Bijlage 9 - Uitspraak 2 juni 2022 Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
Tekst van het document
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
28318
UITSPRAAK Inzake het geschil tussen: Stichting De Waarden, gevestigd te Zevenbergen, verzoeker, hierna te noemen het bevoegd gezag gemachtigde: mevrouw mr. A.H.M. Agbakuru-van Bavel en de medezeggenschapsraad van de Rooms Katholieke Basisschool Maria, gevestigd te Langeweg, hierna te noemen de MR gemachtigde: de heer mr. W.D. Berkhout
1.
KERN VAN DE UITSPRAAK
De Commissie verleent het bevoegd gezag toestemming het besluit tot fusie van basisschool Mariaschool met basisschool De Hoeksteen te nemen. 2.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
2.1
Op 8 april 2022 heeft het bevoegd gezag een instemmingsgeschil aan de Commissie voorgelegd met betrekking tot het voorgenomen besluit tot fusie per 1 augustus 2022 van basisschool Mariaschool met basisschool De Hoeksteen te Zevenbergschen Hoek.
2.2
De MR heeft een verweerschrift ingediend, ingekomen op 11 mei 2022.
2.3
De mondelinge behandeling van het geschil vond, met toepassing van artikel 19 van het reglement van de Commissie, versneld plaats op 20 mei 2022.
2.4
Het bevoegd gezag werd vertegenwoordigd door [interim-directeur] Mariaschool en [directeur] De Hoeksteen, [management assistent], [controller] stichting De Waarden en [adviseur Verus], bijgestaan door de gemachtigde, mevrouw mr. A.H.M. Agbakuru-van Bavel.
2.5
De MR werd ter zitting vertegenwoordigd door zijn leden [lid 1], [lid 2], [lid 3] en [lid 4], bijgestaan door de gemachtigde, de heer mr. W.D. Berkhout.
zaak 28318 / d.d. 2 juni 2022
Pagina 1 van 7
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
3.
FEITEN
3.1
Stichting de Waarden is een stichting voor interconfessioneel basisonderwijs. Het bevoegd gezag houdt 17 basisscholen en 1 school voor speciaal basisonderwijs in stand in de gemeenten Drimmelen, Goeree Overflakkee en Moerdijk. De scholen hebben samen rond de 2600 leerlingen en ongeveer 350 medewerkers.
3.2
Een van de scholen is de Mariaschool (verder: de school). De school staat in het dorp Langeweg. De school is een kleine school en bevindt zich al enige jaren onder de opheffingsnorm.
3.3
Het bevoegd gezag heeft onderzoek laten doen naar de toekomst van zijn kleine scholen. In 2021 stelt het bevoegd gezag een concept-plan kleine scholen op. Op 23 februari 2021 spreekt het bevoegd gezag met de MR over een mogelijk fusietraject voor de school. Hierop vinden tot de zomervakantie enkele gesprekken tussen de MR en het bevoegd gezag plaats.
3.4
Het bevoegd gezag heeft besturenorganisatie Verus verzocht onderzoek te doen naar mogelijke scenario’s voor de school. Verus brengt op 1 juli 2021 het rapport “Toekomst Mariaschool” uit.
3.5
Op 19 juli 2021 vindt over dit rapport een gesprek tussen de MR en het bevoegd gezag plaats. Het bevoegd gezag ziet naar aanleiding van het rapport een fusie van de school als meest reële optie en verzoekt de MR in te stemmen met het doen van onderzoek naar fusie.
3.6
Bij brief van 22 september 2021 deelt de MR het bevoegd gezag mee dat er geen meerderheid in de MR is om in te stemmen met een onderzoek naar fusie van de school. De PMR heeft dan wel het bevoegd gezag meegedeeld in te stemmen met een dergelijk onderzoek.
3.7
Op 21 oktober 2021 vindt een bijeenkomst plaats tussen ouders, het bevoegd gezag en de MR. Uit deze bijeenkomst komt naar voren dat de ouders van de school de voorkeur hebben voor fusie met basisschool De Hoeksteen.
3.8
De MR en het bevoegd gezag voeren vervolgens verder overleg, waarop de MR op 4 november 2021 alsnog instemt met het voorgenomen besluit tot onderzoek naar een fusie.
3.9
Op 19 november 2021 stelt de MR aanvullende vragen over een mogelijke fusie aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag beantwoordt deze vragen in een bijeenkomst op 1 december 2021.
3.10
Op 20 december 2021 wordt middels een webinar een ouderraadpleging uitgezet.
3.11
Op 26 januari 2022 legt het bevoegd gezag de fusie-effectrapportage aan de MR voor met daaraan gekoppeld de vraag om instemming op het voorgenomen besluit tot fusie van de school met De Hoeksteen.
3.12
Op 7 en 16 februari 2022 overleggen de MR en het bevoegd gezag over de voorgenomen fusie.
zaak 28318 / d.d. 2 juni 2022
Pagina 2 van 7
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
3.13
Op 31 maart 2022 deelt de MR het bevoegd gezag mee niet in te stemmen met de voorgenomen fusie. Daarbij geeft de MR aan dat de argumenten om instemming te onthouden nog uitgewerkt zullen worden en later aan het bevoegd gezag zullen worden meegedeeld.
3.14
Op 8 april 2022 legt het bevoegd gezag het instemmingsgeschil aan de Commissie voor.
4.
STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Bevoegd gezag 4.1 Het bevoegd gezag heeft ter onderbouwing van het verzoek om toestemming om het besluit tot fusie van de school met De Hoeksteen te nemen - samengevat - het volgende aangevoerd. 4.2
De school kampt al jaren met teruglopende leerlingenaantallen en had daarom al eerder moeten sluiten. Voor het komende schooljaar is er zelfs maar één aanmelding. De school heeft tot nu toe kunnen overleven door de zogenoemde ‘gemiddelde schoolgrootte’, die bekostiging van de school mogelijk bleef maken. Maar dit is geen bestendige oplossing. Bovendien hebben de andere scholen van het bevoegd gezag die deze bekostiging mogelijk maken, zelf dat geld hard nodig.
4.3
Het is een financieel kwetsbare situatie en op termijn zullen er meer leerkrachten aan de school verbonden zijn dan de bekostiging toelaat. Daar komt bij dat klaslokalen leegstaan terwijl deze verwarmd en onderhouden moeten worden. Dat levert ook kostenposten op waar geen inkomsten tegenover staan.
4.4
Met zo weinig leerlingen is het lastig de onderwijskwaliteit te waarborgen. Er zijn drie combinatieklassen en er is geen geld om specifieke expertise in huis te halen, terwijl het ook lastig is voldoende personeel te krijgen/houden.
4.5
Voor het komende schooljaar is het bijna niet mogelijk om de school van personeel te voorzien. Het huidige personeel wil niet meer op de school werken en nieuw personeel is heel moeilijk te vinden. Deze situatie is zo nijpend dat het bevoegd gezag hierover al contact heeft gezocht met de onderwijsinspectie om andere oplossingen te verkennen, zoals (tijdelijke) plaatsing van kinderen op andere scholen.
4.6
Ook op sociaal-emotioneel vlak is een kleine school voor de leerlingen niet goed. Met zo weinig klasgenoten leren kinderen minder van elkaar en hebben zij qua gedragsontwikkeling nauwelijks voorbeelden.
4.7
Raadpleging van de ouders leidde tot een voorkeur voor fusie met De Hoeksteen en het bevoegd gezag heeft dit gevolgd. Daar komt bij dat fusie met De Hoeksteen de mogelijkheid biedt tot oprichting van een integraal kindcentrum waarbij ook allerlei extra faciliteiten zullen kunnen worden geboden.
4.8
De MR is in het gehele traject meegenomen. Het proces is zorgvuldig doorlopen. Alternatieven zijn onderzocht, maar deze hebben geen oplossing geboden.
4.9
De school is weliswaar een van de weinige openbare voorzieningen in het dorp, maar uit onderzoek blijkt dat het voor de leefbaarheid van een dorp niet uitmaakt of er een school is.
zaak 28318 / d.d. 2 juni 2022
Pagina 3 van 7
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
4.10
MR 4.11
Er zijn zwaarwegende belangen om de fusie door te laten gaan. Er zijn voor volgend jaar geen leerkrachten voor de school. De fusie zal ruimte geven in de formatieplanning.
De MR is verdeeld. De oudergeleding van de MR (OMR) stemt niet in met de fusie, de personeelsgeleding (PMR) stemt wel in.
4.12
De MR heeft – samengevat - het volgende verweer gevoerd.
4.13
De MR stelt voorop dat er geen reden is om het geschil versneld te behandelen. Spoedbehandeling brengt onevenredig veel nadelen voor de MR met zich mee. De MR heeft in de gegeven omstandigheden, waarbij ook sprake is van twee weken meivakantie, zijn standpunten niet zorgvuldig kunnen onderbouwen.
4.14
De MR onthoudt instemming aan twee voorgenomen besluiten, namelijk het voorgenomen fusiebesluit en de voorgenomen fusie-effectrapportage. Deze besluiten zijn onvoldoende onderbouwd en de MR heeft bezwaren tegen de gevolgde procedure.
4.15
De noodzaak tot fusie is door het bevoegd gezag onvoldoende toegelicht. Bovendien heeft het bevoegd gezag onvoldoende financiële gegevens verstrekt.
4.16
Verder is het tijdpad te kort geweest. Pas in januari 2022 bleek dat de fusie per 1 augustus 2022 zou plaats vinden.
4.17
Het bevoegd gezag heeft door zijn mobiliteitsbeleid ervoor gezorgd dat er volgend schooljaar geen personeel meer is op de school. Daarmee heeft het bevoegd gezag als het ware de noodzaak voor fusie zelf geschapen.
4.18
Pas op 7 april 2022 heeft de MR de begroting ontvangen. Dat is te laat. Ook heeft het bevoegd gezag verzuimd een uitvoeringsplan over te leggen.
4.19
De MR onderschrijft het belang van kwaliteit van het onderwijs, maar deze wordt in een kleine school voldoende gewaarborgd. Ook ziet de MR het leerlingenaantal niet somber in, het zal rond de 43 leerlingen blijven.
4.20
Er zijn geen financiële redenen voor de fusie. Het bevoegd gezag ontvangt meer bekostiging voor zijn kleine scholen dan hij voor deze scholen uitgeeft. Het bevoegd gezag heeft een aantal positieve financiële gevolgen aan de fusie verbonden, maar dat kan zo maar ook anders uitvallen.
4.21
De school is belangrijk voor het dorp. De leefbaarheid van het dorp komt bij sluiting van de school in het gedrang en het bevoegd gezag heeft onvoldoende onderzocht wat zelfstandig voortbestaan van de school zou betekenen voor het dorp.
4.22
Voor de fusie-effectrapportage geldt dat deze volgens de MR op alle onderdelen faalt. De motieven moeten uitvoeriger, de alternatieven zijn niet onderzocht, het tijdsbestek was te kort, de effecten op de keuzevrijheid worden niet onderbouwd, de kosten en baten worden onvoldoende toegelicht, er is geen regeling van de gevolgen voor de medezeggenschap en de manier van evaluatie is niet geregeld. De leefbaarheid van het dorp wordt, in tegenstelling tot
zaak 28318 / d.d. 2 juni 2022
Pagina 4 van 7
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
wat het bevoegd gezag beweert, wel beïnvloed door de sluiting van de school en de voornemens voor evaluatie zijn onduidelijk en weinig concreet. 4.23
Voorts ziet de MR mogelijkheden voor voortzetting van de school als dit gebeurt op grond van het zogenoemde FONK-concept. In een vergelijkbaar dorp heeft invoering van dit concept tot flinke stijging van de leerlingenaantallen geleid.
5.
OVERWEGINGEN VAN DE COMMISSIE
Bevoegdheid en ontvankelijkheid 5.1 Op grond van artikel 31 lid 1 Wms neemt de Commissie kennis van geschillen, zoals bedoeld in de artikelen 32 t/m 35 Wms. Ingevolge artikel 32 lid 1 Wms kan het bevoegd gezag de Commissie toestemming vragen om een besluit te mogen nemen indien de MR aan een voorgenomen besluit van het bevoegd gezag de vereiste instemming heeft onthouden. 5.2
Op grond van artikel 21 aanhef en onder h van het medezeggenschapsreglement, gelijkluidend aan artikel 10 aanhef en onder h Wms, behoeft het bevoegd gezag voorafgaande instemming van de MR voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit tot fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake, waaronder begrepen de fusie-effectrapportage.
5.3
De MR heeft niet ingestemd met het voorgenomen besluit van het bevoegd gezag tot fusie van de Mariaschool met De Hoeksteen zodat de Commissie bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Omdat het verzoek voorts tijdig is ingediend, is het bevoegd gezag ontvankelijk in zijn verzoek.
5.4
De MR heeft op de dag voor de zitting nog nadere stukken ingediend. De wederpartij noch de Commissie hebben kennis kunnen nemen van de inhoud van deze stukken. De Commissie laat deze stukken daarom niet tot het geschil toe, omdat deze te laat zijn ingediend.
5.5
De MR heeft zich – impliciet – beroepen op artikel 19 lid 3 van het reglement van de Commissie waarin is bepaald dat als op de hoorzitting blijkt dat het geschil niet voldoende spoedeisend is om een versnelde behandeling te rechtvaardigen, of dat een versnelde behandeling van het geschil een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, de Commissie bepaalt dat aan het bepaalde in de artikelen 3, 5 en 9 van het reglement alsnog onverkort toepassing wordt gegeven.
5.6
De Commissie volgt de MR hierin niet. Het bevoegd gezag heeft zich geconfronteerd gezien met het op 31 maart 2022 onthouden van instemming door de MR, aan een voorgenomen besluit, dat op 26 januari 2022 aan de MR ter instemming is voorgelegd.
5.7
Deze onthouding van instemming is niet alleen ruim buiten de in het medezeggenschapsreglement gestelde termijn van zes weken, maar ontbeert bovendien een onderbouwing.
5.8
Onder deze omstandigheden dreigde de besluitvorming rond de fusie flinke vertraging op te lopen. Versnelde behandeling, mede in acht nemend dat de MR uiteindelijk in deze procedure op 11 mei 2022 zijn standpunt heeft onderbouwd, is derhalve gerechtvaardigd.
zaak 28318 / d.d. 2 juni 2022
Pagina 5 van 7
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
5.9
Het fusiebesluit Zoals de Commissie al in eerdere verzoeken ter zake van fusiebesluiten heeft overwogen, realiseert de Commissie zich goed dat de met de fusie gepaard gaande sluiting van de school in een dorpskern of buurtschap voor de dorps- of buurtbewoners ingrijpend is.
5.10
Dit laat onverlet dat er zwaarwegende omstandigheden kunnen zijn, die maken dat het bevoegd gezag na afweging van alle belangen en onderzoek naar alternatieven, toch de keuze moet maken om een dergelijke school(locatie) te sluiten.
5.11
Naar het oordeel van de Commissie zijn dergelijke zwaarwegende omstandigheden hier aan de orde. De Commissie zal het bevoegd gezag dan ook toestemming verlenen om het besluit tot fusie van de Mariaschool met de Hoeksteen te nemen.
5.12
De Commissie is op grond van de volgende overwegingen tot dit oordeel gekomen.
5.13
De Commissie stelt vast dat het bevoegd gezag voldoende invulling aan het medezeggenschapstraject heeft gegeven. Het heeft immers een onderzoek naar de toekomst van de school gedaan, de ouders van de leerlingen zijn steeds geïnformeerd over de plannen, Verus heeft een onderzoek naar de toekomst van de school gedaan en het bevoegd gezag heeft meermaals overlegd met de MR.
5.14
Sinds het schooljaar 2017-2018 bevindt de school zich onder de opheffingsnorm van 59 leerlingen, met dit schooljaar een leerlingenaantal van 42. Prognoses (komende schooljaar zijn er 37 leerlingen) laten een bestendiging van de trend van afname van het leerlingenaantal zien.
5.15
De school is tot dusver in stand gehouden door gebruik te maken van de regeling gemiddelde schoolgrootte, maar uit de overgelegde financiële gegevens kan worden opgemaakt dat dit geen toekomstbestendige oplossing is. Door blijvend de school in stand te houden met gelden die bestemd zijn voor andere scholen wordt een grote financiële druk op het bevoegd gezag gelegd en dreigt financiële kwetsbaarheid te ontstaan.
5.16
Dit beeld wordt ook bevestigd door de door het bevoegd gezag overgelegde begroting. Deze begroting is weliswaar op een zeer laat tijdstip door het bevoegd gezag verstrekt, maar dat maakt het daarin geschetste beeld niet anders.
5.17
Daar komt bij dat het komende schooljaar slechts twee combinatiegroepen op de school zouden zijn, een van de groepen 1,2,3,en 4 en een de groepen 5,6,7 en 8. Ter zitting hebben de leden van de PMR aangegeven dat dergelijke grote combinatiegroepen zeer lastig te onderwijzen zijn; het is in zo’n samengestelde groep niet mogelijk voldoende persoonlijke aandacht aan elke leerling te geven.
5.18
Bovendien vertrekken de groepsleerkrachten van de school en is te voorzien dat het komende schooljaar geen personeel beschikbaar is. Dat het bevoegd gezag van de school het personeelstekort zelf heeft veroorzaakt door verwijtbare vertrekken van leerkrachten te hebben bewerkstelligd en door zijn mobiliteitsbeleid heeft de MR onvoldoende onderbouwd.
5.19
Hetgeen de MR over de fusie-effectrapportage heeft opgemerkt treft geen doel. Deze rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen zoals opgenomen in artikel 64b lid 2 Wet op het primair onderwijs.
zaak 28318 / d.d. 2 juni 2022
Pagina 6 van 7
Landelijke Commissie voor Geschillen WMS
5.20
Het teruglopende leerlingenaantal, de kwetsbare onderwijskwaliteit, het personeelstekort en het ontbreken van aanvaardbare alternatieven leveren naar het oordeel van de Commissie zwaarwegende omstandigheden op als bedoeld in artikel 32 lid 1 Wms op, die het te nemen besluit tot fusie van basisschool Mariaschool met basisschool De Hoeksteen per 1 augustus 2022 rechtvaardigen.
6.
OORDEEL
Op grond van bovenstaande overwegingen verleent de Commissie het bevoegd gezag toestemming om het besluit tot fusie van basisschool Mariaschool met basisschool De Hoeksteen te nemen.
Vastgesteld te Utrecht op 2 juni 2022 door mr. C.J.H.G. Bronzwaer, voorzitter, drs. H.J. van Rooijen en mr. J. Sperling, leden, in aanwezigheid van mr. J.A. Breunesse, secretaris.
w.g. mr. C.J.H.G. Bronzwaer voorzitter
w.g. mr. J.A. Breunesse secretaris
Tegen deze uitspraak staat op grond van artikel 36 lid 1 Wms beroep open bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift binnen een maand nadat de verzoeker in beroep van de uitspraak op de hoogte is gesteld.
zaak 28318 / d.d. 2 juni 2022
Pagina 7 van 7