Bijlage a APV 2021 met wijzigingen en toelichting
Tekst van het document
gemee nte
Moerdijk
ALCEMENE PLAATSELUKE VERORDENING GEMEENTE MOERDUK De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van l6 december 202 l,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 november 2021 ,
geletopdeartikelen 149,149a, l5la, l5lb, l5lc, l5ld, l54en ì54aenl74van deCemeentewet,de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4,25a,25b,25c en 25d van de Alcoholwet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid onder f en g, en vijfde lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet I 994; B ESLU IT
vast te stellen de ALCEMENE PLAATSELUKE VERORDENINC CEMEENTE MOERDUK
Hoofdstuk I Algemene Bepalingen Artikel l:l Definities ln deze verordening wordt verstaan onder: a. Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet I 994;
b. Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
c. Bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel l.l van de Bouwverordening; d. Bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel I , eerste lid onder e van de Wegenverkeerswet I 994;
e. College: het college van burgemeester en wethouders; f. Cebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel l, eerste lid van de Woningwet; S. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
'gemee nte
Moerdük
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de c.
vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden
nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termun, binnen een redelijke termijn;
e. de houder dit verzoekt. Artikel I :7 Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd
l.
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning ofontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal besch i kbare ve rgu n n i nge n of ontheffi n gen overtreft.
Artikel I :8 Weigeringsgronden
l.
De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Hoofdstuk 2 Openbare orde en ve¡l¡gheid, volksgezondheid en milieu Afdeling I Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:l Samenscholing en ongeregeldheden
l.
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats
a. aanwezig is bij een voorvalrwaardoor-ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaafib. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
3
ge meente
Moerdük
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens Vervallen
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Vervallen
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. Vervallen
Artikel 2 : 8 Dienstverleni ng Vervallen
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen
1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4..l.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassi ng.
Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:l 0 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats I.
2. 3.
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf , hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van I meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 meter op de rijbaan vuu r fietsers of gemotoriseerd verkee Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan de door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving te stellen nadere regels:
a.
terrassen; 5
semeeii
oerdijk
a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en
de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, de Verordening wegen Noord-Brabant 201 0 alsmede op de gronden van het Zeehaven- en industrieterrein Moerdijk voor zover de gronden in beheer zijn van het Havenbedrijf Moerdijk N.V.
Artikel 2:13 Hinderlijke voorwerpen, modder of stoffen op de weg Het is onverminderd de daaromtrent bestaande wettelijke bepalingen verboden op een weg voorwerpen, modder of (vloei)stoffen, die aanleiding kunnen geven tot verontreiniging, beschadiging of slechte afwatering van de weg, of tot gevaarlijke s¡tuaties op de weg, aldaar in directe of indirecte zin te plaatsen, te werpen, uit te gieten, over te brengen, te laten afvloeien of te laten vallen.
Artikel 2:14 Bruikbaar houden van de weg
1. ln het belang van de orde en netheid van de weg, de veiligheid van het verkeer, het voorkomen van beschadiging van het wegdek en de afwatering van de weg is het degene, door wiens handelen of toedoen een of meer voorwerpen, modder of (vloei)stoffen als bedoeld in artikel 2:13 op een weg zijn geraakt, verboden deze daarop te laten. 2. Met het oog op deze belangen dient de in het eerste lid bedoelde persoon de weg terstond dan wel op aanwijzing van politiefunctionarissen of gemeenteambtenaren te ontdoen of te laten ontdoen van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 2:.l3.
Artikel 2:15 Uitzicht belemmerende beplanting of voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting, die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17 Kelder¡ngangen en dergelijke Vervallen
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurgebieden
l
Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode; 7
ge meente
aa
Moerd U k
Afdeling 3 Evenementen
Artikel 2:24 Begrips bepaling
l. ln deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a. Bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en artikel 2:39 van deze verordening. g. Sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder h. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. Een herdenkingsplechtigheid;
b. Een braderie; c. Een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. Een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. Een straatfeest of buurtbarbecue; f. een snuffef markt,
g. (besloten) bedrijfsfeesten in de open lucht, op nader door het college aangewezen industrieterreinen.
h. Een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala's. 3. ln deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Cemeentewet. 4. ln deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement: a. dat plaatsvindt op maandag t/m donderdag tussen 09.00 en 24.00 uur, op vrijdag en zaterdag en de dagen waarop een officiële feestdag volgt tussen 09.00 en 01.00 uur en op zondag tussen ì 3.00 en 24.00 uur; b. dat niet plaatsvindt in de nabijheid van een kerk of begraafplaats of op een industrieterrein; c. waarbij geen versterkt geluid gebruikt wordt waarvan de geluidsbelasting meer dan 70dB(A) en 83 dB(c) bedraagt, gemeten voor de gevels van woningen van derden of andere geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder, dan wel op l00m afstand van de locatie van het evenement. Versterkt geluid wordt vanaf 23.00 uur tot achtergrondniveau teruggebracht, hetgeen betekent een geluidsbelasting van maximaal 50dB(A) gemeten zoals hiervoor aangegeven; d. dat niet gerelateerd is aan, of geen onderdeel vormt van, een groter evenement; e.
dat een feest of (straat)barbecue is. Hiervoor geldt aanvullend de specifieke bepaling dat maximaal
100 personen aanwezig mogen zijn en slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50 m2 per object waarin minder dan 50 personen gelijktijdig inlop verblijven; 9
ge meente
aa
Moerd U k
3. Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Begripsbepalingen I . ln deze afdeling wordt verstaan onder:
a.
openbare inrichting: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt;
b. leidinggevende: l. de natuurlijke persoon ofde bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd; 2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin de openbare inrichti ng wordt geëxploiteerd ;
3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijk leiding geeft aan de exploitatie van een openbare in richting.
c. bezoeker: een ieder die zich in de inrichting bevindt, met uitzondering van leidinggevenden, personen die dienst doen in de inrichting, en personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
2. Een buiten de in het eerste lid onder a bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
l Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel ì :8 weigert de burgemeester de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en geen medewerking is of zal worden verleend aan het añruijken middels een omgevingsvergunning.
3. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid eveneens weigeren indien de exploitant of leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Er dient een verklaring omtrent gedrag overlegd te worden die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 4. ln aanvulling op het bepaalde in artikel ì:8 kan de burgemeesterdevergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
ll
gemee nte
Moerdük
5. Ten aanzien van horeca-inrichtingen waarvan de exploitatievergunningen ingevolge het eerste lid onder c van dit artikel wordt ingetrokken kan tevens worden bepaald dat een exploitatievergunning voor de desbetreffende locatie gedurende een bepaalde termijn van maximaal vijf jaar zal worden geweigerd.
Artikel 2:28b Vervallen vergunning De exploitatieverg u nn i n g of ve rleende vrij stel I in g vervalt wan neer:
a. de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk is beëindigd of (gedeeltelijk) overgedragen; b. zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning, zonder dat van deze vergunning gebruik is gemaakt;
c. gedurende zes maanden anders dan wegens overmacht geen gebruik is gemaakt van de exploitatieverg u n n i n g.
Artikel 2:29 Sluitingstüd I.
ln de exploitatievergunning voor een openbare inrichting worden de openingstijden van de inrichting vastgelegd. Die zijn zo, dat de inrichting op andere dagen dan nieuwjaarsdag in elk geval gesloten is: a. op maandag tot en met vrijdag: - inrichtingen tussen 0l :00 uur en 05:00 uur; - terrassen tussen 01.00 uur en 05.00 uur; en terrassen van inrichtingen aan de Voorstraat te Willemstad op zondag t/m donderdag vanaf 's-avonds 23.00 uur tot 05.00 uur de volgende dag.
b. op zaterdag: - inrichtingen tussen 02:00 uur en 05:00 uur; - terrassen tussen 02.00 en 05.00 uur; c.
en terrassen van inrichtingen aan de Voorstraat te Willemstad op vrijdag en zaterdag vanaf 'savonds 24.00 uur tot 05.00 uur de volgende dag. op zondag:
-
2.
inrichtingen tussen 05:00 uur en 07:00 uur, met dien verstande dat het vanaf 02.00 uur niet meer toegestaan is om bezoekers toe te laten; - en op terrassen tussen 02.00 en 07.00 uur; met uitzondering van de terrassen van inrichtingen aan de Voorstraat te Willemstad. Het is de houder van een openbare inrichting, waar of van waaruit uitsluitend eetwaren en/of alcoholvrije dranken plegen te worden verkocht, verboden deze voor het publiek geopend te hebben of daarin publiek toe te laten of te laten verblijven: a. op maandag t/m vrijdag: - inrichtingen tussen 0l .30 uur en 05.00 uur; - terrassen tussen 0l.00 uur en 05.00 uur; en terrassen van inrichtingen aan de Voorstraat te Willemstad op zondag t/m donderdag vanaf 23.00 uur tot 05.00 uur de volgende dag. b op zaterdag en zondag: r3
gemee nte
aa
Moerd U k
Artikel 2:33a Verbod drank in glas te verstrekken I.
2.
Het is de houder van een openbare inrichting welke is gelegen in een door de burgemeester bij openbare kennisgeving aangewezen gebied, verboden drank in glas te verstrekken gedurende een door de burgemeester in die openbare kennisgeving aangegeven periode. Het is een ieder verboden een of meerdere glazen bij zich te hebben binnen het op grond van lid I door de burgemeester aangewezen gebied en gedurende de door de burgemeester aangegeven periode.
3.
De burgemeester kan van het in het eerste lid genoemde verbod ontheffing verlenen.
Artikef 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan lndien een openbare inrichting geen voor het pubfiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Cemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:2 8 tot en met 2:3 I op als bevoegd bestuursorgaan.
Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Artikel 2:34a Definities ln deze afdeling wordt verstaan onder: : - alcoholhoudende drank, - horecabedrijf, - horecalokaliteit, - inrichting,
- paracommerciële rechtspersoon, - sterke drank, - slijtersbedrijf en - zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Arti kel 2:3 4b sche n kt¡jden paracom me rcië le rechts pe rsone n I . Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard verstrekken uitsluitend zwak-alcoholhoudende drank ten behoeve van activiteiten, op: a. maandag tot en met vrijdag na l7:00 uur en tot 23:00 uur; b. zaterdag na I 2:00 uur en tot 2l:00 uur; en c. zondag na I 2:00 uur en tot 2l:00 uur. 2. Voor zover er bij paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid verenigings- of wedstrrjdactiviteiten plaatsvinden die eindigen voor aanvang of na afloop van de in dat lid genoemde
schenktijden, is het deze paracommerciële rechtspersonen toegestaan, in aanvulling op de l5
gemee nte
Moerdük
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt dan wel de kampeerder is verplicht onverwijld aan de houder van die inrichting volledig en naar waarheid de gegevens te verstrekken zoals genoemd in artikel
438 lid I Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:38a Definities
l.
2.
ln deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. ln deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2 :39 Speelgelegenheden
l.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de Kansspelen of de speelautomaten halverordeni ng.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel I :8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
b. de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassíng.
Artikel 2:40 Speelautomaten I . ln hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten toegestaan;
2. ln laagdrempelige inrichting zijn kansspelautomaten niet toegestaan. Afdeling 7a Win kelbedrijven Artikel 2:40a Begri psomsch rijv¡ngen ln deze afdeling wordt verstaan onder: a. de inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, ¡n een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als smartshop, headshops, belshop of internetcafé; 17
ge meente
Moerdük
e. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting; f. de inr¡chting binnen een straal van 350 meter van gevoelige objecten zoals scholen buurthuizen of jongerencentra gevestigd i s; g. in strud met een geldend bestemmingsplan.
Artikel 2:4Qf Sluiting De burgemeester kan een inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten verklaren indien:
a. de exploitant of beheerder handelt in strud met het bepaalde in de artikelen 2:40c, eerste lid, of 2:40d onder sub a en b;
b. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. Artikel 2:409 Aanwezigheid in gesloten inrichting l. Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge de reguliere sluitingstijden voor bezoekers gesloten dient te zijn zich als bezoeker daarin te bevinden.
2. Het is de exploitant of beheerder verboden gedurende de trjd dat een inrichting bij of krachtens de Winkeltijdenwet, of krachtens een op grond van artikel 2:40f genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, de inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin één of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
Artikel 2:4Oh lntrekking vergunn¡ng Onverminderd het bepaalde in artikel I :6 wordt de vergunning ingetrokken indien: a. de exploitatie van de inrichting door een andere dan de in de vergunning genoemde houder wordt over9enomen;
b. de exploitant of de beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:40d onder sub a en b gestelde eisen.
Artikel 2:4Oi Overgangsbepaling
ì. Aan de exploitant of beheerder van een op de datum van de aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:40b in bedrijf zijnde inrichting wordt geacht een tUdelijke vergunning voor die inrichting te zijn afgegeven voor de duur van zes maanden. 2. Wordt door de exploitant of beheerder van een inrichting als bedoeld in het eerste lid binnen een termijn van zes maanden na de aanwijzing van een gebied als bedoeld in artikel 2:40b de ingevolge artikel 2:40c vereiste vergunning aangevraagd, dan wordt de tijdelijke vergunning als bedoeld in het eerste lid geacht te zijn verlengd tot het tijdstip waarop door het bevoegd orgaan op de aanvraag is beslist.
l9
ge meente
al
Moerd U k
e. De exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beÍnvloed, of; f. Er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of; S. Er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde, of; h. De bedrijfsmatige activiteiten door de exploitanr zijn beëindigd, of; i. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie n¡et met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 6. Het college kan de sluiting van het bedrijf bevelen indien een bedrijf in str|d met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd. 7. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het zesde lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.
8. De sluiting kan door het college worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
9. lndien er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging van de vergunning dient te komen, moet de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag indienen. lndien deze aanvraag niet binnen een maand is ingediend na de verandering van omstandigheden, kan het college de verleende vergunning intrekken. Een vergunning vervalt, wanneer de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden. I 0. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder ¡n het bedrijf aanwezig is. I I . ln afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van
inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:41 Betreden gesloten won¡ng of lokaal I
. Het is verboden een krachtens artikel I 74a Cemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
2. Het is verboden een krachtens artikel I 3b Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bíj die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wege¡s dringende redenen noodzake|ij k is-
21
g emeente
Moerdijk
Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. Vervallen
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
l.
Het is verboden op een openbare plaats:
a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubi lair;
b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of
431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet ì 994.
Artikel 2:47a Verplichte route Vervallen
Artikel 2:47b Magneetvissen
l. Het is verboden te magneetvissen. 2. Het verbod is n iet van toepassing voor zover n opdracht van een bestuursorgaan of open baar lichaam i
werkzaamheden worden verricht.
3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik
l.
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uit maakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel I van de Alcoholwet. b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:48a Lachgasverbod
l
2.
Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde ot het woon
recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 23
ge meente
Moerdük
Artikel 2:55 Nodeloos alarm Vervallen
Artikel 2: 56 Alarminstallaties Vervallen
Artikel 2:57 Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie
l.
Het is de eigenaarof houdervan een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. Op openbare plaatsen binnen de bebouwde kom of op een andere door het college aangewezen openbare plaats zonder dat die hond aangelUnd is; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats,
zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; of c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd. d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a, b en c is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58 Verontre¡niging door honden
l.
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2. De eigenaar of houder van de hond is verplicht, indien hij zich op een openbare plaats bevindt met de hond, doeltreffende hulpmiddelen bij zich te hebben die geschikt zijn voor verwijdering van de uitwerpselen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
4.
Artikel 2:58a Verontreiniging door paarden en/of pony's I
. Degene die zich met een paard of pony op een openbare plaats binnen de bebouwde kom
begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van dat paard onmiddellijk worden verwijderd, en buiten de bebouwde kom op verharde wegen en voetpaden binnen 24 uur worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
25
ge meente
Moerdijk
Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:63 Schade door duiven Vervallen
Artikel 2:64 Bijen
L
Het is verboden bijen te houden:
a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven;
b. binnen een afstand van dertig meter van de weg. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder
die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op s¡tuaties waarin wordt voorzien door de verordening Wegen Noord-Brabant.
5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:64a Vernietigen van rupsen en -nesten I . Het college kan, hetzij bij openbare bekendmaking van het gehele gebied van de gemeente of van
bepaalde delen daarvan, hetzij bij persoonlijke kennisgeving aan de rechthebbende van een of meer bepaalde percelen mededelen, dat zij het noodzakelijk acht, dat aldaar in bomen of ander houtgewas voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en vernietigd worden voor een bij die kennisgeving bepaalde datum. 2. De rechthebbende op percelen binnen die openbare kennisgeving aangewezen gebied of van de in de
persoonlijke kennisgeving aangeduide percelen is verplicht voor de door het college bepaalde datum te zorgen, dat de in bomen of ander houtgewas op zijn perceel voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en vernietigd zijn.
Artlkel 2:64b hinder door dieren
l
Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit dier voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder veroorzaakt. 2-Het in het lid I bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet Milieubeheer.
27
ge meente
aa
Moerd U k
Artikel 2:7O Handel in horecabedrijven (verplaats naar afdeling 8 (toezicht op horecabedrüven) onder artikel 2:32) A fde Ii n
g I 0 Co n s u m e n te n vu u rwe rk e n ca rb ids ch iete n
Artikef 2:7 1 Begripsbepalingen ln deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbeslu it.
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen I . Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college. 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4. I .3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
l. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 3. De verboden zUn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder l, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:7 3a Carbidsch ieten I.
Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.
2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in de periode van 3l december 10.00 uur en I januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
3.
Artikel 2:73b Vervoeren of bU zich hebben van carb¡d of soortgelijke stoffen
1. Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen [of voorwerpen] als bedoeld in artikel 2:73a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met het bepaalde in artikel 2:73a.
29
semeente JM
oerdijk
Afdeling l2 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2 :75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel I 54a Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen
hetbepaaldeinartikel 2.1,2.10,2.11,2.16,2.23,2.26a,2.47,2.48,2.49,2.50,2.73,2.74,5.34vande Algemene Plaatselijke Verordening groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel l5lb van de Cemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor publiek openstaande gebouwen en daarbij horende erven, aanwijzen als veil igheidsrisicogebied.
Artikef 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen l. De burgemeester kan overeenkomstig artikel l5lc van de Cemeentewet besluiten tot plaatsing van camera's voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats en ten aanzien van alle voor het publiek toegankelijke parkeerterreinen. 2. De burgemeester heeft de bevoegdheid eveneens ten aanzien van andere door de gemeenteraad aan te wuzen plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn.
Artikel 2: 78 Gebiedsontzegging
l.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast,
het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven om zich gedurende ten hoogste I 4 dagen niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste vier weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
4. De bu rgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gestelde bevelen als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag een tijdelijke ontheffing verlenen van een bevel.
3ì
g emeente
Moerdijk
HoofdstuK 3 REGULERING PROSTITUT¡E, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ON DERWERPEN Afdeling I Algemene bepalingen Art¡kel 3:l Afbakening De artikelen l:2 en l:5 tot en met l:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Artikel 3:2 Definities ln dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;
-
beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;
-
escortbedrijf: de activite¡t, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;
-
exploitant: de natuurluke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voorzover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens
-
rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prost¡tutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
-
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;
-
prostitutiebedrijf; de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitut¡e; raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek
toegankelijke plaats; - seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; voor het publiek toegankelijke besloten ruimte;onderdeel van een seksbed werkruimte: zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele als -seksinrichting; handelingen met een ander tegen betaling worden verricht. 33
gem eenfe
Moerdük
j.
bewijs waaruit blUkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ru¡mtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;
k. voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning
3.
wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding; voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding. Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a, b, c, g en h, van overeenkomstige
4.
toepassing op de beheerder. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.
L
Artikel 3 : 7 Weigeringsgronden
l
Onverminderd het bepaalde in artikel I :8 wordt een vergunning geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 2l jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn', e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. er aanwijzingen zijn dat voor of bU het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 2l jaar hebben bereikt, als het overige
personen betreft, nog niet de leeftijd van l8 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strüd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdel ingenwet 2000;
g. h.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelrjk veroordeeld is tot een onvoorwaardelrjke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: l'. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening
2".deartikelenl37ctotenmetl37g,l40,416,417,417bis,420bistotenmet420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;
3'. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4'. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenve rkeerswet I 994'
5'. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6". de artikelen 54 en 55 van de Wetwapens en munitie. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt; 35
semeerl(fi
oerdijk
De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is
2
in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinricht¡ng zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinricht¡ng beschikt.
Artikel 3:9 lntrekkingsgronden
l.
De vergunning wordt ingetrokken als:
a. b. c. d. e. f. g.
de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zouzijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14 (eerste of tweede lid), 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder l'; zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; de vergunninghouder dat verzoekt; de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan of een beheersverordeni ng.
2.
De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:
a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;
c. d. is gehandeld in strUd met een of meer van de bU of krachtens dit hoofdstuk gestelde e. .
f
bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeil ijkt;
h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een i.
gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 3:l 0 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is metde o¡grond van artikelJ:8;eerste lid;ln de vergunning opgenomen3egevens;zo spoedíg mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de
vereisten voldoet.
37
semeente JM
oerdÜk
PARAGRAAF 3.2 RECELS VOOR ALLE PROSTTTUTTEBEDRAVEN EN qROSTTTUEES
Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prosr¡tut¡ebedrijf
l. 2.
3.
Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 2l jaar heeft bereikt. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 2l jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strud met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwer 2000. Het is een prostituee verboden:
a. te handelen in str[d met het eerste lid, b. werkzaam te zijn voor of bij een explo¡tant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedruf is verleend.
Artikel 3:1 5 Bedrijfsplan
ì.
Een prostitutiebedrUf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke
maatregelen de exploitant treft: op het gebied van hygiëne;
a. b.
ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;
c. d. 2.
ter bescherming van de gezondheid van de klanten; ter voorkoming van strafbare feiten.
De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelUk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en ¡nrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees;
c.
in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;
d.
in de werkru¡mten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig
e.
de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare
f. S.
aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken;
h
de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere
is;
werkzaamheden gevolgen heeft;
39
gemee nte
Moerdük
3'. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4". de werkroosters van de beheerders.
c. d. e. f. S.
de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of
het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seks¡nr¡chtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiv¡teiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; onverwijld bU de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedr¡jf.
PARAGRAAF 3.3 RAAM- EN STRAATPROSTITUNE
Artikel 3: I 8 Raamprost¡tutie Het is een prostituee verboden: 1 . zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en passanten 2. hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op
te houden.
Artikel 3: I 9 Straatprost¡tut¡e Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde
een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.
Artikel 3:20 Gereserveerd
41
gemee nte
Moerdük
HoofdstuK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UTTERLUK AANZTEN VAN DE GEMEENTE
Afdeling I Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4: I Begripsbepalingen ln deze afdeling wordt verstaan onder: a. besluit: hetActiviteitenbesluit milieubeheer, b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel l.l van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type Aof type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichring drijft; d. collectieve fest¡viteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden zoals koningsdag, carnaval, kermis, etc.; e. incidentele festiviteit: festíviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen, zoals de viering van een jubileum, een straatfeest, etc.; f. geluidgevoelige ruimte: geluidgevoelige ruimte als bedoeld in artikel I van de Wet geluidhinder; g. gevel:gevel als bedoeld in artikel I juncto artikel lb, vierde lid, van de Wet geluidhinder; h. gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel Ll. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
i.
Cevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel l.l. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
i. k.
l.
onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: (Ln,,r en Lc,,r) het gemiddelde van de afwisselende A- en C-
gewogen niveaus'van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen lndustrielawaai 1999 (internet u¡tgave 2004: www.rijksoverheid.nl), inclusief erratalijst (errata digitale versie HMRI 2004: www.infomil.nl). De A- en C-gewogen geluidniveaus dienen bepaald te worden met behulp van de filters/wegingen zoals voorgeschreven in IEC 651; maximaal geluidsniveau: (L¡'"*) maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand [F] of lfast], als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen lndustrielawaai 1999 (internet uitgave 2004: www.rijksoverheid.nl), inclusief erratalijst (errata digitale versie HMRI 2004: www.infomil.nl).
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
L Degeluidsnormenalsbedoeldindeartikelen2.lT,2.lTa,2.lg,2.lgadanwel2.2O vanhetBesluiten artikel 4:5 van deze verordening niet voor door het college per kalenderjaar aan te wüzen collectieve festiviteitendagen gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen, met dien verstande
dat het A-gewogen langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Ler,r) en het A-gewogen maximale 43
gem eenfe
Moerdijk
5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorz¡en was, terstond toestaan. 6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikel 2.17, 2.17a,2.19,2.19a dan wel 2.2O van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur beëindigd. 7. ln bijzondere omstandigheden kan het college afwijken van hetgeen in het eerste lid is bepaald. 8. De incidentele ontheffing geldt niet voor horecabedrijven die geen afdoende geluidwerende voorzieningen hebben aangebracht en/of die gedurende een periode van zes maanden voorafgaande aan de datum van de festiviteit de geldende geluidsnorm hebben overtreden.
Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten Vervallen
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
l
BU het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.ì 8 eerste lid onder f en
vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel I van de Wet geluidhinder. Voor zover het andere geluidgevoelige gebouwen betreft gelden de waarden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel l.l onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel
7.00 - 19.00 uur
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 7.00 uur
s0 dB(A)
4s dB(A)
40 dB(A)
3s dB(A)
30 dB(A)
2s dB(A)
L¡max op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
6s dB(A)
60 dB(A)
L¡max in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
ss dB(A)
s0 dB(A)
4s dB(A)
L nr,lr op de gevel van gevoelige gebouwen L r,,lr in in- en aanpandige
gevoelige gebouwen
45
aemeente éM oerdijk Ln."r in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 2 3
ss dB(A)
s0 dB(A)
4s dB(A)
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. ln afwijking van het gestelde in het eerste lid zal bij het verlenen van een ontheffing ten behoeve van werkzaamheden aan infrastructuur de systematiek uit de C¡rculaire Bouwlawaai (uitgegeven door
4
het Ministerie van lnfrastructuur en Milieu d.d. 27 oktober 2010) worden gevolgd. ln afwijking van het gestelde in het eerste lid zal bij het verlenen van een ontheffing ten behoeve van het in werking hebben van een zogenoemd knalapparaat om wild te verjagen de systematiek uit
de Herziening Circulaire schietlawaai (uitgegeven door het voormalige Ministerie van 5
6.
7
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer d.d. 23 maart 2006) worden gevolgd. ln añ,vijking van het gestelde in het eerste lid is het gestelde uit het Bouwbesluit 20l2van toepassing op bouwwerkzaamheden en sloopwerkzaamheden die onder de werkingssfeer van het Bouwbesluit 2012 vallen. De geluidniveaus dienen vastgesteld en beoordeeld te worden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen lndustrielawaai I 999 (internet uitgave 2004: www.rijksoverheid.nl), inclusief erratalijst (errata digitale versie HMRI 2004: www.infomil.nl). Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuunverkbesluit of 8
9.
de Provinciale
milieuverordening. Het verbod in het eerste lid geldt niet indien het een geluidswagen betreft en wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. De geluidswagen mag niet worden ingezet op zondagen en daarmee gelijkgestelde dagen. b. De geluidswagen mag niet worden ingezet op locaties waar al een evenement als bedoeld in artikel 2:24 plaatsvindt. c. De geluidswagen mag niet worden ingezet tussen 22.00 uur en 09.00 uur. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet t|d¡g beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontrein¡ging Artikel 4: 7 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
47
gemee nte
Moerdük
Artikel 4:l I Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
l. 2. 3.
4. 5.
Het college stelt een Bomenlijst vast waarop de monumentale en andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden vermeld. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de in het eerste lid genoemde Bomenlijst. ln afwijking van artikel l:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a. de natuunvaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
Artikel 4:12 Vergunn¡ng van rechtswege Vervallen
Artikel 4:1 2a Bestrijding iepziekte I.
lndien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termUn: a. lndien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
b. De iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; c. of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
2. Hetisverbodengeveldeiepenofdelendaarvanvoorhandenof invoorraadtehebbenofte vervoeren. 3. Het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleíner dan 4 cm. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het onder a eerste lid gestelde gebod.
Artikel 4:1 2b Vervaltermlj n vergu nning Het college kan aan de omgevingsvergunning voor het kappen het voorschrift verbinden dat de omgevingsvergunning, voor zover deze betrekking heeft op het vellen van houtopstanden, een geldigheidsduur heeft van half jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning