GETEKEND RAADSBESLUIT Aanpassing Financiële verordening gemeente Moerdijk
Tekst van het document
ge meenfe
Moerdük
RAADSVOORSTEL Onderwerp: Aanpassing Financiële verordening gemeente Moerdijk Verantwoordelijke portefeuillehouder(s) Datum commissiebehandeling Datum raadsbehandeling Agendanummer Fase raadsbehandeling Zaaknummer
C.J.A. van Dorst MBA 2O januari 2022
3 februari 2022 0802 Besluitvormend 337449
Stukken ter inzage: Financiële verordening gemeente Moerdijk Tabel met wijzigingen per artikel (huidige - nieuwe Financiële verordening)
1. 2.
Gevraagd raadsbesluit
1. De Financiële verordening gemeente Moerdijk vast te stellen; 2. De Financiële verordening, vastgesteld op 1 november 2018, in te trekken (Publ ieks)Samenvatti ng ln 2021 is de budgetcyclus geëvalueerd vanuit de vraag of het totale proces rondom de P&Cproducten kan worden geoptimaliseerd en/of vernieuwd, en zo ja op welke wijze. Met de optimalisatie wordt een aantal verbeteringen doorgevoerd met betrekking tot het budgetcyclusproces en worden ervaren knelpunten opgelost. De optimalisatie van de P&C-cyclus heeft ook gevolgen voor de Financiële verordening. Behalve de actualisatie als gevolg van de optimalisatie zijn er ook aanpassingen doorgevoerd vanwege enerzijds tekstuele verduidelijkingen en anderzijds het gegeven dat enkele bepalingen inm iddels wettelijk zijn geregeld. Naar ven¡vachting moet met ingang van de jaarrekening 2022het college verantwoording afleggen over de rechtmatigheid. Het rechtmatigheidsoordeel, dat tot op heden wordt afgegeven door de accountant, zal dan worden afgegeven door het college. De accountant blijft wel toetsen of het rechtmatigheidsoordeel van het college klopt. Deze voorgenomen wetswijziging heeft tot gevolg dat de Financiële verordening moet worden aangepast c.q. aangevuld. Het wetsvoorstel is nog niet aangenomen en kan derhalve nog wijzigen.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft aangekondigd om met een aangepaste modelverordening te komen, waarin de gevolgen van de rechtmatigheidsverantwoording zijn verwerkt, zodra de wet definitief is. Omdat het wetsvoorstel nog kan wijzigen zullen de eventuele wijzigingen in de Financiele verordening met betrekking tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording aan de raad worden voorgelegd, zodra de wetswijziging definitief wordt.
1
gem ffnfe
aa
Moerd U k
lnleiding: reden van het voorstel Aanleidinq ln 2021 is de budgetcyclus geëvalueerd vanuit de vraag of het totale proces rondom de P&Cproducten kan worden geoptimaliseerd en/of vernieuwd, en zo ja op welke wijze. Uit de evaluatie kwam een aantal knelpunten en verbeterpunten met betrekking tot het budgetcyclusproces naar voren die gevolgen hebben voor de Financiële verordening. Verder konden enkele bepalingen vervallen omdat deze inmiddels wettelijk zijn geregeld en zijn enkele formuleringen verduidelijkt. Belanq Het is van belang de Financiële verordening van de gemeente Moerdijk actueel is en voldoet aan de wet en eenduidig en op een efficiënte wijze uitvoerbaar is. Centrale vraaq ls de nu voorliggende Financiële verordening voldoende helder en sluit deze aan bij de gewenste werkwijze binnen de gemeente Moerdijk?
Beoogd maatschappelijk resultaat. De nu voorliggende verordening moet afgestemd zijn op de wettelijke voorschriften en op de gewenste werkwijze binnen de gemeente Moerdijk.
Kaders Besluit begroting en beantwoording (BBV) Kad ernota rechtmati gh eid 2022) Model Financiële verordening van de VNG
Argumenten Pro ln het eerste kwartaal 2021 heeft een evaluatie van de P&C-cyclus plaatsgevonden, waarbij ook (een delegatie vanuit) uw raad is betrokken. Betrokkenen hebben vanuit een positieve insteek knelpunten en verbetervoorstellen aangedragen. Positief is daarbij ook dat uit de raadsbijeenkomst op 28 januari 2021 naar voren kwam dat de raad achter het voorstel staat om in te zetten op een werkwijze die meer efficiënt is voor de organisatie, met als uitgangspunt dat de kwaliteit van de P&C-producten gehandhaafd blijft. De evaluatie heeft geresulteerd in een rapport met een reeks aan optimaliseringsvoorstellen. Zowel de ambtelijke organisatie als het college heeft de rapportage en de hierin door de projectgroep aangedragen verbetervoorstellen omarmd. De resultaten van de evaluatie en het vervolg zijn in de raadsbijeenkomst van25 november 2021 teruggekoppeld richting uw raad. Hierbij is op hoofdlijnen een toelichting gegeven op de resultaten van de evaluatie van de P&C cyclus, de geconstateerde verbeterlijnen, de geprioriteerde verbeteracties en de aanpak hiervan. Enkele verbetervoorstellen zijn overigens reeds bij de raad bekend, aangezien deze al zijn geïmplementeerd in de P&C cyclus 2021. Bijvoorbeeld om de raad nadrukkelijker en eerder te betrekken bij het opstellen van de Kadernota en het opstellen van een 1e bestuursrapportage.
Naar ven¡vachting moet met ingang van de jaarrekening 2022het college verantwoording afleggen over de rechtmatigheid. Het rechtmatigheidsoordeel, dat tot op heden wordt afgegeven door de accountant, zal dan worden afgegeven door het college. De accountant blijft wel toetsen of het rechtmatigheidsoordeel van het college klopt. Deze voorgenomen wetswijziging heeft tot gevolg dat de Financiële verordening moet worden aangepast c.q. aangevuld. Het wetsvoorstel is echter nog niet vastgesteld en kan derhalve nog wijzigen.
2
ge meenff
Moerdijk
De VNG heeft aangekondigd om zodra de wet definitief is met een aangepaste modelverordening te komen, waarin de gevolgen van de rechtmatigheidsverantwoording zijn veruverkt. De latere behandeling van het wetsvoorstel en de onzekerheid of het wetsvoorstel nog gewijzigd gaat worden hebben tot gevolg dat de eventuele wijzigingen in de Financiële verordening met betrekking tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording pas naar verwachting in de loop van 2022 verder
uitgewerkt kunnen worden. Aanpassinqen als qevolq van de optimalisatie van de P&C-cvclus:
Artikel 4. Kaders begroting Toegevoegd is dat het college de raad betrekt bij de voorbereiding van de Kadernota. Hierdoor kan de raad beter invulling geven aan zijn kaderstellende rol en wordt de raad ook uitgenodigd om zelf nieuwe ontwikkelingen aan te dragen. Het nieuwe proces heeft tot gevolg dat de Kadernota niet meer voor 1 juni kan worden aangeboden aan de gemeenteraad. Deze datum is derhalve geschrapt uit de verordening. Artike I 5. Autorisatie begroti ng e n i nve steri ngskred iete n
De aparte kwartaalrapportages, die een extra belasting met zich meebrengen voor de organisatie, kunnen vervallen. ln het oude lid 6 was geregeld dat het college de raad per kwartaal via een raadsinformatiebrief informeert over (venvachte) añryijkingen van geautoriseerde investeringskredieten. De kredietbewaking is inmiddels dusdanig geintegreerd in de P&C-cyclus, waarbij eventuele aflruijkingen worden veruverkt via de tussentijdse rapportages, dat we meer in controlzijn gekomen en er vertrouwen is vanuit college en raad. Om het proces met betrekking tot de stelpost efficiënter in te richten is in het nieuwe lid 4 bepaald, dat voor éénmalige uitgaven en exploitatie-uitgaven, die in de stelpost nieuw beleid van de begroting zijn opgenomen, het budget bij de vaststelling van de begroting beschikbaar wordt gesteld. Dit gebeurt door middelvan het bijbehorende raadsvoorstel 'vaststellen (meerjaren)begroting'. Artike I 6. IussenfiTdse ra pportage
Dit artikel gaat over de tussentijdse rapportages oftewel de bestuursrapportages. Conform de werkwijze van de afgelopen twee jaar wordt nu in de Financiële verordening een onderscheid gemaakt tussen de beide bestuursrapportages. ln de 1e bestuursrapportages wordt op hoofdlijnen gerapporteerd over de financiële afwijkingen, de zogenaamde bestuursrapportage light. En de 2e bestuursrapportage wordt op programmaniveau op afrruijkingen van de begroting gerapporteerd, zowel beleidsmatig als financieel, onder vermelding van de financiéle effecten. De grens waarboven in ieder geval financiële afwijkingen op lasten en/of baten dienen te worden toegelicht is opgetrokken van € 40.000 naar €.50.000. Dit is een minimale grens. Kleinere afiruijkingen die politiek gevoelig zijn zullen ook worden gerapporteerd en uiteraard is de hoofdregel dat er geen geld wordt uitgegeven waarvoor geen budget is. Het optrekken van de rapportagegrens heeft als voordeel dat de informatiewaarde van de bestuursrapportage wordt verhoogd, doordat gefocust wordt op de belangrijkste verschillen.
Overiqe wiiziginoen Financiële verordeninq: Oude artikel 10 Voorziening voor oninbare vorderingen Het oude artikel 10 inzake de voorziening voor oninbare vorderingen kan vervallen, aangezien deze bepalingen geregeld zijn in het Besluit begroting en verantwoording en integraalonderdeel uitmaken van het opstellen van de jaarrekening. De berekening van de omvang wordt mede bepaald door de richtlijnen die vanuit de accountant worden gegeven en gehanteerd bij de beoordeling van de jaarrekening. Het is derhalve niet nodig hier in de Financiële Verordening bepalingen voor op te nemen.
3
øerneente eM
oerd[jk
Tot slot zijn in de artikelen tekstuele aanpassingen gedaan als het gaat om begrippen die niet meer in de praktijk worden gehanteerd of het in een meer logische volgorde plaatsen van de bepalingen. Zo zijn enkele bepalingen vanuit artikel 5 (autorisatie van budgetten) naar artikel 6 (tussentijdse rapportages) verplaatst. De actualisatie van de Financiële verordening is besproken in de rekeningcommissie. De commissie heeft een positief advies uitgebracht. Contra Het nadeel van nu de Financiële verordening aanpassen is dat de wijzigingen als gevolg van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, die naar veruvachting voor 2022 in zal gaan, nog niet volledig zijn veruverkt. De Financiële verordening zal hierdoor de komende tijd nog een keer moeten worden aangepast. We weten echter niet wanneer het wetsvoorstel definitief wordt en de VNG met een nieuwe, geactualiseerde modelverordening komt. De evaluatie van de P&C-cyclus en de huidige werkwijze vragen nu al om aanpassing van de Financiële verordening, hetgeen duidelijkheid biedt voor raad, college en organisatie. Alternatieven De voorgestelde wijzigingen nog niet doorvoeren, maar wachten op de definitieve wetgeving met Betrekking tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording en de geactualiseerde modelverordening VNG, zodat de Financiële verordening in één keer gewijzigd kan worden.
Nadeel hiervan is dat de onderschreven wijzigingen n.a.v. de evaluatie budgetcyclus en daarmee de gewenste efficiencywinst niet meteen kunnen worden gerealiseerd. Verder kan de raad ook andere kaders stellen dan wordt voorgesteld.
Maatschappelijk draagvlak n.v.t.
Financiële consequenties Dekkinq n.v.t.
Subsidievenvervinq Er is geen subsidiemogelijkheid met betrekking tot dit onderuverp.
Gommunicatie De Financiële verordening wordt na vaststelling gepubliceerd
4
ge mefnte
Moerdük
Realisatie: risico's, planning en evaluatie Het risico is heel reëel dat de Financiële verordening als gevolg van de definitieve wetgeving inzake de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording en de geactualiseerde modelverordening van de VNG aanpassing behoeft. Mocht de uitvoering in de praktijk en/of wettelijke voorschriften daartoe aanleiding geven, zal de verordening opnieuw tegen het licht worden gehouden. Mocht u vragen hebben over dit voorstel, dan kunt u contact opnemen van de griffier via telefoonnummer 1 4 01 68. Zevenbergen, 7 december 2021 Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, de ge de burgemeester,
c.s
5
gemeente
M oerdÜk RAADSBESLUIT Raad
van 3 februari 2022
De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 3 februari 2022
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 december 2021
gelet op artikel 212 van de Cemeentewet, BESLUIT
vast te stellen de
FINANCIËLE VERORDENING GEMEENTE MOERDUK
Hoofdstuk l.
Algemene bepalingen
Artikel l. Begripsbepal¡ng ln deze verordening wordt verstaan onder:
a.
b. c. d.
Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Moerdijk en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; lnkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;
lnvesteringen: het vastleggen van vermogen in duurzame goederen waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt; Programma: een samenhangend geheel van (deel)taakvelden, activite¡ten en geldmiddelen gericht op het bereiken van vooraf bepaalde maatschappelijke effecten, waaraan indicatoren gekoppeld
ziin:
e.
Taakveld: eenheden waarin de programma's, of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn onderverdeeld.
6
gemeenfe
aa
Moerd U k
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel2. Programma-indeling l.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode VASt.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per
2
programma vast. 3
De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
4
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen h¡ in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken I
.
Bij de begroting wordt onder elk van de programma's de begrote lasten en baten en per taakveld weergegeven. Bij de jaarstukken wordt onder elk van de programma's de gerealiseerde lasten en baten en per taakveld weergegeven.
2.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen
per i nvestering het benod i gde i nvesteringskred iet weergegeven.
3.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 2l van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
4.
ln de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
Artikel 4. Kaders begroting
l.
Het college biedt jaarlijks aan de raad een Kadernota aan met een voorstel voor het beleid en
de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjare nraming.
2. 3.
Het college betrekt de raad bij de voorbereiding van de Kadernota. De raad stelt de Kadernota voor I 5 juli vast.
7
gen?fenre
MoerdUk Artikel 5. Autorisatie begrot¡ng en investeringskredieten
ì. 2
3
De raad autoriseert met hetvaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma
De lasten van voorziene nieuwe investeringen worden in de begroting opgenomen bij de stelpost nieuw beleid. De raad ontvangt voor deze investeringen in het begrotingsjaar een apart raadsvoorstel, waarbij autorisat¡e plaatsvindt van de benodigde middelen.
ln tegenstelling tot hetgeen bepaald is in lid 2 worden vervangingsinvesteringen bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. De lasten gemoeid met deze vervangingsinvesteringen worden verwerkt op het bij het onderwerp behorende programma.
4
Voor éénmalige uitgaven en exploitatie-uitgaven die in de stelpost nieuw beleid zUn opgenomen kan in het raadvoorstel 'vaststellen (meerjaren)begroting' een voorstel worden gedaan deze gelijktijdig met het vaststellen van deze begroting beschikbaar te stellen.
5
Het college is gemachtigd, om in uitzonderingsgevallen zonder voorafgaand raadsbesluit, de belangen van de gemeente, naar de inzichten op dat moment, zo goed mogelijk te behartigen. Deze omstandigheden ziin aan de orde indien het gemeentebelang in een bepaalde situatie (mogelijke) nadelige gevolgen zou oplopen indien geen beslissing kan worden genomen en ingrijpen geen uitstel duldt. Deze uitzonderingsgevallen worden betiteld als "brandzaak" en terstond na het collegebesluit gemeld aan de raad.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages I
.
Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 maanden (l e bestuursrapportage) en de eerste
8 maanden (2e bestuursrapportage) van het lopende boekjaar.
2.
Het college informeert de raad via de tussentijdse rapportages over (verwachte) afwijkingen
van de door de raad geautoriseerde lasten en baten per programma en geautoriseerde investeringskredieten. Het college doet daarbij voorstellen voor bijstelling van het budget en/of voor bijstelling van het beleid. Deze voorstellen worden via een raadsvoorstel omtrent de tussentijdse rapportages voorgelegd aan de raad.
3.
ln aanvulling op lid 2 is voor afwijkingen groter dan € 100.000 per gebeurtenis, zowel voor investeringskredieten als exploitatiebudgetten, vooraf een raadsbesluit nodig, uitgezonderd afwijkingen waar de gemeente geen invloed op heeft. Er mag pas opdracht gegeven worden tot uitvoering van deze hogere uitgaven, nadat de raad hiermee heeft ingestemd.
4.
ln de I e bestuursrapportage wordt op hoofdlijnen gerapporteerd over de financiële afiruijkingen.
5.
ln de 2" bestuursrapportage wordt op programmaniveau, zowel beleidsmatig als financieel, gerapporteerd op añ,vijkingen van de begroting, onder vermelding van de financiële effecten. Financiële afwijkingen op lasten en/of baten van € 50.000 of hoger dienen in elk geval te worden toegelicht.
I
oemtente ¿M oerdijk Artikel 7. lnformatieplicht Het college besluit niet over de verkoop van goederen groter dan € 50.000, dan nadat de raad is
geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Artikel 8. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van
gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad. De lasten gemoeid met een bijdrage in het EMu-tekort worden in de eerstvolgende tussentijdse rapportage en/of jaarreken ing verwerkt.
Hoofdstuk 3. Financieel beleid Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste act¡va
.
lmmateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals opgenomen in de 'Not¡tie Waarderings- en Afschrijvingsbeleid gemeente Moerdijk'.
2.
Het college biedt de raad deze notitie ter vaststelling aan in het eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen.
I
Artikel 10. Reserves en voorzieningen
l.
ln de begroting en de jaarrekening vindt toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de programma's plaats (bespaarde rente).
2.
Het college biedt de raad in het eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen, een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt:
a. b.
de vorming en besteding van reserves; de vorming en besteding van voorzieningen.
Artikel I l. Tarieven goederen, werken en diensten I
.
Voor het bepalen van het tarief van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden
geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostprijsberekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen en reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
9
remeente gM 2
oerdÜk
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor
de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden
daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de oninbaar-verklaringen betrokken. 3.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën l.l Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 lngeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken,
diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën l.l Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 lngeleend personeel. 4
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende en kortlopende geldleningen en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.
Artikel 12. Vaststelling hoogte tar¡even belastingen, rechten, heffingen en prijzen
l.
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor
de belastingen, rechten en heffingen.
2. 3.
Het bepalen van de hoogte van alle overige prijzen is voorbehouden aan het college. Het college biedt de raad in het eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de
gemeenteraadsverkiezingen, de nota grondbeleid aan, waarin het grondprijzenbeleid is opgenomen. Het grondprijzenbeleid bevat de methodieken waarop de vaststelling van de grondprijzen is gebaseerd.
Artikel I 3. Financieringsfunctie
l. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste drie prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd en
b.
Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel I , onder
c, van de Wet financiering decentrale overheden.
2. Het aangaan en verstrekken van leningen, het uitzetten van middelen en het verlenen van garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Tot de publieke taak behoren:
a. b.
transacties metsocialewerkvoorzieningsschappen; transacties in het kader van publiek-private-samenwerking;
10
gemeente
M oerdÜk c. d. e. f. S. h.
deelname in verbonden partuen (gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen); transacties in het kader van de Gemeentelijke Kredietbank;
stimuleringsregeling kwaliteitsimpuls bestaande particuliere woningvoorraad; startersleningenwoningbouw(naastvoorheen VROM-startersleningen); stimuleringsregeling kwaliteitsimpuls bestaande sportaccommodaties; achtervang voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (W.S.W.) ten behoeve van len ingen woningbouwverenigi n g ;
i. j.
leningen in het kader van de verordening Moerdijks Restauratie Fonds en overige instellingen waartoe de raad besluit.
3. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college zekerheden.
4' lndien er geen zekerheden kunnen worden bedongen zal het college vooraf een voorstel voorleggen aan de raad.
5. Het college kan voor de uitvoering van de financieringsfunctie in een treasurystatuut nadere richtlijnen vaststellen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Deze richtlijnen worden voor kennisgeving aan de raad aangeboden.
6. Het college informeert de raad over de uitvoering van het treasurybeleid middels de financieringsparagraaf in de begroting en jaar rekening.
Hoofdstuk 4. Paragrafen Artikel 14. Paragrafen I
.
ln de begroting en de jaarrekening worden minimaal de verplichte paragrafen opgenomen, alsmede een paragraaf Subsidies. De verplichte paragrafen staan vermeld in het "Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)".
2.
ln de paragrafen wordt een toelichting gegeven en verantvvoording afgelegd over het gevoerde beleid. Het college gaat daarbij in op tenminste de verplichte onderdelen per paragraaf zoals deze in het BBV zijn opgenomen.
3.
lndien gewenst kan de raad besluiten om (eventueel tijdelijk) over aanvullende zaken in de paragrafen te worden geïnformeerd. Deze aanvulling zal dan vervolgens onderdeel uitmaken van de toelichting en verantwoording in de paragrafen.
4.
ln het geval dat voor de verplichte paragrafen specifieke beleidsnota's door het college en/of de raad zijn vastgesteld worden de uitgangspunten en afspraken overgenomen in de begroting. Bij de jaarrekening zal hier mede verantwoording over worden afgelegd. Tevens bereidt het college voorstellen tot aanpassing van de beleidsnota's voor, indien op grond van gewijzigde omstandigheden of anderszins daar aanleiding toe is.
11
qemeenfe 9M
oerdijk
Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel I 5. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
a.
Het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en i n de organisatie-eenheden???;
b.
Het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten ;
c.
Het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
d.
Het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke
productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
e.
Het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving en
f.
De controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende
informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel I 6. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor:
a. Een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de organisatie-eenheden;
b. Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelUkheden; c. De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
d. De interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorzieni ng van de fi nancieringsfu nctie;
e. De te maken afspraken met de organisatie-eenheden over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
f. De kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden;
S. Het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten en
12
qemeente vM
oerdük
h. Het treffen van voldoende maatregelen binnen de gemeentelijke regelingen en werkprocedures ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke
regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Artikel I 7. Interne controle I
. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onderavan de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 2l 3, derde lid, onder b van de Cemeentewet, voor de jaarlijkse ¡nterne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.
2. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij añruijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel I 8. lnwerkingtreding I
. Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot en met I januari 2022.
2. De "Financiële verordening gemeente Moerdijk" vastgesteld op I november 201 8, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening.
3. Deze verordening wordt aangehaald als de Financiële verordening gemeente Moerdijk.
13
semeeiiñ
oerdük
Artikel I 9. Overgangsbepalingen De intrekking van de verordening genoemd in artikel I I lid 2 heeft geen gevolgen voor de geldigheid
van op basis van die verordening nader vastgestelde voorschriften en/of richtlijnen en/of opgestelde documenten, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 3 februari 2022
De griffier,
orli De voorzitter,
14
ge meente
Moerdük
Toelichtino oD de artikelen Financi le verordenino oemeente Moerdiik Artikel I . Begripsbepaling Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities u¡t de Gemeentewet, de Wet Fido,
het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Cemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Overige begrippen uit de verordening zijn in artikel I van de verordening gedefinieerd.
Artikel 2. Programma-indeling Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de jaarstukken. De indeling van de programma's worden bij aanvang van iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) bepaalt in aanvulling hierop dat de taakvelden aan de programma's worden toegewezen.
Het tweede lid regelt, dat de taakvelden op voorstel van het college aan de programma's worden toebedeeld. Het derde lid bepaalt, dat op voorstel van het college de raad beleidsindicatoren per programma vaststelt.
Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Wat de verplichte beleidsindicatoren zijn, volgt
uit de (ministeriële) Regeling vaststelling beleidsindicatoren door gemeenten in programma's en programmaverantwoording, welke zijn grondslag vindt in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV
Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en jaarstukken moeten worden herzien. ln de meeste gevallen ¡s dat niet raadzaam. Als de indeling en de gebruikte beleidsindicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. ln andere gevallen zUn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende. Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. ln een paragraaf wordt de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt, geïnformeerd. Het vierde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt dat de raad bij aanvang een nieuwe raadsperiode kan aangeven welke paragrafen hij nog meer wenst. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een paragraaf subsidies of een paragraaf du urzaamheid.
Artikel 3. lnrichting begroting en jaarstukken ln dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting en jaarrekening. Het artikel schrijft voor, dat de baten en lasten onder de programma's in de begroting en jaarrekening per taakveld (verplicht via BBV) worden weergegeven. ln het tweede lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt, d.w.z. door te bepalen dat van de nieuwe investeringen per i
nvestering het benod igde investeringskrediet wordt weergegeven.
Het derde lid bepaalt, dat in aanvulling op het bepaalde in het BBV de gevolgen van de begroting en meerjarenraming voor de gemeentelijke schuldpositie inzichtelijk worden gemaakt.
15
gtmeente JM
oerdijk
ln het vierde lid wordt voor de jaarrekening het inzicht in de uitputting van investeringskredieten geregeld.
Artikel 4. Kaders begroting Artikel 4 biedt de kaders voor het opstellen van de begroting en de meerjarenram¡ng. Dit ¡n aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 van de Cemeentewet en het BBV. Bepaald wordt dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen van de begroting een nota vaststelt,
waarin de hoofdlijnen voor het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. ln het artikel wordt eveneens geregeld dat de raad vooraf betrokken wordt bij de voorbereiding van de Kadernota. De kaders geven richting aan het college voor het opstellen van de begroting en de meerjarenram ing.
Artikel 5. Autorisatie begroting en ¡nvester¡ngskred¡eten Artikel 5 bevat nadere regels voor de autorisatie van de baten en lasten in de begrot¡ng en van de investeringskredieten. Het doel van dit artikel is dat de raad tijdig keuzes kan maken inzake het beschikbaar stellen van budgetten en grip kan houden op de gemeentelijke financiën. Op grond van artikel I89 van de Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. Cedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel I92 van de Gemeentewet besluiten nemen voor hetwijzigen van de begroting. De raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Autorisatie van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van programma's. Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Van de voorziene investeringen, die bekend
zijn ten tijde van opstellen van de begroting, worden de lasten verwerkt op de'stelpost nieuw beleid'. Deze middelen komen pas beschikbaar, nadateen afzonderlijkvoorstel aan de raad is gedaan en de raad hiermee heeft ingestemd. ln het derde en vierde lid is geregeld dat respectievel¡k éénmalige uitgaven en exploitatie-uitgaven die in de stelpost nieuw beleid zijn opgenomen en vervangingsinvesteringen bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting worden geautoriseerd. Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid om in uitzonderlijke situaties af te wijken van de bepalingen in dit artikel. Een uitzonderlijke situat¡e wil zeggen als ingrijpen geen uitstel duldt, omdat anders het gemeentebelang wordt geschaad, de zogenaamde brandzaken.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad zijn de tussenrapportages oftewel de bestuursrapportages. Op basis van tussenrapportages wordt de raad geinformeerd over de
uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van het beleid (eerste lid). Er is gekozen voor 2 rapportages. Het college dient (venvachte) afwijkingen van de geautoriseerde baten, lasten en investeringskredieten via de tussentijdse rapportages te melden aan de raad. Verder is geregeld dat het college daarbij via een raadsvoorstel behorende bij de tussentijdse rapportage voorstellen doet aan de raad hoe om te gaan met de afwijkingen (bijstelling budget en/of bijstelling beleid).
16
oemeente \tM
oerdijk
ln aanvulling daarop is in het derde lid geregeld, dat er voor afwijkingen groter dan € 100.000 altijd vooraf een raadsbesluit nodig is, tenzij het afiruijkingen betreft waar de gemeente geen invloed op heeft. ln de l" bestuursrapportage wordt op hoofdlijnen gerapporteerd over de financiële afiruijkingen en in de 2" bestuursrapportage wordt op programmaniveau zowel beleidsmatig als financieel gerapporteerd op afrruijkingen van de begroting, groter dan € 50.000. De grens om afwijkingen te melden is een minimale grens. Daarbij is het van belang dat afwijkingen die lager zijn dan € 50.000, maar wel politiek relevant, in ieder geval ook dienen te worden toegelicht. De planning van de deze rapportages is erop gericht dat de informatie van de le bestuursrapportage beschikbaar is bij de behandeling van de Kadernota en de informatie van de 2e bestuursrapportage beschikbaar is bij de behandeling van de begroting.
Artikel 7. Informatieplicht ln artikel 7 van de financiële verordening is een nadere invulling van de informatieplicht van het college aan de raad opgenomen. Het betreft een uitwerking van het vierde lid van artikel 169 van de Cemeentewet. Dat artikel verplicht het college vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen de raad inlichtingen te verstrekken, indien de raad daar om verzoekt of indien de uitoefening van deze bevoegdheden van het college ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. ln artikel 7 verzoekt de raad het college om informatie vooraf aan het aangaan van een rechtshandeling met een financieel gevolg, d.w.z. de verkoop van goederen groter dan € 50.000. Onder goederen worden verstaan: (roerende en onroerende) zaken en vermogensrechten. E.e.a. conform art. I van het derde boek van het burgerlijk wetboek. Dit artikel ontslaat het college niet van de informatieplicht in andere gevallen Ook moeten besluiten van het college voor het doen van privaatrechtelijke rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door de raad is uiteengezet. Het artikel schept slechts duidelijkheid tussen het college en de raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken.
Artikel 8. EMU-saldo Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMu-tekort door de gezamenlijke gemeenten overschreden dan kan dat tot een correct¡eve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt door vertaald. Maar het kan ook zijn dat de overschrijding niet erg is.
Cemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken.
ln het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een overschrijding van het toegestane EMu-tekort voor alle gemeenten. Mocht de beschreven situatie zich voordoen zal het college de raad informeren via de tussentudse rapportages of via een afzonderlijke
17
gemefnfe
M oerdijk raadsinformatiebrief (afhankelijk van de omvang van de overschrijding). De lasten gemoeid met een bijdrage in het EMU-tekort worden via de jaarrekening verwerkt.
Artikel 9. Waardering & afschrijving vaste act¡va ln dit artikel is vastgelegd datwaardering en afschrijving van vaste activa gebeurtvolgens hetgeen staat vermeld in de Notitie Waarderings- en Afschrijvingsbeleid gemeente Moerdijk. Het tweede lid bepaalt, dat het college deze notitie eens in de 4 jaar (in eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen) aan de raad aanbiedt. Met het vaststellen van deze notitie stelt de raad de kaders vast m.b.t. het waarderings- en afschrijvingsbeleid.
Artikel 10. Reserves en voorz¡en¡ngen Het eerste lid bepaalt dat voor de toerekening van rentelasten en rentebaten in de begroting en jaarstukken een rentevergoeding over reserves en voorzieningen wordt meegenomen (bespaarde rente). ln het tweede lid is bepaald dat het college eens in de 4 jaar (in het eerste haltjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen) een nota reserves en voorzieningen aanbiedt aan de raad, waarin het beleid daaromtrent is opgenomen.
Artikel I l. Tariefberekening goederen, werken en d¡ensten Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur ¡n rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in
rekening brengt, en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. Met de herziening van het BBV met ingang van 2017 moeten de overheadkosten apart worden verantvvoord. Ze worden bij de gemeente niet meer
doorberekend aan de taakvelden. Daarmee vervalt de mogelijkheid om de integrale kostprijzen in de administratie van de baten en lasten in beeld te brengen. De kostprijzen moeten daarom extracomptabel worden berekend en vastgelegd. Het eerste lid van artikel Ì I bepaalt, dat de kostprijsberekeningen extracomptabel worden vastgelegd en dat de kostprijzen bestaan uit de directe kosten en een opslag voor de overhead en voor de rente over de inzet van eigen en vreemd vermogen. Het tweede lid bepaalt, dat ook bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa worden betrokken bij de kostprijsberekening. voor de gemeentelijke rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht zoals de rioolheffing, worden in de kostprijsberekening ook de compensabele BTW en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid meegenomen. Het derde lid geeft de definitie van de kostenverdeelsleutel voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijzen van rechten en heffingen waarmee de gemeente kosten in rekening brengt zoals de afvalstoffenheffing, en voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijzen van goederen, werken en diensten die door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden geleverd.
Er wordt voor de toerekening van de overheadkosten bepaalt, dat deze plaatsvindt naar rato van het aandeel van de personeelslasten inclusief inhuur derden in de totale personeelslasten inclusief inhuur derden.
18
ge mffntt
Moerdük
Artikel 12. Vaststelling tarieven hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een bevoegdheid van de raad. Deze
bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel I 56 Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de tarieven voor de belastingen, rechten en leges jaarlijks vaststelt. Het bepalen van de hoogte van alle overige prijzen is voorbehouden aan het college. Dit is geregeld in het tweede lid. De raad stelt de methodiek waarop de grondprijzen worden gebaseerd, vast via de nota grondbeleid (derde lid). Deze nota wordt eens in de 4 jaar (in eerste halfjaar van het kalenderjaar volgend op het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen) door het college aan de raad aangeboden.
Artikel I 3. Financieringsfunctie Het doel van dit artikel is om aan het college kaders mee te geven ten aanzien van de financieringsfunctie en de wijze waarop de raad toezicht kan houden op de uitvoering van het treasu rybele id.
Artikel 212van de Cemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel ì 3 geeft invulling aan deze plicht. Het artikel bevat kaders voor het financieringsbeleid. De kaders voor de financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 16. ln aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en daaruit volgende besluiten en regelingen stellen heteerste lid een aantal aanvullende kaders. Zomag geen gebruikworden gemaakt van financiële derivaten. Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet Fido). ln het tweede lid wordt aangegeven welke transacties onder de publieke taak vallen. Transacties, die niet onder de publieke taak vallen, zijn het verstrekken of garanderen van geldleningen aan derden-organisaties, zoals sportverenigingen. Het derde lid draagt het college op bij het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico waaraan de gemeente bloot komt te staan te verminderen. Het vierde lid draagt het college op om, indien er geen zekerheden kunnen worden bedongen, vooraf een voorstel voor te leggen aan de raad.
Het vijfde lid bepaalt dat het college de bevoegdheid wordt gegeven om nadere richtlijnen op te
stellen. Het college heeft hier al gebruik van gemaakt door vaststelling van het treasurystatuut. Deze aanvullende richtlijnen worden ter informatie aan de raad aangeboden. Het zesde lid draagt het college op om de raad (op hoofdlijnen) te informeren over de uitvoering van het treasurybeleid via de financieringsparagraaf in de begroting en rekening. ln aanvulling op de informatieplicht, die in lid 6 geregeld wordt geldt dat er voor het verstrekken van leningen of kapitaal budget benodigd is en derhalve een raadsbesluit. Ook voor het garanderen van leningen, waar onvoldoende zekerheden voor verkregen kunnen worden, is een raadsbesluit nodig.
Artikel 14. Paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft in de artikelen l6 tot en met 2l aan wat er in de paragrafen moet staan. De verplichte paragrafen zijn momenteel:
a)
Lokale heffingen
19
gemeenfe b) c) d) e) f) S)
M oerdijk Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
ln het eerste lid is aangegeven daT minimaal de verplichte paragrafen zijn opgenomen, alsmede een paragraaf Subsidies. Het gaat hierbij om door de gemeente verstrekte subsidies. lndien de raad voor andere onderwerpen een aparte paragraaf wenst, is dit mogelijk.
Artikel I 5. Administratie Onder artikel l5 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging ervan moeten voldoen.
Artikel I 6. Financiële organisatie Artikel l6 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie aan en draagt het college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organ¡satie. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie, blijkt uit het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het Nader rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212 Cemeentewet. Artikel 16 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie het college beleid en interne regels moet stellen. Om hier invulling aan te geven ligt het voor de hand dat het college een organisatiebesluit, een budgethoudersregeling en een treasurystatuut (zie ook artikel ì 3, lid 5) vaststelt en dat het college de volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de (extracomptabele) kostentoerekening vastlegt. Bij het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding kan gedacht worden aan het inkoopbeleid en ook aan gemeentelijke inkoopvoorwaarden.
ln geval van misbruik en oneigenlijk gebruik gaat het bijvoorbeeld om het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. De toetsing op misbruik en oneigenlijk gebruik maakt onderdeel uit van de periodieke interne controle op de uitvoering van de gemeentelijke regelingen en werkprocedures (artikel I 7). De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden
waarop de ¡nterne controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening.
20
øemeente gM
oerdijk
Artikel I 7. lnterne controle De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Het eerste lid van artikel 18 draagt het college op maatregelen te treffen zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen. Het tweede lid bepaalt, dat het college maatregelen treft, zodat wordt gecontroleerd of de administratie van materiële bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de administratie van
het financieel vermoçlen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen, geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit. Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd. Daarnaast is geregeld dat minimaal eens in de 4 jaar wordt gecontroleerd of de administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen overeenkomt met het daadwerkelijke bezit.
Artikel I 8. lnwerkingtreding De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212 van de Gemeentewet ingestelde verordening.
Artikel I 9. Overgangsbepal¡ngen Op basis van de oude verordening zijn door het college nadere richtlijnen en/of voorschriften en/of
documenten opgesteld (bv. treasurystatuut). Om ervoor te zorgen dat deze richtlijnen/ voorschriften/documenten van kracht blijven is dit artikel opgenomen.
21