven en exploitatie-uitgaven die in de stelpost nieuw beleid zijn opgenomen en vervangingsinvesteringen bij
de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting worden geautoriseerd.
Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid om in uitzonderlijke situaties af te wijken van de bepalingen in dit artikel. Een uitzonderlijke situatie wil zeggen als ingrijpen geen uitstel duldt, omdat anders het gemeentebelang wordt geschaad, de zogenaamde brandzaken.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad zijn de tussentijdse rapportages
oftewel de bestuursrapportages. Op basis van bestuursrapportages wordt de raad geïnformeerd over de
uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van het beleid (eerste lid). Er is gekozen voor 2 rapportages. 15
Het college dient (verwachte) afwijkingen van de geautoriseerde baten, lasten en investeringskredieten via de tussentijdse rapportages te melden aan de raad. Verder is geregeld dat het college daarbij via een raadsvoorstel behorende bij de tussentijdse rapportage voorstellen doet aan de raad hoe om te gaan met de afwijkingen (bfstelling budget en/of bUstelling beleid).
ln aanvulling daarop is in het derde lid geregeld, dat er voor añruijkingen groter dan € 100.000 altUd vooraf een raadsbesluit nodig is, tenzij het afw¡kingen betreft waar de gemeente geen invloed op heeft. ln de l" bestuursrapportage wordt op hoofdlijnen gerapporteerd over de financiële aflruijkingen en in de 2" bestuursrapportage wordt op programmaniveau zowel beleidsmatig als financieel gerapporteerd op afi,vijkingen van de begroting, groter dan € 50.000. De grens om afwijkingen te melden is een minimale
grens. Daarbij is het van belang dat afwijkingen die lager zijn dan € 50.000, maar wel politiek relevant,
in ieder geval ook dienen te worden toegelicht. De planning van de rapportages is erop gericht dat de informatie van de le bestuursrapportage beschikbaar is bij de behandeling van de Kadernota en de informatie van de 2e bestuursrapportage beschikbaar is bij de behandeling van de begroting.
Artikel 7. Jaarstukken De jaarrekeningzal een positief, dan wel een negatief saldo kennen. ln het eerste lid wordt geregeld
dat het college een voorstel doet voor de bestemming van het pos¡tieve saldo, dan wel de afdekking van een eventueel negatief saldo. Het tweede lid biedt de mogelijkheid om vooruitlopend op de bestemming van het rekeningresultaat budgetten die niet tot besteding zijn gekomen over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Dat is met name om te voorkomen dat uitvoering niet onnodig
vertraging oploopt, wanneer gewacht moet worden tot vaststelling van de jaarrekening. ln de regel vindt dat plaats vlak voor de zomervakantie. Dit geldt voornamelijk voor incidentele budgetten. Bedacht moet worden dat dit uiteraard gevolgen heeft voor de mate waarin het rekeninqsaldo nog kan
worden bestemd, zoals bedoeld in het eerste lid
Artikel 8. Wensen en bedenkingen ten aanz¡en van verkopen ln artikel 8 van de financiële verordening is een nadere invulling van de informatieplicht van het college aan de raad opgenomen. Het betrefteen uitwerking van hetvierde lid van artikel ì69van de
Gemeentewet. Dat artikel verplicht het college vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen de raad inlichtingen te verstrekken, als de raad daar om verzoekt of indien de uitoefening van deze bevoegdheden van het college ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. Voor het aangaan van
verplichtingen met betrekking tot aankopen biedt artikel 5 van de financiële verordening voldoende waarborgen voor de raad en voor het aangaan van verplichtingen tot het verstrekken van (waarborgen van) leningen zijn in artikel I 9 van de financiële verordening bepalingen opgenomen.
Artikel 8 verplicht de raad het college om informatie vooraf voor het aangaan van een rechtshandeling met een financieel gevolg tot de verkoop van goederen groter dan € 50.000. Onder goederen worden verstaan: (roerende en onroerende) zaken en vermogensrechten. E.e.a. volgens art. I van het derde boek van het burgerlijk wetboek.
16
Dit artikel ontslaat het college nietvan de informatieplicht in andere gevallen Ook moeten besluiten van het college voor het doen van privaatrechtelijke rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door de raad is uiteengezet. Het artikel schept slechts
duidelijkheid tussen het college en de raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geinformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken.
Artikel 9. EMU-saldo Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze aandeel hebben in het plafond voor het totale EMu-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort
door de gezamenlijke gemeenten overschreden dan kan dat tot een correct¡eve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook zijn dat de overschrijding niet erg is.
Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan
duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken.
ln het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Mocht de beschreven situatie zich voordoen zal het college de raad informeren via de tussentijdse rapportages of via een afzonderlijke
raadsÍnformatiebrief (afhankelUk van de omvang van de overschrijding). De lasten gemoeid met een bijdrage in het EMU-tekort worden via de jaarrekening verwerkt.
Artikel 10. Verantwoord¡ngs- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoord¡ng Bij de verantwoording over rechtmatigheid wordt gekeken naar negen criteria. Het college legt volgens
de Kadernota rechtmatigheid verantwoording af over alle negen criteria in de jaarrekening. De eerste zes criteria zUn niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Deze betreffen verantwoording
met betrekking tot getrouwheid en rechtmatigheid. Ze komen tot uitdrukking in de balans en het
overzicht van baten en lasten. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringcriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium. Daarnaast is er een aantal criteria waarbij de verantwoording specifiek gaat over rechtmatigheid. Deze komen wel tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording:
- Begrotingscriterium: de financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting;
- Voorwaardencriterium; voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden;
17
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: er vindt een toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats, met het oog op het voorkomen van misbruik en
oneigenlijk gebruik. ln het eerste lid stelt de raad de verantwoordingsgrens vast, waarboven het college moet rapporteren aan de raad. Deze grens moet tussen O en 3% liggen van de totale lasten van de gemeente, inclusief de
dotaties aan de reserves. ln de financiële verordening is aangesloten bij de grens die gehanteerd wordt richting de accountant ten aanzien van geconstateerde afirvijkingen met betrekking tot de getrouwheid. Voor het verantwoordingsjaar 2023 bedraagt deze l% conform het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (Bado). Het is de verwachting dat het percentage voor de accountantscontrole de komende jaren zal worden gelijkgetrokken met de percentages die gelden voor de ministeries, zijnde 2%voor fouten en onzekerheden berekend over het totaal aan lasten exclusiefdotaties aan reserves.
Het tweede lid geeft aan boven welk bedrag (rapportagegrens) afzonderlijke afirijkingen nader moeten worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken. ln de financiële verordening is aangesloten bij de rapportagegrens die gehanteerd wordt richting de accountant voor het rapporteren van geconstateerde añruijkingen met betrekking tot de getrouwheid. Verder wordt in het tweede lid geregeld dat het college dient toe te lichten en welke maatregelen
worden genomen om deze añruijkingen in de toekomst te voorkomen.
Artikel I l. Voorwaardencr¡ter¡um ln het eerste lid wordt de definitie weergegeven van het voorwaardencriterium, het zogenaamde "normenkader". Het normenkader is de geldende wet- en regelgeving waarin de eisen en voorwaarden
zijn opgenomen voor de financiële beheershandelingen. ln het tweede lid wordt bepaald dat het normenkader ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording jaarlijks door de gemeenteraad moet worden vastgesteld. Het normenkader wordt als toetsingskader gebruikt voor de interne controle. Om ervoor te zorgen dat alle geldende regelgeving is opgenomen in het normenkader wordt deze na afloop van het verantwoordingsjaar, maar uiterlijk voor de start van de accountantscontrole ter vaststelling aan de raad aangeboden. Het vastgestelde normenkader is de basis voor de interne controle van het nieuwe verantwoordingsjaar, waarbij in de loop van het jaar nieuwe regelgeving wordt toegevoegd aan het toetsingskader.
Artikel I 2. Begrotingscriterium Artikel I 2 gaat expliciet in op de begrotingsrechtmatigheid. ln het eerste lid wordt het begrip beg roti ngsrechtmatigheid gedefi nieerd.
De baten en lasten moeten zich bewegen binnen de door de raad goedgekeurde en vastgestelde
budgetplafonds. Als er een overschrijding plaatsvindt is er in principe sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. ln het vierde lid is aangegeven welke afrruijkingen niet tot een begrotingsonrechtmatigheid leiden.
18
Artikel 13. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Dit artikel voorziet in het zogenaamde "misbruik en oneígenlijk gebruik criterium". ln het eerste lid
wordt het criterium gedefinieerd. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake als bij hetaangaan van rechtshandelingen, al dan nietgecombineerd metfeitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar
in strijd met het doel en de strekking daarvan is. Aan het college wordt opgedragen om regels op stellen voor het voorkomen van misbruik en
oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Artikel I4. Waardering en afschruv¡ng vaste act¡va ln dit artikel is vastgelegd dat waardering en afschrijving van vaste activa gebeurt volgens hetgeen staat vermeld in de Not¡t¡e Waarderings- en Afschrijvingsbeleid gemeente Moerdijk. Het tweede lid bepaalt, dat het college deze notitie eens in de 4 jaar (in het eerste halfjaar van het kalenderjaar
volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen) aan de raad aanbiedt. Met het vaststellen van deze notitie stelt de raad de kaders vast m.b.t. hetwaarderings- en afschrijvingsbeleid.
Artikel I 5. Reserves en voorz¡eningen Het eerste lid bepaalt dat voor de toerekening van rentelasten en rentebaten in de begroting en
jaarstukken een rentevergoeding over reserves en voorzieningen wordt meegenomen (bespaarde rente).
ln het tweede lid is bepaald dat het college eens in de 4 jaar (in het eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaarvan de gemeenteraadsverkiezingen) een nota reserves en voorzieningen aanbiedt aan de raad, waarin het beleid daaromtrent is opgenomen.
Artikel 16. Tarieven goederen, werken en d¡ensten Artikel 2ì 2 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b Gemeentewet en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prrjzen die de gemeente bU overheidsbedrijven en derden in rekening brengt, en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. De overheadkosten moeten apart worden verantwoord. Ze worden bij de gemeente niet meer
doorberekend aan de taakvelden. Daarmee is het niet mogelijk om de integrale kostprijzen in de administratie van de baten en lasten ¡n beeld te brengen. De kostprijzen moeten daarom extracomptabel worden berekend en vastgelegd. Het eerste lid bepaalt, dat de kostprijsberekeningen extracomptabel worden vastgelegd en dat de 19
kostprijzen bestaan u¡t de directe kosten en een opslag voor de overhead en voor de rente over de inzet van eigen en vreemd vermogen. Het tweede lid bepaalt, dat ook bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de
noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa worden betrokken bU de kostprijsberekening. Voor de gemeentelrjke rechten en heffingen
waarmee kosten in rekening worden gebracht zoals de rioolheffing, worden in de kostprijsberekening
ook de compensabele BTW en de gederfde inkomsten van het kwrjtscheldingsbeleid meegenomen. Het derde lid geeft de definitie van de kostenverdeelsleutel voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijzen van rechten en heffingen waarmee de gemeente kosten in rekening brengt
(bUvoorbeeld de afvalstoffenheffing). En voor de toerekening van de overheadkosten aan de
kostprijzen van goederen, werken en diensten die door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden geleverd. Er wordt voor de toerekening van de overheadkosten bepaalt, dat deze plaatsvindt naar rato van het aandeel van de personeelslasten inclusief inhuur derden in de totale personeelslasten
inclusief inhuur derden. Het vierde lid geeft aan dat de omslagrente wordt vastgesteld bij de begroting en hoe deze moet
worden berekend.
Artikef 17. Prijzen econom¡sche activiteiten ln de Wet Markt en Overheid (waarmee de Mededing¡ngswet is gewijzigd) is opgenomen dat als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden zij deze act¡v¡teiten
niet mag bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met andere ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten en werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal in rekening moet
worden gebracht. Van dit verbod kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het
publieke belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadsbesluit het publieke belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadsbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een officieel elektronisch
publicatieblad en moet openstaan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen
uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente (artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: nwb)). De gemeente moet binnen zes weken een besluit nemen over het bezwaarschrift of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de
Awb is ingesteld - binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter.
Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten ofvoor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal geldt een aantal uitzonderingen (artikel 25h van de Mededingingswet).
20
Artikel 18. Vaststelling hoogte tarieven belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een bevoegdheid van de raad.
Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel I 56 Cemeentewet). Het eerste lid van het
artikel bepaalt dat de raad de tarieven voor de belastingen, rechten en leges jaarlijks vaststelt. Het bepalen van de hoogte van alle overige prijzen is voorbehouden aan het college. Dit is geregeld in het tweede lid. De raad stelt de methodiek, waarop de grondprijzen worden gebaseerd, vast via de nota
grondbeleid (derde lid). Deze notawordt eens in de 4 jaar (in eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op hetjaar van de gemeenteraadsverkiezingen) door het college aan de raad aangeboden.
Artikel I 9. Financieringsfunctie Het doel van dit artikel is om aan het college kaders mee te geven ten aanzien van de
financieringsfunctie en de wíjze waarop de raad toezicht kan houden op de uitvoering van het treasu rybeleid.
Artikel 212van de Gemeentewet bevat de bepaling datde financiële verordening in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel l9 geeft invulling aan deze plicht. Het artikel bevat kaders voor het financieringsbeleid De kaders voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 22.
ln aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten. Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële
participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet Fido). Daarbij bepaalt art¡kel 160, tweede lid, van de Gemeentewet, dat een besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders heeft
kunnen brengen. Het tweede lid draagt het college op bU het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal zo mogelijk
zekerheden te bedingen om zo het financiële risico waaraan de gemeente bloot komt te staan te
verminderen. Dit is zeker als het om grote bedragen gaat, iets om op te letten. Het derde lid draagt het college op om, als er geen zekerheden kunnen worden bedongen, vooraf een voorstel voor te leggen aan de raad. Het vierde lid bepaalt dat het college de bevoegdheid wordt gegeven om nadere richtlijnen op te
stellen. Het college heeft hier al gebruik van gemaakt door vaststelling van het treasurystatuut. Deze aanvullende richtlijnen worden ter informatie aan de raad aangeboden. Het vijfde lid draagt het college op om de raad (op hoofdlijnen) te informeren over de uitvoering van
het treasurybeleid via de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening. ln aanvulling op de
informatieplicht, die in het zesde lid geregeld wordt, geldt dat er voor het verstrekken van leningen of kapitaal budget benodigd is en daarom een raadsbesluit. Ook voor het garanderen van leningen, waar onvoldoende zekerheden voor verkregen kunnen worden, is een raadsbesluit nodig.
21
Artikel 20. Paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft in de artikelen l6 tot en met
2l aan wat er in de paragrafen moet staan. De verplichte paragrafen zijn momenteel:
a) b) c) d) e) f)
Verbonden partuen
9)
Grondbeleid
Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering
ln het eerste lid is aangegeven dat minimaal de verplichte paragrafen zijn opgenomen, als ook een paragraaf Subsidies. Het gaat hierbij om door de gemeente verstrekte subsidies. Als de raad voor andere onderwerpen een aparte paragraaf wenst, is dit mogelijk. ln verband met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording heeft de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en jaarstukken ookeen grotere rol gekregen. De commissie BBVdoet hierovereen aantal stellige uitspraken:
-
Het college geeft in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op alle añrvijkingen die in de
rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afiruijkingen in de toekomst te voorkomen.
-
Als de normen uit de gids proportionaliteit veelvuldig niet nageleefd worden of slecht gedocumenteerd en/of gemotiveerd zijn, dan moet het college hierover rapporteren via de parag raaf bed rijfsvoe ri n g.
-
Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet Fido en de bijbehorende ministeriële regelingen moeten worden opgenomen en toegelicht in
de paragraaf bedrijfsvoering. Overigens adviseert de commissie BBV ook om afspraken te maken tussen raad en college over de
wijze waarop met niet financiële onrechtmatigheden wordt omgegaan. Daarnaast adviseert de commissie BBV om geconstateerde fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf
bedrijfsvoering. Bovenstaande stellige uitspraken en adviezen zijn verwerkt in artikel lO van de financiële verorden i ng. De raad kan ervoor kiezen om een rapportagegrens vast te leggen voor het toelichten van
onrechtmatigheden in de paragraaf bedrijfsvoering Zie toelichting artikel 10. Het college moet in de paragraaf bedrijfsvoering een nadere toelichting geven op alle añruijkingen die in de
rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens overschrijden De rapportagegrens kan ook bestaan uit kwalitatieve criteria (bijvoorbeeld añruijkingen die geregeld
voorkomen).
22
Artikel 2l . Administratie Onder artikel 21 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke
administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging ervan moeten voldoen.
Artikel 22. Financiële organisatie Artikel 22 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie aan en draagt het college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze bevoegdheid betreft ook het steflen van regels voor de financiële organisatie, blijkt uit het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het Nader rapport
uit 2003 over de wijziging van artikel 212 Cemeentewet. Artikel 22 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie het college beleid en interne regels moet stellen. Om hier invulling aan te geven ligt het voor de hand dat het college een organisatiebesluit, een budgethoudersregeling en een treasurystatuut (zie ook artikel 19, lid 5) vaststelt en dat het college de volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de (extracomptabele) kostentoerekening vastlegt. Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht worden aan het
inkoopbeleid en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden. ln geval van fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het bijvoorbeeld om het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. De toetsing op
misbruik en oneigenlijk gebruik maakt onderdeel uit van de periodieke interne controle op de uitvoering van de gemeentelijke regelingen en werkprocedures (artikel 23). De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Ze creëren de
randvoorwaarden waarop de interne controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening.
Artikel 23. lnterne controle De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke
financiën. Het eerste lid draagt het college op maatregelen te treffen, zodat gedurende het jaar of voorafgaand aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een
getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutat¡es ten grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen. Het tweede lid bepaalt, dat het college maatregelen treft, zodat wordt gecontroleerd of de
administratie van materiële bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de administratie van het financieel vermogen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen,
23
geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk
bezit. Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd. Daarnaast is geregeld dat minimaal eens in de 4 jaarwordt gecontroleerd of de administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen overeenkomt met het daadwerkelijke bezit.
Artikel 24. Inwerkingtreding De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212van de Cemeentewet i
ngestelde verordening.
Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een kalenderjaar. ln begrotingsjaar t worden de jaarstukken uit het begrotingsjaar
t-l vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor
het jaar t en wordt tot slot de begroting voor het jaar t+l vastgesteld. De nieuwe verordening is van
toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar t en later. De oude
verordening is ondanks het intrekken nog wel van toepassing op dejaarstukken van het begrotingsjaar
t-l en de begroting en jaarstukken van het jaar t. Hiervoor is in het artikel een overgangsbepaling opgenomen. De nieuwe verordening 212 Cemeentewet moet binnen twee weken na vaststelling door de raad naar
Gedeputeerde Staten worden verzonden (artikel 214 Cemeentewet).
Artikel 2 5. Overgangsbepalingen Op basis van de oude verordening zijn door het college nadere richtlijnen en/of voorschriften en/of documenten opgesteld (bv. treasurystatuut). Om ervoor te zorgen dat deze richtlijnen/