GEAMENDEERD Reglement van Orde voor de gemeenteraad
Tekst van het document
REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE
VERCADERINGEN EN ANDERE
WERKZAAMHEDEN VAN DE CEMEENTERAAD VAN MOERDUK De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 22 april 2021 ;
gelezen het voorstel van de voorzitter van het presidium van 2 maart 202 l; gelet op artikel l6 en I 7 (eerste en tweede lid) van de Cemeentewet; BESLUIT
vast te stellen de volgende regeling: RECLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERCADERINCEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE CEMEENTERAAD
VAN MOERDUK
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel I Begripsbepalingen ln dit reglement wordt verstaan onder:
a. amendement: voorstel van een raadslid tot wUzig¡ng van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing,
b. commissieronde: de cyclus van commissievergaderingen; c. griffier: de griffier van de raad of diens plaatsvervanger; d. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; e. motie: verklaring waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; f. subamendement: voorstel van een raadslid tot wUziging van een aanhangig amendement; g. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.
Artikel 2 De voorz¡tter De voorzitter is belast met:
a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde tijdens de vergaderingen van de raad; c. het doen naleven van het reglement van orde; Artikel 3 De griffier I . De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.
2. Bij afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. 3. lndien de griffier en de plaatsvervangend griffier alwezig zijn, kan de voorzitter een medewerker van de griffie als plaatsvervanger aanwijzen.
4. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 4 | Het pres¡d¡um
l.
Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en de
fractievoorzitte rs.
2. Elke fractievoorzitter kan een lid van zUn fractie (raadslid) aanwijzen dat hem in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies.
5. Het presidium fungeert tevens als agendacommissie. 6. Als agendacommissie heeft het presidium de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda's voor raadsvergaderingen b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies. c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel I 7, tweede lid, van de Gemeentewet en het volgende lid.
7. De vergaderingen van het presidium zijn openbaar. 8. Het beslissen over de vaststelling van procedures is met gewogen stemverhouding (aantal zetels in de raad).
Artikel 4 ll Het sen¡orenconvent
I. De raad heeft een seniorenconvent. 2. Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 3. De voorzitter kan voorstellen de secretaris en/of wethouder(s) uit te nodigen voor het sen iorenconvent.
4. Het takenpakket van het seniorenconvent bestaat, voor zover dit reglement daarin niet voorziet, uit de volgende taken:
2
5. Vervult een klankbordfunctie in die gevallen waarin de voorzitter het nodig oordeelt nadere informatie uit te wisselen welke ter bescherming van persoonlijke belangen, bedrijfsbelangen of om financiële of andere reden het belang van de gemeente, andere overheidsinstanties, bedrijven, verenigingen, stichtingen ofvan natuurlijke personen kunnen schaden als deze in het openbaar aan de orde komen; 6. Beslist, op voordracht van de werkgeverscommissie, omtrent de rechtspositionele aspecten van de
griffier;
7. ls, door tussenkomst van de werkgeverscommissie, belast met het toezicht op de uitvoering van 8.
het takenpakket en de werkzaamheden van de griffier; Elke fractievoorzitter kan een lid van zijn fractie (raadslid) aanwijzen dat hem in het sen iorenconvent vervangt.
9. De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar. ì 0. Beslist met gewogen stemverhouding (aantal zetels in de raad) over zaken.
Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden I . Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie
raadsleden.
2. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. lndien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel l8 van de Cemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. ln geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 6 Benoeming wethouders Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De
commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b,
4l b, eerste, derde en vierde lid, en 4l c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
3
Artikel 7 Fracties I . Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard,
worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.
2. Als boven de kandidatenlUst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel C 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofd st uk 2 Raadsve rgade ri n ge n
Paragraaf I Voorbereiding Artikel 8 Vergaderfrequent¡e I . De raadsvergaderingen vinden in de regel plaats eenmaal in de zes weken op de donderdag,
beginnen om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.
2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en een ander aanvangstijdstip bepalen of een andere vergaderlocatie aanwijzen. Hij voert hierover, tenzu er sprake is van een spoedeisende
situatie, overleg in het presidium.
Artikel 9 Oproep en voorlopige agenda I . De voorzitter stelt ten minste zeven werkdagen voor een raadsvergadering de raadsleden digitaal
een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken beschikbaar, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Cemeentewet bedoelde stukken. 2. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt vastgesteld, wordt deze
met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de raadsvergadering digitaal aan de leden beschikbaar gesteld.
Artikel l0 Aanvullende agenda, vaststellen agenda
l
Voordat de oproep digitaal beschikbaar wordt gesteld, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering op. 2. ln spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het beschikbaar stellen van de oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt, uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de vergadering.
4
3. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 2 5, eerste of tweede lid, van de Cemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afi,vijking van het tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
5. Een gemotiveerd verzoek tot wijziging van de agenda kan tot één werkdag voorafgaand aan de vergadering bij de griffie worden ingediend.
Artikel I I Ter inzage leggen van stukken
l.
Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het digitaal beschikbaar stellen op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het digitaal beschikbaar stellen van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Alle stukken worden op de voor de raadsvergaderingen bestemde website van de gemeenteraad geplaatst. 3. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Cemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afirijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.
Artikel l2 Openbare kenn¡sgeving Raadsvergaderingen worden openbaar bekend gemaakt door aankondiging in de Moerdrjkse Bode en op de website van de gemeente.
Paragraaf 2 Ter vergader¡ng Artikel I 3 Presentielijst
l. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artlkel l4 Aantal spreekterm¡jnen I . Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de
raad anders beslist.
2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende.
5
5. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel hetwoord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel l5 Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 2ì van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel l6 Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de
vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
Artikel l7 Spreekrecht voor burgers
l.
Bij aanvang van de raadsvergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal
vijftien minuten het woord voeren over niet geagendeerde onderwerpen.
2. Het woord kan niet gevoerd worden: a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter open staat of heeft opengestaan; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht op grond van artikel 9:l van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk voor I 2 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam en adres en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
Paragraaf 3 Stemmingen Artikel I 8 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.
6
Artikel I9 Beslissing
l.
De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Artikel 20 Stemming; procedure hoofdelijke stemming
L
De voorzitter vraagt de raadslede n of zij stemming verlangen. ls dit niet het geval dan stelt de
voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zrj geacht willen worden te hebben
tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan
mededeling aan de raad.
4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Cemeentewet n¡et aan de stemming behoren deel te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 2l Volgorde stemming over amendementen en mot¡es
L Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of su bamendement
gestemd.
4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
7
Artikel 22 Stemming over personen I . Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of
aanbevelingen, benoemt de voorzitter twee raadsleden tot stembureau. 2. Een persoon op wie gestemd kan worden, kan bindend of niet-bindend worden voorgedragen. Bij een bindende voordracht heeft de raad keuze tussen de personen die op het stembrierje vermeld zijn. Bij een niet-bindende voordracht (aanbeveling) mag de raad afwijken van een voorstel.
3. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzu zU overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming behoren deel te nemen.
4. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 5. ln geval van tw|fel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de
voorzitter.
6. Onder de zorg van de griffier worden de stembr¡erjes na de vergadering vernietigd.
Paragraaf 4 Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 23 Besluitenlijst
L De griffier draagt zorg voor besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
b. een aantekening van welke raadsleden afiruezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zun geweest; d. een korte weergave van het genomen besluit; e. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
f.
de tekst van de ter vergadering ingediende (burger)initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen (deze worden als bijlage bij de besluitenl ijst gevoegd);
S. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel I 5 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
3. De leden, de voorz¡tter en de overige deelnemers aan de beraadslagingen hebben het recht een voorstel totwUziging aan de raad te doen, indien de concept besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot wijziging dient uiterlijk twee werkdagen voor aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de griffie te worden ingediend. 4. Een concept besluitenlijst wordt gelijktijdig met de beschikbaarstelling voor de raadsleden, verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 5. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. 8
6. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.
7. Als besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website van de gemeente geplaatst.
8. Elke raadsvergadering wordt rechtstreeks via het internet uitgezonden in beeld en geluid. Deze opname blijft na de raadsvergadering via internet voor een periode van vier jaar beschikbaar.
Artikel 24 lngekomen stukken, raads¡nformatiebrieven
l.
Bij de raad ingekomen brieven, waaronder raadsinformatiebrieven van het college aan de raad, worden direct na binnenkomst via de website beschikbaar gesteld, met daarbij een voorstel van de griffier met betrekk¡ng tot de afdoening. 2. Binnen een periode van twee weken na plaatsing op de website heeft elk raadslid het recht om aan de griffier kenbaar te maken waarom het afdoeningsvoorstel anders zou moeten zijn dan voorgesteld. ln dat geval legt de griffier de brief en het voorstel van het raadslid voor aan het presidium. Het presidium beslist over het afdoeningsvoorstel. Tot het moment van vaststelling van de conceptagenda's door de commissievoorzitters, heeft elk 3. raadslid het recht om aan de griffier kenbaar te maken dat behandeling van een ingekomen brief of raadsinformatiebrief in één van de raadscommissies gewenst is. 4. Na afloop van elke commissieronde worden alle ingekomen brieven en raadsinformatiebrieven waarop niet door één van de raadsleden is gereageerd, conform het afdoeningsvoorstel als bedoeld in lid I afgehandeld. Behandeling van deze brieven in een commissievergadering is in dat geval niet meer aan de orde. 5. Het opstellen van een concept-antwoordbrief op een ingekomen stuk vindt zo spoedig mogelijk plaats, maar in elk geval binnen zes weken nadat de brief is ontvangen.
Als het opstellen van een concept-antwoordbrief binnen deze termijn niet kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de griffier, de raad hiervan gemotiveerd in kennis. Hierbij wordt de termUn aangegeven waarbinnen het opstellen van de concept-beantwoording zal plaatsvinden. 6. De concept-antwoordbrief wordt direct na ontvangst door de griffie via de website beschikbaar gesteld. lndien binnen twee weken na plaatsing door geen van de raadsleden kenbaar wordt gemaakt dat behandeling in de commissievergadering gewenst is, wordt de brief ondertekend en
verzonden.
Paragraaf 5 Besloten vergaderingen Artikel 25 Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
9
Artikel 26 Besluitenlijst besloten vergadering I . Concept-besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend
voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.
2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze besluitenlijst.
3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de griffier en de voorzitter ondertekend. 4. Van een besloten vergadering die alleen tot doel heeft de besluitenlijst van een vorige besloten vergadering vast te stellen, wordt geen besluitenlijst gemaakt.
Artikel 27 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en
derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Paragraaf 6 Toehoorders en pers Artikel 28 Toehoorders en pers
l.
Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
Artikel 29 Geluid- en beeldreg¡strat¡es Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 3 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 30 Amendementen en subamendementen I . Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging
van het onderwerp waarop deze betrekking hebben, in bij de voorzitter. D¡t gebeurt schriftelijk,
tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.
3. lntrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
l0
Artikel 3l Moties I . Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of
voorstel waarop het betrekking heeft.
3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders bepaalt.
4. lntrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 32 lnitiatiefuoorstellen
l
Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen tw¡ntig werkdagen nadat het in kennis is gesteld van een voorstel, schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
3. Een voorstel wordt, nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht; of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan; dan wel nadat de in het tweede lid genoemde termijn is verlopen, op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. ln dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvol gende raad svergaderi ng geplaatst.
Artikel 33 Collegevoorstel I . Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de
raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.
2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt en of voorafgaande commissiebehandeling gewenst is.
Artikel 34 lnterpellatie I
. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.
2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. Als 3. het verzoek tenminste twee werkdagen voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. ln andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.
4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
ll
Artikel 35 Schriftelijke vragen I . Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het
college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig werkdagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis. Daarbij wordt ook de termijn aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier digitaal aan de raadsleden beschikbaar gesteld. 5. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende commissievergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord
Artikel 36 lnlichtingen I . Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid en 180,
derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van dit verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen tien werkdagen nadat het verzoek is ingediend.
Artikel 37 Uitleg reglement ln gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 38 lntrekken oude reglement Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van
Moerdijk, vastgesteld bij raadsbesluit van l2 januari 201 7, wordt ingetrokken.
Artikel 39 lnwerkingtreding en c¡teert¡tel
ì. Dit reglement treedt in werking op I mei 202 I 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Moerdijk.
12
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 22 april 2021
De griffier,
A. Goslings
OJL\
De voorzitter,
J.P.M. Klijs
l3
Toe lichting
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel I Begripsbepalingen Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in het reglement herhaald moet
worden, zijn in deze bepaling begrippen eenmalig gedefinieerd. De omschrijving van de termen amendement en initiatiefvoorstel luiden hetzelfde als in de artikelen 147aen l47b van de Cemeentewet.
Artikel 2 De voorzitter De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Crondwet en artikel 9 van de
Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. ln artikel 77, eerste lid van de Gemeentewet, is bepaald dat het
langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenls van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is het oudste lid in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 2l van de Cemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitte( zorgt hrj onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.
Artikel 3 De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 Cemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). ln het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. Wanneer zowel de griffier als de plaatsvervangend griffier verhinderd zijn, kan de voorzitter een medewerker van de griffie aanwijzen als vervanger. ln het derde lid is daarover een bepaling opgenomen. ln verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het vierde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging, Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëd¡ging, woonplaats etc. zUn niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat geregeld is in de ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt. ln de instructie voor de griffier zijn de taken van de griffier uitgewerkt.
Artikel 4 I Het pres¡d¡um Het presidium heeft voornamelijk een procedurele en algemeen adviserende rol. Ze stelt de voorlopige agenda voor de raadsvergadering op, benoemt de onderwerpen voor informatieve raadsbijeenkomsten etc
ln het artikel is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelíngen doet aan de raad en besluiten neemt over de organisatie van de werkzaamheden van de raad en de commissies. Hieronder vallen taken zoals het in¡tiëren van een aanpassing van het reglement van orde, het wijzigen van het vergaderstelsel, aanbevelingen doen aan de raad ter verbetering van het functioneren van de raad
14
enzovoort. Tenslotte bepaalt het presidium welke fasen van besluitvorming een onderwerp of voorstel doorloopt. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig omdat de griffier voor de ondersteuning van
de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de gemeentesecretaris kan ook gewenst zijn, omdat de gemeentesecretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het vierde lid kan de secretaris worden uitgenodigd.
Artikel 4 ¡l Het sen¡orenconvent Tot voorheen werden de taken die nu ven¡roord staan onder artikel 4 ll behandeld in het presidium, waardoor er van een zuivere agendacommissie geen sprake meer was. Om deze reden zijn de taken 'uit elkaar getrokken' en de taken die bij de agendacommissie horen bij het presidium ondergebracht (artikel 4 ll) en de overige taken ondergebracht bij de seniorenconvent. De griffier is bij elke vergadering van het seniorenconvent aanwezig omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. HU moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. Beslotenheid van deze vergadering is van belang daar hier zaken aan de orde gesteld kunnen worden die hetzu privacy-gevoelig zijn of een zaak die nog niet rijp is voor besluitvorming.
Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V I van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model
vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Cemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Cemeentewet) betrokken worden. ln deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het
zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het is mogelijk om de leden van de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven eerder te benoemen zodat de commissie het onderzoek kan voorbereiden. ln de openbare
vergadering kan in dat geval direct worden overgegaan tot het verslag van bevindingen van de commissie.
l5
Derde lid Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van
de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.
Dit lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze ju¡st vastgesteld). ZU doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit beslu¡t is van belang om dat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluit¡ng de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn.
Vierde en vijfde lid lngevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentudse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel ì 4 van de Cemeentewet vastgelegd.
Artikel 6 Benoeming wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeftwel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadslidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 4l b en 4lc). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode pol¡tieke ambtsdragers speelt hierbij een rol. Daarnaast kan een verklaring omtrent het gedrag (VOG) worden gevraagd. De raad kan aangeven dat zij deze procedure wil volgen bij de benoeming van wethouders. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal. Het is mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure uit te laten voeren.
t6
Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn
opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de Gemeentewet). ln het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico. Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd.
Artikel 7 Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. ln de Cemeentewet in artikel 33, tweede lid,
wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. ls onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. ln een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. Vierde lid
ln de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. ln een dergelijk geval
vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. HU kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelUke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen.
Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd (d¡t laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zun stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentUds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort'dan ook niet bij een partij maar is
verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.
17
Dit betekent ook dat: kandidaten die van een kandidatenl¡jst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege strUd met de Gemeentewet en de Kieswet; personen die tussentijds van part| veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractie-afsplits¡ng en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben, te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P l9 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel C 3 van de Kieswet.
Dit is een logische voonrvaarde. lndien de nieuwe fractie wil meedoen aan de eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. BU registratie als politieke groepering wordt getoetst aan hoofdstuk G van de Kieswet, waarin staat aangegeven in welke gevallen deze registratie geweigerd wordt.
Arti kel I Vergaderfrequent¡e lngevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak als hij daartoe besloten heeft en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien tenminste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Tweede lid
Dit lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter bij het bepalen van een andere dag en een ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt met het presidium. Op deze wijze houdt het presidium ook bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie.
Artikel 9 Oproep en voorlopige agenda ln artikel 19, eerste lid, van de Cemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. ln añrvijking van deze bepaling wordt in dit reglement vastgesteld dat deze kennisgeving langs digitale weg plaatsvindt. Dit gebeurt door het opnemen van een mededeling in de dagelijkse nieuwsbrief, waarbij wordt aangegeven dat de agenda voor de raadsvergadering is gepubliceerd in de daarvoor in gebruik zijnde vergaderapplicatie.
ln de vergaderapplicatie zijn opgenomen de dag, het tfdstip en de plaats van de vergadering. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken tegelijkertijd met de oproep r8
in de vergaderapplicatie zijn opgenomen. De in artikel 26, eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd, deze stukken liggen op de griffie ter inzage en worden niet in de vergaderapplicatie opgenomen. Hiervan wordt melding gemaakt op de stukken.
Artikel l0 Aanvullende agenda, vaststellen agenda Het presidium bepaalt in zijn vergadering door tussenkomst van de griffier hoe de agenda eruit komt te
zien. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda. ln de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. ln een dergelijke situatie kan de voorzitter na het beschikbaar stellen van de digitale oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. Het vierde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Enerzijds kunnen individuele raadsleden via hun fractievoorzitter ¡n het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Anderzijds kunnen zij echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda.
lndien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de Cemeentewet niet van toepassing.
Artikel I I Ter inzage leggen van stukken Ceïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken
gelijktijdig met het verzenden van de oproep ter inzage aangeboden. Naast de fysieke terinzagelegging op het gemeentehuis en enkele andere openbare gelegenheden in de verschillende kernen van de gemeente, zullen de stukken op elektronische wijze worden aangeboden. Hiervoor kunnen belangstellenden via de gemeentelijke website het daarvoor ingerichte raadsinformatiesysteem raadplegen. Een stuk is een 'document' in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Een document houdt in
een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda's, verslag, (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in de zin van de Wob. Onder de stukken als bedoeld in het derde lid van dit artikel worden verstaan: geheime stukken en de zogenaamde 'achterliggende' stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelUke adviezen, toelichtende nota's, etc.).
lndien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen.
l9
De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter
inzage gelegd. Op verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage aan hen verlenen.
Artikel l2 Openbare kenn¡sgev¡ng Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel I9, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Hier wordt expliciet vastgelegd in welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de
aankondiging van de vergadering van de raad wordt geplaatst. lndien de kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan dient er een grondslag te zijn, zie artikel 3:12 juncto 2:l 4van de Awb.
Artikel I 3 Presentielijst De verplichting tot het hebben van een presentielUst vloeit voort uit artikel 20 van de Cemeentewet. ln dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielUst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom zorgt hij voor het bijhouden van de presentielijst en stelt hij deze samen met de voorzitter vast en ondertekent deze. Deze
ondertekening dient te waarborgen dat de lrjst volledig is en het quorum aanwezig was.
Artikel l4 Aantal spreekterm¡jnen lndien de raad van mening is dat na de tweede termUn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uítdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.
De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp (artikel 3l). De raad kan een indiener van een mot¡e, amendement of initiat¡efvoorstel voor aanvang van de discussie
over het voorstel een extra termijn geven om de motie, het amendement of het voorstel toe te lichten. Dit kan ook gelden voor een rapporteur van een commissie of raadswerkgroep. Een rapporteur kan een raadslid zijn die de resultaten van een onderzoek dat een commissie of raadswerkgroep in opdracht van de raad heeft uitgevoerd, toelicht.
20
Artikel 1 5 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artlkel 22van de Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. De raad kan op grond van artikel 3 bepalen dat de griffier deelneemt aan de beraadslagingen. De burgemeester en de wethouder(s) hebben het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste en tweede, lid van de Gemeentewet.
Artikel l6 Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter besfissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over
een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij het staken van
stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. lndien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiat¡efvoorstel gevolgd te worden (artikel 32).
Artikel I 7 Spreekrecht voor burgers Het spreekrecht voor burgers is een mogelijkheid om burgers meer te betrekken bij de gemeenteraad. Om
in te kunnen spelen op de actualiteit, wordt ook bU raadsvergaderingen de mogelijkheid tot inspreken geboden. Dit gebeurt aan het begin van de raadsvergadering. ln tegenstelling tot de commissievergaderingen, kan in raadsvergaderingen worden ingesproken over punten die niet geagendeerd zijn.
ln het tweede lid zijn de onderwerpen opgenomen, waarover het woord niet gevoerd kan worden. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Omdat inspraak over benoemingen, keuzes voordrachten of aanbevelingen van personen (de belangen van) kandidaten in de uitoefening van hun functie kunnen schaden, kunnen burgers hierover ook geen uitlatingen doen. Tenslotte kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen waarover zij op grond van artikel 9:l van de Algemene wet bestuursrecht een klacht kunnen indienen. Dit artikel uit de Awb gaat voor het spreekrecht van burgers. De burgers die wensen in te spreken moeten zich uiterlijk voor l2 uur op de dag van de raadsvergadering
melden bij de griffier. Vermelding van het onderwerp ¡s extra van belang, omdat het onderwerpen betreft die niet geagendeerd zijn. De voorzitterverdeelt de spreektijd over degenen die zich hebben aangemeld en heeft op basis van het vierde en vijfde lid de mogelijkheid om de volgorde van inspreken aan te passen evenals de lengte van de spreektijd. Op basis van artikel 23, vierde lid, wordt de besluitenlijst toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken.
21
Artikel I 8 Stemverklaring Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming begint.
Artikel l9 Beslissing De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht,
tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. lndien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de Cemeentewet.
Artikel 20 Stemming; procedure hoofdelijke stemm¡ng lndien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Cemeentewet af te wUken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zUn aangenomen. Wellicht ten overvloede verwijzen wij hierbij nog naar artikel 209, tweede lid, van de Cemeentewet, welke een hoofdelijke stemming verplicht. De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de
stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de Gemeentewet. ln alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. lndien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. ls de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
ln gemeenten kan een elektronisch stemsysteem gebruikt worden waarbij de openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid gekoppeld wordt aan het voor of tegen. Dit is te lezen op een scherm, de afdruk ervan wordt meegenomen in de verslaglegging. Deze manier van stemmen is mogelijk op grond van de Cemeentewet.
Artikel 2l Volgorde stemming over amendementen en mot¡es Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt n¡et tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Soms kan een motie dermate zwaar wegen voor een fractie dat de steun voor het gehele voorstel hiervan afhangt. Dan is het
22
nutt¡g als de raad - in de praktijk op voorstel van de betreffende fractie - kan besluiten om van de voorgeschreven stemvolgorde af te wüken.
Artikel 22 Stemming over personen Artikel 31, eerste lid, van de Gemeentewet geeft aan dat de stemming over personen geheim dient te zijn. Het is mogelijk om met elektronische stemsystemen te werken maar het reglement van orde gaat vooralsnog uit van een stemming door middel van behoorlijk ingevulde stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk ingevuld stembriefje (Kamerstukken ll 1985/86, I 9 403, nr. 3, blz. 86). ln geval van een schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet n¡et geregeld. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembrietje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d. een stembr¡etje waarbij, indien het een benoeming op bindende voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen,
e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen degenen die op de voordracht
zijn vermeld. Op de stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen perso(o)n(en) te worden vermeld met daarachter de opties 'voor' en 'tegen'. Voorbeeld van een uitslag van een stemm¡ng bij bindende voordracht: Een mogelijke uitslag van een stemming bij een bindende voordracht en een stemquorum van 25 leden zou kunnen zijn: I 5 blanco stemmen, I stem op een persoon niet vermeld op het stembriefje, 5 stemmen voor en 4 stemmen tegen de kandidaat. De stemming is geldig. De kandidaat wordt met 5 stemmen voor,
4 stemmen tegen en l6 stemmen die niet geacht worden te zijn uitgebracht voor het bepalen van de volstrekte meerderheid, benoemd. Bij een aanbeveling wordt een voorstel gedaan voor een kandidaat, die in aanmerking zou kunnen komen voor een bepaalde functie respectievelijk ambt. De raad mag afwijken van het voorstel en een andere kandidaat benoemen. Op het stembiljet noteert het raadslid de naam van de kandidaat, die hij wil benoemen. Voorbeeld van een uitslag van een stemmíng bij aanbeveling: Een mogelijke uitslag van een stemming bij een aanbeveling (is een niet-bindende voordracht) en een stemquorumvan 25 leden zou kunnen zijn:5 blanco stemmen, ì ondertekend stembriefje,5 stemmen op de voorgestelde kandidaat en l4 stemmen op één naam die niet in het voorstel is genoemd. De stemming is geldig. De persoon die niet in voorstel is genoemd wordt met l4 stemmen benoemd. ln totaal zijn er in dit voorbeeld 6 stemmen die niet geacht worden te zijn uitgebracht voor het bepalen van de volstrekte
meerderheid.
23
Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bij voorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) zou een gecombineerd stembiljet kunnen worden ontworpen.
lndien raadsleden genomineerd worden voor de functie van wethouder is er sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een voordracht. De beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming. Een voorstel tot benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de personen tot w¡e de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt" (artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Gemeentewet). Dat is echter in casu niet aan de orde, omdat er ook op een ander persoon kan worden gestemd. De aard van de stemming is derhalve van belang. Dit heeft tot gevolg dat raadsleden de mogelijkheid hebben op het stembriefje de naam van de kandidaat die hun voorkeur heeft in te vullen (die van de voorgestelde perso(o)n(en), of die van een ander). Er is in dit geval geen sprake van een voordracht of een anderszins beperkte keuze en aan de stemming mag derhalve ook worden deelgenomen door raadsleden die ter benoeming zijn voorgesteld: zij kunnen immers op het stembrieije een andere naam dan hun eigen naam invullen. De wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de raad te beïnvloeden door