(concept) kadernota 2025-2028
Tekst van het document
Wettelijke verplichting? Programma
Uitvoering op armoede en schuldenproblematiek zijn wettelijke verplichtingen.
Bestuursakkoord
Samenwerken en participatie. Energiearmoede
4. Ondersteuning voor de mensen die het écht nodig hebben
22
4.2 Capaciteit Strategisch advies sociaal domein (1 fte + werkbudget) Aanleiding: Binnen het sociaal domein ligt een brede verzameling opgaven: de opdrachten in het Bestuursakkoord, de prestaties in de begrotingen, de beschreven kansen in de Scan Mens en Maatschappij, en de recent toegevoegde acties uit de landelijke akkoorden (Gezond en Actief Leven Akkoord en Integraal Zorg Akkoord). Al deze opgaven vragen om centrale, integrale, programmatische aanpak in afstemming met de interne en externe betrokkenen. Er liggen grote inhoudelijke uitdagingen aan deze opgaven ten grondslag. Toenemende vergrijzing, toenemende complexe hulpvragen op alle leefgebieden en steeds meer hulp moet dicht bij de inwoners aangeboden worden. En dit alles met afnemende budgetten en minder beschikbaar personeel. Gemeente Moerdijk wil in deze context de hulp en ondersteuning beschikbaar houden voor de inwoners die het echt nodig hebben. Met als uitgangspunt ‘lichte ondersteuning waar mogelijk, zwaar waar nodig'. We kiezen voor een programmatische aanpak waarbij denken en doen hand in hand gaan en kansen en verbeteringen worden zoveel mogelijk direct in de praktijk gebracht of uitgeprobeerd.
Dit vraagt om een strategisch adviseur die de directeur Mens en Maatschappij ondersteunt bij de regie en sturing op het geheel maar ook de beleidsadviseurs ondersteunt bij strategische vraagstukken op de individuele leefgebieden. Deze strategisch adviseur brengt mensen als het nodig is samen, trekt complexe besluitvormingsprocessen vlot, denkt inhoudelijk mee en voert waar nodig interventies door. Toelichting: De focus zal de komende jaren liggen op: Preventie Jeugd Preventie en ondersteuning volwassenen Andere werkwijzen uitproberen om de intensieve hulptrajecten te verkorten en de toestroom naar intensieve hulp te verminderen. De wachttijden bij jeugdhulp zijn bijvoorbeeld nog altijd een zorgpunt. Ontwikkelen één centrale toegang voor hulpvragen waarna we inzetten op de meest effectieve ondersteuning op het leefgebied dat nodig is. Zorgen dat inwoners de weg naar de hulpvraag weten te vinden. We monitoren de effecten, met als indicator onder andere afname wachttijden jeugd en verlaging kosten Integrale wijkgerichte aanpak samen met partners, pilot in twee wijken De vele vraagstukken vragen om een integrale samenhangende aanpak op het geheel maar ook om een strategische aanpak van de onderdelen. Het ontbreekt aan een strategisch adviseur met een sociaal domein brede blik.
Daarnaast is het wenselijk om voor de realisatie van de diverse projecten werkbudget te hebben waarmee we de invulling daadwerkelijk mogelijk kunnen maken. Dit kan in de vorm van inhuur of op andere wijze, nog nader te bezien. In de praktijk zal blijken of een dergelijk budget structureel nodig is. De komende twee jaar doen we hier ervaring mee op. Financieel effect: 2025
2026
€ 110.000 € 100.000 Onderbouwing
€ 110.000 € 110.000 € 110.000 € 100.000 €0 €0 Strategisch adviseur 36 uur (schaal 11) structureel Werkbudget € 100.000 incidenteel in 2025 en 2026
2027
2028
I/S
Dekking:
-
Personele gevolgen:
Extra formatie binnen het domein Mens en Maatschappij, in het team Jeugd/Cluster advies Sociaal domein
S I
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: We brengen onze dagelijkse ondersteuning, onze beloofde prestaties in de beleidsbegroting en de kansen uit de scan samen in een integrale aanpak. Denken en doen werken nauw samen, er is een samenhangende werkwijze. De voortgang op de projecten wordt gevolgd, de resultaten gemeten en de implementatie in het dagelijks werk wordt geborgd. Tevens is er strategische denkkracht voor de verschillende opgaven
Wanneer we dit niet doen: Geen integrale, samenhangende aanpak op alle aanpak en onvoldoende strategische denkkracht op de verschillende onderdelen. Ook onvoldoende slagkracht om specifieke onderdelen te realiseren.
23
4.2 Capaciteit Strategisch advies sociaal domein (1 fte + werkbudget) Wettelijke verplichting
Het opzetten van een programma en twee pilotwijken an sich is geen wettelijke taak. Met de invulling van de projecten geven we echter wel antwoord op de landelijke opgaven uit het Gezond en Actief Leven Akkoord en de landelijke Hervormingsagenda Jeugd.
Programma
4. Ondersteuning voor de mensen die het écht nodig hebben
Bestuursakkoord
Deze aanpak is rechtstreeks gelieerd aan Programma 4 uit het Bestuursakkoord Preventie, Zorg en Ondersteuning. Ook aan Programma 5 Participatie
4.3 Capaciteit Programma Nieuwkomers (3 fte) Aanleiding: Eind 2023 is gestart met het Programma Nieuwkomers. De aanleiding hiervoor is gelegen in de wens om de inzet voor de verschillende doelgroepen nieuwkomers (Oekraïense ontheemden, statushouders, arbeidsmigranten en asielzoekers) onder één integrale aanpak te brengen. Om daadkrachtig invulling te geven aan het programma en de inzet voor nieuwkomers is het nodig om de inzet van tijdelijke professionals te verlengen en capaciteit toe te voegen op het gebied van huisvesting en opvang van nieuwkomers en op het gebied van toeleiding naar werk participatie. Toelichting: De opgaven rondom diverse groepen nieuwkomers is de afgelopen jaren sterk toegenomen: er worden ruim 300 ontheemden uit de Oekraïne opgevangen, de taakstelling om statushouders te huisvesten en laten inburgeren is blijvend hoog (circa 100 per jaar), er wordt een asielopvang voor 200 personen voorbereid en er is een integrale aanpak arbeidsmigratie. In het kader daarvan zijn er vijf kansrijke huisvestingsinitiatieven in voorbereiding en is er een sociaal maatschappelijke aanpak arbeidsmigratie.
Eind 2023 is gestart met een Programma Nieuwkomers, om de inzet voor de verschillende doelgroepen te coördineren en een aanpak te ontwikkelen waarmee voldoende huisvesting/opvangcapaciteit wordt geborgd en waarmee we ervoor zorgen dat de nieuwkomers met extra ondersteuning zo goed en snel mogelijk zelfredzaam zijn. Daarbij proberen we slimme koppelingen te maken op onder andere het gebied van taal, onderwijs, zorg en sociale participatie en werk. Er is binnen de bestaande formatie onvoldoende capaciteit om hier invulling aan te geven. Meer specifiek gaat het om invulling van de volgende taken: Projectleider huisvesting/ opvang nieuwkomers, met een focus op arbeidsmigratie (3 jaar, 1 fte). De tijdelijke formatie en financiering van de adviseur arbeidsmigratie loopt in 2024 af. Naast de inzet voor arbeidsmigratie, is het ook van belang de huisvestings- en opvangopgave voor de asielopvang, Oekraïne opvang en de huisvesting van statushouders te borgen. -
Programmaondersteuner nieuwkomers (3 jaar, 1 fte) voor de ondersteuning van projectleider(s), programmamanager, beleidsadviseurs. Door de ondersteunende capaciteit bij één persoon te beleggen zorgen we voor verbinding tussen de verschillende aspecten van de opgave en kunnen de projectleiders, adviseurs, en programmamanagers de lichtere (beleids)taken overdragen.
-
Projectleider werk/participatie nieuwkomers (2 jaar incidenteel, 1 fte) om invulling te geven aan de toeleiding van nieuwkomers naar (vrijwilligers)werk in samenspraak met het Werkplein en (lokale) ondernemers. Een belangrijk aspect hierin is het opbouwen en activeren van een lokaal netwerk ism de bedrijfscontactfunctionaris én het zorgen voor de juiste informatie over werktrajecten voor nieuwkomers (begeleiding, financieringsmogelijkheden, mogelijkheden van taal-op-de werkvloer trajecten (ism adviseur Taal). Binnen de bestaande formatie (bij de gemeente en is er geen capaciteit om dit op te pakken.
Door de functies van projectleider huisvesting/opvang nieuwkomers en van programmaondersteuning nieuwkomers voor 3 jaar in te vullen wordt enerzijds invulling gegeven aan de wens en noodzaak om te bouwen aan een stevige basis van het Programma. Anderzijds biedt het de gelegenheid om gedurende deze 3 jaar goed inzicht te krijgen in de structurele behoefte om invulling te geven aan het Programma Nieuwkomers en hoe zich dit verhoudt tot de reguliere werkzaamheden. Hetzelfde geldt voor de functie van projectleider werk/participatie Nieuwkomers, maar dan voor 2 jaar. Het is de verwachting dat voor de projectfase van deze werkzaamheden 2 jaar voldoende is. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 0*
€ 0*
€ 0*
€0
I
24
4.3 Capaciteit Programma Nieuwkomers (3 fte) Onderbouwing:
Projectleider werk/participatie nieuwkomers (2 jaar, 1 fte schaal 11): € 110.000 per jaar Projectleider huisvesting/opvang nieuwkomers (3 jaar, 1 fte schaal 10): € 97.000 per jaar Programma-ondersteuner nieuwkomers (3 jaar, 1 fte schaal 9): € 88.000 per jaar Totale kosten komen daarmee op € 295.000 (2025), € 295.000 (2026) en € 185.000 (2027).
Dekking:
Voor de voorgestelde functies is binnen de huidige formatie geen ruimte. *Voorgesteld wordt om deze incidentele middelen te dekken uit de reserve nieuwkomers.
Personele gevolgen:
3 fte extra tijdelijke formatie binnen het domein Mens en Maatschappij, in het team Jeugd/Cluster advies Sociaal domein (waarvan 1 functie voor 2 jaar en 2 functies voor 3 jaar)
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Door inzet van de projectleider huisvesting/ opvang nieuwkomers geven we een vervolg aan de inzet om te komen tot passende huisvesting voor arbeidsmigranten en tot uitvoering brengen van de integrale aanpak. Dit stagneert als de tijdelijke inzet die tot 2024 loopt niet wordt gecontinueerd. Hetzelfde geldt voor de inzet voor de huisvesting/ opvang van andere doelgroepen nieuwkomers. Dit is tot begin maart 2025 tijdelijk belegd, maar vraagt meer duurzame inzet vanwege de specifieke huisvestings- en opvangvragen die verbonden zijn aan de COA locatie, de Oekraine opvang en de huisvestingsvragen rondom statushouders. Door de inzet van de beleidsondersteuner kan effectiever invulling worden gegeven aan beleidsvragen. Door lichtere werkzaamheden en organisatorische en uitvoerende aspecten van het beleidswerk bij de ondersteuner te beleggen kan meer impact worden gemaakt.
Wanneer we dit niet doen: Bij geen inzet van een projectleider huisvesting/ opvang nieuwkomers komt de (passende) huisvesting van nieuwkomers onder druk. Hiermee komen ook de wettelijke taken om statushouders te huisvesten en uitvoering te geven aan de Spreidingswet onder druk te staan. In het uiterste geval kan de gemeente bij het niet voldoen aan de wettelijke taken onder toezicht komen te staan (van Provincie en/of Rijk). Bij geen inzet voor de beleidsondersteuner zijn de programmamanager, projectleiders en beleidsadviseurs zelf verantwoordelijk voor lichtere taken en kunnen daarmee onvoldoende uitvoering geven aan de opgave. Bij geen inzet van een tijdelijke projectleider werk/ participatie nieuwkomers is er geen ruimte om nieuwkomers gericht te begeleiden en ondernemers te informeren/ begeleiden. Het te verwachten nadelige effect hiervan is dat er niet tegemoet wordt gekomen aan personeelstekorten bij ondernemers en nieuwkomers meer/langer een beroep moeten doen op een uitkering.
Door de inzet van een tijdelijke projectleider werk/ participatie nieuwkomers kan worden ingezet op goede toeleiding naar (bij voorkeur) werk, en kan worden geïnvesteerd in het opbouwen van een netwerk van (lokale) ondernemers die werk kunnen bieden aan nieuwkomers. Dit vraagt specifieke begeleiding. Naar verwachting heeft het positieve effecten voor zowel ondernemers, als voor de nieuwkomers zelf. Wettelijke Het uitbreiden van de formatie betreft op zichzelf geen wettelijke verplichting. Het raakt echter verplichting? wel aan de wettelijke verplichtingen onder de Spreidingswet en betreffende de taakstelling om statushouders te huisvesten Programma 4. Ondersteuning voor de mensen die het écht nodig hebben Bestuursakkoord
Het Programma Nieuwkomers is na opstellen van het Bestuursakkoord van start gegaan en wordt hier dus ook niet in genoemd. In meer algemene zin raakt het Programma Nieuwkomers en de gevraagde extra inzet aan: Samenwerken en participatie Wonen en voorzieningen Preventie, Zorg en Ondersteuning.
25
4.4 Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) Aanleiding: Binnen de gemeente Moerdijk is er een significante afwijking te zien bij de psychische klachten onder de jongeren (2e/4e klas Voortgezet onderwijs): de mentale gezondheid is flink ongunstiger in vergelijking met andere gemeenten in de regio West-Brabant (bron: Corona Jeugdgezondheidsmonitor 2e en 4e klas VO 2021). Het alcoholgebruik en roken (inclusief vapen) ligt algemeen in de regio West-Brabant hoger in vergelijking met de rest van Nederland, zo ook in de gemeente Moerdijk. Investeren in preventie is belangrijk, om waar mogelijk te voorkomen dat kinderen in de problemen of dat problemen erger worden. Nu investeren in preventie kost geld, maar als we door preventie vergaande gevolgen voorkomen is het elke euro waard. OKO is gebaseerd op het IJslandse preventiemodel en de resultaten uit IJsland zijn veelbelovend. OKO is een Nederlandse aanpak gebaseerd op het succesvolle IJslandse preventiemodel. In het bestuursakkoord 2022-2026 is als doel opgenomen dat goede en duurzaam betaalbare zorg en ondersteuning voor de doelgroepen in Moerdijk die het écht nodig hebben, beschikbaar moet zijn. Hierbij is onder andere het preventief jeugdbeleid geïnspireerd op het IJslands model benoemd. Opgroeien in een Kansrijke Omgeving is het antwoord op deze opdracht in het Bestuursakkoord.
Het onderzoek naar een jeugd- en jongerenpas zal hier onderdeel van zijn. Werken volgens de OKO-aanpak betekent vooral dat alle preventieve aanpakken die we al doen, via Meer Moerdijk maar ook bijvoorbeeld TWB en de scholen, gebundeld worden en in samenhang worden bekeken. Dit is nodig om ook na te gaan of voldoende effect wordt bereikt en gestelde doelen worden gehaald, zoals ook uit de Scan Mens en Maatschappij naar voren is gekomen. Toelichting: IJsland heeft de laatste 20 jaar een community-based preventieaanpak gebruikt om het middelengebruik (alcohol, tabak en drugs) aan te pakken onder jongeren. Met succes! In 1998 was 42% van de IJslandse 15- en 16-jarigen in de laatste 30 dagen dronken geweest. In 2017 was dit nog maar 5%. Om een aanpak succesvol te maken is naast algemene en landelijke kennis, een helder beeld van de lokale situatie van belang. Bij OKO is het uitvoeren van lokaal onderzoek en het met elkaar interpreteren van de uitkomsten een van de belangrijkste pijlers. De aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) helpt gemeenten om op basis van cijfers over de lokale jeugd te werken aan gezonde en gelukkige jongeren en te voorkomen dat zij alcohol of drugs gebruiken of roken. Met de implementatie van OKO zal het preventief jeugdbeleid hiermee voor een deel worden vormgegeven.
Binnen OKO werken alle partijen in een gemeente samen aan het creëren van een positieve leefomgeving voor jongeren, zowel thuis (in het gezin) en op school, als in de vriendenkring (peergroep) en in de vrije tijd. Beschermende factoren worden waar mogelijk versterkt en risicofactoren aangepakt. Het doel van OKO op de lange termijn is het laten opgroeien van een gezonde en gelukkige generatie jongeren. Gemeenten dienen hun interesse kenbaar te maken voor OKO via de website van het Trimbos-instituut. Na goedkeuring kan worden deelgenomen aan het 4-jarige implementatietraject. Tijdens dit implementatietraject ondersteunt het Trimbos-instituut gemeenten met het werken volgens OKO, gebaseerd op de uitgangspunten van het IJslandse preventiemodel. De preventie aanpak jeugd is een onderdeel van het overkoepelende Programma Mens en Maatschappij. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 131.000
€ 137.000
€ 137.000
€ 137.000
S
Onderbouwing:
-
Dekking:
Ondersteuning door Trimbos-instituut (ca. € 15.000 per jaar). Uitvoeren tweejaarlijkse gezondheidsmonitor door de GGD (ca. € 15.000 per jaar) Opzetten van jaarlijkse preventieve activiteiten (ca. € 40.000 per jaar). Misschien kan dit uit bestaande middelen of herschikking daarvan, maar dit bedrag ter beschikking hebben is wel een voorwaarde om mee te doen. Capaciteit binnen gemeente voor projectleiding, aanjagen van samenwerking, communicatie, en organisatie en facilitering van bijeenkomsten. 1.5 fte: een gemeentelijke projectleider 0,6 fte (uurtarief 100 euro/per uur * 22 uur per week * 45 werkweken = ca. € 99.000 per jaar); twee andere leden van het kernteam (bijvoorbeeld preventiemedewerker GGD en beleidsadviseur gemeente: 0,5 fte GGD, schaal 10 = ca. € 48.500 per jaar en 0,4 fte gemeente, schaal 10 = ca. € 39.000 per jaar). Hiervoor is aanvullende formatie noodzakelijk (ca. € 186.500 per jaar). Vanuit het resterende bedrag wat geraamd was voor de ontwikkeling voor het preventief jeugdbeleid vanuit het Bestuursakkoord (structureel € 120.000 per jaar). Ook kan een (alleen in 2025) klein deel van de kosten worden gedekt uit de Brede SPUK vanuit het Gezond Actief Leven Akkoord (hoofdthema Gezondheid en Sociale basis, onderdeel OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek € 5.500). Voor de jaren ná 2025 is hiervoor vanuit het Rijk nog geen structurele financiering toegekend.
Na aftrek van de aanwezige dekking in de vorm van middelen Bestuursakkoord en Brede SPUK resteert nog een ongedekt tekort van € 131.000 in 2025 en € 136.500 vanaf 2026 structureel.
26
4.4 Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) Personele gevolgen:
Vanuit het Trimbos-instituut wordt aangeraden om minimaal 1,5 fte beschikbaar te stellen voor een kernteam, afhankelijk van de grootte van de gemeente. Hiervan is 0,6 fte bedoeld voor een projectleider. Ook de verantwoordelijk wethouder zal de nodige inzet gaan plegen om partijen te mobiliseren en te blijven activeren. Het opstellen van een kernteam is niet haalbaar binnen de bestaande, reguliere formatie en hiervoor is aanvullende formatie noodzakelijk. (Maatschappelijke) gevolgen + risico's:
Wanneer we dit wel doen:
Via OKO wordt er gewerkt aan het terugdringen van middelengebruik onder jongeren en wordt hun welbevinden verbeterd. OKO is een onderbouwde, data gestuurde aanpak waarin lokale partners en gemeente samenwerken. Door nu te investeren in preventie voorkomen we mogelijk (dure) maatwerkvoorzieningen in de toekomst. De aanpak is gericht om de omgeving van de jeugd positief te veranderen door beschermende factoren te versterken en risicofactoren te verminderen, hierdoor zijn de effecten vaak pas op langere termijn zichtbaar. Gemeenten die eerder hebben deelgenomen aan OKO bevestigen ook dat resultaten niet direct zichtbaar zijn. Zowel de mentale gezondheid als middelengebruik zijn een maatschappelijk probleem en dat vraagt om een lange adem en langdurige inzet om meetbare resultaten te zien. Echter geven gemeenten wel aan dat er direct resultaten te zien zijn binnen de lokale samenwerking en het versterken van een kansrijke omgeving. Bovendien zijn de resultaten uit IJsland veelbelovend, maar laten ook zien dat het effect pas op langere termijn zichtbaar is.
Wanneer we dit niet doen:
Laten we de kans lopen om via een beproefde methodiek te werken aan het verstevigen van de mentale weerbaarheid en het terugdringen van middelengebruik.
Wettelijke verplichting
Wet Publieke Gezondheid, Wet op de Jeugdgezondheidszorg, GALA/IZA akkoord
Programma
4. Ondersteuning voor de mensen die het écht nodig hebben
Bestuursakkoord
Onderdeel van preventief jeugdbeleid
27
4.5 Versterken van het Algemeen Maatschappelijk Werk als voorliggende voorziening Aanleiding: De inzet op preventie betekent een noodzakelijke versterking van vrij toegankelijke ondersteuning, hier is geen indicatie voor nodig. De afgelopen jaren zien we de druk op het Algemeen Maatschappelijke Werk (AMW) toenemen vanwege het toenemend aantal verwijzingen vanuit de eerste (medische) lijn, maar ook vanwege de toenemende vraag om inzet vanuit het Sociaal Domein van de gemeente. Welzijnsdomein (maatschappelijk werk) << Sociaal domein (gemeente) << Medisch domein Steeds meer beweging naar de lichtere ondersteuning: Het medisch domein verwijst waar mogelijk door naar het naar het sociaal domein, of waar mogelijk meteen naar het welzijnsdomein (welzijn op recept) Binnen het sociaal domein wordt gezocht naar lichtere vormen en waar mogelijk ook doorverwezen naar het welzijnsdomein Toelichting: In 2023 zijn eenmalige middelen beschikbaar gesteld vanuit het rijk voor het wegwerken van wachtlijsten bij het maatschappelijk werk vanwege de coronacrisis. In 2023 heeft een aantal ontwikkelingen, zoals de afronding van de Scan Mens en Maatschappij en de uitwerking van de landelijke akkoorden (GALA en IZA) de inzet op preventie en de voorliggende voorzieningen versterkt.
Het gevolg is dat AMW weliswaar de wachttijden kon oplossen, maar ook een nieuwe vraag zag ontstaan, doordat: De inzet op preventie maakte dat (vaak nieuwe) doelgroepen het AMW wisten te vinden; 165 hulpvragen waren afgesproken, 196 zijn ondersteund in 2023 Naast toenemende casuïstiek er ook sprake was van een vergroting van de complexiteit; Veel huiselijk geweld Het beroep dat gemeente doet op AMW als het gaat om veiligheidscasussen jeugd, Vroeg eropaf (SHV) en samenwerking rondom WMO steeds groter is geworden; en Huisartsen een toenemend beroep doen op AMW als voorliggende voorziening bij psychsociale problematiek, volgens het concept ‘Welzijn op recept’. Ook dient Algemeen Maatschappelijk Werk als overloop vanwege de druk op de GGZ- wachtlijstproblematiek. Vanaf 2025 zijn geen extra middelen beschikbaar. Om AMW voor de toekomst te behouden wordt niet alleen structureel in formatie geïnvesteerd, maar ook in de manier van werken. Naast normeren en normaliseren wordt gewerkt aan een verandering van individuele trajecten naar collectieve trajecten. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 126.000
€ 126.000
€ 126.000
€ 126.000
S
Onderbouwing:
In de aanvraag 2024 zijn de kosten voor 24 uur AMW geraamd op € 120.000. Met een indexering van 5% bedragen deze kosten voor 2025 € 126.000.
Dekking:
Er is geen structurele dekking binnen de reguliere begroting.
Personele gevolgen:
Er zijn geen interne personele consequenties.
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Beperken van de wachttijden Versterken van het AMW als vrij toegankelijke ondersteuning zoals o.a. bij relatie- en scheidingsproblematiek, rouwverwerking, inzet vroeg erop af (schulden), eenzaamheid, stress, verbetering assertiviteit etc. Wettelijke verplichting? Programma Bestuursakkoord
Wanneer we dit niet doen: Wachtlijsten lopen op We kunnen niet alle casuïstiek meer doorleiden en daarmee zonder extra personele inzet intern niet aan de wettelijke taken voldoen Huisartsen kunnen de vragen niet meer doorleiden, waardoor de druk op de eerste lijn nog verder toeneemt
Omvang van het AMW is niet direct in wetgeving neergelegd, maar het is wel een noodzakelijke voorliggende voorzieningen om wettelijke taken op terrein van o.a. jeugd, schuldhulpverlening en veiligheid te kunnen uitvoeren. 4. Ondersteuning voor de mensen die het écht nodig hebben Hoofdstuk preventie, zorg en ondersteuning. Onderdeel investeren in preventie en in de samenwerking met partners (uitgangspunten scan mens &maatschappij).
28
4.6 Bijdrage Safegroup Breda Aanleiding: Een algehele renovatie van het pand van Safegroup (vrouwenopvang) in Breda. Toelichting: De vrouwenopvang is een regionale voorziening waar 14 gemeenten verantwoordelijk voor zijn. Jaarlijks draagt gemeente Moerdijk € 36.000 bij aan deze opvang. Het pand was erg verouderd en een verbouwing was zeer noodzakelijk. Gemeente Breda heeft besloten om de kosten voor te schieten, omdat de verbouwing gezien de erbarmelijke staat van het pand niet meer kon wachten. De totale kosten voor de verbouwing bedragen 6,7 miljoen euro, verdeeld over 2024 (€ 2,7 miljoen) , 2025 (€ 2,6 miljoen) en 2026 (€ 1,4 miljoen). In 2024 worden de colleges van de 14 gemeenten verzocht om bij te dragen in de kosten van de verbouwing. Deze kosten zijn niet opgenomen in de jaarlijkse bijdrage. Omdat de begrotingen van 2024 al zijn vastgesteld, neemt gemeente Breda de kosten van 2024 á € 2,7 miljoen voor eigen rekening. Gemeente Breda heeft bij het besluit tot overgaan naar de verbouwing niet het proces bij de gemeenten afgewacht en besloten de kosten voor te schieten en alle gemeenten die gebruik maken van deze voorziening later om een bijdrage te vragen, op basis van het inwoneraantal. De noodzaak van een verbouwing bestaat al heel lang. De cliëntenraad van Safegroup heeft de politiek betrokken om deze de noodzaak van de verbouwing in te laten zien.
De noodzaak komt niet zozeer voort uit achterstallig onderhoud, maar uit het feit dat het pand oud was en qua indeling/ inrichting niet aansluit op de behoefte van de cliënten Het past niet meer bij deze tijd. Bijvoorbeeld: weinig privacy, groepswoningen en de behoefte aan appartementen die geschikt zijn voor vrouwen met 3, 4 of meer kinderen. Safegroup had al € 2,1 miljoen budget gereserveerd voor de verbouwing. Echter, werd Safegroup overgenomen door Juzt, waardoor de verbouwplannen stil zijn komen te liggen. Pas toen Safegroup als stichting onder de holding met SMO en Veilig Thuis is ondergebracht, zijn de verbouwplannen weer in beeld gekomen. Echter de bestuurswisseling heeft ertoe geleid dat hier de nodige tijd overheen is gegaan voor de plannen definitief waren. Gemeente Breda heeft de eerder gereserveerde middelen van Juzt ontvangen. Deze worden voor de verbouwing ingezet en daarboven op is aanvullend budget nodig. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 139.000
€ 75.000
€0
€0
I
Onderbouwing:
De bijdrage per gemeente is bepaald op basis van de inwoneraantallen van de 14 gemeenten die verantwoordelijk zijn voor het pand.
Dekking:
Hier is nog geen dekking voor.
Personele gevolgen:
Geen.
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Wanneer we dit niet doen: Laten we gemeente Breda niet opdraaien voor de totale Zal Breda de kosten voor de verbouwing voor eigen rekening kosten van deze verbouwing en delen we binnen de moeten nemen. Breda heeft toegezegd dat de verbouwing samenwerking ook de gezamenlijke doorgaat, ook als er gemeenten zijn die niet bijdragen. verantwoordelijkheid voor het onderhoud van het pand en het recht om daar gebruik van te mogen maken. Bovendien sluit het aan op het beginsel in samenwerking met onze partners dat wij bijdragen in de kosten vanuit solidariteit. Wettelijke Er is geen sprake van een wettelijke verplichting. Omdat gemeente Breda, alvorens hiervoor verplichting? een verzoek om te hebben gedaan bij de colleges, heeft besloten de starten met de verbouwing, is het mogelijk om te weigeren om bij te dragen in de kosten. Of om een ander bedrag dan het bovengenoemde bij te dragen. Het advies is de bijdrage wel te verstrekken vanuit bestuurlijke fatsoen. Programma 4. Ondersteuning voor de mensen die het écht nodig hebben Bestuursakkoord
Preventie, Zorg en ondersteuning.
29
Programma 5 Partnerschap in een veranderende samenleving We streven naar een samenleving die zo is ingericht dat inwoners zich comfortabel, prettig en veilig voelen. We werken daarbij steeds meer en hechter samen met inwoners, partners en ondernemers. Wij geloven dat samenwerken door participatie en gebiedsgericht werken bijdraagt aan betere democratische besluitvorming. Moerdijk wil een luisterende, aanspreekbare, responsieve en samenwerkende gemeente zijn. Dit vraagt om een blijvende investering en om hierbij steeds de juiste vorm te kiezen. Bij alles wat we doen, hebben we extra aandacht voor dienstverlening en digitalisering & informatisering. De manier waarop we invulling geven aan deze onderwerpen bepaalt voor een belangrijk deel hoe onze inwoners naar de gemeente kijken. 5.1. Doorontwikkeling gebiedsgericht werken Aanleiding: Sinds ruim tien jaar werken we in Moerdijk gebiedsgericht, dat wil zeggen dat we een werkwijze hebben ontwikkeld waarmee we als gemeente in nauw contact staan met de verschillende dorpjes en stadjes. Onder andere via de stadsen dorpstafels. Het bovenliggende doel is een gezamenlijke inspanning van gemeente, inwoners en maatschappelijke partners om de leefbaarheid in een kern op peil te houden en waar mogelijk te verhogen. Het gebiedsgericht werken vraagt om een doorontwikkeling. Om dat te kunnen realiseren is meer strategische denkkracht nodig.
Om en gebiedsgericht werken verder te ontwikkelen, zowel intern als extern, en om een duidelijke koers voor de toekomst te bepalen. Toelichting: Elke tafel heeft een vaste gebiedscoördinator. Binnen de gemeente hebben we drie gebiedscoördinatoren, zij zijn verdeeld over de kernen. Waren dit in eerste instantie gedeelde functies: deels projectleider, deels gebiedscoördinator, sinds ruim vijf jaar zijn het zelfstandige functies geworden. De gebiedscoördinatoren zijn grenswerkers, samenwerkers, ze werken zowel binnen als buiten en leggen de verbinding. Gezien het belang van samenwerken en participatie (hoofdstuk 1 in het Bestuursakkoord) in onze huidige tijdsgeest zijn we op het punt gekomen om gebiedsgericht werken stevig verder te ontwikkelen. Zowel intern als extern. Hiervoor is strategische denkkracht nodig. Stevig relatiebeheer met de voorzitters van de tafels is nodig, waarbij de tafels ondersteund worden bij hun verdere ontwikkeling en rolinvulling, sociale thema's moeten een duidelijke positie krijgen aan de tafels en de samenstelling van de tafels moet diverser. Ook intern is nog een doorontwikkeling nodig. Vraagstukken als: ‘waar zijn we als gemeente bereid om een stukje invloed op te geven en in welke mate en vorm’, ‘wat vraagt gebiedsgericht werken in de organisatie'.
Daarnaast is er binnen gemeente Moerdijk sprake van stevige gebiedsontwikkeling (Zevenbergen-oost), duurzaamheidsopgave en een grote woningbouwopgave. De fysieke voorzieningen en infrastructuur worden aangelegd voor de inwoners die er wonen en verblijven. Ook dat vraagt een stevige visievorming op het gebied van participatie en gebiedsgericht werken. Tot slot is er in het sociaal domein een duidelijke beweging naar ‘zo thuis mogelijk en zo nabij mogelijk', met andere woorden. Veel zorg en ondersteuning zal weer in de wijken en de kernen moeten plaatsvinden. Een doordachte wijkgerichte of gebiedsgerichte aanpak in de kernen is hiervoor een randvoorwaarde. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 125.000
€ 125.000
€0
€0
I
Onderbouwing:
Voor dit bedrag is het mogelijk de gewenste doorontwikkeling en koersbepaling van gebiedsgericht werken te realiseren.
Dekking:
-
30
5.1. Doorontwikkeling gebiedsgericht werken Personele gevolgen:
-
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Ontwikkelen we een gemeentebrede duidelijke visie op gebiedsgericht werken in de komende jaren, zowel intern als extern. Wettelijke verplichting? Programma Bestuursakkoord
Wanneer we dit niet doen: Dan missen we een gemeentebrede, gemeenschappelijke visie. In de huidige tijd is een vorm van burgerparticipatie niet meer weg te denken. Een visie is nodig om de aanpak voor de komende jaren te borgen.
Het is geen wettelijke verplichting, samenwerken en participatie is echter het eerste hoofdstuk uit het Bestuursakkoord. Gebiedsgericht werken is een vorm van participatie. Bovendien sluit het aan bij de beweging in het sociaal domein om steeds meer wijkgerichter, dicht bij de mensen te gaan ondersteunen 5. Partnerschap in een veranderende samenleving Het is geen wettelijke verplichting, samenwerken en participatie is het eerste hoofdstuk uit het Bestuursakkoord. Gebiedsgericht werken is een vorm van participatie.
5.2 Capaciteit arbobeleid Aanleiding: Arbo en vitaliteitsbeleid Het takenpakket van de adviseur arbeidsvoorwaarden / arbeids-juridische zaken is breed en veelomvattend. Als gevolg van snel op elkaar volgende CAO afspraken (korte looptijd CAO), veranderende wetgeving, arbeids-juridische casuïstiek, kampt de huidige functionaris al zeer lange tijd met overbelasting. Zij werkt niet alleen voor de ambtelijke organisatie, maar ook voor de ambtsdragers. We zijn hier kwetsbaar. Het tijdelijk toevoegen van formatie op beleidsniveau maakt dit risico kleiner. Daarnaast wordt vanuit de ambitie extra inzet verwacht op het gebied van duurzame inzetbaarheid. Toelichting: In de CAO gemeenten 2024 is expliciet aandacht gegeven aan ‘duurzame inzetbaarheid’. Onderdeel hiervan is dat de organisatie in overleg met medezeggenschap vitaliteitsbeleid opstelt. Het betreft hier niet alleen het opstellen van het beleid, maar tevens het implementeren en borgen in de organisatie. In onze HR strategie is ‘duurzame inzetbaarheid’ dan ook een van de vier pijlers; In deze veranderende wereld is het belangrijk om met elkaar ervoor
-
te zorgen dat we duurzaam inzetbaar zijn en blijven. Duurzaam inzetbaar betekent dat medewerkers doorlopend in hun arbeidsleven over mogelijkheden beschikken om nu en in de toekomst met behoud van gezondheid en welzijn te blijven werken. Daarnaast wordt vanuit ‘duurzame mobiliteit’ inzet verwacht om tot een CO2 reductie te komen. Vanuit de wetgeving in eerste instantie voor dienstauto’s, maar vanuit duurzaamheid is hier de ambitie dit breder te trekken. Het arbobeleid met daarin onder andere een agressieprotocol dient te worden vormgegeven, geïmplementeerd en geborgd. Onderdelen van het arbobeleid (wettelijk kader) zijn nu deels en gefragmenteerd belegd in de organisatie. Met de oplevering van het verbouwde gemeentehuis dient opnieuw een RIE (risico inventarisatie en evaluatie) te worden uitgevoerd en mogelijke verbeteringen te worden aangejaagd. De huidige RIE volstaat dan uiteraard niet meer. Mogelijke aanbevelingen vanuit de RIE moeten worden aangejaagd en gemonitord.
Bij Moerdijk hebben we een preventiemedewerker voor 16 uur per week, waarvan 8 uur per week specifiek gewerkt wordt voor de buitendienst. De overige 8 uur is voor de gehele organisatie van Moerdijk. De preventiemedewerker is geen beleidsadviseur. De adviseur arbeidsvoorwaarden (beleidsadviseur) wordt in de praktijk hiervoor ingezet. Echter met haar taakomvang (zij is begroot op 25 uur per week) is het niet reëel dit bij haar huidige takenpakket te voegen. Gezien de extra inzet op duurzaamheid en vitaliteit, het ontbreken van formatie in capaciteit (nu 8 uur per week beschikbaar) en het ontbreken van formatie in kwaliteit (huidige preventiemedewerker is geen beleidsadviseur), wordt voor een jaar extra middelen gevraagd de extra taken als bovengenoemd op te kunnen pakken. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 55.000
€0
€0
€0
I
Onderbouwing:
Met dit bedrag kan met inhuur of tijdelijke uitbesteding van bovenstaande extra taken in 2025 worden gerealiseerd.
31
5.2 Capaciteit arbobeleid Dekking:
-
Personele gevolgen:
Zie toelichting
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Wanneer we dit niet doen: Voldoen we aan de richtlijnen die wetgeving ons stelt Zullen we keuzes moeten maken vwb beleidsontwikkeling en kunnen we onze ambities op het gebied van rondom duurzame inzetbaarheid en zullen zijn we kwetsbaar duurzame inzetbaarheid waarmaken als het gaat om voldoen aan wettelijke verplichtingen Wettelijke n.v.t. verplichting? Programma 5. Partnerschap in een veranderende samenleving Bestuursakkoord
-
5.3 Capaciteit communicatie (0,67 fte) Aanleiding: Structurele dekking voor medewerker ondersteuning communicatie Toelichting: Het aantal projecten in het fysiek en sociaal domein is fors. Veel van deze projecten vragen communicatieondersteuning. Binnen het cluster communicatie werken 4 communicatieadviseurs. Gezien de grote hoeveelheid werk en de verdergaande groei in gevraagde ondersteuning op het gebied van communicatie, is drie jaar geleden een medewerker ondersteuning communicatie aangetrokken om de communicatieadviseurs operationeel te ondersteunen. In eerste instantie op tijdelijke basis. Vanwege goed presteren (jong talent) en groeiende behoefte vanuit de organisatie, is het tijdelijk contract na 3 jaar omgezet in een vast contract. Hiermee is het team communicatie structureel uitgebreid met 1 fte. Een deel van de loonkosten worden hierbij gedekt vanuit projectgelden tbv communicatie. Dit betreffen werkzaamheden die direct aan projecten kunnen worden toegeschreven. Voor het andere deel werkt de medewerker ter ondersteuning van de communicatie adviseurs. Deze loonkosten zijn niet structureel gedekt in de formatie. Het is realistisch om te verwachten dat ook voor de komende jaren een deel van de inzet van de communicatiemedewerker uit projectgelden kan worden bekostigd. Voor het overige deel (24 uur) vragen we structurele dekking. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 52.000
€ 52.000
€ 52.000
€ 52.000
S
Onderbouwing:
Medewerker beleidsuitvoering III - schaal 8 - 24 uur. De bovenstaande salariskosten zijn gebaseerd op de CAO 2024-2025, waarin de verwachte salarisverhogingen per 1 oktober 2024 zijn omgerekend naar de totale loonkosten per jaar inclusief 17,5% IKB.
Dekking: Personele gevolgen:
Uitbreiding van de formatie van cluster communicatie (team PCS) met 0,67 FTE (schaal 8)
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Zijn we beter in staat om onze projectleiders te ondersteunen in communicatie aanpakken van projecten
Wanneer we dit niet doen: Kunnen we niet de dienstverlening leveren waar de organisatie om vraagt. Als de formatieplaats van ondersteuner wegvalt, komt dit terug bij de communicatieadviseurs. Dit heeft zijn weerslag op dienstverlening naar de organisatie.
Wettelijke verplichting?
n.v.t.
Programma
5. Partnerschap in een veranderende samenleving
Bestuursakkoord
-
32
5.4 Capaciteit werving en selectie ( 1,78 fte) Aanleiding: De krappe arbeidsmarkt, groei aantal vacatures vast personeel, groei inhuur. Toelichting: In 2023 zijn we gestart met de uitrol van de arbeidsmarktstrategie. Dit betekent een doorontwikkeling van beleid op zowel instroom, doorstroom als uitstroom. In het kader van instroom is de arbeidsmarktcommunicatie campagne Werken bij Moerdijk ‘wij houden hier wel van een uitdaging!’ opgestart. Arbeidsmarktcommunicatie is geen eenmalige uiting. Moerdijk als werkgever onder de aandacht brengen en houden om daarmee goede kandidaten nu en in de toekomst te kunnen aantrekken, vraagt structurele doorontwikkeling van arbeidsmarktcommunicatiebeleid. Naast uitingen in de arbeidsmarkt en het ontwikkelen en beheren van de content van onze nieuwe ‘werken bij’ website, vraagt de werving en selectie van nieuwe collega’s behoorlijk veel capaciteit van de afdeling P&O. De organisatie groeit, de capaciteit van de P&O adviseurs is daar niet op meegegroeid. We zien een forse uitbreiding van de werkzaamheden bij P&O op het gebied van werving en selectie van zowel vaste als tijdelijke medewerkers. Dit vanwege de groeiende ambities van de gemeente. Als gevolg van de krappe arbeidsmarkt vraagt het invullen van vaste en tijdelijke vacatures extra veel capaciteit van de P&O adviseurs en ondersteuners, naast hun reguliere werkzaamheden.
Doordat het aantal medewerkers (vast en tijdelijk) dat werkzaam is voor de gemeente flink is gestegen doet dit sowieso al een fors beroep op de huidige P&O bezetting. Daarmee is extra inzet op de arbeidsmarkt met de huidige bezetting niet toereikend. In 2024 hebben we daarom de werkzaamheden van de werving en selectie bij een tijdelijke recruiter belegd. Enerzijds om het werving en selectieproces te professionaliseren en te optimaliseren, anderzijds om de werkbelasting van de personeelsadviseurs en personeelsconsulenten hanteerbaar te houden. Ook op inhuur wordt nu tijdelijk extra capaciteit ingezet. De arbeidsmarkt blijft de komende jaren krap. Het aantal vacatures is flink gestegen en met huidige en te verwachte uitstroomcijfers blijft dit komende jaren het geval. Daarnaast is de inhuur van vaste medewerkers op incidentele gelden en tijdelijke inhuur medewerkers op incidentele gelden enorm toegenomen. Gezien de lange looptijd van grote projecten, blijft dit ook komende jaren aan de orde. Omdat de formatie van P&O niet is meegegroeid met de groei van de primaire organisatie en onze dienstverlening ten aanzien van recruitment (vast en tijdelijk) is uitgebreid, is dit niet te beleggen bij de zittende personeelsadviseurs. Daarom vragen wij voor 2 jaar capaciteit in de vorm van een recruiter (schaal 10 / 32-36 uur) en een medewerker recruitmentondersteuning (schaal 8 / 28 uur).
Dit om nu en komende 2 jaar de organisatie te kunnen blijven voorzien van voldoende personeel met de juiste kwalificaties om de opgaven te kunnen realiseren. Financieel effect: 2025
2026
2027
2028
I/S
€ 158.000
€ 158.000
€0
€0
I
Onderbouwing: Dekking:
-Recruiter (schaal 10 / 32-36 uur) -Medewerker recruitmentondersteuning (schaal 8 / 28 uur) De verwachting is dat we mogelijk wat kunnen gaan besparen op de kosten van wervingsbureaus. Een vaste recruiter kan ook gericht sourcen wat mogelijk de inzet van wervingsbureaus kan verminderen. Een exact bedrag is hiervoor nog lastig aan te geven.
Personele gevolgen:
Tijdelijke uitbreiding van de formatie van P&O.
(Maatschappelijke) gevolgen + risico's: Wanneer we dit wel doen: Zijn we beter in staat om de juiste medewerkers aan te trekken zodat we in staat zijn om onze opgaven richting onze inwoners te kunnen realiseren.
Wanneer we dit niet doen: Hebben we het risico onvoldoende capaciteit in huis te hebben. Dit kan zijn beslag krijgen op de zittende medewerkers. Met de uitkomsten van het medewerkersonderzoek in ons achterhoofd (werkdruk) levert dit een risico op voor uitval van bestaande collega’s. Of zullen we mogelijk vertraging oplopen in de uitvoering van onze opgaven.
Wettelijke verplichting? Programma
n.v.t.
Bestuursakkoord
Beschikken over de juiste hoeveelheid medewerkers met de juiste kwalificaties is randvoorwaardelijk voor het kunnen realiseren van het bestuursakkoord.
5. Partnerschap in een veranderende samenleving
33
Hoofdstuk 4 – Financieel meerjarenperspectief Verwacht begrotingsresultaat 2025-2028 De in deze kadernota geformuleerde uitgangspunten (hoofdstuk 1), de budgetaanpassingen binnen het bestaande beleid en actualisatie van eerdere nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 2) en de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3) resulteren in onderstaand meerjarenperspectief. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2025
2026
2027
2028
Resultaat begroting 2024 (incl. 1e wijz.)
5.041
-1.898
-1.716
-1.716
-37
-62
77
-141
0
0
-49
-48
Subtotaal
5.003
-1.960
-1.688
-1.905
Uitkering gemeentefonds (algemene uitkering)
3.264
3.190
4.668
5.903
765
797
829
862
Loonkostenontwikkeling (indexering 2024 + 2025)
-1.224
-1.224
-1.224
-1.324
Prijsontwikkeling beheerplannen (indexering 4,8%)
-549
-549
-549
-549
-3.582
-3.592
-3.326
-2.407
-334
198
-213
-721
Verwacht begrotingsresultaat vóór nieuwe ontwikkelingen
3.344
-3.141
-1.503
-140
Nieuwe ontwikkelingen (bijlage 3)
-2.171
-2.047
-1.260
-1.260
Verwacht begrotingsresultaat na nieuwe ontwikkelingen
1.173
-5.188
-2.763
-1.400
Waarvan structureel
3.903
-2.499
-2.533
-1.440
Waarvan incidenteel
-2.730
-2.688
-229
40
Raadsbesluiten (t/m maart 2024) Raadsvoorstellen (april en mei 2024)
Belastingopbrengsten (indexering 3,2%)
Budgetaanpassingen bestaand beleid (bijlage 1) Actualisatie eerdere nieuwe ontwikkelingen (bijlage 2)
Waar het jaar 2025 met een structureel verwacht begrotingsresultaat van ca. € 3,9 miljoen nog ruimschoots reëel sluitend is (meer structurele baten dan lasten), slaat dat beeld vanaf 2026 om. Vanaf 2026 wordt op basis van de huidige cijfers een structureel tekort verwacht van ca. € 2,5 miljoen in 2026 en 2027 en € 1,4 miljoen in 2028. Deze grote terugval is voornamelijk het gevolg van een forse daling van het gemeentefonds. Landelijk worden gemeenten vanaf 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd) geconfronteerd met een fors lagere uitkering uit het gemeentefonds. In hoofdstuk 5 wordt dit nader toegelicht, waarbij ook de laatste ontwikkelingen worden toegelicht over de (positieve) uitkomsten van de voorjaarsnota 2024 die onlangs is uitgebracht door het Rijk. Deze effecten zullen op basis van de nog uit te komen meicirculaire worden verwerkt in de uiteindelijke begroting 2025-2028. Voor de jaren 2025 t/m 2027 geldt verder dat de incidentele lasten hoger zijn dan de incidentele baten. Voor 2025 zou dit opgevangen kunnen worden binnen het verwachte 34
overschot aan structurele middelen. Voor de verwachte incidentele tekorten in 2026 en 2027 zal in de uiteindelijke begroting 2025-2028 ook dekking gevonden moeten worden, waarbij dit bijvoorbeeld gedekt zou kunnen worden uit de algemene reserve.
Reservepositie Bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente speelt de algemene reserve een belangrijke rol. De algemene reserve bestaat uit componenten waaraan de raad (nog) geen bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers en vormt een belangrijk deel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om tegenvallers op te vangen, zonder het beleid direct te moeten aanpassen. Dit weerstandsvermogen wordt periodiek (in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en jaarrekening) afgezet tegen de aanwezige risico’s binnen de gemeente. Op deze manier wordt gemonitord in welke mate de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen. Hieronder is de stand van de algemene reserve weergegeven ten tijde van het opstellen van deze kadernota. Algemene reserve Stand na raadsvergadering 18 april 2024
Bedrag (x € 1.000) € 30.482
Af: Aan te houden weerstandsvermogen
€ 17.700 -/-
Bij: Saldo jaarrekening 2023 (voorlopig)
€
3.500
Af: Resultaatbestemming 2023 (voorlopig)
€
1.900 -/-
Vrij besteedbare ruimte na vaststellen jaarrekening 2023
€ 14.382
Deze berekening is indicatief. Het traject rondom de jaarrekening 2023 is nog niet volledig afgerond waardoor de toevoeging van het saldo van de jaarrekening nog kan wijzigen.
35
Hoofdstuk 5 – Overige ontwikkelingen en onzekerheden In deze kadernota is zoveel mogelijk rekening gehouden met actuele ontwikkelingen en inzichten. De budgetaanpassingen binnen bestaande budgetten, de actualisatie van nieuwe ontwikkelingen uit eerdere kadernota’s (hoofdstuk 2) en de effecten van de nieuwe ontwikkelingen (hoofdstuk 3), zijn hierin verwerkt. Op basis daarvan is het financiële beeld t/m 2028 opgesteld. Dit is namelijk ook het tijdsbestek waarover het meerjarenperspectief in de begroting 2025-2028 moet worden geschetst. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota spelen er diverse ontwikkelingen en onzekerheden. Dit zijn ontwikkelingen die (de komende jaren) nog invloed kunnen gaan hebben op het financieel meerjarenperspectief, maar die gezien de onzekerheden of de termijn waarop die zich gaan voordoen, niet zijn verwerkt in de cijfers van deze kadernota.
Onzekerheden m.b.t. het gemeentefonds Gemeenten zijn in grote mate afhankelijk van de inkomsten van het Rijk. De belangrijkste inkomstenbron van gemeenten is de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voor de gemeente Moerdijk gaat het hierbij om ruim € 70 miljoen. Voor 2026 en verder heerst veel onzekerheid over de algemene uitkering. Zo heeft het voormalige kabinet besloten om te stoppen met de systematiek van trap-op, trap-af (de wijze waarop de algemene uitkering wordt geïndexeerd voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen). In de nieuwe systematiek wordt het gemeentefonds geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Dit leidde tot een forse daling van het gemeentefonds vanaf 2026. Onduidelijk is nog of deze index aansluit bij enerzijds de volumegroei waarmee gemeenten geconfronteerd gaan worden (bijvoorbeeld de zorgkosten als gevolg van vergrijzing en stijging van lonen) en anderzijds de loon- en prijsontwikkeling van de gemeentelijke kosten. Verder was er nog grote onzekerheid over de opschalingskorting, die tot en met 2025 was geschrapt, maar voor de jaren vanaf 2026 nog was gehandhaafd.
Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen is berekend dat gemeenten hierdoor gezamenlijk geconfronteerd werden met een korting op het budget uit het gemeentefonds van ongeveer € 3 miljard in 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd), wat in de jaren daarna met ca. 0,7 miljard per jaar toenam. Dit heeft tot gevolg dat begrotingen van gemeenten onder druk zijn komen te staan. Voor de gemeente Moerdijk ging het om een bedrag van ca. € 5,5 miljoen in 2026 dat opliep tot een bedrag van 9,5 miljoen in 2029. In juli 2023 zijn deze ontwikkelingen voor de VNG aanleiding geweest om voor het eerst in haar bestaan met een begrotingsadvies te komen voor het opstellen van de begroting 20242027. Daarbij is geadviseerd om de lasten in de meerjarenbegroting zo realistisch mogelijk in beeld te brengen en eventuele tekorten zichtbaar te maken zonder daar als gemeente ook al acties / maatregelen voor te nemen. Ook wij als gemeente Moerdijk hebben dat advies opgevolgd in de begroting 2024-2027 die in november 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. Voorjaarsnota 2024 brengt wat meer duidelijkheid Op 15 april 2024 is de voorjaarsnota 2024 door het Rijk uitgebracht. Hierin is bekend gemaakt dat de opschalingskorting vanaf 2026 wordt geschrapt. Dit resulteert in € 675 miljoen extra middelen voor gemeenten. Voor de gemeente Moerdijk komt dat neer op ca. € 1,3 miljoen.
Daarnaast is besloten om de nieuwe financieringssystematiek al vanaf 2024 in te voeren, 36
waarbij gemeenten gecompenseerd worden voor de effecten hiervan. Dit met uitzondering van 2025, waarin het gemeentefonds eenmalig € 675 miljoen lager wordt vastgesteld. Verder is voor de Wmo-uitgaven een – nog uit te werken – aparte, geobjectiveerde indexering aangekondigd. Ook wordt het verminderen van het aantal specifieke uitkeringen door het kabinet, samen de VNG, versneld aangepakt. Hoewel er met de voorjaarsnota meer duidelijkheid en middelen beschikbaar zijn gekomen, is het landelijke financiële probleem van gemeenten hiermee nog niet opgelost. De VNG geeft in de door hen verstuurde ledenbrief aan dat zij op basis van deze resultaten hun inzet richting de formatietafel voor een goede balans tussen taken en middelen voortzetten.
Investeringen na 2028 In de aanbiedingsnota bij de begroting 2024-2027 is een doorkijk gegeven van effecten van een aantal voorziene ontwikkelingen waar op dit moment al aan gewerkt wordt en waarvan duidelijk is dat deze in de toekomst investeringslasten met zich zullen brengen. Het betreft investeringen die zich pas voordoen na de laatste jaarschijf in de meerjarenbegroting. In deze kadernota is deze doorkijk geactualiseerd. Het betreft de volgende investeringen met de daarbij behorende kapitaallasten (vanaf 2029 of later). Hierbij dient opgemerkt te worden dat de genoemde bedragen gebaseerd zijn op de huidige inzichten. Toekomstige ontwikkelingen kunnen nog een grote invloed hebben op de uiteindelijke hoogte van deze investeringen. Tabel: Investeringen* en kapitaallasten na 2028 Omschrijving (bedragen x € 1 mln)
Indicatie investering OUD
Indicatie investering NIEUW
Indicatie kapitaallast
Vermoedelijk jaar realisatie
Gemeenschapshuis Willemstad
4,6
4,7
0,3
2028
School en gymzaal Willemstad
8,5
8,8
0,4
2028
Schoolontwikkeling Klundert
10,6
11,1
0,6
2028
2e gymzaal Zevenbergen
2,8
3,2
0,2
2029
Nieuwbouw Niervaert
19,7
22
1,2
2029
Scholenontwikkeling Zevenbergen
7,8
8,8
0,4
2029
Zuidrandtunnel (netto)
21,4
21,4
0,8
2029
Stationstunnel Zevenbergen (netto)
15,4
15,4
0,6
2029
Inrichting stationsomgeving Zevenbergen**
-
20
1,3
2030
Transformatiegebied Zevenbergen-Noord***
-
5
pm
2031
Permanente voorziening Roode Vaart-centrum Zvb****
-
2
0,1
2028
Verduurzaming bestaande zwembaden*****
-
2
0,1
pm
90,7
124,4
6,0
Totaal
*de investeringsramingen betreffen een globale inschatting. Voor nagenoeg al deze bedragen geldt dat hier nog
geen uitgewerkte kostenraming voor is opgesteld. De bedragen zijn gebaseerd op normbedragen (o.a. onderwijshuisvesting; waarbij geen rekening is gehouden met de inrichting van de openbare ruimte) en ervaringen uit het verleden.
Zoals gezegd zijn dit ‘zachte’ bedragen. De investeringen zijn daarbij geïndexeerd naar het vermoedelijke jaar van realisatie. De investering voor de Niervaert is gebaseerd op de gegevens zoals die zijn opgenomen in het raadsbesluit december 2023 en de investeringen voor de Zuidrandtunnel en de Stationstunnel zijn gebaseerd op de gegevens zoals die zijn opgenomen in het raadsbesluit van september 2023.
37
De uiteindelijke hoogte van de investering is afhankelijk van de definitieve invulling van het plan. Daarnaast betekent een aanpassing van de planning (naar latere jaren) ook een wijziging van de hoogte van de investering, aangezien dan rekening gehouden moet worden met een eventuele verdere kostenstijging. Verder kan ook de renteontwikkeling nog effect hebben op de uiteindelijke hoogte van de kapitaallasten. Dit betekent dat er al met al nog veel onzekerheden zijn en er pas bij aanbieding van het betreffende raadsvoorstel meer duidelijkheid zal zijn. De laatste 4 plannen uit bovenstaande tabel worden hieronder nader toegelicht. ** Inrichting stationsomgeving Zevenbergen De besluitvorming wordt begin 2025 verwacht. De indicatieve eerste inschatting is € 20 miljoen, exclusief de inbreng van gronden en het resultaat uit vastgoedontwikkelingen in het gebied. Daarnaast wordt de mogelijkheid van cofinanciering verkend. Het vermoedelijke eindjaar van realisatie is 2030. Naar verwachting gaat het vooral om investeringen in de openbare ruimte, deze zullen een kapitaallast opleveren vanaf 2031. Vooralsnog uitgaande van een afschrijvingstermijn van 25 jaar en 2,5% rente, levert een investering van € 20 miljoen een kapitaallast op van € 1,3 miljoen per jaar. *** Transformatiegebied Zevenbergen-Noord De besluitvorming is eind 2024 voorzien.
De ontwikkeling van enerzijds de Vloeivelden en anderzijds het industrieel erfgoed (ca. 400 woningen) zullen niet kunnen worden gerealiseerd zonder een financiële bijdrage vanuit de gemeente. De omvang wordt op dit moment ingeschat op € 5 miljoen maar is nog afhankelijk van het onderhandelingsresultaat met de ontwikkelaar. De gemeentelijke bijdrage zal naar de huidige inzichten waarschijnlijk in 2031 plaatsvinden. Na overdracht van de openbare ruimte bij realisering van (deel)gebieden aan de gemeente ontstaan voor de gemeente de reguliere onderhoudskosten voor deze ruimte. We verwachten vooralsnog dat deze kosten gecompenseerd kunnen worden door de extra inkomsten vanuit de algemene uitkering en de ozb. Er is tot op heden hiervoor nog geen berekening gemaakt. **** Permanente Voorziening 10m3/s (overkluizing Noord) Roode vaart – centrum Zvb Voor deze permanente voorziening is binnen het krediet van de centrumontwikkeling Zevenbergen onderdeel haven een bedrag van € 600.000 gereserveerd. De kosten voor een dergelijke voorziening worden op dit moment geschat op een bedrag van € 5 miljoen. Met de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta worden gesprekken gevoerd over een mogelijke bijdrage. Indicatief hopen we uit te komen op een bijdrage vanuit de gemeente van € 2 miljoen. De realisatie wordt omstreeks 2028 verwacht.
Afhankelijk van wie eigenaar wordt leidt de bijdrage vanuit Moerdijk tot een eenmalige last ten laste van de algemene reserve of tot kapitaallasten die binnen de begroting moeten worden gedekt (vanaf 2029). Een investering van € 2 miljoen geeft een kapitaallast van € 130.000 per jaar (25 jaar afschrijving; 2,5% rente). ***** Investering in verduurzaming bestaande zwembaden (exclusief de Niervaert) De raad heeft eind 2023 besloten ook een perspectief van 25 jaar te geven aan de zwembaden in Fijnaart, Willemstad en Zevenbergen. Daartoe worden verduurzamings- en exploitatieplannen opgesteld, zodat inzichtelijk wordt op welke wijze en tegen welk kosten de baden verduurzaamd kunnen worden. De besluitvorming over die plannen wordt begin 2025 verwacht. Op basis van het raadsbesluit december 2023 wordt op dit moment uitgegaan van een indicatieve investering van € 2 miljoen. Uitgaande van een afschrijvingstermijn van 25 jaar en 2,5% rente levert dit een kapitaallast op van € 130.000 per jaar. Niet uit te sluiten is dat 38
naar aanleiding van de uitwerking van de verduurzamingsplannen en ambities extra investeringen noodzakelijk blijken. Verder zijn er diverse overige projecten die nu al worden opgepakt, maar waarbij het nog niet zeker voor alle projecten duidelijk is of de gemeente hier financieel in moet participeren. Zonder uitputtend te zijn gaat het o.a. om: -Stationsgebied Lage Zwaluwe -Ontsluiting LPM-terrein in combinatie met Stationsgebied Lage Zwaluwe -Foodcourt Kanters -Truckparking A16 -Groenvliet Standdaarbuiten -Woningbouw kleine kernen -Herontwikkeling Ijshof -De Donk Zevenbergen
Wat betekent dit voor het geschetste meerjarenperspectief? De in dit hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zullen in toekomstige jaren een (financieel) effect gaan hebben. Gezien de onzekerheden en het tijdsbestek waarin deze ontwikkelingen gaan spelen is met deze ontwikkelingen nog geen rekening gehouden in de cijfers van deze kadernota. Vanuit dit oogpunt worden hieronder indicaties gegeven van de effecten die dit kan gaan hebben op het meerjarenperspectief 2025-2028. In hoofdstuk 4 is geschetst dat op basis van de huidige inzichten onderstaand structureel begrotingsresultaat wordt verwacht. (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel)
2025
2026
2027
2028
Verwacht begrotingsresultaat (structureel)
3.903
-2.499
-2.533
-1.440
Onzekerheden gemeentefonds Op 15 april 2024 is de voorjaarsnota 2025 door het Rijk uitgebracht. De belangrijkste financiële effecten die hieruit voortkomen zijn het vanaf 2026 afschaffen van de opschalingskorting (wat landelijk een voordelig effect heeft van € 675 miljoen). Hiertegenover staat dat het gemeentefonds in 2025 eenmalig € 675 miljoen lager wordt vastgesteld. Voor de gemeente Moerdijk gaat het om de volgende bedragen: (bedragen x € 1.000) (-/- = nadeel) Voorjaarsnota 2024 – afschaffen opschalingskorting Voorjaarsnota 2024 – eenmalige korting gemeentefonds
2025
2026
2027
2028
0
1.300
1.300
1.300
- 1.300
0
0
0
De effecten van de voorjaarsnota zullen uiteindelijk verwerkt worden in de meicirculaire 2024. Doordat wij onze ramingen voor het gemeentefonds baseren op die meicirculaire, zullen de meest actuele inzichten van dat moment dus verwerkt worden in de begroting 2025-2028. Zoals in dit hoofdstuk is toegelicht is berekend dat gemeenten landelijk geconfronteerd werden met een korting op het budget uit het gemeentefonds van ongeveer € 3 miljard in 2026 (ook wel het ‘’ravijnjaar’’ genoemd), wat in de jaren daarna met ca. 0,7 miljard per jaar 39
toenam. Voor de gemeente Moerdijk ging dit om een bedrag van ca. € 5,5 miljoen in 2026 dat opliep tot een bedrag van 9,5 miljoen in 2029. Ondanks het feit dat er met de voorjaarsnota 2024 wat meer duidelijkheid en middelen zijn gekomen, is hiermee het landelijke financiële probleem van gemeenten nog niet opgelost. De VNG blijft hierover dan ook in gesprek met het Rijk. De lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een inschatting te maken op welk moment exact meer duidelijkheid is te verwachten. Op dit moment is het gissen in hoeverre het Rijk verder gehoor gaat geven aan het standpunt vanuit de VNG en met (meer) maatregelen komt die de financiële positie van gemeenten bevordert. Juist vanwege de onzekerheden is het op dit moment onmogelijk om een concrete inschatting te maken van de middelen die mogelijk verder nog vanuit het Rijk worden ontvangen. Investeringen na 2028 Het op dit moment te berekenen financieel effect van de in dit hoofdstuk toegelichte investeringen na 2028 komt neer op een kapitaallast van € 1,4 miljoen in 2029 oplopend tot € 6 miljoen in 2031. Met deze investeringslasten loopt het structureel tekort vanaf 2029 op waarbij nog niet voor alle investeringen een indicatie is gegeven. Nu is het natuurlijk zo dat besluitvorming over deze ontwikkelingen (m.u.v.
de Zuidrandtunnel) nog plaats moet vinden en er altijd de mogelijkheid bestaat dat zaken niet doorgaan of verder worden doorgeschoven waardoor het beeld er anders uit komt te zien. Daar staat tegenover dat er in de komende jaren ook nog zaken naar voren zullen komen waar nu helemaal nog geen rekening mee is gehouden. Het toekomstperspectief is niet meer dan een indicatie.