Bijlage 9_220208 Vormvrije mer, WBS
Tekst van het document
Beknopte vormvrije m.e.r.-beoordeling plan ‘Molenstraat te Standdaarbuiten’ Welmers Burg Stedenbouw, februari 2022 De initiatiefnemer is voornemens om op het bedrijventerrein in Standdaarbuiten aan de Molenstraat om het bedrijfsgebouw van van Krimpen uit te breiden. De locatie aan de Molenstraat is gelegen aan de zuidrand van de kern Standdaarbuiten nabij de rivier de Mark. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 21.860 m2. Zoals in paragraaf 5.6 van het bestemmingsplan ‘Molenstraat te Standdaarbuiten’ is toegelicht, is op 21 februari 2011 de herziening van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in werking getreden. Eén van de wijzigingen in dit Besluit is dat in elk initiatief dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten) van het Besluit m.e.r., aandacht moet worden besteed aan de vraag of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2).
Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2.000 of meer woningen betreft. Het plan aan de Molenstraat in Standdaarbuiten ligt ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is: de oppervlakte van het totale plangebied bedraagt circa 2,2 hectare en de uitbreiding van het bedrijfsgebouw bedraagt ca. 5.700 m2. Gelet hierop worden de drempelwaarden niet overschreden, zodat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' dient te worden uitgevoerd. In onderstaande tabel zijn de relevante kenmerken van het plan weergegeven alsmede de belangrijkste effecten die het plan op de omgeving zal veroorzaken. Daarnaast zijn in het kader van voorliggend bestemmingsplan diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd voor alle, voor dit plan, relevante milieuaspecten. Uit deze onderzoeken, waarvan de uitkomsten zijn verwerkt in de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan, blijkt dat het plan geen relevante milieueffecten heeft. Op grond van deze uitkomsten zal aan het bevoegd gezag voorgesteld worden om gelijktijdig met het besluit om het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen, tevens te besluiten dat een verdere m.e.r.-procedure niet aan de orde is.
Tabel kenmerken van het plan ‘Leeuwerikstraat te Made’ Omvang van het project (relatie met drempel Dlijst)
Cumulatie met andere projecten Gebruik natuurlijke hulpbronnen Productie afvalstoffen
D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen: Initiatief; uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw; het bruto vloeroppervlak neemt toe met ca. 5.700 m2. Het plangebied is circa 2,2 hectare groot. Het te ontwikkelen deel is ca. 1,1 hectare groot. Geen, het plan / de ontwikkeling staat op zichzelf Nee Nee
Verontreiniging en hinder Risico voor ongevallen
Nee Nee
Plaats van het project Bestaande grondgebruik Het terrein behoort tot het bedrijventerrein van Standdaarbuiten en is nu grasland met enkele solitaire bomen. Rijkdom aan en Binnen het plangebied of in de nabijheid zijn géén cultuurhistorisch kwaliteit en waardevolle structuren of elementen aanwezig. Het bestemmingsplan regeneratievermogen maakt geen ontwikkelingen mogelijk die de cultuurhistorische waarden natuurlijke hulpbronnen kunnen tasten. Hiermee vormt het planvoornemen geen belemmering van het gebied voor het uitvoeren van deze ambitie. Opname vermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.
Uit de onderzoeken die in het kader van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd en zijn opgenomen in voorliggende toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat: • Op basis van de resultaten van verkennend bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met PAK. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen en tevens plaatselijk licht verontreinigd met barium. Geconcludeerd kan worden dat zowel de boven- als de ondergrond voldoet aan de achtergrondwaarde. • In de grondwatermonsters van twee peilbuizen zijn licht verhoogde gehaltes naftaleen aangetroffen. In één grondwatermonster is tevens een licht verhoogd gehalte barium aangetroffen ten opzichte van de streefwaarde. Aangenomen mag worden dat de aangetroffen licht verhoogde gehaltes in het grondwater geen risico’s opleveren voor de volksgezondheid en/of het milieu. Het aangetroffen gehalte barium is naar verwachting te beschouwen als een verhoogd achtergrondgehalte. • Binnen de archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk is de locatie aangewezen als beleidsgebied 6. Voor deze gronden geldt dat bij ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm onderzoek noodzakelijk is. Afhankelijk van het bouwplan en funderingsmethodiek zal onderzoek mogelijk noodzakelijk zijn en uitgevoerd worden.
• Voor waterberging geldt dat er een compensatieverplichting geldt van ca. 506,7 m³. • Beschermde natuurgebieden in de omgeving (Natura 2000-gebieden, NNN, EVZ, Groenblauwe mantel) worden door het plan niet beïnvloed. • Op basis van de Quickscan flora en fauna zijn er geen (jaarrond) beschermde soorten aangetroffen. Uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat de geschikt bevonden holten in de wilgenbomen geen dienst doen als winterverblijfplaats voor boomwonende vleermuizen. De twee bomen kunnen daarmee in de periode van november tot eind februari verplaatst worden naar het noordelijk deel van het perceel, zonder overtreding van de Wet natuurbescherming. • Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2020 blijkt dat er géén rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha./jaar optreden t.p.v. de rekenpunten die zijn bepaald m.b.v. de handreiking – “Bepalen depositie-effect wegverkeer binnen 5km”. Hiermee kan geconcludeerd
worden dat er voor dit project voldoende aangetoond is dat er géén significant negatieve effecten te verwachten zijn voor wat betreft stikstof op de Natura 2000-gebieden. • Het plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit. • Het bestemmingsplan voorziet niet in de realisering van een ‘gevoelig object’. De op het perceel Molenstraat 42 uit te breiden bedrijfsbebouwing zal niet permanent of langdurig worden gebruikt voor menselijk verblijf. De op het perceel op te richten bedrijfsbebouwing heeft een opslagfunctie en geen verblijffunctie. Er zal hooguit sprake zijn van kortstondig menselijk verblijf, zoals in verband met het laden en lossen van goederen. • Op basis van het onderzoek naar industrielawaai is voor de bedrijfsinrichting Van Krimpen b.v. de geluidbelasting ten gevolge van de exploitatie van de inrichting op gevels van woningen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Uit het onderzoek blijkt dat de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit voor het langtijdgemiddelde en de maximale geluidniveaus niet worden overschreden. Het aspect industrielawaai vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde bedrijfsuitbreiding. • Ten aanzien van externe veiligheid is een beperkte verantwoording groepsrisico opgesteld ten aanzien van het vervoer van toxische stoffen via de A17.
Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect Geen (geografisch en grootte getroffen bevolking) Grensoverschrijdend Geen karakter Orde van grootte en Geen complexiteit effect Waarschijnlijkheid Geen effect Duur, frequentie en Geen omkeerbaarheid effect Conclusie De functiewijziging in het bestemmingsplan leidt niet tot relevante milieueffecten. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.