(concept) kadernota 2025-2028
Tekst van het document
(Concept) Kadernota 2025-2028
Versie: 30 april 2024
Inleiding Voor u ligt de kadernota 2025, het startpunt van de planning- en control (P&C) cyclus 2025. In deze kadernota wordt ingegaan op diverse (financiële) uitgangspunten, nieuwe ontwikkelingen die we als gemeente op ons af zien komen en wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in wat dit betekent voor de (toekomstige) financiële positie van de gemeente Moerdijk. Met deze kadernota geeft de gemeenteraad de kaders mee die het vertrekpunt vormen voor de op te stellen begroting 2025-2028, die in het najaar 2024 aan de gemeenteraad zal worden aangeboden. Bij de totstandkoming van deze kadernota wordt (in lijn met voorgaande jaren) de gemeenteraad tussentijds in het proces betrokken. In de raadsinformatiebijeenkomst van 7 mei 2024 wordt de concept kadernota toegelicht, waarna de gemeenteraad ook eigen kadervoorstellen in kan dienen. Dit zodat de gemeenteraad in staat wordt gesteld om een integrale afweging te maken van de door het college en de raadsfracties aangedragen nieuwe ontwikkelingen. De kadernota zoals die nu voorligt is dus nog niet het definitieve eindresultaat van het volledig doorlopen proces, maar is de concept (kadernota) die op 7 mei 2024 aan uw gemeenteraad zal worden toegelicht. Financieel zijn de uitkomsten alleen voor het jaar 2025 positief. Het structurele begrotingssaldo is in dat jaar nog ruim positief (€ 3,9 miljoen).
Vanaf 2026 slaat dat beeld om en worden op basis van de huidige inzichten voor 2026 (€ 2,5 miljoen), 2027 (€ 2,5 miljoen) en 2028 (€ 1,4 miljoen) structurele tekorten verwacht. Dit is een landelijk beeld waar veel gemeenten vanaf 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd) mee geconfronteerd worden door de sterke terugval van de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten (de algemene uitkering). Met de voorjaarsnota 2024 is er vanuit het Rijk wat meer duidelijkheid en middelen beschikbaar gekomen. Hoewel bovenstaande tekorten daarmee lager zullen uitvallen, is het landelijke financiële probleem van gemeenten hiermee nog niet opgelost. De VNG blijft hier richting het Rijk aandacht voor vragen. Bovenstaande ontwikkelingen leiden nog niet tot zorg, maar betekenen wel dat we als college de komende periode doorgaan met het al aangekondigde proces om te onderzoeken hoe de begrotingsruimte voor de komende jaren structureel vergroot kan worden. Ten opzichte van voorgaande jaren is in deze kadernota ook een nadrukkelijke(re) plaats gegeven aan de diverse ontwikkelingen die op ons afkomen en de daarmee gepaard gaande onzekerheden. Zowel de onzekerheden rondom de algemene uitkering uit het gemeentefonds als de lange termijneffecten van voorgenomen investeringen na 2028 hebben een effect op de realiseerbaarheid van de ambities van onze gemeente.
Zoals gezegd vormt deze kadernota 2025 het vertrekpunt op basis waarvan wij de komende periode de begroting 2025 – 2028 zullen gaan opstellen.
2
Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................. 2 Leeswijzer ......................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1 – Uitgangspunten voor de meerjarenramingen 2025-2028 ................................... 5 Hoofdstuk 2 – Budgetaanpassingen bestaand beleid en actualisatie eerdere nieuwe ontwikkelingen ................................................................................................................................ 10 Hoofdstuk 3 – Nieuwe ontwikkelingen ......................................................................................... 12 Aanvraag tijdelijke en vaste formatie ........................................................................................ 12 Programma 1 Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk .............................................. 13 Programma 2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk .................................................. 13 Programma 3 Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk............................................ 18 Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben ........................................
22 Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving ............................................ 30 Hoofdstuk 4 – Financieel meerjarenperspectief .......................................................................... 34 Verwacht begrotingsresultaat 2025-2028 ............................................................................... 34 Reservepositie ............................................................................................................................. 35 Hoofdstuk 5 – Overige ontwikkelingen en onzekerheden .......................................................... 36 Onzekerheden m.b.t. het gemeentefonds ................................................................................ 36 Investeringen na 2028 ................................................................................................................ 37 Wat betekent dit voor het geschetste meerjarenperspectief?............................................... 39 Hoofdstuk 6. Vervolgaanpak richting het opstellen van de begroting 2025-2028 ................. 41 VNG begrotingsadvies 2025-2028 ........................................................................................... 41 Project ‘onderzoek naar mogelijkheden vergroten structurele begrotingsruimte’ ............... 41
3
Leeswijzer In hoofdstuk 1 worden allereerst de uitgangspunten toegelicht die zijn gehanteerd bij het opstellen van deze kadernota en die uiteindelijk ook gehanteerd zullen worden in het verdere verloop naar de op te stellen meerjarenbegroting 2025-2028. Vervolgens wordt ingegaan op bijstellingen die in reeds bestaande budgetten worden voorzien (hoofdstuk 2) en worden de nieuwe ontwikkelingen per programma toegelicht (hoofdstuk 3). Dit kan gaan om nieuwe wetgeving of nieuwe plannen en ambities die via de kadernota aan de gemeenteraad worden voorgelegd zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. In hoofdstuk 4 wordt een schets gegeven van de uitkomsten van het financieel meerjarenperspectief voor de jaren 2025-2028 en wordt inzicht gegeven in de reservepositie van de gemeente. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op diverse ontwikkelingen en onzekerheden die ten tijde van het opstellen van deze kadernota spelen. Dit zijn ontwikkelingen die (de komende jaren) nog invloed kunnen gaan hebben op het financieel meerjarenperspectief van de gemeente, maar die gezien de onzekerheden of termijn waarop die zich gaan voordien, niet zijn verwerkt in de cijfers van deze kadernota. In dit hoofdstuk worden grove indicaties gegeven van wat dit (mogelijk) gaat betekenen voor het gepresenteerde meerjarenperspectief.
Tot slot wordt in hoofdstuk 6 stilgestaan bij het verdere verloop richting het opstellen van de begroting 2025-2028.
4
Hoofdstuk 1 – Uitgangspunten meerjarenramingen 2025-2028
voor
de
Het is belangrijk om de uitgangspunten (kaders) met elkaar vast te leggen die gehanteerd zullen worden in het verdere verloop naar de op te stellen meerjarenbegroting 2025-2028. Onderstaande uitgangspunten zijn vanuit dit perspectief geformuleerd: 1.
Inzet op een sluitende begroting voor 2025 en niet op een totaal sluitende meerjarenbegroting. Het opstellen van een begroting gebeurt op basis van reële verwachting van de ontwikkelingen van bestaand beleid, aangevuld met nieuwe ontwikkelingen in het kader van b.v. het realiseren van ambities. Met betrekking tot de grootste begrotingspost (omvang algemene uitkering uit het gemeentefonds; inkomstenpost ruim € 70 mln.) bestaat de meeste onduidelijkheid en dan met name voor de jaren vanaf 2026. Net als voorgaande jaren is de inzet om in ieder geval voor het eerstkomende begrotingsjaar tot een sluitende begroting te komen.
2. Voor de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners en woningen gaan we uit van de actuele woningbouwprognose. In deze kadernota is rekening gehouden met onderstaande ontwikkeling van het aantal woningen. Dit op basis van de prognoses ten tijde van het opstellen van deze kadernota (maart 2024). Voor de stijging van het aantal inwoners wordt ervan uitgegaan dat dit aantal toeneemt met 1 persoon voor elke nieuwe woning. Bij het opstellen van de uiteindelijke begroting worden de aantallen eventueel geactualiseerd aan de hand van de op dat moment meest recente woningbouwprognose. Jaar
Aantal inwoners
Aantal woningen
2025
38.271
17.175
2026
38.477
17.381
2027
38.711
17.615
2028
38.993
17.897
Deze aantallen zijn o.a. van belang voor de inschatting van de opbrengsten die we als gemeente uit het gemeentefonds ontvangen. Het aantal inwoners en woningen zijn maatstaven op basis waarvan (een deel) van de algemene uitkering onder gemeenten wordt verdeeld (zie ook uitgangspunt 3). Daarnaast wordt het aantal woningen gebruikt voor de inschatting van hieruit voortkomende ozb opbrengsten (zie ook uitgangspunt 11). 3. De opbrengst m.b.t. de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt in de begroting 2025-2028 gebaseerd op de meicirculaire 2024. De raming van de uitkering die we als gemeente uit het gemeentefonds ontvangen baseren we in de begroting 2025 - 2028 (overeenkomstig voorgaande jaren) op de meicirculaire 2024. Hiermee voldoen we aan de begrotingsrichtlijnen van de provincie als financieel toezichthouder. Op het moment dat deze kadernota wordt opgesteld zijn de uitkomsten van de meicirculaire 2024 nog niet bekend. De septembercirculaire 2023 is de laatste circulaire 5
waarin vanuit het Rijk een structureel beeld is afgegeven. Deze structurele effecten zijn in deze kadernota verwerkt. Daarnaast is rekening gehouden met de indexering (verleggen basisjaar) en is met actuele cijfers gerekend, zoals het aantal verwachte inwoners en woningen (zie uitgangspunt 2). Met name voor de jaren vanaf 2026 zijn er onzekerheden over de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 5. 4. Ontwikkelingen bijdrage aan Werkplein en BUIG-gelden vanuit Rijk zijn aan elkaar gelijk en hebben geen effect op het begrotingsresultaat van de gemeente. De toename van de kosten voor het werkplein hebben deels betrekking op de verstrekking van uitkeringen. Gemeenten ontvangen hiervoor middelen vanuit het Rijk, de zgn. BUIGgelden. In de cijfers van de kadernota wordt uitgegaan dat beide ontwikkelingen aan elkaar gelijk zijn en dus geen mutatie opleveren voor de jaren 2025-2028. De apparaatskosten van het Werkplein vallen daar niet onder. 5. Uitvoeringskosten voor nieuwe taken m.b.t. meewerken aan rijksbeleid worden gecompenseerd door een bijdrage van het rijk. Voor nieuwe taken die wij als gemeente uitvoeren op grond van het meewerken aan rijksbeleid hanteren we vanaf de begroting 2022 het uitgangspunt dat naast een bedrag voor de uitvoeringskosten ook een bedrag als bijdrage van het Rijk wordt ontvangen.
Per saldo werken deze nieuwe taken dan budgettair neutraal. 6. Prijsontwikkeling 2025 (algemeen) Het toepassen van een algemene prijsontwikkeling op alle budgetten in de begroting werd in de afgelopen jaren niet toegepast. Voor 2025 wordt deze werkwijze gecontinueerd. Dit om te voorkomen dat alle budgetten standaard worden geïndexeerd met een bepaald percentage en daarmee het risico op ‘’lucht in de begroting’’ toeneemt. Wel wordt bij het opstellen van de begroting rekening gehouden met bijstellingen die vastliggen in afgesloten contracten. Verder zijn in deze kadernota de verwachte effecten m.b.t. de loonkostenontwikkeling (zie uitgangspunt 7) en de beheerplannen (zie uitgangspunt 8) verwerkt. 7. Loonkostenontwikkeling (t/m maart 2025 conform CAO en vanaf april 2025 3,3%) De huidige cao loopt tot en met 31 maart 2025 en heeft geresulteerd in een loonsverhoging van 6,0%. Vanaf april 2025 is er nog niets bekend. Op basis van de laatste prognose van het Centraal Planbureau (maart 2024) wordt voor 2025 een indexering van 4,4% verwacht. In deze kadernota is daarom (bovenop de effecten conform de CAO) voor de periode april t/m december 2025 rekening gehouden met een toe te passen indexering van 3,3% (4,4% * 9/12).
6
8. Prijsontwikkeling beheerplannen (4,83%) Sinds 2012 wordt voor de prijsontwikkeling met betrekking tot beheerplannen (o.a. wegbeheer en groenbeheer) de zgn. CROW-index gehanteerd over het laatste volledige jaar. Dit betekent voor 2025 een verhoging van de budgetten voor de uitvoering van beheerplannen van 4,83%. 9. Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen De gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt passen in hun meerjarenbegroting steeds vaker een meerjarige (cumulatieve) indexering van lonen en prijzen toe, waardoor de gemeentelijke bijdrage per jaar steeds verder oploopt. De gemeente past deze werkwijze in de eigen begroting niet toe, met name niet bij de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Uitgangspunt voor de gemeentelijke begroting is om de bijdrage aan een GR die voor 2025 is berekend in de daaropvolgende jaren gelijk te houden. 10. Indexering gemeentelijke tarieven (algemeen) In het verleden heeft de gemeenteraad als beleidslijn vastgesteld dat de gemeentelijke heffingen jaarlijks in ieder geval worden verhoogd met de (verwachte) inflatie. Als dat niet gebeurt, dan gaan de inkomsten van de gemeente achterlopen op de uitgaven. Want als gemeente krijgen we bij onze uitgaven ook te maken met prijsstijgingen/inflatie.
Als maatstaf voor die verwachte inflatie gebruiken we als gemeente al geruime tijd de geharmoniseerde consumentenprijsindex (hicp). Omdat de gemeenteraad voorafgaand aan een jaar (in december) de gemeentelijke tarieven moet vaststellen en de werkelijke inflatiecijfers pas na afloop van het jaar bekend worden, kijken we in de kadernota jaarlijks terug naar de werkelijke indexcijfers. Bij de tariefberekening 2024 (in 2023 berekend) werd nog uitgegaan van onderstaande prognoses van het Centraal Planbureau zoals die in het Centraal Economisch plan (CEP) 2023 waren gepubliceerd: Consumentenprijsindex (hicp) CEP 2023 (maart 2023)
2023 2,9% (prognose)
2024 3,2% (prognose)
2025 -
In maart 2024 is het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024 gepubliceerd. Daarin zijn onderstaande inflatiecijfers opgenomen: Consumentenprijsindex (hicp) CEP 2024 (maart 2024)
2023 4,1% (werkelijk)
2024 2,7% (prognose)
2025 2,5% (prognose)
Voor 2025 wordt een prijsontwikkeling verwacht van 2,5%. Verder blijkt de werkelijke prijsontwikkeling over 2023 ca. 1,2% hoger te liggen dan eerder werd verwacht en is de prognose voor 2024 juist met ca. 0,5% neerwaarts bijgesteld. Om aan te blijven sluiten bij de geharmoniseerde consumentenprijsindex (hicp) nemen we die verschillen mee in het toe te passen indexcijfer voor 2025.
7
Dit resulteert in onderstaande berekening van het toe te passen indexcijfer 2025. Consumentenprijsindex (hicp) CEP 2023 (maart 2023) CEP 2024 (maart 2024) Verschil
2023 2,9% 4,1% 1,2%
2024 3,2% 2,7% -0,5%
2025 2,5% 2,5%
Totaal
3,2% (indexcijfer 2025)
Voor meer informatie over deze werkwijze wordt ook verwezen naar de presentatie zoals die is gegeven tijdens de raadsinformatiebijeenkomst op 7 maart 2024. 11. Indexering ozb en toeristenbelasting (3,2%) Bij de berekening van de opbrengsten voor de ozb en toeristenbelasting wordt rekening gehouden met een toename conform de verwachte prijsontwikkeling. Op basis daarvan wordt voor de ozb en toeristenbelasting voor 2025 een indexcijfer toegepast van 3,2% (zie berekening bij uitgangspunt 10). Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat dit niet automatisch betekent dat de uiteindelijke ozb tarieven voor 2025 ook 3,2% hoger zullen uitvallen dan in 2024. Bij de berekening van de uiteindelijke tarieven (die de gemeenteraad in december 2024 vaststelt) wordt namelijk rekening gehouden met de waardestijging (of daling) van objecten. Ter indicatie: indien op basis van de informatie die tegen die tijd vanuit de Belastingsamenwerking West- Brabant (BWB) wordt verkregen bijvoorbeeld blijkt dat de gemiddelde woningwaarde met 4% is toegenomen, dan zal het ozb tarief voor 2025 met 0,8% verlaagd worden. Dit zodat de gemiddelde ozb aanslag 3,2% hoger zal komen te liggen dan in 2024. Verder geldt dat de verwachte nieuwbouw van woningen en niet – woningen tot aanvullende ozb opbrengsten zal leiden.
In deze kadernota is daar als volgt rekening mee gehouden: - Voor de woningen zijn de extra ozb opbrengsten gebaseerd op de verwachte toename van het aantal woningen (zie ook uitgangspunt 2). - Voor de niet – woningen is rekening gehouden met nieuwbouw van jaarlijks € 50 miljoen. Aanvullend daarop is als gevolg van de realisatie van gebouwen op het LPM-terrein rekening gehouden met € 50 miljoen aan nieuwbouw in 2024 en in de periode 2025 t/m 2028 jaarlijks € 100 miljoen. Naar verwachting zal 2028 het laatste jaar zijn waarbij er sprake is van extra nieuwbouw m.b.t. het LPM-terrein. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat bij de verdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds onder andere rekening wordt gehouden met verschillen in de mate waarin gemeenten zelf belasting kunnen heffen. Hiervoor wordt de totale woz waarde als maatstaf gebruikt. Met deze effecten is rekening gehouden in de actualisatie van de algemene uitkering (zie ook uitgangspunt 3). 12. Tariefontwikkeling rioolrechten (3,2%) In het in september 2020 vastgestelde vGRP is uitgegaan van een jaarlijkse stijging van het tarief met het percentage van de prijsontwikkeling voor het betreffende jaar. Voor 2025 komt dit uit op 3,2% (zie berekening bij uitgangspunt 10).
8
13. Tarieven afvalstoffenheffing (100% kostendekkend) Voor het tarief van de afvalstoffenheffing wordt zoals voorgaande jaren uitgegaan van een 100% kostendekkend tarief. De verwachting is dat het tarief van de afvalstoffenheffing voor 2025 met ca. 2,5% zal stijgen. 14. Tarieven lijkbezorgingsrechten (40% kostendekkend) Op basis van de in 2020 gemaakte afspraken met de gemeenteraad over hoogte van de lijkbezorgingsrechten worden de tarieven gebaseerd op een kostendekkingspercentage van 40%. Dit uitgangspunt is ook voor de komende jaren gehanteerd.
9
Hoofdstuk 2 – Budgetaanpassingen bestaand beleid en actualisatie eerdere nieuwe ontwikkelingen De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente, is ook een actueel inzicht nodig in de ontwikkelingen die zich binnen het bestaand beleid voordoen. In bijlage 1 is een specificatie opgenomen van de budgetaanpassingen bestaand beleid. Dit betreft bijstellingen van reeds bestaande budgetten waar bijvoorbeeld als gevolg van kostenontwikkelingen duidelijk is dat daar voor de jaren 2025-2028 een bijstelling in nodig is. In bijlage 2 is een specificatie opgenomen m.b.t. de actualisatie van de middelen die op basis van eerdere besluitvorming al in de stelpost nieuw beleid waren opgenomen. Nadere toelichting m.b.t. kostenontwikkelingen sociaal domein Zoals in bijlage 1 is te zien doen zich vooral binnen programma 4 (vnl. sociaal domein) kostenstijgingen voor binnen de reeds bestaande budgetten. De totale lasten binnen programma 4 waren in de begroting 2024 begroot op ca. € 54 miljoen. Dit neemt naar verwachting met ca. 6% toe.
Een groot aandeel van de kostenstijgingen wordt veroorzaakt door de indexering van tarieven en personeelskosten (inzet jeugdprofessionals, Wmo-aanbieders, meldpunt crisiszorg, bibliotheek, jeugdbescherming en reclassering). Specifiek bij jeugdhulp zien we een aantal factoren: Het is beleid om jeugdzorg met (gesloten) verblijf af te bouwen en jongeren zo thuis mogelijk hulp te bieden met bijvoorbeeld gezinszorg of pleegzorg. Dit zijn varianten die in het voordeel zijn voor de jongeren maar flink duurder zijn in kosten. -
Daarnaast zien we zorg voor jeugdigen met een verstandelijke beperking of zeer complexe problematiek bij 0-6 jarigen. Zowel de omvang als de duur van deze trajecten neemt toe. Deze groep stijgt. Behandeling of soms toch opname of dagbesteding in een extern verblijf is zeer kostbaar. Problematiek in deze doelgroep laat zich weinig bewegen door preventie. Vaak is sprake van een diagnose of een beperking. Sturingsruimte zit in toeleiding naar Wet Langdurige Zorg (oudere kinderen) en eventueel in uitbreiding van pilot onderwijs/zorg (zoals op het Pallet). Ook de ontwikkelingen op inclusief onderwijs kan voor de 0-6 jr doelgroep een beweging met zich meebrengen naar meer ''thuis nabij’. Mogelijk dat kinderen daardoor eerder doorstromen naar reguliere onderwijs.
Bovenstaande kostenstijgingen zijn o.a. gebaseerd op de realisatiecijfers over 2023. Daarbij is in deze kadernota zo realistisch mogelijk ingeschat welk effect de kostenstijgingen die we in 2023 hebben gezien naar verwachting gaat hebben op de jaren vanaf 2025. Het verplichte karakter van de uitgaven en het feit dat bij complexe zorg individuele casussen tot aanzienlijke kosten kunnen leiden, maakt het lastig(er) om deze uitgaven nauwkeurig in te schatten. Richting het opstellen van de begroting 2025-2028 zullen we dan ook blijven monitoren en op basis van de meest actuele inzichten de uiteindelijke begrotingsramingen opstellen. 10
Nadere toelichting m.b.t. resterende taakstelling Mens en Maatschappij De Taakstelling Mens en Maatschappij is grotendeels gerealiseerd. Op dit moment is in de cijfers vanaf 2025 nog een taakstelling begroot van € 171.000. In de budgetaanpassingen bestaand beleid worden voor de Wmo vanaf 2025 kostenstijgingen voorzien (zie boven). Deze kostenstijgingen worden deels gecompenseerd door een minder sterke groei van het aantal indicaties dan verwacht. Maar ook door het afgeven van meer lichtere indicaties dan verwacht. Dit als gevolg van investeringen in onder meer ergotherapie bij de Wmo huishoudelijke ondersteuning en het bredere uitgangspunt van re-ablement: aanleren wat iemand nog zelf kan en daardoor mogelijk lichtere hulp nodig heeft. Hierdoor zijn de kostenstijgingen voor Wmo begeleiding ca. € 21.000 en voor Wmo huishoudelijke hulp ca. € 178.000 lager uitgevallen dan dat puur op basis van de tariefontwikkelingen het geval zou zijn geweest. Samen een bedrag van € 199.000. Uit bovenstaande kan worden afgeleid dat de genomen maatregelen uit de Scan Mens en Maatschappij nog steeds effect hebben. De kostenstijgingen binnen de Wmo waren hoger geweest zonder de maatregelen. Vanuit dat oogpunt kan gesteld worden dat de resterende taakstelling van € 171.000 als gerealiseerd kan worden beschouwd.
In de cijfers van deze kadernota is daarom rekening gehouden met het inboeken van de resterende taakstelling.
11
Hoofdstuk 3 – Nieuwe ontwikkelingen De kadernota is jaarlijks het moment waarop nieuwe ontwikkelingen aan de gemeenteraad voorgelegd worden zodat op basis daarvan een integrale afweging gemaakt kan worden. Dit kan gaan om nieuwe wetgeving of nieuwe plannen en ambities van de gemeente zelf. In dit hoofdstuk worden per programma de nieuwe ontwikkelingen toegelicht.
Aanvraag tijdelijke en vaste formatie Als algemene opmerking bij de nieuwe ontwikkelingen geldt dat bij diverse ontwikkelingen sprake is van benodigde personele capaciteit. In deze kadernota vraagt het college voor ca. 13 fte aan structurele formatie (variërend van 12,4 fte in 2025 tot 14,4 fte in 2027). Daarnaast wordt incidentele formatie gevraagd voor 2025 (4 fte), 2026 en 2027 (3 fte). De formatievraag valt uiteen in formatie voor nieuwe ambities, voor bestaande ambities en formatie om werk dat voortkomt uit autonome ontwikkelingen het hoofd te bieden. Het college heeft kritisch gekeken naar de formatieclaims maar komt tot de conclusie dat ze nodig zijn om de ambities van de raad, zoals vastgelegd in het bestuursakkoord, te kunnen realiseren. Zo vraagt het college concreet op basis van het programma veiligheid 3 fte om aan haar verantwoordelijkheid als risico gemeenten te kunnen voldoen. Maar ook 3 fte voor het programma nieuwkomers om asielzoekers, statushouders, Oekraïense vluchtelingen en arbeidsmigranten goed in de Moerdijkse samenleving op te kunnen nemen. Deze formatie voor de jaren 2025 t/m 2028 kan gedekt worden uit de reserve Nieuwkomers. Ook voor het uitwerken en uitvoeren van het programma sociaal domein geldt dat de huidige capaciteit niet toereikend is.
Een versterking van het strategisch vermogen op dit domein is noodzakelijk om de doelstellingen uit het bestuursakkoord te realiseren en de focus op gebiedsgericht werken en preventie verder vormt te geven. Ditzelfde geldt voor het strategische vermogen op gebied van economie en gebiedsontwikkeling. Deze ontwikkelingen vragen van Moerdijk dat zij zich in regionale samenwerkingen maximaal kan positioneren. Onder autonome ontwikkelingen verstaan we zaken zoals areaaluitbreiding als gevolg van de ontwikkeling van woningbouwlocaties, wat zich onder andere uit in extra benodigde formatie (oplopend naar 3 fte vanaf 2027) voor de buitendienst. Maar ook uit zich dit in toenemende vraag vanuit het sociaal domein en formatie bij het cluster personeelszaken in verband met het sterk gestegen aantal vacatures die tijdelijk en structureel vervuld moeten worden. Bovenstaande ligt in lijn met de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting 2024-2027 (november 2023) waarin reeds is benoemd dat ‘’de verwachting is dat het personeelsbestand
de komende jaren zal blijven stijgen, o.a. vanwege de uitbreiding en verzwaring van gemeentelijke taken op het terrein van woningbouw, duurzaamheid en klimaat.’’
12
Programma 1 Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk Er ligt een grote opgave om tot een duurzaam Moerdijk te komen. Het tegengaan van klimaatverandering, aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en een transitie naar een circulaire economie zijn randvoorwaarden voor het behoud van onze leefbaarheid. Energietransitie en klimaatadaptatie hebben ook impact op hoe we onze openbare ruimte inrichten en beheren. De klimaatadaptatie en energietransitie gaan ons landschap veranderen. Het vraagt om een ontwikkelend perspectief op onze ruimtelijke ordening, waarbij we opgaven slim combineren en de kwaliteit van het landschap bewaren. Binnen dit programma zijn er geen nieuwe ontwikkelingen die om financiële middelen vragen.
Programma 2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk Wonen in een fijne omgeving die prettig en veilig voelt, is een belangrijke pijler van het dagelijks welzijn. Met elf woonkernen is daar binnen onze gemeente dan ook dagelijks aandacht voor. Met de juiste woningen, beschikbare voorzieningen, een goede bereikbaarheid, een gevoel van veiligheid en gezondheid en een aangename sociale omgeving. 2.1 Capaciteit vergunningverlening evenementen (0,6 fte) Aanleiding: Om de professionaliseringslag op het gebied van de evenementen door te zetten en goed op te pakken is extra formatie APV-vergunningen nodig. Toelichting: Op het gebied van evenementen zijn we bezig met een professionaliseringsslag. De afgelopen jaren is er gewerkt met verouderd beleid en kon er vanwege een capaciteitsprobleem niet voldoende worden geïnvesteerd in voorloverleggen, anticiperen op incidenten en evaluaties. Er wordt in 2024 nieuw beleid opgesteld en we werken intensiever samen met organisatoren en partners. De intensievere samenwerking is nodig omdat de regels en voorwaarden om een evenement te kunnen organiseren steeds complexer worden. De regeldruk en het niveau van de aan te leveren stukken is vaak hoog waardoor veel organisaties, die vaak bestaan uit vrijwilligers, aangeven niet te kunnen voldoen aan deze vraag.
Met extra formatie binnen het cluster AVP-vergunningen kunnen we organisatoren beter faciliteren. Er komen ongeveer 300 aanvragen per jaar binnen. De meest complexe aanvragen, beleid etc. liggen bij de evenementencoördinator. Gekeken naar de tijdsbesteding van één aanvraag (niet complex) komen we op jaarlijks 0,6 extra benodigde fte (dit is incl vooroverleg en evaluatie waar nodig). Financieel effect: 2025
2026
€ 0* Onderbouwing:
€ 0* € 0* 0,6 fte schaal 9 (indicatief) = € 53.000
Dekking:
*Op dit moment is de inschatting gemaakt dat deze kosten (€ 53.000) opgevangen kunnen worden binnen de totale kostendekkendheid van de leges. Richting het opstellen van de begroting 2025-2028 wordt dit nader uitgewerkt. 0,6 fte schaal 9
Personele gevolgen:
2027
2028
I/S
€ 0*
S
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Als we de formatie uitbreiden kunnen we de organisatoren beter faciliteren met vooroverleg, hulp bij de aanvraag en advies. Wettelijke verplichting? Programma Bestuursakkoord
Wanneer we dit niet doen: Als we de formatie niet uitbreiden dan blijven we de organisatoren ondersteunen zoals we dat nu zo goed mogelijk doen. De huidige ondersteuning is echter niet voldoende dus er zullen evenementen verloren gaan binnen de gemeente. Het onderdeel evenementen is opgenomen in de APV. 2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk -
13
2.2 Capaciteit Programma Veiligheid op orde (3 fte) Aanleiding: Om het huidige takenpakket in kaart te brengen en een doorkijk te maken naar de toekomst hebben we samen met het cluster veiligheid een “programma veiligheid” opgesteld. De capaciteit die op dit moment aanwezig is binnen het cluster veiligheid is onvoldoende om het huidige takenpakket kwalitatief goed uit te kunnen voeren. Daar komen met het programma nog een aantal bestuurlijke ambities bij zoals doorontwikkeling crisisbeheersing, contact met risicovolle bedrijven, bredere aanpak ondermijning met o.a. ondermijningsbeelden, een informatieknooppunt en coördinatie op actiedagen en betere borging van de sociale veiligheid binnen de gemeente. Om het totale takenpakket en de bestuurlijke ambities uit te kunnen voeren is extra capaciteit nodig. Eén extra fte op fysieke veiligheid, één extra fte op ondermijning en één extra fte op sociale veiligheid. Naast het voorstel voor extra capaciteit op veiligheid vragen we wegens pensionering van één van de huidige medewerkers voor de duur van zes maanden dubbele bezetting op een bestaande functie adviseur fysieke veiligheid. Dit is nodig voor een ruime overdracht van kennis over het grondgebied, de aandachtspunten en de (risicovolle) bedrijven, deze kennis is op dit moment nog niet voldoende geborgd binnen het cluster vanwege personele wisselingen.
Toelichting: De afgelopen jaren zijn er binnen het cluster veiligheid veel extra (wettelijke) taken en activiteiten bijgekomen of geïntensiveerd zoals advisering in bijzondere projecten intern en extern, mainport, cameratoezicht, bevolkingszorg, regionaal veiligheidsbeleid (integraal veiligheidsplan) etc., deze taken kwamen voort uit landelijke wetgeving, bestuurlijke ambities en beleid vanuit de gehele organisatie. Vanwege capaciteitsgebrek was het niet mogelijk om al deze taken goed op te pakken. We hebben met het “programma veiligheid” een inventarisatie gemaakt van de huidige taken en van de bestuurlijke ambities voor de toekomst. Daaruit blijkt dat we extra formatie nodig hebben op fysieke veiligheid, ondermijning en sociale veiligheid. Met de inzet van extra capaciteit kunnen we als gemeente onze taken oppakken en daardoor weer op het hoogste niveau meepraten en acteren als gemeente om een bijdrage te leveren aan risicobeperking, het aanpakken van ondermijnende criminaliteit en zorgen voor een sociaal veilige leefomgeving voor onze inwoners. Financieel effect: 2025
2026
€ 291.000 € 41.000 Onderbouwing:
€ 291.000 € 291.000 € 291.000 €0 €0 €0 1 fte adviseur ondermijning, indicatie schaal 10 1 fte adviseur fysieke veiligheid, indicatie schaal 10 1 fte adviseur sociale veiligheid, indicatie schaal 10 Zes maanden overlap fysieke veiligheid, schaal 10
2027
2028
I/S
Dekking:
-
Personele gevolgen:
Capaciteit met 2 fte uitbreiden binnen domein O&L (adviseur fysieke veiligheid en adviseur ondermijning) Capaciteit met 1 fte uitbreiden binnen domein M&M (adviseur sociale veiligheid)
S I
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Als we de formatie uitbreiden dan kunnen we de wettelijke taken en ambities uitvoeren en borgen.
Wanneer we dit niet doen: Als we de formatie niet uitbreiden zijn de huidige taken niet voldoende geborgd en kunnen we de bestuurlijke ambities niet waarmaken.
Wettelijke verplichting?
Binnen veiligheid zijn er wettelijke taken en regionaal en lokaal beleid en verplichtingen.
Programma
2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk 4. Ondersteuning voor de mensen die het écht nodig hebben Programma veiligheid
Bestuursakkoord
14
2.3. Organisatie buitensport op orde Aanleiding: Bewegen, ontmoeten en het verenigingsleven zijn belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van de inwoners. De gemeente Moerdijk heeft daarom in de gehele gemeenten diverse sportcomplexen in bezit. Vanuit de verenigingen komen regelmatig vragen over beheer, onderhoud en wensen. Bijvoorbeeld vragen over uitbreiding van het sportcomplex als gevolg van ledengroei of de vraag om een ‘nieuwe’ sport zoals paddel te faciliteren. Op dit moment kunnen verenigingen onvoldoende bij de gemeente terecht. Onze rentmeester ontzorgt ons in de operationele uitvoering, maar als de vragen van verenigingen complexer worden, komen ze bij de gemeente terecht. Het afhandelen van vragen van verenigingen is onvoldoende belegd. Voor de buitensportaccommodaties loopt reeds een onderzoek waarvoor in 2024 een raadsvoorstel volgt. Hierover wordt een informatieavond georganiseerd. Toelichting: We krijgen al enige tijd signalen van onvrede van sportverenigingen in die zin dat de gemeente onvoldoende reageert op meldingen, signalen en wensen. Uit analyse blijkt dat formeel slechts 0,25 fte is ingericht voor buitensport. Ofwel: er is één medewerker die een kwart van de tijd besteedt aan buitensport. Deze 0,25 fte is bedoeld voor uitvoering van het meerjaren beheerplan, het contractbeheer met de rentmeester en vervangingen en renovaties.
Vragen om uitbreidingen van sportcapaciteit, bijstelling van het aanbod, verbeteringen van de accommodaties en wijzigingen in samenwerking blijven vaak te lang onbehandeld. Zoals nu blijkt, uit onder andere het voorlopig externe advies, is het volgende nodig. 1. Een taak als dagelijks aanspreekpunt voor verenigingen. Voor dagelijks contact met de rentmeester, coördinatie tussen verschillende vakgebieden en zorg voor het dagelijks beheer; 2. Een sportbeleidstaak: aanvragen van verenigingen met wensen over uitbreidingen, wijzigingen en samenwerking behandelen 3. 0,5 fte ipv 0,25 fte om echt goed assetmanagement uit te voeren over de eigendommen 4. Een administratieve taak ten behoeve van het contractbeheer We vragen werkbudget voor de komende twee jaar om te ervaren wat de meest wenselijke structurele invulling is. Daarnaast zijn thema's als mogelijke dekking voor deze kosten uit het verbeteren van kostendekkendheid van buitensport nog niet onderzocht. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 215.000
€ 215.000
€0
€0
I
Onderbouwing:
Uitgaande van ca. 1,5 fte tijdelijke inhuur (zie onder) tegen een gangbaar uurtarief is € 215.000 benodigd in 2025 en 2026. Met dit bedrag kunnen bovenstaande taken in 2025 en 2026 worden gerealiseerd en tegelijkertijd onderzocht worden wat structureel nodig is om de ondersteuning van buitensport goed te organiseren.
Dekking:
-
Personele gevolgen:
Afhankelijk van de exacte uitwerking (inhuur tijdelijke extra capaciteit of na verloop van tijd deels herschikken bestaande capaciteit op basis van uitkomsten onderzoek) is het uitgangspunt om de komende 2 jaar te werken met; 1 fte aanspreekpunt/ operationeel beheerder (schaal 9) 0,25 fte beleidsadviseur sport (schaal 10) 0,25 fte beheeradviseur (schaal 10)
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Ondersteunen we vrijwilligers en verenigingen op een professionele wijze; Kunnen we ons sportbeleid op een adequate manier uitvoeren; Kunnen we op dit gebied aan onze dienstverleningsprincipes voldoen; Krijgen we het beheer van onze eigendommen beter op orde Verminderen we kwetsbaarheden in de sportorganisatie
Wanneer we dit niet doen: Blijven de dingen gaan zoals ze nu gaan, zijn we als partner soms onbetrouwbaar, blijven verenigingen ontevreden over de organisatie en gaan we achterlopen op ontwikkelingen, waardoor uiteindelijk ons beleidsdoel om bewegen te stimuleren wordt geschaad.
15
2.3. Organisatie buitensport op orde Wettelijke verplichting?
Dit is geen wettelijke verplichting
Programma
2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk
Bestuursakkoord
Ondersteunen van vrijwilligers en verenigingen. In deze periode gaan we onverminderd door met het ondersteunen van vrijwilligers, vrijwilligersorganisaties en verenigingen. Deze zien wij als het cement van de samenleving.
2.4 Capaciteit buitendienst als gevolg van areaaluitbreiding (ingroei naar 3 fte) Aanleiding: Areaaluitbreiding als gevolg van o.a. versnelde woningbouw zorgt voor extra druk op het serviceteam. Het is niet reëel om te verwachten dat we met eenzelfde omvang van de buitendienst, op termijn de service kunnen blijven verlenen aan de inwoners als nu. Met het afronden van het project Bosselaar Zuid komen we op een omslagpunt dat extra formatie nu echt nodig is. We blijven de komende jaren groeien in areaal en het is daarom van belang om met het serviceteam mee te groeien. We stellen voor om in 3 jaar toe te groeien naar een uitbreiding met 3 fte. Toelichting: De gemeentelijke groeiambitie heeft impact op de buitendienst. De gemeente groeit komende 10 jaar naar verwachting met ruim 2700 woningen en we krijgen naast de afgeronde woningbouwprojecten van de afgelopen jaren, nu ook Bosselaar Zuid geheel in beheer. Zonder de nieuwe woningbouwambitie is uitbreiding met 1 fte sowieso nodig om het gerealiseerde areaal en de inwoners daarvan goed te bedienen. We moeten als het ware ‘een been bijtrekken’. Daarbij komt dus ook de nieuwe woningbouwambitie. Naast ‘het been bijtrekken’ is in de komende jaren uitbreiding met nog 2 fte nodig om onze service op adequaat niveau te kunnen verlenen. Financieel effect: 2025
2026
€ 61.000 € 0 Onderbouwing: Dekking:
€ 122.000 € 183.000 € 183.000 S (loonkosten) € 2.000 € 9.000 € 9.000 S (aanschaf bus) Loonkosten 3 fte schaal 5: 3 x € 61.000 = € 183.000 in 2027. Kosten aanschaf bus in 2026 circa € 55.000 (kapitaallasten € 7.000 + 2.000 bijkomende kosten= € 9.000 structureel) -
2027
2028
I/S
Personele gevolgen:
Het betreft de uitbreiding van de buitendienst met 3 allround service-medewerkers.
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Kunnen we het serviceniveau in stand houden nu en in de toekomst.
Wettelijke verplichting?
Programma Bestuursakkoord
Wanneer we dit niet doen: Lopen we reëel risico op uitval tijdens calamiteiten en gladheid. Tevens zullen we te zijner tijd het serviceniveau moeten verlagen.
Het is een wettelijke verplichting van gemeenten om de openbare ruimte veilig te houden (AWB). Op het gebied van service zit wel een afweging, maar uiteindelijk moet de klus wel geklaard worden. Een alternatief is uitbesteden van meer diensten, maar op dit moment zien we in gemeenteland juist een omgekeerde beweging, omdat ook marktpartijen niet altijd de kwaliteit kunnen leveren die we verwachten. 2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk Wonen en voorzieningen – ‘We nemen de besluiten om de 2700 geprogrammeerde woningen in de komende 10 jaar daadwerkelijk te realiseren. We zetten onze plancapaciteit en organisatie daarop gericht in.
16
2.5 Capaciteit toezichthouder kabels en leidingen (1 fte) Aanleiding: In de openbare ruimte van de gemeente Moerdijk vinden met regelmaat werkzaamheden plaats voor het aanleggen, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen. De druk op de ondergrondse openbare ruimte neemt toe door landelijke ontwikkelingen als steeds snellere digitalisering (glasvezel) en een sterke stijging in de energiebehoefte door verduurzaming. Naast deze nieuwe ontwikkelingen zijn veel ondergrondse netten (water, elektra) verouderd en worden vervangen en/of verzwaard. De inzet van de gemeente Moerdijk om proactieve regie te voeren, en grip en sturing op de werkzaamheden in de buitenruimte te houden, is sterk toegenomen. Door adequaat toezicht op ploegen die vaak sterk onder tijdsdruk staan, wordt de kwaliteit van de openbare ruimte na werkzaamheden zo veel mogelijk gewaarborgd. Met alle nog voorspelde ontwikkelingen is deze toegenomen inzet structureel. Toelichting: Om grip en sturing te kunnen houden in onze openbare ruimte en de kwaliteit daarvan te kunnen waarborgen is het nodig voldoende toezicht te hebben op projecten door derden. Nutsprojecten vragen een grote inzet van onze toezichthouders, wat ten koste gaat van toezicht de reguliere werkzaamheden. Deze extra inzet is inmiddels structureel en zal de komende jaren niet verminderen.
Daarom vragen we 1 fte aan toezichthouder kabels en leidingen, zodat deze capaciteit overeenkomt met de opgave. De dekking van de kosten wordt gevonden in de toenemende vergunningaanvragen/werkzaamheden en daarmee toegenomen leges en degeneratievergoedingen. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 0*
€ 0*
€ 0*
€ 0*
S
Onderbouwing:
1 fte schaal 9 = € 88.000
Dekking:
*Op dit moment wordt er vanuit gegaan dat de jaarlijkse kosten (€ 88.000) gedekt zullen kunnen worden uit de leges en degeneratievergoedingen. De vergunningaanvragen en werkzaamheden nemen fors toe en daarmee de gestegen legesinkomsten en degeneratievergoedingen Uitbreiding capaciteit met 1 fte toezichthouder schaal 9
Personele gevolgen:
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Besparing van (maatschappelijke) kosten en terugdringen van overlast in de openbare ruimte.
Wanneer we dit niet doen: Herstel van de openbare ruimte en de kosten komen op rekening gemeente, omdat onvoldoende aangetoond kan worden welke gravende partij schade veroorzaakt.
Wettelijke verplichting?
Gemeente heeft een zorgplicht voor een veilige openbare ruimte. Voldoende toezicht op werken door derden is hier onderdeel van.
Programma
2. Prettig en veilig wonen en leven in Moerdijk
Bestuursakkoord
-
17
Programma 3 Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk Onze gemeente heeft een sterke economische functie van regionale en nationale betekenis. Hierdoor ontstaat zowel werkgelegenheid voor onze eigen inwoners als voor de regio. De economische doorontwikkeling biedt kansen voor een inclusieve arbeidsmarkt en het aantrekken van nieuwe inwoners om de leefbaarheid te versterken en onze voorzieningen op peil te houden. De economische positie van de gemeente wordt verder uitgebouwd door economische kansen te benutten. Daarbij streven we naar een beter evenwicht tussen economie en de (milieu)druk op mens en omgeving. We kijken naar wat economische ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het realiseren van doelstellingen ten aanzien van duurzaamheid, klimaat, leefbaarheid en bereikbaarheid. We kunnen de economische kracht van het haven- en industrieterrein waar mogelijk koppelen aan andere lokale en regionale opgaven. Er liggen kansen om de spin-off vanuit de industrie richting lokale bedrijvigheid te vergroten. De aanwezigheid van de zeehaven van Moerdijk en ons uitgestrekte buitengebied met agrarische bebouwing en recreatieterreinen hebben helaas een aantrekkingskracht op de georganiseerde criminaliteit. Dit kan ondermijnende effecten hebben op onze samenleving.
3.1 Capaciteit strategische positionering (1 fte) Aanleiding: Rijk, provincie en regio beschouwen Moerdijk in toenemende mate als een plek waar zij eigen opgaven kunnen oplossen. Dit kan haaks staan op lokale belangen en ambities, maar biedt ook kansen om eigen opgaven te verzilveren. Proactieve sturing, lobby en strategische positionering is nodig om de Moerdijkse belangen te borgen. De verwachting is dat deze processen structureel inzet vragen, en dat de vraag toeneemt. Om die reden wordt voorgesteld om structureel een nieuwe functie te creëren. Toelichting: Vanuit energie infrastructuur is door het rijk een grote ruimteclaim in Moerdijk geformuleerd. In het Provinciale Ruimtelijk Voorstel geeft de provincie aan dat ze het haven en Industrieterrein Moerdijk ziet als plek met ruimte voor rijks energieinfrastructuur en circulaire economie. Naar verwachting wordt dit overgenomen in de Nota Ruimte die het Ministerie van BZK rond de zomer in concept gaat opleveren. De ruimteclaims komen aan bod op de Ontwerptafel Powerport. Op de Ontwerptafel kijken we of en hoe de verschillende opgaven met behoud van leefbaarheid en brede welvaart kunnen worden ingepast. In het verlengde hiervan willen we met rijk en provincie tot afspraken komen over de borging van leefbaarheid, brede welvaart en compenserende gebiedsinvesteringen. Dit is een complex en intensief traject.
Aanvullend ontstaat op het gebied van regionale samenwerking in het economische en fysieke domein een verschuiving in het speelveld die nog niet uitgekristalliseerd is (RWB, SRBT, baronie, WBW). Ook dit vraagt strategische sturing. Momenteel worden bovenstaande werkzaamheden uitgevoerd door de programmamanager economie. Deze opgaven zijn echter niet meer te combineren is met reguliere werkzaamheden zoals het programmamanagement en de coördinatie van het economisch cluster. Vanaf najaar 2023 is dit opgelost met behulp van tijdelijke inhuur ten behoeve van de programmamanagement taken. Deze inhuur wordt in 2024 doorgetrokken. De behoefte aan capaciteit voor strategische positionering is voor Moerdijk niet tijdelijk. Vanwege het economisch profiel van Moerdijk, de tweezijdige oriëntatie in de stedelijke (sub)regio’s en de dynamiek in regionale samenwerking, zal inzet op strategische positionering richting rijk, provincie en regio structureel inzet vragen. Extern capaciteit blijven inhuren om de reguliere taken van de programmamanager over te nemen is kostbaar maakt dat we expertise, kennis en netwerk niet binnen de eigen organisatie opbouwen.
Daarom wordt voorgesteld wordt om de huidige programmamanager economie structureel in te zetten ten behoeve van strategische positioneringsvraagstukken binnen het ruimtelijk economisch domein en een nieuwe programmamanager economie te werven. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 110.000
€ 110.000
€ 110.000
€ 110.000
S
18
3.1 Capaciteit strategische positionering (1 fte) Onderbouwing: Dekking: Personele gevolgen:
1 fte schaal 11 Werven nieuwe programmamanager economie. Huidige programmamanager gaat functie vervullen van adviseur strategische positionering.
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Continuering strategische positionering op ontwerptafel Powerport, nota ruimte, provinciaal Ruimtelijk Voorstel, regionale speelveld etc. Daarnaast wordt de rol van programmamanager economie weer structureel ingevuld binnen de organisatie. Dit creëert continuïteit.
Wanneer we dit niet doen: Geen capaciteit voor deze taken. Geen behartiging van Moerdijks belang en borging van onderhandelpositie.
Wettelijke verplichting?
Geen wettelijke verplichting
Programma
3. Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk
Bestuursakkoord
We kijken vooruit en staan open voor kansen, tonen lef en durven te veranderen. Ontwikkeling Haven en industriegebied Moerdijk moet bijdragen aan realiseren doelstellingen op gebied van duurzaamheid, klimaat en leefbaarheid. Middelen naar ons toe trekken t.b.v. realiseren eigen ambities omgevingsvisie
3.2 Werkbudget Powerport Aanleiding: Gemeente Moerdijk werkt samen met de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg, de provincie en de ministeries EZK, BZK en I&W aan de ontwerptafel Powerport. Gezamenlijk wordt er een gebiedsgerichte uitwerking opgesteld waaruit moet blijken hoe de rijks energie-infrastructuur en de andere nationale, provinciale en lokale opgaven in het gebied kunnen worden ingepast met behoud van brede welvaart en leefbaarheid. De ontwerptafel Powerport moet leiden tot afspraken met rijk en provincie over wat, waar, onder welke voorwaarden kan landen (scope 2030-2050). Voor onze inzet met betrekking tot de ontwerptafel maken we apparaatskosten en proceskosten. De apparaatskosten hebben we tot nu toe betaald uit de SPUK CDOKE. Dat is echter niet vol te houden. Tot nu toe zijn adhoc afspraken gemaakt over de bekostiging van de proceskosten. Voor de periode na 1 juni 2024 is afgesproken gezamenlijke kosten van de partijen te delen op basis van een verdeelsleutel. Toelichting:
Apparaatskosten
Voor een deel van 2023 en heel 2024 is ondersteuning in de vorm van een projectsecretaris ingehuurd. Deze houdt overzicht over de vele extern geïnitieerde energie-infrastructuurprojecten in het gebied, bewaakt planningen en coördineert de interne afstemming op de diverse projecten. Ook vervult de projectsecretaris werkzaamheden ten behoeve van de ontwerptafel Powerport. De kosten voor deze inzet zijn voor de periode 2023-2024 ten laste gebracht van de SPUK CDOKE. Die zijn daar weliswaar wel voor in te zetten, maar primair bedoeld voor de uitvoeringskosten die we als gemeente maken in de energietransitie in de gebouwde omgeving. Voor de periode na 2024 hebben we deze middelen dan ook nodig voor die opgave. De behoefte aan een projectsecretaris en mogelijke andere ondersteuning zal echter niet minder worden. in 2024 besteden we hier €115.000 aan. Voorgesteld wordt een vergelijkbaar bedrag ook voor de periode 2025 – 2026 beschikbaar te stellen (inclusief jaarlijkse inflatiecorrectie)
Proceskosten
De provincie heeft momenteel mede namens de partners van de ontwerptafel een aanbesteding uitgezet voor het opstellen van de gebiedsgerichte uitwerking en het begeleiden van het ontwerptafel traject, inclusief participatie. Inzet is om per 1 juni een partij gecontracteerd te hebben die het traject de komende periode blijft begeleiden. Partijen hebben afgesproken de kosten gezamenlijk te dragen op basis van de verdeelsleutel: 1/3 rijk, 1/3 provincie, 1/3 gemeenten, waarbij Moerdijk 1 van de 3 gemeenten is. De totale waarde van de opdracht bedraagt € 600.000. De hoogte van dit bedrag is gebaseerd op ervaringen in gelijksoortige projecten elders). De verwachte bijdrage van Moerdijk in kader van deze aanbesteding is 67.000, te verdelen over 2025 en 2026. Daarnaast wordt voor 2025 en 2026 nog 50.000 aan extra proceskosten verwacht. De inschatting van deze plankosten is gebaseerd op ervaringen van 10 jaar geleden met vergelijkbare inpassings- en leefbaarheidsvraagstukken rondom Het HiM. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 215.000
€ 182.000
€0
€0
I
19
3.2 Werkbudget Powerport Onderbouwing:
Dekking: Personele gevolgen:
Onderbouwing 2025: € 115.000 projectsecretaris €50.000 bijdrage inhuur bureau €50.000 overige plankosten Onderbouwing 2026: € 17.000 bijdrage inhuur bureau € 50.000 overige plankosten € 115.000 projectsecretaris De onderbouwing van de inhuur van de projectsecretaris is gebaseerd op de huidige kosten + indexatie. Deze bijdrage is exclusief eigen personele inzet (zie daarvoor 3.1 capaciteit strategische positionering) Inzetten op gesprek met Rijk om uitvoeringskosten nationale energie-infrastructuur structureel vergoed te krijgen. Tot die tijd ten laste van de begrotingsruimte. Zie daarvoor 3.1 capaciteit strategische positionering
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Deelname aan de ontwerptafel Powerport Kans op actieve beïnvloeding fysiek leefomgeving, borgen belangen Moerdijk
Wanneer we dit niet doen: Geen deelname aan de ontwerptafel powerport Reëel risico dat zaken ons overkomen of niet integraal worden opgelost
Wettelijke verplichting?
Geen wettelijke verplichting
Programma
3. Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk
Bestuursakkoord
We kijken vooruit en staan open voor kansen, tonen lef en durven te veranderen. Participatie is uitgangspunt Ontwikkeling Haven en industriegebied Moerdijk moet bijdragen aan realiseren doelstellingen op gebied van duurzaamheid, klimaat en leefbaarheid. Realiseren eigen ambities omgevingsvisie
20
3.3 Werkbudget stedelijke regio's West-Brabant West & Breda -Tilburg Aanleiding: Steeds vaker wordt op regionaal en nationaal niveau een besluit genomen dat direct of indirect van grote invloed is op onze Moerdijkse inwoners en bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan wonen, energie of mobiliteit. Moerdijk is daarom actief aan de slag om ons belang bij de partners goed op de agenda te krijgen of te houden. Omdat Moerdijk onderdeel is van meerdere regionale samenwerkingsverbanden vraagt dit extra capaciteit en middelen. Het belang van Moerdijk – en dan vooral een goede afweging tussen groei en leefbaarheid – is in de (grote) regio helaas niet vanzelfsprekend. Er is een verschuiving gaande in de organisatie van het regionale speelveld binnen het fysiek domein. Binnen middenwest Brabant zijn de stedelijke regio’s Breda-Tilburg (SRBT) en West-Brabant West (BoZ-Roosendaal) ontstaan. Moerdijk maakt onderdeel uit van beide stedelijke systemen. Het is de verwachting dat in de loop van het 2024 een voorstel aan de raad wordt voorgelegd voor de governance en de bekostiging van de twee stedelijke regio’s. Het jaar 2024 vormt een transitiejaar. Streven is om beide stedelijke regio’s qua organisatie, bemensing en takenpakket in 2025 operationeel te hebben. Voor de stedelijke regio West Brabant West ligt er inmiddels een concept kostenplaatje dat is verwerkt in deze kadernota claim.
Voor SRBT is dat nog niet het geval. Vandaar dat voor deze regio een globale schatting is gemaakt. De thema’s die binnen de stedelijke regio opgepakt zullen gaan worden zijn: wonen, economie, mobiliteit, landschap/buitengebied en energie (koppeling met de RES) Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk aangesloten wordt op bestaande tafels, zodat geen zaken dubbel worden gedaan. De provincie steunt de verschuiving richting schaalniveau van de stedelijke regio. Toelichting: Zowel de SRBT als de SRWBW zijn momenteel bezig met het opstellen van een governance structuur, een uitvoeringsagenda en een voorstel voor een werkorganisatie. Naar verwachting worden voorstellen hierover in de loop van het jaar voorgelegd aan de raad. Op dat moment is duidelijk wat de kosten gaan worden. Inzet van Moerdijk is om budgetten van de RWB die betrekking hebben op taken die opgepakt gaan worden door de stedelijke regio ook overgedragen gaan worden naar de stedelijke regio. Hier is echter nog geen overeenstemming over. Uitkomst hangt mede af van besluitvorming over de nieuwe actieagenda RWB. Het is de inzet van de RWB om de betreffende budgetten in te zetten voor nieuwe taken in plaats van om deze over te hevelen naar de stedelijke regio. Los van de vraag of er wel of niet RWB budget wordt overgeheveld is extra geld nodig voor de stedelijke regio’s.
Zolang Moerdijk beslist in twee stedelijke regio’s deel te nemen, komt dit neer op een dubbele bijdrage. Financieel effect: 2025
2026
€ 152.000 Onderbouwing:
€ 152.000 € 152.000 € 152.000 S Stedelijke regio WBW: 10 fte + € 270.000 plankosten 6 fte opvoeren + plankosten opvoeren via kadernota’s gemeenten, inzetten op 4 fte overheveling vanuit RWB Verdeelsleutel afgesproken: BoZ en Roosendaal betalen € 225.000 per gemeente, De overige gemeenten en het Waterschap betalen ieder € 102.000 Definitieve kosten worden verwerkt in raadsvoorstel over dit onderwerp. Stedelijke regio Breda-Tilburg/Baronie Op dit moment nog geen onderbouwing beschikbaar. Voorgesteld wordt om €50.000 op te nemen als claim. -
Dekking:
2027
2028
I/S
Personele gevolgen:
De ambtelijke en bestuurlijke capacitaire belasting neemt toe. In het verleden vond met name afstemming plaats in RWB verband. Nu zal afstemming plaatsvinden in SRWBW en SRBT verband. Om efficiënt te blijven is het denkbaar dat bepaalde thema’s in SRBT verband de nadruk krijgen (bv mobiliteit), terwijl andere thema’s (bv wonen) in SRWBW verband worden afgestemd. Indien de RWB daarnaast nog een agenda blijft voeren die ook gemeentelijke inzet vraagt, neemt de ambtelijke belasting verder toe. (Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Wanneer we dit niet doen: Deelname aan de stedelijke regio. Via deze tafel worden afspraken gemaakt met Geen deelname aan de stedelijke de provincie. De provincie gaat ook inzet van financiële middelen voor bv regio. mobiliteit (regionaal mobiliteitspakket) via deze tafel laten verlopen. Ook lijnt deze tafel op naar (novex) afspraken met het rijk in het BO Leefomgeving en het BO MIRT. Wettelijke verplichting? Geen wettelijke verplichting Programma Bestuursakkoord
3. Economie als versneller voor een vitaal Moerdijk Ambities op wonen, economie en mobiliteit (afspraken over programmering woningbouw en MIRT worden via de tafel van de stedelijke regio gemaakt).
21
Programma 4 Ondersteuning voor mensen die het nodig hebben Gemeente Moerdijk staat voor goede, betaalbare en beschikbare zorg en ondersteuning voor de kinderen, jongeren, volwassenen en senioren die het écht nodig hebben. Soms is dat een duwtje in de rug, soms intensieve hulp. Wij bieden onze inwoners hulp op de tien leefgebieden: opvoeden en opgroeien, onderwijs, fysieke en mentale gezondheid, werk, veiligheid, dagelijks leven, financiën, wonen, mobiliteit en sociale participatie. Gemeente Moerdijk wil een inclusieve gemeente zijn waar iedereen mee kan doen, ongeacht culturele achtergrond, gender, leeftijd of beperkingen. 4.1 Capaciteit Schuldhulpverlening (0,88 fte) Aanleiding: De armoede en schuldenproblematiek is (landelijk) een actueel thema. Te veel mensen in Nederland kampen met ernstige geldzorgen, problematische schulden of leven rond de armoedegrens. Door grote inflatie en de hoge gasprijzen zijn daar nog meer mensen bij gekomen. Het kabinet, maar ook de gemeente Moerdijk wil mensen met (problematische) schulden helpen en waar mogelijk uiteraard voorkomen dat inwoners in de schulden belanden.
Landelijke ontwikkelingen die elkaar in hoog tempo opvolgen, de vele wijzigingen die moeten worden geïmplementeerd (toeslagenaffaire, eenverdienersproblematiek), gezamenlijke speerpunten van De6 gemeenten en de toenemende complexe meervoudige vraagstukken vraagt om een structureel gecoördineerde aanpak van schuldhulpverlening door een kwaliteits- c.q. seniormedewerker. Zodat de uitvoering kan waarmaken wat er wordt gevraagd. Toelichting: De kwaliteits- c.q. senior medewerker schuldhulpverlening (SHV) is de centrale schakel tussen beleid en uitvoering, tussen SHV en het Werkplein, tussen SHV, Wmo en Jeugd, tussen SHV en Kredietbank, is het eerste aanspreekpunt voor de caseloadverdeling (+/- 200), de caseloadgesprekken, de analyse van de doelgroepen, de managementinfo, het aanpassen van systemen, doorvoeren van landelijke wijzigingen, coördineren vroeg eropaf. Deze rol was sinds enkele jaren ondergebracht bij de coördinator Wmo. Dit bleek echter geen haalbare combinatie. Veel zaken zijn blijven liggen, er was lange tijd geen inzicht in data, caseloadverdeling, werkwijzen en implementatie van nieuwe ontwikkelingen bleef achterwege. Sinds de start van de tijdelijke coördinator is hierin een wezenlijk verschil ontstaan. Naast het op orde brengen van een aantal basiszaken vraagt de dynamiek van het onderwerp, en de steeds nieuwe opgaven om een gestructureerde aanpak.
Wij blijven inzetten op het vergroten van het bereik van de inwoners die dit het hardst nodig hebben, dit vraagt naast de landelijke ontwikkelingen en de huidige complexiteit van de aanvragen om een kwalitatieve, integrale en uniforme dienstverlening. Financieel effect: 2025
2026
€ 90.000 Onderbouwing:
€ 90.000 € 90.000 € 90.000 S Bedragen zijn gebaseerd op een formatie van 0,88 FTE (32 uur). HR21: Medewerker Beleidsuitvoering I + coördinatiemodule (daardoor max. feitelijk inschaling in schaal 11, trede 8)
2027
2028
I/S
Dekking:
Er is momenteel geen dekking vanuit bestaande formatie, dit betreft een nieuwe (vaste)functie binnen SHV.
Personele gevolgen:
Structurele formatieruimte voor Medewerker Beleidsuitvoering I + coördinatiemodule
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Uitvoering geven aan de (nieuwe) wettelijke taken en borging van de ontwikkelingen. Zowel op landelijk, regionaal als op team niveau.
Wanneer we dit niet doen: Onvoldoende borging voor zowel uitvoering van (nieuwe) wettelijke taken als borging van ontwikkeling. Overvragen van huidig personeel en het creëren van extra werkdruk.