Bijlage b Toelichting Verordening huisvesting arbeidsmigranten Moerdijk
Tekst van het document
TOELICHTING VERORDEN ING H UISVESTING ARBEIDSM IGRANTEN MOERDUK HOOFDSTUK l: ALGEMENE TOELICHTING De Verordening Huisvesting Arbeidsmigranten Moerdijk bevat het regelgevende kader voor de huisvesting van arbeidsmigranten in huisvestingsvoorzieningen in gemeente Moerdijk. De gemeente Moerdijk hanteert een systeem van schaarse vergunningen voor bepaalde tijd. De verordening sluit aan bij het wetsvoorstel "goed verhuurderschap" dat vanaf 5 juli 2021 ter consultatie is gelegd. ln dit hoofdstuk wordt de algemene
context besproken. ln hoofdstuk 2 worden de artikelen waar nodig toegelicht.
I
nteg rale aanpak arbeidsm igratie Moerdijk 2020
Op 24 september 2020 heeft de gemeenteraad de 'lntegrale aanpak arbeidsmigratie Moerdijk 2020' vastgesteld. ln deze integrale aanpak heeft de gemeenteraad de ambitie uitgesproken te willen zorgen voor een breed spectrum aan soorten huisvesting verspreid over meerdere locaties en van meerdere huisvesters, afgestemd op de behoeften van arbeidsmigranten. Als uitgangspunt is hierbU gesteld dat goede huisvesting goed personeel aantrekt. Hoe beter de kwaliteit, hoe sterker de lokale verbondenheid en continuìteit. Cekozen wordt dan ook voor een hoge kwaliteit huisvesting in Moerdijk.
ln de integrale aanpak is vastgesteld dat door de gemeente voorwaarden voor realisatie, exploitatie en beheer worden opgesteld en dat voor exploitatie een vergunning moet worden aangevraagd. Complexen
zijn tijdelijk voor l0-l 5 jaar en de short- en mid stay huisvesting wordt evenwichtig verdeeld over de verschillende kernen, zodanig dat er sprake is van balans tussen het aantal nieuwkomers en het aantal huidige aantal inwoners van de kernen voor het behoud van de leefbaarheid en sociale samenhang binnen de kernen.
Añregin g skader passend heid omgeving h uisvesting arbeid sm ig ranten
Voor de beoordeling of een locatie passend is om arbeidsmigranten te huisvesten is inmiddels op I 5 juli 2021 vastgesteld het "añ,vegingskader passendheid omgeving voor de huisvesting van arbeidsmigranten in de short- en mid stay Moerdijk2021". ln dit afwegingskader is vastgelegd dat spreiding van huisvesting van arbeidsmigranten over de gemeente en afstemming tot de omvang van de kernen essentieel is voor de leefbaarheid en de sociale samenhang binnen de kernen.
Wettelijk kader De wettelijke grondslag voor het opstellen van een verordening is verankerd in de Cemeentewet. ln artikel
149 van de Gemeentewet is vastgelegd dat de gemeenteraad het bevoegd gezag is voor vaststelling van een verordening. De gemeenteraad stelt verordeningen vast die hij in het belang van de gemeente nodig acht.
Wetsvoorstel goed verhu u rderschap Het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (hierna: het Aanjaagteam) onder leiding van dhr. Roemer heeft duidelijk gemaakt dat de huisvesting van arbeidsmigranten in Nederland in veel gevallen goed geregeld is, maar in veel gevallen ook niet. Zo is geconstateerd dat sommige
arbeidsmigranten in ondermaatse en verloederde huisvesting met weinig faciliteiten leven waarvoor zij veel geld moeten betalen. Conform het advies van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, zoals verwoord in het rapport 'Ceen tweederangs burgers', pagina 39 en verder, is het wetsvoorstel "Coed verhuurderschap" op 5 juli ter consultatie gelegd. Concreet geeft deze wet de gemeenteraad de bevoegdheid om in de huisvestingsverordening te bepalen dat een verhuurdervergunning verplicht wordt gesteld bij het verhuren van een verblijfsruimte aan arbeidsmigranten. De vergunning heeft tot doel heeft om malafide verhuurpraktijken te voorkomen en tegen te gaan.
Burgemeester en wethouders krijgen de bevoegdheid om landelUk geüniformeerde vergunningsvoonvaarden te stellen en deze bestuursrechtelijk te handhaven met een traject van een last onder dwangsom of bestuursdwang, bestuurlijke boete of als ultimum remedium de beheerovername. Ook kan het de vergunning in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden weigeren of intrekken. Naar verwacht¡ng zal de wet in de loop van 2022 worden vastgesteld. De verordening huisvesting arbeidsmigranten Moerdijk sluit aan op dit wetsvoorstel. Zodra het wetsvoorstel definitief van kracht is, zal deze verordening hierop moeten worden aangepast.
Vrij verkeer van diensten Het verbod om zonder vergunning een woning te verhuren is een vergunningsstelsel als bedoeld in de
Dienstenrichtlrjn. Een dienst die valt onder de Dienstenrichtlijn is gedefinieerd als elke economische
activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt. Verhuur en huur van woningen is het verrichten of ontvangen van een dienst. Een vergunningstelsel kan worden ingevoerd indien:
- dat noodzakelijk is omwille van het algemeen belang dat met deze beperking wordt gediend en dit middel geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en dat het niet verder gaat dan wat nodig is om dat doel te bereiken;
- het beoogde doel niet door een mínder beperkende maatregel kan worden bereikt en het verbinden van voorwaarden aan de vergunning niet op willekeurige wijze kan plaatsvinden, en;
- de maatregel geen direct of indirect onderscheid maakt naar nationaliteit, en Nederlandse natuurlijke en
Noodzakefikheid Het instellen van een vergunningplicht voor de verhuur van bepaalde categorieën van woon- en
verblijfsruimte is noodzakelijk ter bescherming van de rechten en grondrechten van woningzoekenden, huurders en arbeidsmigranten indien een algemene verplichting om te beschikken over een werkwijze en deze te implementeren niet volstaat. Daarbij kan gedacht worden aan het in gebruik geven van
verblijfsruimte voor arbeidsmigranten of categorieën van woonruimte waarvan bekend is dat ze meestal verhuurd worden aan kwetsbare huurders of die gelegen zijn in gebieden waar door ongewenst verhuurgedrag de leefbaarheid in het geding kan zijn. Het doel van de vergunningplicht is dus het beschermen van huurders en het behouden of verbeteren van de leefbaarheid. Belangrijk hierbij is dat de situatie rondom de bescherming van huurders en het effect op de leefbaarheid en de openbare orde per gemeente verschillen. Daarom moet de gemeenteraad de noodzaak van het instellen van een vergunningplicht ook onderbouwen met feiten en cijfers over de lokale situatie. Hiervoor is de integrale aanpak arbeidsmigratie Moerdijk 2020 en het afi,vegingskader passendheid omgeving huisvesting arbeidsmigranten opgesteld.
M i n de r be pe rk e n de maatreg e le n
Naast informatie en voorlichting, zelfregulering door de sector, het stellen van de verplichting tot het beschikken over een werkwijze ter voorkoming van discriminatie, intimidatie en ongewenst verhuurgedrag,
blijven er soorten woon- en verblijfruimten bestaan waar controle achteraf onvoldoende effectief is. Dit is ook gebleken uit de pilots die een aantal gemeenten hebben uitgevoerd in het kader van de 'aanpak goed verhuurderschap'. Om te voorkomen dat er voor aanbieders van woon- of verblijfsruimte een grote differentiatie zou ontstaan tussen de regels in verschillende gemeenten, hetgeen ook een extra beperking van het vrij verkeer van diensten zou inhouden, worden de voorschriften voor het weigeren en intrekken van verhuurvergunningen landelijk voorgeschreven. Ook worden de voorwaarden die aan een vergunning verbonden kunnen worden landelijk bepaald.
Non-discriminatoir De maatregelen zijn dusdanig vormgegeven dat zij geen direct of indirect onderscheid maken naar
nationaliteit. Eenieder die een woon- of verblijfplaats aanbiedt kan indien voor de woon- of verblijfruimte een vergunningplicht geldt een verhuurdervergunning aanvragen en ook de voorwaarden die aan de vergunning verbonden kunnen worden zijn voor alle aanbieders hetzelfde. Opgemerkt zij dat het vergunningensysteem zich op de bescherming van de huurder (inclusief arbeidsmigranten) richt en geen extra eisen of voonryaarden aan hen stelt.
Andere regelgeving Deze verordening vormt een zelfstandig juridisch kader. Andere jurídische kaders zoals onder andere de Algemene Plaatselijke Verordening Moerdrjk 20.l9, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Algemene
wet bestuursrecht en Wet ruimtelijke ordening gelden onverminderd. Het verlenen van een vergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten betekent dus niet dat andere vergunningen, toestemmingen, of ontheffingen op grond van andere regelgeving niet noodzakelijk zijn.
HOOFDSTUK 2 : ARTIKELSGEWUZE TOELICHTINC
Artikel I Begripsbepalingen ln artikel I worden de belangrijkste begrippen beschreven. De volgende begrippen worden nader toelicht a
arbeidsmigranien: Buítenlandse werknemers (niet in Nedeiland geboren en/of niet de Nederlandse nationalite¡t), die géén kennismigrant zfin (vastgesteld op basis van inkomen; onder de 30 jaar ís de ondergrens I 8,66 euro per uur en boven de 30jaar 25,45 euro per uur); en vanaf 2004 in Nederland werken en/of wonen (d¡t jaartal hangt samen met de relatief recente uitbre¡ding van de EU met landen uit Midden en Oost Europa en de daarmee gepaard gaande vril' verkeer van personen). Def¡nit¡e PON - provincie Noord-Brabant 'Arbeidsmigratie in cijfers januari 2020" Een arbeidsmigrant is een persoon die maximaal vier kalenderjaren in Nederland verbl[ft. lnd¡en een arbeidsmigrant langer dan vier jaar in Nederland verblijft, wordt dit aangemerkt als een permanent verblijf. Deze persoon wordt dan gezien als een reguliere inwoner van Nederland en
moet haar of zijn pijlen richten op de reguliere woningmarkt. Er wordt gekozen om een termUn van 4 jaar te hanteren, omdat het binnen deze periode mogelijk moet zijn voor arbeidsmigranten om een reguliere woning te kunnen huren danwel kopen. De gemiddelde inschrijfduur van verhuringen in Moerdijk in 201 9 binnen alle reactiemodellen samen was 4,2 jaar. Arbeidsmigranten zijn woningzoekenden die zich pas inschrijven op of kort voor het moment dat zij werkelijk op zoek gaan naar een woning. ln de modellen op volgorde van inschrijfduur komen zij voorlopig niet aan de beurt. De modellen loting en eerste reageerder binnen klikvoorwonen bieden wel kansen. Arbeidsmigranten schrijven zich niet direct in na aankomst als woningzoekenden. lndien ze na een jaar in Nederland besluiten dat ze willen blijven en zich gaan inschrijven, hebben ze gemiddeld na ruim 2 jaar een huurwoning indien ze via loting of eerste reageerder actief reageren op de juiste vrijkomende woningen. Een termijn van max. 4 jaar lijkt dan ook realistisch dat arbeidsm¡granten gemiddeld een reguliere huurwoning kunnen bemachtigen. Een arbeidsmigrant beschikt over een EU-paspoort of een tewerkstellingsvergunning waardoor hij legaal werkzaam is.
lnschrijving in de basisregistratie is verplicht conform de actuele regelgeving, op dit moment de Wet Basisregistratie Personen (hierna: 'BRP') Voor personen die niet staan ingeschreven in de BRP moet toeristenbelasting worden afgedragen. a
huisvestingsvoorziening: een huisvestingsvoorziening kan bestaan uit één of meerdere bouwwerken. lndien de huisvestingsvoorziening uit meerdere bouwwerken bestaat, dan moeten deze bouwwerken op hetzelfde perceel liggen of op aangrenzende percelen liggen. lndien tussen de percelen een weg van een derde of ander perceel aanwezig is, dan geldt de locatie niet als één huisvestingsvoorziening. Daarnaast moeten de bouwwerken technische, organisatorische of functionele binding met elkaar hebben. Laatstgenoemde criteria zijn afkomstig uit de rechtspraak over 'inrichtingen' op grond van de Wet milieubeheer.
a
huishouden: vaak is een huishouden gebaseerd op bloedverwantschap of huwelijksverbinding of een met een huwelijksverbinding gelijk te stellen samenlevingsverband
a
regulier register SNF: inschrijving in het reguliere register van Stichting Normering Flexwonen is alleen mogelijk als een ondernemer zich houdt aan de normen van SNF. Het actuele register is te vinden op https://www.normeringflexwonen.nl/.
Artikel 2 Goed verhuurderschap Het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (hierna: het Aanjaagteam) onder leiding van dhr. Roemer heeft duidelUk gemaakt dat de huisvesting van arbeidsmigranten in Nederland in veel gevallen goed geregeld is, maar in veel gevallen ook niet. Om de problematiek rondom de huísvesting van
arbeidsmigranten te adresseren heeft het Aanjaagteam diverse adviezen opgesteld, zoals het introduceren van een verhuurdervergunning voor de verhuur aan arbeidsmigranten. Concreet geeft deze wet de gemeenteraad de bevoegdheid om in een verordening te bepalen dat een verhuurdervergunning verplicht wordt gesteld bij het verhuren van een verblijfsruimte aan arbeidsmigranten die korter dan vier maanden in Nederland verblijven. De voorwaarden die een gemeente kan stellen aan deze vergunning worden in dit wetsvoorstel landelijk geüniformeerd, waarmee een lappendeken aan lokale regels en werkwijzen wordt voorkomen. Dit is in het belang van zowel arbeidsmigranten als verhuurders. De voorwaarden kunnen uitsluitend betrekking hebben op:
a. de wijze waarop de verhuurder aantoont dat het de werkwijze en de maatregelen die voortvloeien uit de door gemeente ingestelde algemene regels toepast in de praktijk;
b. verplichtingen voor de verhuurder bij het in gebruik geven van de verblijfsruimte. De volgende paragrafen geven een nadere toelichting bij elk van deze vergunningsvoorwaarden.
a. Het aantonen dat de verhuurder de algemene regels toepast Verhuurders en verhuurbemiddelaars worden verplicht te beschikken over een bepaalde werkwijze indien ze arbeidsmigrantenhuisvesting in gebruik geven. Hoewel discriminatie en intimidatie reeds strafrechtelijk vervolgd kunnen worden, blijft dit een ernstig probleem op de woningmarkt. De voorgestelde werkwijze ziet op het voorkomen van discriminatie en intimidatie en op het bevorderen van goed verhuurderschap en zal een preventieve werking hebben. Verhuurders en verhuurbemiddelingsbureaus moeten zich hieraan committeren en inzichtelijk maken op welke wijze ze discriminatie en intimidatie van woningzoekenden of huurders tegengaan. Daarnaast worden hen ook maatregelen voorgeschreven om dit ongewenste gedrag te voorkomen. lndien de gemeente vaststelt dat de verhuurder of verhuurbemiddelaar geen werkwijze heeft of deze niet naleeft kan een last onder dwangsom worden opgelegd. Tevens kan dit een reden zijn om een verhuurvergunning te weigeren of in te trekken.
ln het tweede lid is bepaald dat de verhuurder of het verhuurbemiddelingsbureau verplicht is om alle maatregelen te treffen die voorvloeien uit die werkwijze. Dit houdt in dat de werkwijze ook daadwerkelijk leidend moet zUn voor het gedrag van de verhuurder of het verhuurbemiddelingsbureau. Daarnaast moet de werkwijze schriftelijk worden vastgelegd. Dit enerzíjds omdat de verhuurder of het verhuurbemiddelingsbureau zich bewust is van de maatregelen die hij moet treffen om discriminatie, intimidatie en malafide verhuurgedrag tegen te gaan. Door het schriftelijk vastleggen van de maatregelen die hij treft, kan de verhuurder of het verhuurbemiddelingsbureau ook daadwerkelijk worden aangesproken indien hij handelt in strijd met die maatregelen. Hij kan er niet mee wegkomen dat hU niet wist of behoorde te weten dat hij de maatregelen moest toepassen omdat hij ze schriftelijk heeft vastgelegd en ze voor eenieder kenbaar moet maken. Dit zal ook de handhaving door de gemeente vergemakkelijken.
Om te voorkomen dat de werkwijze in iedere gemeente anders zou zijn en verhuurders of verhuurbemiddelingsbureaus die in meerdere gemeenten werkzaam zijn geconfronteerd worden met een grote diversite¡t van werkwijzen en maatregelen, wordt de werkwijze landelijk geüniformeerd en voorgeschreven bij algemene maatregel van bestuur. De verplichting tot het hebben van een werkwijze en de implementatie daarvan in de praktijk is in beginsel
geen extra beperking van het eigendomsrecht. Het is verhuurders en verhuurbemiddelaars reeds verboden
om bij het aanbieden en verhuren van woningen woningzoekenden of huurder te discrimineren, intimideren of onjuist of onvoldoende te informeren. ln die zin is deze maatregel dus geen nieuwe regulering van het eigendomsrecht, maar een instrument ter bewustwording en handhaving van reeds bestaande wettelUke verplichtingen. De gemeente Moerdijk heeft reeds een meldpunt waar een ieder, dus ook arbeidsmigranten, terecht
kunnen die geconformeerd worden met discriminat¡e, intim¡datie of malafide verhuurgedrag.
ln het derde lid staat aangegeven dat een verhuurder of een verhuurbemiddelaar van huisvesting voor arbeidsmigranten verantwoordelijk is voor het realiseren van een gezonde en veilige woonomgeving. Eisen met betrekking tot een gezonde en veilige leefomgeving vallen onder het begrip "goed verhuurderschap" en het college kan dus aangeven in die nadere regel dat hieraan in de werkwijze ook aandacht besteed moet worden.
ln het wetsvoorstel goed verhuurderschap staat dat in een AMvB nadere regels worden gesteld over deze werkwijze. Op dit moment is het wetsvoorstel nog niet van kracht en kan het college nadere regels stellen over de inhoud van die werkwijze. Het college moet dan nog afzonderlijk bepalen wat er in de werkwijze dient te staan. ln het vierde lid is bepaald dat het college nadere regels kan stellen over de eisen die worden gesteld aan de werkwijze in lid I en over de uitleg van wat verstaan wordt onder een gezonde en veilige woonomgeving in lid 3.
b. Verplichtingen bij het in gebruik geven van de verblijfsruimte Het rapport van het Aanjaagteam heeft de problematiek van arbeidsmigranten in Nederland duidelijk aan de kaak gesteld. Daarom kunnen aan de vergunning ook diverse verplichtingen worden gekoppeld die moeten leiden tot een betere huisvestingssituatie voor arbeidsmigranten. Bijvoorbeeld waar het gaat om het maximaal aantal personen waaraan verhuurd mag worden, voorwaarden aangaande de voorzieningen die aanwezig moeten zijn en het zelfstandig schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst. Tegen deze achtergrond kunnen gemeenteraden de volgende verplichtingen aan de vergunning koppelen:
- aan een arbeidsmigrant en diens huishouden dient een afzonderlijke afsluitbare verblijfsruimte (slaapkamer, red.) in gebruik gegeven te worden die voldoet aan de daarvoor geldende eisen van de bouwregelgeving. Hiermee kan voorkomen worden dat een situatie van overbewoning ontstaat en worden voorts eisen gesteld aan de (bouw)kwaliteit van de verblijfsruimte;
- iedere arbeidsmigrant die geen huishouden vormt met een andere arbeidsmigrant dient te beschikken over een afzonderlijke afsluitbare verblijfsruimte (slaapkamer, red.) die voldoet aan de daarvoor geldende eisen van de bouwregelgeving. Ook hiermee kan voorkomen worden dat een situatie van overbewoning ontstaat en worden voorts eisen gesteld aan de (bouw)kwaliteit van de verblijfsruimte;
- voor iedere verblijfsruimte die in gebruik wordt gegeven, wordt de huurovereenkomst met de arbeidsmigrant aan wie die verblijfsruimte in gebru¡kwordt gegeven zelfstandig schriftelijk vastgelegd. Door het schriftelijk vastleggen van de overeenkomst kan de arbeidsmigrant kennisnemen van zijn rechten en plichten met betrekking tot het gebruik van de verblijfsruimte en wordt het voorts mogelijk dat de afspraken tussen partuen door een derde partij toetsbaar worden. Het inrichten van deze
vergunningsvoorwaarde geschiedt naar analogie van artikel 10, onderdeel c van de Wet arbeid vreemdelingen. Hierin wordt voorgeschreven dat de overeenkomst (in dit geval tot het aangaan van arbeid) schriftelijk wordt aangegaan. Ook hierbij is het doel enerzijds de bescherming van (in dit geval) de vreemdeling en anderzijds het mogelijk maken van een effectieve uitvoering van toezicht en handhaving. Het zelfstandig schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst - en daarmee de scheiding van het huuren arbeidscontract - draagt voorts bij aan een betere scheiding tussen 'baan en bed', waar zowel het rapport van het Aanjaagteam45 als de Tweede Kamer aandacht voor vraagt. Het doel van het scheiden van de verhuurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst is namelijk het minder afhankelijk maken van de arbeidsmigrant van de werkgever. De koppeling tussen de twee contracten zorgt ervoor dat de verhuurovereenkomst automatisch eindigt wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt. De verplichting om de huurovereenkomst zelfstandig schriftelijk vast te leggen maakt dat dit niet langer automatisch het geval is. Dat draagt bij aan een sterkere positie van de arbeidsmigrant;
- het gebouw waarin de verblijfruimte (slaapkamer, red.) is gelegen beschikt over voldoende voorzieningen voor het bewaren en bereiden van voeding, wasruimte en doucheruimte rekening houdend met het maximaal aantal arbeidsmigranten aan wie in dat gebouw verblijfsruimte kan worden gegeven. Hoewel gemeenten de keurmerken van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) en het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) juridisch gezien niet als zodanig verplicht kunnen stellen, verdient het de aanbeveling dat wel zoveel als mogelijk aangesloten wordt bij de relevante vereisten uit deze keurmerken waar het de hier bedoelde voorzieningen betreft.
- Aan een verhuurvergunning kan de voorwaarde verbonden worden dat de verhuurder een in die verordening bepaalde maximale huurprijs in rekening mag brengen en ook de jaarlijkse huurprijsverhoging gemaximeerd is conform de hiervoor geldende wet- en regelgeving. Deze voorwaarde kan slechts worden verbonden aan een vergunning voor de verhuur van een gereguleerde woonruimte en dus niet aan een vergunning voor een geliberaliseerde woonruimte.
- Opgemerkt zij dat de gemeenteraad via de algemene regels reeds een informatieverstrekkingsplicht (in een voor de arbeidsmigrant begrijpelijke taal) aan de verhuurder kan opleggen in het geval van een verhuring
Artikel 3 Verhuurdervergunning Artikel 3 benadrukt dat het in gebruik geven en exploiteren van huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten verboden is zonder vergunning. De verhuurdervergunning is bedoeld voor arbeidsmigranten die tijdelijk, dus korter dan 4 jaar, verblijven. lndien ze langer aaneengesloten verblijven, zijn het gewone inwoners en dienen ze in reguliere woningen te wonen. Voor structurele huisvesting en voor de huisvesting van huishoudens kan geen vergunning worden aangevraagd in een h uisvestingsvoorzien
ing.
Artikel 3 creëert een schaarse vergunningensysteem. Celet op het gelijkheidsbeginsel en transparantiebeginsel zijn verschillende waarborgen opgenomen. De vergunning mag bijvoorbeeld alleen voor bepaalde tijd worden verleend. Zoals aangegeven in lid 3 zal het college nadere regels stellen ten behoeve van de duur van de vergunning. Het lijkt logisch om hiervoor aan te sluiten op de termijn die in de omgevingsvergunning zal worden opgenomen. Er wordt geen uitzondering gemaakt voor huisvesting van arbeidsmigranten op een bestaand functionerend agrarisch bedrijf. Wel zullen de te stellen voorwaarden aan de huisvesting op een agrarisch bedrijf kunnen afirijken.
Artikel 3 lid 4 Nadere regels vergunning en exploitatie Het rapport van het Aanjaagteam heeft de problematiek van arbeidsmigranten in Nederland duidelijk aan de kaak gesteld. Daarom kunnen aan de vergunning ook diverse verplichtingen worden gekoppeld die moeten leiden tot een betere huisvestingssituatie voor arbeidsmigranten. Bijvoorbeeld waar het gaat om het maximaal aantal personen waaraan een verblijfsruimte verhuurd mag worden, voorwaarden aangaande de voorzieningen die aanwezig moeten zijn, een informatieverstrekkingsplicht (in een voor de
arbeidsmigrant begrijpelijke taal) en het zelfstandig schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst. Tegen deze achtergrond stelt het college nadere regels vast over de voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid en over de huisvesting in een huisvestingsvoorziening Gedurende de exploitatie dient een nachtregisterworden bijgehouden, zoals vastgesteld in de APV.
Arbeidsmigranten hebben op dit moment geen recht op huurbescherming indien ze op basis van een contract naar aard van korte duur gehuisvest zijn. Dit betekent dat de verhuurdervan de verblijfsruimte hen op ieder moment op straat kan zetten, hetgeen tot gevolg is dat deze mensen dakloos worden en vaak zelfs niet terecht kunnen in de daklozenopvang omdat ze geen ingezetenen zijn. Dat dit leidt tot mistanden, u¡tbuiting en onmenselijke situaties voor kwetsbare personen, die meestal onbekend zijn met de mogelijkheden om hiertegen te ageren. Omdat deze personen zich in een afhankelijke en ongelijkwaardige posit¡e bevinden ten opzichte van de verhuurders van verblijfsruimte, kunnen op basis van het wetsvoorstel goed verhuurderschap aan een vergunning voor het in gebruik geven van verblijfsruimte bepaalde minimumeisen gesteld worden, die mogelijk een beperking inhouden van het eigendomsrecht van de aanbieders. Het gaat dan om het beschikbaar zijn van basale voorzieningen in het gebouw waarin de verblijfsruimte zich bevindt en het bieden van enige privacy. Hoewel deze voorwaarden invloed kunnen hebben op de verdiencapaciteit van aanbieders van verblijfsruimte moet het belang dat arbeidsmigranten hebben bij bescherming tegen uitbuiting of onmenselijke behandeling in dit geval zwaarder wegen.
Artikel 3 lid 6 Verdelingsprocedure Met artikel 3 lid 6 wordt geregeld dat de verdeling van de schaarse vergunningen op basis van transparantie en gelijkheid geschiedt. Het college moet bijvoorbeeld nadere regels vaststellen over de verdeling van de vergunningen en over de procedure waarmee aanvragers een vergunning kunnen bemachtigen. Het college stelt bijvoorbeeld regels over de mogelijkheid tot het vragen van inlichtingen. Celet op het transparantiebeginsel en het gelijkheidsbeginsel maakt het college voorafgaande aan het bieden van de gelegenheid een aanvraag in te dienen bekend wanneer de verdelingsprocedure aanvangt, en hoe de beoordeling van aanvragen en een eventuele rangordening wordt toegepast. Ook maakt het college bekend aan welke criteria een aanvraag wordt getoetst, op welke wijze en wanneer aanvragen kunnen worden ingediend, en welk verdelingsmechanisme wordt gebruikt.
Artikel 4 Aanvrager vergunning ln dit artikel wordt bepaald dat de aanvraag van een vergunning dient te gebeuren door degene die de verblijfsruimte in gebruik geeft. Volgens de begripsbepaling in artikel I is dat de verhuurder. Hieronder wordt verstaan de eigenaar, erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woon- of verblijfsruimte.
Artikel 5 Weigeringsgronden vergunning Dit artikel bepaalt op welke gronden een aanvraag voor een vergunning geweigerd kan worden. Het eerste lid bepaalt dat het college de vergunning weigert indien nietwordt voldaan aan de gestelde voorwaarden zoals aangegeven in artikel 3 l¡d 4. Om ervoor te zorgen dat de schaarse vergunningen op basis van gelijkheid en transparantie worden verdeeld moet het college een aanvraag ook weigeren indien de aanvraag niet is ingediend via de verdelingsprocedure dan wel dient te worden geweigerd op grond van de verdelings- en beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 3 lid 5. Op basis van het tweede lid wordt de vergunning geweigerd indien voor het bieden van verblijfsruimte een
omgevingsvergunning op basis van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist en die vergunning nog niet is verleend. lndien die vergunningen niet zijn verleend mag de aanvrager van de verhuurvergunning ¡mmers sowieso het gebouw of een gedeelte ervan niet in gebruik geven als
verblijfruimte. Op basis van het derde lid, kan de vergunning ook geweigerd alsmede indien daartoe redenen zijn op basis van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 6 Beslistermijn Binnen een termijn van 8 weken nadat een aanvraag is ingediend neemt het college een besluit over het wel of niet verlenen van de vergunning. Deze termijn kan met 6 weken worden verlengd. lndien het college in nadere regels bepaalt dat een aanvraag alleen in een bepaalde periode kan worden ingediend, dus ook
met een aanvangsmoment en sluitingstermijn voor aanvragen, dan geldt dat de beslistermijn niet gaat lopen na indiening van de aanvraag, maar nadat de aanvraagperiode is gesloten. Op deze manier kunnen alle aanvragers gelijktijdig het besluit op de aanvraag ontvangen. Op een aanvraag vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemenewet bestuursrecht nietvan toepassing verklaard. ln die paragraaf wordt uitgegaan van een positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen. Dit betekent dat indien niet t|dig op een aanvraag wordt beslist, de aanvraag van rechtswege zou zijn verleend. Dit is niet wenselijk. Door deze paragraaf niet van toepassing te verklaren moet het college altijd een besluit nemen voordat een vergunning ook daadwerkelijk verleend kan worden.
Artikel 7 lntrekking van de vergunning Het voorgestelde artikel bevat de gronden waarop een vergunning kan worden ingetrokken
Artikel 8 Toezichthouders Dit voorgestelde artikel regelt de wijze van aanstelling ambtenaren bevoegd voor de handhaving
BU het opstellen van een nieuwe verordening dient rekening te worden gehouden met bestaande vergunde
situaties. ln dit artikel is bepaald dat reeds bestaande huisvestingsvoorzieningen waarvoor een vergunning door de gemeente is verleend mag worden voortgezet. Er dient sprake te zijn van feitelijk gebruik, waarvan
de ingebruikname is aangevangen voor inwerkingtreding van deze verordening. Voor de uitleg van het
begrip ino-gêbrúikname wordtããngesloten b-rj de rèchtspraak van de Afdeliñg bestuursre-htspraak van de Raad van State over de inwerkingtreding van voorbereidingsbesluiten op grond van de wet ru¡mtelUke ordening (bUv. ABRvS I 8 september 2O19, ECL|:NL:RVS:2O1 9:3 t 96).
Artikel I 0 lnwerkingtreding ln dit laatste artikel wordt vastgelegd wanneer deze verordening in werking treedt en dat deze verordening
wordt aangehaald als: "Verorden in g huisvesti ng arbeid s m igranten Moerd ijk"
VERORDEN I NC HUISVESTING ARBEI DSM ICRANTEN MOERDU K De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van l6 december 202 I
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 november 2021 gelet op de artikelen
.l08
lid 1,l47lid I en l49van de Cemeentewet,
BESLU IT
vast te stellen de VERORDENINC HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN MOERDUK
Artikel I Begripsomschrijving ln deze verordening wordt verstaan onder:
.
aanvraag: een aanvraag om een vergunning voor de realisatie en exploitatie van huisvesting voor
arbeidsmigranten;
.
aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een aanvraag om een vergunning voor het huisvesten van arbeidsmigranten heeft ingediend;
o
arbeidsmigranten: buitenlandse werknemers, die géén kennismigrant zUn en vanaf 2004 in Nederland werken en/of wonen.
¡ .
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente MoerdUk; gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelíjk met wanden omsloten ruimte vormt;
r
huisvesting: het aanbieden en exploiteren van zelfstandige dan wel onzelfstandige verblijfsruimten aan arbeidsmigranten;
¡
huisvestingsvoorziening: "een voor tijdelUke huisvesting van arbeidsm¡granten geschikt gemaakt(e) (gedeelte van) gebouwen of t¡jdelUke bouwwerken"
¡ ¡
huurder: gebruiker van een verblijfsruimte; onzelfstandige verblijfsruimte: een ruimte, binnen een huisvestinqsvoorzieninq. zonder eiqen keuken of sanitair;
structurele huisvesting: huisvesting van een arbeidsmigrant voor een aaneengesloten verblijf van meer dan vier jaar. Als een persoon korter dan drie maanden añrvezig is van de betreffende locatie wordt dit nog gezien als aaneengesloten verblijf; a
tijdelijke huisvesting: huisvesting van een arbeidsmigrant voor een aaneengesloten verblijf van maximaal vier jaar. Als een persoon korter dan drie maanden añ,vezig is van de betreffende locatie wordt dit nog gezien als aaneengesloten verblijf;
a
verhuurdervergunning: een vergunning voor het realiseren, aanbieden en exploiteren van een huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten op grond van artikel 3 van deze verordening;
a
vergunninghouder: natuurlUke persoon of rechtspersoon die bevoegd is de huisvestingsvoorziening te exploiteren zoals bepaald bij of krachtens deze verordening en zoals bepaald op grond van de verhuurdersvergunning;
a
verhuurbemiddelaar: degene die als tussenpersoon in opdracht van de verhuurder optreedt;
a
verblijfsruimte: gebouw of deel van een gebouw dat gebruikt wordt voor het verstrekken van huisvesting aan arbeidsmigranten ;
a
verhuurder: eigenaar, erfpachter, vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel ì 06 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, die bevoegd is tot her in gebruik geven en exploiteren van een verblijfsruimte;
a
zelfstandige verblijfsruimte: een ruimte, binnen een huisvestingsvoorzien¡ng, met eigen keuken en san itair.
Artikel 2 Regels inzake bevorderen goed verhuurderschap
1. Een verhuurder of een verhuurbemiddelaar van huisvesting voor arbeidsmigranten is verplicht te beschikken over een werkwijze die gericht is op voorkoming van discriminatie, intimidatie, het bevorderen van goed verhuurderschap en het zUn van een goede buur voor de omgeving.
2. Verhuurder of verhuurbemiddelaar is verplicht: a. alle doeltreffende maatregelen die voortvloeien uit de werkwijze te treffen en deze uit te voeren;
b. de werkwijze en de maatregelen schriftelijk vast te leggen; c. ervoor zorg te dragen dat eenieder kennis kan nemen van de werkwijze en de maatregelen. 3. Een verhuurder of een verhuurbemiddelaar van huisvesting voor arbeidsmigranten is verantwoordelijk voor het realiseren van een gezonde en veilige woonomgeving en zorgt voor goed beheer om overlast te voorkomen.
4. Het college kan nadere regels stellen over de eisen die worden gesteld aan de werkwijze in lid I en over de uitleg van wat verstaan wordt onder een gezonde en veilige woonomgeving in lid 3.
Artikel 3 Verhuurdervergunning (verder te noemen "vergunning")
1. Het is verboden zonder vergunning van het college een huisvestingsvoorziening te realiseren, in gebruik te geven en te exploiteren voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten.
2. Het is verboden een huisvestingsvoorziening te realiseren, in gebruik te geven en te exploiteren voor de structurele huisvesting van arbeidsmigranten.
3. Het college kan nadere regels stellen ten behoeve van de duur waarvoor de vergunning wordt verleend.
4. Het college stelt nadere regels vast over de voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld ¡n het eerste lid en over de huisvesting in een huisvestingsvoorziening.
5. Het college stelt nadere regels vast over de verdeling van vergunningen als bedoeld in het eerste tid.
6. Het college stelt nadere regels vast over de verdelingsprocedure tot verkruging van een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4 Aanvrager vergunn¡ng Een vergunning als bedoeld in artikel 3 eerste lid, kan slechts aangevraagd worden door de verhuurdervan
de verblijfsruimte.
Artikel 5 Weigeringsgronden vergunn¡ng
1. De vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt door het college geweigerd indien a. niet wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden zoals aangegeven in artikel 2lid 4. b. niet wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden zoals aangegeven in artikel 3 lid 5. c. de aanvraag niet is ingediend volgens de verdelingsprocedure als bedoeld in artikel 3 lid 6 dan wel dient te worden geweigerd op grond van de verdelings- en beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 3 lid 5;
2. Een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geweigerd indien voor de huisvestingsvoorziening een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist is en de verhuurder die vergunning niet heeft overlegd bij de aanvraag.
3. Een vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
4. Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het Bureau bevordering ¡nteor¡teitsbeoordelinoen door het ooenbaar best uur, bedoeld in artikelS van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Artikel 6 Beslistermijn
1. Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van een ontvankelijke aanvraag, tenzij het tweede lid van toepassing is.
2. lndien op grond van de nadere regels als bedoeld in artikel 3 een termijn wordt bepaald waarbinnen een aanvraag moet worden ingediend, dan beslist het college op de aanvraag binnen 8 weken na afloop van de aanvraagtermijn.
3. Het college kan een beslissing als bedoeld in het eerste en tweede lid voor ten hoogste 6 weken verdagen.
4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning.
Artikel 7 lntrekking van de vergunning
1. De vergunning als bedoeld in artikel 3 eerste lid kan door het college worden ingetrokken indien a. ter zake het niet naleven van de verplichtingen, bedoeld in artikel 2 lid 4, of de aan de vergunning verbonden voorwaarden, op basis van artikel 3 lid 4, een last onder dwangsom of bestuursdwang is opgelegd en de verhuurder deze regels opnieuw overtreedt binnen een tijdvak van vier jaar nadat de last onder dwangsom of bestuursdwang is opgelegd; of b. die vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwus moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
c. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde term|n, binnen een redelijke termijn; of
d. indien de vergunninghouder dit verzoekt. 2. De vergunning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan voorts worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
4. lndien de vergunning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt ingetrokken en deze vergunning betrekking heeft op een verblijfsruimte die op het moment van de intrekking in gebruik is gegeven, verplichten burgemeester en wethouders de verhuurder de activite¡t te staken
Artikel 8 Toezichthouders
l.
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, zijn belast de ambtenaren belast met vergunning en handhaving die als zodanig door of namens het college zijn aangesteld;
2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met het toezicht, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9 Overgangsrecht Bestaande huisvesting in een huisvestingsvoorziening waarvoor een vergunning door de gemeente is verleend en waarvan de feitelijke ingebruikname is aangevangen voor het moment van inwerkingtreding van deze verordening, mag worden voortgezet zonder vergunning op basis van deze verordening, mits de huisvesting qua aard en omvang niet toeneemt en/ of vorm van de exploitatie niet wijz¡gt.
Artikel I 0 Inwerkingtred¡ng I . Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening huisvesting arbeidsmigranten Moerdijk" Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op I 6 december 2021
De griffier,
o 54tq A. Cos
De voorzitter,
I