CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Draadslachtofferonderzoek Wet natuurbescherming - D10009919

Commissievergadering 6 april 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vooroverlegreactie voorontwerp inpassingsplan Zuid-West 380kV Oost23.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5,47

nee

Kerkuil

2

0,21

nee

Bosuil

7

0,00

nee

Ransuil

28

2,95

nee

Paapje

32

2,53

nee

Tapuit

35

4,21

nee

Grote lijster

76

0,84

nee

Kleine karekiet

660

9,26

nee

Dodaars

18

15,58

nee

Fuut

32

10,10

nee

Roerdomp

6

1,89

nee

Blauwe reiger

32

16,21

nee

Purperreiger

5

13,26

ja

Lepelaar

1

4,00

ja

Bokje

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

33 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Knobbelzwaan

6

22,94

ja

Bergeend

31

16,42

nee

Zomertaling

14

36,84

ja

Slobeend

84

42,52

nee

Zeearend

0

0,00

ja

Visarend

0

0,00

ja

Bruine kiekendief

2

1,47

nee

Buizerd

2

0,42

nee

Slechtvalk

0

0,00

ja

Waterral

20

61,88

ja

Porseleinhoen

1

3,79

ja

Meerkoet

764

374,6 7

nee

Scholekster

265

67,15

nee

Goudplevier

454

196,60

nee

1.246

407,30

nee

Kemphaan

340

165,4 5

nee

Watersnip

291

160,3 9

nee

Grutto

72

208,1 7

ja

Regenwulp

33

22,94

nee

Wulp

167

92,83

nee

4

4,21

ja

291

95,14

nee

5

2,10

nee

Kokmeeuw

242

245,6 4

ja

Stormmeeuw

33

61,04

ja

Kleine mantelmeeuw

8

4,00

nee

Zilvermeeuw

149

62,52

nee

Visdief

20

6,31

nee

Kievit

Zwarte ruiter Tureluur Groenpootruiter

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

34 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

6.2

Conclusie stap 3

Na berekening van het aantal draadslachtoffers blijkt dat zonder mitigerende maatregelen sprake is van een toename van draadslachtoffers door het project. Voor een deel van de soorten is sprake van een overschrijding van de 1%-norm als gevolg van het project ten opzichte van de huidige situatie. Om mogelijk effecten te beperken worden mitigerende maatregelen genomen. In het volgende hoofdstuk wordt beschreven welke maatregelen dit zijn en welke effecten dit heeft.

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

35 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

7

STAP 4: DRAADSLACHTOFFERS MET MITIGERENDE MAATREGELEN

In dit hoofdstuk wordt de vierde stap van de beoordeling gemaakt. Deze stap bestaat uit de analyse van het aantal additionele draadslachtoffers met het nemen van mitigerende maatregelen.

7.1

Inleiding

Uit het vorige hoofdstuk blijkt dat voor een deel van de vogels sprake is van een toename van draadslachtoffers die hoger is dan de 1%-norm. De mitigerende maatregel bestaat uit het toepassen van draadmarkering over de volledige lengte van het tracé in de bliksemdraad en retourstroomgeleider. Als beschreven in § 0 leidt tot een afname van 10 tot 90% van het aantal draadslachtoffers (afhankelijk of vogels vooral overdag of ’s nachts vliegen). In dit hoofdstuk wordt het effect van deze maatregel onderzocht.

7.2

Berekening

Tabel 7 geeft de uitkomsten van berekeningen van de additionele draadslachtoffers met het nemen van mitigerende maatregelen (zie voor de complete tabellen Bijlage C). Uit de tabel blijkt dat ook met het nemen van mitigerende maatregelen, voor bepaalde soorten nog steeds sprake is van een toename van boven de 1%-norm. In de volgende paragraaf wordt voor deze soorten nog nader ingegaan op de berekening en of mogelijk sprake is van een overschatting.

Categorie

Tabel 7: Uitkomsten berekening additionele draadslachtoffers met mitigerende maatregelen. In de tabel is ook de 1%norm en of er sprake is van een overschrijding weergegeven (overschrijding=rood, geen overschrijding=groen). Deze tabel is een samenvatting van de tabel in Bijlage C. *: voor deze soorten is geen 1%-norm beschikbaar en/of geen draadslachtoffers bekend, aangezien voor alle andere soorten sprake is van een afname, is dat voor deze soorten naar alle waarschijnlijkheid ook aan de orde.

Permanente en tijdelijke effecten met mitigerende maatregelen Soort

Aantal slachtoffers

1%-norm

Sprake van overschrijding?

Aalscholver

11

-5,81

nee

Kolgans

166

7,63

nee

Grauwe gans

30

2,67

nee

Wintertaling

331

14,30

nee

Wilde eend

2.585

149,01

nee

Kuifeend

112

9,34

nee

Sperwer

4

-1,16

nee

Torenvalk

52

-20,92

nee

Waterhoen

936

40,99

nee

Holenduif

58

-1,16

nee

E

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

36 van 59

Categorie

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Permanente en tijdelijke effecten met mitigerende maatregelen Soort

Aantal slachtoffers

1%-norm

Houtduif

Sprake van overschrijding?

1.670

-169,71

nee

Turkse tortel

215

-9,30

nee

Gierzwaluw

192

-25,57

nee

Veldleeuwerik

2.435

57,58

nee

Boerenzwaluw

1.878

-18,60

nee

Huiszwaluw

909

-6,97

nee

Graspieper

457

13,73

nee

Witte kwikstaart

258

1,53

nee

Roodborst

697

4,96

nee

Merel

4025

14,87

nee

Kramsvogel

24.780

44,81

nee

Zanglijster

1.748

28,03

nee

Koperwiek

27.360

51,48

nee

Spotvogel

150

2,29

nee

Grasmus

244

1,91

nee

Tuinfluiter

250

4,19

nee

Zwartkop

169

8,77

nee

1.362

3,05

nee

Bonte vliegenvanger

37

1,91

nee

Koolmees

802

1,53

nee

Ekster

155

-8,14

nee

Kauw

153

-12,20

nee

Zwarte kraai

144

-34,87

nee

Spreeuw

2.269

175,80

nee

Huismus

4.290

33,94

nee

Ringmus

2.835

1,14

nee

Vink

247

1,53

nee

Keep

16.029

2,67

nee

Fitis

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

37 van 59

Categorie

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Permanente en tijdelijke effecten met mitigerende maatregelen Soort

Aantal slachtoffers

1%-norm

Sprake van overschrijding?

Groenling

223

6,10

nee

Rietgors

114

4,19

nee

Grote zilverreiger

0

0,00

ja

Kleine zwaan

15

0,19

nee

Toendrarietgans

23

1,14

nee

Brandgans

18

0,95

nee

Rotgans

20

0,19

nee

Smient

353

18,21

nee

Krakeend

0

0,00

ja

Pijlstaart

15

0,67

nee

Tafeleend

209

6,48

nee

Brilduiker

5

0,10

nee

Grote zaagbek

2

0,10

nee

Patrijs

338

-1,16

nee

Kwartel

0

0,00

ja

1.520

1,91

nee

Houtsnip

27

0,67

nee

Rosse grutto

123

9,25

nee

Witgatje

928

0,95

nee

Oeverloper

468

2,29

nee

Zomertortel

250

-15,11

nee

Kerkuil

2

0,10

nee

Bosuil

7

0,00

nee

Ransuil

28

1,33

nee

Paapje

32

1,14

nee

Tapuit

35

1,91

nee

Grote lijster

76

0,38

nee

Kleine karekiet

660

4,19

nee

F Bokje

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

38 van 59

Categorie

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Permanente en tijdelijke effecten met mitigerende maatregelen Soort

Aantal slachtoffers

1%-norm

Sprake van overschrijding?

Dodaars

18

7,05

nee

Fuut

32

4,58

nee

Roerdomp

6

0,86

nee

Blauwe reiger

32

7,34

nee

Purperreiger

5

6,01

ja

Lepelaar

1

1,81

ja

Knobbelzwaan

6

10,39

ja

Bergeend

31

7,44

nee

Zomertaling

14

16,68

ja

Slobeend

84

19,26

nee

Zeearend

0

0,00

ja

Visarend

0

0,00

ja

Bruine kiekendief

2

-4,07

nee

Buizerd

2

-1,16

nee

Slechtvalk

0

0,00

ja

Waterral

20

28,03

ja

Porseleinhoen

1

1,72

ja

Meerkoet

764

169,70

nee

Scholekster

265

30,41

nee

Goudplevier

454

89,04

nee

1.246

184,48

nee

Kemphaan

340

74,93

nee

Watersnip

291

72,65

nee

Grutto

72

94,29

ja

Regenwulp

33

10,39

nee

Wulp

167

42,04

nee

4

1,91

nee

291

43,09

nee

G

Kievit

Zwarte ruiter Tureluur Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

39 van 59

Categorie

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Permanente en tijdelijke effecten met mitigerende maatregelen Soort

Groenpootruiter

7.3

Aantal slachtoffers

1%-norm

Sprake van overschrijding?

5

0,95

nee

Kokmeeuw

242

-678,24

nee

Stormmeeuw

33

-168,54

nee

Kleine mantelmeeuw

8

-11,04

nee

Zilvermeeuw

149

-172,61

nee

Visdief

20

-17,44

nee

Analyse soorten draadslachtoffers

Uit § 7.1 volgt dat de nieuwe hoogspanningsverbinding na het nemen van mitigerende maatregelen leidt tot een afname van het aantal draadslachtoffers voor een deel van de soorten. Voor een aantal soorten is echter wel sprake van een toename en ook van een overschrijding van de 1%-norm. Het gaat hierbij om de volgende soorten: • Grote zilverreiger • Visarend • Krakeend • Slechtvalk • Kwartel • Waterral • Lepelaar • Porseleinhoen • Knobbelzwaan • Grutto • Zeearend Uit Tabel 7 blijkt dat sprake is van een overschrijding van de 1%-norm voor een aantal soorten. Het gaat hier ook om soorten waarvoor de 1%-norm op 0 is gezet omdat het aantal draadslachtoffers per 100 km hoogspanningsverbinding niet bekend is, waardoor ook geen berekening is te maken. Eigenlijk is dit niet mogelijk, omdat geen sprake kan zijn van een overschrijding als geen vogel het slachtoffer wordt van de hoogspanningsverbinding. De soorten zijn toch in de gevoelige categorie geplaatst (op basis van de beschrijvingen van de categorieën, zouden deze soorten in een andere categorie geplaatst moeten zijn, bijvoorbeeld C of D). Per relevante soort wordt op kwalitatieve wijze ingegaan op het effect en bepaald in hoeverre het berekende slachtofferaantal reëel is: • Grote zilverreiger: grote zilverreiger komt verspreid in Nederland voor.

Dit blijkt ook uit waarnemingen van de NDFF waarin deze soort langs vrijwel het gehele tracé waargenomen is4. Voor deze soort is geen sterftecijfer bekend5. Dit betekent dat ook geen 1%-norm te bepalen is. Voor alle soorten waarvoor het wel mogelijk was om een berekening te maken, is echter sprake van een afname van het aantal draadslachtoffers. Dit geldt vermoedelijk ook voor deze soort en er is geen risico dat het aantal additionele slachtoffers boven de 1%-norm uitkomt is op basis van de beschikbare gegevens. • Krakeend: het is opvallend dat voor krakeend geen draadslachtoffers bekend zijn. Het is een soort die wijdverbreid als broedvogel en overwinteraar voorkomt6 en derhalve zouden draadslachtoffers ook wel gevonden moeten zijn. De soort is met name bij de grotere wateren en moerasgebieden in aanzienlijk aantal waargenomen7 en derhalve zijn draadslachtoffers niet zonder meer uit te sluiten. Op basis van gegevens over populatieomvang en sterftecijfers is gesteld dat de 1%-norm 12 vogels is.8 Vogels met

4

NDFF, waarnemingen zijn gezocht op 03-02-2021, voor de periode 01-01-2012 t/m 01-01-2021 bto.org 6 https://www.sovon.nl/nl/soort/1820 7 NDFF, waarnemingen zijn gezocht op 03-02-2021, voor de periode 01-01-2012 t/m 01-01-2021 8 Broedpopulatie ligt volgens SOVON tussen 21.000 en 26.000. Sterftecijfer volgens bto.org: 0,280. Dit betekent een minimale 1%-norm van (21.000 x 2 x 0,280 x 1% =) 12 vogels. 5

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

40 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

•

•

•

•

• •

•

een vergelijkbare 1%-norm zijn aalscholver, kleine zwaan, brandgans, rotgans, pijlstaart, dodaars en visdief. Voor deze soorten (en alle andere soorten waarvoor een 1%-norm bekend is) is geen sprake van een overschrijding van de norm en derhalve is het uitgangspunt dat dat voor krakeend ook geldt. Kwartel: hoewel de kwartel een soort is van de zandgronden, komt de soort ook in andere delen van het land voor. De soort heeft een voorkeur voor grootschalige open gebieden met een hoog aandeel akkerland, braakliggende gronden of hooiland.9 In het westen van Noord-Brabant in het open gebied is de soort op verschillende plaatsen aangetroffen, maar ook op de Brabantse Wal en rond de Markiezaat zijn waarnemingen gedaan10. De soort vliegt over het algemeen laag en omdat compensatiedraden worden toegepast is de kans aanwezig dat het aantal draadslachtoffers toeneemt. Op basis van gegevens over populatieomvang en sterftecijfers is gesteld dat de 1%-norm 28 vogels is.11 Vogels met een vergelijkbaar 1%-norm zijn grauwe gans, bonte vliegenvanger, toendrarietgans, houtsnip, ransuil, paapje, tapuit, fuut, blauwe reiger, bergeend en regenwulp. Voor deze soorten (en alle andere soorten waarvoor een 1%-norm bekend is) is geen sprake van een overschrijding van de norm en derhalve is het uitgangspunt dat dat voor kwartel ook geldt.

Lepelaar: De verspreiding blijft grotendeels beperkt tot de ruime omgeving van de broedgebieden in het Wadden- en Deltagebied12. Waarnemingen verder in het binnenland, op plekken waar geen lepelaars broeden, komen steeds vaker voor (voorbeelden, nog terugzoeken). De lepelaar broedt mogelijk in het gebied ten noorden (Het Markiezaat) van het tracé in deelgebied 1 en 2 langs de A58 13. In de huidige situatie is ook een hoogspanningstracé aanwezig en komt de in de nieuwe situatie een deel ondergronds te liggen. Een toename in draadslachtoffers uit het Markiezaat wordt daarom niet verwacht. Echter is het percentage jonge lepelaars trekkend vanuit het Waddengebied naar het zuiden dat sterft door hoogspanningskabels hoog, ten opzichte van andere doodsoorzaken (jacht, uitputting en roof) 14. Vooralsnog zijn er geen redenen om aan te nemen dat de berekende toename van draadslachtoffers een overschatting is. Knobbelzwaan: Knobbelzwanen hebben een gunstige staat van instandhouding. In Noord-Brabant komt de knobbelzwaan wijd verspreid voor. De knobbelzwaan is dagactief en passeert regelmatig hoogspanningskabels15. Ondanks dat nachtactieve soorten vaker draadslachtoffer worden16, worden regelmatig waarnemingen gedaan van zwanen die slachtoffer zijn geworden van hoogspanningskabels. Het betreft verschillende zwanensoorten.

Vooralsnog zijn er geen redenen om aan te nemen dat de berekende toename van draadslachtoffers een overschatting is. Zeearend: de zeearend is een soort die overdag vliegt en een roofvogel die op zicht jaagt. Het is geen soort waarvan het aannemelijk is dat structureel meer slachtoffers vallen als gevolg van de nieuwe verbinding. De verbinding komt niet wezenlijk dichter bij de leefgebieden (Biesbosch, Zeeuwse Delta) te liggen en de vogel is gezien de leefwijze niet gevoelig voor aanvaringen. Effecten op deze soort zijn uitgesloten. Visarend: vergelijkbaar met zeearend. Effecten op deze soort zijn uitgesloten. Slechtvalk: effecten op deze soort zijn grotendeels vergelijkbaar met zeearend en visarend. Verschil is dat deze soort op het vasteland meer gebonden is aan hoge bebouwing voor nesten (op Rottum en Schiermonnikoog kan de soort ook op de grond kan broeden). Nabij het tracé is de Amercentrale een bekende broedlocatie van slechtvalk. Voor deze soort geldt echter een vergelijkbare redenatie als bij zeearend en visarend en zijn effecten uitgesloten. Waterral: Waterral broedt in Nederland. ’s Winters blijven waterrallen in Nederland of trekken ze naar Engeland en Frankrijk. Waterrallen broeden door het hele land in moerassen en zijn het talrijkst in de waterrijke delen van de noordwestelijke helft, wel zijn enkele waarnemingen in de omgeving van het plangebied bekend.

Het gaat hierbij om waarnemingen in moerasgebieden in de omgeving van het tracé17. De soort houdt zich verborgen en migreert weinig tussen verschillende gebieden. Bij verstoring, stressgevoelige situaties en overige korte verplaatsingen beweegt de waterral bij voorkeur over de

9

https://www.sovon.nl/nl/soort/3700 NDFF, waarnemingen zijn gezocht op 03-02-2021, voor de periode 01-01-2012 t/m 01-01-2021 Broedpopulatie ligt volgens SOVON tussen 2000 en 4000. Sterftecijfer volgens bto.org: 0,710. Dit betekent een minimale 1%-norm van (2000 x 2 x 0,710 x 1% =) 28 vogels. 12 https://www.sovon.nl/nl/soort/1440 13 NDFF, waarnemingen zijn gezocht op 03-02-2021, voor de periode 01-01-2012 t/m 01-01-2021 14 https://ecomare.nl 15 https://buwa.nl/fileadmin/buwa_upload/Bureau_Waardenburg_rapporten/09355_Effectiviteit_vogelflappen_onderzoek_Bureau_Waardenburg.pdf 16 https://buwa.nl/fileadmin/buwa_upload/Bureau_Waardenburg_rapporten/09355_Effectiviteit_vogelflappen_onderzoek_Bureau_Waardenburg.pdf 17 NDFF, waarnemingen zijn gezocht op 03-02-2021, voor de periode 01-01-2012 t/m 01-01-2021 10 11

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

41 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

•

•

grond18. Echter, tijdens de trekvluchten naar de wintergebieden is het vlieggedrag van de waterral nog onbekend. Vanwege de beperkte kennis van vlieggedrag van waterrallen zijn er nog geen redenen om aan te nemen dat de berekening een overschatting geeft van de toename van draadslachtoffers. Porseleinhoen: Porseleinhoen is een broedvogel in Nederland die ’s winters in Nederland blijft. Slechts een klein aantal trekt richting Zuid-Europa19. Als broedvogel van moerassen met ondiep water en lage oevervegetaties komt porseleinhoen maar in betrekkelijk weinig Nederlandse gebieden tot broeden. De meeste paren broeden in uitgestrekte moerasgebieden in de noordwestelijke helft van het land. De populatie porseleinhoenen heeft een ongunstige staat van instandhouding, echter heeft dit vooral te maken met de staat van de leefgebieden dan de verspreiding. Porseleinhoen komt in minder mate voor in het plangebied20. Er zijn waarnemingen bekend in moerasgebieden ten zuiden van Hoogerheide en boven Tilburg. Het vlieggedrag tijdens de trekvluchten naar de wintergebieden is onbekend. Vanwege de beperkte kennis van vlieggedrag van porseleinhoen zijn er geen redenen om aan te nemen dat de berekening een overschatting geeft van de toename van draadslachtoffers. Grutto: De verspreiding blijft grotendeels beperkt tot de ruime omgeving van de Eemland, Waterland en Zuidwest-Friesland21.

De soort kan echter wel voorkomen verder in het binnenland, waar de grutto doorgaans niet broedt. Echter zijn de aantallen grutto’s dat naar het zuiden trekt naar de overwinteringsgebieden in het plangebied hoog. Trekvogels hebben verschillende typen reacties bij nadering van een hoogspanningslijn. Niet alle typen reacties zijn even vaak waargenomen. Zo komt het vaak voor dat vogels relatief dicht bij de draden langzaam stegen of bij het naderen van de lijn daalden. Ondanks dat trekvogels doorgaans hoger dan 100 meter vliegen en boven de hoogspanningskabels uitkomen22, zijn er vooralsnog geen redenen om aan te nemen dat de berekening een overschatting geeft van de toename van draadslachtoffers.

7.4

Conclusie stap 4

Uit voorgaande blijkt dat ook bij het treffen van mitigerende maatregelen in de vorm van draadmarkering, niet voor alle soorten het berekende aantal slachtoffers onder de 1%-norm blijft. Niet van alle soorten betekent dat de berekende overschrijding ook betekent dat sprake is van (extra) slachtoffers. Uit de nadere, soort specifieke analyse blijkt dat niet alle soorten ook daadwerkelijk nabij de nieuwe hoogspanningsverbinding voorkomen (waar berekende overschrijding veroorzaakt werd door het ontbreken van data bijvoorbeeld) of dat deze een dusdanig vlieggedrag hebben dat de daadwerkelijke kans op een draadslachtoffer nihil is.

18 https://www.sovon.nl/nl/soort/4070 19 https://www.sovon.nl/nl/soort/4080 20

NDFF, waarnemingen zijn gezocht op 03-02-2021, voor de periode 01-01-2012 t/m 01-01-2021

21 https://www.sovon.nl/nl/grutto 22

https://buwa.nl/fileadmin/buwa_upload/Bureau_Waardenburg_rapporten/09355_Effectiviteit_vogelflappen_onderzoek_Bureau_Waarden burg.pdf Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

42 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

8

CONCLUSIE

Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe hoogspanningsverbinding Zuid-West 380kV Oost voor enkele vogelsoorten leidt tot een overschrijding van de 1%-norm ten opzichte van de huidige situatie. Door het treffen van mitigerende maatregelen in de vorm van draadmarkering, neemt het aantal soorten waarbij een overschrijding van de 1%-norm optreedt wel af. Als beschreven in paragraaf 1.2 is sprake van voorwaardelijke opzet bij “het verrichten van een handeling waarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard wordt dat de gedraging leidt tot een overtreding van het verbod op bijvoorbeeld het doden van dieren, ook als kwade intentie ontbreekt. In dit geval is sprake van voorwaardelijke opzet wanneer de verandering van de hoogspanningsleidingen leidt tot een toename van het aantal draadslachtoffers. Dit betekent dat alleen ontheffing van artikel 3.1, lid 1 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is voor die soorten waarvan jaarlijks een toename van het aantal draadslachtoffers te verwachten is.” Op basis van de analyse in stap 1 en 2 en de berekeningen in stap 3 en berekeningen en analyse in stap 4 wordt geconcludeerd dat effecten op een aantal vogelsoorten niet uit te sluiten zijn en een toename in het aantal draadslachtoffers reëel is.

Een toename in draadslachtoffers van de knobbelzwaan, lepelaar, waterral, porseleinhoen en grutto naar aanleiding van de geplande wijzingen in het tracé kunnen niet worden uitgesloten. Voor deze soorten dient in het kader van de Wet natuurbescherming een ontheffing aangevraagd te worden.

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

43 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

BRONNEN ARCADIS, 2014. Milieueffectrapportage ZW380 Project: Zuid-West 380kV Traject: Borssele – Tilburg. Versie 16 september 2014. Bremer, van den, L. & P. de Boer, 2009. Aanvaringen van meeuwen met een hoogspanningslijn bij Oudehaske; aard en omvang van het probleem en oplossingsrichtingen. SOVON onderzoeksrapport 2009/05. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen. Hartman, J.C., A. Gyimesi & H.A.M. Prinsen, 2010. Zijn vogelflappen effectief als draadmarkering in een hoogspanningslijn? Rapport 10-082. Bureau Waardenburg, Culemborg. Kessel, van, J.A.M., 2009. The effects of high-tension powerlines on avian behaviour and the occurrence of collision casualties. Master thesis Environmental Sciences, Universiteit Utrecht. Kessel, van, J. & B. Hoorens, 2010. Invloed van verschillen in mastmorfologie op aantallen draadslachtoffers. Concept-rapport R001-4688790KJV-ibs-V01. Tauw bv. Klop, E., R. de Jong, C. van der Weyde & A. Brenninkmeijer, 2012. Monitoring vogelslachtoffers hoogspanningslijnen Eemshaven, Jaarrapportage 2011 - 2012. A&W-rapport 1813. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Koops, F., 1986. Draadslachtoffers in Nederland en effecten van markering. Rapport KEMA Nederland, Krone, O., T. Langgemach, P. Sommer & N. Kennter, 2002. Krankheiten und Todesursachen von Seeadlern (Haliateetus albicilla) in Deutschland. Corax 19 (Sonderheft 1): 102-108.

Krone, O., N. Kenntner & F. Tataruch, 2009. Gefahrdungsurachen des Seeadlers (Haliaeetus albicilla L. 1758). Denisia 27: 139-146. Prinsen, H.A.M., G.C. Boere, N. Píres & J.J. Smallie (compilers), 2011. Review of the conflict between migratory birds and electricity power grids in the African-Eurasian region. CMS Technical Series No. XX, AEWA Technical Series No. XX Bonn, Germany. Prinsen, H.A.M., 2017. Effecten van Randstad380 Zuidring op beschermde soorten, provincie Zuid-Holland. Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapportnr. 17-057. Bureau Waardenburg, Culemborg. Tauw, 2010a. Veldwerk vliegbewegingen vogels in zoekgebied ZW380. In opdracht van TenneT TSO B.V. Kenmerk R0014684432FAA-V01, d.d. 27 juli 2010. Tauw, 2010b. Veldwerk vliegbewegingen vogels in zoekgebied ZW380. In opdracht van TenneT TSO B.V. Kenmerk R002-4684432FAA-V01, d.d. 28 december 2010. Tauw, 2012. Markering van hoogspanningsverbindingen. Effectiviteit en aandachtsgebieden voor toepassing. Kenmerk R001-4806141BXH-aao-V02-NL, d.d. 19 juni 2012. Tauw, 2017. TenneT ZW Aanvullend onderzoek vliegbewegingen eenden, ganzen, zwanen en steltlopers. In opdracht van TenneT TSO B.V. Kenmerk R013-1232999ERT-kmi-V02-NL. D.d. 4 oktober 2017. Tauw, 2018. Milieueffectrapport Zuid-West 380 kV Oost hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg Achtergronddocument Natuur. In opdracht van TenneT TSO B.V..

Kenmerk R010-1232999RVJ-ibs-V06-NL, d.d. 16 januari 2018. TenneT, 2012. Notulen Methodiek Ffw draadslachtoffers nieuwe hoogspanningsverbindingen. Datum bespreking 27 september 2012. D.d. 16 oktober 2012. <gelden deze nog steeds?> Verbeek, R.G. & H.A.M. Prinsen, H.A.M., 2012. Draadslachtoffers bij hoogspanningsverbinding Randstad380 Noordring. Begeleidende rapportage ten behoeve van ontheffingsaanvraag ex artikel 9 Floraen faunawet. Bureau Waardenburg bv, rapport nr. 11.209, 26 januari 2012. Vliet, van der, R.E. & M. Boerefijn, 2014. Kennisdocument over draadslachtoffers in Nederland. Overzicht van theoretische achtergronden en resultaten van literatuur- en veldonderzoek. Tauw. Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

44 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

BIJLAGE A WETTELIJK KADER: SOORTBESCHERMING Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. De Wnb kent een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade aan soorten te voorkomen, ook voor soorten die niet beschermd zijn (art 1.11, lid 1). Dit houdt in ieder geval in dat handelen of nalaten van handelen dat schadelijk kan zijn zo veel mogelijk achterwege gelaten dient te worden (art 1.11, lid 2). Deze algemene zorgplicht geldt altijd en overal, met slechts als uitzondering handelingen die op grond van de Visserijwet worden uitgevoerd (art 1.11, lid 3).

Categorieën De wet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • Vogelrichtlijnsoorten (Wnb paragraaf 3.1); • Habitatrichtlijnsoorten (Wnb paragraaf 3.2); • Andere soorten (Wnb paragraaf 3.3). Vogelrichtlijnsoorten Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (art. 3.1 lid 1). Habitatrichtlijnsoorten In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in: • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; (art. 3.5 lid 1) en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in: • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern; (art. 3.5, lid 5) Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat echter in de Wnb paragraaf 3.2 “soorten Habitatrichtlijn” als titel heeft, wordt dit ook hier zo gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden.

Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (art. 3.10, lid 1 onder a en c).

Verbodsbepalingen Ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art. 3.1 lid 1), het opzettelijk vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren (art. 3.1 lid 2), het rapen of onder zich hebben van eieren (art. 3.1 lid 3) en het opzettelijk storen van vogels (art. 3.1lid 4). Het verbod tot opzettelijk storen geldt niet in het geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (art. 3.1 lid 5).

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

45 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Ten aanzien van de soorten van de Habitatrichtlijn beschermde diersoorten verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.5 lid 1), het opzettelijk verstoren (art 3.5 lid 2), het opzettelijk vernielen of rapen van eieren (art 3.5 lid 3) en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.5 lid 4). Ten aanzien van de Europees beschermde plantensoorten verbiedt de wet het opzettelijk te plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen (art 3.5 lid 5). Ten aanzien van de andere beschermde diersoorten geldt slechts een verbod tot het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b). Ten aanzien van de andere beschermde plantensoorten geldt een verbod tot opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen (art 3.10 lid 1 onder c).

Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode (art. 3.31 lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik; d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van LNV kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (art 3.3 lid 2- 4; 3.8 lid 2-5, 3.10 lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van LNV en de afzonderlijke provincies).

De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van LNV het gevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie.

Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (art 3.3 lid 1,3; 3.8 lid 1,3, 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per categorie. De eerste eis die wordt gesteld, is dat er geen andere bevredigende oplossing mag zijn. Dat betekent -ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht- dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, en ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per categorie verschillende aanvullende voorwaarden. Voor Vogelrichtlijnsoorten kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.3 lid 4): 1.

in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4. ter bescherming van flora of fauna; 5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

46 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. Voor Habitatrichtlijnsoorten kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.8 lid 5): 1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5.

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Voor de Andere soorten, gelden de voorwaarden die gelden voor de Habitatrichtlijnsoorten aangevuld met: (art 3.10 lid 2): 6. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 7. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 8. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 9. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 10. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 11.

in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 12. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of in het algemeen belang.

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

47 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

BIJLAGE B VOGELSOORTEN EN GEVOELIGHEID De categorieën zijn beschreven in § 3.2.2.

Aalscholver

Kolgans

1%-norm

N corr

Soort

N Koops

Categorie E

9

72

10

80

Opmerking

11

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel 2010; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

166

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Grauwe gans

25

28

30

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel 2010; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Wintertaling

135

150

331

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010.

Wilde eend

1408

1563

2585

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel 2010; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Kuifeend

88

98

112

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van den Bremer & De Boer 2009; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010.

Sperwer

Torenvalk

2

32

2

36

4

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van den Bremer & De Boer 2009; Van Kessel 2010; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

52

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel 2010; Klop et al. 2012.

Waterhoen

387

430

936

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Holenduif

2

2

58

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Klop et al. 2012.

Houtduif

263

292

1670

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel 2010; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

48 van 59

1%-norm

N corr

Soort

N Koops

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Opmerking

Turkse tortel

8

16

215

Gierzwaluw

11

44

192

Veldleeuwerik

151

604

2435

Boerenzwaluw

8

32

1878

Huiszwaluw

3

12

909

Graspieper

36

144

457

Witte kwikstaart

4

16

258

Roodborst

13

52

697

Merel

Kramsvogel

Zanglijster

78

235

147

156

470

294

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010.

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Hartman et al. 2010.

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

4025

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

24780

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

1748

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Klop et al. 2012. Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Klop et al. 2012.

Koperwiek

270

540

27360

Spotvogel

6

24

150

Grasmus

5

20

244

Tuinfluiter

11

44

250

Zwartkop

23

92

169

Fitis

8

32

1362

Bonte vliegenvanger

5

20

37

Koolmees

4

16

802

Ekster

13

14

155

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Klop et al. 2012.

Kauw

19

21

153

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

49 van 59

1%-norm

Zwarte kraai

54

60

144

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van den Bremer & De Boer 2009; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010.

Spreeuw

922

1844

2269

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel 2010; D: SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Huismus

89

356

4290

Ringmus

3

12

2835

Vink

4

16

247

Keep

7

28

16029

Groenling

16

64

223

Rietgors

11

44

114

1%-norm

N corr

Opmerking

N corr

Soort

N Koops

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Hartman et al. 2010.

Soort

N Koops

Categorie F

Grote zilverreiger

0

Kleine zwaan

2

Toendra-rietgans

Opmerking

0

(Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

2

15

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Hartman et al. 2010.

11

12

23

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Brandgans

9

10

18

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Rotgans

2

2

20

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

353

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010.

Smient

172

191

Krakeend

0

Pijlstaart

6

7

15

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Tafeleend

61

68

209

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

(Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Klop et al. 2012.

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

50 van 59

1%-norm

N corr

Soort

N Koops

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Opmerking

Brilduiker

1

1

5

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Grote zaagbek

1

1

2

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Patrijs

1

2

338

Kwartel

0

Bokje

5

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4: regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population of casualties are a major mortality factor; threatening a species with extinction, regionally or at a larger scale. (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

20

1520

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Houtsnip

6

7

27

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population of casualties are a major mortality factor; threatening a species with extinction, regionally or at a larger scale. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).(Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Rosse grutto

87

97

123

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Witgatje

5

10

928

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Bosruiter

3

6

835

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Oeverloper

12

24

468

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Steenloper

1

2

10

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Klop et al. 2012.

Zomertortel

13

26

250

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Kerkuil

1

1

2

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Klop et al. 2012.

Bosuil

0

7

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Ransuil

13

14

28

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; regionally or locally high casualties, but with no significant impact on the overall species population. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Paapje

3

12

32

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Tapuit

5

20

35

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Grote lijster

2

4

76

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Kleine karekiet

48

44

660

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

51 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

1%-norm

N corr

Soort

N Koops

Categorie G

Opmerking

Dodaars

37

74

18

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Fuut

43

48

32

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010.

Roerdomp

8

9

6

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Blauwe reiger

69

77

32

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Purperreiger

57

63

5

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

1

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Lepelaar

17

19

Knobbelzwaan

98

109

6

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel 2010; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010.

Bergeend

70

78

31

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Klop et al. 2012.

Zomertaling

158

175

14

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

84

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Hartman et al. 2010.

Slobeend

182

202

Zeearend

0

0

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Krone et al. 2009; Krone et al. 2002.

Visarend

0

0

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie.

Bruine kiekendief

6

7

2

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Buizerd

2

2

2

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel, 2010; SOVON dode vogels.

Slechtvalk

0

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels. 52 van 59

N Koops

N corr

1%-norm

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

147

294

20

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Porseleinhoen

9

18

1

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Kleinst waterhoen

1

4

0

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Kwartelkoning

4

8

1

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

764

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van den Bremer & De Boer, 2009; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Soort

Waterral

Meerkoet

1604

1780

Opmerking

Scholekster

287

319

265

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Klop et al. 2012.

Kluut

35

39

21

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Klop et al. 2012.

Bontbekplevier

12

48

8

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Strandplevier

2

8

5

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Goudplevier

467

934

454

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Zilverplevier

21

42

20

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Kievit

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

1743

1935

1246

Kanoet

8

16

7

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Kleine strandloper

3

12

8

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Krombek-strandloper

5

20

1

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Bonte strandloper

38

152

293

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

340

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

Kemphaan

393

786

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

53 van 59

Watersnip

Grutto

Regenwulp

381

891

98

762

989

109

1%-norm

N corr

Soort

N Koops

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Opmerking

291

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

72

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

33

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels. Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel & Hoorens, 2010; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Wulp

397

441

167

Zwarte ruiter

18

20

4

Tureluur

Groenpootruiter

Kokmeeuw

226

452

291

5

10

5

1051

1167

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie of Draadslachtoffers zijn een grote sterftefactor en bedreigen de soort regionaal of op grotere schaal met uitsterven. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986).

242

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Stormmeeuw

261

290

33

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010.

Kleine mantelmeeuw

17

19

8

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van den Bremer & De Boer, 2009; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Zilvermeeuw

268

297

149

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Van den Bremer & De Boer, 2009; Van Kessel & Hoorens, 2010; SOVON dode vogels; Hartman et al. 2010; Klop et al. 2012.

Grote mantelmeeuw

30

33

4

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie.

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

54 van 59

1%-norm

N corr

Soort

N Koops

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

Opmerking

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Klop et al. 2012.

Visdief

27

30

20

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Draadslachtoffers zijn wel gerapporteerd maar er is geen effect op de populatie of Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels; Klop et al. 2012.

Zwarte stern

13

26

5

Gevoelige soort volgens Prinsen et al. (2011); Appendix 4; Draadslachtoffers zijn wel gerapporteerd maar er is geen effect op de populatie of Lokaal of regionaal veel slachtoffers, maar zonder significante impact op de totale populatie. Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door Klop et al. 2012.

Velduil

2

2

0

Aantal draadslachtoffers volgens Koops (1986). (Additionele) draadslachtoffers gerapporteerd door SOVON dode vogels.

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

55 van 59

DRAADSLACHTOFFERONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

BIJLAGE C BEREKENING DRAADSLACHTOFFERS PERMANENTE EFFECTEN ZONDER MITIGERENDE MAATREGELEN

E

F

Aalscholver Kolgans Grauwe gans Wintertaling Wilde eend Kuifeend Sperwer Torenvalk Waterhoen Holenduif Houtduif Turkse tortel Gierzwaluw Veldleeuwerik Boerenzwaluw Huiszwaluw Graspieper Witte kwikstaart Roodborst Merel Kramsvogel Zanglijster Koperwiek Spotvogel Grasmus Tuinfluiter Zwartkop Fitis Bonte vliegenvanger Koolmees Ekster Kauw Zwarte kraai Spreeuw Huismus Ringmus Vink Keep Groenling Rietgors Grote zilverreiger Kleine zwaan Toendrarietgans Brandgans Rotgans Smient Krakeend Pijlstaart Tafeleend Brilduiker Grote zaagbek Patrijs Kwartel

Boven Boven Onder Onder

Onder

Boven

Onder

Dag- of nachtvlieger? Tussen haakjes is afgeleid van vergelijkbare soorten. Schuin gedrukt is op basis van inhoudelijke informatie over de soort. Dag Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag Dag Nacht Dag Dag Dag Dag Dag en nacht Dag Dag Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Nacht [Nacht] Nacht Nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag Dag Dag Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht [Dag en nacht] Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht Dag en nacht [Dag en nacht] [Dag en nacht] Dag Dag

Onze referentie: D10009919:66 - Datum: 10 februari 2021

Situatie

Aantal DSO / 100 km

Categorie

Soort

Vliegt de soort boven of onder de draad door?

Berekening draadslachtoffers permanente effecten zonder markering

10 80 28 150 1563 98 2 36 430 2 292 16 44 604 32 12 144 16 52 156 470 294 540 24 20 44 92 32 20 16 14 21 60 1844 356 12 16 28 64 44 0 2 12 10 2 191 0 7 68 1 1 2 0

Deeltraject

Oud: lengte Oud: bliksemdraad Oud: retourstroomgeleider Oud: draadmarkeringen Nieuw: lengte Nieuw: bliksemdraad Nieuw: retourstroomgeleider Nieuw: draadmarkeringen

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

3,3

9,4

9

2,6

0

3,4

5,27

13,26

14,79

5,44

8,84

2,1

3,74

24

7,1

ja nee nee 5,1 ja ja

ja nee nee 12,2 ja ja

ja nee nee 14,8 ja ja

ja nee nee

nee

nee

nee

nee

ja nee nee

ja nee nee 4,3

ja ja

ja nee nee 0,0

-

nee 0,23 1,83 0,64 3,44 35,79 2,24 0,05 0,82 9,85 0,05 6,69 0,37 1,01 13,83 0,73 0,27 3,30 0,37 1,19 3,57 10,76 6,73 12,37 0,55 0,46 1,01 2,11 0,73 0,46 0,37 0,32 0,48 1,37 42,23 8,15 0,27 0,37 0,64 1,47 1,01 0,00 0,05 0,27 0,23 0,05 4,37 0,00 0,16 1,56 0,02 0,02 0,05 0,00

ja nee nee 9,0

ja ja

-

0,27 2,16 0,76 4,05 42,20 2,65 0,05 0,97 11,61 0,05 7,88 0,43 1,19 16,31 0,86 0,32 3,89 0,43 1,40 4,21 12,69 7,94 14,58 0,65 0,54 1,19 2,48 0,86 0,54 0,43 0,38 0,57 1,62 49,79 9,61 0,32 0,43 0,76 1,73 1,19 0,00 0,05 0,32 0,27 0,05 5,16 0,00 0,19 1,84 0,03 0,03 0,05 0,00

ja nee nee

2,6 ja ja

nee -0,94 -7,52 -2,63 -14,10 -146,92 -9,21 -0,19 -3,38 -40,42 -0,19 -27,45 -1,50 -4,14 -56,78 -3,01 -1,13 -13,54 -1,50 -4,89 -14,66 -44,18 -27,64 -50,76 -2,26 -1,88 -4,14 -8,65 -3,01 -1,88 -1,50 -1,32 -1,97 -5,64 -173,34 -33,46 -1,13 -1,50 -2,63 -6,02 -4,14 0,00 -0,19 -1,13 -0,94 -0,19 -17,95 0,00 -0,66 -6,39 -0,09 -0,09 -0,19 0,00

2,5 ja ja

nee 0,08 0,62 0,22 1,17 12,19 0,76 0,02 0,28 3,35 0,02 2,28 0,12 0,34 4,71 0,25 0,09 1,12 0,12 0,41 1,22 3,67 2,29 4,21 0,19 0,16 0,34 0,72 0,25 0,16 0,12 0,11 0,16 0,47 14,38 2,78 0,09 0,12 0,22 0,50 0,34 0,00 0,02 0,09 0,08 0,02 1,49 0,00 0,05 0,53 0,01 0,01 0,02 0,00

3,1 ja ja

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=c443c832-0c22-46b9-8622-d9d7eaed69b2