Concept gedragscode gemeenteraad moerdijk
Tekst van het document
1
Concept-gedragscode raads- en burgerleden gemeente Moerdijk 2023
Inleiding Goed bestuur is integer bestuur. Maar wat is integer bestuur? Er is geen eenduidig antwoord op die vraag te geven. Er wordt door iedereen net een andere invulling aan gegeven. De invulling is ook continu aan verandering onderhevig. Met deze gedragscode geven wij, als volksvertegenwoordigers van de gemeente Moerdijk, gezamenlijk de komende periode invulling taan het begrip integriteit. Visie op integriteit Wij geveninvulling aan het begrip integriteit door in deze
gedragscode een onderscheid te maken tussen
inhoudelijke en procesmatige bepalingen. De inhoudelijke bepalingen bevatten zowel een juridisch als een moreelethisch perspectief. Het juridische perspectief is statisch en komt tot uiting in een deel van de normen die zijn opgenomen. Deze normen vinden grotendeels hun oorsprong in wettelijke bepalingen. Het moreel-ethisch perspectief op integriteit is dynamisch. De opvattingen over moreel-ethisch handelen veranderen continu. Dat betekent dat wij als raads- en burgerleden regelmatig met elkaar in gesprek gaan over wat integriteit en ‘integer bestuur’ voor ons inhouden. Onze gezamenlijke opvattingen over moreel-ethisch handelen leiden ook tot enkele aanvullende afspraken over ons gedrag. Integriteit is namelijk niet enkel het volgen (en respecteren) van wettelijke bepalingen, maar ziet ook op ons gedrag en hoe wij met elkaar omgaan in en buiten de gemeenteraad. Het gaat om een omgang die vrij is van ongewenste omgangsvormen. De focus ligt op het versterken van het morele kompas en de veiligheid binnen de raad. Zo’n moreel kompas is vooral effectief als wij het als raad en als individu uitdragen in zowel woord als daad. Het draait echter niet alleen om de omgang tussen politieke ambtsdragers onderling, maar juist ook om een respectvolle omgang met inwoners en organisaties en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers.
We groeien immers naar een organisatie waar oog is voor elkaar en voor de menselijke maat, waar participatie een uitgangspunt is, waar steeds sneller geschakeld wordt en er een hoge mate van betrokkenheid is. Deze ontwikkelingen en de toenemende betrokkenheid zorgen ervoor dat het ‘grijze gebied’ steeds groter kan worden. Dat wij er als volksvertegenwoordigers zijn voor onze inwoners, betekent ook dat iedere inwoner van ons dezelfde behandeling mag verwachten om bijvoorbeeld (de schijn van) belangenverstrengeling, ondermijning en vriendjespolitiek te voorkomen. Het is daarom des te belangrijker om als raads- en burgerleden heldere afspraken te maken over wat wij goed en integer gedrag vinden, en vooral wat niet. De gedragscode De gedragscode is niet vrijblijvend. Wij hebben als volksvertegenwoordigers de verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en de inwoner(s) conform de gedragscode te handelen. Ook hebben we de verantwoordelijkheid elkaar aan te spreken op gedrag dat niet in lijn is met de gedragscode. In het uiterste geval stappen we naar de burgemeester of de griffier. Met deze gedragscode geven we een nadere invulling aan het begrip integriteit. Dit doen we door het opnemen van waarden, normen en afspraken over hoe integriteit levend te houden en procedures voor het geval er sprake is van een dilemma of wanneer integriteit in het gedrang in het geding is.
Wij zijn ons ervan bewust dat we er met deze gedragscode niet zijn. Het is onze, individuele en gezamenlijke, verantwoordelijkheid deze gedragscode levend te houden en bij te dragen aan een ‘integer bestuur’ van Moerdijk.
2
Kernwaarden integriteit De kernwaarden van onze organisatie en ons gedrag zijn: aansprekend, bevlogen, vertrouwd en samenwerkend. In aanvulling hanteren wij voor integer handelen de volgende kernwaarden: Betrouwbaar Wij zijn betrouwbaar voor onze inwoners en collega’s. Betrouwbaar betekent dat we onze afspraken nakomen: we zeggen wat we doen en we doen wat we zeggen. We zijn duidelijk over wat inwoners van ons mogen verwachten en vertellen ook waarom we iets doen of waarom we tot een beslissing zijn gekomen. Daarbij vinden we het belangrijk dat we gelijke gevallen gelijk behandelen. We zijn zorgvuldig en objectief. Respect We hebben respect voor elkaar en onze inwoners en proberen altijd goed te handelen. We plaatsen onszelf niet op een voetstuk: we zijn benaderbaar, open en behandelen iedereen op een gelijkwaardige manier. We spreken niet over elkaar maar met elkaar. Hebben we ergens geen goed gevoel bij, dan trekken we niet meteen conclusies maar vragen we door en maken we het bespreekbaar. Daarbij staan we ook open voor kritische vragen van de ander. Elkaar met respect behandelen betekent ook dat we duidelijke omgangsnormen hanteren. We gaan op een normale manier met elkaar om. Agressie en andere vormen van ongewenst gedrag worden niet getolereerd.
We verwachten ook dat inwoners en organisaties ons met respect behandelen en ons niet in situaties brengen die tot een integriteitsschending kunnen leiden. Uitlegbaar We kijken naar de mens achter de (aan)vraag en proberen daarom zo veel mogelijk passende oplossingen te vinden. We spiegelen daarom ons eigen gedrag en stellen de vraag: is mijn handelen uitlegbaar aan mijzelf, mijn collega’s, de organisatie als geheel en de inwoners? Zou ik dit voor een ander in dezelfde situatie ook doen? Kan ik mezelf nog aankijken in de spiegel als ik dit heb gedaan? En handel ik op dezelfde manier als iemand over mijn schouder meekijkt? Daarvoor nemen we zelf verantwoordelijkheid, we wachten niet tot iemand ons ergens op aanspreekt. Uitlegbaar betekent ook dat beslissingen begrijpelijk moeten zijn voor iedere inwoner. We communiceren helder, we verstoppen ons niet achter ingewikkelde taal en leggen uit wat we bedoelen. Daarbij motiveren we ook ons afwegingskader: hoe en waarom we tot een beslissing zijn gekomen. Als wij iemand niet verder kunnen helpen, doen we ons best om deze persoon wél bij de juiste plek te brengen of leggen het goed uit.
Open en eerlijk Open en eerlijk zijn betekent ook dat we transparant zijn over onze rol in een bepaalde situatie: wat is onze rol in een traject? Welke verantwoordelijkheden heeft een ander? Wat is onze sfeer van invloed? Zo weet de ander wat ze van ons kunnen verwachten. We zijn eerlijk over hoe we tot besluiten zijn gekomen en betrekken de juiste mensen. Daarbij is openbaarheid de regel en maken we zo min mogelijk gebruik van geheimhouding. Als geheimhouding wel nodig is, vertellen we ook waarom dit nodig is. Ook op het gebied van integriteit zijn we open en eerlijk over ons eigen handelen. We houden onszelf regelmatig de spiegel voor. Daarbij durven we ons kwetsbaar op te stellen: weten we niet zeker wat de juiste aanpak is of hoe we in een situatie integer handelen? Dan maken we dat bespreekbaar. Bovenstaande kernwaarden streven we als raads- en burgerleden na en geven richting in het vormgeven van het beleid voor onze inwoners. Ze gelden als na te streven normen die we met elkaar tastbaar maken en doorleven door middel van onder andere deze gedragscode.
3
1. Algemene bepalingen De voorliggende gedragscode is bestemd voor de raads- en de burgerleden. Overal waar in deze gedragscode ‘raadslid/raadsleden’ staat geschreven wordt, daar waar van toepassing, ook ‘burgerlid/burgerleden’ bedoeld. Artikel 1.1 De gedragscode geldt voor de raads- en burgerleden. Voor het college van burgemeester en wethouders is een aparte code opgesteld. Artikel 1.2 De gedragscode is openbaar en via de website van de gemeente Moerdijk beschikbaar.
2. Voorkomen van belangenverstrengeling Bij belangenverstrengeling worden privébelangen onderdeel van de (voorbereiding van) besluitvorming. Het is aan de raadsleden om te voorkomen dat een conflict ontstaat tussen de publieke taakuitoefening en privébelangen. Ook de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden. Persoonlijke belangen (artikelen 27, 28 Gemeentewet) Artikel 2.1 Het raadslid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft. Artikel 2.2 Een raadslid neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over: a. b.
Een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; de vaststelling of goedkeuring van deder rekening van een lichaam waarbij hij deel uitmaakt van het bestuur van dat lichaam dan wel daaraan rekenplichtig is. .
Verboden handelingen (artikel 15 Gemeentewet) Artikel 2.3 Het raadslid mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan. Nevenfuncties (artikelen 12, 13 Gemeentewet) Artikel 2.4 Het raadslid mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen. Artikel 2.5 Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel terstond na aanvaarding van de (neven)functies en geeft hem de wijzigingen daarin door. Artikel 2.6 De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.
4
Artikel 2.7 De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via de website van de gemeente Moerdijk beschikbaar. Artikel 2.8 Zo nodig adviseert de griffier het raadslid (hoe te handelen) bij nevenfuncties met een (in)directe relatie met de gemeente. De griffier is adviseur en klankbord van de raadsleden. De raadsleden kunnen ook advies inwinnen bij de burgemeester als hoeder van de integriteit. Artikel 2.9 Het raadslid neemt bij het aanvaarden en uitoefenen van een nevenfunctie in ieder geval in acht dat: a. b. c.
Zijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft; De schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden; Geen strijdigheid met enig gemeentelijk belang optreedt.
Artikel 2.10 Het raadslid dient zichzelf er rekenschap van te geven dat nevenfuncties, lidmaatschappen en belangen die de partners of andere directe familieleden van het raadslid hebben, relevant kunnen zijn bij de onafhankelijke ambtsvervulling als raadslid. Als het raadslid van oordeel is dat hiervan sprake zou kunnen zijn, dient hij dit te bespreken met de griffier of de burgemeester. Artikel 2.11 Het combineren van het raadslidmaatschap met het (bestuurs)lidmaatschap van de stads- en dorpstafel is niet toegestaan. Financiële belangen Artikel 2.11 Het raadslid doet opgaaf van zijn substantiële financiële belangen - bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten - in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Artikel 2.12 De financiële belangen zijn openbaar. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden. Artikel 2.13 De griffier draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van raadsleden.
Toelichting ‘Voorkomen van belangenverstrengeling’ Persoonlijke belangen (De schijn van) belangenverstrengeling zien we een conflict tussen enerzijds de publieke ambtsuitoefening en anderzijds de privébelangen van het raadslid. Als er geen bewijs is van daadwerkelijke beïnvloeding van het ene belang door het andere kan er wel belangenverstrengeling lijken te bestaan, namelijk ook wel de schijn van belangenverstrengeling genoemd. Het gaat om situaties waarbij het raadslid privébelangen heeft die op gespannen voet staan met de uitvoering van zijn ambtstaken en verantwoordelijkheden en die deze op nadelige wijze beïnvloeden. Bij persoonlijke belangen gaat het om zaken die het raadslid direct of indirect aangaan, zoals familierelaties, eigendommen, financiële belangen (zoals aandelen) of bestuurslidmaatschappen van gesubsidieerde instellingen. Bijvoorbeeld bij het raadslid dat meebeslist over de bestemming van een bedrijventerrein waar hij zelf een bedrijf(swoning) bezit, kan sprake zijn van (de schijn van) belangenverstrengeling. Een ander voorbeeld van (de
5
schijn van) belangenverstrengeling is het raadslid dat bestuurslid is van een voetbalvereniging, die een aanvraag indient voor de aanleg van een kunstgrasveld.. Raadsleden zijn tegelijkertijd ook inwoners. Zij maken deel uit van het economische en sociale leven in de gemeenschap die ze besturen. Net als iedere andere inwoner zijn zij afnemer van producten en diensten, lid van verenigingen en wijkbewoner. Daarom kan een raadslid zonder bezwaar meestemmen over bijvoorbeeld de afvalinzameling, de vaststelling van tarieven van de onroerendezaakbelasting of over het openbaar vervoer in de eigen wijk. Het raadslid moet steeds zelf de afweging maken of hij kan deelnemen aan beraadslagingen en stemming. Een harde gedragslijn is hiervoor niet te geven. Het begint met transparantie over (financiële) belangen en onderling overleg. Cliëntelisme Een definitie van cliëntelisme: het raadslid laat zijn stem of invloed beïnvloeden in ruil voor politieke steun, bijvoorbeeld door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld. Ook wel ‘voor wat, hoort wat’. Cliëntelisme is dus niet de bedoeling. Cliëntelisme dient niet in strafrechtelijk zin te worden opgevat. Artikel 15 van de Gemeentewet is immers duidelijk waar het gaat om verboden handelingen van een raadslid.
Daarnaast bepaaltde Gemeentewet dat de leden van de raad zonder last stemmen en dat zij niet aan beraadslagingen en stemming mogen deelnemen over aangelegenheden die hen direct of indirect persoonlijk of als vertegenwoordiger aangaan. Verder leggen de raadsleden op grond van de Gemeentewet de eed of belofte af waarin zij onder andere verklaren “rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst (te hebben gegeven of beloofd” en “om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte (te hebben) aangenomen of (te zullen) aannemen”. Cliëntelisme is dus geen juridisch begrip. Wat is cliëntelisme dan wel? Raadsleden hebben een ombudsfunctie naar hun inwoners en worden geacht aanspreekbaar te zijn voor de inwoner met (individuele) problemen. De lokale politiek moet openstaan voor de problemen en wensen die onder de inwoners leven. Maar deze wensenlijsten moeten steeds weer worden afgewogen tegen alle andere gemeentelijke belangen. Er is sprake van een grijs gebied. Het komt er op aan om op het juiste moment als raadslid grenzen te trekken en vervolgens zorgvuldig en transparant te motiveren en uit te leggen waarom je ze daar trekt. Nevenfuncties Uit artikel 13 en 15 van de Gemeentewet blijkt dat het zijn van raadslid een aantal functies en handelingen uitsluit.
Ingevolge artikel 13 van de Gemeente is dat minister, staatssecretaris, lid van de Raad van State, lid van de Algemene Rekenkamer, nationale ombudsman, substituut-ombudsman, commissaris van de Koning, gedeputeerde, secretaris van de provincie, griffier van de provincie, burgemeester, wethouder, lid van de rekenkamer, ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid, ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van die gemeente. Het grijze gebied betreft de situaties waarin de twijfel bestaat of een raadslid een persoonlijk belang heeft bij een bepaalde kwestie. Denk bijvoorbeeld aan een raadslid, die zelf als bestuurslid actief is voor de lokale omroep. Mag het raadslid wel/niet meedoen aan de discussie en besluitvorming over de subsidie aan diezelfde omroep? Of een raadslid, die werkt als administratief medewerker bij een bedrijf dat een zonneweide, een perceel met zonnepanelen, voor de gemeente gaat aanleggen. Mag het raadslid wel of niet meestemmen over het voorstel van het college om een zonneweide door het bedrijf te laten aanleggen? Het raadslid werkt als medewerker bij het bedrijf, en niet bijvoorbeeld als directeur waardoor het niet duidelijk aantoonbaar is dat er een persoonlijk belang is.
Dergelijke situaties zijn ingewikkeld en moeten altijd leiden tot een gesprek over het bewaken van integriteit. Moerdijks dilemma In Moerdijk bestaat een dilemma over het tegelijkertijd uitoefenen van het raadslidmaatschap enerzijds en het (bestuurs)lidmaatschap van de stads- en dorpstafel anderzijds. Aan de stads- en dorpstafel bespreken de inwoners samen met de gemeente en maatschappelijke organisaties de onderwerpen die gaan over de verbetering en de leefbaarheid. Dit vinden we onwenselijk. Mag een raadslid het raadslidmaatschap combineren met het (bestuurs)lidmaatschap van een dorpstafel?
6
Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 2.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 2.5 en 2.6 van de gedragscode) en de griffier moet zorgdragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 2.7 van de gedragscode). De combinatie van (bestuurs)lid van de dorpstafel en tegelijkertijd raadslid zorgt echter voor een bijzondere positie. Zoals hierboven genoemd, bespreken de inwoners namelijk met onder andere de gemeente de onderwerpen die gaan over de verbetering en de leefbaarheid. Er zijn raadsleden namens de gemeente aanwezig bij de dorpstafels. Het is vrijwel onmogelijk om telkens van ‘petten’ te moeten wisselen door tijdens de ene bijeenkomst van de dorpstafel op te treden als (bestuurs)lid en om initiatieven voor de desbetreffende onderwerpen te formuleren en tijdens de andere bijeenkomst op te treden als raadslid en als ontvanger van de input.
3. Informatie (artikel 169 Gemeentewet) Artikel 3.1 De raadsleden zien erop toe dat het college, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college verstrekt alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad en het college kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet. Artikel 3.2 Raadsleden die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. Artikel 3.3 Als een raadslid anderen over geheime informatie informeert, pleegt hij in beginsel een strafbaar feit (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Artikel 3.4 Als een raadslid anderen over vertrouwelijke informatie informeert, waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, kan dit een strafbaar feit opleveren. Ingevolge artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht zijn raadsleden verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
Artikel 3.5 Raadsleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij uit hoofde van hun raadslidmaatschap beschikken en zorgen ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard. Artikel 3.6 Raadsleden maken niet te eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Artikel 3.7 Als een raadslid de geheimhoudingplicht schendt, heeft de raad de mogelijkheid om het raadslid voor drie maanden uit te sluiten van informatie waar geheimhouding geldt.
Toelichting ‘informatie’ Raadsleden kunnen de beschikking krijgen over drie soorten informatie, namelijk: 1.
Openbare informatie
7
2. 3.
Geheime informatie; Vertrouwelijke informatie.
Als een raadslid opzettelijk geheime informatie (informatie waarop door het bevoegde bestuursorgaan geheimhouding is opgelegd) bekendmaakt en/of verspreid, dan is dat strafbaar. Het raadslid kan dan ingevolge artikel 272 Wetboek van Strafrecht worden vervolgd. Het komt voor dat raadsleden beschikking krijgen over vertrouwelijke informatie die niet bekend en verspreid mag worden, bijvoorbeeld informatie die in een besloten vergadering is besproken over financiële en strategische belangen van de gemeente of de belangen van een derde, zoals een onderhandelingspartner (denk aan het innemen van een grondpositie of aanbesteding). Het openbaar maken van deze vertrouwelijke informatie, waarvan het raadslid het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden is een schending vanl artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht. Dit ,kan een strafbaar feit opleveren op grond van artikel 272 Wetboek van Strafrecht. Bij twijfel over het geheime of vertrouwelijke karakter van informatie raadpleeg je als raadslid de griffier.
4. Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden Geschenken, faciliteiten en diensten Artikel 4.1 Het raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. Artikel 4.2 Het raadslid kan, tenzij het artikel 4.1 van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. Artikel 4.3 Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente. Artikel 4.4 De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via de website van de gemeente Moerdijk beschikbaar. Artikel 4.5 Het raadslid stuurt de afzender van een geschenk met een geschatte waarde van meer dan € 50 een bericht met de mededeling dat het raadslid geen geschenken accepteert met een geschatte waarde van meer dan € 50 en of de afzender bij een volgend geschenk bij voorkeur een bedrag aan een goed doel wil doneren. Artikel 4.6 Het raadslid ontvangt geen geschenken op het huisadres. Excursies en evenementen Artikel 4.7
8
Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente, worden pas door het raadslid toegezegd nadat deze aan de griffier is gemeld en daarop een integriteitsadvies is verkregen. De griffier is adviseur en klankbord van de raadsleden. De raadsleden kunnen ook advies inwinnen bij de burgemeester als hoeder van de integriteit.
Artikel 4.8 Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. Artikel 4.9 De informatie is via de website van de gemeente Moerdijk beschikbaar. Buitenlandse reizen Artikel 4.10 Deelname aan buitenlandse reizen op uitnodiging van derden, worden pas door het raadslid toegezegd nadat deze aan de griffier is gemeld en daarop een integriteitsadvies is verkregen. In dit kader meldt het raadslid in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is en wat globaal de kosten zijn. De griffier is adviseur en klankbord van de raadsleden. De raadsleden kunnen ook advies inwinnen bij de burgemeester als hoeder van de integriteit. Artikel 4.11 Na de buitenlandse reis brengt het raadslid een kort verslag uit aan de raad. . Artikel 4.12 De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via de website van de gemeente Moerdijk beschikbaar.
Toelichting ‘geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden’ Werkbezoeken zijn bedoeld om raadsleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en ook om noodzakelijke contacten te leggen en te onderhouden binnen en buiten de gemeente. Het raadslid hoeft echter ook niet in een kramp te schieten als hij een geschenk krijgt aangeboden. Als een raadslid bijvoorbeeld een lezing heeft gegeven op een bewonersbijeenkomst en er wordt na afloop een bos bloemen aangeboden, kan dat worden gezien als een geschenk uit hartelijkheid. Het advies is om actief het ontstaan van (de schijn van) belangenverstrengeling tegen te gaan, dat betekent dat over het aannemen van geschenken, lunches, diners of naar recepties gaan op kosten van anderen dan de gemeente goed over na moet worden gedacht en zo nodig met de griffier en/of burgemeester worden afgestemd. Dit geldt in nog sterkere mate voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden. Dat wordt in het algemeen met grote(re) argwaan bekeken. Het is daarom verplicht om deze gevallen van tevoren bij de griffier te melden om een integriteitsadvies te krijgen. Indien een buitenlandse reis wordt ondernomen in het kader van het raadslidmaatschap wordt hiervan bijvoorbeeld via de wekelijkse nieuwsbrief een kort verslag gedaan aan de raad.
9
5. Gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Er worden voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen aan een raadslid in bruikleen geboden die een goed functioneren als volksvertegenwoordiger mogelijk maken. Het is aan raadsleden om daar op een zorgvuldige manier mee om te gaan. Artikel 5.1 Het raadslid houdt zich aan de verordening op de rechtspositie van raads- en burgerleden en de verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Artikel 5.2 Het raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Artikel 5.3 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente te eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.
Toelichting ‘gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen’ Raadsleden krijgen voor hun raadswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Raadsleden in Moerdijk beschikken ieder over een Chromebook. Bij beëindiging van het dienstverband en/of de werkzaamheden is het raadslid verplicht de ter beschikking gestelde apparatuur geheel en zonder schade (anders dan ontstaan door normaal gebruik) op de laatste werkdag in te leveren. De fracties in de raad hebben recht op een financiële bijdrage als fractieondersteuning. De fracties leggen jaarlijks verantwoording af over de besteding van dit budget.
6. Omgangsvormen binnen en buiten de raadsvergaderingen NB. Er wordt in onderhavig stuk gesproken over ‘het meldprotocol’. Dit document bestaat nog niet en zal naar alle waarschijnlijkheid komend zomer worden opgesteld. Voor ons gaat integriteit ook over onderlinge omgangsvormen. Niet alleen binnen de raadszaal, maar ook daarbuiten. En zowel online als offline. Hoewel WhatsApp wordt gerekend tot sociale media, gaat het in onderstaande artikelen niet om communicatie via WhatsApp met bijvoorbeeld fractiegenoten/raadsleden tijdens een vergadering of debat. Die communicatie valt onder de gebruikelijke afstemming die hoort bij een politiek debat en/of besluitvorming. Het gaat in onderstaande bepalingen om sociale media richting de buitenwereld zoals Facebook, Twitter, LinkedIn of Instagram. Tijdens de raadsvergadering Artikel 6.1 Het raadslid voert het debat op de inhoud en speelt niet op de persoon. Artikel 6.2 Het raadslid houdt zich tijdens vergaderingen aan het reglement van orde en volgt de aanwijzingen van de voorzitter op.
10
Artikel 6.3 Het raadslid laat zich tijdens vergaderingen in woord, gebaar en online niet onnodig grievend uit over college- of collega raadsleden en ambtelijke medewerkers. Artikel 6.4 Het raadslid voert tijdens vergaderingen niet een inhoudelijke discussie over hetzelfde onderwerp via sociale media. Artikel 6.5 Het gebruik van sociale media mag tijdens vergaderingen niet leiden tot een verstoring van de vergadering. Artikel 6.6 Het raadslid onthoudt zich van grensoverschrijdend gedrag. Er is sprake van een respectvolle omgang tussen de raad en het college onderling en met elkaar, medewerkers, inwoners en organisaties Buiten de raadsvergadering Artikel 6.7 Het raadslid laat zich in het openbaar in woord, gebaar en geschrift (offline en online) niet onnodig grievend uit over college- of collega raadsleden en medewerkers. Artikel 6.8 Het raadslid onthoudt zich van grensoverschrijdend gedrag. Er is sprake van een respectvolle omgang tussen de raad en het college onderling en met elkaar en met inwoners, organisaties en medewerkers Artikel 6.9 De gemeente Moerdijk hanteert als uitgangspunt dat grensoverschrijdend gedrag niet wordt getolereerd en dat er zo nodig sancties volgen na vertoon van dergelijk gedrag. Indien een raadslid zich frequent niet aan bovenstaande afspraken houdt, voert hij in ieder geval een gesprek over diens gedrag met de burgemeester.
Indien het raadslid dergelijk gedrag blijft vertonen, wordt hij uitgenodigd voor een vervolggesprek met de burgemeester en (een delegatie van) het presidium. De mogelijke (disciplinaire) sancties zijn uitgewerkt in het meldprotocol.
Toelichting ‘Omgangsvormen binnen en buiten de raadsvergaderingen’ Integriteit gaat ook over onderlinge omgangsvormen. Niet alleen binnen, maar ook buiten de raadszaal. En zowel online als offline. Bij grensoverschrijdend gedrag brengt iemand een ander schade toe op fysiek, mentaal of emotioneel vlak, bijvoorbeeld (seksuele) intimidatie, pesterijen of discriminatie. Bij grensoverschrijdend gedrag is het van belang dat het gedrag door de ander als zodanig wordt ervaren.
11
7. Procesmatige bepalingen Aandacht voor de gedragscode
Wij vinden het van belang om integriteit blijvend op de agenda te houden. Wij zijn hiervoor gezamenlijk als raad verantwoordelijk. Wij verwachten in het bijzonder een actieve houding van de burgemeester bij het onder de aandacht brengen en houden van het thema integriteit. Artikel 7.1 In de jaarplanning van de raad is opgenomen op welke momenten en manieren aandacht wordt besteed aan het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en aan het integriteitsbeleid en de gedragscode in het bijzonder. De raadsleden nemen in ieder geval minimaal één keer per jaar deel aan een sessie over integriteit.
Artikel 7.2 Bij het inwerkprogramma van nieuwe raadsleden wordt uitgebreid aandacht besteed aan de bespreking van de gedragscode.
Het bespreekbaar maken van gedrag Artikel 7.3 Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode (vaak aangeduid met het ‘grijze gebied’) voorziet de gemeenteraad daarin. Wij hechten eraan met elkaar afspraken te maken over de wijze waarop we dit doen en hoe we (voorgenomen) gedrag bespreekbaar maken. Daarmee wordt bevorderd dat: 1. 2. 3.
Wordt gehandeld in lijn met de gedragscode; Geen onnodige escalatie plaatsvindt; Gedrag en integriteit van personen geen onderdeel wordt van het politieke debat.
Artikel 7.4 Het staat het raadslid vrij een melding te doen van een vermoeden van een schending van de gedragscode overeenkomstig het meldprotocol. Artikel 7.5 Het raadslid kan een situatie - met name voor gevallen van intimidatie, bedreiging, agressie en geweld - die zich voordoet ook altijd bespreken met het landelijk Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur (OT). Dit team bestaat uit vertrouwenspersonen van de beroeps- en belangenverenigingen van burgemeester, wethouders en raadsleden.
Toelichting ‘het bespreekbaar maken van gedrag’ In Moerdijk zijn afspraken gemaakt over de processtappen die de raadsleden volgen in geval van een vermoeden van een integriteitsschending door een raads- of collegelid. Deze zijn vastgelegd in het meldprotocol. In de handhaving van de integriteit hanteren wij de volgende uitgangspunten: onpartijdigheid, terughoudend met publiciteit en zorgvuldigheid richting de vermeende schender. Onpartijdigheid: in de gedragscodes voor de raad en het college en de wetten waarop ze gebaseerd zijn, worden integriteitsschendingen gedefinieerd en de morele minima waaraan het handelen moet voldoen. Over die minima is iedereen het eens. Omdat iedereen het eens is over die minima, is er geen enkele reden de handhaving ervan
12
inzet te maken van partijpolitiek. Ook het verschil in oppositie en coalitie mag in de handhaving geen rol spelen. Indien dat toch gebeurt, is de kans bijzonder groot dat in de handhaving onrecht geschiedt. Uit het beginsel van onpartijdigheid volgt, dat iedereen de discipline moet opbrengen om bij de beoordeling van integriteitskwesties boven de partijen te gaan staan. Terughoudend met publiciteit: persvrijheid is een groot goed. Bij vermeende integriteitsschendingen van bijvoorbeeld politici heeft dat er echter soms toe geleid dat er in de media al een (voor)veroordeling heeft plaats gevonden voordat er onderzoek is gedaan. Het gevolg is willekeur, dat individuen die (mogelijk onschuldig) onder verdenking komen te staan grote schade oplopen en dat de geloofwaardigheid van de politiek wordt aangetast. Het is daarom van belang dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Zorgvuldigheid richting de vermeende schender: iedereen die mogelijk een schending heeft begaan, heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving.
Als een raads- of collegelid onder verdenking komt te staan dat hij een integriteitsschending heeft begaan, dan dient er middels een (voor)onderzoek vastgesteld te worden of er überhaupt grond is voor de verdenking. Als er gronden zijn, dan moet er objectief onderzoek volgen. Sinds 2018 bestaat het Landelijk Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Vertrouwenspersonen van het Genootschap van Burgemeesters, de Wethoudersvereniging en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden zijn via dit team benaderbaar wanneer een burgemeester, wethouder of raadslid met intimidatie, bedreiging of agressie te maken krijgt. Dit team is opgericht met ondersteuning van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ondersteuningsteam is 24/7 bereikbaar via: 070-3738314.