CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage b VO afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk 2022

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Belastingverordeningen 20221.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemee nte

Moerdijk

VERORDENING OP DE HEFFINC EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2022 De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van l6 december 202 l;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van l6 november 2021; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, BESLUIT

vast te stellen de VERORDENINC OP DE HEFFINC EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINICINCSRECHTEN

2022.

Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel I lnleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven

a. b.

een afvalstoffenheffing;

reinigingsrechten.

Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. 'gebruik maken' in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;

b.

inzamelmiddel: een door of vanwege het gemeentebestuur beschikbaar gestelde duobak, een "griize" bak of een set van één grijze en één groene citybin of de mogelijkheid tot het gebruik van een ondergrondse container.

ge meente

aa

Moerd U k

Hoofdstu k 2 Afualstoffen heffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel I 5.33 van de Wet milieubeheer. 2

De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt

naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen ì0.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het i

nzamelen van h u ishou de ij ke afvalstoffen gel dt. I

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belast¡ngtar¡ef De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk I van de bij deze

verordeni ng behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar

Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tüdsgelang I.

De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2.

lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvan g van de belasti ng plicht;nog volle kalendermaande n overblijve n.

2

ge meente

Moerdük

3

lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

4

Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruikt maakt.

5

Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing hiervan wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 9 Termijnen van betaling I.

ln afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2.

ln añruijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

3.

Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. ln afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 'l00,00 of meer doch niet meer dan € 10.000 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termun vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de

dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4

De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend

indien twee van de tien termunen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blrjkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid. 5

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel I 0 Kwijtschelding Bij de invordering van de afualstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend van de belasting als

bedoeld in hoofdstuk ì, onderdelen l.l.l en 1.1.2 van de bij dezeverordening behorende tarieventabel

3

ge meente

Moerdük

Hoofdstuk 3 Reinigingsrechten Artikel I I Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het

gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel I 2 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt

verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel I 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze

verordeni ng behorende tarieventabel.

Artikel I 4 Belastingúaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar

Artikel l5 Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

Artikel l6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tudsgelang voor de jaarlijks verschuld¡gde rechten

l.

De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het

belastingjaar of , zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2.

lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde tarieven als er in dat jaar, na de aanväng van de belastíqlÞlicht; nog volle kãlendermaandcn Oveûlü\/en

4

gemeenfe

oerdijk 3

4

lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente

verhuist. 5

Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing hiervan wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel l7 Termijnen van betaling I.

ln afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet I 990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2.

ln afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

3.

Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. ln añ,vijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer doch niet meer dan € ì 0.000 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald

in tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4.

De in het derde lid bedoelde machtig¡ng tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend

indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zun gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid.

5.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen

Artikel I I Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

5

gem efnfe

Moerdük

Artikel I 9 Overgangsrecht De "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk 202 l, vastgesteld op ì 7 december

2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor de datum hebben voorgedaan.

Artikel 20 lnwerkingtreding ì.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking

2-

De datum van ingang van heffing is I januari 2022.

Artikel 2l Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk 2022',.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van I 6 december 2021

Deg

A

er,

u*'

De voorz¡tter,

A.J

6

ge meente

Moerdük

Bijlage I TARI EVENTABEL afval stoffen heffi ng e n re i n i g i n gs rechten Moe rd ij k 2022

Behorend bij de 'Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk 2022

Hoofdstuk I Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

l.l

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, indien het perceel op I

januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang wordt gebruikt door:

l.l.l 1.1

door één persoon

.2 door meer dan één persoon

€

255,1I

€

340,14

€

340,14

Hoofdstuk 2 Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten (excl. BTW)

2

Het recht bedraagt per belastingjaar voor het door de gemeente beschikbaar gestelde inzamelmiddel waarmee afvalstoffen kunnen worden aangeboden die qua aard en omvang gelijkgesteld zijn met huishoudelijke afvalstoffen (excl. BTW)

Behoort bij raadsbesluit van l6 december 2021

d

ó[L\ /t n9s

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=af1a2cb7-1ac7-402d-aa49-5ba52d100875