CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij Beantwoording TV VVD - Memo gemeente Moerdijk - alleenverdienersproblematiek

Raadsvergadering 4 december 2024, gemeente MoerdijkBij agendapunt: 2e Bestuursrapportage 2024 en 1e begrotingswijziging 2024 Werkplein Hart van West-Brabant573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Onderwerp

alleenverdienersproblematiek

Opsteller

Kees van Ostaijen

Datum

3 dec. 2024

Uitleg bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek Inleiding: Door een samenloop van regelingen hebben sommige huishoudens een lager besteedbaar (maand) inkomen dan een huishouden met een volledige bijstandsuitkering. Hieronder staat de uitleg hoe dit precies zit. Systematiek Inkomstenbelasting en Participatiewet • Wet op de inkomstenbelasting: Iedereen met een inkomen moet daar inkomstenbelasting over betalen. Als men recht heeft op zogenaamde heffingskortingen dan betaalt men minder inkomstenbelasting. Eén van die heffingskortingen is de ‘algemene heffingskorting’. Als men werkt, of een uitkering ontvangt, dan houdt de werkgever, of uitkeringsinstantie, daar bij de inhouding van de loonbelasting al rekening mee. Hierdoor wordt het maandelijkse nettoloon, of de netto-uitkering, dus hoger. De Wet op de Inkomstenbelasting bevatte in het verleden een aparte regeling voor gezinnen waarbij slechts één van beide partners een inkomen had. De niet verdienende partner kon zijn/haar recht op de algemene heffingskorting te gelde maken door die bij de Belastingdienst terug te vragen. Om de arbeidsparticipatie van beide partners te bevorderen heeft het Rijk die regeling in de periode 2009 tot 2023 afgebouwd. •

Participatiewet: In de bijstandswet is geregeld dat als een echtpaar periodieke bijstand ontvangt, de maandelijks uit te betalen bijstand voor de helft aan beide partners (dus gesplitst) wordt uitbetaald. Op die manier komen beide partners dus (ook) in aanmerking voor de hierboven beschreven algemene heffingskorting. In navolging van de afbouw van de algemene heffingskorting minstverdienende partner in de Wet op de Inkomstenbelasting, is in 2012 de bijstandswet hierop aangepast. Naast het feit dat die aanpassing van de bijstandswet dus later is gestart, loopt die afbouw ook nog langer door, namelijk tot 2036.

•

Gevolgen van afwijking Wet op de Inkomstenbelasting en Participatiewet: Dit gevolg laat zich raden. Hierdoor is er een verschil ontstaan in het (netto) besteedbaar inkomen. Huishoudens die maar één keer de algemene heffingskorting krijgen, hebben immers een hoger belastbaar jaarinkomen voor de Belastingdienst-Toeslagen dan huishoudens die tweemaal de heffingskorting krijgen. Als het belastbaar jaarinkomen hoger wordt, dan wordt het recht op huur -en zorgtoeslag lager. Daardoor hebben huishoudens met een hoger belastbaar jaarinkomen een lager besteedbaar inkomen dan een bijstandsgezin. Dat is uiteraard niet de bedoeling. Idealiter zou dit verschil in besteedbaar inkomen opgelost moeten worden door een aanpassing van de Wet op de Inkomstenbelasting. Aanpassing van de belastingwetgeving en van het systeem van de Belastingdienst kost tijd. Het Rijk heeft aangegeven dat er daarom pas vanaf 2028 een structurele oplossing via de Belastingdienst-Toeslagen komt.

Tijdelijke oplossing via de bijzondere bijstand

1

Omdat de structurele oplossing via de Belastingdienst nog enige jaren gaat duren heeft het Rijk aan de gemeenten gevraagd om de getroffen huishoudens in de tussenliggende periode te compenseren via de bijzondere bijstand. Dit gebeurt in twee verschillende fasen. Fase 1: compensatie voor de jaren 2022 tot en met 2024: op basis van de individuele bijzondere bijstand. Fase 2: compensatie voor de jaren 2025 tot en met 2027: op basis van categoriale bijzondere bijstand. Verschil fase 1 en fase 2: Bij fase 1 wordt op basis van de individuele klantsituatie een maatwerkbeoordeling uitgevoerd of er recht bestaat op deze regeling en hoe hoog de te verstrekken vergoeding moet zijn. Bij fase 2 moet er een doelgroep-toets uitgevoerd worden en wordt de hoogte van de vergoeding forfaitair bepaald door het Rijk. Bij fase 2 wordt het ook mogelijk om de te verstrekken bijzondere bijstand ambtshalve toe te kennen als het gezin tot de doelgroep behoort.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=c7f7e6ce-b7e4-49db-8647-d93b7cf97235