CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage i VO watertoeristenbelasting Moerdijk 2022

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Belastingverordeningen 20221.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

qemeente JM

oerdÜk

VERORDENING OP DE HEFFINC EN INVORDER¡NG VAN WATERTO ERISTEN BELASTI NG 2 O 2 2 De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van l6 december 202ì;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders l6 november 202 l;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet,

BESLUIT: vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING

2022

Artikel I Definities Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder

a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordtgebezigd voorvakantie- of andere recreatieve doeleinden; b. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; c. ligplaats: een plaats in of aan het water die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het afmeren of ten anker leggen van een vaartuig;

d. lengte: de lengte over alles; e. vaste ligplaats: ligplaats voor een vaartuig middels een abonnement toegewezen aan eenzelfde vaartuig.

Artikel 2 Belastbaar fe¡t Ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente op vaartuigen in het watergebied van de gemeente, waarvoor in verband met de aanwezigheid aldaar een vergoeding in welke vorm dan ook wordt betaald door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam 'watertoeristen belasti ng' een d i recte belasti ng geheven.

gernefnff

Moerdük

Artikel 3 Belastingplicht

L Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedttotverblijf als bedoeld in artikel 2 bij, aan of op hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

3. lndien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, wordt als belastingplichtige aangewezen de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig dan wel een andere persoon die werkelrjk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

a. Door degenen die verblijf houden aan boord van:

. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebru ikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;

. kano's, roei- en volgboten; . motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; . een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt.

b. Door degenen op vaartuigen die door ijsgang, storm of andere redenen van overmacht, worden belemmerd hun reis voort te zetten.

c. Door degenen op historische vaartuigen met een bouwjaar voor 1965, die deelnemen aan als zodanig aangewezen evenementen, met een maximum van drie dagen per evenement. d. Door deelnemers aan mar¡tieme evenementen onder de voorwaarde dat zij aantoonbaar onderdeel uitmaken van en daardoor vormgeven aan het evenement.

Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

2

semeeiiñ

oerdÜk

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze maatstaf van heffing

l. Voorvaste ligplaatsen wordt in afiruijking van artikel 5 de maatstaf van heffing forfaitairvastgesteld. 2. ln afwijking van het bepaalde in lid I kan op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing voor vaste ligplaatsen worden vastgesteld op het werkelijk aantal

overnachtingen.

Artikel 7 Belastingtarief

l Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting

€ r,28

2. Het forfaitaire tarief als bedoeld in artikel 6 bedraagt per belastingjaar, per vaste ligplaats

€24,79

Artikel 8 Belastingjaar

Het belastinqjaar is gelijk aan het kalenderjaar

Artikel 9 Wijze van heff¡ng

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven

Artikel l0 Minimum aanslagbedrag Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd

Artikel I I Aangifte Het uitnod¡gen tot het doen van aangifte wordt gedaan door:

a. het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; b. het op elektronische wijze uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin wordt verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld in het tweede lid, letter b. 3

ge meente

Moerdük

2. Het doen van aangifte geschiedt door: a. het inleveren of toezenden van het aangiftebiljet met de daarbij gevraagde bescheiden; b. het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende programmatuur gevraagde gegevens.

Artikel l2 Termijnen van betaling I . ln afrrvijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet I 990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2. lndien een bestuurlijke boete is opgelegd is het bedrag inzake een bestuurlijke boete invorderbaar uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

3. ln afrrvijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in het jaar waarover deze is vastgesteld worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het belastíngjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande lid gestelde termijnen.

Artikel I 3 Registratieplicht.

L De belastingplichtige bedoeld in artikel 3 , eerste lid, is gehouden een registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als bedoeld in artikel 5 blijkt 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid I .

Artikel I 4 Kwijtschelding Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend

4

ge meente

Moerdi¡k

Artikel I 5 Overgangsrecht De 'Verordening watertoeristenbelasting gemeente Moerdijk 2O2l', vastgesteld bij raadsbesluit van l7

december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zi¡ van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel I 6 lnwerkingtreding

l Deze verordening treedt inwerking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking 2. De datum van ingang van de heffing is ì januari2022, Artikel l7 Citeertitel De verordening wordt aangehaald als 'Verordening watertoeristenbelasting gemeente Moerdijk 2022'

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van I6 december 2021

De

A

s

oilì r',

De voorzitte

A.J.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=eb261728-7455-482b-9859-772204563c6b