Bijlage Nota van zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie gemeente Moerdijk 2040
Tekst van het document
Dit onderkennen we en nemen we ter kennisneming aan. Zorgvuldige participatie is altijd randvoorwaardelijk aan processen rondom ruimtelijke ontwikkelingen, ook bij uitwerking van de visie in programma’s. De GGD is hierbij ook een belangrijke gesprekspartner.
Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de omgevingsvisie.
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
9 van 20
23
Provincie Noord-Brabant
23.a
Onze complimenten met het voorliggende resultaat. Het is een goed leesbaar en overzichtelijk document met duidelijke keuzes.
Dank, waarvan akte
23.b
Energie infrastructurele projecten/Powerport Moerdijk: In uw gemeente lopen diverse grote energie infrastructurele projecten met een regionaal / nationaal schaalniveau. In de omgevingsvisie lezen we dat er alleen ingezet wordt op projecten die een lokale of regionale koppeling hebben. Een ontwikkeling stopt echter niet bij een gemeente- of regiogrens, projecten kunnen ook bijdragen aan de bovenregionale/provinciale opgave of zelfs de landelijke opgave. Zo zijn wij onder andere met u betrokken bij de ontwerptafel “Powerport Moerdijk”. Deze ontwikkelingen zijn pas net gestart, en begrijpelijkerwijs nog niet in de omgevingsvisie opgenomen.
De nationale en bovenregionale ontwikkelingen worden op meerdere plekken in de visie benoemd: - Kernambitie 2, bouwen aan een vitale en gezonde economie, p.5, en p.28 - Gebiedsspecifieke keuzes HiM, inleidende tekst, p.54 - Gebiedsspecifieke keuzes HiM: punt 3, p.55
Over het algemeen verdient de ruimtelijke impact van deze grote energie infrastructurele projecten in de omgevingsvisie Moerdijk nog wel meer aandacht. De (tussentijdse) resultaten van de ontwerptafel worden in oktober 2023 opgeleverd. Deze vormen onderdeel van het ruimtelijk voorstel en het ruimtelijk arrangement, dat in het najaar van 2023 wordt afgerond. Hier worden ook uitvoerings- en vervolgafspraken gemaakt tussen rijk, provincie en betrokken gemeenten.
Het is voor ons als gemeente, als hoeder van het publieke belang, belangrijk om zowel oog te hebben voor de bovenregionale en nationale belangen, maar ook om de lokale belangen en ambities (leefbaarheid, veiligheid, milieu) zo goed mogelijk te borgen. Daarom laten we deze ambitie overeind in de omgevingsvisie, waarbij we ons ervan bewust zijn dat we ons te verhouden hebben tot hogere overheden. De ontwikkelingen op het gebied van de energie-infrastructuurprojecten incl. het proces rond de ontwerptafel vragen inderdaad meer aandacht in de omgevingsvisie.
Als de vaststelling van de omgevingsvisie Moerdijk niet kan wachten tot de ruimtelijke keuzes op de ontwerptafel zijn uitgekristalliseerd, zal dit onderwerp minimaal in de omgevingsvisie benoemd moeten worden. 23.c
Concurrerende Brabantse economie: Naast dat wij ook het belang zien van het reserveren van ruimte voor innovatie en vernieuwing in het kader van verduurzaming zoals beschreven in de omgevingsvisie, zien wij ook nog steeds het belang van ruimte voor (circulaire) economisch bedrijvigheid. Hierbij vermelden we ook graag het belang van het behoudt van de ruimtelijke reservering Roode Vaart, waarbij er wel allereerst kritisch gekeken dient te worden hoe ruimte op het haventerrein optimaal kan worden benut.
We kiezen er inderdaad voor om de reservering Roode Vaart, zoals deze in de Structuurvisie (2011) is opgenomen, aan te houden. Wel worden in de omgevingsvisie als aanvulling extra randvoorwaarden aan ontwikkeling gesteld. Zo wordt de ontwikkeling gekoppeld aan een meerwaarde op het gebied van onder andere duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid. Daarnaast geldt dat de noodzaak van de ontwikkeling moet worden aangetoond.
23.d
Natuur: Op de visiekaart komt het NNB en de EVZ op hoofdlijnen als structuur naar voren. In de beschrijving van de integrale kernambities zijn natuur en biodiversiteit echter nog onvoldoende uitgewerkt (concrete aanvullingen: zie bijlage 1 bij de zienswijze)
In de gebiedsgerichte uitwerkingen zijn natuur/biodiversiteit wel nader belicht, maar dit komt inderdaad onvoldoende terug in de kernambities zoals benoemd onder 3.1 en 3.1.
23.e
Waterveiligheid en klimaatadaptatie: - Vanuit het principe water en bodem sturend, staat in de provinciale omgevingsvisie, de beleidskaders leefomgeving en wonen en werken, en in de verstedelijkingsstrategie 2040 dat de juiste functie op de juiste plek moet komen te liggen. Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen in het buitengebied is het belangrijk dat er aandacht is voor de integrale afweging vanuit de lagenbenadering. - Wij vinden het van belang dat u in de omgevingsvisie opneemt dat er in principe niet meer buitendijks gebouwd wordt (m.u.v. een aantal watergebonden activiteiten onder voorwaarden). - Bij de regel 'vasthouden-bergen-afvoeren’ ontbreekt het infiltreren. Hoewel dat niet gemakkelijk is op de zware gronden in gemeente Moerdijk, is het wel van belang voor een klimaat robuust water- en bodemsysteem.
We volgen de opmerkingen ten aanzien van de integrale afweging vanuit de lagenbenadering en het principe omtrent buitendijks bouwen en voegen dit toe in de omgevingsvisie.
Cultuurhistorie: - We zien strijdigheid met het provinciaal belang tussen (a) de erfgoedwaarden Polder de Ruigenhil, de Sint Antoniegorzen inclusief fort Henrica Sabina en De hel en Buitengorzen aan het Hollandsch Diep en (b) de ingetekende uitbreiding aan de oostzijde van Willemstad. - Wij verzoeken om het cultuurhistorische belang bij duurzame energieopwek te betrekken, bijvoorbeeld dat zonne-energie binnen cultuurhistorisch waardevolle gebieden enkel toegelaten is binnen het bestaande bouwvlak (zie CHW-kaart van de provincie)
Gelet op het ontbreken van grote inbreidings- en transformatielocaties en de ligging van de vesting wordt gekozen voor uitbreiding aan de oostzijde van Willemstad. Op deze wijze wordt het cultuurhistorisch karakter van de vesting zo min mogelijk aangetast.
Mobiliteit: - De visie kent veel aandacht voor bereikbaarheid tussen de kernen, weinig aandacht voor de verkeersstromen op (rijks)wegen, spoor en water. Hier zou iets over opgenomen moeten worden in de visie. - De relevante onderdelen van de RMA’s en RMP’s moeten worden vertaald in het gemeentelijk beleid van de omgevingsvisie en worden betrokken bij de uitvoering. - Extra aansluiting knooppunt Zonzeel: wij hebben hier nog niet eerder van gehoord. Omtrent deze ontwikkeling is nog geen ruimtelijke afweging gemaakt. U geeft aan dat u deze ambitie regionaal gaat oppakken met de buurgemeenten. Wij verwachten dat u ons daar ook bij betrekt.
In de ontwerp-omgevingsvisie staat dat er een uitvoeringsprogramma/uitwerking Verkeer en Mobiliteit wordt opgesteld om ambities verder te concretiseren. Hierin zal aandacht zijn voor de genoemde punten en de gevraagde participatie.
23.f
23.g
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
In het nieuwe gemeentelijke waterplan gaan we uit van hergebruik, bergen en infiltreren (op eigen terrein), tijdelijke opslag en vervolgens pas afvoeren naar openbaar groen en oppervlakte water, hemelwaterriool bovengronds en als allerlaatste ondergronds. Dit verwerken we in de omgevingsvisie.
Op p. 67 punt 11 van de ontwerp-omgevingsvisie is aangegeven dat er alleen ruimte is voor duurzame opwek als er sprake is van meervoudig ruimtegebruik met behoud of versterking van de agrarische productiefunctie of de landschappelijke kwaliteiten. De afweging waar dit wel of niet kan is maatwerk.
Een extra aansluiting op Knooppunt Zonzeel hangt samen met de waarborging van de regionale bereikbaarheid. Omdat er extra woningbouw gaat plaatsvinden in zowel Moerdijk als omliggende gemeenten (binnen driehoek Zevenbergen, EttenLeur en Prinsenbeek) wordt op termijn een extra aansluiting voorzien om drukte en filevorming te voorkomen. Alhoewel er nu nog geen concrete plannen liggen is deze ontwikkeling gezien de scope van de omgevingsvisie (2040) al wel opgenomen. Nadere afstemming hierover zal volgen.
10 van 20
23.h
Visiekaart: - De legenda van de visiekaart kent termen die ruim te interpreteren zijn, waardoor de kaart weinig richtinggevend is. Wellicht kunt u overwegen om in de legenda iets meer context te geven aan begrippen als ‘goed wonen in de buurtschappen’ of ‘ruimte voor afronden’. Hierdoor wordt de kaart met legenda beter op zichzelf leesbaar. - Op de kaart is overigens een indicatief tracé voor de Delta Rhine Corridor opgenomen. Wij wijzen u erop dat dit tracé al in 2012 formeel is vastgelegd in de Structuurvisie Buisleidingen. Wij verzoeken u de legenda hierop aan te passen.
De begrippen in de legenda worden reeds uitgelegd in de lopende tekst. In de Structuurvisie Buisleidingen zijn de ruimtelijke reserveringen voor bestaande en toekomstige buisleidingen vastgelegd. Bij het bepalen van het tracé van de Delta Rhine Corridor wordt dit als uitgangspunt gehanteerd. Het definitieve tracé van de DRC is echter nog niet vastgesteld. Er kunnen om uiteenlopende redenen nog keuzes gemaakt worden om af te wijken van het tracé in de SV Buisleidingen. Om die reden spreken we in onze Omgevingsvisie van een ‘indicatief tracé’ voor de Delta Rhine Corridor. Dat indicatieve tracé komt uiteraard wel overeen met de ruimtelijke reservering uit de Structuurvisie Buisleidingen. We passen de legenda in de visiekaart aan naar ‘Ruimtelijke reservering Structuurvisie Buisleidingen: indicatief tracé Delta Rhine Corridor’.
Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen: In de tekst verwijzen naar de verkenning van Rijk, provincie en gemeente en opnemen dat voor het gebied aan de noordoostzijde van de gemeente een gebiedsgerichte uitwerking wordt opgesteld. De kernambities onder hoofstuk 3.1 en 3.2 aanvullen met voorwaarden vanuit natuur. De regel m.b.t. 'vasthouden-bergen-afvoeren’ aanvullen met infiltrereren en tijdelijk opslaan. De principes m.b.t. integrale afweging vanuit de lagenbenadering en buitendijks bouwen opnemen in de omgevingsvisie. De legenda in de visiekaart voor reservering van een tracé voor bundeling van ondergrondse infrastructuur wijzigen naar ‘Ruimtelijke reservering Structuurvisie Buisleidingen: indicatief tracé Delta Rhine Corridor’. 24
Havenbedrijf Moerdijk
24.a
Allereerst willen wij u bedanken voor de wijze waarop de gemeente hier, samen met alle belanghebbenden, zorgvuldig aan werkt. Als Havenbedrijf Moerdijk hechten we veel waarde aan een heldere samenwerking tussen partijen. Wij ondersteunen daarbij voor een groot deel de keuzes die in dit proces zijn gemaakt en zijn blij met het feit dat de Roode Vaart reserve behouden blijft.
Ook wij hechten veel waarde aan een heldere samenwerking.
Het document heeft op punten een kaderstellend karakter dat niet strookt met de aard van een omgevingsvisie, waarbij wat ons betreft sommige zaken zich niet goed verhouden tot de governance structuur van Havenbedrijf Moerdijk. Als aandeelhouder kan de gemeente niet de regisseur zijn van de onderneming.
De veelheid aan ontwikkelingen die op ons af komen en de impact die dat heeft op de leefbaarheid, de ruimtelijke kwaliteit en een toekomstbestendig perspectief voor inwoners en ondernemers is groot. Wij hebben dan ook zorgen over het spanningsveld dat hierdoor ontstaat. Dit noodzaakt ons om nog sterker in te zetten op onze taak als hoeder van het publieke belang. Dit vraagt ook aanscherping van de kaders. Als grondgebied gemeente en vanuit onze verantwoordelijkheid voor veiligheid, leefbaarheid en een zorgvuldige ruimtelijke ordening zijn wij verantwoordelijk om in onze omgevingsvisie het door de gemeente gewenste ruimtelijke perspectief te schetsen.
24.b
Daarnaast is het voor ons bedrijfsleven absoluut onwenselijk dat punt 1 op p.55 de reguliere groei van (bestaande) bedrijvigheid uitsluit en bij punt 2 voor nieuwe vestigingen een ‘meerwaarde benadering’ oplegt. Tevens vragen we ons af of het betekent dat wij rekeningen mogen indienen om extra groenvoorzieningen toe te voegen als bij punt 14 op p.58 gesproken wordt over het “we” werken aan een ‘klimaatbestendig watersysteem’.
We kiezen er inderdaad voor om de reservering Roode Vaart, zoals deze in de Structuurvisie (2011) is opgenomen, aan te houden. Wel worden in de omgevingsvisie als aanvulling extra randvoorwaarden aan ontwikkeling gesteld. Zo wordt de ontwikkeling gekoppeld aan een meerwaarde op het gebied van onder andere duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid en leefbaarheid. Daarnaast geldt dat de noodzaak van de ontwikkeling moet worden aangetoond.
Groei van bestaande bedrijven is mogelijk mits binnen de huidige fysieke grenzen van het gebied als geheel, binnen de huidige milieuruimte van het gebied als geheel en mits de ontwikkeling bijdraagt aan de verduurzaming. Met de meerwaardebenadering willen we borgen dat niet alleen de economische ontwikkeling centraal staat, maar dat deze ontwikkeling ook bijdraagt aan andere maatschappelijke opgaven zoals duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid, leefbaarheid en/of landschap. In de omgevingsvisie is opgenomen dat we waar mogelijk extra groenvoorzieningen toevoegen én het Havenbedrijf en het bedrijfsleven stimuleren ook aan de slag te gaan om het hitte-eilandeffect tegen te gaan. 24.c
Het document lijkt zich te willen onttrekken aan nationale en bovenregionale ontwikkelingen, terwijl (Port of) Moerdijk een knooppunt is tussen verschillende industrieclusters in Nederland, Duitsland en België. De voorwaarde dat in de gemeente Moerdijk enkel energie-infrastructuur-projecten landen die een lokale koppeling hebben is daarom vanuit de gemeentelijke optiek wel logisch, maar wat ons betreft niet haalbaar (zie punt 3a pag. 55). We vragen ons dan af wat de “meebeweeg” ruimte van de gemeente gaat worden.
De nationale en bovenregionale ontwikkelingen worden op meerdere plekken in de visie benoemd: - Kernambitie 2, bouwen aan een vitale en gezonde economie, p.5, en p.28 - Gebiedsspecifieke keuzes HiM, inleidende tekst, p.54 - Gebiedsspecifieke keuzes HiM: punt 3, p.55 Het is voor ons als gemeente, als hoeder van het publieke belang, belangrijk om zowel oog te hebben voor de bovenregionale en nationale belangen, maar ook om de lokale belangen en ambities (leefbaarheid, veiligheid, milieu) zo goed mogelijk te borgen. Daarom laten we deze ambitie overeind in de omgevingsvisie, waarbij we ons ervan bewust zijn dat we ons te verhouden hebben tot hogere overheden.
24.d
24.e
Ten aanzien van de reservering van de Roode Vaart willen we opmerken dat: - De reservering altijd al en alleen bedoeld is voor “natte” bedrijvigheid; - De reservering van de Roode Vaart gedaan is vanwege de verwachte internationale trend van groei aan bulk en containerlading; - Daarnaast laten de provinciale bedrijventerrein prognoses eveneens een flinke ruimtebehoefte in West-Brabant zien; - Bij eventuele ontwikkeling van de Roode Vaart reservering zullen we zeker zorgen voor een goede inpassing, met oog voor de leefbaarheid van het gebied.
Uw opmerkingen nemen we ter kennisneming aan. Gezien de ontwikkeling op het gebied van energie, klimaat, verduurzaming en leefbaarheid zien we aanleiding om de vigerende kaders aan te scherpen om er gericht op te sturen dat deze ontwikkeling naast economische meerwaarde ook maatschappelijke meerwaarde gaat genereren.
Verschillende reacties op de nota van aanpassingen van fase 3:
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
11 van 20
3b: “Binnen deze gebiedsgrenzen … verduurzaming.” Deze aanpassing is voor ons bedrijfsleven absoluut onwenselijk omdat die reguliere groei van bedrijvigheid binnen Port of Moerdijk onmogelijk maakt, terwijl er een verwachte groei is voor wat betreft bulk en containerlading. 5c: “Als gemeente zijn we op het Haven- en Industrie afhankelijk van het Havenbedrijf” De gemeente is niet afhankelijk van het havenbedrijf. Als de gemeente een goede stimuleringsregeling voor bedrijven opzet, kan er zonder havenbedrijf gewerkt worden, dat immers geen zeggenschap heeft over particuliere (verkochte) terreinen.
In de omgevingsvisie is opgenomen dat we het Havenbedrijf en het bedrijfsleven stimuleren ook een slag te slaan om het hitte-eilandeffect tegen te gaan.
5c, p.37 “Daarnaast … om het hitte-eilandeffect tegen te gaan”. Als klimaatadaptatie alleen het verminderen van hittestress omvat, dan is het aanpakken van verharde terreinen een bijzondere maatregel aangezien de chemische industrie niet veel verharde terreinen heeft (juist veel groen) en logistieke terreinen juist wel, waar dit uiteraard functioneel is.
Op p. 58 onder punt 14 is opgenomen dat we het werken aan onder andere een klimaatbestendig watersysteem stimuleren. Daarnaast wordt het toevoegen van groen genoemd.
9b, p.37 “voegen we – waar mogelijk – extra groenvoorzieningen toe” We vragen ons af welke rol de gemeente hierin wil spelen, gegeven de eigendomsverhoudingen op ons terrein.
De gemeente zal hier met name inzetten op het stimuleren van het bedrijfsleven.
10b, p.36: “om sluipverkeer door Klundert te voorkomen” We denken dat deze passage meer betrekking heeft op Moerdijk en Zevenbergschen Hoek 10c, p.34 “geen ruimte voor nieuwvestiging of uitbreiding voor andere doelen” Dit is zoals genoemd absoluut niet wenselijk, omdat het reguliere activiteiten op slot zet, evenals de invulling van restkavels op bijvoorbeeld Tradepark West. De huidige toegestane activiteiten conform het bestemmingsplan en de clusterindeling op het haven- en industrieterrein moeten we volgens ons blijven aanhouden. 10c, p.35: “evenwicht … meerwaarde benadering” • We vragen ons af hoe en denken dat dit niet realistisch is. Bovendien onwenselijk omdat reguliere activiteiten ook moeten kunnen groeien. Daarnaast beschouwen we het feit dat deze meerwaardebenadering voor andere bedrijventerreinen binnen de gemeente Moerdijk niet geldt als een vorm van ongelijk level playing field
24.f
Groei van bestaande bedrijven is mogelijk mits binnen de huidige fysieke grenzen van het gebied als geheel, binnen de huidige milieuruimte van het gebied als geheel en mits de ontwikkeling bijdraagt aan de verduurzaming. Daarnaast bestendigen we de Roode vaart reserve.
p.28: Bouwen aan een vitale en gezonde economie De tekst roept een aantal vragen op en geeft een ambitie waar je een vraagteken bij kan zetten. We zijn van mening dat het niet vol te houden is dat Moerdijk alleen het hoofd biedt aan transitieopgaven met een lokale of regionale koppeling. Moerdijk zal volgens ons ook een bijdrage aan nationale en provinciale doelen moeten leveren. Dat de gemeente Moerdijk niet alleen de lasten wil dragen snappen we heel goed, maar op deze wijze formuleren sluit elk compromis uit. Verder zijn we sterk van mening dat reguliere uitbreidingen niet uitgesloten mogen worden door alleen uitbreiding bij bijdrage aan verduurzaming toe te staan. Verder zouden we graag verduidelijking zien op deze punten: • “beter evenwicht tussen economie en (milieu)druk”: beter dan? • Wat is het verschil tussen “industriële en economische activiteiten” dat bedoeld wordt? • Wat houdt de “regisserende rol” van de gemeente in?
Het gaat inderdaad om sluipverkeer door meerdere kernen. Dit vraagt om aanpassing van p. 57 onder punt 9f van de ontwerp-omgevingsvisie.
Groei van bestaande bedrijven is mogelijk mits binnen de huidige fysieke grenzen van het gebied als geheel, binnen de huidige milieuruimte van het gebied als geheel en mits de ontwikkeling bijdraagt aan de verduurzaming.
Het realiseren van meerwaarde vormt een randvoorwaarde bij nieuwe ontwikkelingen. Wij dagen initiatiefnemers uit om vooraf zelf na te denken over hoe meerwaarde gerealiseerd kan worden. Op basis hiervan zullen we het gesprek aan gaan. Ook voor andere terreinen stellen we randvoorwaarden. Zo is voor Dintelmond nu opgenomen dat we een consoliderende houding hanteren en streven wij bij de (her)ontwikkeling van lokale bedrijventerrein naar oplossingen voor maatschappelijke opgaven, zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en de kwaliteit ruimtelijke inrichitng en inpassing van terreinen in de omgeving. De nationale en bovenregionale ontwikkelingen worden op meerdere plekken in de visie benoemd: - Kernambitie 2, bouwen aan een vitale en gezonde economie, p.5, en p.28 - Gebiedsspecifieke keuzes HiM, inleidende tekst, p.54 - Gebiedsspecifieke keuzes HiM: punt 3, p.55 Het is voor ons als gemeente, als hoeder van het publieke belang, belangrijk om zowel oog te hebben voor de bovenregionale en nationale belangen, maar ook om de lokale belangen en ambities (leefbaarheid, veiligheid, milieu) zo goed mogelijk te borgen. Daarom laten we deze ambitie overeind in de omgevingsvisie, waarbij we ons ervan bewust zijn dat we ons te verhouden hebben tot hogere overheden.
Groei van bestaande bedrijven is mogelijk mits binnen de huidige fysieke grenzen van het gebied als geheel, binnen de huidige milieuruimte van het gebied als geheel en mits de ontwikkeling bijdraagt aan de verduurzaming. Beter evenwicht tussen economie en (milieu)druk: dit wordt direct achter het genoemde punt toegelicht. “Ontwikkelingen op Haven- en industrieterrein, zowel industriële als economische activiteiten, moeten significant bijdragen aan de verduurzaming van bestaande acitiviteiten. Maar we vinden het belangrijk dat ontwikkeleingen ook bijdragen aan het creëren van meerwaarde op het gebied van duurzaamheid, klimaat, gezondheid, veiligheid en leefbaarheid.” Verschil industriële en economische acitiviteiten: industrie is het deel van de economie dat wordt gekenmerkt door productie en verwerking van materiële goederen of artikelen. Met een regisserende rol bedoelen we dat we vanuit onze publieke verantwoordelijkheid en ambities gericht willen sturen op de ontwikkeling van het haven en industrieterrein.
24.g
p.30: Oeververbindingen: Oeververbindingen zijn de verantwoordelijkheid van het Rijk. Wat denkt de gemeente hieraan te kunnen doen, als de ambitie is om in te zetten op de betrouwbaarheid van deze verbindingen.
In de omgevingsvisie geven we aan dat we samen met onder meer andere overheden inzetten op betrouwbaarheid van de oeververbindingen. Dit vraagt goede afstemming met betrokken partijen zoals het Rijk als verantwoordelijke voor deze verbindingen.
24.h
p.30: Beknopte weergave van de huidige situatie in Moerdijk rondom deze kernambitie: Bij het tweede pijltje wordt gesproken over stevige regionale ambities op het gebied van de grondstoffentransitie die kansen biedt voor duurzame
Op p.55 onder punt 1 is opgenomen dat aanvullend ruimtebeslag (voor energieinfrastructuur) buiten het Haven- en Industrieterrein en Logsitiek Park Moerdijk kan worden overwogen als dit bijdraagt aan de lokale en regionale energie- en grondstoffentransitie.
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
12 van 20
ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijvigheid en tegelijkertijd een mogelijk aanvullende ruimtevraag met zich meebrengt. Met de voorliggende Omgevingsvisie kan die ambitie niet worden ingevuld, aangezien de mogelijk aanvullende ruimtevraag niet mag worden geboden. 24.i
p. 55, punt 1: • de kaderstellende beperkingen passen niet bij eerdere teksten dat letterlijk en figuurlijk ruimte gegeven moet worden en zijn wat ons betreft absoluut onwenselijk doordat ze groei van reguliere bedrijvigheid onmogelijk maken • “Geluidsneutraal” moet zijn “binnen de huidige zonegrenzen en vastgestelde grenswaarden” • Laatste zin: welke compensatie, door wie en op basis van welke (nul)meting?
Wij nemen kennis van uw zorg, maar passen de omgevingsvisie hier niet op aan.
24.j
p.55, punt 2: • De meerwaarde benadering waarbij iedere ontwikkeling meerwaarde oplevert voor wat betreft duurzaamheid, klimaat, bereikbaarheid, leefbaarheid én verbetering van het landschap is in onze ogen niet waar te maken
De meerwaardebenadering vormt maatwerk waarover besluitvorming zal plaatsvinden.
24.k
p. 55: punt 3: • “Opgaven zonder lokale of regionale koppeling horen op een andere plek” zou betekenen dat Moerdijk zich onttrekt aan nationale opgaven. Dit kan in onze ogen niet-wenselijke aanwijzingen vanuit Rijk of provincie tot gevolg hebben. Dan ben je het stuur in deze ontwikkelingen zeker kwijt. • Bovendien lijkt het volgende punt (3b) er in tegenspraak mee.
De zinsnede over de lokale of regionale koppeling vraagt om verduidelijking. Gelet op de toenemende druk van onder meer meer nationale opgaven op ons grondgebied vraagt de in de omgevingsvisie opgenomen positiebepaling bovendien om aanscherping. Op het onderdeel t.a.v. de lokale en regionale koppeling wordt de volgende tekst opgenomen: Gezien de druk op de leefbaarheid in dit gebied pleiten wij ervoor om in gemeente Moerdijk alleen energie-infrastructuur projecten te laten landen die gekoppeld zijn aan de industrie in Moerdijk of de aanwezige infrastructuur (bijvoorbeeld de buisleidingenstraat). Projecten zonder deze lokale koppeling moeten buiten onze gemeente worden ingepast.
24.l
p. 56: Zou geothermie als alternatieve duurzame warmtebron wel buiten het haven- en industrieterrein Moerdijk mogen?
In de ontwerp-omgevingsvisie is op p.55 onder punt 3 een uitzondering opgenomen dat indien inpassing van nationale en regionale energie-infrastructuur niet mogelijk is op het Haven- en industrieterrein, inpassing buiten het terrein mogelijk is met resprect voor de omgeving, ook als dat meer geld kost. Dit biedt mogelijkheden voor geothermie buiten het Haven- en Industrieterrein.
24.m
p.57: Gaat het bij ‘f’ niet om sluipverkeer door Moerdijk en Zevenbergschen Hoek i.p.v. Klundert?
Het gaat inderdaad om sluipverkeer door meerdere kernen. Dit vraagt om aanpassing van p. 57 onder punt 9f van de ontwerp-omgevingsvisie.
24.n
p.57, punt 11: Wat wordt bedoeld met de verkenning van de multimodale aansluiting?
U opmerking is terrecht. Deze tekst op dit punt is niet duidelijk. Wij zullen punt 11 schrappen in de Omgevingsvisie.
24.o
p.58, punt 14: • Kan de gemeente extra groenvoorzieningen toevoegen om het hitteeilandeffect tegen te gaan, of betekent dit dat ze het havenbedrijf betaalt om dit uit te voeren?
In de omgevingsvisie is opgenomen dat we waar mogelijk extra groenvoorzieningen toevoegen én het Havenbedrijf en het bedrijfsleven stimuleren om ook aan de slag te gaan om het hitte-eilandeffect tegen te gaan.
24.p
p.58, punt 15: • De zone tussen de noordzijde van Zevenbergen en het haven- en industrieterrein is volgens ons geen geschikte plek voor toevoegen (tijdelijke) woningbouw of intensieve recreatie.
Onder genoemd punt wordt niet gesproken over (tijdelijke) woningbouw of intensieve recreatie. Er wordt aangegeven dat op het moment dat er toch ontwikkelingen moeten plaatsvinden in de groenblauwe bufferzone, bijvoorbeeld in het kader van verduurzaming, we aanvullende mogelijkheden bieden voor extensieve recreatieve ontwikkelingen in de zone tussen de noordzijde van Zevenbergen en het Haven- en Industrieterrein. Op deze manier zetten we ons in op het behoud van een groene buffer tussen de economische activiteit op het Haven- en Industrieterrein en de stedelijke woonomgeving.
24.q
p. 38: Visiekaart, onbekende markering:
Deze arcering betreft bestaand zonneveld. Dit zal worden toegevoegd in de legenda.
Wij begrijpen uw opmerking om graag invulling te zien van de term geluidsneutraal. We vervangen de term geluidsneutraal voor “binnen de huidige grenzen van de geluidszone en vastgestelde hogere waarden” De compensatie heeft betrekking op eventuele achteruitgang van leefbaarheid. Deze dient te worden gecompenseerd door de initiatiefnemer. De beoordeling van de achteruitgang van de leefbaarheid en de compensatie vormt maatwerk.
Deze markering is niet uitgelegd - zonneparken? 24.r
p. 38: Visiekaart, groenblauwe mantel:
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
Dit betreft de in het inpassingsplan opgenomen landschappelijke inpassing van het Logistiek Park Moerdijk, welke onderdeel is van de groenblauwe mantel.
13 van 20
Hier geen versterking groenblauwe mantel 24.s
p. 38: Visiekaart, ecopark:
Weergave Ecopark via tekst-label zal op de visiekaart worden aangepast.
Ecopark is niet juist gepositioneerd + tekstblokje a la LPM 24.t
p. 38: Visiekaart, woningbouw Zevenbergen-Noord:
In de Gebiedsvisie Zevenbergen-Noord (2017) is reeds een invulling voor het Caldic-terrein opgenomen.
Dit is een onhandige plek voor woningbouw, ook al is het voor doelgroepen (ook op de lange termijn?) Conclusie: de zienswijze geeft aanleiding tot de volgende aanpassingen: Op p. 55 onder punt 3 de aangescherpte positiebepaling opnemen waarin een verduidelijking zit met betrekking tot de lokale en regionale koppeling Op p. 57 onder punt 9f van de ontwerp-omgevingsvisie aanpassen dat het gaat om sluipverkeer door omliggende woonkernen. Op p. 57 punt 11 laten vervallen. In de legenda behorende bij de visiekaart de aanduiding bestaand zonneveld opnemen. Weergave Ecopark via tekst-label op de visiekaart aanpassen. 25
ZLTO Moerdijk
25.a
Aandachtspunt 1: Reikwijdte In de voorliggende visie staat dat deze elke vier jaar wordt herzien. Voor de agrarische sector is een doorkijk van vier jaar echter te kort. Deze sector doet investeringen tot twintig jaar. We vragen u om dit aandachtspunt mee te nemen in deze omgevingsvisie.
Deze omgevingsvisie heeft een doorkijk van 17 jaar, het document is gericht op 2040. Een omgevingsvisie is een dynamisch document. Met welk ritme we de visie aanpassen hangt af van de ervaringen die we opdoen met andere instrumenten, de monitoring van onze doelen en van de staat van onze fysieke leefomgeving. We evalueren de omgevingsvisie in ieder geval elke vier jaar. Daarnaast is het mogelijk om de visie van een herijking te voorzien wanneer (maatschappelijke) opgaven in de fysieke leefomgeving daar aanleiding toe geven.
25.b
Aandachtspunt 2: Participatie U verwijst in deze visie naar de klankbordsessie waaraan ZLTO Moerdijk deel heeft genomen (pag. 13). Na afloop van deze sessie heeft ZLTO opvolging hiervan gevraagd. Wij vinden het spijtig dat aan dit verzoek geen gehoor is gegeven. Dit doet geen recht aan de beschreven manier van participatie door de klankbordgroep.
ZLTO is op een groot aantal uitlopende manieren betrokken geweest bij het proces om te komen tot de omgevingsvisie. Naast aanwezigheid bij de ateliersessies en de georganiseerde klankbordsessie is ZLTO in de gelegenheid gesteld op verzoek extra momenten voor overleg te organiseren. Na de tweede ateliersessie zijn betrokkenen in de gelegenheid gesteld op de concept visie te reageren. Ook van ZLTO hebben we een uitgebreide reactie ontvangen, waarna we op een groot aantal onderdelen de aangereikte suggesties hebben verwerkt in de ontwerp omgevingsvisie. Hiernaast informeren we ZLTO in het algemeen via het agro-platform waar ook de omgevingsvisie meermalen geagendeerd stond. Ook hebben wij een presentatie over de klimaatstrategie verzorgd tijdens de algemene ledenvergadering van ZLTO. Ook bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie, waaronder de Klimaatopgave, stellen we uw betrokkenheid op prijs.
25.c
Aandachtspunt 3: Omschrijving gebied In de visie beschrijft u dat in het westelijke deel van de gemeente enkele grote veehouderijen, boomgaarden, boomkwekerijen en fruitkwekerijen te vinden zijn (pag. 65). Graag wijzen wij u erop dat er momenteel geen boomkwekerij aanwezig is in de gemeente Moerdijk. Tevens beschrijft u te willen zoeken naar een goede, structurele en duurzame invulling van vrijkomende agrarische gronden en bebouwing (pag. 65). Wij willen u meegeven dat grond van stoppende agrariërs veelal niet vrijkomt op de markt. In veel gevallen wordt deze direct verkocht aan andere agrariërs of instanties.
Boomkwekerijen: dit zullen we verwijderen uit de omgevingsvisie. We erkennen dat grond van stoppende agrariërs niet altijd vrijkomt op de markt. In de omgevingsvisie maken we onderscheid in agrarisch vrijkomende grond en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en bieden de mogelijkheid, indien dit zich voordoet, om samen met de agrariërs actief te zoeken naar een passen en duurzame invulling van de vrijkomende bebouwing en de gronden. VAB: We weten dat dit vaak wordt verkocht aan agrariërs of instanties, we geven enkel met deze passage aan, indien dit niet gebeurt, dat we dan op zoek gaan naar een goede structurele invulling op basis van maatwerk. Een maatwerkafweging per
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
14 van 20
verzoek vindt plaats op basis van het dynamisch afwegingskader zoals dat in de Visie buitengebied beschreven wordt. 25.d
Zorgpunt 1: Toekomst van de landbouw 1.1 Onduidelijkheid over definities In de visie lezen we onder andere over duurzame landbouw, biodiversiteit en natuurinclusiviteit. In de praktijk blijken definities hiervan door verschillende partijen anders geïnterpreteerd te worden. Wat is volgens u de definitie van duurzame landbouw, biodiversiteit en natuurinclusiviteit? Voor ons leiden er meer wegen naar Rome. De SER heeft een aantal transitiepaden voor duurzame landbouw beschreven. Die gaan van extensief tot hoog-technologisch. Ook in het beleidskader landbouw en voedsel van de provincie Noord- Brabant zijn min of meer dezelfde richtingen beschreven (Beleidskader Landbouw en Voedsel 2030 Provincie Noord-Brabant). We sluiten ons aan bij deze denkrichtingen en we willen in de gemeente Moerdijk ruimte voor al deze transitiepaden. Tevens beschrijft u aan de westkant van de gemeente Moerdijk agrarisch gebruik dat verweven is met natuur en kleinschalige recreatie (pag. 66). Kunt u kleinschalige recreatie definiëren?
1.1: We zullen de verschillende termen beter definiëren en nemen de suggestie mee om te kijken naar de terminologie uit de transitiepaden van de Sociaal Economische Raad (SER). 1.2: We herkennen uw punt ten aanzien van de huidige status van de Nederlandse en Moerdijkse landbouw en de continue ontwikkeling die hierin wordt doorgemaakt.
1.2 Landbouwsector is reeds heel duurzaam, innovatief en klimaatrobuust U beschrijft daarnaast in te willen zetten op een herkenbaar buitengebied met toekomstgerichte landbouw als drager. U wilt de ruimte geven aan agrariërs om invulling te geven aan duurzame, innovatieve en klimaatrobuuste landbouw (pag. 65). We willen u meegeven dat de Nederlandse landbouw en daarmee de Moerdijkse agrariër zich kenmerkt door hoogwaardige landbouwpraktijken en innovatiekracht. De Nederlandse landbouwsector is nu al de meest duurzame, innovatieve en klimaatrobuuste landbouw ter wereld. Continue ontwikkeling kenmerkt ook de Nederlandse landbouw. We vragen u om daar oog voor te hebben in deze omgevingsvisie. 25.e
Zorgpunt 2: Glastuinbouw 2.1 Glastuinbouwconcentratiegebieden gemeente gebruikt in haar omgevingsvisie de term doorgroeigebieden voor de glastuinbouw. De provincie Brabant heeft in haar vastgestelde omgevingsverordening (welke 1-1-2024 in werking treedt) de termen ‘doorgroeigebied’ en ‘vestigingsgebied’ vervangen door glastuinbouwconcentratiegebied. We vragen de gemeente om deze term over te nemen aangezien de terminologie doorgroeigebied na 1 januari a.s. niet meer gehanteerd wordt binnen Brabant. ZLTO-afdeling Moerdijk staat voor toekomstperspectief van de eigen ondernemers. We willen graag dat er doorontwikkelingsmogelijkheden zijn binnen de gemeente voor de bedrijven die in de gemeente gevestigd zijn. Hiermee bedoelen we ook dat er ruimte moet zijn voor hun transitie. We willen de gemeente vragen dit mee te nemen in het maken van een afweging binnen de gekozen maatwerksystematiek zodat ruimte in eerste instantie voorbehouden is voor ondernemers uit eigen gemeente. 2.2. Solitaire glastuinbouw De gemeente heeft in de omgevingsvisie opgenomen dat bestaande solitaire glastuinbouwbedrijven onder bepaalde voorwaarden de ruimte krijgen om door te groeien tot max. 3 ha glas. We willen de gemeente erop wijzen dat de provincie Brabant nieuwe regels heeft vastgesteld voor kassen in de Brabantse Omgevingsverordening.
De nieuwe regels betekenen een verruiming van de huidige mogelijkheden voor kassen onder bepaalde voorwaarden. De provincie laat de max. oppervlakte voor solitaire kassen los en vraagt bij uitbreiding boven een bepaald areaal de beleidsregel glas- voor-glas toe te passen. Gezien het aantal solitaire locaties binnen Moerdijk zal dit geen grote toename van kasoppervlakte opleveren. We vragen de gemeente Moerdijk deze ruimere mogelijkheden van de provincie over te nemen.
2.1 We nemen de term glastuinbouwconcentratiegebied over en passen de omgevingsvisie hierop aan. De omgevingsvisie gaat over de ruimtelijke impact van ontwikkelingen. Of een vestiger uit de gemeente komt of een nieuwvestiger is, maakt ruimtelijk geen verschil. Bovendien is het binnen de huidige (Europese) regelgeving niet toegestaan om vestigingsmogelijkheden op deze wijze te beperken. De omgevingsvisie maakt geen directe vestiging mogelijk, maar geeft slechts de kaders waarbinnen eventueel met vestiging/uitbreiding meegewerkt kan worden. De uitwerking vindt plaats aan de hand van specifieke verzoeken en is daarmee maatwerk. 2.2: We nemen in de omgevingsvisie op dat betaande solitaire glastuinbouwbedrijven in beginsel maximaal 3 ha mogen zijn en een afweging over het gebruik van de mogelijkheden uit de beleidsregel glas-voor-glas plaatsvindt op basis van maatwerk. 2.3: De omgevingsvisie stelt “bij voorkeur geen assimilatiebelichting”. Op die manier is er nog steeds ruimte voor assimilatiebelichting wanneer het niet anders kan, bij sommige teelten. En tegelijkertijd is assimilatiebelichting niet toegestaan wanneer het niet nodig is. Daarom leidt dit niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. 2.4: Regels ten aanzien van bouwhoogtes passen niet bij het detailniveau van de omgevingsvisie.
Een afweging over de bouwhoogten die in het buitengebied acceptabel worden gevonden, vindt plaats bij het opstellen van het omgevingsplan, waarbij een integrale afweging plaatsvindt van onder meer de noodzaak om nieuwe technieken toe te kunnen passen en de effecten op de omgeving. De genoemde bouwhoogten gelden op dit moment overigens voor vrijwel alle ontwikkelingen in het buitengebied en zijn daarom niet specifiek voor glastuinbouwbedrijven.
De gemeente geeft aan dat men in het gebied aan de zuidkant van Fijnaart, waar kassen staan, inzet op transformatie van het gebied. In het geval deze kassen gaan verdwijnen willen wij u er op wijzen dat deze kassen ingezet kunnen worden in de beleidsregel glas- voor-glas van de provincie Brabant om zo perspectief te scheppen op andere solitaire glastuinbouwlocaties. 2.3 Assimilatiebelichting We waarderen de aanpassing van de gemeente Moerdijk in de tekst over assimilatiebelichting ten opzichte van de eerdere versie van deze omgevingsvisie. Vanwege de transitie van de glastuinbouw (klimaatneutraal in 2040) wordt momenteel onderzoek gedaan naar de toepassingsmogelijkheden van assimilatiebelichting in relatie tot de wens om fossielvrij te telen. De verwachting is dat het toepassen van assimilatiebelichting in sommige teelten noodzakelijk gaat zijn voor de transitie naar een fossielvrije teelt. We willen de gemeente daarom vragen om de zin ‘bij voorkeur geen assimilatiebelichting’ te verwijderen zodat dit de transitie in de toekomst niet in de weg staat.
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
15 van 20
2.4 Bouwhoogte Vanwege wensen tot optimalisering van de teelt en het verminderen van het energieverbruik, vragen ondernemers om ruimere bouwhoogten dan de huidige toegestane bouwhoogten in de gemeente Moerdijk. De huidige bouwhoogten voor kassen in het bestemmingsplan buitengebied is nokhoogte 10 m en goothoogte 8 meter. We willen u vragen dit aan te passen, naar het voorbeeld van glastuinbouwconcentratiegebied Nieuw Prinsenland: nokhoogte 13 m, goothoogte 9 meter. Op solitaire locaties is een nokhoogte van 9 meter en een goothoogte van 8 m wenselijk. Daarbij een hoogte van 15 meter voor bijbehorende nutsvoorzieningen. 25.f
Zorgpunt 3: Teeltondersteundende voorzieningen (TOV) Gezien de veranderende vraag vanuit de omgeving als het gaat om klimaat en circulaire economie, en de vraag naar een duurzamere productie neemt de wens voor de inzet van teeltondersteunende voorzieningen (TOV) bij telers toe. Met TOV streven telers naar gecontroleerde productieomstandigheden om te beantwoorden aan ontwikkelingen op meerdere aandachtsgebieden. TOV bieden kansen i.r.t. bijv. thema's als zuinig omgaan met water, toenemende aandacht voor de waterkwaliteit, verbeteren arbeidsomstandigheden, verhogen plantgezondheid, vermindering inzet gewasbeschermingsmiddelen en productiezekerheid c.q. productbeschikbaarheid.
De gemeente Moerdijk erkent dat het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen (TOV) kansen biedt. Maar het is ook goed te realiseren dat het gebruik van TOV ook effect heeft op de leefomgeving en landschap. In de visie Buitengebied gemeente Moerdijk (2016) is dit vormgegeven door ruimte te bieden voor TOV, maar daaraan wel eisen te verbinden in de zin van tijdelijkheid van gebruik (waarbij de constructie zelf permanent aanwezig mag zijn) en een goede landschappelijke inpassing. De ruimte die de visie Buitengebied, onder voorwaarden, geeft, sluit aan bij de ruimte die het provinciaal beleid biedt.
Met het oog op deze kansen zien we graag ruimere mogelijkheden voor TOV in beleid. De provincie Brabant biedt verruimde mogelijkheden sinds 2022 (zie tabel 1 van deze zienswijze). We missen het thema TOV in de ontwerp omgevingsvisie Moerdijk. We willen u vragen verruimde mogelijkheden te bieden voor TOV aansluitend bij de verruimde mogelijkheden van de provincie Brabant. 25.g
Zorgpunt 4: Intensieve veehouderijen In alle sectoren van de (intensieve) veehouderij wordt al lange tijd gewerkt aan een duurzaamheidsagenda. Ook in de gemeente Moerdijk hebben veel bedrijven daar al forse stappen in gezet, en de komende jaren zullen veehouders daar nog verder in gaan. De landelijke en provinciale eisen zijn immers hoog. De sector zet in op de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen die integraal beter zijn, daarnaast maken ze veel gebruik van reststromen van humane voedselproductie, waardoor de trend van circulaire bedrijfsvoering wordt geborgd.
Wij herkennen uw punt. We houden hier vast aan de de lijn zoals die nu reeds is verwoord in de visie Buitengebied gemeente Moerdijk (2016). In de ontwerpomgevingsvisie is op p. 66 onder punt 3 nu opgenomen dat er geen ruimte is voor uitbreiding van intensieve veehouderijen. In de visie Buitengebied wordt echter wel, onder voorwaarden, ruimte geboden voor uitbreiding van bebouwing binnen de bouwvlakken (o.a. toets aan de BZV en het PAS bijde bouw van veestallen) en voor vergroting van het bouwvlak van de intensieve veehouderijtak tot 1,5 ha onder voorwaarden. We passen dit aan conform het beleid in de visie Buitengebied.
Veel van onze veehouders werken aan maatschappelijke doelen, maar ook aan een eerlijk verdienmodel van de boer. Toekomstgerichte landbouw gaat gepaard met verduurzaming van het agrarisch bedrijf. Hierbij kunnen boeren verschillende transitiepaden volgen, mede afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de eigen ambities en de uitgangssituatie. Voor alle bedrijven geldt dat ze in 2050 volledig duurzaam zijn en in 2030 voldoen aan de door het kabinet vastgestelde normen. De heldere lange termijn normen geven daarbij ruimte aan de boer om eigen keuzes te maken binnen de mogelijkheden van het gebied waarbinnen hij of zij onderneemt. Het is mogelijk dat een boer voor verschillende onderdelen van zijn bedrijf verschillende transitiepaden kiest. Ontwikkelruimte door middel van schaalvergroting is soms noodzakelijk om duurzaamheidsdoelen na te streven en voldoende verdienmodel te realiseren. De gemeente Moerdijk heeft veel oppervlakte en weinig intensieve veehouderijbedrijven: circa vijf varkensbedrijven en tien pluimveebedrijven. In lijn met de landelijke trend, neemt ook in de gemeente Moerdijk het aantal landbouwbedrijven af. De bedrijven worden door innovatie steeds meer hightech uitgerust en schaalvergroting is naast verbreding een noodzakelijke ontwikkeling om bedrijfsopvolging mogelijk te maken.
Innovaties worden gebruikt om emissies te verlagen, maar ook dierenwelzijn en diergezondheid te verbeteren. Daarnaast spelen veehouderijbedrijven een cruciale rol in de plantaardige sector binnen onze gemeente. Zij zorgen namelijk voor mest, wat wordt gebruikt als waardevolle grondstof om de gewassen te laten groeien en zorgen ze dat kringlopen beter gesloten worden. Met bovenstaande onderbouwing, hopen wij duidelijk te maken dat ontwikkelruimte noodzakelijk is voor een toekomstgerichte landbouw. Ook voor het beperkt aantal (intensieve) bedrijven in onze gemeente. In deze omgevingsvisie worden bovenwettelijke maatregelen toegepast. Wij vragen u, om daarom uw visie omtrent dit onderwerp te herzien en de wettelijke- of provinciale kaders aan te houden. 25.h
Zorgpunt 5: Mestvergisting T.a.v. van het punt over mestvergisting (pag. 66) willen we u graag op een aantal punten wijzen, om mestvergisting als samenwerking tussen bedrijven toch mogelijk te maken. Demissionair minister Jetten van Klimaat en Energie beschrijft in een kamerbrief van juli 2022 dat vanaf 2025 minimaal 20% bijmengverplichting van groen gas geldt. Uit het kader van de RES en deze brief volgt een belangrijke maatschappelijke opgave om lokaal, regionaal groen gas te produceren. Het aardgasnetwerk wordt daarmee lokaal gevoed waardoor
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
Als gemeente Moerdijk willen we geen grootschalige mestvergisters in het buitengebied, mede vanwege de invloed die dergelijke bedrijven kunnen hebben op de leefomgeving en het aantal vervoersbewegingen die dit type bedrijven met zich meebrengt. Voor grootschalige mestvergisting zien wij alleen ruimte op het Haven- en Industrieterrein Moerdijk. Wel zien we kansen voor kleinschalige lokale mestvergisting, voor verwerking van mest van het eigen bedrijf, zoals omschreven in de omgevingsvisie. Ook samenwerking tussen lokale agrarische bedrijven op het gebied van mestverwerking zien wij als reële optie. Daarom leidt dit niet tot een
16 van 20
invulling gegeven kan worden aan de warmtetransitie. Kijkend naar bestaande installaties, uit een grove benadering, zijn er per plattelandsgemeente één tot twee van dit soort installaties nodig. Het grote voordeel van gezamenlijke initiatieven is dat ook kleinere veehouders daaraan mee kunnen doen. Mestvergisting heeft daarnaast ook een positieve invloed op andere maatschappelijke opgaven.
aanpassing van de omgevingsvisie.
De agrarische sector kan met behulp van mestvergisting een flinke bijdrage leveren aan deze opgaven. Wij vragen u om mogelijkheden te creëren voor mestvergisting als samenwerking van meerdere agrarische bedrijven en ook voor (intensieve) veehouderij. 25.i
Zorgpunt 6: Water / bodem sturend U wilt het buitengebied meer gaan benutten voor waterberging. Op dit moment wordt het waterbergend vermogen al benut van de polders. Wij vragen ons af of een klimaatpolder nodig is als we in alle polders het waterbergend vermogen gaan vergroten? In uw visie wilt u inzetten op klimaatrobuuste biodiversiteitspolders. U ziet hierbij de agrariërs als belangrijke samenwerkingspartner. Het strookt ons inziens niet met elkaar dat de agrarische sector wordt gezien als samenwerkingspartner en tegelijkertijd niet aan de voorkant van het proces is betrokken bij het opstellen van de richtlijnen en het aanwijzen van de klimaatrobuuste biodiversiteitspolders en -linten. Wij vragen u om de klimaatrobuuste biodiversiteitspolders niet te realiseren door het aanwijzen van gebieden, maar dit over te laten aan de marktwerking en om de aangewezen klimaatrobuuste biodiversiteitspolders en -linten van de plankaart te halen. Wij vragen daarbij om met verdere uitwerking te wachten op het gebiedsproces dat volgt vanuit het NPLG/BPLG. In uw visie spreekt u over een vrijwillige invulling van de klimaatrobuuste biodiversiteits- polders, alleen is er geen sprake van vrijwilligheid als u al gebieden heeft aangewezen. Voor de agrarische ondernemers in deze gebieden is er volgens ons geen sprake van vrijwilligheid.
In uw visie schrijft u dat in klimaatrobuuste biodiversiteitspolders als gevolg van klimaatverandering de grondwaterstand (tijdelijk) hoger wordt, waardoor ook de manier van het grondgebruik mee zal veranderen. Hieruit maken wij op dat deze polders een andere grondwaterstand krijgen. In een persoonlijk gesprek, donderdag 27 juli jl., is er vanuit de gemeente een toelichting gegeven over de klimaatrobuuste biodiversiteitspolders. Tijdens dit gesprek is aangegeven dat op basis van de klimaatonderlegger blijkt dat de klimaatrobuuste biodiversiteitspolders als eerste te maken krijgen met wateroverlast als gevolg van klimaatverandering en dat het niet de bedoeling is om het grondwaterpeil in deze polders te gaan verhogen. Wij willen u dan ook vragen deze laatste beschrijving op te nemen in de visie.
25.j
Zorgpunt 7: Groenblauwe bufferzone Bij het punt over de groenblauwe bufferzone (pag. 58) wordt geschreven over gronden die nu veelal in eigendom zijn van de agrarische sector. Wij zijn van mening dat de gemeente zich te makkelijk uitspreekt over de invulling van gronden die niet in eigendom van de gemeente zijn. Het kan niet zo zijn dat er wensen over gronden uitgesproken worden, alvorens hier individueel contact met de eigenaren over is geweest.
Het meer gaan benutten van het buitengebied voor waterberging is geen wens van de gemeente op zich, maar een gevolg van de klimaatveranderingen en de beleidswijzigingen op rijks, provinciaal en of waterschapsniveau om Nederland klimaatrobuust te maken. Het volgt onder meer uit de klimaatonderlegger die samen met u als ZLTO en vele andere partners is opgesteld en is toegelicht in uw lokale algemene ledenvergadering. De gevolgen van beleidswijzigingen op basis van de landelijke en provinciale uitgangspunten dat water- en bodemsystemen sturend zijn, zullen binnen de gemeente als eerste gevoeld worden in de lager gelegen zee- en rivierkleigebieden. Hierop zullen de gebruikers en inwoners zich moeten kunnen voorbereiden om de juiste keuzes te kunnen maken om toekomstbestig te zijn en blijven. Om het goede gesprek over (mogelijke) consequenties en gevolgen te kunnen voeren met collega overheden staan ze op de kaart. Naar aanleiding van uw zienswijze passen we de legenda op de visiekaart aan door de naamgeving klimaatrobuuste biodiversiteitsppolder te laten vervallen en op de visiekaart de lager gelegen zeeen rivierkleigebieden weer te geven. De klimaatopgave vraagt om een nadere uitwerking die de betrokkenen in het gebied samen met de betrokken instanties moeten oppakken. Het moment van nadere uitwerking is nader te bepalen. P.
66 onder punt 7 van de ontwerp-omgevingsvisie doet bij meerdere partijen vermoeden dat ingezet wordt op het verhogen van het waterpeil. Bedoeld is aan te geven dat deze lager gelgen gebieden naar verwachting als eerste te maken krijgen met wateroverlast als gevolg van klimaatverandering. Dit vraagt om verduidelijking in de tekst.
De gemaakte afspraken ten aanzien van de wijze van uitwerken van de Groenblauwe bufferzone blijven zoals schrifttelijk met ZLTO zijn vastgelegd en opgenomen zijn in het genomen raadsbesluit d.d. 16 december 2021 over de Ambitievisie groenblauwe zone, klimaatbos.
We zijn het met u eens dat agrariërs een belangrijke rol kunnen hebben als landschapsbeheerders (pag. 31). We vragen u echter wel om de dienst die daarbij geleverd wordt, passend te waarderen. We appreciëren uw aandacht voor wat er al gebeurd op het gebied van verduurzaming van de landbouw zoals carbon farming. We vragen u om deze waardering vast te houden en verder uit te bouwen. 25.k
Zorgpunt 8: Ecologische hoofdstructuur U geeft in de visiekaart de nog te realiseren ecologische verbindingszone (EVZ) weer. Wetende dat naast de gemeente, de provincie een grote rol heeft in de opgave van ecologische verbindingszones, vragen we toch aandacht voor deze zones aan u als gemeente. We zijn van mening dat EVZ's op locaties geplaatst moeten worden, waar deze zo min mogelijk beperkingen voor de huidige inwoners en (agrarische) bedrijvigheid ten gevolge hebben. We verzoeken u om EVZ's te realiseren in het kader wat de provincie u geeft: op basis van vrijwilligheid.
De omgevingsvisie bevat, naast een gemeentelijke visie op 2040, ook een vertaling van relevante hogere wet- en regelgeving zoals die van de provincie NoordBrabant. De ecologische verbindingzones (EVZ’s) zijn provinciaal vastgelegd (zie Kaartbank Provincie Noord-Brabant). Gemeenten en waterschap hebben een gezamenlijke verplichting in de realisatie van deze verbindingszones, derhalve dienen we deze over te nemen. Wel blijkt de exacte situering van de EVZ niet juist overgenomen op de kaart. Dit wordt aangepast. De bedoelde EVZ’s liggen in het hart van de Mark, de Dintel en de Tonnekreek, niet op de dijken.
25.l
Zorgpunt 9: Energie- en infrastructuur in de omgeving U stelt voor energie- en infrastructuurprojecten die in Moerdijk landen als voorwaarde, dat deze een lokale koppeling hebben richting verduurzamingsopgaven (pag. 55). Dit zien wij niet terug in de huidige trajecten die nu op ons afkomen zoals Delta Rhine Corridor (buisleidingenstraat), Nederwiek 3 (aanlanding wind van zee) en 380 kV Geertruidenberg — Krimpen
Wij onderkennen uw zorg over de vereiste lokale koppeling voor de energieinfraprojecten die nodig zijn voor de verduurzaming. Wij hebben deze zorgen zelf ook. Naar aanleiding hiervan hebben we met het ministerie van EZK, het ministerie van BZK, het ministerie van I&W, de provincie en de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg, afgesproken om gezamenlijk te verkennen wat de integrale opgave in dit gebied is. Onze inzet is om als onderdeel van dit traject een
NOTA VAN ZIENSWIJZEN ONTWERP OMGEVINGSVISIE GEMEENTE MOERDIJK 2040
17 van 20
aan de IJssel/ Crayestein (hoogspanningsverbinding). We vragen u daarom scherp te zijn op de daadwerkelijke bijdrage vanuit deze netwerken aan de functies binnen de gemeente Moerdijk. We willen u tevens onder de aandacht brengen dat een extra aansluiting richting Zevenbergen bij knooppunt Zonzeel (pag. 67) wederom invloed heeft op het areaal landbouwgrond en de druk op omliggende gronden daarmee toeneemt.
gebiedsgerichte uitwerking op te stellen en afspraken te maken over gebiedsinvesteringen. Het college heeft onlangs haar positiebepaling aangescherpt, waarmee ook de lokale koppeling wordt verduidelijkt. Dit vraagt ook om aanscherping van de positiebepaling in de omgevingsvisie. Een extra aansluiting op Knooppunt Zonzeel hangt samen met de waarborging van de regionale bereikbaarheid. Omdat er extra woningbouw gaat plaatsvinden in zowel Moerdijk als omliggende gemeenten (binnen driehoek Zevenbergen, EttenLeur en Prinsenbeek) wordt op termijn een extra aansluiting voorzien om drukte en filevorming te voorkomen. Alhoewel er nu nog geen concrete plannen liggen is deze ontwikkeling gezien de scope van de omgevingsvisie (2040) al wel opgenomen. We begrijpen uw zorg om de druk op de omliggende gronden.
25.m
Zorgpunt 10: Energie en verduurzaming van bedrijven U beschrijft ruimte te bieden aan kleinschalige windturbines op agrarische gronden in het kader van zelfvoorzienendheid van de agrariër (pag. 66). Een windturbine van 15 meter is voor agrarische bedrijven niet interessant genoeg om in te kunnen investeren. De gemeente heeft lokaal de mogelijkheid om vergunningen te verlenen voor windturbines met een ashoogte hoger dan 22 meter. Wij vragen u om deze mogelijkheid te gebruiken en agrariërs de ruimte te bieden die zij nodig hebben om energieneutraal te worden.
In de omgevingsvisie wordt de ruimte voor kleinschalige windturbines geboden. De afweging over de toegestane hoogte zal plaatsvinden in het kader van het omgevingsplan.
28.n
Zorgpunt 11: Vrijkomende agrarische bebouwing U beschrijft om samen met een agrariër te willen zoeken naar een passende en duurzame invulling van vrijkomende agrarische bebouwing en bijbehorende agrarische gronden (pag. 67). We vragen u hierbij ruimte te bieden voor nevenfuncties op bedrijven in het buitengebied met als voorwaarde dat dit geen belemmeringen heeft op de huidige bedrijvigheid.
De Visie buitengebied geeft nu al vrij ruime mogelijkheden voor de invulling van vrijkomende agrarische bebouwing. De visie geeft richting aan mogelijke invulling en geeft kaders waaraan initiatieven getoetst moeten worden. Een maatwerkafweging per verzoek vindt plaats op basis van het dynamisch afwegingskader zoals dat in de Visie buitengebied beschreven wordt.
28.o
Zorgpunt 12: Huisvesting internationale werknemers U zoekt naar een goede balans tussen type werkgelegenheid en het aanbod van beschikbare werknemers inclusief daarbij behorende huisvesting. Wij onderschrijven de adviezen van het rapport Roemer; ook internationale werknemers dienen met zorg en respect te worden behandeld. Dat betekent onder meer dat hen goede huisvesting wordt geboden voor een eerlijke prijs. Gezien de enorme druk op de woningmarkt is het van groot belang dat we actie ondernemen om passende huisvesting voor internationale werknemers te creëren. Daarbij onderscheiden we drie groepen: kortverblijvers, langverblijvers en vestigers.
De huidige regels van het bestemmingsplan Buitengebied bieden al meer ruimte dan in deze zienswijze wordt beschreven. Zo is het mogelijk om, onder voorwaarden, vrijkomende agrarische bedrijfswoningen te gebruiken voor de huisvesting van eigen werknemers. De eis van 9 maanden per jaar die in de zienswijze benoemd wordt, herkennen wij niet. In het huidige bestemmingsplan Buitengebied is juist die beperking geschrapt om de huisvesting van medewerkers op het agrarisch bedrijf eenvoudiger te maken. Wel zijn wij van mening dat het voor bedrijven zoveel mogelijk de opgave is de eigen medewerkers op het eigen terrein te huisvesten, zodat er bepaalde mate van beveiliging en toezicht is.
Als agrarische sector denken we dat voor de groepen lang- en kortverblijvers gezocht moet worden naar andere huisvestingsmogelijkheden buiten de kernen om de druk op de lokale woningmarkt te ontlasten. Als agrarische sector zien we daarom noodzaak om tot een andere invulling te komen van het beleid van de gemeente Moerdijk voor de huisvesting van de kort- en langverblijvers. Voor de groep internationale werknemers die werkzaam is op agrarische bedrijven heeft huisvesten op agrarische bedrijven en VAB's/andere vrijkomende bebouwing in het buitengebied de voorkeur. De tijdelijke mogelijkheid voor huisvesting van 9 maanden/ jaar in het vigerende beleid is onvoldoende toereikend voor de arbeidsinzet op diverse bedrijven. Ook zorgen deze beperkte gebruiksmogelijkheden ervoor dat het voor bedrijven onhaalbaar is om te investeren in huisvesting op een goed kwaliteitsniveau. We gaan graag verder met u in gesprek over de invulling van de mogelijkheid van huisvesten buiten de kernen. We vragen u tevens om arbeiders die werkzaam zijn op het logistiek park Moerdijk, op die locatie te huisvesten. 25.p
Zorgpunt 13: Recreatie U beschrijft de recreatieve potentie van het buitengebied te benutten. We delen met u de mening om dit te optimaliseren. We willen u ook meegeven dat dit al gebeurt in de vorm van de aanleg van fietsroutes en het plaatsen van QR borden waarop meer informatie te vinden is over agrarische bedrijven in gemeente Moerdijk. In uw visie wijst u tot slot gebieden aan voor het stimuleren van recreatie. Wat verstaat u onder recreatie? Zijn dit campings/parken zoals camping Bovensluis of beperkt dit zich enkel tot fietsroutes en wandelpaden. Wetende dat recreatie- en fietsverkeer samen met landbouwverkeer op één weg grote gevaren en belemmeringen oplevert, vragen wij u terdege rekening te houden met de moeilijke positie van de agrariër in deze situatie. Zijn werkterrein ligt namelijk in deze polders en aan deze wegen. We zien echter nog te vaak dat recreanten overlast veroorzaken in het buitengebied. We werken graag mee aan optimalisatie van recreatie in het buitengebied op voorwaarde dat de gemeente stimuleert dat recreanten zich als waardig gast gedragen.
We herkennen uw zorg. Daarom staat in de visie: “We zorgen dat het buitengebied goed beleefbaar is en fijnmazig ontsloten is, bijvoorbeeld met ommetjes en (recreatieve) wandel- en fietspaden. Daarbij zetten we in op het veilig en aantrekkelijk maken van bestaande wegen in het buitengebied voor meer (elektrische) fietsen. Dat vraagt ook keuzes: waar doelgroepen samen kunnen, faciliteren we dat veilig. Waar het niet kan, zoeken we naar een passende oplossing, bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer.” Hiermee borgen we zowel de belangen van de agrariër als de recreant passend te dienen. Dit leidt niet tot een aanpassing in de omgevingsvisie.